“En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.”—Lukas 2:7
Lees verder: 1 Petrus 4:1-5.
Als u plaats hebt voor Christus, heeft de wereld van nu af aan geen plaats meer voor u. Want de tekst zegt niet alleen dat er geen plaats was voor Hem, maar let op: “omdat voor henlieden geen plaats was.” Voor Jozef en Maria was er net zo weinig plaats als voor het Kindje. Wie zijn Zijn vader, moeder, broers en zussen anders dan zij die Zijn woord ontvangen en bewaren? Onthoud dat er vanaf nu in de wereld geen plaats voor u zal zijn als ware volger van Christus, zoals er geen plaats was voor de gezegende maagd en de zogenaamde vader. Er is geen plaats om uit te rusten. Nee, u bent een soldaat van het kruis en in deze levensstrijd zult u geen rust vinden. Er is geen plaats om tevreden te gaan zitten bij wat u bereikt hebt, want u bent een reiziger. U moet vergeten wat achter u ligt en u richten op wat voor u ligt. Er is geen plaats waar u uw schatten kunt begraven, want hier zullen mot en roest ze verderven. U kunt hier op niets uw vertrouwen stellen, want “Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt” (Jeremia 17:5). Vanaf deze dag zal er geen plaats voor u zijn in de goede dunk van de wereld. Ze zullen u voor een slecht mens houden. Geen plaats voor u in de beleefde samenleving: u moet buiten de legerplaats gaan en Zijn smaad dragen. Vanaf nu, zeg ik, als u plaats hebt voor Christus, zal de wereld weinig plaats hebben voor tolerantie jegens u. U moet verwachten dat u wordt uitgelachen. Ze zullen u voor gek verslijten. En uw lied moet vanaf het begin van uw pelgrimstocht zijn: “U zult vanaf nu mijn alles zijn.” Er is geen plaats voor u in de liefde van een wereldling.
Ter overdenking
Voelt u zich buitengesloten, zelfs met Kerst? Dat was bij Jezus ook zo. “Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Johannes 1:11). Sinds de zonde in de wereld kwam, is Gods volk nooit op zijn plaats geweest in de wereld (Hebreeën 11:13,38).
Preek 485, 21 december 1862

