Wacht op God

Een preek uitgesproken op zondagochtend 2 augustus 1857, door C. H. Spurgeon, in de Music Hall, Royal Surrey Garden.

Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

Doch gij, o mijn ziel, zwijg Gode. Ps. 62:6 SV
Mijn ziel, wacht alleen op God. KJV

Calvijn vertaalt dit vers als: “Mijn ziel, wees stil voor God.” Rust kalm en onverstoorbaar. Uw vijanden omringen u en vallen u hard aan; uw beproevingen omringen u als sterke stieren van Basan; maar rust, mijn ziel, in God. Uw vijanden zijn machtig, maar Hij is almachtig. Uw beproevingen zijn zwaar, maar Hij is groter dan uw beproevingen en zal u daaruit verlossen. Wees daarom niet bezorgd. De goddelozen zijn als de onstuimige zee, die geen rust kan vinden; wees niet zoals zij. Blijf kalm en laat geen enkele golf uw innerlijke vrede verstoren. “Werp uw zorg op den HEERE”, en rust vervolgens aan Zijn boezem. Vertrouw uw weg toe aan de HEERE en leef in een vast en onwankelbaar vertrouwen, want:

“Hij regeert over alles met macht,
Alles volbrengt wat Hij heeft gedacht;
Elke daad van Hem is enkel zegen,
Zuiver Zijn gangen en volmaakt Zijn wegen.”

O, hadden wij maar de genade om deze tekst daadwerkelijk zo in praktijk te brengen! Het is moeilijk om kalm te blijven op de dag van benauwdheid, maar het is een krachtig bewijs van goddelijke genade wanneer wij ook op de dag van tegenspoed onverstoorbaar kunnen blijven en mogen ervaren dat…

“Al zou de aarde op haar grondvesten beven,
En heel de schepping uit haar orde zijn gedreven,
Dan hoort onze ziel slechts dit éne geluid vanouds:
De golven die breken op deze Rots van behoud.”

Dat is pas werkelijk christen zijn. Niets is heerlijker dan passief te rusten in Gods armen en geen andere wil te kennen dan de Zijne. Ik zal mij vanochtend echter houden aan de geautoriseerde vertaling: “Mijn ziel, wacht op God; want van Hem is mijn verwachting.” Deze woorden bevatten ten eerste een aansporing en ten tweede een verwachting.

I. We beginnen met de VERMANING. De psalmist was een prediker, en het was heel goed dat hij zichzelf soms tot zijn eigen gemeente maakte. Een prediker die nalaat tot zichzelf te prediken, vergeet een zeer belangrijk deel van zijn toehoorders. Wie in de stilte van zijn eenzaamheid nooit een woord tot zijn eigen ziel spreekt, weet niet waar hij met zijn prediking moet beginnen. Wij moeten ons allereerst tot onze eigen ziel richten. Als de woorden die wij spreken ons eigen hart weten te raken, mogen wij hopen dat zij ook invloed zullen hebben op de zielen van anderen.

Let erop waar David zijn aansporing begint: “Mijn ziel, wacht alleen op God.” Hij richt zich tot het diepste van zijn wezen.

“Mijn ziel, ik spreek u aan, want als u de verkeerde weg gaat, gaat alles mis. Als u niet recht bent, gaan mijn ogen achter ijdele dingen aan, spreken mijn lippen leugens, zijn mijn voeten snel om kwaad te doen, en houden mijn handen zich bezig met ongerechtigheid. Mijn ziel, tot u wil ik spreken.

Mijn gezicht ga ik niet vermanen. Sommige mensen proberen hun gezicht te sturen en leggen er uitdrukkingen op die niet echt uit hun hart komen. Nee, mijn gezicht laat ik met rust; het zal vanzelf goed zijn wanneer de ziel goed is. Tot u spreek ik, o mijn ziel; tot u richt ik mijn woorden. U bent mijn enige toehoorder. Luister daarom goed naar wat ik zeg: Mijn ziel, wacht alleen op God.” Laten wij deze vermaning nu verder uitleggen.

