Een preek bedoeld om te worden voorgelezen op de zondag van 21 juni 1891, uitgesproken door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington.
Zij hebben in zwakheid kracht ontvangen. Hebr. 11:34
Degenen die uit zwakheid sterk zijn geworden, worden gerekend tot de geloofshelden en behoren zeker niet tot de geringsten onder hen. Gelovigen hebben de “kracht van het vuur geblust, zij zijn aan de scherpte van het zwaard ontkomen, zij hebben in zwakheid kracht ontvangen.” Wie kan zeggen welke van deze drie grote geloofsdaden de grootste is? Velen van ons zullen wellicht nooit de brandstapel hoeven trotseren of onze nek op het blok moeten leggen om te sterven zoals Paulus deed; maar als wij de genade ontvangen om uit zwakheid sterk gemaakt te worden, zullen wij niet ontbreken in de rij van de edelen van het geloof, en zal Gods Naam zeker in ons verheerlijkt worden.
Broeders, als gelovigen in de Heere Jezus zijn wij tot twee dingen geroepen: om te handelen en om te lijden ter wille van Zijn Naam. Sommige gelovigen zijn geroepen tot actieve dienst, terwijl anderen de opdracht hebben gekregen om op de muren de wacht te houden. Er zijn strijders op het slagveld en wachters die standvastig vol geduld blijven wachten.
Zowel in het handelen als in het lijden zullen wij, als wij oprecht en waakzaam zijn, spoedig onze eigen zwakheid ontdekken. “Zwakheid” is alles wat wij uit onszelf bezitten; wij komen “zwakheid” overal tegen. Wanneer wij voor de Heere moeten werken, worden wij al snel gedwongen uit te roepen: “Wie is in staat deze dingen te doen?” En wanneer wij geroepen zijn om voor Hem te lijden, blijkt onze zwakheid voor de meesten van ons nog groter te zijn: velen die onvermoeibaar kunnen werken, kunnen niet lijden zonder ongeduldig te worden. Mensen zijn zelden even bedreven in beide dingen: het doen en het verdragen. Geduld is een genade die zeldzamer en moeilijker te verkrijgen is dan activiteit en ijver. Het is een van de kostbaarste vruchten van de Geest en wordt zelden aangetroffen aan pas geplante bomen. Zo dringt het al snel tot ons door dat we juist zwak zijn op het gebied waar we het liefst sterk zouden willen zijn.
Het is onze wens om zowel te handelen als te lijden voor onze Heere, maar daarvoor hebben wij kracht van boven nodig, een kracht die ons alleen door het geloof ten deel kan vallen. Ik heb u dit prachtige elfde hoofdstuk van de Brief aan de Hebreeën voorgelezen, waarin de machtige geloofshelden worden beschreven. Zij volbrachten hun daden door een kracht die van nature niet in hen aanwezig was. Op eigen kracht waren zij niet sterk, noch om te handelen, noch om te lijden. Als dat het geval was geweest, zouden zij geen geloof in God nodig hebben gehad. Maar omdat zij mensen waren met dezelfde zwakheden en hartstochten als wij, moesten zij op de Heere vertrouwen – en dat is precies wat zij deden.
Zij waren net zo zwak als de zwaksten onder ons; maar door hun geloof grepen zij de hemelse kracht aan, totdat zij tot alles in staat waren. Er was niets binnen het rijk van het mogelijke – ja, nauwelijks iets binnen de grenzen van het onmogelijke – dat zij niet konden volbrengen. Zij verrichtten alles wat van hen werd gevraagd in dienst van God, en zij doorstonden de zwaarste beproevingen, uitsluitend door het geloof in God, die hun Helper werd.
U en ik voelen ons op dit moment misschien erg zwak, maar juist door die zwakheid kunnen wij sterk worden gemaakt. Wij hoeven niet te verlangen naar onze eigen kracht, want door het geloof kunnen wij alle kracht ontvangen die de Heere ons schenkt. Als wij geloof in God hebben, kunnen wij beschikken over alle kracht die nodig is voor de grootste en hoogste taken waartoe wij geroepen zijn.
Het is over deze eenvoudige maar uiterst praktische waarheid dat ik nu tot u wil spreken. We verlangen immers allemaal naar kracht. Medicijnen, zalven, voedingsmiddelen, baden en allerlei uitvindingen worden aangeprezen als middelen om onze lichamelijke kracht te vergroten. Maar juist omdat we geestelijk zo zwak zijn, zou het verlangen om geestelijk sterk te worden ons des te meer moeten aanspreken.
Laten wij daarom leren hoe anderen “door zwakheid sterk zijn geworden”, en laten wij hun voorbeeld volgen om hetzelfde voorrecht te ontvangen door hun geloof na te volgen. Ik zou u willen vragen op te merken dat geloof mensen sterk maakt voor een heilig leven, en bovendien dat geloof mensen sterk maakt om geduldig te lijden. We zullen nu ingaan op de punten die ik in mijn inleiding heb genoemd.
I. Om te beginnen: HET GELOOF MAAKT DE MENS STERK OM HEILIG TE HANDELEN. Werkelijk, al onze kracht komt voort uit het geloof in de driemaal heilige God.
De eerste plicht van een christen is God te gehoorzamen. Gehoorzaamheid is zwaar werk voor trots vlees en bloed; deze diepgewortelde rebellen zullen uit zichzelf nooit gehoorzamen. Van nature houden wij vast aan onze eigen wil en gaan wij graag onze eigen weg. Het druist tegen onze natuur in om ons zo volledig te onderwerpen als de wet van de Heere van ons verlangt. “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.” Wie van ons heeft dit werkelijk gedaan? Wie van ons kan dit doen, tenzij een kracht van buiten onszelf ons te hulp komt? Alleen het geloof grijpt de goddelijke kracht aan, en alleen door die kracht kunnen wij gehoorzamen. Daarom is geloof het wezenlijke fundament van heiligheid.
