De tegenwoordigheid van God

Charles Haddon Spurgeon

GEBED 22

Onze Vader, Die in de hemel zijt, ons hart is vol dankbaarheid aan U voor Uw Woord. Wij prijzen U dat wij het in onze huizen hebben en dat U velen van ons hebt geleerd het te begrijpen en ervan te genieten. Hoewel wij nog lang niet alles begrijpen, hebben wij er al lessen uit geleerd die wij nooit meer kunnen vergeten. Dat heeft ons leven veranderd, onze lasten weggenomen en onze harten getroost. Het heeft ons vastberaden als een keisteen tegen de zonde gemaakt en ons vol verlangen doen uitzien naar volmaakte heiligheid.

Wij danken U, Heere, voor elk blad van dit Boek. Wij danken U niet alleen voor de beloften, die onuitsprekelijk zoet zijn, maar ook voor de geboden, waarin onze ziel vreugde vindt, en bovenal voor de openbaring van Uw Zoon, onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. O God, wij danken U dat Hij Zich zelfs in de typen en schaduwen van het Oude Testament laat zien. Die zijn voor ons onuitsprekelijk heerlijk en vol wonderlijke waarde, en ons zeer dierbaar, omdat wij daarin de Heere mogen ontmoeten. Maar nog veel meer prijzen wij U voor het heldere licht van het Nieuwe Testament. Daarin geeft U ons de sleutel tot alle geheimen van het Oude Testament. Want nu wij de Schriften van het Nieuwe Verbond lezen, begrijpen wij de taal van het Oude Verbond en worden wij ertoe gebracht ons daarover te verblijden en te verheugen.

Vader, wij danken U voor het Boek. Wij danken U voor de heerlijke Mens, de God Die het Boek ons openbaart als onze Zaligmaker. En nu danken wij U voor de gezegende Geest, want zonder Zijn licht op ons verstand hadden wij niets geleerd. De letter doodt, maar de Geest maakt levend. Gezegend zijn onze ogen, die met hemelse oogzalf zijn aangeraakt. Gezegend zijn de harten die zacht zijn gemaakt en gereed om de waarheid in liefde te ontvangen! Gezegend zij de soevereine genade van God, Die voor Zichzelf een volk heeft uitgekozen dat vreugde vindt in Zijn Woord en het dag en nacht overdenkt!

Ons hart is vol lof tot God voor deze Man van de Waarheid, voor deze onmetelijke rijkdom aan heilige kennis. Heere, laat ons er meer en meer van genieten. Mogen wij ons voeden met dit manna en drinken uit deze bron van het leven. Mogen wij er verzadiging in vinden en erdoor gelijkvormig worden aan de God van Wie het is uitgegaan.

En nu, Heere, bidden wij U, nu wij Uw heilige Boek noemen, dat U het dieper wilt inschrijven op de vlezen tafelen van ons hart. Wij willen de waarheid kennen, opdat de waarheid ons vrijmaakt. Wij willen de waarheid doorleven, opdat wij erdoor geheiligd worden. O, laat zij in ons een levend zaad zijn dat een leven voortbrengt dat God welgevallig is. Laat dat leven zichtbaar worden in alles wat wij doen voor de levende God, want wij gedenken dat U geen God bent van de doden, maar van de levenden.

Heere, wij vragen dat Uw Woord ons tuchtigt wanneer wij afdwalen en ons verlicht wanneer wij in het duister dreigen te raken. Laat Uw Woord de hoogste heerschappij voeren over ons bestaan. Laten wij ons overgeven aan de heilige wet ervan en gehoorzaam zijn aan elke vingerwijzing. Laten wij in alle dingen, ook in de allerkleinste, van harte de wil van God doen, en laat elke gedachte gevangengeleid worden in de gehoorzaamheid aan de Geest van God.