1. Ten eerste bedoelt de psalmist hiermee: “Mijn ziel, maak van God uw enige levensdoel. Mijn ziel, wacht alleen op God.” Maak Hem tot het hoogste verlangen van uw hart en het uiteindelijke doel van al uw inspanningen. Hoeveel mensen hebben hun leven niet op tragische wijze verwoest doordat zij een doel hebben gekozen dat ondergeschikt was aan dit hoge en verheven doel van het bestaan: het dienen van God.

Ik zou talloze biografieën kunnen noemen van mannen die in deze wereld hebben geleefd en grote dingen hebben bereikt, maar toch ongelukkig zijn gestorven omdat zij niet eerst God en Zijn gerechtigheid zochten. Misschien is er nooit een geest geweest die grootser was dan die van Sir Walter Scott: een man wiens ziel even vruchtbaar was als vers omgeploegde grond in een land vol goud. Ik geloof dat hij een goed mens was, een christen; maar hij vergiste zich in het doel van zijn leven. Zijn streven was om landheer te worden, een familie te vestigen en de wortel te planten van een geslacht waarvan de naam nog eeuwenlang zou voortleven. Hij was groots in zijn gastvrijheid, vrijgevig van aard en onvermoeibaar in zijn inspanningen om dat levensdoel te bereiken. Toch stierf hij uiteindelijk als een teleurgestelde en mislukte man.

Hij bouwde zijn landgoed, vergaarde rijkdom, maar op een droevige dag zag hij alles in rook opgaan. Zo verloor hij juist datgene waarvoor hij had geleefd. Als hij zijn blik had gericht op een hoger doel dan het behagen van het publiek, het vergaren van rijkdom of het stichten van een familie, dan had hij die andere dingen misschien alsnog verkregen, zonder het belangrijkste te verliezen. O, had hij gezegd: “Nu zal ik mijn God dienen; deze invloedrijke pen van mij, die aan de Allerhoogste is gewijd, zal waarheden verweven in mijn prachtige verhalen die mensen verlichten, hen overtuigen en hen naar Jezus leiden, dan was hij misschien arm gestorven, maar hij zou gestorven zijn nadat hij het doel van zijn verlangen had bereikt — niet als een teleurgestelde man.

Als wij God tot ons enige levensdoel zouden maken, zouden wij werkelijk zekerheid hebben. Wat er ook gebeurde, er zou nooit van ons gezegd kunnen worden: “Hij stierf zonder te hebben verkregen wat hij verlangde.” Hoe velen van u die hier vandaag aanwezig zijn, maken niet dezelfde fout, zij het op kleinere schaal? U leeft voor uw zaken. Dan zult u teleurgesteld worden. U leeft voor roem. Zo zeker als u leeft, zult u teleurgesteld, verdrietig en met een bezwaard hart sterven. U leeft om uw goede naam te behouden; misschien is dat wel het hoogste waarnaar u streeft. Wat een armzalig doel! Ook daarin zult u teleurgesteld worden. En zelfs als u het bereikt, zal het blijken een luchtbel te zijn die het najagen niet waard was.

Maak God tot uw enige doel in het leven, en al deze dingen zullen u bovendien geschonken worden. “De godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging” (1 Tim. 6:6). In het christelijk leven gaat niets verloren wanneer God de eerste plaats krijgt. Maar maakt u iets anders tot uw hoogste doel, dan zult u, hoe hard u ook loopt en hoe goed u ook loopt, uiteindelijk het ware doel missen. En zelfs als u bereikt wat u nastreeft, zult u toch ongekroond en zonder eer ter aarde vallen.

“Mijn ziel, wacht alleen op God.” Zeg: “Ik vind vreugde in Zijn dienst. Ik verlang ernaar Zijn Koninkrijk uit te breiden, Zijn belangen te bevorderen, de boodschap van Zijn evangelie te verkondigen en het aantal van Zijn bekeerlingen te vermeerderen. Dat zal mijn enige doel zijn. En wanneer dat doel voldoende is bereikt, dan mag ik zeggen: ‘Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede.’”

