Een preek uitgesproken op zaterdagochtend 12 juli 1857, door C. H. Spurgeon, in de Music Hall, Royal Surrey Gardens.
Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Rom. 10:13
Een bekende theoloog zei ooit dat we bij het verkondigen van Gods Woord vaak overschatten hoeveel kennis onze luisteraars hebben. “Vaak,” zegt hij, “zijn er mensen in de gemeente die nauwelijks bekend zijn met de basis van het geloof. De boodschap van genade en verlossing is voor hen nog volkomen onbekend.” Daarom is het goed dat een predikant soms spreekt alsof zijn toehoorders de boodschap nog niet kennen. Hij legt dan alles stap voor stap uit alsof het nieuw is, alsof zij geen voorafgaande kennis hebben. “Want“, zegt de theoloog, “het is beter uit te gaan van weinig voorafgaande kennis en alles zo duidelijk uit te leggen dat iedereen het kan begrijpen, dan uit te gaan van te veel voorafgaande kennis en mensen zonder uitleg naar huis te sturen.“
Daarom denk ik dat ik hem vanochtend recht doe door ervan uit te gaan dat ten minste een deel van mijn gemeente nog niet bekend is met het grote heilsplan. En u, die het wel kent en hebt ervaren hoe waardevol het is, zult zeker geduldig naar mij luisteren terwijl ik, in zo eenvoudig mogelijke bewoordingen, uitleg hoe mensen verloren zijn en hoe zij worden gered. Volgens de woorden van mijn tekst: door de Naam van de Heere aan te roepen. We moeten dus bij het begin beginnen. We moeten onze luisteraars eerst duidelijk maken dat, als onze tekst spreekt over mensen die gered worden, dat betekent dat mensen redding nodig hebben. We leggen uit dat de mens geen redding nodig zou hebben gehad als hij was gebleven zoals God hem oorspronkelijk schiep. Adam in de hof had geen verlossing nodig; hij was volmaakt, zuiver, rein, heilig en behaaglijk voor God. Hij was onze vertegenwoordiger: het hoofd van de hele mensheid.
Maar toen hij de verboden vrucht aanraakte en at van de boom waarvan God had gezegd: “Daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven,” zondigde hij tegen God. Vanaf dat moment had hij een Verlosser nodig. Wij, zijn nakomelingen, worden door zijn zonde in deze wereld geboren, en ieder van ons heeft daarom een Verlosser nodig. Toch mogen wij de schuld niet op Adam afschuiven. Niemand wordt ooit uitsluitend veroordeeld vanwege de zonde van Adam. Kinderen die op jonge leeftijd sterven, worden ongetwijfeld gered door Gods genade, dankzij de verzoening in Christus Jezus. Zodra zij op aarde hun ogen sluiten, openen zij deze onmiddellijk weer in de gelukzaligheid van de hemel, zonder zelf enige zonde te hebben begaan.
Maar u en ik zijn geen kinderen. Wij hoeven niet te spreken over Adams zonde; wij hebben onze eigen zonden te verantwoorden, en God weet dat die meer dan voldoende zijn. De Heilige Schrift leert ons dat wij allen gezondigd hebben en tekortschieten in de heerlijkheid van God, en ook ons geweten bevestigt deze waarheid. Wij hebben allen de grote geboden van God overtreden, en daarom is de rechtvaardige God, in Zijn gerechtigheid, verplicht ons te straffen voor de zonden die wij hebben begaan. Welnu, mijn broeders, juist omdat u en ik de goddelijke wet hebben overtreden en onderworpen zijn aan de goddelijke toorn, hebben wij genade nodig. Als we werkelijk gelukkig willen zijn en voor altijd met God in de hemel willen leven, dan moet ieder van ons, ja, werkelijk ieder van ons, gered worden.
I. In de eerste plaats, DE UITLEG.
Wat wordt hier bedoeld met “de Naam van de HeerE aanroepen”? Ik moet eerlijk zeggen dat ik op dit moment enige aarzeling voel bij het uitleggen van mijn tekst. Het is namelijk heel gemakkelijk om woorden ingewikkelder te maken zonder ze echt beter te begrijpen. Menig predikant heeft de Bijbel door zijn uitleg juist minder duidelijk gemaakt in plaats van helderder. Velen zijn geweest als een gebrandschilderd raam dat het licht tegenhoudt in plaats van het door te laten.
