Gebed verhoord en onverhoord

Charles Haddon Spurgeon

GEBED 26

O God van Israël, God van Jezus Christus, onze God tot in eeuwigheid! Help ons thans door de Heilige Geest om U op de rechte, heilige wijze te naderen: met een diepste eerbied, maar zonder slaafse vrees, met een heilige vrijmoedigheid, maar zonder enige aanmatiging. Leer ons als teerdere kinderen tot de Vader te spreken en toch als nietige schepselen ootmoedig te buigen voor onze Maker.

Onze Vader, wij willen U allereerst bidden: hebt U wellicht iets tegen ons als Uw kinderen? Hebben wij in onze zwakheid iets op verkeerde wijze van U gevraagd, en hebt U ons in Uw geduld gegeven wat wij zochten? Wij zijn ons daarvan niet bewust, en toch kan het zo zijn. Dan zijn wij door het antwoord op onze eigen aanmatigende gebeden wellicht in een zwaardere en moeilijkere positie geraakt dan die waarin wij eerst verkeerden. Het zou kunnen dat een of ander aards gemak ons nu nader aan het hart ligt dan onze God. Hoe veel beter waren wij eraan toe geweest zonder dat gemak, mits wij in onze God mochten wonen en onze enige vreugde in Hem vonden! Maar nu, o Heere, schenk ons in deze gevaarlijke omstandigheden genade, opdat wij ons in geen geval van U afkeren.

Is onze huidige positie niet zoals U die ons in Uw alwetendheid zou hebben toegewezen als wij wijzer waren geweest, geef ons dan genade om ons ook nu recht te gedragen. Laat de rijke weldaden die U ons hebt geschonken toch nimmer een aanleiding tot struikelen worden, en laat het verkrijgen van de diepste wens van ons hart geen verborgen verzoeking voor onze ziel zijn. Nee, wij voelen ons veeleer gedrongen U te prijzen voor de vele keren dat U ons in Uw goedheid ons gebed niet hebt verhoord! U hebt immers zelf gezegd dat wij vaak verkeerd baden en daarom niet konden ontvangen. Wij willen dit gebed hier voor Uw aangezicht laten vastleggen: telkens wanneer wij in ons menselijk feilen verkeerd bidden, wilt U ons in Uw grote wijsheid en eeuwige liefde de bede weigeren!

O Heere, als wij ooit onze zaak met te veel eigen aandrang bepleiten en het ontbreekt ons aan genoegzame overgave, let dan op die momenten alstublieft niet op ons, wij bidden U. En al roepen wij dag en nacht tot U over het een of ander, als U in Uw oneindige wijsheid ziet dat wij daarin dwalen, luister dan, smeken wij U, niet naar de stem van ons roepen.

Het is nu, in onze stilste en diepste ogenblikken, de oprechte wens van ons hart dat dit gebed van ons, zolang wij ademen, mag blijven gelden: niet zoals wij willen, maar zoals U wilt.

Maar, o Heere, wanneer wij terugblikken, mogen wij met de grootste, overvloeiende dankbaarheid denken aan die talloze keren dat U wel naar ons zwakke geroepen hebt geluisterd! Wij werden soms in de diepste nood gebracht en ons hart zonk ons schier in de schoenen; toen riepen wij tot U, en U hebt ons nooit, nee nooit geweigerd te horen. De gebeden die ontsproten aan onze eigen zelfzuchtige verlangens hebt U in liefde afgewezen, maar de benauwde gebeden uit onze diepe nood hebt U mildelijk verhoord. Geen enkele goede belofte van al wat U hebt toegezegd, is ooit uitgebleven.

U hebt ons oneindig veel meer geschonken dan wij ooit konden bidden of zelfs maar konden bedenken. Er was een tijd dat onze huidige geestelijke staat ons onbereikbaar hoog leek. Maar als wij nu achteromzien, vervult het ons met heilige verbazing: wie eerst radeloos bij de vleespotten van Egypte lag, zit nu geborgen onder zijn eigen wijnstok en vijgenboom; wie eenzaam en verloren door de barre woestijn dwaalde, vindt thans een veilige, vaste stad om in te wonen. Wij, die eens als verloren zonen in lompen liepen, mogen nu geliefde kinderen zijn in de schoot van de Vader; en wij, die eens met de zwijnen verkeerden, zijn nu erfgenamen van God en medeerfgenamen van Christus geworden! O, wat een rijke, troostvolle bemoediging schenkt dit ons om vrijmoedig te bidden tot zo’n wonderlijke God, Die onze gebeden niet alleen hoort, maar het verzoek van Zijn kinderen altijd ver te boven gaat!

Gezegend zij de Naam van de Heere tot in eeuwigheid, roept ons diepste hart. Amen, duiz maal amen, gezegend zij Zijn Naam. Al was het alleen maar om die wonderlijk verhoorde gebeden, of zelfs maar om al die onverhoorde gebeden, dan nog zouden wij U loven en prijzen zolang ons bestaan duurt!