Mijn beste vriend, als u door goddelijke genade aan de levensreis begint met het vaste voornemen de weg te volgen die de Heere, uw God, op de kaart heeft uitgezet, zult u al snel ontdekken dat u een koers hebt gekozen waarop alleen de hand van de Heere u staande kan houden. De stroom gaat namelijk niet die kant op. Het zal niet lang duren voordat u merkt dat de wind recht tegen u in blaast en dat de juiste koers moeilijk vol te houden is.
Wat zult u dan doen zonder geloof? Wanneer plicht in strijd is met uw aard, hoe zult u dan volharden zonder geloof? Wanneer gehoorzaamheid het verlies van geld, comfort of prestige met zich meebrengt, wat zult u dan doen zonder geloof? Als u gelooft dat God de Beloner is van hen die Hem oprecht zoeken, zult u volharden – anders zult u dat niet doen. Stel dat het volgen van het juiste pad u blootstelt aan spot, dat mensen u een fanaticus noemen, u uitlachen als een huichelaar of u verachten als een dwaas – wat kunt u dan nog doen zonder geloof? Als u vertrouwt op de levende God, zult u doen wat juist is en het verlies of de schande dragen. Maar wanneer uw geloof wankelt, zal eigenliefde de overhand krijgen: bezorgdheid om uw reputatie, angst voor spot en de neiging om niet af te wijken van de massa zullen u verleiden om uw integriteit op te offeren en het gemakkelijke, aangename pad te kiezen.
Hoewel u het misschien vanzelfsprekend vindt om God in alles te gehoorzamen, zult u merken dat iemand zijn vastberadenheid moet tonen om op het rechte pad te blijven. En de enige manier om hierin te volharden is door geloof in God. Laat hem zeggen: “God gebiedt het, daarom moet ik het doen”, en hij zal sterk zijn. Laat hem geloven: “God gebiedt het, daarom zal Hij mij erdoorheen dragen”, en hij zal sterk zijn. Laat hem vasthouden aan de overtuiging: “God gebiedt het, en Hij zal mij belonen”, en hij zal sterk zijn.
Wij worden niet behouden door gehoorzaamheid, want gehoorzaamheid is de vrucht van de verlossing. Wij worden behouden door het geloof, omdat het geloof ons tot gehoorzaamheid leidt. Geloof is zwakheid die zich vastklampt aan kracht en daardoor zelf sterk wordt. Het geloof in God zorgde ervoor dat de verlamde bij de tempelpoort opstond, ging lopen, sprong en God loofde; en zo zorgt het geloof er ook voor dat onze door de zonde verlamde menselijkheid de wil van de Heer vreugdevol gehoorzaamt.
Vanuit een ander perspectief kunnen wij opmerken dat het geloof ons de kracht geeft om onze plaats en verantwoordelijkheid in het leven te vervullen. Wij staan immers niet alleen. Niemand leeft voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen; God heeft ons met anderen verbonden. Zo zijn wij óf tot zegen óf tot vloek voor de mensen om ons heen.
Wanneer wij in God geloven, zullen wij onze kinderen zegenen, net zoals Isaak en Jakob hun zonen zegenden. Geloof laat een erfenis van zegeningen na voor de volgende generatie. Wanneer u geloof in God hebt, kunt u ook een zegen zijn voor uw broeders terwijl u leeft, net zoals Jozef dat was; door geloof hebben vele gezinnen onderdak en voedsel ontvangen, terwijl zij anders van de honger zouden zijn omgekomen. Wanneer u geloof in God hebt, kunt u anderen uit de slavernij van de zonde leiden en hen door de woestijn van deze wereld begeleiden, net zoals Mozes de kinderen van Israël leidde; want geloof is een machtige gids.
Maar zonder geloof in God kunt u geen blijvend goed doen, noch voor uzelf, noch voor anderen. Spreek ik tot een vrouw met een goddeloze echtgenoot? Heb geloof in God met betrekking tot hem. Probeer zijn hart niet uit eigen kracht te veranderen. Als u probeert zijn bekering te bewerkstelligen zonder hemelse hulp, kunt u net zo goed proberen de leviathan met een haak te vangen.
Beste vader, heeft u kinderen die onhandelbaar, ongelovig of opstandig zijn? Weigeren uw zonen uw advies op te volgen? Zijn uw dochters lichtzinnig en oppervlakkig? Wendt u zich dan in gebed en geloof tot God. Iedereen die de verantwoordelijkheid voor een gezin draagt, weet hoe gemakkelijk een ouder, juist in zijn of haar pogingen om goed te doen, schade kan aanrichten. De ene ouder is te toegeeflijk, de andere te streng. Daarom zeg ik u: breng uw kinderen tot God – breng ze tot God! Daarin ligt uw kracht. De wijsheid en kracht om te doen wat juist is als hoofd van een gezin moet van boven komen; en die gave wordt alleen in de open hand van het geloof gelegd. Wanneer wij geloven voor ons hele gezin, zal de belofte aan ons en ons gezin in vervulling gaan, want die belofte is aan het geloof gegeven. Moge het geloof ieder van ons in staat stellen, net als David, ons gezin te zegenen.
Spreek ik tot een jongere die God vreest maar in een goddeloze omgeving leeft? Voelt u zich onzeker over hoe u zich moet gedragen? Wordt er van u dingen gevraagd die uw geweten bezwaren? Vraagt u zich af of u eerlijk kunt doen wat uw werkgever van u vraagt? Ik smeek u: vertrouw erop dat God u zal leiden, en heb vervolgens het geloof om Zijn leiding te volgen wanneer Hij die geeft.
Het begin van het leven is een gevaarlijke tijd, vooral wanneer een jongere het godvruchtige ouderlijk huis verlaat en terechtkomt in een omgeving waar de vreze Gods ontbreekt. Als hij standvastig blijft als gelovige en onwankelbaar in zijn toewijding aan God, zal hij uitgroeien tot een krachtig man, en zullen zijn latere jaren stralend en vruchtbaar zijn. Maar als hij begint toe te geven, als hij zijn overtuigingen aanpast aan de heersende trends in zijn omgeving, zal hij nooit een heilig karakter ontwikkelen.
