Een preek door C. H. Spurgeon in de Metropolitan Tabernacle te Newington (datum niet overgeleverd).

Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. Johannes 3:7
Wanneer mensen overal om u heen omkomen, zou het wreed zijn om tijd te verspillen met te proberen hun verstand te boeien of hun fantasie te vermaken. Wij moeten iets praktischers doen en ernstig acht slaan op hun dringende nood. Is het hongersnood die hen doodt? Laten wij hun te eten geven. Is het de kou? Laten wij hun kleding bezorgen. Is het ziekte? Laten wij medicijnen toedienen. Als de nood hoog is, beperken wij ons tot wat noodzakelijk is en richten wij ons met heel ons hart op datgene wat onze aandacht moet hebben. Wat mag, kan wachten, maar wat moet, vraagt onmiddellijk onze zorg. Nu is de geestelijke nood van de mensen dringend en daaronder is hun wedergeboorte het dringendst: zij moeten opnieuw geboren worden, anders gaan zij verloren. Daarom zullen wij nu bij dit onderwerp stilstaan en er onze volle aandacht aan geven. Andere interessante zaken laten wij wachten tot deze zeer gewichtige zaak gelukkig is afgehandeld. Dit is een moeten en wij moeten het u nu meteen met ons hele hart op het hart drukken. Ons vurige verlangen is een grote oogst van zielen voor de schuur van de zaligheid, maar daarvoor moeten zij opnieuw geboren worden. Velen van u hebben rond ons gefladderd als vogels rond de vogelaar, maar u bent nog niet gevangen in het net van het evangelie. Deze toestand kan ons niet tevredenstellen. Wij willen zien dat u voor Christus kiest en werkelijk opnieuw geboren wordt. U bent al lang hoorders, maar helaas blijft u slechts hoorders en bent u geen “daders des Woords”. Wij willen niet dat de schuld bij ons ligt. Als u niet behouden wordt, zal dat niet komen doordat wij het evangelie niet hebben gepredikt, of er niet mee zijn doorgegaan, of het niet hebben gepredikt als een zaak van leven en dood.Nogmaals dan: wij richten ons op het ene punt, het punt van volstrekte noodzaak: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Wij vertrouwen erop dat een andere pijl het doel kan raken als één pijl het niet bereikt. In elk geval blijven wij op dat ene doel mikken: de bekering van uw zielen. O u die nog niet tot de kennis van de Heere gebracht bent, moge de Heilige Geest de pijl in dit uur richten. En nu gaan wij een eenvoudig praatje houden over de grote ervaring die wedergeboorte of nieuwe geboorte heet, zonder welke niemand het koninkrijk van de hemel kan zien, laat staan binnengaan.
I. En ten eerste merken wij over de nieuwe geboorte op dat de verandering die zij in ons teweegbrengt ZEER GRONDIG is. “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Een nieuwe geboorte is het meest ingrijpende en volledige proces dat denkbaar is. Het is in feite meer dan een verandering: het is een schepping. Wedergeboorte is veel meer dan verbetering van de levenswandel of godsdienstig worden. Er staat immers niet: “U moet gewassen worden, u moet verbeterd worden, u moet verheven worden”, maar: “U moet geboren worden.” Het is niet genoeg dat het huidige leven, zoals wij het al hebben, wordt vernieuwd of dat de bestaande natuur frisse kracht en nieuwe veerkracht krijgt. Nee: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Er moet een nieuw leven worden ontvangen en geen verbetering van het huidige leven kan daarvoor in de plaats komen.
Het is ook veel meer dan een verandering van mening. Ik ben altijd bang voor mensen die er trots op zijn dat zij van de ene godsdienstige opvatting tot een andere zijn bekeerd. De beste bekeerlingen voor een kerk zijn zij die uit de wereld worden binnengebracht. Wie uit andere delen van het christendom overstapt, is meestal niet de waardevolste aanwinst. Soms zijn zij als de veroordeelden die hun land verlaten ten bate van hun land: zij dienen hun partij het best door die te verlaten en komen niet als zuivere winst in het nieuw gekozen deel van de kerk. De tekst zegt niet: “U moet uw meningen veranderen en nieuwe denkbeelden in u opnemen”, maar: “U moet een nieuwe natuur hebben; u moet opnieuw geboren worden.” Denkbeelden kunnen telkens weer veranderen en toch kan de mens nog niet dichter bij het kindschap van God zijn gekomen. Maar laat de natuur door de Heilige Geest veranderd worden, en dan is de zaak volbracht. Dit en niets minder dan dit kan een mens in de hemel brengen: hij moet een nieuw schepsel worden in Christus Jezus.
Het proces van de nieuwe geboorte is zo grondig dat het veel meer is dan een verandering van iemands denkwijze, zelfs over de beste onderwerpen. Iemand kan het nu zijn plicht vinden godsdienstig te zijn, terwijl hij eerst een losbol was. Hij kan het nu zijn plicht achten nuchter te zijn, terwijl hij eerst een dronkaard was. Hij kan het nu zijn plicht voelen ijverig te zijn, terwijl hij eerst een luiaard was. Maar dit alles samen is nog geen nieuwe geboorte. Wij zijn blij met elke vorm van verbetering. Hoe minder zonde er in de wereld is, hoe beter. Maar toch is het beslissende punt dan nog niet bereikt, met alle veranderingen van denken en zelfs van leven waartoe een mens in staat is. De tekst blijft immers van kracht na alle vernieuwingen, bekeringen en verbeteringen die voor vlees en bloed zonder hulp van boven mogelijk zijn, en roept met strenge, onveranderlijke stem: “Gijlieden moet wederom geboren worden.”
