Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 1

1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 InG1722 den beginneG746 wasG1510 het WoordG3056, enG2532 het WoordG3056 wasG1510 bijG4314 GodG2316, enG2532 het WoordG3056 wasG1510 GodG2316. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

KJV In1 the beginning2 was the Word,5 and6 the Word8 was with10 God,12 and13 the Word17 was God.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αρχη G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 3 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dit was in den beginne bij God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 DitG3778 wasG1510 in den beginneG746 bijG4314 GodG2316. Dit was in den beginne bij God.

KJV The same1 was in3 the beginning4 with5 God.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 αρχη G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 AlleG3956 dingen zijn doorG1223 Hetzelve gemaakt, enG2532 zonder Hetzelve is geen dingG1520 gemaakt, datG3739 gemaakt is. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

KJV All things1 were made4 by2 him;3 and5 without6 him7 was8 not9 any thing10 made12 that11 was made.

1 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 10 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 InG1722 HetzelveG846 was het LevenG2222, enG2532 het LevenG2222 wasG1510 het LichtG5457 der mensenG444. In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

KJV In1 him2 was life;3 and5 the life7 was the light10 of men.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 4 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 het LichtG5457 schijntG5316 inG1722 de duisternisG4653, enG2532 de duisternisG4653 heeft hetzelveG846 nietG3756 begrepenG2638. En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

KJV And1 the light3 shineth7 in4 darkness;6 and8 the darkness10 comprehended13 it11 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 7 φαινει G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 11 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 κατελαβεν G2638 gegrepen, aangrijpt, begrepen apprehend, attain, come upon, comprehend, find, obtain, perceive, (over-)take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Er wasG1096 een mensG444 van GodG2316 gezondenG649, wiens naamG3686 was JohannesG2491. Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes.

KJV There was1 a man2 sent3 from4 God,5 whose7 name6 was John.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 3 απεσταλμενος G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ιωαννης G2491 Johannes John
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DezeG3778 kwamG2064 totG1519 een getuigenisG3141, om vanG4012 het LichtG5457 te getuigenG3140, opdatG2443 zij allenG3956 doorG1223 hemG846 gelovenG4100 zouden. Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.

KJV The same1 came2 for3 a witness,4 to5 bear witness6 of7 the Light,9 that10 all11 men through13 him14 might believe.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 μαρτυρηση G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φωτος G5457 licht, Licht, lichts fire, light 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 πιστευσωσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 13 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij was het LichtG5457 nietG3756, maarG235 was gezonden, opdatG2443 hij vanG4012 het LichtG5457 getuigenG3140 zou. Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.

KJV He was not1 that3 Light,5 but6 was sent to7 bear witness8 of9 that Light.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 6 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 μαρτυρηση G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 φωτος G5457 licht, Licht, lichts fire, light
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Dit wasG1510 het waarachtigeG228 LichtG5457, HetwelkG3739 verlichtG5461 een iegelijkG3956 mensG444, komendeG2064 inG1519 de wereldG2889. Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.

KJV That was the true5 Light,3 which6 lighteth7 every man8 that cometh10 into12 the world.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αληθινον G228 waarachtig, waarachtige, ware true 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 φωτιζει G5461 verlicht, licht brengen, licht gebracht enlighten, illuminate, (bring to, give) light, make to see 8 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Hij was inG1722 de wereldG2889, enG2532 de wereldG2889 isG1510 door HemG846 gemaakt; enG2532 de wereldG2889 heeft HemG846 nietG3756 gekendG1097. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.

KJV He was in1 the world,3 and5 the world7 was made10 by8 him,9 and11 the world13 knew16 him14 not.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 4 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 8 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εγνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Hij is gekomenG2064 totG1519 het Zijne, enG2532 de Zijnen hebben HemG846 nietG3756 aangenomenG3880. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

KJV He came4 unto1 his own,3 and5 his own7 received10 him8 not.

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιδια G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 4 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιδιοι G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 παρελαβον G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 MaarG1161 zovelenG3745 HemG846 aangenomenG2983 hebben, dien heeft HijG846 machtG1849 gegevenG1325 kinderenG5043 GodsG2316 te wordenG1096, namelijk die inG1519 Zijn NaamG3686 gelovenG4100; Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

KJV But2 as many as1 received3 him,4 to them6 gave he5 power7 to become10 the sons8 of God,9 even to them that believe12 on13 his16 name:

1 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ελαβον G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 8 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πιστευουσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WelkeG3739 nietG3756 uitG1537 den bloedeG129, noch uitG1537 den wilG2307 des vlesesG4561, noch uitG1537 den wilG2307 des mansG435, maarG235 uitG1537 GodG2316 geborenG1080 zijn. Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

KJV Which1 were born,16 not2 of3 blood,4 nor5 of6 the will7 of the flesh,8 nor9 of10 the will11 of man,12 but13 of14 God.

1 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 αιματων G129 bloed, bloeds, bloede blood 5 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 θεληματος G2307 wil desire, pleasure, will 8 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 9 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 θεληματος G2307 wil desire, pleasure, will 12 ανδρος G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 13 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 εγεννηθησαν G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En het WoordG3056 is vleesG4561 gewordenG1096, en heeft onderG1722 ons gewoondG4637 (enG2532 wij hebben Zijn heerlijkheidG1391 aanschouwdG2300, een heerlijkheid alsG5613 des EniggeborenenG3439 van den VaderG3962), volG4134 van genadeG5485 enG2532 waarheidG225. En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.

KJV And1 the Word3 was made5 flesh,4 and6 dwelt7 among8 us, (and10 we beheld11 his14 glory,13 the glory15 as16 of the only begotten17 of18 the Father,)19 full20 of grace21 and22 truth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 4 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εσκηνωσεν G4637 wonen, gewoond, overschaduwen dwell 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ημιν G1473 mij, ik I, me 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εθεασαμεθα G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 μονογενους G3439 eniggeboren, eniggeborene, Eniggeborenen only (begotten, child) 18 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 19 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 20 πληρης G4134 vol, volle full 21 χαριτος G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 JohannesG2491 getuigtG3140 vanG4012 HemG846, enG2532 heeft geroepenG2896, zeggendeG3004: DezeG3778 was het, van WelkenG3739 ik zeideG2036: Die na mijG1473 komtG2064, isG1510 voor mijG1473 gewordenG1096, wantG3754 Hij was eerG4413 dan ikG1473. Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.

KJV John1 bare witness2 of3 him,4 and5 cried,6 saying,7 This8 was he of whom10 I spake, He that cometh15 after13 me is preferred18 before16 me: for19 he was before20 me.

1 ιωαννης G2491 Johannes John 2 μαρτυρει G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 κεκραγεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 17 μου G1473 mij, ik I, me 18 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 21 μου G1473 mij, ik I, me 22 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 uitG1537 Zijn volheidG4138 hebben wij allenG3956 ontvangenG2983, ookG2532 genadeG5485 voor genadeG5485. En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.

KJV And1 of2 his5 fulness4 have8 all7 we received, and9 grace10 for11 grace.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πληρωματος G4138 volheid, vervulling, aangenaaide lap which is put in to fill up, piece that filled up, fulfilling, full, fulness 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ημεις G1473 mij, ik I, me 7 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 ελαβομεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 11 αντι G473 in plaats van, voor, tegenover for, in the room of 12 χαριτος G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantG3754 de wetG3551 is doorG1223 MozesG3475 gegevenG1325, de genadeG5485 enG2532 de waarheidG225 is doorG1223 JezusG2424 ChristusG5547 gewordenG1096. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.

KJV For1 the law3 was given6 by4 Moses,5 but grace8 and9 truth11 came15 by12 Jesus13 Christ.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 μωσεως G3475 Mozes Moses 6 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 χαρις G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αληθεια G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 12 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 13 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 14 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 15 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 NiemandG3762 heeft ooitG4455 GodG2316 gezienG3708; de eniggeborenG3439 ZoonG5207, Die inG1519 den schootG2859 des VadersG3962 isG1510, Die heeft Hem ons verklaardG1834. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

KJV No man2 hath seen3 God1 at any time;4 the only begotten6 Son,7 which5 is in10 the bosom12 of the Father,14 he15 hath declared

1 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 2 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 3 εωρακεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 πωποτε G4455 ooit, nooit at any time, + never (…to any man), + yet, never man 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μονογενης G3439 eniggeboren, eniggeborene, Eniggeborenen only (begotten, child) 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κολπον G2859 schoot, inham bosom, creek 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 16 εξηγησατο G1834 verhaald, verhaalde, verhalen declare, tell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 ditG3778 isG1510 de getuigenisG3141 van JohannesG2491, toen de JodenG2453 enige priestersG2409 enG2532 LevietenG3019 afzondenG649 van JeruzalemG2414, opdatG2443 zij hemG846 zouden vragenG2065: WieG5101 zijtG1510 gijG4771? En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij?

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 this2 is the record5 of John,7 when8 the Jews11 sent9 priests14 and15 Levites16 from12 Jerusalem13 to17 ask18 him,19 Who21 art thou?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαρτυρια G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιωαννου G2491 Johannes John 8 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 9 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 ιεροσολυμων G2414 Jeruzalem Jerusalem 14 ιερεις G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 λευιτας G3019 Leviet, Levieten Levite 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 ερωτησωσιν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 21 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 22 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij beleedG3670 enG2532 loochendeG720 het nietG3756; enG2532 beleedG3670: IkG1473 benG1510 de ChristusG5547 nietG3756. En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet.

KJV And1 he confessed,2 and3 denied5 not;4 but6 confessed,7 I11 am10 not9 the Christ.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ωμολογησεν G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ωμολογησεν G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 zij vraagdenG2065 hemG846: WatG5101 danG3767? Zijt gij EliasG2243? EnG2532 hij zeideG3004: Ik ben die niet. Zijt gijG4771 de profeetG4396? EnG2532 hij antwoorddeG611: NeenG3756. En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.

KJV And1 they asked2 him,3 What4 then?5 Art thou8 Elias?6 And9 he saith,10 I am7 not.11 Art thou16 that prophet?14 And17 he answered,18 No.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρωτησαν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 7 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 15 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 19 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zij zeidenG2036 danG3767 tot hemG846: Wie zijtG1510 gij? opdatG2443 wij antwoordG612 geven mogenG1325 dengenen, die ons gezondenG3992 hebben; watG5101 zegtG3004 gij vanG4012 uzelven? Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?

KJV Then2 said they unto him,3 Who4 art thou? that6 we may give8 an answer7 to them that sent10 us. What12 sayest thou1 of14 thyself?

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 αποκρισιν G612 antwoord, antwoorden answer 8 δωμεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πεμψασιν G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 11 ημας G1473 mij, ik I, me 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 σεαυτου G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Hij zeideG5346: IkG1473 ben de stemG5456 des roependenG994 inG1722 de woestijnG2048: MaaktG2116 den wegG3598 des HeerenG2962 rechtG2116, gelijk JesajaG2268, de profeetG4396, gesprokenG2036 heeft. Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.

KJV He said,1 I2 am the voice3 of one crying4 in5 the wilderness,7 Make straight8 the way10 of the Lord,11 as12 said the prophet16 Esaias.

1 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 2 εγω G1473 mij, ik I, me 3 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 βοωντος G994 roependen, riep, roepende cry 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 8 ευθυνατε G2116 Maakt, recht, stuurders governor, make straight 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 11 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 12 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 ησαιας G2268 Jesaja Esaias 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En de afgezondenen waren uit de Farizeen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 de afgezondenenG649 warenG1510 uitG1537 de FarizeenG5330; En de afgezondenen waren uit de Farizeen;

KJV And1 they which2 were sent3 were of5 the Pharisees.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 απεσταλμενοι G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zij vraagdenG2065 hemG846 enG2532 sprakenG2036 tot hemG846: WaaromG5101 dooptG907 gij danG3767, zo gij de ChristusG5547 nietG3756 zijtG1510, noch EliasG2243, noch de profeetG4396? En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?

KJV And1 they asked2 him,3 and4 said unto him,6 Why7 baptizest thou9 then,8 if10 thou11 be not12 that Christ,15 nor16 Elias,17 neither18 that prophet?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρωτησαν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 9 βαπτιζεις G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 16 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 17 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 18 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 JohannesG2491 antwoorddeG611 hunG846, zeggendeG3004: IkG1473 doopG907 metG1722 waterG5204, maarG1161 Hij staatG2476 middenG3319 onder ulieden, DienG3739 gijG4771 nietG3756 kentG1492; Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;

KJV John4 answered1 them,2 saying,5 I6 baptize7 with8 water:9 but11 there standeth one13 among10 you, whom14 ye know17 not;

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιωαννης G2491 Johannes John 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 βαπτιζω G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 υδατι G5204 water, wateren, waters water 10 μεσος G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εστηκεν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 14 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DezelveG846 is het, DieG3739 na mijG1473 komtG2064, WelkeG3739 voor mijG1473 gewordenG1096 is, Wien ikG1473 nietG3756 waardigG514 ben, dat ik Zijn schoenriemG5266 zou ontbindenG3089. Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.

KJV He1 it is, who7 coming6 after4 me is preferred10 before8 me, whose11 shoe's22 latchet20 I5 am2 not13 worthy15 to16 unloose.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 5 μου G1473 mij, ik I, me 6 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εγω G1473 mij, ik I, me 13 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 λυσω G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ιμαντα G2438 riem, riemen latchet, thong 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υποδηματος G5266 schoenen, schoenriem shoe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 DezeG3778 dingen zijn geschiedG1096 inG1722 BethabaraG962, over de JordaanG2446, waar JohannesG2491 wasG1510 dopendeG907. Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.