Maar de psalmist bedoelde nog meer toen hij zei: “Mijn ziel, wacht alleen op God.” Hij bedoelde: Mijn ziel, maak u nergens anders druk om dan om God te behagen.

Misschien zijn de ongelukkigste mensen ter wereld juist degenen die zich voortdurend zorgen maken. U die zo bezorgd bent over wat er morgen zal gebeuren dat u niet kunt genieten van de zegeningen van vandaag; u die in zo’n gemoedstoestand verkeert dat u elke ster voor een komeet aanziet en vermoedt dat onder iedere groene weide een vulkaan schuilgaat; u die meer aandacht hebt voor de vlekken op de zon dan voor de zon zelf, en meer onder de indruk bent van één verdord blad aan een boom dan van al het groen van het bos; u die meer bezig bent met uw zorgen dan met uw vreugden — ik zeg u: ik denk dat u tot de meest ongelukkige mensen behoort.

David zegt tegen zijn ziel: “Mijn ziel, wees nergens bezorgd over behalve over God. Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Laat dit uw grootste zorg zijn: Hem lief te hebben en te dienen. Dan hoeft u zich over niets anders zorgen te maken.”

O, hoeveel mensen worstelen zich door het leven, bang om de ene voet voor de andere te zetten uit vrees ergens gevaar te lopen. Als u de genade had om uw ogen uitsluitend op God te richten, dan zou u met vertrouwen voorwaarts kunnen gaan en zeggen: “Al zou ik bij mijn volgende stap op de hel zelf moeten treden, dan nog zou het voor mij de hemel zijn als God mij daarheen zou leiden.” Er gaat niets boven het geloof dat alle zorg aan God kan overlaten en slechts één verlangen kent: Hem behagen.

“Zie de vogels van de hemel: zij zaaien niet, zij maaien niet en verzamelen niet in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader hen” (Matt. 6:26).
“Let op de lelies van het veld, hoe zij groeien; zij zwoegen niet en spinnen niet. Toch zeg Ik u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van hen” (Matt. 6:28). Zeg daarom niet: “Wat zullen wij eten?” of: “Wat zullen wij drinken?” of: “Waarmee zullen wij ons kleden?” Want naar al deze dingen zoeken de ongelovigen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt (Matt.6:31).

Gelukkig is de mens die kan zeggen: “Ik ben slechts een eenvoudig mens, levend van de gaven van Gods voorzienigheid. Geeft God mij weinig, dan zal het genoeg zijn; geeft Hij mij veel, dan zal het niet te veel zijn, want ik zal van mijn overvloed delen met hen die minder hebben. Ik zal op Hem vertrouwen. Hij heeft gezegd: ‘Uw brood zal u gegeven worden en uw water zal zeker zijn.’ Laat er dan hongersnood komen — ik zal niet verhongeren. Laat de beek opdrogen — Hij zal de sluizen van de hemel openen en mij te drinken geven. Wat er ook in deze wereld gebeurt, ik zal veilig zijn voor het kwaad.”

Sommige mensen spreken over onafhankelijkheid. Ik ken een werkelijk onafhankelijke man die leeft van drie shilling en zes pence per week. Hij bezit niets anders dan een kleine toelage en de liefdadigheid van vrienden. Toch zegt hij: “In ziekte en zwakheid zal Jehova voorzien. Als mijn Vader weet dat ik meer nodig heb, zal Hij mij meer geven.” En als u hem laat doorschemeren dat zijn toelage misschien zal worden stopgezet, glimlacht hij slechts en zegt: “Als het niet langs de ene weg komt, zal het langs een andere weg komen. God beheert immers de schatkist waaruit ik leef, en Hij zal nooit toelaten dat mijn middelen tekortschieten. Ik zal ontvangen wat ik nodig heb, want God heeft het beloofd. Wie op de HEERE wachten, zullen geen gebrek hebben aan enig goed.”