We lezen dat de kinderen van Efraïm, hoewel ze gewapend en uitgerust waren met bogen, zich op de dag van de strijd terugtrokken. Daarom kon men in tijden van oorlog nooit op hen rekenen. Wie niet vanaf het begin standvastig is, creëert een verkeerd patroon voor zichzelf. Wat begint met schaamte, onzekerheid, aarzeling en compromissen, eindigt vaak in afvalligheid. Zo’n zwak geloof heeft geen kracht in het eigen leven en zal ook geen invloed op anderen uitoefenen.
Vader, moeder, echtgenoot, echtgenote, zuster, broeder, dienaar of meester – wat uw rol ook moge zijn – als u zich zwak voelt bij het vervullen van uw plicht, oefen dan geloof in God; en uit zwakheid zult u sterk worden gemaakt.
Er is nog een andere verheven en gezegende plicht – en tegelijkertijd een voorrecht – die onmisbaar is voor elke christen: het gebed. Kunt u bidden, mijn broeder? Wie werkelijk weet hoe hij moet bidden, kan hemel en aarde bewegen. Wie kan bidden, zet almachtige krachten in beweging. Zo iemand zal niets tekortkomen, want eeuwige rijkdom ligt binnen handbereik door het gebed: “Vraag, en het zal u gegeven worden.” Hij zal de weg niet kwijtraken, want hij zal geleid worden als antwoord op zijn gebeden. Hij zal een stem achter zich horen zeggen: “Dit is de weg; bewandel die.” Maar misschien zegt u: “O Heer, ik kan niet krachtig en zegevierend bidden.” Dan voelt u zich niet als Jakob, die worstelde en overwon. Misschien lijkt het alsof de pezen van uw kracht verzwakt zijn en uw knieën knikken. Laat mij u dan deze waarheid voorhouden: alleen door geloof kunt u uit deze zwakheid kracht putten.
Geloof in God, en u zult overwinnen in het gebed. Geloof Zijn beloften en pleit daarop. Geloof in Zijn Geest en bid in Zijn kracht. Geloof in Jezus Christus, die voor ons pleit; want door Hem mogen wij vrijmoedig naderen tot de troon van genade. Alleen het geloof kan zwakke knieën versterken. “U geschiede naar uw geloof.”
Bidden zonder geloof is niets meer dan een loutere formaliteit – ja, zelfs ijdelheid. Zwakheid in het gebed is een ziekte die aanleiding geeft tot vele andere geestelijke kwalen. Zoek daarom het geloof, opdat u een meester in de kunst van het gebed mag worden. Ik zou liever een meester in het gebed zijn dan alle academische titels ter wereld te bezitten. Wie weet hoe hij moet bidden, heeft zijn hand gelegd op een hefboom die het universum in beweging brengt.
Maar er bestaat geen waar gebed zonder geloof. Als u niet gelooft, wordt uw gebed misschien verhoord – meer kan ik daarover niet zeggen. Maar als u gelooft, wordt uw gebed zeker verhoord, want God wijst geen enkel gebed van geloof af. Zijn belofte niet nakomen wanneer er een beroep op wordt gedaan, zou betekenen dat Hij Zijn eigen woord verloochent en Zijn karakter verandert – en dat kan nooit gebeuren.
Heb daarom een vast vertrouwen: “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?“ Jezus zei: „Als u, die slecht bent, uw kinderen goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemel dan goede gaven geven aan hen die Hem vragen?“
Geloof in de kracht van het gebed, en u zult met geloof bidden. Sommigen denken weinig van het gebed – arme zielen, moge de Heere hun ogen openen! O mijn broeders, geloof ten volle in het gebed, en u zult ontdekken dat het het meest vruchtbare werk op aarde is. Wie in gebed met God omgaat, begint aan een onderneming waarvan de opbrengst kostbaarder is dan zilver of goud. Gebed maakt ons ‘rijk in God’, en dat is de hoogste rijkdom. Maar het moet een gebed van geloof zijn: ‘Laat hij in geloof bidden, zonder te twijfelen.’ Voelt u zich zwak en schuchter in deze heilige praktijk? Wees er dan zeker van dat u alleen door geloof uit die zwakheid sterk kunt worden gemaakt.
Sommigen onder u hebben wellicht het gevoel dat u de dingen waarover ik heb gesproken nog niet kunt bereiken, omdat u nog steeds moeite heeft om zelfs maar uw plaats in te nemen als dienaren en voorbidders van God. Juist voor zulke mensen is geloof de grote kracht die zij nodig hebben – vooral wanneer hun voornaamste strijd het overwinnen van de zonde is.
Toen God met velen van ons begon te werken, trof Hij ons diep ondergedompeld in de stroom van het kwaad. Misschien werden we meegesleurd door gewelddadige uitbarstingen die als woeste golven over ons heen sloegen. We moesten ons daaruit oprichten. Misschien waren we verzonken in de diepten van een slechte gewoonte – dronkenschap, gokken of een andere verslaving. Wat het ook was, het moest achtergelaten worden; we werden geroepen om er bovenuit te stijgen.
Sommigen zijn zeer diep in de zonde gezonken. Wanneer God met hen begint te werken, wacht hen een zware klim om zelfs maar het niveau van gewone zedelijkheid te bereiken; hoeveel zwaarder moet dan de strijd zijn om ware spiritualiteit en heiligheid te bereiken? Het is moeilijk voor iemand die diep is gezonken om weer omhoog te klimmen.
Stelt u zich iemand voor die is weggezakt in zwart, modderig water, duizend vadem diep, gevangen in donkere grotten waar nooit een straaltje licht doordringt. Wat een wonderbaarlijke kracht zou er nodig zijn om zo iemand naar het zonlicht te brengen! Toch vindt de Geest van God velen in vrijwel dezelfde geestelijke toestand. Wat een machtig werk is het dan om hen uit die vreselijke middernacht omhoog te trekken en hen de kracht te geven om uit dat pikzwarte water op te stijgen!