KJV These things were done4 in2 Bethabara3 beyond5 Jordan,7 where8 John10 was baptizing.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 βηθαβαρα G962 Bethabara Bethabara 4 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan 8 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ιωαννης G2491 Johannes John 11 βαπτιζων G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Des anderen daagsG1887 zagG991 JohannesG2491 JezusG2424 totG4314 zich komendeG2064, enG2532 zeideG3004: ZieG2396 het LamG286 GodsG2316, Dat de zondeG266 der wereldG2889 wegneemtG142! Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

KJV The next day2 John5 seeth3 Jesus7 coming8 unto9 him,10 and11 saith,12 Behold the Lamb15 of God,17 which1 taketh away19 the sin21 of the world.

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 3 βλεπει G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιωαννης G2491 Johannes John 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αμνος G286 Lam, lam lamb 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αιρων G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 DezeG3778 is het, vanG4012 WelkenG3739 ik gezegdG2036 heb: Na mijG1473 komtG2064 een ManG435, Die voor mijG1473 gewordenG1096 isG1510, wantG3754 Hij was eerG4413 dan ikG1473. Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.

KJV This1 is he of3 whom4 I5 said, After7 me cometh9 a man10 which11 is preferred14 before12 me: for15 he was before16 me.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 17 μου G1473 mij, ik I, me 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En ik kendeG1492 Hem nietG3756; maarG235 opdatG2443 Hij aan IsraelG2474 zou geopenbaardG5319 worden, daarom ben ikG1473 gekomenG2064, dopendeG907 metG1722 het waterG5204. En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.

KJV And I1 knew3 him4 not:2 but5 that6 he should be made manifest7 to Israel,9 therefore10 am12 I13 come baptizing17 with14 water.

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ηδειν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 φανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υδατι G5204 water, wateren, waters water 17 βαπτιζων G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 JohannesG2491 getuigdeG3140, zeggendeG3004: Ik heb den GeestG4151 zienG2300 nederdalenG2597 uitG1537 den hemelG3772, gelijk een duifG4058, enG2532 bleefG3306 opG1909 HemG846. En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.

KJV And1 John3 bare record,2 saying,4 I saw6 the Spirit8 descending9 from12 heaven13 like10 a dove,11 and14 it abode15 upon16 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμαρτυρησεν G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 3 ιωαννης G2491 Johannes John 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 τεθεαμαι G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 9 καταβαινον G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 10 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 11 περιστεραν G4058 duiven, duif, duive dove, pigeon 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εμεινεν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 16 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En ik kendeG1492 Hem nietG3756; maarG235 Die mij gezondenG3992 heeft, om te dopenG907 metG1722 waterG5204, Die had mijG1473 gezegdG2036: Op WelkenG3739 gij den GeestG4151 zult zienG1492 nederdalenG2597, enG2532 op Hem blijven, DezeG3778 isG1510 het, Die metG1722 den HeiligenG40 GeestG4151 dooptG907. En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.

KJV And I1 knew3 him4 not:2 but5 he that sent7 me to baptize9 with10 water,11 the same12 said unto me, Upon15 whom16 thou shalt see the Spirit20 descending,21 and22 remaining23 on24 him,25 the same26 is he which baptizeth29 with30 the Holy32 Ghost.

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ηδειν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πεμψας G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 8 με G1473 mij, ik I, me 9 βαπτιζειν G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 υδατι G5204 water, wateren, waters water 12 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 13 μοι G1473 mij, ik I, me 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 18 ιδης G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 21 καταβαινον G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 μενον G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 24 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 27 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 βαπτιζων G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 30 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 31 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 32 αγιω G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En ik heb gezienG3708, en heb getuigdG3140, dat DezeG3778 de ZoonG5207 van GodG2316 isG1510. En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.

KJV And I1 saw,2 and3 bare record4 that5 this6 is the Son9 of God.

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 εωρακα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 μεμαρτυρηκα G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Des anderen daagsG1887 wederomG3825 stondG2476 JohannesG2491, enG2532 tweeG1417 uitG1537 zijn discipelenG3101. Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.

KJV Again3 the next day after2 John6 stood,4 and7 two12 of8 his11 disciples;

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιωαννης G2491 Johannes John 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG2532 ziendeG1689 op JezusG2424, daar wandelendeG4043, zeideG3004 hij: ZietG3708, het LamG286 GodsG2316! En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!

KJV And1 looking upon2 Jesus4 as he walked,5 he saith,6 Behold the Lamb9 of God!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 περιπατουντι G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αμνος G286 Lam, lam lamb 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En die tweeG1417 discipelenG3101 hoordenG191 hem dat sprekenG2980, enG2532 zij volgdenG190 JezusG2424. En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

KJV And1 the two5 disciples6 heard2 him3 speak,7 and8 they followed9 Jesus.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 6 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En JezusG2424 Zich omkerendeG4762, en ziendeG2300 henG846 volgenG190, zeideG3004 tot henG846: En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:

KJV Then2 Jesus4 turned,1 and5 saw6 them7 following,8 and saith9 unto them,10 What11 seek ye?12 They said unto him,16 Rabbi,17 (which18 is to say,15 being interpreted,20 Master,)21 where22 dwellest thou?

1 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 θεασαμενος G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ακολουθουντας G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 18 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 λεγεται G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 ερμηνευομενον G2059 overgezet interpret 21 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 22 που G4226 waar where, whither 23 μενεις G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk isG1510 te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woontG3306 Gij? Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?

Ook in dit vers MeesterG1320 overgezetG2059 zoektG2212 RabbiG4461 zeideG3004

KJV He saith1 unto them,2 Come3 and4 see. They came6 and7 saw where he dwelt,10 and11 abode14 with12 him13 that17 day:16 for19 it was about21 the tenth22 hour.

1 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 θεασαμενος G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ακολουθουντας G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 18 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 λεγεται G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 ερμηνευομενον G2059 overgezet interpret 21 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 22 που G4226 waar where, whither 23 μενεις G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het wasG1510 omtrent de tiende ure. Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.

Ook in dit vers woontG3306 tiendeG1182 KomtG2064 dagG2250 woondeG3306 ureG5610

KJV One7 of8 the two10 which3 heard12 John14 speak, and15 followed16 him,17 was Andrew,2 Simon5 Peter's6 brother.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ερχεσθε G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιδετε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 που G4225 ergens about, a certain place 10 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εμειναν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 εκεινην G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 22 δεκατη G1182 tiende tenth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Andreas, de broederG80 van SimonG4613 Petrus, wasG1510 een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, enG2532 HemG846 gevolgd waren. Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.

Ook in dit vers gevolgdG190 gehoordG191 AndreasG406 tweeG1417 uit/metG1537 JohannesG2491 PetrusG4074

KJV He2 first3 findeth1 his own7 brother5 Simon,8 and9 saith10 unto him,11 We have found12 the Messias,14 which15 is, being interpreted,17 the Christ.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 ανδρεας G406 Andreas Andrew 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 5 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 6 πετρου G4074 Petrus Peter, rock 7 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ακουσαντων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 14 ιωαννου G2491 Johannes John 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ακολουθησαντων G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Deze vond eerst zijnG1510 broeder SimonG4613, en zeideG2036 totG4314 hemG846: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelkG3739 is, overgezetG2059 zijnde, de ChristusG2424. Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.

Ook in dit vers broederG80 gevondenG2147 vondG2147 zeideG3004 overgezetG3177 MessiasG3323 eerstG4413 ChristusG5547

KJV And1 he brought2 him3 to4 Jesus.6 And8 when Jesus11 beheld7 him,9 he said, Thou13 art Simon15 the son17 of Jona:18 thou19 shalt be called20 Cephas,21 which22 is by interpretation,23 A stone.

1 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 2 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιδιον G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 8 σιμωνα G4613 Simon, Simons Simon 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ευρηκαμεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μεσσιαν G3323 Messias Messias 15 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 μεθερμηνευομενον G3177 overgezet (by) interpret(-ation) 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 hij leidde hem totG1519 JezusG2424. EnG2532 Jezus, hem aanziende, zeideG3004: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus. En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.

Ook in dit vers SimonG4613 leiddeG71 aanziendeG1689 JezusG2424 JonasG2495 genaamdG2564 CefasG2786 PetrusG4074 zoonG5207

KJV The day following2 Jesus5 would3 go forth6 into7 Galilee,9 and10 findeth11 Philip,12 and13 saith14 unto him,15 Follow16 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηγαγεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 19 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 20 κληθηση G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 21 κηφας G2786 Cefas Cephas 22 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 23 ερμηνευεται G2059 overgezet interpret 24 πετρος G4074 Petrus Peter, rock

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond FilippusG5376, en zeide tot hem: Volg Mij. Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.

Ook in dit vers VolgG190 GalileaG1056 heengaanG1831 daagsG1887 vondG2147 wildeG2309

KJV Now2 Philip4 was of5 Bethsaida,6 the city9 of7 Andrew10 and11 Peter.

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 3 ηθελησεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 εξελθειν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 12 φιλιππον G5376 Filippus, Filippi Philip 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 17 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 FilippusG5376 nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas enG2532 Petrus. Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.

Ook in dit vers AndreasG406 BethsaidaG966 uit/metG1537 PetrusG4074 stadG4172

KJV Philip2 findeth1 Nathanael,4 and5 saith6 unto him,7 We have found17 him, of whom8 Moses10 in11 the law,13 and14 the prophets,16 did write,9 Jesus18 of24 Nazareth,29 the son20 of Joseph.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φιλιππος G5376 Filippus, Filippi Philip 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 βηθσαιδα G966 Bethsaida Bethsaida 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πολεως G4172 stad, steden city 10 ανδρεου G406 Andreas Andrew 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πετρου G4074 Petrus Peter, rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 FilippusG5376 vond NathanaelG3482 enG2532 zeide tot hemG846: Wij hebben Dien gevonden, vanG1537 Welken Mozes in de wet geschreven heeft, enG2532 de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van NazarethG3478. Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.

Ook in dit vers geschrevenG1125 gevondenG2147 vondG2147 JezusG2424 JozefG2501 zeideG3004 MozesG3475 wetG3551 profetenG4396 zoonG5207

KJV And1 Nathanael4 said unto him,3 Can11 there any12 good thing13 come out of5 Nazareth?10 Philip17 saith2 unto him,16 Come18 and19 see.

1 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 2 φιλιππος G5376 Filippus, Filippi Philip 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ναθαναηλ G3482 Nathanael Nathanael 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εγραψεν G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 10 μωσης G3475 Mozes Moses 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 17 ευρηκαμεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 18 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 26 ναζαρετ 28 ναζαρεθ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 EnG2532 NathanaelG3482 zeideG3004 totG4314 hemG846: Kan uit Nazareth iets goeds zijnG1510? Filippus zeide tot hemG846: KomG2064 en zieG2396. En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.

Ook in dit vers NazarethG3478 goedsG18 KanG1410 zeideG3004 ietsG5100

KJV Jesus3 saw Nathanael5 coming6 to7 him,8 and9 saith10 of11 him,12 Behold an Israelite15 indeed,14 in16 whom17 is no19 guile!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ναθαναηλ G3482 Nathanael Nathanael 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 ναζαρετ 9 ναζαρεθ 11 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 13 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 14 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 φιλιππος G5376 Filippus, Filippi Philip 18 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 JezusG2424 zagG1492 NathanaelG3482 tot Zich komen, enG2532 zeide tot hemG846: ZieG3708, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog isG1510. Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.

Ook in dit vers KomG2064 waarlijkG230 bedrogG1388 IsraelietG2475 zeideG3004

KJV Nathanael3 saith1 unto him,2 Whence4 knowest thou6 me? Jesus9 answered7 and10 said unto him,12 Before13 that Philip16 called17 thee, when thou wast under19 the fig tree,21 I saw thee.

1 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ναθαναηλ G3482 Nathanael Nathanael 6 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 14 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 15 ισραηλιτης G2475 Israelietische, Israeliet, Israelieten Israelite 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 δολος G1388 bedrog, listigheid craft, deceit, guile, subtilty 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 NathanaelG3482 zeideG3004 tot HemG846: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoorddeG611 enG2532 zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u. Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.

Ook in dit vers JezusG2424 kentG1097 EerG4253 vijgeboomG4808 FilippusG5376 riepG5455

KJV Nathanael2 answered1 and3 saith4 unto him,5 Rabbi,6 thou7 art the Son10 of God;12 thou13 art the King16 of Israel.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ναθαναηλ G3482 Nathanael Nathanael 4 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 5 με G1473 mij, ik I, me 6 γινωσκεις G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 7 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 16 φιλιππον G5376 Filippus, Filippi Philip 17 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 18 οντα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 συκην G4808 vijgeboom fig tree 22 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 23 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Nathanael antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 Nathanael antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot HemG846: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels. Nathanael antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels.

Ook in dit vers KoningG935 GodsG2316 IsraelsG2474 RabbiG4461 ZoneG5207

KJV Jesus2 answered1 and3 said unto him,5 Because6 I said unto thee, I saw thee under11 the fig tree,13 believest thou?14 thou shalt see greater things than these.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ναθαναηλ G3482 Nathanael Nathanael 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 Jezus antwoordde enG2532 zeideG3004 tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zienG3700 dan deze. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze.

