Het doorstoken hart van Jezus

Een preek uitgesproken door C. H. Spurgeon in de Metropolitan Tabernacle te Newington (exacte datum niet overgeleverd; gepubliceerd op donderdag 12 april 1917).

Charles Haddon Spurgeon

De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was; Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit. En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt. Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden. En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben. Johannes 19:32-37

Wat een wonderlijke samenloop van profetie en voorzienigheid! Ik wil dat u deze met mij aanschouwt en bewondert. Twee Schriftgedeelten voorzeggen gebeurtenissen die eeuwen later samenkomen: het ene in Exodus, het andere in Zacharia. Tussen beide profetieën ligt een lange tijd. In Exodus lezen we dat geen been van het paaslam gebroken mocht worden; in Zacharia wordt voorzegd dat Hij doorstoken zou worden. Hoe zouden deze twee profetieën tot in de kleinste details in één en dezelfde gebeurtenis vervuld worden?

De ruwe Romeinse soldaat komt met de ijzeren staaf om de benen te breken van de drie gevangenen die gekruisigd zijn. Hij heeft bevel gekregen hun benen te breken. De goed gedrilde soldaat handelt bijna werktuiglijk en voert zijn bevelen uit. De Romeinse tucht was immers van de strengste soort. Zal de soldaat dan ook de benen van Jezus breken?

Nee! Door een vreemde aandrang gedreven, merkt hij dat een van de drie — Jezus, Die Christus genoemd wordt — al gestorven is.

Hoewel hem bevolen was Zijn benen te breken, laat hij het na. Maar hoogstwaarschijnlijk om zich er op dat punt volledig van te verzekeren, doorsteekt hij Zijn zijde met een speer!

Zo vervulde de eigenzinnigheid van de soldaat, die weifelde en toch baldadig handelde, beide profetieën, zonder dat hij zelf ook maar enig besef daarvan moet hebben gehad. En dat gebeurde ten eerste doordat hij niet deed wat hem bevolen was, en ten tweede doordat hij deed wat hem niet bevolen was!

O, hoe ondoorgrondelijk is het geheimenis van de voorzienigheid! Hoe wonderbaar regeert God de mensenkinderen, terwijl Hij hen aan hun eigen vrije wil overlaat! Handelde deze soldaat niet volkomen vrij, of hij nu de ingeving van zijn verstand volgde of de opwelling van zijn gemoed? Toch bevestigde hij onbewust door zijn eigenaardige gedrag de woorden van de profetie naar de letter. Hij deed dat zo precies en volledig alsof hij een marionet was geweest, aan draden bewogen door een andere geest en een andere hand dan de zijne.

Dit was geen toevallige omstandigheid of een eigenaardige samenloop. Het was voorzienigheid: een verheven voornemen van God dat door eenvoudige middelen werd uitgevoerd. Onregelmatigheden onder de mensen brengen de verordende plannen van de hemel niet in de war. Wat wij voor chaos houden, is een welgeordend stelsel dat ver boven onze verbeelding uitgaat en waarin wij tevergeefs proberen door te dringen.

Ik hoef u niet op te houden met bespiegelingen over het doorsteken van onze Zaligmaker met de speer. Er is, denk ik, zeer nuchter betoogd dat de lichamelijke oorzaak van de dood van onze Zaligmaker naar alle waarschijnlijkheid een gebroken hart was. Iemand die de anatomie van dit onderwerp had bestudeerd, schreef hierover een wetenschappelijke verhandeling. Hij had gevallen onderzocht die na de dood enige gelijkenis leken te vertonen met het geval van onze Zaligmaker. Hij heeft aangetoond dat de dood te herleiden was tot een hart dat door intense smart was gebroken, waarbij bij het doorsteken van het hart een beetje bloed en water uitvloeide.