Ik heb menig ziel zien worstelen om naar boven te komen: eerst een beetje licht ontvangend, dan nog een beetje meer licht, en dan nog een beetje meer – maar nog steeds ver verwijderd van de donkere wateren van ongerechtigheid. Beste worstelaar, u zult de zonde nooit overwinnen, behalve door geloof in Jezus Christus. Vertrouw op Hem. Vertrouw op Zijn kostbare bloed – dat is de grote vernietiger van de zonde. Vertrouw erop dat Zijn doorboorde handen de macht van uw begeerten zullen breken. Vertrouw erop dat Zijn gewonde zijde het hart van uw slechte verlangens zal doorboren. Daarin ligt uw hoop: waar Jezus stierf, waar Jezus uit de dood opstond, en waar Jezus de heerlijkheid is binnengegaan.
U kunt zich voornemen een bepaalde zonde te overwinnen, en misschien lukt het u zelfs om deze een tijdlang in bedwang te houden; maar de zonde als macht – met al haar legers – zal nooit overwonnen worden, behalve door het bloed van het Lam. U zult deze enorme upasboom nooit kunnen omhakken, tenzij met de bijl van het verzoenende offer van Christus. Neem die bijl ter hand, en elke slag zal zijn doel raken; maar geen enkel ander wapen zal werkelijk helpen.
Wanneer God u sterkt, zult u uit zwakheid sterk worden gemaakt om de zonde te overwinnen, ook al wordt deze gesteund door de wereld, het vlees en de duivel. Hoe diep uw zonden ook in uw natuur geworteld zijn, u zult deze Kanaänieten verdrijven en uw hart bevrijden van hun heerschappij.
Ik heb vaak mensen ontmoet die, door Gods genade, tot het besef waren gekomen hoe verkeerd een bepaalde levenswijze was, en die vervolgens zeiden: „Ik weet niet hoe ik die gewoonte ooit zal kunnen afleren.“ Toch worden zij er vaak veel gemakkelijker van bevrijd dan zij zich hadden voorgesteld.
Ik herinner me iemand die buitengewoon grof was in zijn taalgebruik en voortdurend vloekte. Jarenlang had hij nauwelijks een zin uitgesproken zonder godslastering; en toch, vanaf het moment dat hij tot de Heere werd gebracht, gebruikte hij nooit meer een scheldwoord. Hij zei ook dat hij sindsdien nooit meer de verleiding had gevoeld om dat te doen. Het valt me op dat juist deze zonde van godslastering vaak een van de eerste is die sterft en uit iemands leven verdwijnt. Andere zonden sterven langzaam en hardnekkig, maar deze wordt vaak onmiddellijk overwonnen door oprecht berouw en geloof in Jezus Christus.
Sommige zonden klampen zich echter aan een mens vast als de legendarische tuniek van Hercules, die niet kon worden weggerukt omdat deze als het ware in zijn vlees en beenderen was ingebrand. Hoe lang blijft een geliefde zonde nog aan de deur kloppen nadat het hart haar al heeft verworpen! Net zoals een hond die uit het huis is verdreven keer op keer terugkeert naar zijn oude meester, zo keert ook een kwaadaardig verlangen terug naar de ziel die het nu verafschuwt.
Hoe zwak zijn wij in deze strijd! Hoe traag zijn wij om de rechterhand af te hakken en het rechteroog uit te rukken! Toch moet het gebeuren. En alleen het geloof kan dit bewerkstelligen, omdat het de hulp van de Almachtige aanroept. Vertrouw op Christus om door Zijn Geest te overwinnen wat Hij door Zijn dood heeft weggenomen. In Hem zullen wij hulp vinden, en door het geloof zullen wij uit zwakheid sterk worden gemaakt.
Ik zal nu de richting van mijn betoog veranderen en wijzen op iets anders dat bij de roeping van elke christen hoort: de verspreiding van het evangelie.
“Ja,” zou iemand kunnen zeggen, “ik besef dat het mijn plicht is om anderen te vertellen wat de Heere voor mij heeft gedaan; toch kan ik geen gewetensrust vinden omdat ik hierin zo tekortschiet. Onlangs probeerde ik een bemoedigend woord te spreken, maar ik vrees dat het mislukt is. Ik stamelde een beetje, vergat de helft van wat ik wilde zeggen en zei bovendien dingen die mijn boodschap juist verzwakten. Onlangs nam ik me voor een man te bezoeken en hem te vertellen dat ik een veranderd mens was geworden; maar toen ik bij hem kwam, sprak ik over van alles en nog wat, behalve dat. Ik durfde niet ter zake te komen.”
Velen zouden, als ze eerlijk waren, een soortgelijke bekentenis moeten afleggen. Veel oprechte kinderen van God lijken in eerste instantie bezeten te zijn door een stomme geest; en alleen de Heere Jezus kan die uitdrijven. Maar zijn wij niet vaak geneigd om het evangelie uit eigen kracht te willen verspreiden? En moeten we dan verbaasd zijn als we falen? Als we in geloof zouden beginnen – nederig wachtend op woorden van de Heere en vertrouwend op Zijn kracht – zouden we dan niet veel meer bereiken dan we nu doen?
Ik hoorde eens over een man die tot Christus was gebracht en voorheen een bijzonder grote zondaar was geweest. Hij was zo hard en koppig dat niemand het aandurfde om met hem over zijn ziel te spreken. Hij had zelfs een hekel aan elke verwijzing naar religie en reageerde op elke vermaning met grof taalgebruik. Maar een van zijn buren voelde zich gedwongen om ‘s morgens vroeg naar hem toe te gaan en te zeggen: “Vergeef mij alstublieft dat ik u zo vroeg stoor, maar ik heb de hele nacht wakker gelegen en aan u gedacht. Ik kan geen rust vinden voordat ik met u heb gesproken.”