Ook in dit vers antwoorddeG611 JezusG2424 gelooftG4100 vijgeboomG4808

KJV And1 he saith2 unto him,3 Verily,4 verily,5 I say6 unto you, Hereafter9 ye shall see heaven12 open,13 and14 the angels16 of God18 ascending19 and20 descending21 upon22 the Son24 of man.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 11 υποκατω G5270 onder under 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συκης G4808 vijgeboom fig tree 14 πιστευεις G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 15 μειζω G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 16 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 οψει G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 En Hij zeide tot hem: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik ulieden: VanG575 nu aan zult gijG4771 den hemelG3772 zienG3708 geopendG455, enG2532 de engelenG32 GodsG2316 opklimmendeG305 enG2532 nederdalendeG2597 opG1909 den ZoonG5207 des mensenG444. En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 5 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 6 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 10 οψεσθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 ανεωγοτα G455 geopend, open, openen open 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 αναβαινοντας G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 καταβαινοντας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 22 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 1:1 1 Johannes 1:1 Johannes 17:5 Genesis 1:1 Johannes 1:14 Kolossenzen 1:17 Openbaring 19:13 Openbaring 22:13 Openbaring 1:8
Johannes 1:3 Kolossenzen 1:16 1 Korinthe 8:6 Johannes 1:10 Openbaring 4:11 Psalmen 33:6 Genesis 1:26 Genesis 1:1 Hebreeën 1:10
Johannes 1:4 Johannes 8:12 Johannes 11:25 Johannes 5:26 Johannes 14:6 Johannes 12:46 Efeze 5:14 Johannes 9:5 1 Johannes 1:5
Johannes 1:5 1 Korinthe 2:14 Johannes 3:19 Johannes 12:36 Romeinen 1:28 Job 24:13 Spreuken 1:22 Spreuken 1:29 Johannes 1:10
Johannes 1:6 Maleachi 3:1 Johannes 3:28 Johannes 1:33 Lukas 1:13 Jesaja 40:3 Lukas 1:61 Mattheüs 11:10 Handelingen 13:24
Johannes 1:7 Handelingen 19:4 Johannes 1:19 Johannes 5:33 Johannes 1:12 Johannes 3:26 2 Petrus 3:9 Johannes 1:36 1 Timotheüs 2:4
Johannes 1:8 Johannes 1:20 Handelingen 19:4 Johannes 3:28
Johannes 1:9 1 Johannes 2:8 Jesaja 49:6 Johannes 12:46 Johannes 1:4 Johannes 1:7 1 Thessalonicenzen 5:4 Johannes 14:6 1 Johannes 5:20
Johannes 1:10 Johannes 17:25 Hebreeën 11:3 1 Johannes 3:1 1 Korinthe 1:21 Handelingen 17:24 Hebreeën 1:2 Mattheüs 11:27 Johannes 1:18
Johannes 1:11 Jesaja 53:2 Johannes 3:32 Lukas 19:14 Lukas 20:13 Handelingen 7:51 Mattheüs 15:24 Handelingen 13:46 Galaten 4:4
Johannes 1:12 Galaten 3:26 1 Johannes 3:1 Romeinen 8:14 2 Korinthe 6:17 Kolossenzen 2:6 Jesaja 56:5 Mattheüs 10:40 Johannes 3:18
Johannes 1:13 Jakobus 1:18 1 Johannes 3:9 1 Petrus 1:23 1 Petrus 1:3 Titus 3:5 1 Johannes 5:4 1 Johannes 4:7 Johannes 3:3
Johannes 1:14 1 Timotheüs 3:16 Galaten 4:4 Johannes 1:1 1 Johannes 4:9 Jesaja 40:5 Filippenzen 2:6 Psalmen 2:7 Hebreeën 1:3
Johannes 1:15 Mattheüs 3:11 Kolossenzen 1:17 Johannes 1:1 Johannes 17:5 Johannes 3:26 Johannes 1:29 Micha 5:2 Johannes 8:58
Johannes 1:16 Kolossenzen 1:19 Romeinen 5:2 Efeze 4:7 Efeze 3:19 1 Korinthe 1:4 Efeze 1:23 Efeze 2:5 Efeze 1:6
Johannes 1:17 Johannes 8:32 Romeinen 3:19 Johannes 14:6 Romeinen 6:14 Romeinen 5:20 Hebreeën 9:22 2 Korinthe 3:7 Johannes 1:14
Johannes 1:18 Kolossenzen 1:15 1 Johannes 4:12 Johannes 6:46 1 Timotheüs 6:16 Mattheüs 11:27 1 Johannes 4:9 Johannes 1:14 1 Johannes 4:20
Johannes 1:19 Johannes 10:24 Handelingen 13:25 Mattheüs 21:23 Johannes 5:33 Lukas 3:15 Handelingen 19:4 Johannes 2:18 Johannes 5:10
Johannes 1:20 Markus 1:7 Johannes 3:28 Mattheüs 3:11 Lukas 3:15
Johannes 1:21 Mattheüs 11:14 Johannes 1:25 Mattheüs 16:14 Johannes 7:40 Deuteronomium 18:15 Mattheüs 11:9 Mattheüs 17:10 Lukas 1:17
Johannes 1:22 2 Samuël 24:13
Johannes 1:23 Mattheüs 3:3 Jesaja 40:3 Markus 1:3 Lukas 1:16 Lukas 1:76 Lukas 3:4 Johannes 3:28
Johannes 1:24 Lukas 16:14 Handelingen 26:5 Handelingen 23:8 Johannes 7:47 Mattheüs 23:13 Lukas 11:53 Lukas 11:39 Filippenzen 3:5
Johannes 1:25 Deuteronomium 18:18 Johannes 1:20 Mattheüs 21:23 Deuteronomium 18:15 Handelingen 5:28 Daniël 9:24 Handelingen 4:5
Johannes 1:26 Lukas 3:16 Johannes 1:10 Markus 1:8 Mattheüs 3:11 Handelingen 1:5 Johannes 8:19 Johannes 17:3 Johannes 16:3
Johannes 1:27 Johannes 1:30 Mattheüs 3:11 Johannes 1:15 Markus 1:7 Lukas 3:16 Handelingen 19:4
Johannes 1:28 Johannes 10:40 Johannes 3:23 Richteren 7:24 Johannes 3:26
Johannes 1:29 1 Petrus 1:19 Handelingen 8:32 1 Johannes 3:5 Jesaja 53:7 Openbaring 5:6 1 Johannes 2:2 Johannes 1:36 Openbaring 5:8
Johannes 1:30 Johannes 1:27 Johannes 1:15 Lukas 3:16
Johannes 1:31 Lukas 1:17 Handelingen 19:4 Maleachi 3:1 Johannes 1:33 Johannes 1:7 Jesaja 40:3 Lukas 3:3 Mattheüs 3:6
Johannes 1:32 Markus 1:10 Mattheüs 3:16 Lukas 3:22 Johannes 5:32 Johannes 1:7
Johannes 1:33 Mattheüs 3:11 Handelingen 1:5 Lukas 3:16 Markus 1:7 Handelingen 19:2 Titus 3:5 1 Korinthe 12:13 Handelingen 11:15
Johannes 1:34 Mattheüs 4:3 Johannes 1:49 Psalmen 89:26 Psalmen 2:7 Johannes 11:27 Johannes 5:23 Markus 1:11 Mattheüs 17:5
Johannes 1:35 Johannes 3:25 Maleachi 3:16
Johannes 1:36 Johannes 1:29 1 Petrus 1:19 Jesaja 65:1 Hebreeën 12:2 Jesaja 45:22
Johannes 1:37 Romeinen 10:17 Johannes 1:43 Openbaring 22:17 Johannes 4:39 Zacharia 8:21 Spreuken 15:23 Efeze 4:29
Johannes 1:38 Johannes 1:49 Johannes 6:25 Johannes 20:15 Johannes 18:4 Johannes 18:7 Johannes 3:2 Ruth 1:16 Mattheüs 23:7
Johannes 1:39 Lukas 24:29 Johannes 1:46 Mattheüs 11:28 Spreuken 8:17 Johannes 6:37 Johannes 4:40 Johannes 14:22 Handelingen 28:30
Johannes 1:40 Markus 1:16 Mattheüs 4:18 Lukas 5:2 Johannes 1:40 Mattheüs 10:2
Johannes 1:41 Johannes 4:25 Johannes 4:28 Johannes 1:45 Hebreeën 1:8 Daniël 9:25 Handelingen 13:32 Lukas 2:17 Lukas 2:38
Johannes 1:42 Johannes 21:15 1 Korinthe 3:22 1 Korinthe 1:12 Lukas 5:8 Galaten 2:9 1 Korinthe 9:5 Mattheüs 10:2 1 Korinthe 15:5
Johannes 1:43 Mattheüs 4:18 Johannes 14:8 Mattheüs 9:9 Johannes 6:7 Mattheüs 10:3 Johannes 6:5 Jesaja 65:1 Johannes 12:21
Johannes 1:44 Johannes 12:21 Mattheüs 11:21 Mattheüs 10:3 Lukas 9:10 Markus 8:22 Lukas 6:14 Johannes 14:8 Lukas 10:13
Johannes 1:45 Lukas 24:27 Deuteronomium 18:18 Johannes 21:2 Mattheüs 2:23 Lukas 24:44 Lukas 4:22 Lukas 3:23 Johannes 18:7
Johannes 1:46 Johannes 7:52 Johannes 7:41 Johannes 4:29 1 Thessalonicenzen 5:21 Lukas 12:57 Lukas 4:28
Johannes 1:47 Romeinen 9:6 Psalmen 32:2 Romeinen 9:4 Openbaring 14:5 Psalmen 73:1 Johannes 8:31 1 Petrus 2:22 Romeinen 2:28
Johannes 1:48 Johannes 2:25 Jesaja 65:24 Psalmen 139:1 Openbaring 2:18 Mattheüs 6:6 1 Korinthe 14:25 1 Korinthe 4:5 Genesis 32:24
Johannes 1:49 Mattheüs 2:2 Johannes 1:34 Mattheüs 27:42 Zacharia 9:9 Sefanja 3:15 Mattheüs 27:11 Mattheüs 21:5 Johannes 1:38
Johannes 1:50 Johannes 20:29 Johannes 11:40 Lukas 1:45 Lukas 7:9 Mattheüs 25:29 Mattheüs 13:12
Johannes 1:51 Genesis 28:12 Handelingen 7:56 Ezechiël 1:1 Lukas 3:21 Openbaring 19:11 Mattheüs 3:16 Handelingen 10:11 Markus 14:62
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 1 vers 1

beginne was Namelijk der schepping van alle dingen, zie Gen. 1:1 , en dienvolgens van eeuwigheid; alzo voor de schepping anders niet was dan de eeuwigheid, Joh. 17:5 ; Ef. 1:4 .

Hertaald: beginne was Namelijk van de schepping van alle dingen, zie Gen. 1:1, en dus van eeuwigheid; want vóór de schepping was er niets dan de eeuwigheid, Joh. 17:5; Ef. 1:4.

het Woord, en Grieks ho logos; dat is, het woord, of het zelfstandig woord en de rede; gelijk ook het woordje rede bij ons zo de inwendige rede, of het verstand des mensen, als het uitwendige woord, waarmede de inwendige rede aan anderen verklaard wordt, betekent. Aldus wordt Christus de Zoon Gods genaamd van Johannes, niet alleen hier, maar ook elders, 1 Joh. 1:1 , 1 Joh. 5:7 ; Openb. 19:13 ; zo omdat Hij is de wijsheid des Vaders en het uitgedrukte beeld zijns persoons, Spr. 8:1 , Spr. 8:12 , Spr. 8:24 ; Kol. 1:15 ; Hebr. 1:3 , alsook omdat de Vader door Hem Zijn verborgen raad van onze zaligheid den mensen, zo in het Oude als in het Nieuwe Testament, heeft geopenbaard, vs.18; Hebr. 1:1 .

Hertaald: het Woord, en Grieks: ho logos; dat is: het woord, of het zelfstandige Woord en de Rede. Zoals ook het woordje rede bij ons zowel de innerlijke rede of het verstand van de mens betekent als het uiterlijke woord waarmee die innerlijke rede aan anderen bekendgemaakt wordt. Zo wordt Christus, de Zoon van God, door Johannes genoemd, niet alleen hier maar ook elders (1 Joh. 1:1, 1 Joh. 5:7; Openb. 19:13). Dat is enerzijds omdat Hij de wijsheid van de Vader is en het uitgedrukte beeld van Zijn persoon (Spr. 8:1, Spr. 8:12, Spr. 8:24; Kol. 1:15; Hebr. 1:3), en anderzijds omdat de Vader door Hem Zijn verborgen raad over onze zaligheid aan de mensen geopenbaard heeft, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, vers 18; Hebr. 1:1.

bij God, Namelijk den Vader, als een onderscheiden persoon van den Vader. Zie vs.18.

Hertaald: bij God, Namelijk de Vader, als een van de Vader onderscheiden persoon. Zie vers 18.

was God Dat is, was des enigen en eeuwigen goddelijken wezens deelachtig, met den Vader en den Heiligen Geest; Joh. 10:30 ; 1 Joh. 5:7 .

Hertaald: was God Dat is: had deel aan het enige en eeuwige goddelijke wezen, samen met de Vader en de Heilige Geest; Joh. 10:30; 1 Joh. 5:7.

Johannes 1 vers 3

gemaakt, en Grieks geworden; dat is geschapen.

Hertaald: gemaakt, en Grieks: geworden; dat is: geschapen.

zonder Hetzelve Want de Vader heeft met en door den Zoon de wereld geschapen; Joh. 5:18-19 .

Hertaald: zonder Hetzelve Want de Vader heeft met en door de Zoon de wereld geschapen; Joh. 5:18-19.

geen ding gemaakt, Grieks ook niet een ding.