De betrokkene kan een lange reeks plechtigheden hebben doorlopen. Hij kan met een welkom zijn opgenomen in een zogenaamde kerk en uit de handen van hen die zichzelf priesters wanen kan het waterige bedrog zijn neergedruppeld dat de ziel zou doen wedergeboren worden. Maar er is iets meer nodig dan priesters kunnen geven of water kan uitwerken. Onze Heere Jezus Christus bedoelde iets heel anders dan de hocuspocus van een lege vorm toen Hij zei: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Ik zeg in het bijzijn van allen die als kind zijn gedoopt en van allen die op volwassen leeftijd zijn gedoopt maar geen gelovigen waren, ook u, gedoopte ongelovigen: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Als u gedoopt en herdoopt bent, maar nog steeds ongelovig bent en de Geest van God niet in uw ziel hebt: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Wat betekent dit alles? En wat is de betekenis van deze zo grondige verandering? Betekenen de woorden niet duidelijk dat er in ons een nieuwe natuur moet worden geschapen? Een leven, een natuur is immers het voortbrengsel van een geboorte. Bij een geboorte komt er een leven in de wereld dat er eerder niet was. Er moet in ons een nieuw leven komen waarvoor wij van nature volslagen vreemden zijn: iets wat ver uitgaat boven wat bij ons hoort zoals wij naar het vlees geboren worden. Het is een leven dat niet sluimerend aanwezig was in het kind om geleidelijk ontwikkeld te worden bij de opvoeding, maar een leven dat volkomen ontbreekt totdat de goddelijke genade het daar inplant. “Gijlieden moet wederom geboren worden”: u moet opnieuw geschapen worden, of zoals de Schrift zegt: wedergeboren, tot een levende hoop. Het leven in u moet een even nieuwe schepping zijn als het licht was toen God het sprak, of als de wereld toen God haar uit niets vormde. Er moet een werk van goddelijke kracht aan u worden verricht dat gelijk is aan wat de Heere Jezus uit de doden opwekte en Hem heerlijkheid gaf.
Met een nieuw leven begint bij onze gewone geboorte een nieuwe ervaring. Voor het pasgeboren kind is alles nieuw. Elke pijn en elk gevoel van genot is nieuw voor hem, want hij heeft daar nooit eerder iets van gekend. En ook al zijn wij volwassen of zelfs oud wanneer wij opnieuw geboren worden, het geestelijk leven is helemaal een nieuwe ervaring. Er zijn nieuwe gevoelens van berouw. Er is een nieuw geloof, een nieuwe vreugde, een nieuwe hoop. Alles is nieuw: het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. Ook al heeft de mens veel wegen bewandeld en veel gewaarwordingen gekend, op het moment dat hij opnieuw geboren wordt, is hij een vreemdeling in een vreemd land en wordt hij geleid op een weg die hij niet kent en over paden die hij niet heeft gezien. Alle jonge zielen die zojuist voor God geboren zijn, hoe oud zij naar lichamelijke telling ook mogen zijn, verheugen zich in de heilige nieuwheid van het nieuwe leven. Zij danken en prijzen God, Die voor de tweede keer Zijn hand aan het werk heeft geslagen en hen levend heeft gemaakt tot een nieuw leven.
Zoals er nu een nieuw leven is, een nieuwe natuur en een nieuwe ervaring, zo is er voor het geboren kind en de wedergeboren mens ook een nieuwe wereld. Voor het kind is alles nieuw: zijn broertjes en zusjes verrassen het. Als het in de open lucht wordt gebracht en voor het eerst de groene velden ziet, verwondert het zich erover. Voor de kleine is alles nieuw. Het leeft in een museum en is omringd door wonderen. Zelfs het speelgoed waar volwassenen zo minachtend naar kijken, is voor de kleine volkomen wonderbaarlijk. Het is er helemaal door betoverd. Een christen, een man of vrouw die opnieuw geboren is, leeft in een nieuwe wereld. Nu is alles nieuw voor hem, zoals ik eens een jong meisje hoorde zeggen toen zij de Zaligmaker net gevonden had. Toen zij haar geloof in Christus kwam belijden, zei zij: “Of ik ben helemaal veranderd, of de wereld is het.” En ik kon het niet nalaten haar te zeggen dat ik hoopte dat het allebei zo was. Ik hoopte dat zijzelf veranderd was en dat deze verandering de andere had voortgebracht, zodat alles nieuw geworden was.
Er is een nieuwe hemel en een nieuwe aarde voor ons weggelegd voor later, en nu al, terwijl wij in deze wereld zijn, is zij voor ons niet meer wat zij voor de vleselijke mens is. Voor de tweemaal geborene is de wereld op haar kop gezet. Wat wij eens liefhadden, laat ons onverschillig. Vroegere doelen van ons streven achten wij niet meer dan afval, terwijl wat eens verachtelijk was voor ons van het hoogste belang wordt. Nu de Heilige Geest ons heeft veranderd, is onze kijk op alles om ons heen volkomen anders. Zo moet uw ervaring zijn, beste hoorder, anders zult u als een vleselijk mens leven en in uw zonden sterven. U moet deze goddelijke schepping ervaren, wie u ook bent. Er zijn geen uitzonderingen. U moet deze grote verandering kennen of verloren gaan. U bent misschien op de schoot van de vroomheid gewiegd. De Naam van Jezus kan zich vermengd hebben met de stilte van uw eerste wiegelied. Het kan zijn dat u in het begin bijna geen andere muziek hoorde dan die van heilige gezangen. Misschien hebt u zedelijkheid en heiligheid geleerd door het voorbeeld van vele generaties voorvaderen. Maar wie of wat u ook bent, u moet een nieuw leven ontvangen en een nieuwe ervaring doormaken. U moet in een nieuwe wereld leven, anders gaat u verloren. U moet leven in de geestelijke wereld waar alles nieuw is. U moet omgaan met God, iets wat u eerder niet kende. U moet omgaan met Zijn Zoon, voor Wie u een vreemde bent geweest. U moet de kracht en de werking van de Geest in u voelen, iets wat u tot nu toe nooit hebt gekend, anders is er voor u geen hoop.
