
GEBED 18
Onze Vader, Gij hoort ons altoos wanneer wij bidden. U hebt ons nu in de hemel een eeuwige Voorspraak en Voorbidder gegeven. Wij kunnen immers met geen mogelijkheid tot U komen tenzij Uw Heilige Geest ons dat heilige verlangen ingeeft en ons trouw helpt terwijl wij pleiten. Wij bidden dat die ene zaak die de apostel Paulus eertijds zo’n diepe strijd kostte, voor ons voor altoos boven alle andere strijd verheven mag zijn. Mogen wij Christus kennen en Hem voor eeuwig hebben als ons Een en Al. Voor anderen willen wij die strijd om de waarheid wel voeren, maar laat hem voor onszelf nu voorbij en gestreden zijn. Hij is immers alles voor ons; meer dan alles vinden wij in Hem alleen.Heere Jezus, wij nemen U thans opnieuw aan als Degene Die ons geworden is tot wijsheid, tot gerechtigheid, tot heiligmaking en tot volkomen verlossing. Wij zullen en hoeven niets buiten U te zoeken, want alle denkbare volheid is in U aanwezig. Onze menigvuldige zonde is volkomen vergeven. Onze zondige, opstandige natuur is door Uw genade bedwongen.
Wij bezitten een volmaakte gerechtigheid. Wij bezitten een onsterfelijk, goddelijk leven. Wij bezitten een zekere, onwrikbare hoop. Wij bezitten een onverwoestbaar fundament. Waarom zouden wij dan in vredesnaam nog verder zien dan tot U? Waarom zouden wij in onszelf of in onze eigen zwakke werken zien, terwijl wij diep weten dat Gij alleen die enige bron zult zijn waaruit wij altoos het levende water zullen putten, en dat ene, vaste fundament waarop wij voor eeuwig gebouwd zullen worden? Wij willen in dit uur nieuwe worteltjes diep uitschieten en ons opnieuw krachtig vastgrijpen in die gezegende, voedzame grond waarin Uw vrije genade ons eens heeft geplant.
O dierbare Zaligmaker, openbaar U opnieuw aan onze ziel, leer ons een weinig meer van Uw onuitsprekelijke liefde, help ons een weinig dieper in te gaan in deze goddelijke verborgenheid. Mogen wij U vast en krachtig angrijpen en U nimmermeer loslaten. Mogen wij uit U al het voedsel en de kracht van onze geest zuigen. Mogen wij zo in U ingelijfd zijn gelijk de rank in de stam is, en mogen wij uit U rijke vrucht dragen tot eer van Uw Naam. Want zonder U, o Heere, kunnen wij volstrekt niets doen.
Vergeef Uw zwakke dienaren, wij smeken U, al hun jammerlijke afdwalingen uit het verleden. Hebben wij U in onze dwaasheid soms vergeten, vergeet Gij ons dan in Uw trouw toch nimmer! Hebben wij een of andere maal buiten U om gehandeld, vergeef dan die zondige daad genadig. Delg al die zonde onherroepelijk uit. Help ons om voortaan uitsluitend zo te leven als wij in Christus leven, en zo te spreken en zelfs te denken als in een innige eenheid met ons levende Hoofd. Neem van ons weg al dat aardse leven dat indruist tegen het hemelse leven van Christus. Breng ons tot een volkomen, diepe onderwerping in Hem, totdat het leven voor ons werkelijk Christus is in elke afzonderlijke daad van ons dagelijks bestaan. Mogen wij ootmoedig wandelen met onze God, in een vast, blij geloof in het volbrachte werk van Christus aan het kruis.
Zaligmaker, zie in ontferming neer op al Uw geliefden en schenk hun rijke zegeningen precies naar ieders persoonlijke nood. Wij kunnen als mensen geen gebed uitspreken dat alles omvat, maar Gij kunt dat wel, o grote en getrouwe Voorbidder: U kunt krachtig voor een ieder pleiten en voor elk van ons precies die ene zegen verkrijgen die hij zo broodnodig heeft. Zijn wij diep neergebogen in de ziel? Geef ons een sterker, onwrikbaar geloof. Zijn wij ongemerkt werelds geworden? Vergeef deze grote, zware overtreding en leid ons weer diep in de geestelijke dingen. Zijn wij wel blij geworden, maar hebben wij daarbij de enige Bron van die blijdschap vergeten? Heere, verzoet dan die aardse blijdschap en geef haar de juiste smaak door de liefelijke reuk van Uw eigen goddelijke tegenwoordigheid. Moeten wij Uw Woord prediken en voelen wij ons daarbij zo uiterst zwak? Och, wees dan Gijzelf onze volkomen sterkte.
