“Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat; Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.”—Job 33:27-28
Dit is een waar woord, geput uit de ervaring van een man van God, en het komt neer op een belofte. Wat de Heere heeft gedaan en doet, zal Hij blijven doen zolang de wereld bestaat. De Heere neemt iedereen aan Zijn hart op die met een oprechte belijdenis van zijn zonde tot Hem komt. Sterker nog, Hij speurt voortdurend naar mensen die in nood zijn vanwege hun fouten.
Kunnen wij deze woorden niet onderschrijven? Hebben wij niet gezondigd, persoonlijk gezondigd, zodat wij kunnen zeggen: “Ik heb gezondigd”? Willens en wetens gezondigd, “het recht verkeerd”? Zo gezondigd dat we ontdekken dat het niets oplevert, alleen eeuwig verlies? Laten wij dan met deze eerlijke erkenning naar God gaan. Meer vraagt Hij niet. Minder kunnen wij niet doen.
Laten wij Zijn belofte inroepen in de Naam van Jezus. Hij zal ons redden uit de put van de hel, die gapend voor ons openligt. Hij zal ons leven en licht schenken. Waarom zouden wij wanhopen? Waarom zouden wij zelfs maar twijfelen? De Heere drijft de spot niet met nederige zielen. Hij meent wat Hij zegt. Schuldigen kunnen vergeven worden. Wie de doodstraf verdient, kan vrijuit gratie krijgen. Heere, wij belijden, en wij bidden U: vergeef ons!