Let erop dat elke geboorte een nieuwe kracht in werking brengt. Er wordt een nieuwe werker geboren. Hij is nog zwak, maar die kleine voetjes zullen nog sterk worden om te rennen en die kleine handjes zullen nog behendig worden in een nuttig ambacht. Zo voelt ook een ziel die voor God geboren wordt een nieuwe kracht in zich en wordt zij zelf een nieuwe kracht. Zij gehoorzaamt een macht die zij eerder niet kende, en er gaat een kracht van haar uit die zij eerder niet kon uitoefenen en zelfs niet begreep. Er is een nieuwe kracht onder de mensen gekomen wanneer weer een ziel voor God geboren wordt. De geestelijke wereld is sterker en de vleselijke wereld is des te zwakker door de geboorte van nog een geestelijk mens. Ik weet het niet beter te zeggen, maar ik denk dat ik u heb laten zien dat wedergeboorte een zeer grondige verandering is. Opnieuw geboren worden is geen kinderspel. Het is niet genoeg dat iemand na een preek opstaat en zegt: “Ik ben erdoor getroffen en geraakt en ik geloof dat ik bekeerd ben.” Er is een groot verschil tussen zeggen: “Ik ben opnieuw geboren” en werkelijk de hemelse geboorte ondergaan. Het is niet genoeg om belijdenis af te leggen, of die zelfs jarenlang met eer vol te houden. Helaas, sommigen leken bijna apostelen en waren toch volkomen zonen van het verderf. U moet in uw eigen ziel levend en waarachtig leren kennen wat het is dat het vlees met Christus wordt gekruisigd en dat er op bovennatuurlijke wijze een nieuw leven in u wordt geplant als het werk van de Heilige Geest, anders kunt u het koninkrijk van God niet binnengaan. Het werk is diepgaand, geestelijk, wonderbaarlijk en goddelijk.
II. In de tweede plaats is zij ZEER WONDERBAARLIJK. Zij is zeer wonderbaarlijk in de zin van geheimzinnig, wat de wijze betreft. Het is niet gemakkelijk over deze tekst te preken en tot in de kleinste details te gaan, want dan zouden wij te ver kunnen gaan. Ik heb verhandelingen over dit onderwerp gelezen die veel te weinig kiesheid bezaten en eerder afkeer wekten dan indruk maakten. Wij dringen niet binnen in een goddelijk geheim en mogen dat ook niet doen: gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is. Wie weet hoe de Heilige Geest werkt? Dat Hij werkt door middel van het Woord van God weten wij. Dat Hij de waarheid zegent die uit een boek wordt gelezen of van de predikant wordt gehoord, weten wij ook. Maar hoe Hij het hart binnengaat, hoe Hij een geest in ons schept en hoe Hij in ons het geestelijk leven verwekt, wie kan dat zeggen behalve God alleen? Maar wij hoeven het ook niet te weten. Het is genoeg dat wij van het feit verzekerd zijn. De wijze hoeven wij niet uit te pluizen. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen. Zij weten uit ervaring wat het is om opnieuw geboren te zijn, maar zij zouden zelf niet kunnen uitleggen hoe de heilige wind waait, noch hoe de Geest op het menselijk hart werkt. Er zijn veel discussies geweest over de vraag of de Geest van God als het ware naakt in aanraking komt met de natuur van de mens, of dat Hij altijd werkt in en door waarheid en gedachte enzovoort. Daar hoeven wij niet op in te gaan. Wij willen liever bewonderen, ons verwonderen en aanbidden, want dat is beter dan alleen begrijpen. Een mens kan immers alle verborgenheden begrijpen en toch zijn als een klinkend metaal, of luidende schel.
Het is een geheim wat de bovennatuurlijkheid van de werking betreft, want ware wedergeboorte is altijd bovennatuurlijk. Zonder twijfel bereikt zedelijke overreding veel bij mensen. De invloed van de omgang verbetert vaak de manieren en gewoonten van mensen. Grote resultaten kunnen voortkomen uit opvoeding, vooral als die van de juiste soort is. En er kan veel in de mensheid ontwikkeld worden dat bewonderenswaardig, eerlijk, lieflijk en van goede naam is. Maar dat doet niet ter zake, want het is niet wat onze Zaligmaker bedoelde. Het blijft achter bij de nieuwe geboorte en is in werkelijkheid iets heel anders. De Heilige Geest, de derde Persoon van de gezegende Drie-eenheid, moet evenzeer tot ons komen om aan ons te werken als God uitging om aan deze wereld te werken bij haar schepping, anders zijn wij niet opnieuw geboren. Het is niet genoeg dat wij uit onszelf en in de kracht van onze oude natuur beginnen te bidden, berouw te tonen enzovoort, want alles wat uit ons vlees kan voortkomen, blijft vlees. Bij de wedergeboorte is het de Geest Die begint met het leven in te storten, en dan begint de nieuwe natuur te bidden en berouw te tonen. Wat uit de Geest geboren is, is geest en daarom moet de nieuwe geboorte een geestelijke werking zijn om die geestelijke natuur voort te brengen zonder welke wij niet kunnen zien en niet kunnen binnengaan in wat van God is.