Zegen Uw volk. Zegen hen op deze wijze, door hen te doordrenken met het Woord van Uw waarheid. O Heere, zij verkeren zo veel in de wereld. O, geef dat de wereld hen niet van hun God vervreemdt. Laat hen de wereld onder hun voeten houden. Laat hen er niet door overstelpt en in begraven worden, maar erbovenuit leven en haar onder de voeten treden, zodat het geestelijke te allen tijde de overhand heeft over het stoffelijke.

O, dat het Woord van God met ons mag zijn wanneer wij te midden van een goddeloos geslacht staan. Laten de Spreuken ons voortdurend van wijsheid voorzien en de Psalmen ons troosten. Laten de Evangeliën ons de weg van heiligheid wijzen en de Brieven ons onderrichten in de diepe geheimenissen van het Koninkrijk van God.

Heere, vorm ons voor een hoger leven en laat dat leven reeds hier een aanvang nemen. Laten wij altijd leerlingen blijven, steeds gezeten in Uw leerschool. En laat ons, wanneer wij in de wereld staan, in praktijk brengen wat wij aan de voeten van Jezus hebben geleerd. Wat Hij ons in het duister toefluistert, laten wij dat in het volle licht verkondigen; en wat Hij ons in de binnenkamer in het oor spreekt, laten wij dat van de daken prediken.

O, dierbare, dierbare Zaligmaker, wat zouden wij kunnen aanvangen zonder U? Wij verkeren immers nog in ballingschap en zijn nog niet aangekomen in het land van licht en heerlijkheid. Dat ligt aan de overzijde van de rivier, in het land waar U troont, Uw land van Immanuël. Wees met ons, totdat wij daar binnengaan! Wij hebben bij onszelf overdacht: hoe zouden wij kunnen leven zonder onze Heere? En daarom hebben wij tot U geroepen: „Indien Uw aangezicht niet medegaat, doe ons vanhier niet optrekken!”

O, wees ons heden als de vurige wolkkolom die de ganse legerplaats van Israël overdekte. Laten wij wonen in God. Laten wij in God leven, ons bewegen en zijn. Laat ons de tegenwoordigheid van God dieper en sterker gewaarworden dan al het andere om ons heen.

Zegen de gemeenten. Sla hen gade, Heere. Zie met ontferming neer op de kleine gemeenschappen van gelovigen, waar zij zich ook bevinden, en sta hen en hun voorgangers bij. Laat de gemeenten overal schijnen als een licht te midden van een krom en verdraaid geslacht. O God, wij wachten vol verwachting op de openbaring van Uw grote kracht onder de mensenkinderen.

Het is een tijd van grote weelde, grote zonde en grove afwijkingen van de waarheid. Wij smeken U: verdedig de Uwen. Toen Uw ark gevankelijk werd meegevoerd naar het land van de Filistijnen en in de tempel van Dagon werd geplaatst, viel Dagon voor haar ter aarde neer. Toen sloeg U Uw tegenstanders van achteren en gaf U hen prijs aan eeuwige smaad. U vermoogt hetzelfde opnieuw te doen, en wij bidden U dat het zo geschieden mag.

O, de uitgestrekte hand van God! Wij verlangen ernaar Haar werkzaam te zien in de bekering van grote menigten door het Evangelie. Laten zij die spottend zeiden: „Ha, ha, het Evangelie heeft zijn kracht verloren”, beschaamd en dwaas worden door de wijsheid van de Allerhoogste. Zo werden immers ook Jannes en Jambres beschaamd toen zij het met hun toverkunsten niet langer konden evenaren, omdat God met Zijn knecht was.

O Jehovah, U bent de waarachtige God, de God van Abraham, van Izak en van Jakob. Deze God is onze God, voor eeuwig en altoos; Hij zal ons leiden, zelfs tot over de dood heen. U Die door de apostelen hebt gesproken, spreek nog steeds door de mond van Uw dienaren. Laat Uw Woord uitgaan met dezelfde scheppende kracht als toen U sprak: „Daar zij licht!”, en er werd licht. O, dat U Uw stem verhief! Laten verwarring en duisternis nogmaals de stem vernemen van Hem Die orde schept en leven wekt.