Hertaald: geen ding gemaakt, Grieks: ook niet één ding.

Johannes 1 vers 4

Hetzelve was Namelijk woord.

Hertaald: Hetzelve was Namelijk het Woord.

het Leven, en Dat is, de oorsprong en fontein des levens, gelijk Ps. 36:10 ; Hand. 17:28 .

Hertaald: het Leven, en Dat is: de oorsprong en bron van het leven, zoals Ps. 36:10; Hand. 17:28.

het Leven was Dat is, het Woord, hetwelk de bewerker des levens is.

Hertaald: het Leven was Dat is: het Woord, Dat de bewerker van het leven is.

het Licht der mensen Dat is, de auteur en oorsprong van het licht, namelijk van het vernuft en verstand, met hetwelk de mens in de schepping begaafd was.

Hertaald: het Licht der mensen Dat is: de bewerker en oorsprong van het licht, namelijk van het verstand en de rede waarmee de mens bij de schepping begiftigd was.

Johannes 1 vers 5

het Licht Dat is, datzelfde Woord, hetwelk de mensen verlicht.

Hertaald: het Licht Dat is: datzelfde Woord, Dat de mensen verlicht.

schijnt Dat is, verlicht het verstand des mensen met enige kennis van Gods natuur en dienst, die na den val in den mens nog overgebleven is. Zie hiervan breder Rom. 1:19-20 .

Hertaald: schijnt Dat is: verlicht het verstand van de mens met enige kennis van Gods natuur en dienst, die na de val in de mens nog overgebleven is. Zie hierover uitvoeriger Rom. 1:19-20.

in de duisternis, Dat is, in het verstand des mensen door den val en de zonde verduisterd; Hand. 26:18 .

Hertaald: in de duisternis, Dat is: in het verstand van de mens, dat door de val en de zonde verduisterd is; Hand. 26:18.

de duisternis heeft Dat is, de verdorven mensen hebben dat licht, hetwelk in hen overgebleven was, niet gebruikt om den Zoon Gods, den auteur van dit licht, recht te kennen, dienen en eren; Rom. 1:21-22 ; 1 Kor. 1:21 .

Hertaald: de duisternis heeft Dat is: de verdorven mensen hebben dat licht dat in hen overgebleven was niet gebruikt om de Zoon van God, de bewerker van dit licht, naar behoren te kennen, te dienen en te eren; Rom. 1:21-22; 1 Kor. 1:21.

Johannes 1 vers 6

van God gezonden, Van deze zending zie Luc. 3:2 .

Hertaald: van God gezonden, Zie over deze zending Luk. 3:2.

naam was Johannes Zie van dezen naam Luc. 1:13 , Luc. 1:63 .

Hertaald: naam was Johannes Zie over deze naam Luk. 1:13, Luk. 1:63.

Johannes 1 vers 7

het Licht te Dat is, van dat eeuwige Woord, waardoor de mensen ook ter zaligheid verlicht worden.

Hertaald: het Licht te Dat is: van dat eeuwige Woord, waardoor de mensen ook tot zaligheid verlicht worden.

door hem geloven Namelijk Johannes, gelijk 1 Kor. 3:5 .

Hertaald: door hem geloven Namelijk door Johannes, zoals 1 Kor. 3:5.

Johannes 1 vers 9

verlicht Namelijk met rede en verstand.

Hertaald: verlicht Namelijk met rede en verstand.

een iegelijk mens, Grieks alle.

Hertaald: een iegelijk mens, Grieks: alle.

komende in Namelijk door de natuurlijke geboorte, gelijk Joh. 18:37 .

Hertaald: komende in Namelijk door de natuurlijke geboorte, zoals Joh. 18:37.

Johannes 1 vers 10

in de wereld, en Namelijk als een onderhouder en regeerder van alles.

Hertaald: in de wereld, en Namelijk als Onderhouder en Bestuurder van alles.

gemaakt; en Grieks geworden.

Hertaald: gemaakt; en Grieks: geworden.

wereld heeft Hem Dat is, de onwedergeboren mensen door hun natuurlijke wijsheid; noch gelijk ter zaligheid nodig was, 1 Kor. 1:21 .

Hertaald: wereld heeft Hem Dat is: de onwedergeboren mensen, door hun natuurlijke wijsheid; althans niet zoals tot zaligheid nodig was, 1 Kor. 1:21.

Johannes 1 vers 11

het Zijne, en Of, in Zijn eigen; namelijk land, of volk, dat is, tot het Israëlietische volk, uit hetwelk Hij Zijn menselijke natuur heeft aangenomen, Rom. 9:5 , en hetwelk Hij tot Zijn eigendom had verkoren, en tot hetwelk Hij bijzonder gekomen is, niet alleen na Zijne menschwording door de predikatie des Evangelies, maar ook vóór Zijne menschwording door velerlei verschijningen, openbaringen en verlossingen, Deut. 7:6 ; Ps. 147:19-20 .

Hertaald: het Zijne, en Of: in Zijn eigen land of volk; dat is: tot het Israëlitische volk, waaruit Hij Zijn menselijke natuur heeft aangenomen (Rom. 9:5) en dat Hij tot Zijn eigendom had verkoren. Tot dat volk is Hij in het bijzonder gekomen, niet alleen na Zijn menswording door de prediking van het Evangelie, maar ook vóór Zijn menswording door allerlei verschijningen, openbaringen en verlossingen; Deut. 7:6; Ps. 147:19-20.

de Zijnen hebben Dat is, het merendeel van die Israëlieten, die tot het uitwendig verbond behoorden, en daarom de Zijnen hier genaamd worden.

Hertaald: de Zijnen hebben Dat is: het merendeel van de Israëlieten die tot het uiterlijke verbond behoorden en daarom hier de Zijnen genoemd worden.

aangenomen Namelijk door een waar geloof.

Hertaald: aangenomen Namelijk door een waar geloof.

Johannes 1 vers 12

macht gegeven Of, recht en waardigheid.

Hertaald: macht gegeven Of: recht en waardigheid.

kinderen Gods Of, dat zij kinderen Gods geworden zijn.

Hertaald: kinderen Gods Of: dat zij kinderen van God geworden zijn.

Johannes 1 vers 13

bloede, noch Grieks bloeden. Hebreeuws. Dat is, natuurlijker en vleselijkerwijze, op welke natuurlijke geboorte en afkomst de Joden zich zeer beroemden en verlieten, Joh. 8:39 ; Rom. 9:7-8 .

Hertaald: bloede, noch Grieks: bloeden — een Hebreeuwse uitdrukking. Dat is: op natuurlijke en vleselijke wijze. Op die natuurlijke geboorte en afkomst beroemden de Joden zich zeer, en daarop vertrouwden zij; Joh. 8:39; Rom. 9:7-8.

uit God geboren Dat is, die door den Geest en het Woord Gods wedergeboren en vernieuwd zijn, Joh. 3:5 ; 1 Petr. 1:23 .

Hertaald: uit God geboren Dat is: zij die door de Geest en het Woord van God wedergeboren en vernieuwd zijn; Joh. 3:5; 1 Petr. 1:23.

Johannes 1 vers 14

vlees Dat is, een waar mens, ons in alles gelijk, Hebr. 2:17 , doch zonder zonde, Hebr. 4:15 . Zie Jes. 40:5 ; Joël 2:28 .

Hertaald: vlees Dat is: een waar mens, ons in alles gelijk (Hebr. 2:17), maar zonder zonde (Hebr. 4:15). Zie Jes. 40:5; Joël 2:28.

geworden, en Namelijk niet door verandering of vermenging, maar door aanneming der menselijke natuur, in enigheid des persoons, Gen. 2:7 ; 1 Kor. 15:45 , gelijk verklaard wordt Fil. 2:7 ; Hebr. 2:14 , Hebr. 2:16 .

Hertaald: geworden, en Namelijk niet door verandering of vermenging, maar door het aannemen van de menselijke natuur in de eenheid van de persoon (Gen. 2:7; 1 Kor. 15:45), zoals verklaard wordt in Filipp. 2:7; Hebr. 2:14, Hebr. 2:16.

gewoond Grieks een tabernakel gehad; dat is, voor een tijd onder ons gewandeld en verkeerd.

Hertaald: gewoond Grieks: een tent gehad; dat is: voor een tijd onder ons gewandeld en verkeerd.

Zijn heerlijkheid Dat is, klare tekenen Zijner goddelijke majesteit, zo in Zijn doop en wonderwerken, Joh. 2:11 , als in Zijne verandering op den berg en in Zijne opstanding.

Hertaald: Zijn heerlijkheid Dat is: duidelijke tekenen van Zijn goddelijke majesteit, zowel bij Zijn doop en in Zijn wonderwerken (Joh. 2:11) als bij Zijn verheerlijking op de berg en in Zijn opstanding.

als des Eniggeborenen Dat is, zoals dien toebehoorde en betaamde, die van den Vader van eeuwigheid onuitsprekelijker wijze is geboren, Spr. 8:24 ; Mi. 5:2 .

Hertaald: als des Eniggeborenen Dat is: zoals paste bij Hem Die van eeuwigheid op onuitsprekelijke wijze uit de Vader geboren is; Spr. 8:24; Micha 5:2.

vol van genade Zie hiervan vs.17.

Hertaald: vol van genade Zie hierover vers 17.

Johannes 1 vers 15

na mij komt, Of, achter mij. Zie ook de aantekeningen vs.27.

Hertaald: na mij komt, Of: achter mij. Zie ook de aantekeningen bij vers 27.

voor mij geworden, Of, voor mij gesteld; dat is, boven mij verheven. Anders, voor mij geweest.

Hertaald: voor mij geworden, Of: vóór mij gesteld; dat is: boven mij verheven. Anders: vóór mij geweest.

eer dan ik Grieks eerste; dat is, waardiger dan ik; of voor mij, omdat Hij vanwege Zijn goddelijke natuur van eeuwigheid is.

Hertaald: eer dan ik Grieks: eerste; dat is: waardiger dan ik; of: vóór mij, omdat Hij vanwege Zijn goddelijke natuur van eeuwigheid is.

Johannes 1 vers 16

genade voor genade Dat is, de ene genade op de andere in overvloed; of de genade des Nieuwen Testaments voor de genade des Ouden Testaments; of de genade der heerlijkheid voor de genade der rechtvaardigmaking en wedergeboorte.

Hertaald: genade voor genade Dat is: de ene genade op de andere, in overvloed; of: de genade van het Nieuwe Testament in de plaats van de genade van het Oude Testament; of: de genade van de heerlijkheid in de plaats van de genade van de rechtvaardigmaking en de wedergeboorte.

Johannes 1 vers 17

wet is Namelijk der zeden, of der tien geboden, met de bedreiging des eeuwigen vloeks tegen de overtreders, en ook de wet der ceremoniën.

Hertaald: wet is Namelijk de zedelijke wet, of de tien geboden, met de bedreiging van de eeuwige vloek tegen de overtreders, en ook de ceremoniële wet.

door Mozes gegeven, Dat is, door den dienst van Mozes, Hebr. 2:2 , Hebr. 2:5 , Hebr. 2:16 .

Hertaald: door Mozes gegeven, Dat is: door de dienst van Mozes; Hebr. 2:2, Hebr. 2:5, Hebr. 2:16.

genade en Namelijk der verlossing van den vloed der wet, Rom. 10:3-4 ; Gal. 3:13 , en der aanneming tot kinderen, Rom. 8:15 .

Hertaald: genade en Namelijk de genade van de verlossing van de vloek van de wet (Rom. 10:3-4; Gal. 3:13) en van de aanneming tot kinderen (Rom. 8:15).

waarheid is Dat is, de vervulling, zo der beloften, 2 Kor. 1:20 , als der ceremoniën en voorbeelden, Kol. 2:17 .

Hertaald: waarheid is Dat is: de vervulling, zowel van de beloften (2 Kor. 1:20) als van de ceremoniën en voorafbeeldingen (Kol. 2:17).

door Jezus Christus Namelijk als den Zoon en Heere van het huis, Hebr. 3:5-6.

Hertaald: door Jezus Christus Namelijk als de Zoon en Heere van het huis; Hebr. 3:5-6.

Johannes 1 vers 18

gezien; Dat is, gekend; namelijk met een volkomen en naakte kennis Zijns wezens en willens.

Hertaald: gezien; Dat is: gekend, namelijk met een volkomen en onbedekte kennis van Zijn wezen en Zijn wil.

in den schoot Dat is, die eenswezens met den Vader is, van Hem geliefd, en wien derhalve al de geheime wijsheid des Vaders bekend is.

Hertaald: in den schoot Dat is: Die één van wezen is met de Vader, door Hem geliefd wordt en aan Wie dus alle verborgen wijsheid van de Vader bekend is.

Hem ons Of, het ons.

Hertaald: Hem ons Of: het ons.

Verklaard Dat is, klaar en volkomen geopenbaard de zaligmakende kennis Gods en Zijns raads, zoveel als ons van God te weten ter zaligheid nodig is.

Hertaald: Verklaard Dat is: duidelijk en volkomen geopenbaard: de zaligmakende kennis van God en van Zijn raad, zoveel als wij daarvan tot zaligheid moeten weten.

Johannes 1 vers 19

dit is de getuigenis Of, dat is ook.

Hertaald: dit is de getuigenis Of: dat is ook.

Johannes 1 vers 20

loochende het niet; Namelijk openlijk en vrijmoedig wie Hij was, gelijk de volgende woorden het te kennen geven.

Hertaald: loochende het niet; Namelijk openlijk en vrijmoedig wie hij was, zoals de volgende woorden te kennen geven.