Dit is een ernstige zaak voor u, mijn hoorder, als u slechts een bezoeker van de genademiddelen bent geweest en een liefhebber van de uiterlijke vormen van de godsdienst. Bedoel ik u te zeggen dat u een verandering moet ondergaan die uw eigen werk te boven gaat, die alle mensen op aarde en alle engelen in de hemel niet in u zouden kunnen bewerken, maar die God Zelf moet verrichten? Dat bedoel ik. Ik bedoel niets minder. “Moet ik begrijpen”, zegt u, “dat almachtige kracht aan mij moet werken zoals bij mijn schepping?” Dat bedoel ik, en dat er evenveel kracht nodig is om u opnieuw geboren te laten worden als om een wereld te maken. Ja, en dat dezelfde kracht die Jezus Christus uit de doden opwekte toen Hij drie dagen in het graf had geslapen, in haar volle omvang nodig is om u op te wekken uit uw dood in de zonde. En zij moet worden uitgeoefend als u ooit werkelijk zult worden opgewekt.
Het is wonderbaarlijk dat de Geest van God Zich verwaardigt dit werk te ondernemen en dat de Heere Zich voor de tweede keer aan het werk zet. Het is verbazend dat Hij, toen het vat op de pottenbakkersschijf mislukt en bedorven was, het niet stukbrak en aan de vernietiging prijsgaf, maar al Zijn kracht opnieuw inzette en de klei vormde naar Zijn eigen model. Hij buigt Zich neer om ons tweemaal geboren, nieuw geschapen en opnieuw verwekt te maken, zodat wij uiteindelijk het beeld zouden dragen van Jezus, de Eerstgeborene onder vele broederen. “Gijlieden moet wederom geboren worden”: de oneindige Jehova moet Zich verwaardigen voor de tweede keer onze Schepper te zijn, of wij gaan hopeloos verloren.
Dit werk is wonderbaarlijk vanwege de grootsheid van de verhouding waarin het ons brengt. Het kind dat geboren wordt, heeft door zijn geboorte zelf een vader, en wij die van boven geboren zijn, roepen Abba, Vader door het feit zelf dat wij wedergeboren zijn. Aanneming geeft ons de rechten van kinderen, maar alleen wedergeboorte geeft ons de aard van kinderen. Omdat wij zonen zijn, zendt God de Geest van Zijn Zoon in onze harten, waardoor wij roepen: Abba, Vader. Als ik opnieuw geboren ben, is God mijn Vader, wat mijn positie in het leven of mijn plaats in de samenleving ook is, en daaruit volgt dat Jezus Christus mijn Broeder is. Dit is niet alleen in vorm en naam zoals mensen elkaar broeders noemen zonder dat er werkelijk verwantschap is. Er is een werkelijke verwantschap tussen ons en Christus Jezus en de goddelijke Vader, want wij zijn “der goddelijke natuur deelachtig” geworden. Wij zijn zonen van God, en als wij zonen van God zijn, dan zijn wij broeders en zusters van Christus. Zo moet het zijn. Hieruit volgt dat wij als kinderen ook erfgenamen zijn, en als Christus de Erfgenaam is, zijn wij medeerfgenamen met Hem. Mijn broeders, welke voorrechten vloeien voort uit de verwantschap die uit de nieuwe geboorte ontstaat! Onze Vader staat er immers borg voor dat wij onderhouden, getroost en opgevoed worden, en voor alles wat nodig is voor onze volmaking op de dag van de thuisbrenging, wanneer wij Hem van aangezicht tot aangezicht zullen zien.
Wat kan een mens overkomen dat zo groot is als opnieuw geboren te worden? Stel dat sommige van de armste mensen op aarde, die voor een schamel loon de straten hebben geveegd, plotseling door koninklijke gunst in de adelstand zouden worden verheven. Of stel dat zij door een omwenteling van het rad van de voorzienigheid keizers en koningen zouden worden. Wat dan nog? De verandering zou buitengewoon zijn en mensen zouden zich erover verbazen, want de gebeurtenissen in de geschiedenis die het opmerkelijkst zijn gevonden, zijn die waarin bedelaars van de mesthoop naar de troon stegen en vissers hun ruwe kleren aflegden om het keizerlijke purper aan te trekken. Maar deze sprongen van het niets naar grootheid zijn onbeduidend en gering vergeleken met het opstijgen van slaaf van de satan tot zoon van God. Door God Zelf verheven te worden uit de duisternis, de vernedering en de slavernij waarin wij door de zondeval en door dadelijke zonde zijn gebracht, tot de vrijheid, de heerlijkheid en de eeuwige zaligheid van de kinderen van God: dit gaat elk begrip te boven. Dit kan alleen ons deel zijn doordat wij opnieuw geboren worden. Onze eerste geboorte maakt ons tot zonen van Adam. Onze tweede geboorte maakt ons tot zonen van God. Uit het vlees geboren erven wij verderf. Wij moeten uit de Geest geboren worden om onverderfelijkheid te erven. Wij komen in deze wereld als erfgenamen van verdriet, omdat wij zonen zijn van de gevallen mens. Ons nieuwe leven komt in de nieuwe wereld als erfgenaam van heerlijkheid, omdat het afstamt van de tweede Mens, de Heere uit de hemel. Zo heb ik gesproken over het wonderbaarlijke karakter van dit werk en over de grondigheid ervan.
III. Laten wij nu in de derde plaats opmerken dat de nieuwe geboorte, hoe wonderbaarlijk en geheimzinnig zij ook altijd moet zijn, ZEER ZICHTBAAR is. Het huis weet wanneer er een kind is geboren. Er zijn geheimen rond zijn geboorte, maar het feit is duidelijk genoeg. U zult zijn kreet spoedig horen in de kinderkamer en binnenkort zijn gebabbel in de zitkamer. U zult de vreugde van de ouders zien wanneer zij hun kind omarmen en de zorg waarmee zij op zijn welzijn letten. Zo weten wij ook bij de nieuwe geboorte niet hoe de Geest werkt, maar wij weten dat Hij werkt en wij zien spoedig dat er een wonderbaarlijke verandering is gekomen over hen die Hij tot bezitters van het hemelse zaad heeft gemaakt, tot schepselen van het nieuwe leven. Zij die bekeerde mensen het best kennen, behoren tot de eersten die het veranderende wonder van de genade opmerken.
