De vrede van God

Charles Haddon Spurgeon

GEBED 15

Onze God, wij staan thans niet van verre, zoals eertijds Israël bij de rokende Sinaï, en er hangt geen donker voorhangsel meer tussen Uw heerlijk aangezicht en het onze. Het voorhangsel is immers voor eeuwig gescheurd door de smadelijke dood en de opstanding van onze goddelijke Heere en Middelaar, Jezus Christus. In Zijn heilige Naam naderen wij tot het verzoendeksel, dat geheel met bloed is besprenkeld, en hier brengen wij U onze kinderlijke gebeden en onze diepe lofzeggingen, aangenaam gemaakt in Hem.

Wij belijden openlijk dat wij diep schuldig zijn. Wij buigen ons hoofd in het stof en belijden dat wij Uw heilige wet hebben overtreden, ja, het genadige verbond waarvan die wet een wezenlijk deel uitmaakt. Zou U met ons handelen naar de strenge eisen van het verbond der werken, dan zou geen mens van ons staande kunnen blijven. Wij moeten eerlijk belijden dat wij Uw brandende toorn volkomen verdienen, en dat wij het waard zijn om voor eeuwig uit Uw gunrijke tegenwoordigheid te worden verbannen. Maar Gij hebt in Uw oneindige ontferming een nieuw verbond opgericht, en wij komen schuilen onder de goddelijke schaduw daarvan. Wij komen in de dierbare Naam van Jezus. Hij is onze levende Hogepriester. Hij is onze volkomen gerechtigheid. Hij is de Welbeminde in Wie U Uw eeuwig welbehagen hebt.

O Heilige Geest, leer ons thans bidden! Doe ons weten wat wij bidden moeten, zoals het ten volle behoort. Ons eerste, brandende gebed is dit: Wees Gij aanbeden. Regeer almachtig over heel de aarde. Uw heilige Naam worde geheiligd. Wij verlangen er vreden uit met heel ons hart naar om alle mensen zich te zien onderwerpen aan Uw genadige heerschappij. Wij begeren bovenal dat in de harten van Uw eigen volk een vurige, niet-aflatende liefde tot U mag leven, gepaard aan een volkomen gehoorzaamheid aan Uw wil. Schenk dit kostelijke genadegeschenk aan ieder van ons. Wij willen hier ieder voor zich smeken: „Heere, heilig mij. Maak mij gehoorzaam tot in de dood. Schrijf Uw wet onuitwisbaar in mijn hart en in mijn verstand.” Maak onze natuur zo rein door Uw genade, dat de verzoeking haar nimmermeer kan bezoedelen.

„En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.” Moge onze levenswandel uitnemend rein zijn en ons pad zeer recht voor Uw oog. Geef dat wij onze klederen onbesmet bewaren te midden van deze wereld, en dat wij in elke gedachte, in elke begeerte en verbeelding, in onze wil en in al onze voornemens, even heilig zijn zoals U, onze God, heilig bent.

O God, wij bidden opnieuw: vervul die wonderlijke belofte van Uw genadeverbond: „Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.” Maak ons toch zo teder van geweten tegenover U. Laat ons Uw zachtste vermaning gewaarworden. Laat zelfs de allerlichtste ademtocht van Uw Heilige Geest al genoeg zijn om ons te bewegen. Laat ons niet zijn „gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil men breidelt met toom en gebit, opdat het tot U niet genake”, maar laat ons veeleer zijn als teerdere kinderen die hun liefhebbende Vader met blijdschap gehoorzamen. Laat ons onze leden gewillig en blijmoedig stellen tot wapenen van gerechtigheid. Moge er in onze vernieuwde natuur een krachtig, levend verlangen worden gewerkt naar alles wat rein is en eerlijk, onbaatzuchtig en onze dierbare Christus gelijk.

O Geest van God, woon gij in ons binnenste. Is ook dit niet een heerlijke belofte van het verbond: „Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen”? Woon bij ons, Heilige Geest. Heers souverein over ons, Heilige Geest. Vorm ons volkomen om naar Uw eigen hemels beeld, o Heilige Geest! Dan zullen wij waarlijk rein zijn, dan zullen wij Uw wet van harte bewaren.

Wij willen nu een dringend gebed tot U opzenden voor hen die nog geheel vreemd zijn aan het heilbotende werk van de Geest van God, die hun Maker nooit hebben erkend en die voortleven alsof er in de hemel en op de aarde geen God is. Open hun blinde ogen, opdat zij God waarachtig mogen zien, al zou dat ontzagwekkende gezicht hen doen beven en in eerste instantie doen wensen te sterven. Och, laat niemand van ons ooit durven leven zonder onze God en Vader! Neem dat harde stenen hart toch weg. Neem weg de ijdele beuzelarij, de oppervlakkige lichtzinnigheid en de wuftheid van onze jeugd, en geef ons dat wij in volle, heilige ernst het waarachtige geluk zoeken, daar waar het alleen te vinden is: in diepe verzoening met God en in volkomen gelijkvormigheid aan Zijn wil.