Johannes 1 vers 21

Ik ben die niet Namelijk Elia de Thisbiet, dien gij verkeerdelijk meent dat in eigen persoon zou wederkomen in de wereld, hoewel Johannes ook anderszins Elia genaamd wordt, Matt. 17:12 , omdat hij gekomen is in de kracht en den geest van Elia; Luc. 1:17 .

Hertaald: Ik ben die niet Namelijk Elia de Tisbiet, van wie u ten onrechte meent dat hij in eigen persoon in de wereld zou terugkomen; hoewel Johannes ook in een andere zin Elia genoemd wordt (Matth. 17:12), omdat hij gekomen is in de kracht en de geest van Elia; Luk. 1:17.

de profeet? Namelijk die bijzondere profeet, waarvan voorzegd is Deut. 18:15 , dien de Joden meenden, doch kwalijk, dat hij een ander zou zijn dan de Messias.

Hertaald: de profeet? Namelijk die bijzondere profeet die voorzegd is in Deut. 18:15; de Joden meenden ten onrechte dat dit een ander zou zijn dan de Messias.

Johannes 1 vers 23

Ik ben de stem Zie hiervan de verklaring Matt. 3:3 .

Hertaald: Ik ben de stem Zie hierover de verklaring bij Matth. 3:3.

Johannes 1 vers 25

Waarom doopt Dat is, uit welke macht en last gebruikt gij deze nieuwe wijze van doen?

Hertaald: Waarom doopt Dat is: op grond van welke macht en welke opdracht gebruikt u deze nieuwe manier van doen?

Johannes 1 vers 26

staat midden onder Dit zeide Johannes niet terstond nadat Christus van hem gedoopt was, maar nadat Hij uit de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht was geweest, wedergekomen was, omtrent de plaats waar Johannes doopte.

Hertaald: staat midden onder Dit zei Johannes niet meteen nadat Christus door hem gedoopt was, maar nadat Hij uit de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht was, teruggekomen was in de buurt van de plaats waar Johannes doopte.

Johannes 1 vers 27

na mij komt, Of, achter mij; dat is, wiens voorloper ik ben, om Hem den weg te bereiden. Zie vs.15.

Hertaald: na mij komt, Of: achter mij; dat is: van Wie ik de voorloper ben, om Hem de weg te bereiden. Zie vers 15.

dat ik Zijn Dat is, dat ik Hem ook den geringsten dienst zou bewijzen. Zie Matt. 3:11 .

Hertaald: dat ik Zijn Dat is: dat ik Hem ook maar de geringste dienst zou bewijzen. Zie Matth. 3:11.

Johannes 1 vers 28

Bethábara, Dat is, een huis der overscheping, of een veerhuis.

Hertaald: Bethábara, Dat is: een huis van de overvaart, of een veerhuis.

over de Jordaan, Of, aan, omtrent, nevens de Jordaan. Zie Matt. 4:15 , en Matt. 19:1 .

Hertaald: over de Jordaan, Of: aan, bij, langs de Jordaan. Zie Matth. 4:15 en Matth. 19:1.

Johannes 1 vers 29

anderen daags Namelijk nadat Johannes den Farizeën geantwoord had, wie hij was.

Hertaald: anderen daags Namelijk nadat Johannes de farizeeën geantwoord had wie hij was.

zag Johannes Grieks ziet.

Hertaald: zag Johannes Grieks: ziet.

zeide Zie Grieks zegt.

Hertaald: zeide Grieks: zegt.

het Lam Dat is, de Messias, door het paaslam en de dagelijkse offeranden voorgebeeld, 1 Kor. 5:7 , en beloofd, Jes. 53:7 .

Hertaald: het Lam Dat is: de Messias, Die door het paaslam en de dagelijkse offers voorafgebeeld was (1 Kor. 5:7) en beloofd was (Jes. 53:7).

Gods, Dat de Dat is, van God geordineerd en gesteld.

Hertaald: Gods, Dat de Dat is: door God bestemd en aangesteld.

der wereld Dat is, van al degenen, die uit de gehele wereld in Hem zullen geloven; Joh. 6:33 , Joh. 6:35 ; 2 Kor. 5:19 .

Hertaald: der wereld Dat is: van allen uit de hele wereld die in Hem zullen geloven; Joh. 6:33, Joh. 6:35; 2 Kor. 5:19.

wegneemt Of, op Zich neemt; namelijk om de straf derzelve te dragen en ons van dezelve te verlossen; Jes. 53:11-12 ; 1 Petr. 2:24 .

Hertaald: wegneemt Of: op Zich neemt, namelijk om de straf daarvan te dragen en ons daarvan te verlossen; Jes. 53:11-12; 1 Petr. 2:24.

Johannes 1 vers 30

gezegd heb Zie de verklaring vs.15.

Hertaald: gezegd heb Zie de verklaring bij vers 15.

eer dan ik Grieks eerste. Zie vs.15.

Hertaald: eer dan ik Grieks: eerste. Zie vers 15.

Johannes 1 vers 31

kende Hem niet; Namelijk van aangezicht, of volkomenlijk.

Hertaald: kende Hem niet; Namelijk van gezicht, of volkomen.

Johannes 1 vers 32

Geest zien Namelijk den Heiligen Geest; Matt. 3:16 .

Hertaald: Geest zien Namelijk de Heilige Geest; Matth. 3:16.

Johannes 1 vers 33

kende Hem niet; Namelijk eer Hij tot mij kwam om gedoopt te worden. Want toen Christus tot hem kwam, heeft hem God geopenbaard dat dit de persoon was, Matt. 3:14 , en daarna is hij door dit teken in deze kennis meer bevestigd.

Hertaald: kende Hem niet; Namelijk voordat Hij tot mij kwam om gedoopt te worden. Want toen Christus tot hem kwam, heeft God hem geopenbaard dat Hij die persoon was (Matth. 3:14), en daarna is hij door dit teken in die kennis nog meer bevestigd.

met water, Die Grieks in; gelijk ook vs.31.

Hertaald: met water, Die Grieks: in; zo ook vers 31.

doopt Zie Matt. 3:11 .

Hertaald: doopt Zie Matth. 3:11.

Johannes 1 vers 35

anderen daags Namelijk zijnde de tweede, nadat Johannes de Farizeën had geantwoord.

Hertaald: anderen daags Namelijk de tweede dag nadat Johannes de farizeeën geantwoord had.

Johannes 1 vers 37

hoorden hem dat Namelijk alzo dat zij het ook geloofden.

Hertaald: hoorden hem dat Namelijk zo dat zij het ook geloofden.

Johannes 1 vers 38

Meester Of, leraar.

Hertaald: Meester Of: leraar.

woont Gij? Grieks verblijft; dat is, waar logeert of herbergt gij? Zie vs.40.

Hertaald: woont Gij? Grieks: verblijft; dat is: waar hebt U uw onderdak? Zie vers 40.

Johannes 1 vers 39

omtrent de tiende ure Dat is, tegen den avond, omtrent twee uren vóór den ondergang der zon. Zie Joh. 11:9 .

Hertaald: omtrent de tiende ure Dat is: tegen de avond, ongeveer twee uur vóór zonsondergang. Zie Joh. 11:9.

Johannes 1 vers 41

zijn broeder Simon, Grieks zijn eigen.

Hertaald: zijn broeder Simon, Grieks: zijn eigen.

Christus Dat is, Gezalfde; met welken naam de beloofde Zaligmaker genaamd werd in het Oude Testament, Ps. 2:2 ; Dan. 9:25-26 ; omdat Hij van God verordineerd is tot onzen enigen en oppersten profeet, koning en priester, waarvan de gezalfde profeten, koningen en priesters in het Oude Testament voorbeelden geweest zijn.

Hertaald: Christus Dat is: Gezalfde. Met die naam werd de beloofde Zaligmaker in het Oude Testament aangeduid (Ps. 2:2; Dan. 9:25-26), omdat Hij door God bestemd is tot onze enige en hoogste Profeet, Koning en Priester, waarvan de gezalfde profeten, koningen en priesters in het Oude Testament voorafbeeldingen geweest zijn.

Johannes 1 vers 42

gij zult genaamd Wat hier beloofd wordt, is geschied, Luc. 6:14 .

Hertaald: gij zult genaamd Wat hier beloofd wordt, is gebeurd; Luk. 6:14.

Petrus Dat is, steen, of steenrots. Zie Matt. 16:18 .

Hertaald: Petrus Dat is: steen, of rots. Zie Matth. 16:18.

Johannes 1 vers 43

anderen daags Dat is, den derden dag na het antwoord van Johannes op de bezending der Farizeën.

Hertaald: anderen daags Dat is: de derde dag na het antwoord van Johannes op de zending van de farizeeën.

Johannes 1 vers 44

Bethsáïda, Van Bethsaïda, zie Matt. 11:21 .

Hertaald: Bethsáïda, Zie over Bethsaïda Matth. 11:21.

Andreas en Petrus Dat is, uit dezelfde stad van welke Andreas en Petrus waren.

Hertaald: Andreas en Petrus Dat is: uit dezelfde stad waar Andreas en Petrus vandaan kwamen.

Johannes 1 vers 46

uit Názareth Dat is, uit zulk een verachte plaats en die in Galilea gelegen was. Zie Joh. 7:41-42 .

Hertaald: uit Názareth Dat is: uit zo'n verachte plaats, die bovendien in Galilea lag. Zie Joh. 7:41-42.

zijn? Filippus Dat is, voortkomen.

Hertaald: zijn? Filippus Dat is: voortkomen.

Johannes 1 vers 47

Israëliet, Dat is, een oprecht en ongeveinsd man, gelijk de rechte Israëlieten behoren te zijn.

Hertaald: Israëliet, Dat is: een oprecht en ongeveinsd man, zoals de echte Israëlieten behoren te zijn.

Johannes 1 vers 50

Omdat Ik u Of, gelooft gij omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder den vijgeboom?

Hertaald: Omdat Ik u Of: gelooft u omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom?

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nathanaël  — God heeft gegeven

Een man uit Kana in Galilea, door Filippus tot Jezus gebracht; aanvankelijk sceptisch ("Kan uit Nazareth iets goeds zijn?"), erkende hij Jezus als de Zoon van God en de Koning van Israël toen Jezus hem vertelde dat Hij hem onder de vijgenboom gezien had (Joh. 1:45-51); doorgaans geïdentificeerd met de apostel Bartholomeüs.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het Woord (de Logos) en de vleeswording  — Grieks: Logos, "het Woord" — een reeds bestaande, goddelijke Persoon door Wie God Zich uitdrukt en handelt

Johannes begint zijn Evangelie niet bij Bethlehem maar bij de eeuwigheid, met een aanhef die bewust Genesis 1:1 oproept: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God" (Joh. 1:1). Het Woord is van eeuwigheid bij God (onderscheiden Persoon) en is tegelijk God (volle Godheid). Alle dingen zijn door Hem gemaakt, en buiten Hem is niets gemaakt (Joh. 1:2-3). In Hem was het leven, dat het licht der mensen is (Joh. 1:4). Dan volgt de wending die het hele Evangelie draagt: "En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond" (Joh. 1:14) — het gebruikte werkwoord (skènoo) betekent letterlijk tabernakelen en grijpt terug op de tabernakel, de tent waarin de HEERE onder Israël woonde. Johannes voegt toe dat hij en de andere discipelen Zijn heerlijkheid hebben aanschouwd, "een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid" (Joh. 1:14). Het hoofdstuk sluit de vergelijking af: de wet is door Mozes gegeven, maar de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien, maar de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, heeft Hem verklaard (Joh. 1:17-18).

Bijbelse betekenis: Dit is de kern van de leer der twee naturen in één Persoon: dezelfde Die van eeuwigheid God is en alle dingen schiep, is werkelijk vlees geworden en heeft onder de mensen gewoond, zonder Zijn Godheid af te leggen. De vleeswording is geen verandering van God in een mens, maar de aanneming van de menselijke natuur door de eeuwige Zoon. Dat Hij "vol van genade en waarheid" onder ons woonde, overtreft de wet: de wet eiste en veroordeelde, Christus vervult en openbaart de Vader Zelf.

Typologie: De rest van het Nieuwe Testament vult deze belijdenis verder in: Kolossenzen noemt Hem het Beeld des onzienlijken Gods, door Wie en tot Wie alle dingen geschapen zijn (Kol. 1:15-17). De Hebreeënbrief noemt Hem het Afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid (Hebr. 1:3), en Filippenzen beschrijft de weg van de vleeswording tot de vernedering aan het kruis (Fil. 2:6-8). Paulus vat de hele verborgenheid der godzaligheid ten slotte samen in één woord: "God is geopenbaard in het vlees" (1 Tim. 3:16).

Joh. 1:1-4,14,17-18; Gen. 1:1; Kol. 1:15-17; Hebr. 1:3; Fil. 2:6-8; 1 Tim. 3:16

Lam Gods  — Aanduiding van Christus door Johannes de Doper: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Joh. 1:29, herhaald in Joh. 1:36)

Wanneer Johannes de Doper Jezus ziet aankomen, wijst hij Hem tweemaal op twee opeenvolgende dagen aan met deze titel (Joh. 1:29,36). Het is een aanduiding die alleen bij Johannes voorkomt en die twee lijnen samentrekt: het paaslam, waarvan het bloed Israël in Egypte beschermde (Ex. 12, reeds behandeld onder Pascha), en de lijdende Knecht van Jesaja, "als een lam werd Hij ter slachting geleid" (Jes. 53:7). Dat de tweede lijn bedoeld is, blijkt uit het vervolg van hetzelfde Evangelie. Johannes tekent nauwkeurig aan dat Jezus stierf op het uur dat de paaslammeren geslacht werden, en dat Hem geen been gebroken werd, in vervulling van de instelling voor het paaslam (Joh. 19:36, met Ex. 12:46).