De man antwoordde nors: “Waarom zou u aan mij denken? Uw gedachten hebben geen nut voor mij.” “O,” zei de ander, “het brak mijn hart bij de gedachte dat als u zou sterven, u zonder hoop zou sterven. Daarom moest ik komen.”
De ruwe man mopperde: “Bemoei u met uw eigen zaken.” “Maar dit is mijn zaak,” antwoordde de ander. “Ik geloof dat mijn hart zal breken als ik u niet gered zie worden.” Het enige antwoord was: “Ga weg. Kom hier niet met dat gepraat.” De broeder ging wenend naar huis; maar hij was niet de enige wiens hart geraakt was. De ruwe smid verliet zijn werkplaats en zei tegen zijn vrouw: “Meestal kan ik die religieuze mensen wel aan. Predikanten maken geen indruk op mij. Maar die buurman van ons is hier geweest, en hij zegt dat zijn hart zal breken als ik geen berouw toon – en dat was te veel voor mij.” Hij was overtuigd. Uit een mengeling van medelijden met zijn buurman en een diep innerlijk besef van zijn eigen toestand ging hij naar de prediking van het Woord luisteren, en zo werd hij tot Jezus geleid.
“Maar,” zegt iemand anders, “ik weet zeker dat ik zou falen als ik met mijn buren over Christus zou proberen te praten.” Vriend, daar ben ik niet bang voor – en dat zou u ook niet moeten zijn. Misschien bereikt u meer door uw zwakheid dan door al uw zelfvertrouwen. Breek gewoon het ijs en begin; dan zult u ontdekken dat de woorden van mijn tekst ook voor u waar zijn: uit zwakheid zult ook u sterk worden gemaakt. God heeft uw kracht niet nodig; Hij bezit zelf alle macht. Maar Hij wil uw zwakheid gebruiken, omdat die precies geschikt is om een instrument te zijn in Zijn machtige hand. Wilt u uw zwakheid niet aan Hem overgeven en Zijn kracht ontvangen? Laat mij hier tot een ambitieus hart spreken. Beste vriend, verlangt u ernaar iets groots voor God te doen?
Kent u het motto van de eerste zendelingen: “Onderneem grote dingen voor God”? Brandt dat verlangen in uw hart? Wilt u werkelijk van nut zijn? “Ja,” zegt iemand, “ik zou graag grote dingen voor God doen, maar ik ben zo zwak.” Probeer het dan door op God te vertrouwen. Want er staat geschreven dat mensen “in zwakheid kracht ontvangen”. Wanneer u zich ongeschikt voelt, werp uzelf dan op de oneindige kracht van God. Zolang u bereid bent om gebruikt te worden, zolang God u een last voor zielen en een geestelijke strijd voor anderen heeft gegeven, hoeft u niet te vrezen. U kunt in geloof aan de slag gaan, temidden van al uw zwakheid, want uw kracht zal voldoende zijn voor de dag. Heeft de Heere niet gezegd: “Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volmaakt”? En is dat woord niet waar?
Ik wil nog één toepassing van mijn tekst noemen – een toepassing die op duizend manieren kan worden toegepast: “zij hebben in zwakheid kracht ontvangen.“ U zult dit vooral ervaren wanneer u geroepen bent om te getuigen van Gods waarheid. Stel dat u de waarheid moet verdedigen te midden van mensen die twijfelen, niet geloven of er zelfs spot mee drijven. U kijkt rond naar degenen die het met u eens zouden moeten zijn, maar zij blijken lauw te zijn. U wendt zich tot oude vrienden, maar zij delen uw bezorgdheid niet. Sommigen zeggen dat u zich druk maakt om triviale zaken; anderen noemen u hard, bekrompen of intolerant.
Ik hoef die beschuldigingen nauwelijks te herhalen – ze zijn zo vaak geuit dat ik ze uit mijn hoofd ken. Mensen zeggen: “Die man is te laat geboren. Hij leeft achter de tijd. Hij vecht voor een achterhaalde leer. Hij past niet in een moderne wereld van vooruitgang.” Maar wat dan nog? Is er iets in zulke woorden dat u van streek maakt? Dat kan inderdaad gebeuren – tenzij het geloof sterk is. Want waar geloof aanwezig is, veranderen kogels in hagelstenen en stenen in zachte sponzen.
Wanneer mensen zo tegen u spreken, probeer uzelf dan niet wanhopig te verdedigen. Probeer niet te bewijzen dat u net zo wijs of bekwaam bent als uw tegenstanders, ook al zou dat wel eens waar kunnen zijn. Aanvaard in plaats daarvan nederig hun beschuldigingen van uw zwakheid en dwaasheid, en zeg tegen uzelf: “zij hebben in zwakheid kracht ontvangen.” Houd in geloof vast aan Gods Woord, en u zult sterk zijn.
God zal Zijn eigen waarheid verdedigen. Toch kan het Zijn manier zijn om dwaling een tijdlang te laten voortduren en zelfs te laten lijken alsof deze de overhand heeft. Maar als het om een eeuwige zaak gaat, kunt u geduldig wachten.
Stel dat wij in Egypte waren geweest toen de farao met zijn leger op pad ging om Israël te achtervolgen tot aan de Rode Zee. Als wij toen alle macht hadden gehad, zouden wij waarschijnlijk de strijdwagens van de farao onmiddellijk hebben tegengehouden, nog voordat zij Egypte verlieten. Wij zouden de wielen van de strijdwagens hebben verwijderd om de achtervolging onmogelijk te maken. Zo zouden wij hebben gehandeld.
Maar Jehova deed iets veel groters. Hij liet de Egyptenaren achtervolgen, inhalen en geloven dat ze hun prooi bijna te pakken hadden. Hij liet hen, in hun arrogantie, Israël diep de zee in jagen. Pas toen – en niet eerder – vernietigde Hij hen volledig, zodat Israël kon zingen: “Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Die overwinning bleek van onschatbare waarde voor Israël tijdens hun daaropvolgende tocht door de woestijn. Anders zouden de schuchtere Israëlieten voortdurend bang zijn gebleven dat de farao zou terugkeren om hen gevangen te nemen. Maar toen het Egyptische leger, met zijn machtige aanvoerders, in de golven was omgekomen, verdween alle angst voorgoed. De overwinning was volkomen.