Denkt u niet dat Elstow wist wanneer John Bunyan de Zaligmaker had gevonden? De klokkenluiders wisten het, want er was geen sabbatsschennis meer. En de weinige arme godvruchtige mensen die in Bedford bijeenkwamen, wisten het, want hij sloop in hun midden en begon hun te vragen naar de zaken die de vreugde van zijn ziel waren geworden. Soms horen wij van iemand die opnieuw geboren is zonder het te weten, een nogal vreemde zaak. Toch denk ik dat zo’n gebeurtenis op zekere wijze heel vaak plaatsvindt in de bisschoppelijke kerk, want als mensen bij de kinderdoop opnieuw geboren worden, dan hebben duizenden in Londen die verandering ondergaan. Maar ik ben er zeker van dat zij er niet zeker van kunnen zijn, want hun eigen leven zou het hun niet zeggen en hun eigen emoties en gevoelens zouden hen niet tot zo’n overtuiging brengen. Wedergeboorte is een armzalige zaak als die gedoopte rebellen wedergeboren zijn. Dan wemelt het in onze gevangenissen van wedergeboren dieven en krioelt het in onze straten van wedergeboren prostituees, en af en toe hebben wij wedergeboren moordenaars. Allen zouden zij in hun doop opnieuw geboren zijn, kinderen van God gemaakt, leden van Christus en erfgenamen van het koninkrijk van de hemel. De leugen is misselijkmakend. De duivel zelf lacht erom. Van alle doorzichtige leugens is die van de wedergeboorte door de doop zeker de grofste. Het is een wonder dat mensen die leven en wandelen tussen verstandige mensen ooit daarin vervallen.
Ach, heren, waar het ware, van de hemel gegeven leven te vinden is, daar is iets om te laten zien. Zegt iemand: “Ik ben wedergeboren”? Kom dan, meneer, wat is het verschil in u? Wat voor leven leidt u? Hebt u een hoger doel dan de gewone mensenkinderen? Wordt u door hogere beweegredenen gedreven? Kloppen er goddelijker aandriften in uw ziel dan die welke de harten van wereldlingen bewegen? “Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën”, de besten van de wereldlingen, “dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.” Als de liefde van Christus in ons ons niet beter maakt dan de beste wereldse mensen, geven wij geen bewijs dat wij het vernieuwende werk van God de Heilige Geest hebben ervaren. Het hemelse leven is zeer zichtbaar, en des te meer doordat er bepaalde tekenen zijn die de nieuwe geboorte altijd vergezellen en bevestigen. Mensen kunnen opnieuw geboren zijn en het toch op bepaalde punten van de leer niet met ons eens zijn, maar er zijn zaken waarover alle wedergeborenen het eens zijn.
Want ten eerste heeft elke ziel die opnieuw geboren is, berouw over haar zonde. Als iemand in zijn zonde blijft leven zoals hij gewend was, moet hij niet doen alsof hij een tweemaal geboren mens is, want dan bedriegt hij zichzelf deerlijk. Als hij de zonde in hetzelfde licht kan zien als voorheen, als hij er genoegen in kan vinden, ja, als hij zich er niet oprecht met afschuw van afkeert en Gods barmhartigheid zoekt om haar uit te wissen, dan weet hij niets van wat wedergeboorte is. Verder hebben alle wedergeborenen geloof. Zij zijn het er allen over eens dat zij de enige grond van hun hoop vinden in het bloed en de verdienste van Jezus. Ontmoet hen waar u wilt en zij zullen u zeggen dat zij op niets vertrouwen behalve op het dierbare bloed van de Zaligmaker. Hij is hun hele zaligheid en hun hele verlangen. Zij rusten allen op deze Rots, en hoe hoge belijders zij ook mogen zijn en welke verheven ambten zij ook in de gemeente bekleden, als Christus niet hun enige vertrouwen is, weten zij niet wat het is om opnieuw geboren te zijn. Daarnaast bidden allen die van de dood in het leven zijn overgegaan. Als gebed werkelijk uit het hart opstijgt, is het een onfeilbaar kenmerk van de nieuwe geboorte. Als van iemand gezegd kan worden: “Hij bidt niet”, dan is hij nog dood in zijn zonden en heeft de Geest van God zijn ziel niet vernieuwd. Ik zou nog andere heilige tekenen kunnen noemen die de nieuwe geboorte altijd vergezellen, maar deze drie volstaan voor alle praktische doeleinden.
U kunt uzelf hieraan toetsen, geliefden. Hebt u berouw gehad? Hebt u geloof in God? Verheugt u zich erover in het gebed dicht bij God te komen? Als dit in u is, zijn het kenmerken van het nieuwe leven, want zij zijn nog nooit gevonden bij de geestelijk doden. Zucht u over de zonde? Een lijk zucht niet. Treuren over de overtreding, als vrucht van de genade, is een van de zekerste bewijzen van innerlijk geestelijk leven. Vertrouwen op Jezus is een even duidelijk teken van geestelijk leven, want de dode weet niet wat vertrouwen is. En echt gebed is evenzeer een zeker teken van het leven dat van boven is ontvangen. Een steek van boetvaardig verdriet, een gedachte van heilig vertrouwen en een verlangen van innerlijk gebed gaan het vermogen van alle onwedergeborenen op aarde te boven, ook al zouden zij doctors in de godgeleerdheid of kardinalen van de kerk zijn.