Als wij dus een lichamelijke oorzaak mogen aanwijzen voor de dood van onze Heere, dan lijkt die zeer waarschijnlijk zo te zijn geweest. Het was zielesmart die in het eerste stadium in Gethsémané een bloedig zweet veroorzaakte en die in het laatste stadium Zijn hart deed scheuren. Niet dat ik geneigd ben enig belang te hechten aan zulke redeneringen of bespiegelingen. Wat mij betreft zie ik niet dat er enige overeenkomst is, of dat er overeenkomst gezocht moet worden, tussen het geval van de Zaligmaker en dat van een gewoon mens.

De ontleedkundige zou met een onderzoek geen raad weten! Het lichaam van een gewoon mens zou tekenen van ontbinding vertonen. Daarvan was Hij Die aan het kruis hing, vrijgesteld. Wanneer de dood komt en de levensvonk het menselijk lichaam verlaat, begint het proces van ontbinding spoedig. Maar onze Heere zag geen verderving! Zijn maagdelijke moeder werd bij Zijn ontvangenis door de Geest overschaduwd. Zijn geboorte werd voorzegd als dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden.

Heel Zijn leven op aarde rustte de Geest op een bijzondere wijze op Hem. En zelfs nadat Zijn ziel Zijn lichaam had verlaten, bewaarde de Geest dat lichaam, zodat de profetie vervuld werd: Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Daarom zoekt u tevergeefs naar een vergelijkbaar geval. Het verschil met alle gevallen die men zou kunnen vinden, is zo duidelijk dat u eigenlijk geen gegevens hebt om van uit te gaan. U hebt geen grondslag om te redeneren in een poging te beoordelen wat er in de anatomie van het heilige lichaam van onze gezegende Heere gebeurde.

In plaats van bespiegelingen te volgen die meer bij de geneesheer horen dan bij de godgeleerde, verlang ik dat de Geest van God ons leidt tot enkele geestelijke overdenkingen. Die komen voort uit het doorsteken van het hart van Jezus Christus door de speer van de soldaat. Eén opmerking ligt volgens mij aan de oppervlakte van het verhaal.

I. ZELFS NA DE DOOD VAN ONZE HEERE VIELEN MENSEN HEM RUW AAN.

Was het niet genoeg dat zij Zijn rug gegeseld hadden? Was het niet voldoende dat zij Hem een doornenkroon op het hoofd hadden gezet? Was het niet genoeg dat zij Zijn handen en voeten aan het kruis hadden genageld? En toch, nadat zij ervan overtuigd waren dat het leven aan de dood was prijsgegeven en het lichaam al gestorven was, kon niets de menselijke wreedheid bevredigen voordat Zijn hart met de lans was doorstoken!

Zeg nu: was deze man, die het hart van Christus doorstak, niet een getrouw, zij het verwerpelijk, voorbeeld van ons zondige geslacht? Was zijn harteloze daad geen beeld van onze koppige goddeloosheid? Ook wij hebben Hem na de dood van de Zaligmaker doorstoken! Zal ik u laten zien hoe? Deze misdaad komt zo vaak voor dat u haar bent gaan vergoelijken.

Zijn Godheid is Zijn heerlijkheid. Loochen Zijn Godheid, en u doet niet alleen afbreuk aan Zijn waardigheid, maar u maakt Hem ook ons vertrouwen onwaardig! Dat is de speer in Zijn eigen hart steken! Uw woorden zijn verraderlijk wanneer u zegt: „Hij is maar een Mens. Hij is een bewonderenswaardig Leraar, maar ik kan Hem alleen als een eindig schepsel beschouwen.”

O, hoeveel mensen gaan er onder ons rond die belijden lid te zijn van een protestantse kerk en in de Schrift te geloven! Toch willen zij niet erkennen dat de wonderen van Christus werkelijk hebben plaatsgevonden. Zij willen niet erkennen dat deze wonderen zijn gewerkt als tekenen van Zijn eigen persoonlijk gezag, dat de Vader daarvan getuigde en dat zij een duidelijk bewijs waren dat Hij de Zoon van God was. De Heere zij hun genadig die in dit opzicht onze dierbare Verlosser opnieuw doorsteken! Als iemand van ons aan deze zonde schuldig is geweest, moge hij dan bekeerd worden van zijn gevaarlijke dwaling. Moge hij ertoe gebracht worden Hem, zoals Thomas, te belijden: Mijn Heere en mijn God!