Tegelijkertijd joeg die machtige strijd ook angst in de harten van hun toekomstige vijanden in Kanaän. Zo is het ook in de strijd tegen het kwaad. Wij zouden het liefst het kwaad onmiddellijk verslaan en het bij de eerste aanval op de vlucht jagen. Maar het kan Gods bedoeling zijn om het een tijdlang te laten voortduren, zodat het door zijn eigen hoogmoed uiteindelijk een punt bereikt waarop het des te beslissender wordt vernietigd en de Kerk nooit meer kan kwellen.
Onze taak is eenvoudig: in onze zwakheid voorwaarts te gaan zoals de Heere ons leidt. De dag van jubelende tamboerijnen en dansende voeten zal komen op Gods tijd. Dan zal Jehova verheerlijkt worden, wanneer zelfs de nederige maagden zullen zingen: “Zing voor de HEERE, want Hij is hoogverheven!” Wees daarom standvastig en onwankelbaar. Laat u niet ontmoedigen door de sluwheid, de intriges of het grote aantal vijanden. Gods tijd is de beste tijd. Hij weet beter dan wij wanneer Hij moet toeslaan om de overwinning volledig te maken. Uit zwakheid zullen wij sterk worden, als wij vasthouden aan het geloof dat eens en voor altijd aan de heiligen is overgeleverd. Ik dring er bij u allen op aan deze tekst persoonlijk toe te passen op elk werk van geloof en elke daad van liefde waartoe God u roept.
II. Welnu, geliefde vrienden, sta mij toe enkele woorden te wijden aan het andere bemoedigende feit, namelijk dat GELOOF DE MENS STERK MAAKT OM GEDULDIG TE LIJDEN. Het geduld van de hoop is een zeer belangrijk onderdeel van het christelijke leven, en het geloof vormt daar de kern van.
Velen zijn geroepen om in hun dagelijks leven zwaar te lijden. Helaas, wat een wereld van ellende bestaat er in deze grote stad, zelfs onder goede en welwillende mensen! Men zou Londen kunnen bestuderen tot men er duizelig van wordt. De armoede en het lijden van zelfs godvrezende mensen in Londen is een onderwerp dat bijna te zwaar is voor mensen met een gevoelig hart.
Laten wij de leden van het mystieke lichaam van Christus die in het vuur verkeren niet vergeten. Over onze Heere staat geschreven: “Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven.” Weinigen – misschien wel niemand – zijn zonder verdriet, en vele heiligen dragen een dubbele last van smart op hun pelgrimsreis. Terwijl u hier tussen uw broeders en zusters in Christus zit, lijkt u misschien opgewekt; maar misschien spreek ik tot mensen wier hele leven één lange strijd om het bestaan is geweest. Zeker, u zult dit niet kunnen doorstaan zonder een waar en levend geloof – en zonder een overvloed daarvan. U moet volharden “als ziende de Onzienlijke”. U moet uw vreugde in God vinden, anders zult u nergens ware vreugde vinden.
Aardse troost mag u dan ontzegd zijn; maar wanneer u leert het geestelijke en het eeuwige te begrijpen, zult u niet klagen. Als u alleen hoop had voor dit leven, zou u inderdaad de meest beklagenswaardige van alle mensen zijn; maar omdat uw hoop verder reikt dan dit tijdelijke bestaan, behoort u juist tot de gelukkigsten. Dan zal de woestijn zich over u verheugen, en zal de dorre plaats bloeien als een roos.
Bid voor mij dat ik een standvastig geloof moge bezitten, opdat ik kracht ontvang om het dagelijkse kruis te dragen. Wie gelooft, heeft eeuwig leven – en ook de vreugde die daarmee gepaard gaat. Vertrouw op uw God, op Zijn liefde en op Zijn zorg voor u; dan zult u zijn als de lelies die niet spinnen noch weven, maar toch gekleed gaan, of als de raven die geen voorraadkamers hebben, maar toch gevoed worden.
Aanschouw door het geloof de hemel die voor u is bereid, en wees ervan verzekerd dat u daar spoedig zult zijn, temidden van de engelen. Dan zult u kou, honger, naaktheid, schande en alle andere beproevingen kunnen verdragen. Uw geloof zal u sterk maken in uw zwakheid. Sommige gelovigen zijn geroepen om ernstige lichamelijke pijn te verdragen. Uit persoonlijke ervaring kan ik hen de kracht van het geloof in God aanbevelen in tijden van acute pijn. Wat een zoete steun is dat wanneer een zware operatie op de loer ligt! Hoe angstaanjagend lijken die chirurgische messen! Toch kende ik eens een patiënte – en ik ken haar nog steeds – die, nadat de arts zijn instrumenten had gebruikt, ervoor zorgde dat zijn instrumentenkoffer gevuld was met rozen. Alleen God kan de grimmige herinnering aan gevaar en lijden met zulke rozen omringen.
Hoe wonderbaarlijk is het om te ervaren dat, wanneer God ziekte naar uw huis zendt, Hij deze tegelijkertijd verandert in een wagen waarin zegeningen worden gebracht! Zoek geen troost in wijn of bedwelmende middelen in tijden van moedeloosheid. Vrees bovenal de bedwelmende beker, in welke vorm deze ook mag zijn. Zoek zelfs geen ultieme troost bij vrienden, want wat weten zij werkelijk van uw diepste verdriet? Er zijn oceanen van lijden die een mens geheel alleen moet doorkruisen. Er is geen ander schip aan de horizon te zien; overal ziet men slechts golf na golf. Maar juist dan is het uur gekomen om te vertrouwen op de grote Heer, Die zelfs de eenzame zeeën in de palm van Zijn hand houdt. Hij kent uw broze lichaam. Hij weet dat uw hart beeft. En Hij laat dat toe, opdat Zijn tederheid en kracht des te duidelijker zichtbaar mogen zijn in uw zwakheid. JEHOVAH-ROPHI is Zijn Naam: “De HEERE die u geneest.” Geef u aan Hem over, en u zult nog zingen van Zijn goedertierenheid en barmhartigheid.
