De wonderen van Golgota

Charles Haddon Spurgeon

GEBED 6

GROTE God, er was een tijd dat wij vreesden bij de gedachte om U te naderen, want wij waren diep schuldig en Uw rechtvaardige toorn brandde tegen ons. Maar nu willen wij U met heel ons hart loven, want Uw brandende toorn is afgekeerd en Gijzelf vertroost ons in onze zwakheid. Ja, juist die aanbiddelijke troon die eens een plaats van verschrikking voor ons was, is door Uw genade geworden tot een veilige schuilplaats. Ik vlucht tot U om mij in Uw nabijheid te verbergen.

Wij verlangen er thans naar om geheel weg te komen van deze wereld, ja, zelfs van de bittere herinnering eraan, om diepe, ongestoorde gemeenschap te hebben met de toekomende wereld, door te spreken met Hem Die was, en Die is, en Die komen zal, de Almachtige. Heere, al te dikwijls zijn wij door talloze aardse zorgen gekweld en afgemat, maar bij U komt elke zorg volkomen tot een einde. Alle dingen zijn in Uw hand, en wanneer wij in U mogen leven, leven wij werkelijk in rijke overvloed, in een zekere, onwrikbare rust en in een bestendige, hemelse vreugde.

Wij moeten te midden van de mensenkinderen dagelijks strijden tegen duizend dwalingen en harde ongerechtigheden, maar wanneer wij tot U vluchten, is daar alles waarheid, reine heiligheid en vrede voor ons hart. Bovenal moeten wij strijden met onszelf, en wij schamen ons diep voor ons eigen feilen. Na vele jaren van grote, overvloedige barmhartigheid, nadat wij de hemelse krachten van de toekomende eeuw hebben gesmaakt, zijn wij uit onze eigen natuur nog altijd zo zwak en zo dwaas. Maar och, wanneer wij van onszelf wegmogen vluchten tot God, is daar alles waarheid, reinheid en heiligheid, en vindt ons hart een volkomen vrede, diepe wijsheid, onuitsprekelijke volkomenheid, verrukking, vreugde en eeuwige overwinning.

Och, breng ons dan nu, wij bidden U, heel dicht tot Uzelf. Laat ons ons koesteren en baden in de tedere gemeenschap met onze God. Gezegend zij de eeuwige liefde die ons heeft uitverkoren voordat de wereld goed en wel begon. Nimmermeer kunnen wij U genoeg aanbidden om Uw heerlijke soevereiniteit — de soevereiniteit van die vrije liefde die ons zag liggen in de diepe puinhopen van de zondeval, en ons toch, o wonder, heeft liefgehad ondanks alles.

Wij prijzen de God van de eeuwige raadkamer en van het onverbreekbare verbond. Maar waar zullen wij ooit woorden vinden die waardig genoeg zijn om Hem te verheerlijken, Die ons reeds genade schonk in Christus, Zijn Zoon, voordat Hij de sterrenhemel uitspreidde? Wij loven U eveneens, o God, als de God van onze wonderbare verlossing, want U hebt ons zo onuitsprekelijk liefgehad dat U zelfs Uw dierbare, enige Zoon voor ons hebt overgegeven. Hij gaf Zichzelf, Zijn eigen heilige leven, voor ons, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid en ons voor Zichzelf zou afzonderen tot Zijn eigen eigendomvolk, ijverig in goede werken.

Noomermeer kunnen wij de vrije genade en de stervende liefde van onze Heiland genoeg aanbidden. De wonderen van Golgota houden nimmermeer op wonderen te zijn. Zij worden in onze ogen juist steeds wonderbaarlijker naarmate wij dieper denken aan Hem Die ons van al onze zonden heeft gewassen in Zijn eigen dierbare bloed. En evenmin kunnen wij ophouden de God van onze wedergeboorte te prijzen, Die ons dood vond in onze misdaden en levend maakte, Die ons in vijandschap vond en ons verzoende, Die ons vond terwijl wij de ijdele dingen van deze wereld aanbaden, en ons optilde uit het diepe slijk en de modder van onze zelfzucht en wereldsgezindheid, tot een vurige liefde voor goddelijke, eeuwige dingen.

O Geest van God, wij hebben U vandaag lief, ja, bovenal lief omdat Gij in ons wilt wonen. Hoe kunt Gij toch verblijven in zo een ruwe, zondige woonstede? Hoe kunt Gij deze zwakke lichamen maken tot Uw levende tempels? En toch, o wonder der wonderen, Gij doet het! Laat Uw heilige Naam daarom in diepe eerbied gehouden worden zolang wij ademhalen.

