
GEBED 25
Jehovah, onze God, U hebt Uw volk lief. U hebt alle heiligen in de hand van Jezus gelegd, en U hebt Hem aan hen gegeven als Leidsman, Bevelhebber en Echtgenoot. Wij weten dat U het graag hoort als wij roepen voor Uw Kerk, want U zorgt voor Haar en U bent bereid Haar te geven wat U volgens het verbond voor Christus Jezus hebt weggelegd. Daarom willen wij dit gebed beginnen met de bede dat U de wijnstok en de wijngaard ziet en bezoekt, die Uw rechterhand heeft geplant. Zie neer op Sion, de stad van onze feesten. Zie neer op hen die U hebt uitgekozen vóór de grondlegging van de wereld. Christus heeft hen met Zijn bloed vrijgekocht, Hij heeft hun hart gewonnen en houdt het vast, en zij zijn Zijn eigendom, ook al leven zij in de wereld.Heilige Vader, bewaar Uw volk, wij smeken het U, om Jezus’ wil. Zij zijn in de wereld, maar laat hen niet van de wereld zijn. Laat er een duidelijk verschil zijn tussen hen en de rest van de mensheid. Hun Heere was heilig, onschuldig en onbevlekt, en afgescheiden van de zondaars. Laat het zo ook zijn met allen die in Christus geloven. Laten zij Hem volgen en de stem van vreemden niet kennen, maar uit hun midden wegtrekken om Hem te volgen buiten de legerplaats.
Wij roepen tot U om Uw Kerk in de wereld te behouden, en vooral om haar reinheid. O Vader, bewaar ons, wij smeken het U, met een volkomen bewaring, zodat de boze ons niet aanraakt. Wij zullen verzocht worden, maar laat hem niet over ons zegevieren. Op duizend manieren zal hij strikken voor onze voeten leggen, maar o, verlos ons als een vogel uit de strik van de vogelvanger. Laat de strik breken, zodat wij ontkomen. Laat Uw Kerk nooit onteerd worden, maar laat haar kleren te allen tijde wit zijn. Laat wie zich onder haar mengt zonder bij haar te horen haar niet van haar schatten beroven.
O Christus, U werd diep bewogen over Judas. Laat zo ook Uw kinderen tot U roepen over ieder die op kromme wegen is geraakt, opdat de zaak van Christus op aarde niet onteerd wordt. O God, bedek, wij smeken het U, met Uw vleugels al het volk van Christus en bewaar Uw Kerk tot Hij komt. Hij heeft de Zijnen die in de wereld waren liefgehad en heeft hen liefgehad tot het einde.
Wij vragen U nu dat onze voeten gewassen worden. Wij vertrouwen erop dat U ons eens en voor altijd hebt gereinigd in de bron die de zonde wegneemt. U hebt ons ook gewassen met het water van de wedergeboorte en ons een vernieuwd denken gegeven, door Jezus Christus. Maar o, wij verlangen naar een dagelijkse heiliging. Ziet U enige fout in ons? Ach, wij weten dat U die ziet. Was ons, zodat wij rein zijn. Schieten wij tekort in enige deugd? O, vul haar aan, zodat wij een volmaakt karakter tonen tot eer van Hem Die ons in Christus Jezus nieuw heeft gemaakt. Of is er iets dat goed zou zijn als het niet te ver werd doorgevoerd? Wees zo goed dat te temperen, zodat de ene deugd de andere niet doodt en wij niet ten volle het beeld van Christus missen.
O Heere en Meester, U waste eens de voeten van Uw discipelen. Wees ook nu zeer geduldig met ons en buig U neer naar onze feilbaarheid. Ga met ons verder, wij bidden U, tot Uw grote werk voltooid is en wij broeders zijn van de Eerstgeborene en aan Hem gelijk. Genadige Meester, wij willen onszelf in elk opzicht overwinnen. Wij verlangen te leven tot eer van God en tot welzijn van onze naasten. Wij zouden willen dat van ons waar is wat van onze Meester werd getuigd: „Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.” Wilt U ons vooral in staat stellen het vlees te overwinnen met al zijn hartstochten en begeerten. Laat de oude mens onderworpen blijven. Laat geen enkele begeerte van de grovere soort de overhand krijgen over onze waardigheid, anders worden wij onteerd en onrein. En laat zelfs de meest verfijnde kracht van ons verstand niet zo op de voorgrond treden dat zij de heerschappij van de Geest van God in ons schaadt.