Niets brengt mij meer in verlegenheid en stelt mijn verstand meer op de proef dan het beantwoorden van die ogenschijnlijk eenvoudige vraag: wat is geloof, wat is geloven, wat betekent het om de Naam van de Heere aan te roepen? Om de ware betekenis hiervan te begrijpen, heb ik mijn concordantie geraadpleegd en de Schriftgedeelten opgezocht waarin hetzelfde woord voorkomt. Voor zover ik kan nagaan, mag ik op grond van het gezag van de Schrift zeggen dat het woord “aanroepen” de betekenis heeft van aanbidden. In die zin zou de tekst ook kunnen luiden: “Ieder die God aanbidt, zal worden gered.” Maar u moet mij toestaan dat ik het woord “aanbidden” nader toelicht volgens de betekenis die de Schrift eraan geeft. Alleen wanneer wij dat doen, kunnen wij werkelijk begrijpen wat bedoeld wordt met het aanroepen van de Naam van de Heere.
De Naam van de Heere aanroepen betekent in de eerste plaats God aanbidden. In het boek Genesis staat dat toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen, zij de naam van de Heere begonnen aan te roepen. Dat wil zeggen dat zij God begonnen te aanbidden, dat zij altaren bouwden in Zijn Naam, dat zij hun geloof in het komende offer bevestigden door een symbolisch offer te brengen op het altaar dat zij hadden opgericht, dat zij hun knieën bogen in gebed en hun stem verhieven in heilige gezangen en riepen: “Groot is Jehovah, Schepper en Onderhouder, laat Hem geprezen worden tot in eeuwigheid.”
Ongeacht wie iemand is, of waar hij zich ook bevindt in deze wereld, als hij door genade God aanbidt op een manier die God behaagt, zal hij worden gered. Als u God aanbidt via een Middelaar, met geloof in de verzoening van het kruis, en als u tot Hem komt met ootmoedig gebed en oprechte lofprijzing, dan toont uw aanbidding aan dat u zal worden gered. Want u kunt niet op deze manier aanbidden zonder genade in uw hart. En die genade is het teken dat u uiteindelijk de heerlijkheid zult ontvangen. Waar u ook bent, op het groene gras, onder de uitgestrekte takken van een boom, onder het gewelf van Gods hemel, in Gods huis of daarbuiten: wie God vurig en met een oprecht hart aanbidt, uitziet naar vergeving door de verzoening van Christus en zich nederig overgeeft aan Gods genade, zal worden gered. Dat is de belofte.
Maar om te voorkomen dat iemand met een verkeerd begrip van aanbidding weggaat, moeten wij dit nog nader verduidelijken. Het woord “aanroepen”, zoals het in de Heilige Schrift wordt gebruikt, betekent ook bidden. U herinnert zich het voorbeeld van Elia. Toen de profeten van Baäl probeerden regen te verkrijgen van hun afgod, zei hij: “Ik zal de Naam van de HEERE aanroepen”, dat wil zeggen: “Ik zal tot God bidden dat Hij regen geeft.”
Gebed is een zeker teken van goddelijk leven in het hart. Wie tot God bidt door Christus, met oprecht smeken, zal worden gered. Ik kan me nog goed herinneren hoe deze tekst mij destijds bemoedigde. Ik voelde de last van de zonde en kende de Verlosser niet. Ik dacht dat God mij met Zijn toorn zou treffen en mij in Zijn vurige gramschap zou verteren. Ik ging van de ene kapel naar de andere om het Woord te horen prediken, maar ik hoorde geen enkel woord over het evangelie; slechts deze ene tekst heeft mij gered van wat naar mijn mening anders mijn lot zou zijn geweest: zelfmoord uit verdriet en smart.
Het was dit kostbare woord: “Ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.” Ik dacht bij mijzelf: ik kan niet geloven in Christus zoals ik zou willen. Ik vind geen zekerheid van vergeving, maar ik weet dat ik Zijn Naam aanroep, dat ik bid – ja, dat ik dag en nacht bid met weeklagen, tranen en diepe zuchten. En als ik ooit verloren ga, dan zal ik mij beroepen op deze belofte: “O God, U hebt gezegd dat ieder die Uw naam aanroept, zal worden gered. Ik heb geroepen, zult U mij dan verstoten? Ik heb mijn vertrouwen gesteld in Uw belofte en mijn hart in gebed tot U opgeheven. Kunt U rechtvaardig zijn en toch iemand veroordelen die oprecht tot U heeft gebeden?”