Dit nieuwe leven, de nieuwe geboorte, is een zeer zichtbare zaak door de kracht die zij in mensen legt nadat zij zich heeft kunnen ontwikkelen. In het begin zijn bekeerlingen bevend en zwak, maar als zij het nieuwe leven hebben ontvangen, krijgen zij kracht. Er zit in dat leven een kracht waarover de gemeente zich spoedig verheugt en waarvoor de duivel beeft. Deze kracht kan natuurlijk door ongeloof en andere dwaasheden aan banden worden gelegd, maar zij zou alle ruimte moeten krijgen en nooit onderdrukt moeten worden. Ik wens vaak dat onze christenen wat natuurlijker waren in het uiten van wat zij voelen. Als een broeder na het gebed heel hartelijk “Amen” roept, kijken velen naar hem, maar in de eerste gemeente was het de algemene gewoonte van wie in het gebed meededen om “Amen” te zeggen, om het te bekrachtigen en tot het hunne te maken. Ik vraag mij af waarom christenen die gewoonte in zo grote mate hebben opgegeven. Zij is zeer gepast en juist en zou hersteld moeten worden.
Ik las onlangs over een goede broeder van de Bible Christians die soms, wanneer zijn hart vrolijk in hem was van blijdschap in de Heilige Geest, zelfs van vreugde sprong terwijl hij naar de mijn ging om te werken. Waarom zou hij dat niet doen? Toch vindt u het er niet mooi uitzien, of wel? Ik zou veel liever hebben dat een man zo lenig is als David voor de ark dan dat hij zo slaperig is als sommige christenen, die hun vreugde, als zij die al hebben, onderdrukken en nooit laten blijken. Zij zijn bang hun vreugde te uiten uit vrees verkeerd beoordeeld te worden. Laat het bij u niet zo zijn. Als u het nieuwe leven in u zijn eigen loop laat nemen, wordt u misschien voor zonderling gehouden, maar in die zonderlingheden zal uw kracht liggen. Wie zal ons in een keurslijf dwingen en inhouden wanneer de eeuwige Geest ons levend maakt? Als God onze zonden heeft uitgewist, zullen wij Zijn Naam prijzen en verheerlijken. En als wij zijn verlost van het neerdalen in de kuil, zullen wij het anderen vertellen en onze mond niet houden.
Ook al wordt ons getuigenis niet in de meest klassieke stijl uitgesproken en is ons vertellen van de liefde van de dierbare Zaligmaker niet alles wat de geleerden ervan zouden wensen, toch zouden de stenen op straat het uitroepen als wij zwegen, en daarom moeten wij en zullen wij spreken. Wie een bron in zich heeft die opborrelt, moet haar laten uitstromen. En wie het nieuwe leven in zich heeft, zal in de een of andere vorm een kracht worden te midden van zijn medemensen, en het geheim zal uitlekken dat hij een tweemaal geboren mens is. Ik kan hier niet langer bij stilstaan. Wedergeboorte is een grondige verandering en een wonderbaarlijke verandering, maar zij is een zichtbare verandering en bij sommige mensen is zij dat in het bijzonder. Laat het ons doel zijn onomstotelijk te bewijzen dat wij van boven geboren zijn.
IV. Maar nu, heel kort: wedergeboorte is een ZEER DWINGENDE verandering. U moet, u moet, u moet opnieuw geboren worden. U kunt rijk zijn of arm, maar “Gijlieden moet wederom geboren worden.” U kunt intelligent zijn, ontwikkeld en begaafd, maar u moet, u moet opnieuw geboren worden. Veel dingen zijn wenselijk, maar een ding is nodig, dwingend nodig: u moet, u moet, u moet opnieuw geboren worden. Deze dwingende noodzaak is vanuit veel gezichtspunten te zien. Wij kunnen ze niet allemaal noemen, maar slechts één of twee. Als u niet opnieuw geboren bent, hebt u geen leven, geen geestelijk leven. De eerste geboorte gaf u lichamelijk en verstandelijk leven, maar geen geestelijk leven. Dat kon zij ook niet, want wat uit het vlees geboren is, is vlees en niets meer. Nu moet u geestelijk leven hebben, anders bent u dood in overtredingen en zonden en dood voor alles wat met geestelijke zegeningen te maken heeft: voor een geestelijk evangelie, een geestelijke zaligheid, een geestelijke hemel. Voor dat alles bent u dood zoals lijken in hun graven dood zijn voor de zaken van vandaag.
Er kunnen grote veranderingen plaatsvinden in de politiek. De handel kan zeer bloeien of in het slop zitten, maar de dode heeft geen belangstelling voor de natie of haar handel. Hoe zou hij dat kunnen? Zo is het ook met u. Zolang u niet opnieuw geboren bent, is de geestelijke wereld voor u gesloten en staat u er onverschillig tegenover. Engelen mogen juichen en gelovigen mogen juichen over geredde zielen, maar u geeft er niets om. De Heere Jezus Zelf ziet misschien de arbeid van Zijn ziel, maar het is niets voor u en het moet niets voor u zijn, omdat u dood bent. O, als onze lichamen de vorm van onze zielen konden aannemen, zouden er vele kadavers voor mij in deze banken zitten. Ach, wat een vreemd en griezelig gezicht! Wij danken God dat Hij het geestelijke voor onze ogen verbergt. Anders zouden wij misschien van afschuw de plaatsen verlaten waar wij zitten, omdat wij ons in nauwe gemeenschap met de doden zouden bevinden. Wat een afschuwelijk iets moet een dode ziel zijn als onze geesten haar nu konden waarnemen zoals onze zintuigen een lijk waarnemen.