En nu, Heere, luister genadig naar de stem van het roepen van Uw eigen kinderen. Waar een oprecht hart is dat brandt van verlangen naar meer heiligheid, beantwoord dat tedere verzoek. En waar een gebroken geest diepe verzoening zoekt met U, beantwoord dat nu in genade. U weet precies waar waarachtig gebed is, ook al blijft het vaak onuitgesproken en bewegen de lippen niet. O, hoor toch de tollenaar die zijn ogen niet eens durft op te slaan naar de hemel. Hoor hem terwijl hij uit de diepte roept: „O God! wees mij, zondaar, genadig!” Hoor hen die zichzelf al voor de dood bestemd achten. Laat het benauwde zuchten van de gevangene voor Uw troon opkomen! O, dat U vrede en onuitsprekelijke rust mocht schenken aan elke verontruste geest over de hele aarde, aan ieder die zich in dit uur naar het kruis wil keren en God wil aanschouwen in Christus Jezus.

O Heere, als er enkelen van Uw getrouwe dienstknechten zijn die zich zo diep bekommeren om het welzijn van anderen, dan willen wij U daar uit de grond van ons hart voor danken. Wek in Uw heilige Gemeente vele vurige voorbidders op die onvermoeibaar pleiten voor de voorspoed van Sion. Laat hen U geen rust gunnen totdat U haar vastberaden vestigt en haar tot een eeuwige vreugde maakt in het land.

O, er zijn er onder ons die innig tot U geroepen hebben over ons eigen land. U weet hoe wij in het verborgen hebben gekreund en gezucht over deze boze tijden, en zie, Gij bent ons al genadig tegemoet gekomen. Daarvoor willen wij Uw Naam lof toezwaaien. Maar wij kunnen en willen niet ophouden te bidden voor dit land. Neem al zijn zonde genadig weg, verlos het van de verwoestende vloek van de dronkenschap, red het van het killende ongeloof, van het papisme, van het ritualisme, van het rationalisme en van elke denkbare vorm van kwaad, opdat dit land een heilig land voor U mag worden.

O Heere, leid talrijke getrouwe arbeiders naar hen toe die wel onder het evangelie leven, maar er blind voor zijn. Breek, wij bidden U, door hun harde, koppige onverschilligheid heen. Heere, geef hun een vurige liefde voor Uw huis en een hongerend verlangen om Uw evangelie te horen. Zie daarna mild neer op de arme rijken, van wie velen niets van U weten en in trotse blindheid hun eigen rijkdom aanbidden. Geef, o Heere, dat de velen voor wie geen speciale evangeliediensten zijn, maar die hun grond Vinden in hun eigen vermeende goedheid, het levende evangelie van Jezus mogen horen, opdat ook zij, net als de armen, in genade tot Christus worden gebracht. O God, zegen dit land met meer evangelielicht, en met meer overvloedig evangelieleven en -liefde. Gij zult ons horen, o Heere, daar vertrouwen wij op.

Dan willen wij ook bidden voor onze dierbare kinderen, dat zij genadig gered mogen worden. Sommigen van ons kunnen niet eens meer bidden om de bekering van onze kinderen, want onze kinderbeden zijn reeds in overvloed verhoord! Maar anderen van ons hebben kinderen die hun vaderhart en moederhart kwellen en diep verdriet doen. O God, red toch de zonen en dochters van godvrezende mensen. Laat hen niet bitter hoeven zuchten over hun kinderen zoals eertijds Eli en Samuël, maar laat hen hun zonen en dochters zien opgroeien als levende kinderen van de levende God. Wij willen bidden voor onze dienstbodes, voor onze naaste buren, voor al onze verwanten, dichtbij of ver weg, dat allen onweerstaanbaar tot Jezus gebracht mogen worden. Doe dit, o God, uit Uw oneindige, vrije barmhartigheid.

En nu wij zo voorbede mogen doen, willen wij, geheel naar Uw heilig Woord, bidden voor alle koningen en allen die in hoog gezag zijn gezeten, opdat wij door hun beleid een stil, rustig en vreedzaam leven mogen leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid. Wij bidden eveneens vurig voor alle volken op aarde. O Heere, zegen de landen die nog in de diepste duisternis zitten en gedenk hen in ontferming. Laat hun een groot licht opschijnen, en laat het zendingswerk overal vruchtbaar slagen. En laat de bevoorrechte volken waar onze God reeds lang bekend is — en in het bijzonder dit land en dat machtige land aan de overkant van de oceaan, dat dezelfde dierbare Heiland liefheeft en dezelfde taal spreekt — altijd rijkelijk begunstigd blijven worden met Uw goddelijke nabijheid en met Uw overvloedige voorspoed en zegen.

„O Heere, U hebt ons volk eertijds uitgekozen, wonderbaar begunstigd en over de hele aarde doen vermenigvuldigen. Met niet meer dan een eenvoudige staf trok het destijds over de Jordaan, en zie, nu is het uitgegroeid tot grote naties. Heere, zegen dit hele volk, met allen die daarin zijn opgenomen, en zegen daarna al die andere volken der aarde. Laat zo de oude zegen van Abraham in ons vervuld worden: „… en Ik zal u zegenen, en gij zult een zegen zijn!”

In het overvloedig verrijken van Uw heiligen met hemelse gaven en genaden, en in het krachtig opbouwen van hen tot Zijn heerlijk beeld: Vader, verheerlijk Uw Zoon! In het bijeenbrengen van de ganse schare van Zijn uitverkorenen en in het bespoedigen van Zijn heerlijk koninkrijk en Zijn komst: Vader, verheerlijk Uw Zoon! Verder dan dit ene, hemelse gebed kunnen en durven wij niet gaan: „Verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.” En aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zij de eeuwige lof en heerlijkheid, voor eeuwig en altijd. Amen.

© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content