Ook zij doorsteken Hem die de leer die Hij onderwees en het getuigenis dat Hij aflegde, aanvallen. De waarheid van God was in het hart van Christus; zij stond daar geschreven. Wat Hij ook met Zijn lippen predikte, Hij heiligde het met Zijn leven. Zijn hart was een bron waaruit al die leerstukken voortkwamen die ons de Vader openbaren. Wanneer mensen een waarheid aanvallen die Christus ons geopenbaard heeft, doen zij in feite wat de soldaat werkelijk deed. Wat deze Romeinse soldaat letterlijk deed, doen zij geestelijk: zij steken naar Zijn hart!

Als u de woorden die Jezus sprak kleineert of de waarheid in twijfel trekt die Hij aan Zijn discipelen heeft getoond en in het Woord van God heeft geopenbaard, wat blijft er dan over van de zending waarin Hij de wil van God de Vader bekendmaakte? Om deze waarheid te verkondigen kwam Hij! Om van deze waarheid te getuigen stierf Hij! Hij heeft onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd. Als u aan die leerstukken komt, raakt u Zijn oogappel aan. Sterker nog, u doorsteekt opnieuw Zijn hart!

Hoe steken ook zij naar Zijn hart die Zijn volk vervolgen! En is Hij niet dikwijls zo verwond in al de eeuwen die voorbijgegaan zijn sinds Hij naar de rechterhand van de Vader is opgevaren? Saulus van Tarsen doorstak Zijn hart, want Jezus zei: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? De mannen en vrouwen werden naar de gevangenis gesleurd, in de synagoge gegeseld en gedwongen te lasteren. Hun lijden was schade die moedwillig en goddeloos aan Christus Zelf werd toegebracht!

En wat zullen wij zeggen van de martelaren? Heeft hun zuchten in de gevangenissen, hun kreten op de pijnbank, hun smarten op de brandstapel en hun zo wreed vergoten bloed niet allemaal het hart van de Zaligmaker geraakt? Zo is ook iedere ruwe spot en iedere gemene grap, ieder hard woord en iedere bittere hoon die tegen een volgeling van Christus wordt gericht, een smaad voor de dierbare Heere en Meester, omwille van Wie hij dit alles zachtmoedig verdraagt.

Maar aan de kant van hen „die hun tong scherpen als een zwaard”, is het gericht op het hart van Jezus. Op geen andere manier kunnen zij zich nu op Hem wreken. Want Hij kan voortaan niet meer lijden, behalve in Zijn medeleven met het lijden van Zijn heiligen!

En er is nog een andere groep mensen die Christus blijven doorsteken, ook al is Zijn lijden voorbij. Het zijn mensen die beweren Zijn discipelen te zijn, maar die liegen en een schandelijke huichelarij bedrijven! Zijn er zulke mensen hier aanwezig? Ik beef als ik die vraag stel. Zoals er vroeger valse apostelen waren, zo zijn er ook in deze dagen verwerpelijke afvalligen! Hun belijdenis is slechts het voorspel van hun trouweloosheid. Zij beloven plechtig Hem te gehoorzamen, maar net als Judas wachten zij slechts op een geschikte gelegenheid om Hem te verraden.

Zij zullen de Zaligmaker voor zilver verkopen, als de prijs maar hoog genoeg is, want hun beginselen zijn laag genoeg! Hun geweten zal er niet voor terugdeinzen de Heere opnieuw te kruisigen en openlijk te schande te maken. O, u onbestendige belijders! O, u goddeloze mannen en vrouwen! Hoe durft u aan de tafel van Zijn gemeenschap te komen? U hebt de naam dat u leeft, maar u bent dood! U kruisigt Hem! U doorsteekt Hem! De schuld van de Romeinse soldaat kleeft aan u!