Heere, red de zorgelozen, red de diepste zondigen; de dronkaard, neem hem zijn verwoestende bekers af. De onheilige en onrechtvaardige mensen, verlos hen genadig van hun vuilheid. De oneerlijken en valsen, vernieuw hen volkomen in hun handel en wandel. En allen die hartstochtelijke liefhebbers van wellusten zijn, die levend gestorven zijn in hun zonden, en allen die slechts liefhebbers van zichzelf zijn, wier hele leven angstvallig begrensd wordt door de engte van hun eigen bekrompen bestaan: de Heere vernieuwe hen doorrichtig, wederbare hen in de ziel, en make hen tot gloednieuwe schepselen in Christus Jezus. Hierom smeken wij U met een vurige ziel.

Heere God, Heilige Geest, doe het geloof in de harten der mensen krachtig wassen en groeien. Mogen zij in diepe overgave in Christus geloven tot behoud van hun zielen. Laat hun wankelende, kleine geloof opklaren tot een vast, sterk geloof, en laat dat sterke geloof rijpen tot de volle, onwrikbare verzekerdheid van het geloof. Moge die laatste, hemelse zegen ons allen ten deel vallen. Geef toch dat wij God volkomen en onvoorwaardelijk geloven. Laat ons nimmer meer wankelen. Laat ons, rustend op de grote Borg en Hogepriester van het Nieuwe Verbond, „de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat”, diep in onze ziel gevoelen, en laat ons zo ingaan in Uw eeuwige rust.

Zegen Uw eigen volk dat reeds tot die rust is gekomen, en verdiep die rust nog wonderlijker. Moge de rust die Gij zo mild schenkt, nog worden vermeerderd door de zoete rust die zij vinden wanneer zij gewillig Uw lijk op zich nemen en o zo ootmoedig van U leren. Moge Uw heilige Woord hun boven alles zoet en dierbaar zijn. Laat er over onze vaak zo opgejaagde geest een diepe, hemelse stilte nederdalen, gelijk eertijds toen Christus de wilde winden en de woelige golven sprakeloos stilde. Laat ons niet alleen gelaten berusten in Uw wil, maar laat er onze grootste lust in zijn, oneindig blij met al het gene de Heere in Zijn wijsheid voor ons beschikt. Laat ons rusten in onze God en volkomen gelukkig zijn bij de gedachte dat Hij onze talloze zonden en onze ongerechtigheden in der eeuwigheid niet meer zal gedenken. Hij heeft ons immers met Zich verbonden in een verbond, een eeuwig verbond dat in alles volkomen welgeordend en onwrikbaar bewaard is.

Heere, zegen Uw Woord krachtig over heel de wereld. Doe alle zending onder de heidenen rijkelijk voorspoedig zijn, en al het moeizame werk onder de moslims, en och, zend Uw rijke genade neer op de kerken hier in ons eigen land. Keer de brede stroom van het menselijk denken, die zo gevaarlijk de verkeerde kant op dwaalt, en breng de mensenharten er toe om de reine eenvoud van het Evangelie van harte lief te hebben. Gedenk ons vaderland in grote, overvloedige barmhartigheid, en schenk Uw onmisbare zegen in alle maatschappelijke rangen en standen. Laat menigten van mensen tot Christus vlieden uit de armsten der armen, en laat de rijken worden weggeleid van de ijdelheid van hun zonde en worden gebracht aan de voeten van de gekruisigde Jezus. Wees onze Vorst en het ganse koninklijk huis barmhartig genadig, en allen die in hoog gezag over ons gesteld zijn. Laat vrede en goede orde krachtig bewaard blijven, en laat de vrede op aarde nimmer verbroken worden.

Maar wat betekent dit alles in vergelijking hiermee? Ons hart gaat in zijn verlangen ver boven dit alles uit: „Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.” „Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.” „Ja, kom, Heere Jezus!” Kom spoedig, o kom haastig! Alle dingen zijn in Uw almachtige hand; kom spoedig. Het ongeduldig roepen van Uw eigen volk dringt bij U aan: „de Geest en de Bruid zeggen: Kom!” Vertoef niet langer, o onze eeuwige Verlosser.

En aan de Vader, aan de Zoon en aan de Heilige Geest, de aanbiddelijke God van Abraham en de God van onze Heere Jezus Christus, zij de lof en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content