Maar er zijn nog andere vormen van lijden naast dagelijkse zorgen en lichamelijke pijn. Misschien spreek ik tot mensen die vervolging ondergaan. Geen enkele wrede tiran kan tegenwoordig gelovigen omwille van Christus verbranden of gevangenzetten; maar het zaad van de slang weet nog steeds hoe het vijandschap moet tonen jegens het zaad van de vrouw. Beproevingen van wrede spot bestaan nog steeds. Er zijn talloze manieren waarop de zweep van de duivel de ruggen van Gods kinderen treft. Vervolging is nog steeds een realiteit, en velen vinden hun grootste vijanden binnen hun eigen huis. Ik zal geen verhalen vertellen over christelijke vrouwen met spottende echtgenoten, of over godvrezende jongeren die dagelijks minachting en vernedering moeten doorstaan; toch zijn er nog steeds huizen die ware plaatsen van martelaarschap zijn.
Geliefde lijdenden, moge de Heere u behoeden voor bitterheid en verharding van hart! Alleen door het geloof kunt u vervolging doorstaan en deze zelfs omzetten in een zegen voor anderen. Zoek geen uitweg door de waarheid los te laten; vraag de Heer veeleer om u standvastig te maken. Als het waar is dat de Heere nog steeds Zijn martelaren heeft, laat dan blijken dat zij net zo moedig zijn als zij ooit waren. Ik zie hen niet langer bijeen in het grote amfitheater, terwijl de keizer op zijn troon zit en de trotse burgers van Rome in dichte rijen toekijken. Ik zie niet langer de ijzeren poorten opengaan om de hongerige wilde beesten los te laten. Ik hoor niet langer het gejuich van de menigte wanneer christenen voor de leeuwen worden geworpen.
Dat alles behoort tot het verleden. Christus heeft Caesar en het heidense Rome overwonnen door Zijn lijdende heiligen, want uit zwakheid werden zij sterk gemaakt.
Toch is de vijandschap tegen God niet verdwenen. Zij heeft slechts een andere vorm aangenomen – minder openbaar, maar vaak des te venijniger. Tegenwoordig lijdt de gelovige vaak in stilte, zonder de bemoedigende blikken van medechristenen. Soms lijkt het alsof het gemakkelijker zou zijn geweest om in Efeze tegen wilde beesten te vechten dan de spot, bedreigingen en laster van goddeloze familieleden te verdragen. Mijn zuster, mijn broeder, vertrouw op God in uw verborgen verdriet! Roep tot Hem vanuit het diepst van uw ziel, en Hij zal u kracht geven om uw last te dragen – ja, om die kalm en geduldig te dragen. Misschien zult u zelfs degenen voor u winnen die u nu haten. Engelen zijn getuigen van uw verborgen martelaarschap, en Christus Zelf lijdt met u mee. Vrees daarom niet. Uit zwakheid zult u door het geloof sterk worden gemaakt.
Onder ons zijn er ook mensen die niet met vervolging te maken hebben, maar met de aanvallen van het ongeloof. Waarheden die eerdere generaties gelovigen zonder aarzeling aanvaardden, worden nu op veel plaatsen openlijk in twijfel getrokken. De een komt met sceptische wetenschap die hij van Huxley of Tyndall heeft overgenomen; de ander met kritiek van moderne theologen die, bewust of onbewust, instrumenten van het ongeloof zijn geworden; weer een ander met grove godslasteringen van openlijke vijanden van het christelijk geloof. En zij verwachten allemaal dat wij elk bezwaar onmiddellijk kunnen weerleggen.
Maar verwacht iemand werkelijk dat één enkel menselijk verstand elk mogelijk argument tegen de waarheid kan weerleggen? Ik geloof van niet. Probeer daarom niet elke slimme criticus te beantwoorden. En als u dat toch doet, bedenk dan dat het geloof uw belangrijkste wapen moet zijn.
Wanneer u uitsluitend vertrouwt op het houten zwaard van uw eigen redenering, kunt u gemakkelijk verslagen worden. Maar geloof God gewoon omdat Hij gesproken heeft. Zeg met vaste overtuiging: “Dit is Gods Boek. Dit is Zijn onfeilbare openbaring. Daarom geloof ik het, ondanks elk argument dat ertegen wordt aangevoerd. Laat God waar zijn en ieder mens een leugenaar.” Dat is een veilige rots om op te staan. Zodra u die verlaat, zult u merken hoe snel u begint te wankelen en wegzakt. Neem daarom als uw wapen “het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord”. Als dat u niet helpt, zal niets u helpen. Heb een diep, volledig en kinderlijk geloof in de openbaring van de Allerhoogste, en u zult sterk worden gemaakt in die geestelijke strijd waarin u op eigen kracht zo zwak bent.
Het kan zijn dat ik mij opnieuw richt tot mensen die bedroefd zijn en worstelen met neerslachtigheid. Sommigen van ons zijn van nature gevoelig voor zulke sombere stemmingen. Soms heb ik met enige jaloezie gekeken naar die rustige en evenwichtige mensen die nooit door grote vreugde worden meegesleept en daardoor zelden of nooit in wanhoop vervallen. “Door het koele, stille dal van het leven gaan zij kalm hun weg.” Gelukkige mensen! Toch moet ik bekennen dat, wanneer ikzelf als op arendsvleugelen omhooggevoerd word in vreugdevolle vervoering, ik dankbaar ben dat ik zulke hoogtepunten mag ervaren. Maar wie hoog kan opstijgen, loopt ook het gevaar diep te vallen. Wie kan vliegen, kan ook neerstorten.