Ik vrees dat er nog een andere groep is die Zijn hart doorsteekt. Daartoe behoren zij die weigeren te geloven dat Hij bereid is hun te vergeven. Wanneer iemand onder overtuiging van zonde is, kan het moeilijk zijn te geloven dat hij vergeving kan ontvangen. Maar wanneer de genade van onze Heere Jezus Christus ons wordt geopenbaard en wij Zijn oneindige neerbuigendheid zien, die Hem ertoe bracht voor ons te lijden, lijkt het ongelooflijk dat iemand nog aan Hem zou twijfelen!

Toch zijn er sommigen die hun ketenen aaneenrijgen, in wanhoop neerzitten en zeggen: „Hij wil niet vergeven.” Wat een onvriendelijke en onedelmoedige gedachte, dat Hij niet zou willen vergeven! Daarmee doorsteekt men Hem tot in het hart en raakt men Hem tot in het diepst! Ik weet dat sommigen van u het niet zo bedoelen. U schrikt nu u beseft wat u doet. Ik bid de Heere dat u nederig op Hem mag vertrouwen!

O, twijfel niet aan Hem, aan de Zoon van God, Die voor Zijn vijanden geleden heeft en Zijn leven heeft gegeven, zelfs voor de goddelozen! Wilt u Hem dan nog wantrouwen? Kunt u nog twijfelen aan het getuigenis dat God van Zijn Zoon heeft gegeven? Zou het niet veel beter zijn Hem te eren door u aan Zijn voeten te werpen? De engelen die dag en nacht onophoudelijk Zijn lof zingen, eren Hem niet meer dan u zult doen wanneer u, hoe zwart en bevlekt u ook bent, tot Hem komt en erop vertrouwt dat Hij u kan wassen en u witter kan maken dan sneeuw! O, doe dit en doorsteek Zijn hart niet meer!

Sommige mensen doorsteken het hart van Christus door hun onverschilligheid. Zij spelen met Hem en spotten zelfs met Hem, omdat zij Hem niet kennen. Zij hebben op geen enkele manier geprobeerd te onderzoeken welke aanspraak Hij op hun eerbied heeft. Zij kleineren de goddelijke trekken van Zijn bediening die zij nooit goed hebben begrepen. Zo doorsteken zij het hart van Christus uit onwetend vooroordeel!

Zij kennen het Evangelie niet. Alles wat zij erover gehoord of gelezen hebben, kwam uit de mond of de pen van een tegenstander of spotter. Zij namen diens gezindheid over en deden mee aan het lasteren ervan! Helaas zijn er ook sommigen die de Zaligmaker uit louter boosaardigheid belasteren. Hoewel zij beter weten, lasteren zij toch moedwillig Zijn Naam.

Houd op, o, houd op en doorsteek Hem niet meer, bid ik u! Anders zou Hij, Die zo lang zachtmoedig heeft verdragen als het Lam van God, Zich plotseling kunnen verheffen als de Leeuw uit de stam van Juda. Dan zou Hij u de verschrikking van Zijn macht laten voelen, u die de majesteit van Zijn liefde niet wilt voelen! Tot zover ons eerste punt. Zelfs na de dood van Jezus zijn er mensen die Hem nog steeds doorsteken. Onze tweede gedachte is er een die ik u met vreugde geef.

II. DEZE AANVALLEN OP DE ZALIGMAKER WORDEN ZO BESTUURD DAT ZIJ ZIJN GENADE DES TE BETER TONEN.

Zijn hart wordt doorstoken, dat is waar. Maar met welk gevolg, mijn broeders en zusters? Schiet er vuur uit? Rolt de donder van de toorn over het hoofd van de zondaar? Ach nee! Het is als de sandelboom, die de bijl die hem verwondt, welriekend maakt. Nauwelijks is de speer uit de wond getrokken, of er welt een bron van bloed en water op. De aanvallen die op Jezus Christus worden gedaan, tonen alleen maar Zijn deugden.

