De vleugels van het gebed

Charles Haddon Spurgeon

GEBED 13

Onze Vader, Uw kinderen die U kennen, verlustigen zich in Uw nabijheid. Wij zijn nooit gelukkiger dan wanneer wij dicht bij U mogen zijn. Wij hebben in het gebed een kleine hemel gevonden. Het heeft onze drukkende last verlicht, U te zeggen hoe zwaar hij weegt. Het heeft onze pijnlijke wond verzacht, U te zeggen hoe zij schrijnt. Het heeft onze vermoeide geest verkwikt, U al onze afdwalingen te belijden. Er is voor ons geen enkele plaats op aarde gelijk aan de Genadetroon.

Wij danken U, Heere, dat wij niet alleen troost en baat hebben gevonden in het gebed, maar dat wij door de rijke verhoringen ervan ook zo buitengewoon verrijkt zijn. Gij hebt Uw verborgen schatten ontsloten voor de stem van het smekende gebed. U hebt in al onze noden voorzien zodra wij maar tot U riepen. Ja, wij hebben uit ervaring bevonden dat het waar is: „Eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.”

Wij loven U, Heere, dat U ons die gezegende inzetting van het gebed hebt geschonken. Wat zouden wij immers zonder het gebed in deze wereld moeten beginnen? En wij schamen ons diep voor ons aangezicht dat wij er zo schrikbarend weinig gebruik van maken. Wij bidden dat wij waarachtige mensen van het gebed mogen worden — erdoor geheel in beslag genomen, opdat het gebed ons mag opnemen en ons als op zijn eigen vleeskrachtige vleugels naar de hemel mag dragen.

En wil nu, in dit heilige uur, de stem van onze smekingen genadig horen. Allereerst vragen wij uit Uw vaderlijke hand, grote Vader, een volkomen, onwederroepelijke vergeving van al onze menigvuldige overtredingen en dagelijkse tekortkomingen. Wij hopen in oprechtheid voor U te kunnen getuigen dat wij van harte een ieder vergeven die op enigerlei wijze tegen ons heeft misdaan. Er leeft in ons hart, zo hopen en bidden wij, geen enkele gedachte van bittere vijandschap jegens enig mens. Hoe wij door de mensen ook belasterd of onrechtvaardig verongelijkt zijn, wij willen het uit het diepste binnenste van ons hart alles volkomen vergeven en vergeten.

Wij komen tot U en bidden dat U, om Jezus’ wil en door de kracht van datzelfde bloed dat eertijds voor velen is vergoten tot vergeving van de zonden, ons een volkomene kwijtschelding wilt schenken van elke overtreding uit ons verleden. Delg, o God, al onze zonden uit als een verdwijnende wolk, en laat ze nimmermeer door Uw oog worden gezien. Schenk ons tevens dat vredebrengende woord van Uw belofte, krachtig door de Heilige Geest in onze ziel toegepast, opdat wij, gerechtvaardigd uit het geloof, vrede hebben bij God door Jezus Christus, onze Heere. Laat ons werkelijk vergeven zijn en laat ons dat ook diep weten. Moge er in ons hart geen enkele twijfel of vraag meer achterblijven over onze eeuwige verzoening met God, maar mogen wij, in een vaste, volle verzekerdheid gegrond op het volbrachte werk van Christus, staan als volkomen vergeven mannen en vrouwen, wier overtredingen nooit meer, in der eeuwigheid niet, gedacht zullen worden.

En dan, Heere, hebben wij nog een tweede, grote weldaad te vragen, die voortaan het zwaartepunt van ons gebed zal zijn. Het is dat U ons wilt helpen om zo te leven als mensen die zulke wonderlijke vergeving hebben ontvangen, behoren te leven. Wij hebben hier immers maar een zeer korte tijd te vertoeven, want ons aardse leven is niet meer dan een ijle damp die in een ogenblik verdwijnt; maar het ligt ons diep na aan het hart dat wij de tijd van onze vreemdelingschap hier op aarde in een heilige, tedere vreze mogen doorbrengen, en dat Uw vrije genade op ons mag rusten vanaf het prilste begin van ons christelijk leven tot aan het uiteindelijke aardse einde toe.

Heere, U weet dat er onder ons sommigen zijn die nog nimmer zijn begonnen om voor U te leven, en nu wordt het gebed opgezonden dat zij juist vandaag uit de dood wedergeboren mogen worden. Anderen van ons wandelen al lange tijd op Uw wegen en zijn ze nimmermeer moe geworden. Soms verwonderen wij ons er ten volle over dat U ons in Uw geduld niet moe wordt, maar zeker is het dat wij ons meer dan ooit verlustigen in de heerlijke wegen van de heiligheid. Och, dat onze wandel onswijkbaar werd gericht om Uw inzettingen getrouw te bewaren, en dat zonder enige kwalijke misstap of smet! Wij zouden van harte wensen dat wij volmaakt gehoorzaam waren in al onze gedachten, woorden en werken — volkomen geheiligd naar geest, ziel en lichaam. Wij zullen stellig nooit verzadigd zijn, totdat wij eens mogen opwaken in Uw gelijkenis, ja, de volmaakte gelijkenis van Christus Zelf.

Och, bereid ons toch tot ditzelfde, wij smeken het U! Moge de dagelijkse praktijk en ervaring ons steeds dieper leren hoe wij alle zorgvuldige gelegenheden tot zonde kunnen mijden. Mogen wij geestelijk waakzamer worden. Mogen wij een grotere heerschappij ontvangen over onze eigen opstandige geest. Mogen wij onszelf in alle omstandigheden volkomen kunnen beheersen, en wel zo handelen dat wij ons nimmer zouden hoeven te schamen om onze rekenschap in Uw handen te leggen, mocht de Meester op dit zelfde ogenblik komen.

