
GEBED 10
O gezegende God, wij moeten door Uw Geest geholpen worden, anders kunnen wij U niet naar behoren aanbidden. Zie, de heilige engelen aanbidden U, en de scharen die door het bloed verlost zijn, brengen eeuwige halleluja’s aan Uw voeten. Wat zijn wij, schepselen van één dag, met zonde bezoedeld, dat wij zouden menen U te kunnen loven? En toch zou de muziek van de lof niet volkomen zijn als Uw kinderen er niet in instemden, ook zij die nog hier beneden in deze wereld zijn. Help ons dan. Maak ons bekwaam om onze harpen te stemmen en onze geest muziek te ontlokken.Waarlijk, Heere, als er in de wereld schepselen zijn die U kunnen loven, dan behoren wij dat te doen. Ieder van ons voelt dat hij een bijzondere reden tot dankbaarheid heeft. Heere, het is een onuitsprekelijke genade U te kennen: U te kennen als onze verzoende God, U te kennen als onze Vader in Christus Jezus, Die ons al onze overtredingen heeft vergeven. Och, hoe onuitsprekelijk zoet is het tot U te komen en in U te rusten, en te weten dat er nu geen oorzaak van twist meer is tussen ons en U. Integendeel, wij weten dat U en wij aan elkaar gebonden zijn door een verbond dat U in oneindige tederheid en barmhartigheid hebt opgericht, opdat Uw volk een sterke vertroosting zou hebben en U vrijmoedig zou kunnen aangrijpen.
Och, welk een vreugde te weten dat wij voor eeuwig de Uwen zijn: de Uwen in de beproevingen van het leven, de Uwen in de laatste, geduchte beproeving van de dood, en dan de Uwen in de opstanding, de Uwen door de hele eeuwigheid. Daarom aanbidden wij U, o God, niet gedwongen, niet uit schrik of onder druk, maar blijmoedig en met vreugde. Wij brengen U lof en kracht en heerschappij en heerlijkheid en eer toe, tot in alle eeuwigheid.
Wisten wij maar hoe wij iets voor U konden doen! Wij bidden dat wij geholpen mogen worden dat te doen voordat wij sterven. Ja, dat elk voorbijvliegend uur mag belijden dat wij Uw Evangelie tot enige roem zijn geweest. Dat wij zo mogen leven dat wij het Koninkrijk van de Verlosser uitbreiden, al is het maar in geringe mate. Dat ons leven geen vruchteloos, verspild leven mag zijn. Dat geen van onze krachten werkeloos terzijde ligt en roest, maar dat wij, naar de uiterste maat van ons vermogen, door de goddelijke Geest geholpen mogen worden om ons hele leven in ware aanbidding door te brengen.
Wij weten het: wie dient, die bidt; wie geeft, die looft; wie gehoorzaamt, die aanbidt; en het leven is de beste muziek. Och, zet het op goede muziek, wij bidden U, en help ons van begin tot eind bij elke noot te blijven. Laat er in al het zingen van ons leven geen valse noot klinken, maar laat alles gaan naar die heilige partituur die zo volkomen is uitgeschreven in de levensmuziek van onze Heere.
Wij smeken U: zie neer op Uw kinderen en bemoedig ons. Heere, hef ons op. Kom, Heilige Geest, als een frisse, verkwikkende wind, en laat onze geest door Uw Geest opwaarts stijgen tot God.
Met veel beschaamdheid willen wij onze overtredingen en zonden belijden. Er zijn er die nooit iets van de last van de zonde hebben gevoeld. Heere, leg die last op hen. Druk hen eronder. Almachtige God, verontrust hun zielen. Laat hen geen rust vinden, totdat zij rust vinden in U. Mogen zij nooit tevreden zijn om in de zonde te leven en te sterven, maar kom naar Uw oneindige barmhartigheid tot hen en maak hen bedroefd over hun zonde.
En wat Uw volk betreft: het smart ons te bedenken dat wij niet beter leven dan wij doen. Uw Naam zij voor eeuwig geloofd voor elke vrucht van heiligheid, voor elk werk van het geloof, maar och, mocht er meer zijn! U hebt de boom veranderd; hij is geen braamstruik meer. Hij kan vijgen voortbrengen, maar nu willen wij meer van die zoete vruchten voortbrengen.
