Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Onderwerp

kerk

53 berichten

Brieven

Brief aan zijn vader — Fairfield, bij Glasgow, 19 juli 1855

Spurgeon schrijft zijn vader vanuit Schotland over hoeveel beter hij zich voelt in de Hooglanden en over de grote menigten in Glasgow. Een bewaard fragment uit een eerdere brief beschrijft zijn eerste indrukken van de Londense diakenen, zijn opleiding en…

Brieven

Brief aan zijn broer — Westwood, 1 augustus 1885

Spurgeon weigert het Tabernakel te gebruiken voor een politieke bijeenkomst van Sir William McArthur, hoewel hij hem steunt, en vraagt zijn broer uit te zoeken hoe sterk diens kandidatuur voor het kiesdistrict staat.

Brieven

Brief aan James Low — Borough, 2 mei 1854

Spurgeon schrijft aan James Low dat hij bezwaar heeft tegen een openbare ordinatie of erkenning als predikant: hij aanvaardt geen gezag van mensen en gelooft in de onafhankelijkheid van de gemeente. Toch is hij bereid zich eraan te onderwerpen, om…

Brieven

Brief aan James Watts — Borough, 23 februari 1856

Spurgeon schrijft vermoeid en opgewekt aan James Watts over zijn overvolle diensten, nieuwe leden, bezoek van de burgemeester van Londen, dieven en hoeren die tot de gemeente toetreden, en geeft zijn preekrooster voor volgende week.

Brieven

Brief aan ds. A. A. Rees — Newington, 26 juni 1869

Spurgeon beantwoordt in drie punten vragen van Rees over een geval van overdreven ijver, een gewenste verandering en een vervangende predikant. Hij reageert met humor op de weigering van een overschrijving door een kerkelijke vriend.

Brieven

Brief aan ds. A. A. Rees — Nightingale Lane, 17 januari 1877

Spurgeon verduidelijkt een eerdere terechtwijzing: hij schreef de verwaarlozing van de armen niet toe aan het vrijwilligheidsbeginsel, maar aan de afzondering van de kerken. Hij wijst op Schotland, Engeland en recente veranderingen; zonder beter argument is zijn tegenstander kansloos.

Brieven

Brief aan ds. A. A. Rees — Nightingale Lane, 7 mei

Spurgeon deelt Rees’ verdriet over de wereldsgezindheid van belijdende christenen en meldt dat hij twee heren heeft uitgenodigd in de Tabernakel te komen. Hij plaagt Rees om zijn onleesbare handschrift en zegt van hem te houden.