Bijbelse betekenis: De titel spreekt van een plaatsvervangend, zondedragend offer, en het woord "der wereld" wijst de reikwijdte aan: niet alleen voor Israël, zoals het paaslam, maar met een aanbod dat de grenzen van het ene volk te buiten gaat. Dat laat onverlet dat de toepassing ervan bij de bijzondere verkiezing en het geloof van de Zijnen ligt, zoals het register elders vasthoudt.

Typologie: Petrus noemt de gelovigen verlost "door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam" (1 Petr. 1:19); Paulus zegt kortweg: "want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus" (1 Kor. 5:7); en de Openbaring tekent het geslachte Lam als het middelpunt van de hemelse aanbidding tot in eeuwigheid (Op. 5:6-9).

Joh. 1:29,36; Jes. 53:7; Ex. 12:46; Joh. 19:36; 1 Kor. 5:7; 1 Petr. 1:19; Op. 5:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het Woord is vlees geworden — 1:1-18

Johannes begint zijn Evangelie niet in Bethlehem en niet bij Abraham, maar met dezelfde drie woorden waarmee de Bijbel opent. Hij zet zijn lezer terug bij Genesis 1 en zegt: kijk nog eens.

Het Woord waardoor alles gemaakt is, heeft onder ons Zijn tent opgeslagen.

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Drie zinnen, en zij sluiten alle uitwegen af: het Woord bestond al, het Woord is onderscheiden van God, en het Woord is God.

Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is. Wie Genesis 1 leest — en God zeide — weet nu Wie er sprak.

En dan het vers waar alles op uitloopt: het Woord is vlees geworden. De kanttekening legt beide kanten nauwkeurig uit. Bij vlees: dat is een waar mens, ons in alles gelijk, maar zonder zonde. En bij geworden: namelijk niet door verandering of vermenging, maar door het aannemen van de menselijke natuur in de eenheid van de persoon.

En heeft onder ons gewoond. De kanttekening geeft het Grieks: een tent gehad, dat is voor een tijd onder ons gewandeld en verkeerd. Daarmee staat de tabernakel van Exodus 25 midden in dit vers. God vroeg toen om een heiligdom opdat Hij in het midden van hen zou wonen; hier slaat Hij Zijn tent op in een menselijk lichaam.

Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd. Datzelfde woord heerlijkheid vulde de tabernakel en de tempel, zodat niemand naar binnen kon. Nu is zij te zien zonder dat men sterft — vol van genade en waarheid.

Het slot vat samen wat het hele Oude Testament openliet: niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

  1. Genesis 1:3 — En God zeide — het scheppen gaat door het Woord.
  2. Exodus 25:8 — Maak Mij een heiligdom, dat Ik in het midden van hen wone.
  3. Exodus 40:34 — De heerlijkheid vervulde de tabernakel, zodat Mozes er niet in kon.
  4. Johannes 1:1 — In den beginne was het Woord, en het Woord was God.
  5. Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons Zijn tent opgeslagen.
  6. Johannes 1:18 — De eniggeboren Zoon heeft Hem ons verklaard.

In het Nieuwe Testament: Kolossenzen 1:15-17; Hebreeën 1:1-3; 1 Johannes 1:1-2; Filippenzen 2:6-7

Zie het Lam Gods — 1:19-36

Johannes de Doper wordt ondervraagd door een gezantschap uit Jeruzalem: zijt gij de Christus, zijt gij Elias, zijt gij de profeet? Hij ontkent alle drie en noemt zich een stem. De volgende dag ziet hij Jezus aankomen.

Op de vraag naar het lam, die sinds Genesis 22 openstond, wijst Johannes met de vinger.

Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt. Vier woorden die alleen te begrijpen zijn voor wie het Oude Testament kent — en zijn hoorders kenden het.

Een lam was voor hen geen zinnebeeld maar dagelijkse werkelijkheid. Elke morgen en elke avond werd er een geslacht in de tempel. Elk jaar met het pascha ging er een per huisgezin. En elke keer bleef het bij dat ene: het werkte voor die dag, dat jaar, dat gezin.

De vraag naar het lam is oud. Izak stelde haar op de berg: zie het vuur en het hout, maar waar is het lam? Abraham antwoordde dat God Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien zou — en er kwam die dag een ram. Het eigenlijke antwoord bleef liggen.

Hier wordt het gegeven, en Johannes zegt er twee dingen bij die geen enkel offerdier ooit gedragen had. Het Lam Gods — niet een lam dat de mens brengt, maar dat God zelf voorziet. En: dat de zonde der wereld wegneemt, in het enkelvoud, niet een zonde onder vele en niet voor één volk.

Jesaja had de Knecht als een lam beschreven dat ter slachting geleid wordt en zijn mond niet opendoet. Petrus noemt Hem een onbestraffelijk en onbevlekt Lam. En in Openbaring is het beeld waarmee de hemel Hem aanduidt niet dat van een leeuw of een koning maar van een Lam, staande als geslacht — vierentwintig ouderlingen vallen ervoor neer.

  1. Genesis 22:7-8 — Waar is het lam? God zal Zichzelven een lam voorzien — er kwam een ram.
  2. Exodus 12:3 — Een lam per huis, elk jaar opnieuw.
  3. Jesaja 53:7 — Als een lam ter slachting geleid, deed Hij Zijn mond niet open.
  4. Johannes 1:29 — Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
  5. 1 Petrus 1:19 — Het dierbaar bloed van Christus, als van een onbevlekt Lam.
  6. Openbaring 5:6 — In het midden van den troon een Lam, staande als geslacht.

In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 5:7; 1 Petrus 1:18-19; Openbaring 5:6-12; Handelingen 8:32-35

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 1

Johannes 1:1-3

Kruisverwijzingen1 Johannes 1:1Johannes 17:5Genesis 1:1Johannes 1:14Kolossenzen 1:17Openbaring 19:13Openbaring 22:13Openbaring 1:8
— In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

De goddelijke Logos, Die wij kennen als de Christus van God. De eerste woorden van dit Evangelie doen ons denken aan de eerste woorden van het Oude Testament: “in den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Reeds toen wás het Woord; Het bestond vóór alle tijd, ja van eeuwigheid.

Ik weet niet hoe de Godheid van Christus duidelijker verklaard zou kunnen worden dan door Zijn eeuwig bestaan. Hij bestond al voordat de tijd begon. In Zijn heerlijkheid was Hij bij God. In Zijn natuur was Hij God.

Wij kunnen de Godheid van Christus niet in helderder taal beschrijven dan Johannes doet. Hij was bij God; Hij was God; Hij deed de werken van God, want Hij was de Schepper. Wie aan Zijn Godheid twijfelt, doet dat in regelrechte tegenspraak met de taal van de Heilige Schrift.

Johannes 1:4-5

KruisverwijzingenJohannes 8:12Johannes 11:25Johannes 5:26Johannes 14:6Johannes 12:461 Korinthe 2:14Johannes 3:19Efeze 5:14
— In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen. En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

Wezenlijk en eeuwig. Nooit heeft de duisternis het licht begrepen; nooit zal zij het begrijpen. U mag die duisternis soms de onwetendheid van de mens noemen, of de zonde van de mens. Zo u wilt, mag u haar ook de wijsheid van de mens noemen, en de gerechtigheid van de mens, want dat is slechts een andere gedaante van diezelfde duisternis.

Christus wordt nog altijd niet begrepen, Jezus wordt nog altijd niet gekend. Hoe zou duisternis het licht kunnen begrijpen? Zij verzet zich tegen het licht, zij moet voor het licht vluchten, maar begrijpen kan zij het niet. O God, werk een wonder in onze duistere harten, en vervul ze met het licht van Christus!

Johannes 1:6-8

KruisverwijzingenJohannes 1:20Maleachi 3:1Johannes 3:28Handelingen 19:4Johannes 1:33Lukas 1:13Jesaja 40:3Lukas 1:61
— Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden. Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.

Hoe geheel anders is de stijl van dit vers dan die van het voorgaande! Hoe verheven, hoe grootst zijn de woorden van de evangelist wanneer hij van Jezus spreekt! Hoe waarachtig menselijk wordt hij, hoe doopt hij zijn pen in gewone inkt, wanneer hij schrijft: er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. En toch was dat een edel getuigenis over de heraut van Christus. Johannes de Doper was een mens, van God gezonden.

Dat is ook onze taak. Wij die dienaren zijn, van God gezonden, getuigen van het Licht, opdat allen door hem geloven zouden. Ach, hoe dikwijls gaan wij naar huis en roepen: wie heeft onze prediking geloofd? Wij vragen u niet in óns te geloven, maar in onze Meester, wiens herauten wij zijn. Kunnen wij u tot geloof in Hem brengen, dan zijn wij waarlijk verblijd; zo niet, dan zullen wij treuren, omdat wij ons doel gemist en onze roeping niet vervuld hebben.

Geliefden, kennen u en ik onze ware bestemming, en zijn wij dienstknechten van God, dan zijn ook wij gezonden, opdat de mensen door ons geloven zouden in Jezus. Johannes was een bijzondere getuige; maar wij allen behoren getuigen te zijn, om de keten van het getuigenis te voltooien. Elke christen behoort te bedenken dat hij van God gezonden is om te getuigen van het grote Licht, opdat de mensen door hem geloven zouden.

Johannes 1:9-13

KruisverwijzingenGalaten 3:26Romeinen 8:142 Korinthe 6:17Jesaja 53:2Kolossenzen 2:6Jakobus 1:181 Johannes 2:8Jesaja 56:5
— Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

Er was geen ander licht in Johannes dan wat hij weerkaatste van zijn Heere. Al het licht komt van Jezus. Elke mens die met enig licht in de wereld komt, ontleent zijn licht aan Christus. Er is geen ander licht; er kán geen ander licht zijn. Hij is “het Licht der wereld”. Heeft iemand zaligmakend, waar licht, dan ontvangt hij dat door Christus. Er is geen ander licht; al het andere licht is slechts duisternis die zichtbaar geworden is. Het licht waarin wij God zien, komt van Jezus.

Dit is een treurig vers. Hij was een vreemdeling in Zijn eigen huis. Hij was onbekend te midden van Zijn eigen maaksel. Mensen die Hij gemaakt had, achtten Hem voor niets. De wereld heeft Hem niet gekend; heeft Hem niet erkend.

Vreemd was het, dat de Schepper tot Zijn eigen aarde kwam, en toch onbekend bleef. De mensen miskenden Hem, zij haatten Hem, zij kruisigden Hem Die zij met heilige gastvrijheid hadden moeten ontvangen en met heilige verering hadden moeten aanbidden.

Die begunstigde kring, het Joodse volk, waar de openbaring gegeven was — zelfs daar was geen plaats voor Hem. Hij moest veracht en verworpen worden, zelfs door Zijn eigen volk.

Niet alle mensen zijn kinderen Gods; de leer van het algemene Vaderschap is volstrekt onwaar. Alleen zij worden kinderen Gods die Christus aannemen en in Zijn Naam geloven; anders zijn zij, evenals de anderen, “kinderen des toorns”. Aan hen gaf Hij macht om kinderen Gods te worden.

Om Christus aan te nemen, moet een mens uit God geboren worden. Het lijkt het eenvoudigste ter wereld, zou men denken, de deur van het hart te openen en Hem binnen te laten. Maar geen mens laat Christus in zijn hart, voordat God hem eerst opnieuw heeft doen geboren worden, van boven.

Er is nog een andere geboorte naast de natuurlijke; de geboorte naar het vlees maakt nooit iemand tot christen. Al kon onze afkomst een lange rij van heiligen zijn, toch worden wij als zondaars geboren; wij moeten wedergeboren worden, zullen wij heiligen worden. Konden wij onze stamboom tot een volmaakt mens herleiden, zo die er was, dan nog zou de geboorte naar het vlees ons niet baten. Kinderen Gods worden niet uit een aardse afkomst geboren, niet uit een menselijk verlangen, maar uit God Zelf.

Johannes 1:14

Kruisverwijzingen1 Timotheüs 3:16Galaten 4:4Johannes 1:11 Johannes 4:9Jesaja 40:5Filippenzen 2:6Psalmen 2:7Hebreeën 1:3
— En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.

Zij die Christus op aarde zagen, waren hoog bevoorrecht; maar het is een geestelijk gezicht op Hem alleen dat begerenswaardig is, en dat kunnen ook wij nu nog hebben. Hoe vol van genade, hoe vol van waarheid is Hij voor allen die het voorrecht hebben Hem te aanschouwen!

Hier was de vleeswording van Hem Die alle dingen gemaakt heeft. Hij Die God is, is vlees geworden.

O, allen die Christus zouden willen kennen, leert dat Hij het waard is gekend te worden! Hij is vol van genade voor uw zondaarschap, en vol van waarheid voor uw onwetendheid. Hij kan reinigen en Hij kan onderwijzen; alles wat u nodig hebt, is in Hem. U zult niet bedrogen worden, want Hij is vol van waarheid; u zult niet afgewezen worden, want Hij is vol van genade.

