“En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen.”—Johannes 1:52
Ja, voor ons geloof is dit uitzicht tot op de dag van vandaag duidelijk. Wij zien de hemel geopend. Jezus Zelf heeft dat koninkrijk voor alle gelovigen geopend. We kijken in die plaats vol geheimen en heerlijkheid, want Hij heeft die aan ons laten zien. Wij zullen er spoedig binnengaan, want Hij is de weg.
Nu begrijpen we de ladder van Jakob. Tussen aarde en hemel gaat een heilig verkeer heen en weer: het gebed gaat omhoog en het antwoord komt naar beneden, langs Jezus, de Middelaar. We zien deze ladder als we onze Heere zien. In Hem is nu een trap van licht, een vrije doorgang naar de troon van de Allerhoogste. Laten we hem gebruiken en de boodschappers van onze gebeden erlangs omhoog sturen. Dan leven we zelf het leven van de engelen: we rennen in voorbede naar de hemel, grijpen de zegeningen van het verbond vast en dalen dan weer af om die gaven uit te delen onder de mensenkinderen.
Dit bijzondere gezicht, dat Jakob alleen in een droom zag, zal een stralende werkelijkheid worden. Vandaag nog zullen we elk uur op en neer gaan langs de ladder: omhoog klimmend in gemeenschap met God, en weer omlaag komend in ons werk om onze medemensen te redden. Dit is Uw belofte, o Heere Jezus. Laat ons met vreugde zien dat die vervuld wordt.