Elia, die kort tevoren nog de profeten van Baäl had verslagen, vluchtte daarna de woestijn in uit angst voor Izebel. Zo kan het ook met ons zijn. Misschien bent u iemand die sterk wordt opgeheven en daarna weer diep wegzinkt; iemand die vatbaar is voor heftige vreugde, maar ook voor zware neerslachtigheid. Misschien bent u — om het beeldend te zeggen — geboren op een mistige dag en hebt u zoveel van die mist ingeademd dat zij sindsdien telkens weer uw geest verduistert. Als dat zo is, dan zult u alleen door het geloof sterk kunnen zijn.
Misschien bent u als een plant die zelden uitbundig bloeit met heldere bloemen, maar haar bloesems verborgen houdt. Wees daar niet ongerust over. Misschien bent u zelden opgewekt en kunt u uzelf nauwelijks vrolijk noemen. Dan is geloof het enige ware geneesmiddel tegen uw neerslachtigheid.
Prent uzelf deze waarheid in: “Of ik mij nu verheven voel of neergebogen ben, de Heere Jezus Christus blijft Dezelfde. Of ik nu zing of zucht, Zijn belofte blijft waar en de Beloftegever blijft trouw. Of ik nu op de top van de Tabor sta of mij bevind in het dal van Baca, het verbond staat vast en de eeuwige liefde verandert niet.”
Wees er zonder enige twijfel van verzekerd dat wie in de Heere Jezus gelooft, niet veroordeeld wordt. Vertrouw op Hem, ook wanneer u geen sprankje vreugde of glans van blijdschap kunt ontdekken. Wij zijn veilig omdat wij ons in de Vrijstad bevinden — niet omdat wij ons sterk, gezond of gelukkig voelen. Wanneer u in Christus Jezus blijft, zult u zelfs in uw zwakheid sterk worden gemaakt.
Het kan ook zijn dat sommigen van u geroepen zijn om innerlijk te lijden, niet vanwege persoonlijke zonde, maar ter wille van anderen. Enkele jaren geleden preekte ik over de woorden: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Terwijl ik sprak, ervoer ik op aangrijpende wijze iets van die verlatenheid in mijn eigen ziel. Ik verkeerde in diepe geestelijke duisternis en had het vreselijke gevoel dat God ver weg was, terwijl ik niet kon begrijpen waarom die zware schaduw over mij gekomen was.
Ik onderzocht mezelf ernstig om te zien of er verborgen zonde in mij leefde, maar ik kon niets ontdekken dat ik bewust toeliet. Toen ik na de dienst terugkeerde naar de consistorie, werd het geheim van mijn beproeving onthuld. Daar zat een oudere man, geheel verteerd door geestelijke duisternis. Hij zei tegen mij: “Ik heb nog nooit iemand ontmoet die begrijpt wat ik doormaak. Toch hoop ik dat er nog genade voor mij mogelijk is.” Ik ging naast hem zitten en sprak met hem. Later ontmoette ik hem opnieuw, en ik hoop dat ik hem, door het geloof, mocht helpen om van de rand van wanhoop terug te keren naar de vrede van Gods genade.
Maar ik vrees dat ik zijn toestand nooit werkelijk had kunnen begrijpen als ik niet zelf door die donkere diepte was gegaan. Toen begon ik te begrijpen waarom de Heere mij die verlatenheid had laten ervaren. Hij bracht mij op een plaats waar ik het hart van een ander kon leren kennen, zodat ik naast hem kon zitten in zijn donkere gevangenis en hem de hand kon reiken om eruit te komen.
Sindsdien heb ik, wanneer ik mij aan mijn Heere beschikbaar stel voor Zijn dienst, vaak gebeden: “Heere, maak mij bruikbaar voor de twijfelende, de moedeloze en de gebrokene van geest. Ik vraag niet om voortdurend comfort, vrede of blijdschap, als ik zonder die dingen beter tot zegen kan zijn voor Uw vermoeide kinderen. Plaats mij waar ik het meest kan bijdragen aan Uw werk door mee te lijden met Uw gekwelde volk. Als ik hen maar dichter bij de hemel mag brengen, tot lof van Uw genade, dan ben ik tevreden — of ik nu zelf vreugde ervaar of lijden moet dragen.”
Voor zo’n roeping heeft een mens geloof in God nodig. Hij moet ervan overtuigd zijn dat de beproevingen die hij in zijn dienstwerk ondergaat niet vergeefs zijn, maar een rijke vrucht zullen voortbrengen. Wanneer u geroepen bent om een leider, helper of een “moeder in Israël” te zijn, wees dan bereid moeilijkheden te verdragen in het vaste geloof dat alles ten goede zal meewerken. God zal u er niet alleen doorheen helpen, maar Hij zal ook anderen zegenen door middel van uw beproevingen.
Mijn tijd is om, hoewel ik nog veel meer zou kunnen zeggen. Ik kan alleen maar bidden dat de Heere u een levend geloof in Hem schenkt. Mocht ik nooit meer het voorrecht hebben om op deze aarde voor mijn Heere te spreken, dan zou ik dit getuigenis willen achterlaten als mijn laatste geloofsbelijdenis: niets anders dan geloof kan deze negentiende eeuw redden. Niets anders dan geloof kan het oude Engeland redden. Niets anders dan geloof kan de Kerk van vandaag herstellen, die zo vaak verzwakt is door ongeloof.
Alleen een vast geloof in de grote, eeuwenoude leerstellingen van de genade, en in de eeuwig levende en onveranderlijke God, kan de kerk opnieuw vullen met een machtige stroom van geestelijke kracht en haar tot een instrument maken waardoor de volken voor Christus worden gewonnen. En niets anders dan geloof in de Heere Jezus Christus kan u of mij redden. Moge de Heere u, mijn broeders en zusters, de genade schenken om ten volle te geloven, ter wille van Zijn Naam. Amen.