Laten wij hier even stilstaan om treffende feiten in dit verband te beseffen. Sommigen van u zijn door het huwelijk verbonden met geestelijk doden. Sommigen van u hebben in uw huis de kinderen van uw zorg wonen die dood zijn terwijl zij leven. U zult vanavond aan de avondtafel zitten met geestelijk doden. Zie hen in dat licht en uw hart zal misschien bewogen worden om intenser voor hen te bidden dan u ooit hebt gedaan. U die regelmatig op deze plaats zit, ik zou willen dat u aan dit feit dacht wanneer dit huis vol is. Denk: “In mijn bank zitten een onbekeerde man en een onbekeerde vrouw, en zij zijn dood.” Wij verwachten niet dat zij zelf iets voelen, maar wij verwachten wel dat de levenden voor hen voelen. Mijn beste hoorders die onvernieuwd zijn, ziet u niet dat u opnieuw geboren moet worden? Want tenzij u dat bent, blijft u dood voor geestelijke zaken.
Bedenk verder dat een mens die niet opnieuw geboren is, geen geestelijk vermogen heeft. Wij moeten in het geestelijk leven eerst ontvangers zijn, maar de dode zondaar kan, totdat God hem levend maakt, niets ontvangen. Hoe vaak worden de heiligen van God geestelijk vertroost, onderwezen en verrijkt onder de prediking en het horen van het Woord van God! Maar het is hun geestelijke natuur die de verrijking ontvangt. De onwedergeborenen hebben geen geestelijke natuur. Zij zijn vleselijk, verkocht onder de zonde. Zowel hun verstandelijke vermogens als hun lichamelijke begeerten zijn tot slaaf gemaakt. Daarom hebben zij geen kracht om de zegen te ontvangen. De genadige en altijd gezegende regen van de Geest komt, maar zij zijn niet als Gideons vacht, klaar om hem op te drinken, maar als een harde steen waarop de druppels kunnen neerdalen zonder dat hij met het vocht verzadigd of erdoor verzacht kan worden. Onwedergeboren mensen zijn gebroken bakken die het tevergeefs is te proberen te vullen. Zelfs als Gods eigen genade tot hen zou komen, zou zij niet behouden kunnen worden, want zij hebben niet het vermogen haar vast te houden. Alleen het geestelijke kan het geestelijke ontvangen. U moet dus opnieuw geboren worden om een geest te hebben waarmee geestelijke zaken worden onderscheiden en ontvangen. Ziet u niet dat u opnieuw geboren moet worden?
Nog eens: u moet opnieuw geboren worden, want zonder de Geest van God bent u niet de kinderen van God en hebt u dus geen geestelijke erfenis. De Geest doet ons geboren worden, die geboorte maakt ons kinderen en dat wij kinderen zijn maakt ons erfgenamen. Als wij niet opnieuw geboren zijn, zijn wij geen kinderen, dus geen erfgenamen, en zijn wij buiten de erfenis, want Gods erfenis van heerlijkheid is voor de erfgenamen van genade en voor niemand anders. En niemand zal in het eeuwige deel komen dan zij die in Zijn huis geboren zijn en Zijn ware zonen en dochters zijn. Algemeen vaderschap, wat dat ook mag zijn, brengt ons gewone weldaden, maar het is het bijzondere vaderschap dat God heeft tegenover de levenden in Sion dat ons bijzondere zegeningen brengt. U moet dus opnieuw geboren worden of alle aandeel in de goddelijke erfenis verliezen. Geen enkele ziel die het nieuwe leven niet heeft ontvangen, kan ooit de drempel van de hemel overschrijden. Hoe overvloedig haar gebeden ook zijn en hoe talrijk haar godsdienstige handelingen, als zij niet opnieuw geboren is, zijn de poorten van het paradijs voorgoed voor haar gesloten. Verbannen van de tegenwoordigheid van Jehova’s heerlijkheid is er maar één andere plaats waar zij kan wonen, en dat moet de plaats zijn: Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. “Gijlieden moet wederom geboren worden.”
V. Ik besluit mijn toespraak met te zeggen dat deze nieuwe geboorte BIJ UITSTEK PERSOONLIJK is. “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Het idee van een plaatsvervanger past helemaal niet bij het beeld van de tekst. Een mens wordt zelf geboren, in eigen persoon (in propria persona). Niemand anders kan voor hem geboren worden. Zo moet ook hier de verandering die in ons bewerkt moet worden persoonlijk ervaren en individueel gekend en gevoeld worden. Wat een waan is het om terug te vallen op de godsvrucht van een ouder of de beloften van een peetvader, of te denken dat de predikant of de zogenaamde priester voor God voor ons kan staan. “Gijlieden”, “Gijlieden moet wederom geboren worden”, en als u dat niet bent, zult u het koninkrijk van God nooit binnengaan.
Nu meen ik op dit moment door de gemeente het gefluister van vele harten te horen die zeggen: “Dit is erg ontmoedigend. Wij horen graag: ‘Geloof maar en u zult zalig worden.’ Wij zijn blij als ons wordt gezegd: ‘Wie in de Heere Jezus Christus gelooft, heeft het eeuwige leven.’ Maar dit bedrukt ons, want het opent de deur niet zo wijd als wij zouden wensen.” Geloof mij, ik ben er zeer blij mee u het vrije en wijde evangelie van de genade te vertellen. Het is vreugdevol werk voor mij om die welkome boodschap aan u te brengen en ik ben er zeker van dat ik haar even vaak breng als ik dit podium betreed. Mijn meest gehoorde toon is: “Ziet op Christus en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” Maar tegelijk, God verhoede dat u op een valse grondslag wordt opgebouwd of dat uw geloof en vertrouwen los zouden staan van de waarheid van God zoals die in Jezus is. Als dat zo is, zal het blijken hout, hooi, stoppelen te zijn.