Heere, wij zijn helaas nog niet wat wij zo graag zouden willen zijn; dat is onze dagelijkse smart. Och, dat U ons door Uw Heilige Geest wilde helpen om op al de paden van het leven de leer van God, onze Zaligmaker, in alle dingen te sieren. Als christelijke zakenlieden, als getrouwe werklieden, als liefhebbende ouders, als gehoorzame kinderen, als knechten, als heren — wat onze aardse positie ook moge zijn —, mogen wij zo wandelen dat Christus met welgevallen op ons kan neerzien. Moge Zijn eigen hemelse blijdschap in ons wonen, want alleen dan kan onze menselijke blijdschap ten volle vervuld worden.

Dierbare Zaligmaker, wij zijn Uw onwaardige discipelen, en Gij leert ons geduldig de goddelijke kunst van het ware leven; maar wij zijn vaak zo traag van begrip en zo langzaam van hart. Bovendien is er in onze verdorven natuur zo’n sterke neiging tot het kwade, zijn er in deze wereld zulke zondige voorbeelden, en doet de kille invloed van een goddeloos geslacht zich zo krachtig gelden — helaas, zelfs bij hen die U van harte kennen. O dierbare Zaligmaker, wees niet ongeduldig met ons in onze zwakheid, maar onderwijs ons al maar door nederig aan Uw voeten, totdat wij eindelijk iets diep geleerd zullen hebben van die verheven lessen van volkomen zelfopoffering, tedere zachtmoedigheid, diepe ootmoed, vurige ijver, heilige vrijmoedigheid en onverwoestbare liefde, die Uw eigen aardse leven ons zo prachtig kan leren. O Heere, wij smeken U, vorm ons volkomen naar Uw eigen hemels beeld! Laat ons in U leven, en leven gelijk Gij hebt geleefd. Laat ons altoos op Uw goddelijke heerlijkheid staren, totdat wij door die onuitsprekelijke aanblik innerlijk veranderd worden en hier te midden van de mensenkinderen steeds meer aan Christus gelijk worden gemaakt.

Heere, hoor de ootmoedige belijdenissen van al hen die in hun zwakheid zijn afgeweken, en die Uw heerlijke beeld in hun leven soms meer ontsieren dan voltooien. Hoor de diepe gebeden van allen die zich maar al te bewust zijn van grote, pijnlijke gebreken in hun verleden. Geef hun een diepe, onwrikbare rust in het gemoed door de vergeving, maar schenk hun tevens de nodige kracht van geest om zich in het vervolg zuiver en vrij te houden van al zulks kwaad. O Heere, wij zuchten en roepen altoos maar meer en meer naar U Zelf. Hoe meer wij van Uw genade mogen ontvangen, des te meer verlangen wij naar U uit. Hoe meer wij naar Uw beeld worden veranderd, des te scherper zien wij onze eigen menigvuldige gebreken en des te meer smachten wij naar een hogere maatstaf, ja, om de volmaaktheid zelf te bereiken.

Och, help ons daarin toch! Geest van de levende God, blijf onvermoeibaar in ons arbeiden om te baren. Laat die onuitsprekelijke zuchtingen altoos in onze geest zijn, want dit zijn de heilige groeipijnen van het geestelijk leven, en wij zullen geestelijk groeien zolang wij in staat zijn om te zuchten en te roepen, zolang wij onze schuld kunnen belijden en daarover kunnen treuren. Toch is dit alles niet zonder een levende, gezegende hoop dat Hij Die een goed werk in ons zwakke hart begonnen heeft, het ook gewis zal voleindigen tot op de grote dag van Christus.

Zegen, wij bidden U, in deze tijd de ganse wereldwijde Kerk van God in elk denkbaar deel van de aarde. Doe het heilige werk en de dienst van alle christenen krachtig voorspoedig zijn — op welke wijze zij ook pogen het Koninkrijk van Christus verder uit te breiden. Bekeer de heidenen in de vergetelheid. Verlicht allen die nog dwalen in enigerlei vorm van geestelijke dwaling. Breng de ganse Kerk van Christus terug tot haar oorspronkelijke, reine gestalte van het vroege christendom. Maak haar allereerst rein, o Heere, en dan zal zij vanzelf ook wonderbaar één worden. O Zaligmaker, laat Uw heerlijk Koninkrijk nu komen! Och, dat U almachtig mocht heersen, en dat Uw heilige wil onverkort geschieden mag op aarde, precies zoals in de hemel.

Wij bidden U, gebruik ieder van ons precies naar de mate waarin wij door Uw genade bekwaam zijn gemaakt om gebruikt te worden. Neem ons in Uw hand, en laat geen enkel kostbaar talent in Uw hemelse schatkamer langzaam verroesten, maar moge elk pond van U getrouw en vlijtig worden uitgezet in de geestelijke handel voor U, en wel op de gezegende markt van het winnen van kostelijke zielen. Och, schenk ons een geestelijke voorspoed! Vermeerder de hemelse gaven en genaden van allen die reeds behouden zijn. Verbind ons in Uw liefde nauwer aan elkaar dan ooit tevoren. Laat Uw vrede souverein heersen in ons midden. Laat de heiligheid ons sieren als een koninklijk gewaad.

Hoor ons genadig wanneer wij bidden voor alle landen op aarde, en wel voor alle soorten van mensen zonder onderscheid — van de vorst die op de hoge troon zit tot de eenvoudige landman in zijn klein hutje toe. Laat de rijke zegen van de hemel neerdalen op de ganse mensheid, alles door Jezus Christus, onze dierbare Heere. Amen.

© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content