Let daarom op deze troostvolle gedachte: gebed is de zekere voorloper van verlossing. Zondaar, u kunt niet bidden en tegelijk verloren gaan. Bidden en verloren gaan sluiten elkaar uit. Ik vraag u niet hoe uw gebed klinkt. Het kan een zucht zijn, een traan, een woordeloos verlangen, of een gebed in eenvoudige, onvolmaakte woorden. Maar als het oprecht uit uw hart komt, zult u worden gered, anders zou deze belofte niet waar zijn. Zo zeker als u bidt, wie u ook bent, wat uw verleden ook is, welke zonden u ook hebt begaan, al zijn zij nog zo zwaar, als u vanuit uw hart hebt leren bidden, dan geldt dit woord voor u:
“Gebed is de adem van God in de mens
die terugkeert tot Hem van wie zij kwam.”
U kunt niet verloren gaan als Gods adem in u is. “Ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.” Maar het woord “aanroepen” betekent nog iets meer, namelijk vertrouwen. Een mens kan de Naam van de Heere niet aanroepen zonder op die naam te vertrouwen. Wij moeten ons vertrouwen stellen op de Naam van Christus, anders hebben wij Hem niet op de juiste wijze aangeroepen. Luister daarom, arme en gekwelde zondaar. U bent hier vanochtend gekomen, u bent zich bewust van uw schuld en u bent tot het besef gekomen dat u in gevaar verkeert. Hier is uw geneesmiddel. Jezus Christus, de Zoon van God, werd Mens. Hij werd geboren uit de maagd Maria, leed onder Pontius Pilatus, werd gekruisigd, stierf en werd begraven. Dit alles heeft Hij gedaan om zondaars zoals u te redden.
Wilt u dit geloven? Wilt u uw ziel aan Hem toevertrouwen? Wilt u zeggen: “Of ik nu zink of sta, Christus Jezus is mijn enige hoop. En als ik omkom, zal ik omkomen terwijl ik mij vastklem aan Zijn kruis, roepend:
“Met lege handen sta ik hier,
ik klamp me slechts vast aan het kruis.”
Arme ziel, als u dat kunt doen, zult u gered worden. Kom, er worden geen eigen goede werken van u gevraagd en geen sacramenten als grond van uw redding. Dit ene wordt van u verlangd, en zelfs dat schenkt Hij u. U bent niets; wilt u Christus als uw alles aannemen? Kom, u bent zwart; wilt u gewassen worden? Wilt u op uw knieën vallen en roepen: “Heere, wees mij, zondaar, genadig, niet vanwege wat ik heb gedaan of nog zal doen, maar omwille van Hem wiens bloed uit Zijn handen en voeten vloeide, en op wie ik alleen mijn vertrouwen stel?”
Want, zondaar, het zal eerder gebeuren dat de pijlers van het universum zullen wankelen dan dat u verloren gaat wanneer u zich op deze manier tot Hem wendt. Ja, de hemel zou eerder rouwen om een lege troon en een zwijgende God dan dat deze belofte ooit zou worden gebroken. Wie op Christus vertrouwt en Zijn Naam aanroept, zal worden gered.
Maar er moet nog één belangrijk punt worden toegevoegd om de Bijbelse betekenis volledig te begrijpen. De Naam van de Heere aanroepen betekent ook Zijn Naam belijden. U herinnert zich vast nog wel wat Ananias tegen Paulus zei, die toen nog Saulus heette: “Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren.“ Zondaar, als u gehoorzaam wilt zijn aan het woord van Jezus Christus, dan luidt dat woord: “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.” Onderdompeling op zichzelf redt niet; zij is geen grond van verlossing, maar een belijdenis ervan. Toch vraagt God van ieder mens die in de Verlosser gelooft dat hij zijn geloof openlijk belijdt. Zoals Christus Zich liet dopen, zo behoort ook iedere gelovige in Zijn Naam gedoopt te worden.
Sommigen deinzen hiervoor terug. Zij zeggen dat zij willen geloven, maar liever in het verborgene christen willen zijn. Hoor dan deze ernstige waarschuwing: wie zich voor Christus en Zijn woorden schaamt, voor hem zal Hij Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van Zijn Vader. Een verborgen christen is in werkelijkheid geen christen, want als het werkelijk verborgen was, zou niemand weten dat hij christen is. U moet daarom naar voren treden en uw geloof belijden. Wat zou een koning denken van soldaten die trouw beloven, maar weigeren het uniform te dragen en zich liever onopvallend tussen burgers en vijanden bewegen? Zo handelen sommigen met Christus. Zij willen bij Hem horen, maar zonder dat iemand het ziet. Dat is een gevaarlijke weg.
