Een preek over Psalm 101: ware wijsheid blijkt in een heilig leven, een oprecht hart en godsvrucht binnen gezin en dagelijks leven.
Deze preek waarschuwt tegen de misleiding van satan die zonde als onbeduidend voorstelt, en laat zien dat zelfs de kleinste zonden grote gevolgen hebben voor het hart, het geweten en de gemeenschap met God. Door talloze Bijbelse voorbeelden en indringende beelden roept de preek op tot bekering, waakzaamheid en een heilig leven in gemeenschap met Christus.
Deze indringende preek laat zien hoe zelfs de meest toegewijde gelovigen blijven worstelen met de inwonende zonde, en hoe juist een diepe ontmoeting met Gods heiligheid ons leert uitroepen: “Zie, ik ben te gering.” Tegelijk wijst de boodschap vol troost en ernst op de voortdurende noodzaak van waakzaamheid, afhankelijkheid van Gods genade en het volkomen genoegzame bloed van Christus voor...
Spurgeon laat zien dat gelovigen zich vaak onwaardig en onvoorbereid voelen om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen, maar dat zulke gevoelens hen niet van Christus hoeven weg te houden. Wie met een verlangend, berouwvol en oprecht hart tot Hem komt, mag vergeving, gemeenschap met God, geestelijke vernieuwing en diepe vreugde verwachten.
In deze preek laat Spurgeon zien dat Gods voorzienigheid – gesymboliseerd door de wielen in Ezechiël 1 – overal aan het werk is. Deze voorzienigheid is uiterst wijs en leidt alle gebeurtenissen naar één enkel goed en eeuwig doel. Hoewel Gods wegen vaak voor ons verborgen blijven en ingewikkeld lijken, kunnen gelovigen erop vertrouwen dat alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben.
Velen vinden geen innerlijke vrede omdat zij, hoewel zij zeggen te geloven, niet bereid zijn zich onvoorwaardelijk aan Gods heerschappij en geboden te onderwerpen. Echte geestelijke vrede vindt men alleen wanneer iemand zich van de zonde afkeert, zijn wil aan Gods Woord onderwerpt en zich in de kracht van de Heilige Geest actief tegen het kwaad verzet.
In deze preek laat Spurgeon zien dat God voortdurend tot mensen spreekt door gelijkenissen in het dagelijks leven, de natuur, de seizoenen, dieren, omstandigheden en beroepen. Alles in de schepping wijst de zondaar op zijn verloren staat, roept hem op tot bekering en wijst hem de weg naar verlossing door geloof in de Heere Jezus Christus.
Deze preek laat zien dat de aanneming tot kinderen een daad van pure, onverdiende genade is, waarbij God verloren zondaren in Zijn gezin opneemt door Jezus Christus en hen alle voorrechten van Zijn kinderen schenkt. Als kinderen van God mogen gelovigen leven in de zekerheid van Zijn liefde, bescherming en erfenis, terwijl zij geroepen zijn Hem gehoorzaam te dienen en Hem volkomen te vertrouwen.