Ik, Ik ben het, die u troost: wie zijt gij, dat gij vreest voor de mens, die sterven zal, en voor een mensenkind, dat hooi worden zal, en vergeet de HEERE, die u gemaakt heeft, die de hemelen heeft uitgebreid en de aarde gegrond heeft, en vreest gedurig de ganse dag vanwege de grimmigheid des benauwers, wanneer hij zich bereidt om te verderven? Waar is dan de grimmigheid des benauwers? Jes...