Het is een ernstige zaak wanneer Christus zegt dat wie Zijn kruis niet opneemt en Hem volgt, Zijn discipel niet kan zijn. Daarom roep ik iedere zondaar die zijn behoefte aan een Verlosser heeft leren kennen op tot gehoorzaamheid aan Christus, in alles wat Hij gebiedt. Luister naar de weg van verlossing: aanbidding, gebed, geloof en belijdenis. Die belijdenis, als men de Schrift wil volgen, gebeurt zoals Christus het heeft ingesteld, door de doop met water in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. God heeft dit geboden. Hoewel velen zonder de doop worden gered en de doop op zichzelf niet redt, mag niemand die gered wil worden bewust ongehoorzaam zijn. Omdat God dit gebod heeft gegeven, is het mijn plicht het duidelijk te verkondigen. Christus heeft gezegd: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen. Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden.”
Hier volgt dan de uitleg van mijn tekst. Geen enkele geestelijke hier kan bezwaar maken tegen mijn interpretatie. De Anglicaanse Kerk houdt immers zelf vast aan de onderdompeling. Zij stelt alleen dat kinderen, wanneer zij zwak zijn, besprenkeld mogen worden. En het is opmerkelijk hoeveel zwakke kinderen er de laatste tijd lijken te zijn geboren. Het verbaast mij dat er nog iemand van u in leven is, als er overal zoveel zwakheid zou zijn geweest. De lieve kleintjes worden als zo kwetsbaar beschouwd dat een paar druppels voldoende worden geacht, in plaats van de onderdompeling die volgens hun eigen kerkelijke voorschriften de norm is. Ik zou willen dat alle kerkleden meer in overeenstemming met hun eigen geloofsovertuigingen zouden leven. Als zij zich consequenter aan hun eigen geloofsartikelen zouden houden, zouden zij ook dichter bij de Schrift blijven. En als zij de voorschriften van hun eigen kerk zorgvuldiger zouden naleven, zouden zij ook eerlijker tegenover zichzelf staan. Als uw kinderen werkelijk zwak zijn, kunt u hen laten besprenkelen. Maar als u oprecht overeenkomstig uw kerk wilt handelen, moet u hen, zodra zij daartoe in staat zijn, laten dopen door onderdompeling.
II. Maar nu komen we bij het tweede punt: WEERLEGGING. Er bestaan enkele veelvoorkomende misvattingen met betrekking tot de verlossing, die door weerlegging moeten worden rechtgezet. Mijn tekst luidt: “Ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.“
Welnu, een opvatting die in strijd is met mijn tekst, is dat een priester of een predikant absoluut noodzakelijk zou zijn om mensen bij hun verlossing te helpen. Dat idee leeft niet alleen binnen de Rooms-Katholieke Kerk, maar ook daarbuiten. Er zijn velen, helaas maar al te velen, die een predikant van een andere kerkgenootschap op dezelfde manier zien als katholieken hun priester zien: als een onmisbare tussenpersoon. Velen menen dat verlossing alleen op een vage en mysterieuze manier tot stand komt, waarbij de predikant of priester een noodzakelijke rol speelt.
Luister daarom goed. Als u nog nooit in uw leven een predikant had gezien, als u nooit de stem had gehoord van een bisschop of een ouderling, dan zou uw verlossing, wanneer u de Naam van de Heere aanroept, zonder hen even zeker zijn als met hen. Mensen kunnen geen beroep doen op een God die zij niet kennen, en daarom is de taak van de predikant om de weg van de verlossing te verkondigen. Want hoe zouden zij horen zonder iemand die predikt, en hoe zouden zij geloven in Hem van wie zij niet hebben gehoord?
Maar de taak van de predikant reikt niet verder dan het overbrengen van de boodschap. Zodra deze is verkondigd, moet God, de Heilige Geest, deze in het hart laten doordringen. Onze macht reikt niet verder. Pas daarom op voor priesterlijk bedrog en elke vorm van menselijke misleiding, zelfs wanneer deze afkomstig is van predikanten of geestelijken. Alle kinderen van God zijn in zekere zin geestelijk. Wij behoren allen tot Zijn dienst als wij met de Heilige Geest zijn gezalfd en door genade zijn gered. Er had nooit zo’n strikte scheiding mogen bestaan tussen predikanten en leken. Iedereen die de Heere Jezus liefheeft, is geroepen om van Hem te getuigen, en wie door God daartoe bekwaam is gemaakt en door Zijn Geest is geroepen, is net zo geschikt om het evangelie te verkondigen als ieder ander.