De Heere doe ons Christus innig liefhebben, de zielen van de mensen van ganser harte, Uw waarheid met ernst, en de Naam van Jezus boven alles. Mogen wij door de klank daarvan verrukt worden. De Heere schenke ons elke genadegave: niet alleen liefde, maar ook geloof en hoop, en heilige goedertierenheid, zachtmoedigheid, lijdzaamheid en broederlijke liefde. Bouw ons op, Heere, wij bidden U, in alle kennis en in alle bevinding. Geef ons daarbij onderwerping aan Uw wil, heilige overgave, grote waakzaamheid en veel behoedzaamheid in ons spreken, opdat wij de tong in toom houden en zo het hele lichaam regeren.
De Heere storte Zijn Geest over ons uit, opdat elke kamer van ons wezen verzoet en doorgeurd wordt door de inwoning van God, totdat onze verbeelding zich alleen nog verlustigt in wat kuis en rein is, totdat ons geheugen het verachtelijke vuil uit de donkere kamers werpt, totdat wij naar hemelse dingen uitzien en ernaar verlangen, en al onze schat in de hemel is en ons hart daar ook. Neem het hoogste van ons mens-zijn, Heere, en doordrenk het met Uw liefde, totdat het als het vlies van Gideon vol dauw is, elke lok en elk vlokje ervan, zodat geen enkel deel onbevochtigd blijft door de dauw uit de hemel.
O, hoe loven wij U voor velen die ernaar streven te wandelen zoals Christus gewandeld heeft, en die ook trachten anderen tot Christus te brengen. O Heere, help ons in dit worstelen naar heiligheid en nuttigheid. En zoals U velen hierin tot op zekere hoogte de wens van hun hart hebt gegeven, verwijd nu hun hart en geef hun meer, zowel van heiligheid als van nuttigheid. Och, maak ons als bomen, geplant aan waterbeken, opdat wijzelf vol levenskracht zijn, en laat ons dan overvloedig vrucht geven op onze tijd, tot lof en heerlijkheid van God.
Ons verlangen is dat wij verlevendigd worden op onze weg naar het hemelse leven. Bezoek ons met Uw heil. Heere, laat ons niet alleen het leven hebben, maar laat ons overvloed hebben. Moge ieder van ons zijn schreden versnellen, en mogen wij ernstiger dan ooit lopen naar het doel dat ons is voorgesteld.
Gedenk Uw hele Kerk over de ganse wereld. Doe het zendingswerk voorspoedig gaan. Wees met de predikanten en zendelingen die terneergeslagen zijn omdat de vrucht uitblijft. Wees met hen die zich verblijden omdat er vrucht is. Bewaar ieder hart in de rechte gestalte, opdat U Uw knechten zo volkomen als maar mogelijk is kunt gebruiken.
O God, zend ons betere dagen dan deze, wij bidden U. Wij danken U voor al het licht dat er is, maar zend ons meer licht. Wij danken U voor het leven dat er onder de christenen is, maar zend er meer van. Bind de kerken samen in eenheid, en geef hun dan zo’n vaart, zo’n kracht en zo’n macht dat zij doorbreken in de rijen van de tegenstander, en de overwinning zal zijn voor Christus en voor Zijn volk.
Gedenk ons dierbare land. Zegen de vorst. Gedenk allen die onze wetgeving leiden. Wees alle rangen en standen van mensen genadig. Ontferm U over allen die arm en nooddruftig zijn, over allen die ziek en bedroefd zijn, en over hen die op de zee heen en weer geslingerd worden. Gedenk de gevangenen, en hen die geen helper hebben. Wees hun genadig die op sterven liggen. En laat ten slotte de dag aanbreken dat de Zon zal doorbreken in al Zijn glans, ja, dat Christus Jezus geopenbaard zal worden, om wonderbaar te worden in allen die geloven, en om de hele schepping te verblijden. Vertoef niet, o “Zon der gerechtigheid”.
© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