Johannes 1:15-18

KruisverwijzingenKolossenzen 1:151 Johannes 4:12Johannes 6:461 Timotheüs 6:16Kolossenzen 1:19Johannes 8:32Romeinen 3:19Johannes 14:6
— Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

Ik wenste dat wij dit allen konden zeggen. Ook uit dit gezelschap kunnen velen het zeggen. De handen ineenslaand met hen die ons voorgingen in het geloof, en met hen die nog met ons zijn, zeggen wij eenstemmig: van Zijn volheid hebben wij allen ontvangen. Wij hopen daarvan ook vanavond weer te ontvangen, want het is nog altijd Zijn volheid. Nooit is er een spoor van afneming in Hem. Het was volheid toen de eerste zondaar tot Hem kwam; en het is nog volheid; het zal volheid zijn tot het einde toe. Genade voor genade — wij ontvangen genade om uit te reiken naar een volgende genade, elke genade een opstapje naar iets hogers. De genade van de levende Christus leidt opwaarts; genade voor genade, genade op genade, totdat genade met heerlijkheid gekroond wordt.

Hij is te hoog, te geestelijk, om door de menselijke zintuigen waargenomen te worden.

Hij was niet vóór Johannes naar de orde van de menselijke geboorte, en toch was Hij waarlijk vóór hem, want Hij had een eeuwig voorbestaan, daar Hij niemand anders was dan de ongeschapen Zoon van God.

Wij weten dat de wet door Mozes gegeven is. De wet heeft ons vaak bezwaard, verpletterd, overtuigd, veroordeeld. Laat ons even helder weten dat genade en waarheid door dat goddelijke kanaal komen: Jezus Christus.

Wij willen God niet zien los van Christus. Ik ben volkomen tevreden het eeuwige Licht te zien door Zijn eigen uitverkoren middel, Christus Jezus. Buiten dat middel zou het licht mijn ogen misschien verblinden. Niemand heeft ooit God gezien; wie kan de zon aanzien? Welk verstand kan God aanzien? Maar Christus verbergt de Vader niet; Hij openbaart Hem. De eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

Wat wij van God nodig hebben te weten, mogen wij zien in Christus; genoeg om ons te zalig te maken, genoeg om ons te heiligen, genoeg om ons allen gelijkvormig te maken aan de eniggeboren Zoon van de Vader.

Johannes 1:19-23

KruisverwijzingenMattheüs 11:14Mattheüs 3:3Johannes 10:24Johannes 1:25Mattheüs 16:14Jesaja 40:3Markus 1:3Handelingen 13:25
— En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven? Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.

Niet “Ik ben het Woord”, maar “Ik ben de stem.” Christus is het wezenlijke Woord; wij zijn slechts de stem die dat Woord doet klinken door de woestijn van het menselijk leven.

Met verontwaardiging moet hij de gedachte verworpen hebben dat hij de Messias zou zijn: Ik ben de Christus niet.

Ik ben niet Degene die door God gezalfd is om de mensheid zalig te maken.

Nederig maakt hij zich tot een stem; maar hij was niet louter een stem, en anders niets. Er lag veel machtigs en veel wijsheid in die stem.

Dat is alles; een stem, en anders niets. Johannes gaf niet voor het Woord te zijn; hij was slechts de stem die dat Woord hoorbaar maakte voor menselijke oren. Hij kwam om van de Christus te getuigen, maar hijzelf was de Christus niet: ik ben de stem.

U ziet, zelfs als stem was Johannes niet oorspronkelijk. Dat streven naar oorspronkelijkheid, waarvan wij heden zoveel zien, vindt geen grond onder de ware dienstknechten van God. Al is Johannes slechts een stem, toch is hij een stem die de Schrift aanhaalt: “maakt den weg des Heeren recht”, gelijk Jesaja de profeet gesproken heeft. Hoe meer wij van de Schrift kunnen laten klinken, hoe beter. Onze eigen woorden, wat zijn zij? Zij zijn slechts lucht. Zijn Woord, wat is het? Het is genade en waarheid. Mogen wij voortdurend onze stem lenen aan de grote Woorden Gods die ons voorgingen!

Johannes 1:24-28

KruisverwijzingenJohannes 1:30Deuteronomium 18:18Lukas 3:16Johannes 1:10Markus 1:8Mattheüs 3:11Handelingen 1:5Johannes 1:15
— En de afgezondenen waren uit de Farizeen; En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet? Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden. Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.

Hoe wijselijk kiest en vormt God altijd Zijn dienstknechten! Johannes is duidelijk juist de man voor zijn plaats; hij getuigt zeer helder van Christus, en hij wendt ernstig alle aandacht van zichzelf af naar zijn Meester. Hij koestert zulk een eerbiedige achting voor Hem, wiens heraut hij is, dat hij alle eer en heerlijkheid op Hem legt.

Ach, geliefden, al was het een nederige uitdrukking die Johannes gebruikte, toch voelen u en ik dikwijls dat wij iets nodig hebben dat nog lager gaat dan dat. Waartoe zijn wij waardig, ten dienste van Christus? Toch zijn er tijden dat wij, moet er een schoenriem ontbonden worden, te trots zijn om ons daartoe te bukken. Wanneer er iets gedaan moet worden dat ons geen eer zal brengen, zijn wij te hoog en te machtig om het te doen. O kind van God, hebt u ooit in die toestand verkeerd, schaam u dan diep! Johannes was in zijn dagen de eerste, de morgenster van het licht van het Evangelie, en toch voelde hij zich niet waardig het geringste voor Christus te doen.

Johannes 1:29-31

Kruisverwijzingen1 Petrus 1:19Handelingen 8:321 Johannes 3:5Jesaja 53:7Openbaring 5:61 Johannes 2:2Johannes 1:36Openbaring 5:8
— Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik. En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.

Ik meen de bijna-Elia-achtige stem te horen van die zoon der woestijn: “zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.”

Johannes verloor geen tijd. Nauwelijks had hij de Zaligmaker ontdekt, of hij getuigde van Hem. Des anderen daags. Zodra zijn ogen op Jezus vielen, had hij zijn getuigenis voor Hem gereed. Zie, zei hij, het Lam Gods.

Wij behoren nooit traag te zijn in het overbrengen van zulk een boodschap als die Johannes de Doper uitsprak. Het verwondert mij niet, dat Johannes, zodra hij wist dat Jezus de Messias was, het goede nieuws aan anderen vertelde. Hebt u Jezus gevonden? Vertel het uw broeder vanavond nog; of, kan het vanavond niet, ga dan zo spoedig mogelijk, en wijs hem op het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegdraagt.

Al kende Johannes de Zaligmaker persoonlijk, hij kende Hem niet ambtelijk. Hij had van God een teken ontvangen, waaraan hij de Messias zou herkennen; en hij kende Hem niet ambtelijk, totdat dat teken vervuld was.

Johannes kende Jezus zeer goed; maar hij kende Hem niet als de Gezondene van God, de Messias, totdat hij het teken en het waarmerk bij Zijn doop ontvangen had: ik kende Hem niet.

Het ging niet om een offer in het algemeen waarnaar wij moeten zien, maar om het offer dat God heeft aangewezen en verordend tot het ene en enige offer voor de zonde. Dit is een allesbeslissend punt. Had God Christus niet gezonden om de Zaligmaker van zondaren te zijn, dan had ons geloof geen vaste grond om op te rusten. Maar daar God Zelf Christus heeft voorgesteld tot verzoening voor de menselijke schuld, kan Hij de zondaar niet verwerpen die deze verzoening aanneemt.

Johannes 1:32-34

KruisverwijzingenMarkus 1:10Mattheüs 3:16Lukas 3:22Mattheüs 3:11Handelingen 1:5Lukas 3:16Mattheüs 4:3Johannes 1:49
— En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem. En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt. En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.

Let op hoe zeer duidelijk Johannes is. Er is geen vergissing mogelijk. Hij herhaalde zichzelf, opdat er geen mogelijkheid van dwaling zou zijn. Hij geeft de bijzonderheid van de wijze waarop hij de Zaligmaker herkende, opdat allen overtuigd zouden worden Jezus als in alle waarheid de Messias en de Zoon van God aan te nemen. Daarom moeten ook wij zeer duidelijk prediken — niet met bewegelijke woorden van menselijke wijsheid, maar met betoning van geest en van kracht. Wat hebben wij te verbergen? Neen, wij hebben alles te openbaren, en het is onze taak dat mensen ervan overtuigd worden dat Jezus de Christus is, en dat zij komen en op Hem vertrouwen.

Hoort dan de getuigenis van Johannes. De Christus, Die van Nazareth kwam om door hem in de Jordaan gedoopt te worden, Hij op Wie de Heilige Geest als een duif nederdaalde, deze is de Zoon van God. Dit is het zondedragende Lam. Ach, mochten u en ik de verwachting van Johannes vervullen, want hij sprak, opdat wij geloven zouden. Al is hij gestorven, hij spreekt nog. Mogen wij zijn getuigenis geloven, en verzekerd zijn, dat deze de Zoon van God is!

Johannes 1:35-37

KruisverwijzingenJohannes 1:291 Petrus 1:19Jesaja 65:1Hebreeën 12:2Romeinen 10:17Johannes 1:43Openbaring 22:17Johannes 4:39
— Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen. En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods! En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

Met heilige eerbied, met liefdevolle ontzag, ziende op deze buitengewone Persoon, terwijl Hij wandelde.

Er is geen bezwaar tegen het tweemaal prediken van dezelfde preek, wanneer het over zulk een zaak gaat. Zie het Lam Gods, zei hij op de ene dag, en de volgende dag veranderde hij de bewoordingen niet. Hij had geen nieuw beeld, geen nieuwe figuur, om Christus voor te stellen. Zoals een spijker die op de kop geslagen wordt vaak meer dienst doet dan een nieuwe spijker, zo grijpt hij terug naar hetzelfde woord en hetzelfde onderwerp: zie het Lam Gods.

Zie hoe de evangelist zijn verhaal indeelt naar de dagen. Johannes predikte tweemaal achtereen dezelfde preek, en predikt u Christus en Dien gekruisigd, dan mag u Hem tweehonderd dagen achtereen prediken, maar u zult Hem nooit te vaak prediken. Predikt u Christus als het Lam Gods, de grote Zondedrager, dan mag u altijd aan dat gezegende werk zijn.

Zo verloor Johannes zijn eigen discipelen. Door zijn getuigenis van de waarheid zond hij hen om de Heere Jezus Christus te volgen, en hij deed het goed en gracieus. Er zijn velen die het een zware taak zouden vinden om het aantal van hun eigen discipelen te verminderen; maar zo was het niet met Johannes.

Zij gingen verder dan hun leermeester. En och, wat een genade is het, wanneer onze hoorders Christus veel verder kunnen volgen dan wij. Johannes was welgemoed om achtergelaten te worden, als zij Jezus maar volgden; en zo mag elke dienstknecht van Christus zich verblijden, als zijn volk Jezus volgt, ook al gaat het hen ver boven zijn eigen bereik.

Het is een moeilijke prediking, wanneer u uw gemeente wegpreekt, maar Johannes deed dit met opzet. Hij wilde dat deze twee niet langer zijn discipelen zouden zijn, maar discipelen van Jezus zouden worden. Hij had de zin van zijn eigen woorden doorgrond: Hij moet wassen, maar ik moet minder worden, en hij was volkomen bereid dat het zo zou zijn: de twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

Johannes 1:38-42

KruisverwijzingenJohannes 1:49Johannes 4:25Lukas 24:29Markus 1:16Johannes 6:25Johannes 20:15Johannes 18:4Johannes 18:7
— En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen: Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij? Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure. Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren. Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.

Het was geheel en al een ziende Evangelie. Johannes zei: zie het Lam Gods. Toen zei Jezus: kom en zie; en nu zegt Filippus hetzelfde. Geloof is dat gezegende gezicht waardoor wij de Zaligmaker onderscheiden. Wie op Christus ziet door het geloof, zal leven.

Christus wil verstandige volgelingen: daarom stelt Hij de vraag: “wat zoekt gij?”

Dat is dikwijls Zijn antwoord aan zoekenden: kom en zie. O, smaakt en ziet dat de Heere goed is. Leert door ervaring. Hoor niet slechts wat Ik zeg, maar kom en zie.

Hij gaf hun een volledige uitnodiging om te komen naar de plaats waar Hij verbleef, en zelf te zien. Dat is wat Jezus nog steeds zegt: kom en zie. Wil iemand van u Hem kennen: kom en zie. U bent van harte welkom te komen en te zien alles wat Jezus u te tonen heeft.

Zo begon het Koninkrijk te groeien — door persoonlijke inzet. Andreas vindt Simon: één bekeerling moet een ander brengen; en hij bracht hem tot Jezus.

Het beste deel van die dag was het gedeelte dat zij bij Jezus doorbrachten — het was de beste dag die zij ooit genoten hadden, want zij leefden bij Jezus. Het was ook het begin van betere dagen voor deze twee discipelen; want, eenmaal met Jezus geleefd hebbend, leerden zij nooit meer zonder Hem te leven. Och, mochten ook wij bij Hem blijven!

Waar zou het zendingswerk moeten beginnen? Een broeder behoort te beginnen bij zijn broeder. Het is heel goed om verlangen te hebben naar de heidenen in Afrika; maar begin eerst als zendeling in eigen land, en ga dan naar Afrika. Wie zijn eigen broeder niet winnen kan, zal niet licht iemand anders winnen. Hij vindt eerst zijn broeder Simon; deze Andreas, die later zovelen tot Christus zou brengen, moest thuis beginnen, en daar slagen. Zijn wij niet trouw met een of twee bloedverwanten, hoe zou God ons dan een kansel en een gemeente kunnen toevertrouwen?

Er lag een betekenis in de verandering van namen, want er stond een verandering van karakter te gebeuren — de schuchtere zoon van een duif zou weldra een rots worden voor de Gemeente.