Er is geen priesterlijke handoplegging nodig, noch enige wijding door menselijk gezag. Wij hebben het recht om te belijden wat wij geloven, en wij vertrouwen op de inwendige roeping van Gods Geest, die ons opdraagt Zijn waarheid te verkondigen. Broeders, noch Paulus, noch een engel uit de hemel, noch Apollos, noch Kefas kan u redden. De verlossing komt niet van mensen, noch wordt zij door mensen tot stand gebracht. Noch de paus, noch de aartsbisschop, noch de bisschop, noch de priester, noch de predikant bezit de genade om deze aan anderen te schenken.
Ieder van ons moet zelf naar de bron gaan en zich beroepen op deze belofte: “Ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.” Als ik opgesloten zou zijn in de mijnen van Siberië en nooit het evangelie zou kunnen horen, maar toch de Naam van Christus zou aanroepen, dan zou de weg tot redding zonder predikant even zeker zijn als met hem. Het pad naar de hemel is even duidelijk vanuit de wildernis van Afrika, of vanuit een gevangenis of kerker, als vanuit het huis van God. Toch hebben alle christenen de bediening lief tot opbouw van hun geloof, niet als voorwaarde voor hun verlossing. Zij vertrouwen niet op priester of predikant, maar zij ervaren het Woord van God als kostbaar, “hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen.”
Een andere veelvoorkomende misvatting is dat een bijzondere droom het beste middel is waardoor mensen gered worden. Sommigen van u realiseren zich misschien niet hoe vaak dit idee voorkomt, maar het is echt zo. Veel mensen denken dat ze gered zullen worden als ze ’s nachts dromen dat ze de Heere zien. Of als ze Hem aan het kruis zien, engelen denken te zien, of dromen dat God tegen hen zegt: “U bent vergeven, alles is goed.” En als ze zo’n indrukwekkende droom niet hebben gehad, denken ze dat ze niet gered kunnen worden.
Als dat waar zou zijn, dan konden we net zo goed allemaal opium gaan gebruiken, want dat wekt veel dromen op. Dan zou het beste advies zijn dat iedere predikant op grote schaal opium uitdeelt, zodat zijn gemeente zich als het ware de hemel in kan dromen. Maar dat is natuurlijk onzin. Dromen zijn niets anders dan verwarde gedachten van een onrustige verbeelding. Hoe zouden die ooit het middel tot redding kunnen zijn? Ik moet denken aan het antwoord van Rowland Hill. Toen een vrouw zei dat zij gered was omdat zij een droom had gehad, antwoordde hij: “Mijn beste vrouw, het is mooi om prettige dromen te hebben terwijl u slaapt, maar ik wil zien hoe u leeft wanneer u wakker bent. Als uw leven niet overeenkomt met uw geloof, dan hecht ik geen waarde aan uw dromen.”
Het is verbazingwekkend hoe ver mensen hierin kunnen gaan. Sommigen vertellen dat zij in hun slaap de poorten van de hemel zagen opengaan, dat een engel kwam en hun zonden wegwaste, en dat zij sindsdien nooit meer hebben getwijfeld. Als dat uw enige hoop is, dan is het een zeer zwakke hoop. Het is juist goed als u begint te twijfelen aan zulke dingen. Onthoud dit: de belofte geldt voor wie de Naam van God aanroept, niet voor wie over Hem droomt. Dromen kunnen soms een mens opschrikken of waarschuwen, maar erop vertrouwen is bouwen op iets dat geen vaste grond heeft. Het is als vertrouwen op een schaduw of bouwen op luchtbellen die bij het minste uiteenspatten.
U hebt geen visioen nodig en geen bijzondere verschijning. Als u ooit zoiets hebt gehad, veracht het dan niet, het kan u misschien tot nadenken hebben gebracht. Maar stel er geen vertrouwen in. En als u nooit zoiets hebt meegemaakt, weet dan dat dat geen enkel gemis is. De belofte is verbonden aan het aanroepen van Gods Naam.
En dan zijn er anderen, keurige mensen misschien, die glimlachen om dit alles, maar zelf in een andere fout vervallen. Zij denken dat zij een bijzonder gevoel moeten ervaren, iets buitengewoons dat zij nooit eerder hebben gekend, anders kunnen zij niet gered worden. Ik herinner mij een vrouw die toelating tot de gemeente vroeg. Ik vroeg haar of zij een verandering van hart had ervaren. Zij antwoordde dat zij iets heel bijzonders had gevoeld in haar borst, dat zij zich op een dag tijdens het bidden heel vreemd had gevoeld, en dat zij na een dienst ineens heel licht was geworden. Ik moest haar zeggen dat zij zich waarschijnlijk gewoon licht in het hoofd had gevoeld, en dat dit geen bewijs van genade was.
