
GEBED 24
O God, laat wij op dit ogenblik in het gebed geen formalisten zijn, en evenmin huichelaars. Wij weten maar al te goed hoe gemakkelijk het is om slechts het hoofd te buigen en het aangezicht te bedekken, terwijl onze gedachten zwerven waar ze willen. Dan dwaalt de geest alle kanten op en is er in het geheel geen sprake meer van waarachtig gebed. O, kom Gijzelf, Heilige Geest, en vervul ons met het diepe, levende besef dat wij ons bevinden in de onmiddellijke tegenwoordigheid van de grote God. Laat dat heilige besef ons hand aan hand leiden tot een oprecht en vurig smeken voor Uw troon.Er zijn er onder ons die U niet kennen; God is in al hun gedachten niet. Zij houden geen rekening met U, o Heerlijke, maar drijven handel en richten hun leven in alsof er geen God is, noch in de hemel, noch op de aarde. O, tref hen nu met het overweldigende ontzag voor Uw tegenwoordigheid! O, dat Uw eeuwige majesteit hun ogen mocht openbaren! Laat hen zich thans, in dit genadeuur, voegen bij Uw biddende volk, nu wij naderen tot Uw genadetroon.
Wij komen om barmhartigheid, grote God. Dat moet altijd onze eerste bede zijn, want wij hebben zwaar gezondigd. Wij hebben overtredingen begaan tegen een rechtvaardige en heilige wet, een wet waarmee ons eigen geweten van harte instemt. Wij zijn schuldig en diep bedorven, maar Uw wet is heilig, rechtvaardig en goed. Wij hebben willens en wetens misdaan. Telkens opnieuw zijn wij van U afgedwaald. Zelfs nadat wij door Uw vaderhand getuchtigd waren, hebben wij nog misdaan. En ook wij — die vergeving hebben ontvangen, die door Uw overvloedige liefde eens en voorgoed van elke vlek zijn schoongewassen — hebben toch zo zwaar gezondigd. Wij belijden dit met diepe schaamte en bittere zelfverwijten voor Uw aangezicht. Hoe konden wij zondigen tegen zulk een tedere liefde, en tegen de Heilige Geest Die in ons woont! Hij woont immers in Zijn volk; Hij weerhoudt hen en maakt hun geweten levend. Wanneer zij zondigen, zondigen zij dan ook tegen beter weten in, tegen licht en kennis in.
Was ons nogmaals. Als wij smeken om deze reiniging, is dat niet omdat wij twijfelen aan de kracht van die eerste wassing, toen wij werden gereinigd in het verzoenend bloed. Maar doe nu, o Zaligmaker, opnieuw aan ons wat U eertijds deed aan de twaalf, toen U een bekken en een doek nam en hun de voeten waste. Toen dat geschied was, sprak U tot hen dat wie gebaad is, niets anders meer nodig heeft dan dat zijn voeten gewassen worden, en dat hij daarna geheel rein is. O, laat Uw kinderen hedenmorgen in die gezegende staat verkeren: geheel rein. Schenk hun ook de zoete zekerheid daarvan in het hart. En laat hen, aldus gereinigd, de heilige vrijmoedigheid hebben om door het bloed van Jezus het Allerheiligste binnen te gaan. Laat hen naderen en treden waar eens de cherubs stonden en waar de heerlijkheid van God nog altijd straalt. Laat ons, zelf gewassen en gelouterd, voor een met bloed besprenkelde genadetroon onze gebeden en lofzangen uitstorten.
Voor hen die nog nooit gewassen zijn, herhalen wij ons aanhoudend gebed. Breng hen, o breng hen zonder toeven tot de ontdekking van hun verloren zonde! O, dat wij getuige mochten zijn van het ogenblik waarop zij hun eerste, volkomen wassing ontvangen! Laat hen voortaan met bloed gewassen en met bloed vrijgekocht zijn — toegewijd en voor eeuwig het eigendom van Hem Die hen wit heeft gewassen door Zijn eigen zoenoffer.
En gezegende Heere, omdat U Uw verloste kinderen toestaat heel dicht tot Uzelf te naderen, komen wij heden tot U met die diepe vrijmoedigheid die wortelt in geloof en liefde. Wij smeken U: help ons elke neiging tot het kwade die nog in onze natuur overblijft, krachtig te overwinnen. Laat ons een wapenrusting dragen die zo beproefd is dat de vlammende pijlen van de boze er van buitenaf niet doorheen kunnen dringen, opdat wij niet opnieuw door de zonde verwond raken. Verlos ons, zo bidden wij U, van twijfel vanbinnen en vrees vanbuiten, van moedeloosheid van de geest en van de zware bestrijdingen van deze wereld. Maak ons rein van hart en bewaar ons in die reinheid. Laat onze levenswandel getekend zijn door zulk een heilige ernst en tedere waakzaamheid, dat niets aan ons smaad brengt over Uw heilige Naam. Mogen zij die ons nauwlettend gadeslaan niets in ons aantreffen dan hetgeen de leer van God, onze Zaligmaker, in alle opzichten siert.