O, help ons om niet zo snel van streek te raken, zelfs niet door lijden of pijn. Geef ons lankmoedigheid, en laat het vooruitzicht van de dood ons nooit vrees aanjagen. Laat de Geest zo de Meester worden over ons sterfelijk lichaam dat wij weten: niets kan de ware, in Christus geboren mens schaden. Wat in ons door de wedergeboorte is verwekt, kan niet worden vernietigd en zal niet sterven. Het is heilig en onvergankelijk, en het leeft en blijft eeuwig in het leven dat in Christus Jezus is.
O, een volledige overwinning op onszelf! Maak ons vooral ongevoelig voor eigen eer en vleierij, opdat wij ook niet te gevoelig zijn voor kritiek. Laat ons rekenen dat de goedkeuring van God en van ons eigen geweten ruimschoots genoeg is. Genadige God, laat ons tevreden zijn de smadelijke woorden van onredelijke mensen te dragen. Ja, en ook de misverstanden van onze eigen broeders. Als zij die wij liefhebben ons niet waarderen, laat ons hen daarom niet minder liefhebben. Beoordelen zij ons ten onrechte, laat ons dan geen wrok tegen hen koesteren. En God geve dat wij elkaar nooit ten onrechte veroordelen. Staat onze Rechter niet voor de deur? O, houd ons als kleine kinderen die het niet altijd begrijpen, maar uitzien naar de dag dat het openbaar zal worden, en die tevreden zijn te geloven wat hun verstand nog niet omvatten kan. Heere, houd ons nederig en afhankelijk, en toch rustig van hart. Laat ons kalm en stil zijn, als een gespeend kind, en toch ernstig en ijverig in Uw dienst.
O Zaligmaker, maak ons aan Uzelf gelijk. Wij willen niet zozeer handelen als wel zijn. Maakt U ons tot wat rein en recht is, dan zullen wij ook recht handelen. Wij merken hoe vaak wij onszelf moeten dwingen om het goede te doen. Maar o, dat wij zo aan U gelijk waren, Jezus, dat wij enkel onze vernieuwde natuur hoefden uit te leven, ja, volmaakte heiligheid mochten openbaren. Wij zullen niet rusten voordat dit zo is, voordat U ons van binnen volkomen hebt geheiligd, zodat onze woorden en daden daarvan vanzelf de vrucht zijn. Nu, hier zijn wij, Heere, en wij horen Uw stem. O, juist omdat wij de Uwen zijn, hebben wij hoop. U zult ons Uw heerlijkheid waardig maken. Dat U ons bezit, is onze enige hoop op volmaaktheid. U wast onze voeten omdat wij door een eeuwige liefde aan U verbonden zijn. O, hoe zoet is de barmhartigheid die ons eerst in de armen sloot en ons geheel de Hare maakte, en ons nu zo teder behandelt, opdat in ons, die van Christus zijn, iets van Zijn luister weerspiegelt dat iedereen kan zien!
Nu willen wij al Uw heiligen voor U brengen en U vragen te letten op hun beproevingen en moeiten. Velen van hen lijden in hun lichaam, anderen lijden in hun dierbare naasten, en weer anderen zijn in diepe materiële nood gekomen. Heere, wij kennen de verborgen smarten van al Uw kinderen niet, maar U kent ze volkomen. U bent het Hoofd, en de pijn van al de Leden komt samen in Uw hart. Help heel Uw volk, getrouw tot het einde.
Nu bidden wij U ons de zegen te schenken van waarheid en vrede, en laat deze rusten op alle kerken van ons geliefde land. Moge de Heere de ware, onbevlekte godsdienst weer doen opleven, hier en overal waar Christus bekend is en gepredikt wordt. Laat de dag haasten waarop het heidendom zich bekeren zal, waarop de duisternis zal wijken voor het eeuwige licht, en waarop alles wat zich verheft tegen de kennis van God, zal worden neergeworpen. Laat het zalige Evangelie van de eeuwige God zegevieren, en laat heel de aarde vervuld worden met Zijn heerlijkheid. O, dat wij die dag met eigen ogen mogen aanschouwen!
De Heere zegene ons land en ontferm Zich over onze overheid. Geef in Uw wijsheid uitkomst in alle maatschappelijke en economische nood, opdat men Uw hand leert erkennen. Maak dat het volk zich afkeert van het kwaad, gerechtigheid zoekt en vrede najaagt, opdat Uw zegen wederkeert. Moge de Heere ons horen, als wij in het verborgene tot U roepen voor dit land. Moge U het verlossen en het licht van Uw aangezicht over ons doen schijnen, om Jezus’ wil.
Amen.
© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