U denkt misschien dat mensen niet zo naïef kunnen zijn, maar ik verzeker u dat velen geen betere grond voor hun hoop hebben dan dit soort ervaringen. Iemand zei eens tegen mij dat hij in de tuin stond en dacht dat Christus zijn zonden net zo gemakkelijk kon wegnemen als een wolk uit de lucht kon verdwijnen. Toen even later de wolk verdween en de zon ging schijnen, meende hij dat zijn zonden waren weggenomen. Zulke gedachten komen vaker voor dan u denkt. Mensen houden soms de grootste onzin voor een teken van goddelijke genade. Maar het enige wat ik wil voelen, is dit: dat ik een zondaar ben en dat Christus mijn Verlosser is. U mag uw visioenen en bijzondere ervaringen houden. Het enige wat nodig is, is oprecht berouw en een eenvoudig geloof. Als u dat hebt, arme zondaar, dan bent u gered.
Sommigen denken dat er eerst een soort overweldigende ervaring moet komen, alsof een kracht door het hele lichaam gaat. Maar luister naar wat werkelijk nodig is: het woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart. Als u met uw hart gelooft in de Heere Jezus Christus en Hem met uw mond belijdt, zult u worden gered. Wat moet u dan met al die verhalen over dromen en bijzondere gevoelens? Het enige wat nodig is, is dat u als schuldige zondaar tot Christus komt en uw vertrouwen op Hem stelt. Als dat gebeurt, is uw ziel veilig. Geen enkel visioen in de wereld kan haar veiliger maken dan dat.
Er is nog één misvatting die ik wil rechtzetten. Onder zeer arme en ongeschoolde mensen heerst vaak het idee dat verlossing op de een of andere manier samenhangt met kunnen lezen en schrijven. U glimlacht misschien, maar ik weet dat dit werkelijk zo is. Ik heb het zelf gehoord, en er zijn er hier ook die zo denken. Een arme vrouw zei eens: “O meneer, dit geldt niet voor onwetende mensen zoals wij. Er is geen hoop voor mij, want ik kan niet lezen. Ik ken geen enkele letter. Als ik kon lezen, zou ik misschien gered worden, maar nu weet ik niet hoe ik om hulp moet roepen, want ik bezit geen kennis”
Ik heb dit ook op het platteland gezien, zelfs onder mensen die best zouden kunnen leren lezen als ze dat wilden. Vaak ontbreekt het niet aan vermogen, maar aan inzet. En toch leven zij in onverschilligheid ten opzichte van hun ziel, omdat zij denken dat verlossing alleen voor anderen is. Zij menen dat de dominee gered kan worden omdat hij zo mooi leest, dat de koster gered kan worden omdat hij zo plechtig “Amen” zegt, en dat de rijke man gered kan worden omdat hij geleerd is en veel boeken bezit. Maar zijzelf, zo denken ze, kunnen niet gered worden omdat zij weinig weten.
Is er hier iemand die er zo over denkt? Laat me dan duidelijk tegen u zijn. Mijn arme vriend, u hoeft niet veel te weten om naar de hemel te gaan. Ik moedig u aan om zoveel mogelijk te leren, maar de weg naar de hemel vereist geen uitgebreide kennis. Die weg is zo eenvoudig dat zelfs iemand zonder opleiding hem kan vinden. Voelt u dat u schuldig bent, dat u Gods geboden hebt overtreden, dat u Zijn dag niet hebt geëerd, dat u Zijn Naam lichtvaardig hebt gebruikt, dat u uw naaste niet hebt liefgehad en God niet met heel uw hart hebt gezocht? Als u dat voelt, luister dan: Christus is juist voor zulke mensen gestorven. Hij droeg de straf aan het kruis in plaats van zondaars zoals u, en Hij roept u op om dat te geloven.