Let erop hoe dat gebeurt. Wanneer de waarheid van God wordt aangevallen en het Evangelie wordt bestormd, wat is dan het directe gevolg? Wel, dan gaan de heiligen de waarheid dieper onderzoeken, en zo leren zij haar beter begrijpen. Zij leren de argumenten kennen waarmee zij wordt gestaafd. Zij krijgen de waarheid van God inniger lief en houden er met steeds sterkere overtuiging aan vast, totdat zij zich gedrongen voelen zichzelf ervoor op te offeren!

Het hart van Christus werd door de speer geopend. Zo wordt ook het hart van de waarheid van God vaak geopend door de tegenstand die ertegen wordt ingebracht. Zij denken onze leer te weerleggen, maar zij versterken alleen ons geloof in haar waarheid! Waar zij denken te bewijzen dat wij dwazen zijn, helpen zij ons wijs te worden! Zij drijven ons naar de wortel van de zaak en bevestigen ons juist in de kostbare waarheid. De maartwind rukt de eik niet uit, maar doet hem vaster wortelen in zijn eigen grond. Zo zal het altijd gaan met de aanvallen op onze Heere en Meester! Wij zullen Hem beter begrijpen en steeds meer ontdekken van de Schriften die in Hem vervuld zijn!

Bovendien gebeurt het vaak dat het Evangelie met meer ijver wordt verkondigd en zich sneller verbreidt wanneer Christus door vervolging wordt tegengestaan. De heiligen die in de begintijd in Jeruzalem werden vervolgd, gingen overal het Woord van God verkondigen. Wat als ik zeg dat de speer van de vervolging als het ware het verzoenende bloed vrijer onder de mensenkinderen laat vloeien? Zij verspreidt het reinigende water van het offer van de Zaligmaker over een groter gebied en onder een grotere bevolking.

Zal ik de vervolgde kerk vergelijken met een onderdrukt volk? Zal ik u eraan herinneren dat het net als Israël in Egypte was: hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies? De speer liet het bloed en water uit het hart van Jezus vrij. Zo laat de speer van de vervolging het Evangelie vrij. Zij dwingt christenen die anders in roemloze gemakzucht zouden hebben gerust, om voorwaarts te gaan. Dan verspreiden zij met moeite het Evangelie van de zaligheid en vertellen zij verloren mensen van de genade van God!

Zo wordt ook — en laat niemand dit ten kwade uitleggen — zelfs de zonde van mensen die Christus verwonden, het middel waardoor Gods genade grootgemaakt wordt! Het is verwerpelijk om te zeggen: „Laat ons zondigen, opdat de genade te meer zij.” Toch is het een heerlijke waarheid van God dat waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest! Zo wordt ook de reinigende kracht van het bloed des te meer verheerlijkt door de zonde die dit wonderbare offer noodzakelijk maakte.

Misschien hadden wij de Zaligmaker nooit zo goed leren kennen als wij de zonde niet zo duidelijk hadden gezien in het leven van hen die vergeving ontvingen. Daarna werden zij gewassen, gereinigd en geheiligd door Zijn reinigende kracht. Juist de tegenstand die zich voordoet, wordt bestuurd tot Zijn overwinning! Hoe sterker Zijn vijanden zijn, hoe luider het overwinningsgejuich zal klinken wanneer Hij uit de strijd terugkeert!

En wanneer de kerk wordt aangevallen — wat een manier is om Christus te doorsteken — heeft zij daar, hoe zwaar de beproeving ook is, onmiddellijk enig voordeel van. Want de vervolging werkt als een grote wan die het kaf van de dorsvloer wegblaast, zodat alleen het zuivere graan wordt opgeslagen. Voor de kerk is zij als het vuur van de smelter: het schuim wordt afgescheiden. De ontrouwen die zich onder de getrouwen bevinden, vallen spoedig af. Maar het echte goud en zilver, de oprechte liefhebbers van Christus, worden door de beproeving gelouterd en gereinigd.

