Aan de hand van Paulus’ lange groetenlijst in Romeinen 16 laat Spurgeon zien hoe gezinnen zeer verschillend tegenover de gemeente kunnen staan, wat christenen werkelijk aan elkaar waarderen — dienst, arbeid, karakter, niet rijkdom of stand — en hoe de vroege gemeente haar onderlinge liefde in de praktijk bracht, tot in de meest onopvallende leden toe.