O, hoe vurig wensen wij tot U te roepen, genadige God! Onze gebeden nemen de woorden aan van dat oude roepen: „Ontwaak, ontwaak, bekleed U met sterkte!” Bent U niet Dezelfde Die Egypte in stukken heeft gehouwen en het zeemonster heeft doorboord? Bezit U niet nog altijd dezelfde macht om te slaan, Uw eigen waarheid te handhaven en Uw vrijgekochten te verlossen?

O Lam, geslacht van vóór de grondlegging der wereld, U blijft gezeten op de troon; want Hij Die op de troon zit, vertoont Zich als een Lam staande als geslacht. O Jezus, wij smeken U: neem Uw grote macht op en heers! Verdeel de buit met de machtigen. Eis op wat Uw dierbaar bloed heeft gekocht en heers van de rivier tot aan de einden der aarde.

Hier bevinden wij ons voor Uw aangezicht. Zie ons aan met grote ontferming. Heere, zegen Uw eigen volk en omring hen met Uw gunst als met een beschuttend schild. Heere, red hen die nog onbekeerd zijn. Trek hen in Uw oneindige barmhartigheid met de trekkracht van het kruis. Trek hen krachtig tot Uzelf en dring hen om in te gaan, opdat de bruiloftszaal met gasten vervuld worde.

Als één hart heffen wij ons gebed op voor de onderwijzers van de jeugd. Wij danken U, Heere, dat zovelen bereid zijn hun zondagsrust te wijden aan deze gewichtige dienst. O, geef dat de ijver om de jeugd te onderwijzen nooit mag verflauwen in de Gemeente. Mogen zij die daarin nog geen aandeel hebben, terwijl dat wel hun roeping is, ontwaken om de hand aan dit heilige werk te slaan.

Zegen de onderwijzers van de oudere jeugd. Laat deze jonge mannen en vrouwen overgaan naar de levende Gemeente. Laat er geen kloof bestaan tussen de school en de Gemeente; overbrug die afstand door Uw soevereine genade.

Zegen evenzeer de onderwijzers van de kleintjes en van de jongere kinderen. Laat het werk van bekering onder de opgroeiende jeugd voortgang vinden; laat er een overvloed van zulke bekeringen zijn. Ja, wij bidden U dat geen enkel kind de scholen ongered zal verlaten. O, red de kinderen, grote Liefhebber van de kleinen! U Die gebood hen tot U te laten komen, U zult hen niet vergeten, maar hen trekken en omhelzen. Heere, behoud de kinderen! Laat alle scholen delen in de zegen die wij voor hen afsmeken. Laat door dit gezegende middel ons volk bewaard blijven voor het heidendom, en laat deze stad in het bijzonder verlost worden van haar hardnekkige ontwijding van de rustdag en haar kille onverschilligheid voor de dingen van God.

O, zegen het zondagsschoolwerk in Londen, in elk deel ervan, en laat Jezus Christus verheerlijkt worden onder de kleinsten. Laat opnieuw luide hosanna’s weerklinken zoals eertijds in de straten van Jeruzalem, uit de mond van kinderen en zuigelingen, uit wier mond U Zich lof en sterkte hebt toebereid.

De Heere zij heden de ganse dag met deze getrouwe arbeiders. Maak het tot een hoogtijdag, een feest van gebed en geloof, een tijd waarin de Heere Jezus Zich op bijzondere wijze in hun midden openbaart en hen zegent.

God zegene ons land! God behoede onze Vorst! Geef in deze dagen wijsheid en leiding aan allen die het bestuur over dit volk dragen. Schenk Uw zegen aan alle rangen en standen van de samenleving, en laat ieder volk U welgelukzalig prijzen. Moge elke tong de Naam van Jezus belijden en ieder mens Hem erkennen als Heere en Koning.

Wij bidden het in Zijn verheven Naam.

Amen.

© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content