O gezegende Zaligmaker, zij doorsteken U, en dat mogen zij doen — maar U wordt geëerd! Want hun bittere smaad brengt Uw zoete deugd aan het licht. Zij mogen hun speren in Uw eigen hart stoten, maar U antwoordt met de kracht van Uw liefde en barmhartigheid en begroet hen met zaligheid. Zo overwint U hen die dachten U te overwinnen!

Leg deze twee dingen naast elkaar, broeders en zusters: de mens die de Zaligmaker blijft verwonden, en de genade van de Zaligmaker die daardoor des te overvloediger wordt geopenbaard! Maak dan de optelsom, als u kunt.

Een andere gedachte, die enigszins afwijkt van de vorige, kan ons helpen onze overdenking voort te zetten. Omdat de soldaat zijn speer in het hart van de Zaligmaker stak:

III. IS DE WEG NAAR DAT HART OPEN.

In feite was het altijd al open, want Hij heeft de mensenkinderen altijd liefgehad. Maar nu kunt u zien dat het open is! Het was geen kleine wond die door de lans werd veroorzaakt. We lezen immers dat Thomas zijn hand erin stak. Wat een gapende opening moet dat zijn geweest, waarin de apostel zijn handpalm kon leggen! Jezus zei: breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde.

Hij leeft nog steeds, zoals niemand van ons zou kunnen leven, met een toegang tot het hart die altijd open is! In Zijn eigen vlees getuigt Hij ons vandaag dat Zijn hart bereid is elke boodschap te ontvangen die Zijn kinderen willen zenden. En het is even bereid om te antwoorden met de liefde die daar haar bron heeft! Zie het open hart van Jezus! Het is geopend, opdat alle goddelijke genade die daarin is, vrij naar onwaardige zondaars mag vloeien.

Denk niet, zondaar, dat u de zijde van Jezus moet openen. Het bloed heeft vrij gevloeid. Zeg nu: wilt u komen en u daarin wassen? U hoeft niet om reiniging te smeken, alsof het een gave was die alleen door dringend aandringen moeizaam te verkrijgen is. Het vloeit, het vloeit nog steeds! Hij is bereid, even bereid als Hij machtig is, en even machtig als Hij bereid is, om u van uw schuld te reinigen! Wat er ook in het hart van Christus is, het vloeit allemaal naar buiten! De kostbare vloeistof wordt binnen bewaard, maar zij wordt vrijgelaten voor iedere behoeftige, dorstige ziel.

Zijn hart is open! Het is open, zodat de twijfelaar er nu zijn hand in kan steken. Waar bent u, Thomas? Vraagt u om iets moeilijks en zegt u: „Tenzij ik dit en dat zie, zal ik niet geloven”? O, bevende ziel, neergedrukt door uw zonden en uw zwakheid, ziet u Hem vandaag niet in heerlijkheid, met Zijn hart nog steeds voor u geopend? Steek uw hand in de wond en zeg: Mijn Heere en mijn God! Neem uw Zaligmaker zonder aarzeling of uitstel aan! Kom en vind rust in Hem. Zijn zijde is geopend, zodat uw hand Zijn hart kan bereiken.

Die zijde is open voor hen die Hem hebben doorstoken. Zij mogen naar binnen kijken om te zien wat zij gedaan hebben en daarover weeklagen. Maar zie hoe teder Zijn hart is en ga zonder vrees tot Hem. U hebt Hem doorstoken. Kijk naar Hem en treur erover dat u dat gedaan hebt. O, u zondaars, al hebt u uw Heere ter dood gebracht, Zijn hart staat voor u open! Hij nodigt u uit om te komen en Zijn barmhartigheid te ontvangen, die Hij voor u heeft weggelegd. O, kom, kom! Hij zal u nu aannemen.