O Heere, wij willen ons vandaag in al Uw volheid in U verlustigen. Schenk ons een krachtig geloof, een vlammende liefde en een levende hoop, opdat wij met deze drie kostelijke genadegaven zeer dicht mogen naderen tot de drieanige God. Gij Zult ons immer behoeden, Gij Zult ons trouw bewaren, Gij Zult ons hemels voeden, Gij Zult ons vastberaden leiden, en Gij Zult ons ten slotte brengen tot de diepe gedachten van God. Daar Zult U ons Uw eeuwige liefde ontsluiten, en in die grenzeloze heerlijkheid Zult U ons de onuitsprekelijke vreugden doen kennen, smaken en gevoelen.

Nog een kleine, korte tijd wachten, en wij zullen de gouden kust bereiken. Nog een kleine tijd strijden, en wij zullen de onvergankelijke kroon des levens ontvangen, die nimmermeer verwelkt.

Heere, hef ons op ver boven de waas van deze wereld. Kom, Heilige Geest, hemelse Duif, stijg neder en draag ons op Uw krachtige vleugels, ver weg van deze lagere smarten en lagere vreugden, omhoog naar de sferen waar de eeuwige eeuwen voortrollen. Mogen wij opstijgen in een blijde, hemelse overpeinzing, en moge onze geest daarna gesterkt terugkeren, krachtig voor al zijn dienst, gewapend voor al zijn geestelijke strijd, geharnast tegen al zijn gevaren, en gereed om de hemel reeds hier op aarde te leven, totdat wij straks de volle hemel in de hemel zelf zullen binnengaan. Grote Vader, wees barmhartig met Uw wachtend volk. Allen die in diepe nood verkeren, help hen almachtig. Allen die moedeloos en verslagen zijn, troost en bemoedig hen lieflijk. Allen die zijn afgedwaald en zwaar lijden onder de smart van hun eigen zonde, breng hen genadig terug en genees hun open wonden. Allen die vandaag branden en hijgen naar heiligheid, schenk hun de diepe begeerte van hun hart. Allen die ernaar verlangen werkelijk nuttig te zijn in Uw Koninkrijk, leid hen gestadig op wegen waar zij vruchtbaar mogen zijn.

Heere, wij willen waarlijk leven zolang wij leven. Wij smeken U dat wij hier beneden niet slechts een dof bestaan voortkreunen, en niet leven als blinde regenwormen die angstig terugkruipen in hun holen en af en toe een verdord blad met zich meeslepen. Maar och, schenk ons te leven zoals Uw kinderen behoren te leven: uit dat nieuwe, hemelse leven dat Gij in onze ziel hebt gelegd, met die goddelijke levendmaking die ons even ver boven gewone mensen heeft verheven als de mens is verheven boven de redeloze beesten die vergaan.

Laat ons niet langer gehinderd blijven als arme, half uitgebroede vogels in het donkere ei. Mogen wij vandaag de schaal openpikken en vrij uitgaan in de heerlijke, onbegrensde vrijheid van de kinderen van God. Schenk ons dit genadegeschenk, wij bidden U.

Heere, bezoek genadig onze gemeente. Wij hebben Uw ernstige boodschap aan de gemeente van Efeze gehoord; het is tevens een indringende boodschap aan ons. Och, laat niemand van ons ooit zijn eerste liefde verliezen. Laat onze gemeente toch niet koud en dood worden. Wij zijn, o Heere, zo vaak bevreesd dat wij niet meer zijn wat wij eens waren in de dagen van Uw ontferming. Heere, doe ons krachtig herleven! Al onze hulp, al onze kracht moet uitsluitend van U komen. Geef de gemeente haar vurige liefde terug, haar kinderlijk vertrouwen, haar heilige moed, haar diepe toewijding, haar milde mildheid en haar stralende heiligheid. Geef haar alles terug wat zij ooit bezat, en overstroom haar met nog veel meer. Neem ieder lid afzonderlijk en was zijn voeten, dierbare Heere, met grote tederheid, en zet ons met reine voeten op een reine weg, met een rein hart om ons te leiden. En zegen ons zoals Gij vanouds gewend bent te doen, op die onuitsprekelijk goddelijke wijze.

Zegen ons, onze Vader, en laat alle gemeenten van Jezus Christus wereldwijd delen in dezelfde goddelijke zorg en tederheid. Gij Die wandelt in het midden van de gouden kandelaren, snuit elke lamp, en laat elk licht — al brandt het nu nog maar zwak door onze zwakheid — door Uw eigen zorg heerlijk en onuitblusbaar stralen.

Zegen nu de verloren zondaars. Heere, bekeer hen krachtig door Uw almachtige Geest. O God, red de mensen, red deze grote, goddeloze stad, deze diep sluimerende, dode stad. Heere, wek haar op, wek haar op door welk genadig middel ook, opdat zij zich inkeert en bekeert tot haar God. Heere, red arme zondaars over de hele wereld, en laat Uw dierbare, onfeilbare Woord spoedig vervuld worden: „Ziet, Hij komt met de wolken.” Waarom vertoeft Gij zo lang? Vertoef niet langer, o onze dierbare Heere!

En aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zij de eeuwige heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content