Heere, help Uw volk om getrouwe ouders te zijn. Laat niemand onder ons zijn kinderen door nalatigheid naar het verderf leiden. Laat er geen gezinnen zijn waarvan de wanorde tegen ons getuigt. Help ons om rechtvaardige werkgevers te zijn; laat er geen sprake zijn van verdrukking, hardheid of onvriendelijkheid. Help ons om betrouwbare werknemers te zijn; laat er geen oogdienst zijn of ontvreemding, maar alles wat het christelijk karakter tot een sieraad strekt. Bewaar ons op het rechte spoor als burgers van deze aarde: laat ons alles doen wat binnen ons vermogen ligt voor het welzijn van ons vaderland en voor het geslacht waarin wij leven. Maar houd ons bovenal getrouw als burgers van het hemelse Vaderland. Laat ons leven om de onuitsprekelijke voorrechten daarvan te smaken en anderen onder datzelfde hemelse burgerrecht te leiden, opdat velen door onze getuigenis onderdanen van Christus mogen worden.
Heere, geef ons genade om ons waardig te gedragen als leden van Uw heilige Gemeente. Laat ons onze broeders en zusters hartelijk liefhebben met een ongeveinsde liefde. Laat ons het goede voor hen zoeken: hun opbouw, hun troost en hun geestelijke welstand. En o, schenk hun die onder ons geroepen zijn om het Woord te bedienen, een genade die opgewassen is tegen zulk een ontzaglijke verantwoordelijkheid. Heere, laat elke christen rein zijn van het bloed van al zijn naasten. Wij zien immers met droefheid dat sommigen belijden tot Uw volk te behoren, maar zich in het geheel niet lijken te bekommeren om het eeuwig heil van hun medemensen.
O God, vergeef deze liefdeloosheid jegens onze naasten, dit stille verraad aan de Koning der koningen! Wek de Kerk op, bidden wij U, tot een diepe bewogenheid van hart voor hen te midden van wie wij wonen. Laat alle gemeenten verstaan dat zij geroepen zijn om tot een zegen te zijn voor hun omgeving. O, dat de christelijke Kerk in Engeland de last die op haar rust, waarlijk op de schouders zou nemen! Laat vooral de Kerk in Londen, omringd door een ontzaglijke zee van armoede en zonde, zich met ontferming en tedere liefde over de mensen ontfermen. Laat alle gelovigen in beweging komen, opdat er metterdaad gewerkt wordt aan het welzijn van de zielen en tot de eer van God.
Heere, gebruik ons toch in Uw dienst. Beschijn ons met Uw hemels licht, o Immanuël, opdat wij Uw glans mogen weerkaatsen in deze duistere wereld. Woon in ons, o Heere Jezus, opdat de kracht van Uw leven onbedwingbaar uit ons mag voortvloeien. Laat Uw Kerk wonderen zien gebeuren, omdat de grote Wonderdoener midden in haar woont. Zend ons tijden van geestelijke opleving, dagen van rijke verkwikking van het aangezicht des Heeren! En schenk ons daarna dagen van heilige strijd, waarin het leger van de Heere van de legermachten zich een weg baant tot in het hart van de vijand en de machten der duisternis doet bezwijken in de Naam van de Koning der koningen.
Vergeef nu Uw dienaren al wat verkeerd en onvolkomen is geweest, en versterk in hen alles wat goed, zuiver en naar Uw wil is. Heilig ons geheel voor Uw dienst en houd ons daarin vast. Troost ons door Uw nabijheid en verhef onze harten tot in Uw heerlijke tegenwoordigheid. Maak ons gelijkvormig aan Uzelf. Trek ons dicht aan Uw vaderhart en verheerlijk Uzelf in ons in alle dingen, hetzij door ons leven, hetzij door onze dood.
Zegen de armen en gedenk de nooddruftigen onder Uw eigen volk; ondersteun en vertroost hen in hun smart. Zegen de zieken en wees de stervenden zeer nabij; moge de Heere Zelf hun eeuwige toevlucht zijn. Zegen ons land en laat Uw barmhartigheid rusten op het hoofd van onze Vorst. Schenk vrede in streken waar onrust heerst. Verleen wijsheid aan onze regeerders en wetgevers bij het opstellen van de wetten en het toezien op het recht.
En laat Uw Koninkrijk komen, niet alleen hier, maar in elk land en onder elk volk. Gedenk de volken aan de overzijde van de oceanen met de volle rijkdom van Uw genade. Laat de ganse aarde vervuld worden van Uw heerlijkheid.
Wij bidden het U alleen om Jezus’ wil. Amen.
© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

