Spurgeon laat eerst door tegenstelling en vergelijking zien wat de rust van de hemel inhoudt. Vervolgens verheerlijkt hij deze rust als een volmaakte, gepaste, eeuwige en zekere rust voor het volk van God.
“Hij stak Zijn hand uit van omhoog, greep mij, trok mij op uit grote wateren.” Psalm 18:17 en jij weleens in Blackpool geweest, aan de westkust van Engeland? Het is een bekende badplaats waar elk jaar veel mensen vakantie vieren. Misschien heb je weleens gehoord van de Blackpool Tower. Ben je er zelfs ooit bovenop geweest? Weet je welk land aan de overkant van de zee ligt? Sommige mensen zeggen...
Spurgeon behandelt de heiliging van het gewone leven: eerst het horen van de bellen der paarden, in oorlog, staatsie, ontspanning, reizen, handel en zware arbeid, daarna het prijzen van hun muziek, en ten slotte de oproep om de eigen bellen, thuis, in de keuken, in de winkel, op deze noot te stemmen.
Spurgeon behandelt de heerlijke verkondiging dat een iegelijk die de Naam des Heeren aanroept, behouden zal worden — haar kostbaarheid, haar tegenwoordige geldigheid, haar onbeperkte bereik en de eenvoud van de eis — en sluit af met de leerzame verklaring over het overblijfsel dat de Heere Zelf roept.
Spurgeon behandelt het karakter, de oorzaak en het gevolg van de grote verandering die de genade van God in het hart werkt: van gehecht zijn aan de afgoden, naar de spontane, hartelijke, blijvende uitroep "wat heb ik meer met de afgoden te doen?" Hij wijst op het verhoorde gebed en het zicht op Christus' schoonheid als twee wegen waarlangs deze verandering gewerkt wordt.
Naar aanleiding van Jeremia's koop van de akker te Anathoth, met een verzegelde en een open koopbrief, laat Spurgeon zien dat gelovigen twee soorten bewijzen van hun erfenis in Christus hebben: verzegelde bewijzen die alleen zijzelf en God kennen, en open bewijzen die ook anderen kunnen zien. Hij sluit af met het gebruik van deze bewijzen tot troost, tot verweer tegen satan en voor de laatste dag.