Zijn wij werkzaam in de zondagsschool en hebben wij tot nu toe maar zo weinig zichtbare vrucht gezien? Heere, leer ons wijselijk hoe wij onze leerlingen moeten onderwijzen. Schenk ons onze jongens en onze meisjes genadig als onze geestelijke beloning. Zijn wij zelf zwakkelijk van lichaam? Zijn er wellicht mensen die ons zwaar kwellen omdat zij onheilig en goddeloos door het leven gaan? Voor velen van Uw kinderen is dat waarlijk een verschrikkelijke, slopende beproeving. Heere, help hen getrouw, zowel in hun eigen lichamelijke ziekte als in deze grote geestelijke nood. Hebben wij dierbare naasten die wij met heel ons hart liefhebben en die voor onze eigen ogen langzaam wegkwijnen? Heere, ontferm U in tederheid over hen en schenk hun beterschap en herstel. Geef hun de nodige gedachten en het geduld om de pijn te dragen, en geef ons een diepe, heilige overgave aan Uw goede wil in dit alles.
Wat de zware beproeving van Uw dienaren ook moge zijn, schenk te zijner tijd altijd weer de uitkomst, opdat wij haar door Uw genade kunnen dragen. Toch, onze allergróótste zorg blijft wel om dagelijks te groeien in de genade en om onze gezegende Meester meer en meer gelijk te worden. Wij worstelen en worstelen daartegen, maar ach, hoe ongelooflijk klein is onze zichtbare vooruitgang vaak! Heere, help ons in elke zaak waarin wij ons zo vaak verslagen hebben gevoeld. Zijn wij door een jammerlijk gebrek aan geestelijke waakzaamheid deerlijk verraden, Heere, vergeef het ons en help ons een volgende maal standvastiger te zijn. Hebben sommigen van Uw dienaren de helderheid van hun genadekenmerken geheel verloren, geef hun dan genade om eenvoudig als arme zondaren opnieuw tot Christus te komen, als zij nu even niet als krachtige heiligen durven komen. En worden sommigen van de Uwen door de vuurproef en de verzoeking van de satan zwaar in het nauw gebracht, zodat het hun moeite kost om überhaupt nog op de been te blijven, houd hen dan almachtig overeind!
En zijn er onverhoopt enkelen van ons die diep gevallen zijn, help hen dan om met David te zeggen: „Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan.”
Zie nu in grote barmhartigheid neer op al degenen die nog onbekeerd zijn. Heere, red hen uit de macht der duisternis. Sommigen onder hen zijn volkomen zorgeloos; Heere, zij zijn geestelijk dood in hun misdaden. Kom en maak hen levend door Uw almachtige adem. Wij kunnen in onze blindheid niet veel zien of doen, maar Gij kunt het wel. Och, dat sommigen van de meest halsstarrige en verharde zondaars nog in dit uur diep vermurwd mochten worden door de onweerstaanbare aanraking van Uw Heilige Geest! En anderen zijn wellicht niet zorgeloos, maar zoeken integendeel oprechte het eeuwige leven, en pakken het door hun eigen inzicht toch verkeerd aan: moge hun hun dwaalweg klaar getoond worden, mogen zij door U op de rechte weg geleid worden, mogen zij opzien naar het kruis en, al opziende, onmiddellijk leven ontvangen.
Wij weten maar al te goed hoe velen van hen eerst dit en dat willen zijn voordat zij de blinde stoutmoedigheid hebben om Christus aan te nemen als hun Een en Al. Mogen zij nu eindelijk ophouden met dat eigenzinnige zoeken, doordat zij alles — ja, alles — volkomen in Christus mogen vinden. Omdat U een God bent Die het gebed in der daad verhoort en een God van wonderbaarlijke vergeving bent, laat dan vandaag menige genadige vergeving uitgaan van Uw hemelse hof, dierbaar verzegeld met het bloed van de Verlosser en krachtig ondertekend met de heilige Naam van de Vader. Och Heere, nog op deze dag, eer die mensen werkelijk oud worden in hun zonde en eer zij in al hun ongerechtigheden voor eeuwig sterven, behoud hen met een eeuwige verlossing!
God zegene ons land en onze vorst. God zegene deze grote stad. Moge er geen bittere onrust zijn tussen de verschillende maatschappelijke standen, noch tussen werkgever en werknemer, maar moge aan de ganse bevolking van deze stad een milde, algemene geest van christelijke welwillendheid geschonken worden; en doe ons geestelijk en tijdelijk voorspoedig zijn.
Gedenk alle hulpbehoevende mensen, in het bijzonder de diep armen, de eenzame weduwen en de hulpeloze wezen, alsmede al degenen die zo zwaar neergebogen zijn van geest, bij wie die donkere neerslachtigheid het verstand soms dreigt te doen bezwijken. De Heere herstelle hen in hun gemoed. En hen die nu in dit stervenuur verkeren, o Heere, laat hen toch niet zonder een levende hoop sterven. En moge Uw getrouwe volk van generatie op generatie leren heengaan zonder zelfs de bittere smaak en de angst van de dood te hoeven smaken. Mogen zij in alle vrede ingaan in Uw eeuwige rust, een ieder getrouw wandelend in zijn eigen oprechtheid.
Red toch dit moderne tijdperk van zijn eigen hoogmoedige, menselijke verstand. Geef de kinderlijke geest van eenvoudig, onbevangen geloof in Christus weer helemaal terug aan de kerken, want wij begeren niets liever dan de openbaring van Zíjn heerlijkheid. „Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.”
© Vertaling C. H. Spurgeon’s Prayers door Teun van der Plas