Maar u zegt dat mijn preek ontmoedigend is. Kunt u niet beter vragen: “Is het waar?” Iemand bouwt een huis en wij zien hem stenen opstapelen, maar hij heeft nooit een fundament uitgegraven. Het is zeker ontmoedigend voor hem om te horen dat dit niet de goede manier is om een huis te bouwen, maar het zal een grote genade voor hem zijn om ontmoedigd te worden in een werk dat zo dwaas is. Het zal hem op de lange duur veel besparen als alles wat hij al gebouwd heeft meteen instort en hij nu opnieuw bij het begin begint, een goed fundament legt en er degelijk werk van maakt. Het zou dwaas zijn te roepen: “Ontmoedig hem niet.” Hij moet ontmoedigd worden. Ja zeker, wij zouden iedereen willen ontmoedigen die op teleurstelling uitloopt. Het feit is dat uw inspanningen, uw daden en uw verdiensten allemaal op hun allerbest een mislukking moeten zijn. Het is goed dat wij u dat zeggen.
“Maar wat moet ik doen?” vraagt iemand. Dat, sta mij toe u eraan te herinneren, is niet de beste vraag om te stellen, want als het werk van de zaligheid iets was wat u moest doen, zou het zeker nooit gedaan worden. U kunt de vraag stellen: “Wat moet ik doen om zalig te worden?” maar wij zullen u wegwijzen van het doen en u zeggen te geloven in de Heere Jezus Christus, opdat u zalig wordt. Als u blijft zeggen: “Wat moet ik doen?”, dan zeggen wij u dat u er beter aan doet zo snel mogelijk weg te kijken van alles wat u kunt doen, want het werk van verlossing van de zonde is het werk van de Geest van God in u. U moet leren op Hem te zien door Jezus Christus, opdat Hij in u al die genaden en gaven werkt die uw toekomstige leven zullen sieren. Het geloof kijkt naar het bloed van Jezus voor de vergeving van zonde en kijkt dan naar Hem om Zijn Geest, om de macht van de zonde in het hart te overwinnen. En het kijkt niet tevergeefs. Maar als u elders kijkt, zult u zoeken tot uw ogen het begeven en nooit zien wat u verlangt. Och, gaf God dat wij u niet alleen tot ontmoediging konden brengen, maar tot wanhoop aan uzelf. Wanneer u voelt dat u machteloos bent, hebben wij hoop voor u, want dan zult u uzelf overlaten in de handen van Hem Die alle dingen kan doen. Als de eigen kracht verdwenen is, komt Gods kracht. “O, maar u zegt mij dat goddelijke kracht in mij moet werken.” Dat zeggen wij u. Wij kunnen u niets minder zeggen. En als die kracht ooit in uw ziel werkt, zal haar eerste uitwerking zijn dat zij u ertoe brengt dit te belijden. U zult neervallen voor de voetbank van de goddelijke barmhartigheid en zeggen: “Heere, red mij, of ik kom om. O God, wees mij zondaar genadig!”
Ik wil uw bedrijvigheid niet opwekken, u onbekeerden. Ik wil u opwekken tot de overtuiging dat u verloren bent, en ik bid dat God de Heilige Geest u daarvan zo overtuigt! Ik wil niet dat u denkt: “Wij kunnen onszelf genezen.” Maar o, dat u zou voelen dat u ziek bent! Hoewel u uzelf hebt verwoest, ligt uw geneesmiddel in een hogere hand en moet u alleen naar Jezus zien voor genezing. Het bovennatuurlijke element in de zaak te brengen is waar wij naar streven, en moge God de Heilige Geest ons daarbij helpen. Wij willen dat u wegkijkt van wat in u is of uit u kan komen en vertrouwt op wat Christus deed aan het kruis, op wat de genadige Vader nog steeds wacht te doen en op wat de Heilige Geest met dat doel is gezonden in u te werken, opdat u zalig wordt. O, mocht u beginnen te bidden om de goddelijke kracht! Mocht u nooit rusten in iets minder dan het goddelijke werk in uw geest. Daartoe willen wij u brengen.
Nu weet u dit alles en de meesten van u weten het al jaren. Het te weten: ach, wat een groot voorrecht als het niet misbruikt wordt! Wat een grote verantwoordelijkheid als de kennis hier ophoudt! Maar het alleen te weten, o, hoe droevig is dat, tenzij u het ook voelt! Te voelen: “Ik moet opnieuw geboren worden”, en ellendig te zijn tot ik van hart vernieuwd ben, is een goed begin. Ik bid dat u naar huis gaat en voelt: “Er is geen kussen in deze wereld dat mijn hoofd rust geeft tot ik het op de borst van de Zaligmaker heb gelegd. Er is geen gelukzaligheid die mij troost kan geven tot ik vergeving heb gevonden in de wonden van mijn Verlosser.” God geve dat u op deze manier zucht en hijgt, en dan zullen wij geloven dat u wedergeboren bent. Mocht u de Heere Jezus ontvangen, dan zal Hij u macht geven om kinderen van God te worden, want wie in Hem geloven, zijn niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren. Dan zult u het geheim van de wedergeboorte kennen en de Heere Zelf zal in u geopenbaard worden. Dan zult u weten dat u gezegend bent van de Heere, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard. Moge de Heilige Geest voortdurend in u zijn. Amen.
Preek nr. 1455 · Gehouden te Metropolitan Tabernacle, Newington, Londen, deel 25. Oorspronkelijke titel: “Every Man’s Necessity”. Bron: Spurgeon’s Sermons, spurgeon.org.