Zijn hart staat open om mee te leven met de smarten en ellende, de gebeden en smeekbeden, de wensen en verlangens van al Zijn volk! U weet dat wij bij sommige mensen via hun oren en ogen bij hun hart moeten komen. Bij veel mensen van ons ongevoelige geslacht zijn deze doorgangen verstopt. U laat hun verdriet zien, maar zij zien het zonder ontroering. U kunt hun hart niet bereiken. Vertelt u hen een droevig verhaal van diepe nood, dan horen zij het onverschillig aan. Op de een of andere manier raakt het verhaal de weg kwijt in de doolhof van het oor. Het bereikt het hart niet.

Heel anders is het met uw Heere. Zijn hart is zo toegankelijk dat u niet hoeft te vrezen dat Hij u niet zal horen of geen acht zal slaan op uw zwakste roep! U zult ervaren dat u dichtbij Hem kunt komen, recht en rechtstreeks naar Hem toe. Langs een korte weg bereikt u meteen Zijn eigen ziel. Zeg dan niet dat niemand met u meeleeft! Jezus doet het! Hij kan niet nalaten medelijden te hebben, te troosten en op te beuren.

Zijn doorstoken hart leeft veel meer mee dan het teerste hart dat ooit vóór of na Hem heeft geleefd. Zijn liefde gaat de liefde van vrouwen te boven, hoe teder die ook is. Er is geen liefde als die van Hem met het open hart, de liefde van Jezus met het geopende hart, met de open zijde! Ik kan u niet onder woorden brengen wat ik in dit eenvoudige feit, in deze gezegende waarheid, zie. Ik wilde dat ik het kon. Maar het zou nog beter zijn als u hetzelfde kon zien.

O, ik kan nu tot Hem komen en mijn gebeden in Zijn zijde leggen! Ik kan komen en mijn verlangens in Zijn zijde leggen! O Jezus, „voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.” Ik heb maar vijf zintuigen. U hebt er een nieuw, een nieuwe weg naar Uw hart, zoals wij, arme stervelingen, die niet hebben. Ik en mijn broeders en zusters kunnen onoplettend zijn, maar U bent dat nooit. U bent Hij met het gewonde hart, voor altijd meelevend, voor altijd vol zachtmoedigheid!

Ik zou bij deze gedachte kunnen blijven stilstaan. Maar ik laat haar liever aan uw overdenking over, opdat ik haar niet verduister met woorden. Laten wij daarom eindigen met een laatste overdenking.

IV. EEN WOND IN DE ZIJDE VAN CHRISTUS OPENBAART HET HART VAN JEZUS IN ZIJN KOSTBAARHEID.

Die speer brak als het ware de albasten fles en liet de zoete geur ervan vrij. Wat was er dan in het hart van de Zaligmaker? Mensen dragen in hun hart wat hun het dierbaarst is. Een mens is in werkelijkheid wat hij is in het binnenste van zijn hart. Wat was de levensgedachte van onze gezegende Verlosser, de drijvende kracht achter Zijn levenswerk? Waarop waren bovenal de verlangens en genegenheden van Zijn hart gericht?

Ziet u niet dat er bloed en water uitvloeide toen Hij doorstoken werd? Dan moeten juist die twee dingen het dichtst bij het voornemen van Zijn hart hebben gelegen. Daarom zie ik in het hart van mijn Heere allereerst een vast voornemen om zondaars door Zijn bloed van hun schuld te reinigen. Het verzoenende offer is niet alleen het bloed van de handen van de Zaligmaker bij Zijn werk. Het is ook niet alleen het bloed van Zijn voeten op Zijn reis door het tranendal. Het was Zijn hartebloed, en dat spreekt van hartewerk. Het was het bloed van de verlossing, voor ons vergoten.

