Spurgeon overdenkt Davids gebed om geordende voetstappen: zijn volkomen onderworpenheid aan Gods wil, zijn zorgvuldige waakzaamheid over elk detail, zijn allesomvattende gehoorzaamheid, en de behoedzame vrees die in het gebed verscholen ligt.
Deze preek beschrijft hoe de zonde de mens beheerst, verleidt, ontmoedigt, beschuldigt en verontreinigt, maar ook hoe God door Jezus Christus de macht van de zonde overwint en Zijn kinderen bevrijdt. De gelovige verlangt niet alleen naar vergeving, maar ook naar volledige heiliging, totdat alle ongerechtigheid voorgoed is verdwenen en eeuwige overwinning wordt genoten in Gods aanwezigheid.
Deze preek waarschuwt tegen de misleiding van satan die zonde als onbeduidend voorstelt, en laat zien dat zelfs de kleinste zonden grote gevolgen hebben voor het hart, het geweten en de gemeenschap met God. Door talloze Bijbelse voorbeelden en indringende beelden roept de preek op tot bekering, waakzaamheid en een heilig leven in gemeenschap met Christus.
Deze indringende preek laat zien hoe zelfs de meest toegewijde gelovigen blijven worstelen met de inwonende zonde, en hoe juist een diepe ontmoeting met Gods heiligheid ons leert uitroepen: “Zie, ik ben te gering.” Tegelijk wijst de boodschap vol troost en ernst op de voortdurende noodzaak van waakzaamheid, afhankelijkheid van Gods genade en het volkomen genoegzame bloed van Christus voor...
Spurgeon laat zien dat gelovigen zich vaak onwaardig en onvoorbereid voelen om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen, maar dat zulke gevoelens hen niet van Christus hoeven weg te houden. Wie met een verlangend, berouwvol en oprecht hart tot Hem komt, mag vergeving, gemeenschap met God, geestelijke vernieuwing en diepe vreugde verwachten.
Velen vinden geen innerlijke vrede omdat zij, hoewel zij zeggen te geloven, niet bereid zijn zich onvoorwaardelijk aan Gods heerschappij en geboden te onderwerpen. Echte geestelijke vrede vindt men alleen wanneer iemand zich van de zonde afkeert, zijn wil aan Gods Woord onderwerpt en zich in de kracht van de Heilige Geest actief tegen het kwaad verzet.
Spurgeon preekt hartstochtelijk over 2 Koningen 7:19, waar een aanvoerder Gods belofte bespot en weliswaar voedsel in overvloed ziet, maar weigert ervan te eten – en sterft. Hij noemt ongeloof de moeder van alle zonden: het voedt het kwaad, hindert genade en maakt goede werken waardeloos. Ongelovigen aanschouwen de hemelse vreugde, maar blijven hongerig en buitengesloten – alleen gelovigen...
Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon, op een donderdagavond in het jaar 1855, in de New Park Street Chapel te Southwark. ‘Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor het kwade’ Joh. 17:15 Eng. vert. King James Version (KJV). De tekst bevat, zoals we eerder hebben opgemerkt, twee gebeden — een negatief en een positief gebed. Allereerst is er het...