Als u meer wilt weten, kom dan luisteren naar het Woord van God en laat u verder onderwijzen. Maar onthoud deze eenvoudige waarheid: om gered te worden hebt u slechts twee dingen nodig, uw zonden en een Verlosser. Erkent u uw zonden? Dan is Christus uw Verlosser. Vertrouw op Hem en bid tot Hem. Zo zeker als u mij nu hoort, zult u op een dag in de hemel zijn.Ik wil graag twee eenvoudige gebeden met u delen. Bid eerst: “Heere, toon mij wie ik ben.“ Dat is een eenvoudig gebed. Vraag Hem u uw hart, uw schuld en uw gevaar te tonen. En wanneer Hij dat heeft gedaan, bid dan het tweede gebed: “Heere, laat mij U zien. Toon mij Uw liefde, Uw werk, Uw genade en Uw kruis.“
Deze twee gebeden zijn voldoende om u de weg te wijzen: “Heere, toon mij mijzelf” en “Heere, toon mij Uzelf.” U hoeft niet te kunnen lezen om naar de hemel te gaan. U hoeft geen geleerd mens te zijn. Ook wie eenvoudig en ongeletterd is, is welkom bij het kruis van Christus en de verlossing. Vergeef mij dat ik zo nadrukkelijk op deze dwalingen inga, maar zij zijn wijdverbreid, ook onder sommigen die hier aanwezig zijn. O mannen en vrouwen, luister opnieuw naar het Woord van God: “Ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal zalig worden.” Of u nu oud bent of jong, rijk of arm, geleerd of ongeletterd, deze belofte geldt voor u allen. Zij wordt vrij en volledig verkondigd aan ieder mens. Niemand wordt uitgesloten. Ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal worden gered.
III. En nu rest mij niets anders dan af te sluiten met een AANSPORING.
Mijn oproep aansporing is alsvolgt: ik smeek u in de Naam van God, geloof de boodschap die ik u vandaag uit Gods Woord verkondig. Keer u er niet van af omdat zij eenvoudig wordt gebracht. Verwerp haar niet omdat ik ervoor kies haar helder en begrijpelijk te verkondigen, ook aan de armen. Luister nogmaals: “Ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal zalig worden.” Ik smeek u, geloof dit.
Lijkt het u moeilijk om te geloven? Voor de Allerhoogste is niets te moeilijk. Zegt u: “Ik ben zo schuldig geweest, ik kan niet geloven dat God mij zal redden?” Luister dan naar wat Hij zegt: “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.”
Misschien zegt u: “Ik ben zeker uitgesloten.” Maar luister goed: er staat “ieder”. Dat woord is als een wijd open deur, waardoor zelfs de grootste zondaren mogen binnengaan. Als er staat “ieder”, dan bent u niet uitgesloten, als u maar roept. En nu wil ik u nog dringender aansporen deze waarheid te geloven, en ik zal enkele redenen geven, ontleend aan de Schrift. Moge God ze voor u zegenen, zondaar. Als u de Naam van Christus aanroept, zult u gered worden. Allereerst zult u gered worden omdat u uitverkoren bent. Er is nog nooit iemand geweest die de Naam van Christus aanriep en niet tot de uitverkorenen behoorde. De leer van de uitverkiezing, die velen in verwarring brengt en anderen angst aanjaagt, hoeft u niet te verontrusten. Want als u gelooft, dan bent u uitverkoren. Als u de Naam van Christus aanroept, dan bent u uitverkoren. Als u uw zonde erkent en uw vertrouwen op Christus stelt, dan bent u uitverkoren.
De uitverkorenen zullen zeker gered worden. Voor hen is er geen veroordeling. God heeft hen bestemd tot het eeuwige leven, en zij zullen niet verloren gaan. Niemand zal hen uit de hand van Christus rukken. God kiest geen mensen om hen daarna te verwerpen. Hij verkiest hen niet om hen vervolgens in het verderf te storten. Daarom, als u de Naam van God hebt aangeroepen en blijft aanroepen, dan bent u een van Zijn uitverkorenen. Uw roepen is het gevolg van Zijn keuze. En uw Naam kan nooit worden uitgewist uit het boek des levens. Noch de dood, noch de hel heeft die macht.
Het is een vast en almachtig besluit. De wil van God zal geschieden. Zijn uitverkorenen zullen worden gered, al zouden hemel en aarde zich daartegen verzetten. Zijn sterke hand zal hen leiden en bewaren. En u, die tot Hem roept, behoort tot dat volk. U zult eenmaal voor Zijn troon staan en Zijn aangezicht zien in eeuwige heerlijkheid, omdat u door Hem bent uitverkoren.