Hij had dat werk lief. Hij zei: hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij! En laat mij u zeggen: het is de vreugde van Christus om u van uw zonden te wassen! Deins niet terug omdat uw geweten u verontrust. Hij heeft een Fontein geopend tegen de onreinheid. Juist voor het huis van David heeft Hij haar geopend. Hij vindt er vreugde in uw schuld weg te nemen.

O stervend Lam, Uw dierbaar bloed
behoudt zijn volle kracht,
totdat heel Gods verloste stoet
van zonde is vrijgemaakt.

Het heeft zijn kracht niet verloren! Laat het dan voor mij pleiten! Laat het voor mij kostbaar zijn! Laat mij de machtige kracht ervan ervaren. Moge ik er vrijmoedigheid door ontvangen. Moge ik, evenals de apostel, zeggen: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is.

O, dat het bloed aan uw geweten wordt toegepast! Rust niet voordat u het vrede hoort spreken in heel uw wezen. Rust niet voordat u ziet dat de vloek is weggenomen en u de zekerheid hebt dat er nu geen verdoemenis is voor u, omdat u in Christus Jezus bent! Het is het hartenwerk van Christus om Zijn volk door Zijn bloed te verlossen. O, moge Hij nu in uw verlossing de vrucht zien van de arbeid van Zijn ziel!

Bovendien, geliefden, was er in het hart van Christus zowel het water als het bloed. Hij wilde dat Zijn volk niet alleen vergeving zou ontvangen, maar ook geheiligd zou worden. Hij wilde hen niet alleen verlossen van de schuld van de zonde, maar ook van haar macht! Ik geloof dat dit Christus zeer na aan het hart ligt. Hij wil Zijn Gemeente voorstellen zonder vlek of rimpel of iets dergelijks. Dat is Zijn voornemen en Zijn verlangen. Zijn Geest werkt aan dit doel. Christus wil niet toelaten dat er ook maar één vlek op de natuur van Zijn volk blijft rusten. Dat is zowel Zijn welbehagen als Zijn voornemen!

Hij heeft hun schuld weggedaan door de offerande van Zichzelf. Dat is volbracht. Toch blijft Hij van hen eisen dat zij zichzelf opofferen, opdat Hij hun kwade neigingen kan wegnemen. Die zijn de vrucht van de val van hun eerste vader. Mijn ziel, verheerlijk het doorstoken hart van Christus! Laat Hem in u het gevolg zien van het water dat uit Zijn hart vloeide!

Hij zegt: Zijt heilig, want Ik ben heilig. En opnieuw zegt Hij: Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is. Verloochen het vlees met zijn hartstochten en begeerlijkheden! Scheid u af van de zondaars! Neem geen deel aan de zonden van anderen! Wees, evenals Christus, heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaren. Dat kan alleen tot stand komen doordat de Geest de verzoenende dood van de Zaligmaker levend toepast.

Blijf aan de voet van het kruis. Leef onder de invloed van Zijn lijden. Bid dat u door Zijn doorstoken hart mag opstaan uit de vergankelijke, falende ijdelheid van deze wereld tot een nieuw leven! Met andere woorden: laten wij in berouw voor de Gekruisigde staan en treuren dat wij Hem doorstoken hebben. Maar laten wij staan in Zijn verzoening en ons verblijden dat Zijn doorsteking onze vergeving heeft verworven!

Laten wij zo onze weg gaan, met het vaste voornemen om Hem door Zijn hulp te verheerlijken in heiligen wandel en godzaligheid. Want: En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt. Moge u geloven, moge u allen geloven dat het getuigenis waar is! Als u gelooft, zult u leven hebben door Zijn Naam! Amen.

Preek nr. 3559· Gehouden te Newington, Londen, Metropolitan Tabernacle Pulpit deel 63. Oorspronkelijke titel: “The Pierced Heart Of Jesus”. Bron: Spurgeon’s Sermons, spurgeon.org.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content