“Hij zal de voeten Zijner gunstgenoten bewaren.”—1 Samuël 2:9
De weg is glad en onze voeten zijn zwak, maar de Heere zal onze voeten bewaren. Als wij ons in gehoorzaam geloof aan Hem overgeven om de Zijnen te zijn, zal Hij Zelf onze beschermer zijn. Hij zal niet alleen Zijn engelen opdragen ons te beschermen, maar Hij Zelf zal onze stappen bewaren.
Hij zal onze voeten bewaren voor het vallen, zodat wij onze kleren niet bevlekken, onze ziel niet verwonden en de vijand geen reden geven om te lasteren.
Hij zal onze voeten bewaren voor het afdwalen, zodat wij niet op paden van dwaling gaan, niet op wegen van dwaasheid en niet de gewoonten van de wereld volgen.
Hij zal onze voeten bewaren voor het opzwellen door vermoeidheid en voor blaren door de ruwheid en de lengte van de weg.
Hij zal onze voeten bewaren voor verwondingen: onze schoenen zullen van ijzer en koper zijn. Zelfs als wij op de scherpe kant van het zwaard of op dodelijke slangen trappen, zullen wij niet bloeden en niet vergiftigd worden.
Hij zal onze voeten ook uit het net trekken. We zullen niet verstrikt raken in het bedrog van onze boosaardige en sluwe vijanden.
Met zo’n belofte kunnen we zonder moe te worden rennen en zonder angst lopen. Hij Die onze voeten bewaart, doet dat ook echt.