Iets vasters dan de zoon van een duif; iets standvastigers dan de zoon van een tortelduif. Christus verandert de namen van mensen, en verandert ook hun aard. Hij kan de meest wispelturige van ons tot vast en standvastig maken. Och, mocht Hij zo door Zijn genade aan ons werken!

Johannes 1:43-46

KruisverwijzingenLukas 24:27Deuteronomium 18:18Johannes 21:2Mattheüs 2:23Johannes 7:52Lukas 24:44Lukas 4:22Mattheüs 11:21
— En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus. Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij. Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus. Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.

Des anderen daags. Zie, vrienden, wat een wonderlijk hoofdstuk dit is. Er bestaat een boek met de titel Het Boek der Dagen; ik zou dit hoofdstuk het hoofdstuk der dagen willen noemen. Elke dag lijkt gedenkwaardig door een of andere grote gebeurtenis. Bethsaida, de stad van Andreas en Petrus, was een arm, onaanzienlijk dorp; maar God heeft het zeer geëerd. Grote werken beginnen dikwijls op geringe plaatsen. De beste der mensen kwam voort uit het veracht stadje Nazareth, en drie van de beste mensen, Filippus, Andreas en Petrus, kwamen uit Bethsaida.

Waarachtig geloof kan zich vergissen. Jezus was niet de zoon van Jozef, dan slechts naar de algemene mening, en Hij was evenzeer Jezus van Bethlehem als Jezus van Nazareth; maar waarachtig geloof wordt door God aangenomen, ook al maakt het enkele vergissingen. Het gelooft Gods Woord, en het gelooft Gods Zoon, en daarom zal het aangenomen worden.

Christus had gezegd: kom en zie. Nu gebruikte Filippus dezelfde woorden: kom en zie. Het is altijd goed het voorbeeld te volgen dat de Heere Jezus ons gegeven heeft.

Johannes 1:47-51

KruisverwijzingenGenesis 28:12Handelingen 7:56Ezechiël 1:1Lukas 3:21Openbaring 19:11Mattheüs 3:16Handelingen 10:11Johannes 2:25
— En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie. Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is. Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u. Nathanael antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze.

Er is geen bedrog of list in deze man, zoals er in Jakob was; hij is een waarachtig Israeliet, gelijk Israel op zijn best.

U herinnert zich misschien, dat ik een tijd geleden een preek hield over Nathanael. Hij was een soort Nederlandse Jan Onbewimpeld, een man die altijd zei wat hij dacht. Hij had een mening, en hij had de moed die uit te spreken, en hij sprak zijn mening. Zo vroeg hij, toen Christus over hem sprak: “van waar kent Gij mij?” Hij was zich ervan bewust dat Christus hem kende, en omdat hij een man was die geheel vrij was van list en bedrog, vroeg hij rechtuit hoe Christus hem kwam te kennen.

Wat Nathanael daar had gedaan, weten wij niet; misschien had hij overdacht, of misschien had hij zich met gebed beziggehouden. Maar deze uitspraak was voor Nathanael een bewijs dat Jezus alle dingen kon zien, de harten der mensen kon lezen, en wist wat zij deden in hun gekozen eenzaamheid. “Eer u Filippus riep, daar gij onder de vijgeboom waart, zag Ik u.” Christus kent u allen die hier vanavond in een biddende geest gekomen bent, Hem zoekende. En wanneer mensen Hem zoeken, weet dan zeker dat Hij ook hén zoekt.

Wat deed hij onder de vijgeboom? Jezus wist het, en Nathanael wist het, maar niemand anders wist het, en misschien zal niemand anders het ooit weten. Dat was een geheim tussen Christus en Nathanael. Hij deed daar iets dat hij als geheel eigen beschouwde, en de toespeling van de Zaligmaker op zijn zijn onder de vijgeboom was het duidelijkste bewijs dat hij van Christus’ Godheid kon hebben. O, dacht hij, Die mij aan dat geheime voorval kan herinneren, moet God zijn.

U hebt gezien wat Ik in het verborgen deed; en door dat teken bemerk Ik, dat u Gods eigen Zoon bent.

U die oprecht van hart bent, u die door één enkel argument overtuigd kunt worden, zult geleid worden, als u bereid bent geleid te worden door een enkele draad. Let wel: één goed argument overtuigt evenzeer als twintig goede argumenten, en veel beter dan honderd slechte. Bent u bereid te geloven op wat duidelijk bewijs is, dan zult u meer bewijs ontvangen: “gij zult grotere dingen zien dan deze.” God zal veel tonen aan wie ogen heeft om het te zien. Wie niet wil zien, en niet verlangt te zien, zal steeds blinder worden, en de duisternis zal zich om hem verdikken.

Zij die bereid zijn Christus te geloven, op wat geringe grond lijkt, zullen grotere dingen zien dan deze. Zalig zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben. Zij zullen weldra een wonderbaar gezicht aanschouwen.

U bent een waarachtig Israeliet, en u zult Israels gezicht hebben. U zult hetzelfde zien wat uw vader Jakob zag, toen hij insliep met een steen tot zijn hoofdpeluw, alleen zal uw gezicht veel heerlijker zijn dan het zijne.

Hij zou werkelijk zien wat Jakob slechts in een droom zag, toen deze die wonderbare ladder van licht aanschouwde, die van de aarde naar de hemel voert. Het is de Heere Jezus Christus Zelf, Die door Zijn mensheid en Zijn Godheid de afstand tussen ons en God overbrugt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

De heerlijkheid van Christus - Gezien!

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 20 oktober 1861, door C.H. Spurgeon, in The Metropoltan Tabernacle, Newington. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en…

Uit God geboren

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Uit God geboren. Johannes 1:13 Jij, die in de Naam van Christus gelooft, bent niet uit bloed geboren, niet uit de wil van het vlees en ook niet…

Grenzeloze genade

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Johannes 1:16 Gisteren was God al overvloedig genadig voor jou. Morgen zal Hij dat opnieuw…

De eerste vijf discipelen

Preken

'En de twee discipelen hoorden hem dat zeggen en zij volgden Jezus. En toen Jezus Zich omkeerde en zag dat zij volgden, zei Hij tegen hen: Wat zoekt…

Het hart geopend voor de grote Verlosser

Preken

Charles Haddon Spurgeon 17 december 1865 Schrifttekst: Johannes 1:12 Uit: Metropolitan Tabernacle Pulpit Volume 12 Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van…

Vader en zoon preken

Voor kinderen

Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. Joh. 1:12 Op een dag moesten…

Eerlijk omgaan met God

Preken

Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en…

Gemeenschap met God

Preken

Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met de Vader, en…

Ontvang Christus

Voor Iedere Dag

Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit…

Geen plaats voor Christus

Voor Iedere Dag

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. (Lukas 2:7) Lees…

Het heilig Kind, Jezus

Voor Iedere Dag

Heere, sla acht op hun bedreigingen en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken, doordat U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en…

Wie niet tegen Mij is

Voor Iedere Dag

Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand. Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij…

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen

Voor Iedere Dag

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen. (Johannes 1:16) Lees verder Kolossenzen 2:1—10. De tekst vertelt ons dat er volheid is in Christus. Er is in Hem een…

3 Joh. 1:2‭ - Gezondheid van de ziel

Preekaantekeningen

Geliefde! Voor alle dingen wens ik, dat gij welvarend en gezond zijt, gelijk uw ziel welvaart. 3 Joh. 1:2‭ Het evangelie heeft in Johannes een wondervolle verandering teweeg gebracht.…

Joh. 1:48‭ - Waarlijk een Israëliet

Preekaantekeningen

Jezus zag Nathanaël tot zich komen en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welke geen bedrog is. Joh. 1:48 Dit is een hoofdstuk, waarin het woord…

Joh. 1:29 -‭ De boodschap van de dopers

Preekaantekeningen

De andere dag zag Johannes Jezus tot zich komende en zei: Zie, het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt! Joh. 1:29 Plaatsen en tijden worden…

Luk. 7:42‭ - Liefde’s meeste

Preekaantekeningen

Zeg dan, wie van deze zal hem meer liefhebben? Luk. 7:42 Het betaamt ons te begeren, om tot de meest liefdevolle dienstknechten van de Heere Jezus te behoren.…

De majestueuze stem

Voor Iedere Dag

De stem des HEEREN is met heerlijkheid. Psalm 29:4 Verder lezen: Hebreeën 1:1-4 In een bepaald opzicht kan Jezus Christus de Stem van God genoemd worden, want u weet…

Laat uw hart niet in beroering raken

Voor Iedere Dag

Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. (Johannes 14:1) Lees verder Johannes 16:1—15. Ik zeg dat het veel makkelijker moet…

De volheid van Christus

Aan De Voeten Van De Meester

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Johannes 1:16 De tekst vertelt ons dat er volheid is in Christus. Er is in Hem…

Thuis beginnen

Nabij De Zon

Deze vond eerst zijn broeder Simon. Johannes 1:42 Dit geval is een buitengewoon voorbeeld van alle gevallen waarin sprake is van een krachtig geestelijk leven. Zodra iemand Christus…

Aanschouw Hem

Nabij De Zon

Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! Johannes 1:29 Aanschouw Hem Die u niet…

Vol van genade en waarheid

Nabij De Zon

En bet Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader), vol van genade…

De mens geeerd door de vleeswording van Christus

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Lezer, u bent niet als een arme eenzame wees die voor de diepe zee huilt om zijn Vader, omdat Hij te ver weg is en u niet kan…

Ons ware licht

Aan De Voeten Van De Meester

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt,…

Kijk omhoog

Aan De Voeten Van De Meester

Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! Johannes 1:29 Ik ken velen wier geweten…

Geloof in Christus alleen

Aan De Voeten Van De Meester

Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. JOHANNES 1:17 U weet misschien veel over het geloof, maar het enige verlossende…

Zie het Lam Gods

Preken

De volgende dag zag Johannes Jezus tot zich komen, en zei: ’Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Johannes 1:29 De enige taak van Johannes…

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen genade

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Johannes 1 vers 16 Deze woorden laten ons…

De Zoon des mensen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gij zult groter dingen zien dan deze. Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij de hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op de Zoon…

Een spoedige verzoening

Met Spurgeon Het Jaar Door

Rabbi, Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels. Johannes 1:50 Waarop was het geloof van Nathanaël gegrond? Hij nam Jezus met vreugde aan als de Messias,…

Hij kende u van eeuwigheid

Met Spurgeon Het Jaar Door

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder de vijgenboom waart, zag Ik u. Johannes 1:49 De Heere had Nathanaël gezien in hetgeen waarmee…

Kom en zie

Met Spurgeon Het Jaar Door

Kom en zie. Johannes 1:47 Kom en zie,’ zei Filippus, en Nathanaël kwam en zag. Hij schijnt niet te hebben verwacht dat hij tot Christus bekeerd zou worden…

Het verlangen van het hart

Met Spurgeon Het Jaar Door

Filippus vond Nathanaël. Johannes 1:46 Nathanaël was een ernstige zoeker. Filippus koos hem uit omdat hij voelde dat het goede nieuws hem zou interesseren. ‘We hebben de Messias…

Een Israëliet in welke geen bedrog is

Met Spurgeon Het Jaar Door

Filippus vond Nathanael. Johannes 1:46 Ons wordt verteld dat Nathanaël een eenvoudige man was, ‘waarlijk een Israëliet in welke geen bedrog is.’ Nathanaël zei eerlijk hoe hij over…

Een grootste dag

Met Spurgeon Het Jaar Door

Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus. Johannes 1:44 De dag waarop een ziel met Christus in contact komt, is de grootste dag van haar geschiedenis,…

Het werk dat voorafgaat

Met Spurgeon Het Jaar Door

Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus. Johannes 1:44 Toen begon u te bidden. Maar wie heeft u leren bidden? Met het echte gebed was u…

De werking van Gods Geest

Met Spurgeon Het Jaar Door

Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus. Johannes 1:44 Jezus vindt Filippus, voordat Filippus Jezus vindt. Dat is het werk dat voorafgaat. Ik denk dat…

De zonde der wereld weggenomen

Met Spurgeon Het Jaar Door

... Dat de zonde der wereld wegneemt. Johannes 1:29 Toen Jezus Christus in onze plaats werd gesteld, werd onze zonde op Hem gelegd. De zonde kan, net zomin als…

Zie, het Lam Gods

Met Spurgeon Het Jaar Door

Zie, het Lam Gods. Johannes 1:29 Jezus Christus, Gods Zoon, is op aarde gekomen en is in de plaats, staat en toestand geweest van allen die in Hem geloven.…

Kinderen Gods

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden. Johannes 1:12 Wat is het verborgen merkteken, dat het kind…

De Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" De Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. Johannes 1:14 Gelovige, gij kunt getuigen, dat Christus de Eniggeborene van de…

Begin thuis met uw godsdienst

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Deze vond eerst zijn broeder Simon. Johannes 1:42 Dit is een geweldig voorbeeld van alle gevallen waarin het geestelijk leven krachtig werkzaam is. Zodra iemand Christus…

De God van uw vader en moeder

Korte Overdenkingen

Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Johannes 1:11 Eerst waren alleen de Joden genodigd tot de ‘koninklijke bruiloft’. Eeuwenlang was het Evangelie…

Een trap naar de hemel

Bank Des Geloofs

En Hij zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u allen: Van nu af zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen…

Grotere dingen

Bank Des Geloofs

Gij zult groter dingen zien dan deze. Joh. 1:50 Dit wordt gezegd tot een kinderlijk gelovige, die bereid was Jezus te aanvaarden als de Zoon van God, de Koning…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content