Nu nog een reden. Als u de Naam van de Heere aanroept, zult u gered worden, omdat u verlost bent. Christus heeft u gekocht en voor u betaald. Hij heeft het kostbaarste bloed van Zijn hart vergoten om uw losprijs te voldoen. Zijn hart werd als het ware doorboord om uw ziel te bevrijden van de toorn. U bent gekocht, al weet u het misschien nog niet. Maar het teken ervan is zichtbaar wanneer u Zijn Naam aanroept. Sinds die dag waarop Jezus Christus uitriep: “Het is volbracht,” heeft Hij verklaard dat Zijn welbehagen rust op hen die Hij met Zijn bloed heeft gekocht. En wie gekocht is, zal niet verloren gaan. Nog nooit is iemand die door Jezus met Zijn bloed is verlost, verloren gegaan.
Laat de hel razen zoveel zij wil, maar zij kan niet juichen over de ondergang van een verloste ziel. Verwerp daarom de gedachte dat iemand door Christus gekocht zou zijn en toch verloren zou gaan. Dat is een onhoudbare en onwaardige voorstelling. Wat Christus heeft gedaan, heeft Hij werkelijk gedaan. Als Hij verlost, dan is die verlossing volkomen. Wie door Hem verlost is, is werkelijk bevrijd van dood, hel en toorn.
Ik kan mij niet verenigen met het idee dat Christus in de plaats van een mens gestraft zou zijn en dat die mens daarna toch nog opnieuw gestraft zou worden. Als Hij werkelijk in de plaats van de zondaar heeft geleden, hoe zou diezelfde zondaar dan nogmaals gestraft kunnen worden? Daarom geldt dit: wanneer u de Naam van God aanroept, is dat een teken dat Christus uw losprijs is. Wees dan bemoedigd. Als Hij gestraft is, kan Gods rechtvaardigheid geen tweede straf eisen voor dezelfde schuld.
Kom, leg uw hand op de Verlosser en zeg: “Gezegende Jezus, U bent voor mij gestraft.” Dan hoeft u niet te vrezen voor Gods oordeel. Want als God zou slaan, dan zou dat door Zijn Zoon moeten zijn, maar Hij heeft Hem al geslagen. Hij zal niet opnieuw straffen voor dezelfde zonde. Heeft Christus uw veroordeling gedragen en volledig weggedragen, en zou u dan toch nog veroordeeld worden? Dat kan niet. Zou God onrechtvaardig zijn en het werk van de Verlosser vergeten? Zou Hij het bloed van Christus vergeefs laten vloeien? Dat is ondenkbaar. Daarom, broeders en zusters, als u Christus aanroept, als u bidt en gelooft, dan mag u zeker zijn van uw verlossing. Want u bent verlost, en wie verlost is, zal niet verloren gaan.
Zal ik u nog een reden noemen? Geloof deze waarheid, want zij moet wel waar zijn. U roept de Naam van God aan, en Christus heeft gezegd: “In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen.” Daar is ook een plaats voor u. Jezus Christus heeft al vóór de grondlegging van de wereld een woning en een kroon bereid voor allen die geloven. Denkt u werkelijk dat Hij een plaats zou voorbereiden zonder degene voor wie zij bestemd is daarheen te brengen? Zou Hij kronen maken en vervolgens de hoofden missen die ze moeten dragen? Dat is onmogelijk.
Richt uw blik op de hemel. Daar is een plaats die gevuld moet worden, en die voor u bestemd is. Daar is een kroon die gedragen moet worden, en die u zult dragen. Wees daarom bemoedigd. De voorbereiding van de hemel is niet vergeefs. God maakt plaats voor hen die geloven, en omdat Hij die plaats heeft bereid, zullen zij er ook komen. O, mocht er hier iemand zijn die deze belofte aangrijpt. Waar bent u? Staat u achter in de menigte, of zit u hier in de zaal of boven op de galerij? Voelt u uw zonden? Huilt u er in stilte om? Treurt u over uw ongerechtigheden? Neem dan deze belofte aan: “Ieder, ja ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal zalig worden.”
Zeg dit ook tegen uzelf. De duivel fluistert misschien dat het voor u geen zin heeft om te roepen, omdat u een dronkaard bent geweest. Antwoord hem met dit ene woord: ieder. Hij zal zeggen dat het voor u geen zin heeft, omdat u jarenlang niet naar het huis van God bent gegaan. Antwoord opnieuw: ieder. Hij zal u herinneren aan uw recente zonden en u beschuldigen. Maar zeg hem dat hij liegt, want er staat: ieder. Want al zouden alle zonden die mensen ooit hebben gedaan, in gedachten, woorden en daden, samenkomen op één enkel hoofd, dan nog zou het bloed van Christus voldoende zijn om voor al die schuld te verzoenen. Neem dit ter harte. Moge Gods Geest het in u werken: “Ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal zalig worden.”


