Wat is geloof? Waar leidt het toe? Een indringende uitleg over vertrouwend rusten op Christus voor tijd en eeuwigheid.
Aan de hand van Paulus’ lange groetenlijst in Romeinen 16 laat Spurgeon zien hoe gezinnen zeer verschillend tegenover de gemeente kunnen staan, wat christenen werkelijk aan elkaar waarderen — dienst, arbeid, karakter, niet rijkdom of stand — en hoe de vroege gemeente haar onderlinge liefde in de praktijk bracht, tot in de meest onopvallende leden toe.
Spurgeon behandelt eerst de tekst als een gebed om God als zaligheid te leren kennen, zowel in tijdelijke nood als geestelijk. Vervolgens beschrijft hij de volle verzekerdheid die de psalmist zoekt — persoonlijk, tot de ziel gesproken en tegenwoordig — de zaligheid van die verzekerdheid, en de weg ernaartoe: door eenvoudig geloof, meer bestudering van het Woord, meer gebed, gemeenschap met...
Spurgeon wijst de opvatting af dat deze tekst een zevende duizendtal van sabbatsrust leert, en laat zien dat Petrus de ongeduldigen wil troosten. Eerst bekijkt hij het beginsel: alle tijd is voor God tegenwoordig, machteloos om Hem te veranderen, onbeduidend en Hem gehoorzaam. Daarna toont hij dat God in één dag kan doen wat wij in duizend jaar verwachten. Ten slotte laat hij zien dat duizend...
Spurgeon waarschuwt vooral voor het verborgen ongeloof van mensen die zeggen dat de Bijbel waar is en er toch niet naar leven. Hij begint met belijders en kerken die van de Schrift afwijken en toont daarna aan dat het ongeloof van onbekeerde hoorders inconsequent is, want Christus heeft hun nood, Zijn aanspraken, het geneesmiddel, de vrije genade, het gevaar en de hemel geopenbaard. Vervolgens...
Taferelen uit De Christenreis neemt ons mee op de geestelijke reis van Christen, die vanuit de Stad Verderf onderweg is naar de Hemelse Stad en onderweg strijd, verleiding, twijfel en bemoediging ervaart. Spurgeon laat zien dat de christen niet door eigen kracht, maar door Gods genade en het geloof in Christus wordt bewaard en uiteindelijk veilig thuiskomt.
Spurgeon laat eerst zien dat de vier verzen het evangelie zelf bevatten: Jezus stierf, stond op, leeft en leeft eeuwig. Daarna toont hij dat elke gelovige dit werk in zichzelf ervaart: hij is gestorven voor de zonde en de wereld en leeft nu voor God. Hij wijst erop dat de zonde niet meer over de gelovige kan heersen, omdat Christus niet meer sterft. Tot slot ziet hij in de dood en opstanding van...