Dat is ware onafhankelijkheid: de onafhankelijkheid van iemand die van niemand afhankelijk wil zijn behalve van God. “Mijn ziel, laat dit uw voornaamste zorg zijn: God te dienen en alleen op Hem te wachten.”

3. David bedoelde ook: “Mijn ziel, maak God tot uw enige toevlucht en vertrouw nooit op iets anders.”

Het is opmerkelijk hoe Gods schepping deze waarheid illustreert. David spoort zijn ziel aan om God als haar enige steun te nemen. Is het u nooit opgevallen hoe de wereld de macht van God juist laat zien doordat zij geen zichtbare ondersteuning heeft? Aanschouw het pijlerloze hemelgewelf; zie hoe deze zich in haar onmetelijke omvang uitstrekt en toch niet instort, hoewel zij door niets zichtbaar wordt ondersteund of geschraagd. “Hij hangt de aarde aan het niets” (Job 26:7). Welke keten houdt de sterren op hun plaats en voorkomt dat zij vallen? Zie hoe zij in de ruimte zweven, gedragen door de almachtige arm van Hem die de fundamenten van het universum heeft gelegd.

Een christen zou als het ware een tweede afspiegeling van Gods universum moeten zijn. Zijn geloof zou een vertrouwen zonder zichtbare steun moeten zijn, rustend op Gods beloften voor verleden, heden en eeuwigheid als het vaste fundament van zijn levensboog. Zijn geloof zou moeten lijken op de wereld zelf: hangend aan niets anders dan Gods belofte en steunend op niets anders dan Zijn trouw. En zoals de sterren zweven in de ruimte, zo zou hij moeten leven in de atmosfeer van vertrouwen, zonder andere ondersteuning nodig te hebben dan de rechterhand van de Majesteit in de hoogte.

Maar dwaas als wij zijn, zoeken wij steeds weer andere zekerheden. Een koopman heeft bijvoorbeeld een medewerker in dienst die zijn zaken zo goed kent dat hij gaat denken dat het hele bedrijf van die ene man afhangt. Als die medewerker zou sterven of vertrekken, wat zou er dan van het bedrijf terechtkomen? Ach, koopman, als u een godvrezend man bent, bent u vergeten waar uw vertrouwen behoort te liggen: niet in uw medewerker, maar in uw God.

Een vrouw zegt misschien: “Ik heb de Heere lief, maar als mijn man zou sterven, waar zou ik dan mijn toevlucht vinden?”Wat? Denkt u soms dat u de almacht van de Almachtige kunt aanvullen met de liefde van een echtgenoot? Vertrouw alleen op God en laat Hem uw enige troost zijn. Hij zal in al uw behoeften voorzien uit de rijkdom van Zijn volheid.

Wij zouden niet de helft van de problemen hebben die wij nu hebben, als wij leerden volledig van God afhankelijk te zijn. Maar wij steunen zo gemakkelijk op schepselen. Wij leunen op elkaar, en die dierbare vriend aan wie wij ons verdriet hebben toevertrouwd, lijkt opeens onmisbaar voor ons bestaan.

Wees daarom op uw hoede. Wanneer u uw vertrouwen stelt in een mens, probeert u steun te zoeken bij iets wat die steun niet kan dragen. U verlaat Christus zodra u een ander tot het fundament van uw vreugde en vertrouwen maakt. En wanneer op een pijnlijke dag die vriend van u wordt weggenomen, zult u ontdekken dat het beter was geweest als u op uw hemelse Vriend had gesteund en niemand anders dan God tot uw kracht en steun had gemaakt.

Dit is ook een les die sommigen die de preekstoel bedienen ter harte zouden moeten nemen. Er is zoveel berekening en afhankelijkheid van mensen. De vrije predikant zoekt steun bij zijn diakenen, en de geestelijke verwacht te veel van invloedrijke personen in kerk of staat, van wie hij promotie of gunst hoopt te ontvangen.

Wij zullen nooit een krachtig en onvervalst evangelie horen totdat er mannen opstaan die zeggen: “Wat de wereld denkt kan mij niets schelen. Als niemand anders gelijk heeft en ik meen dat ik dat wel heb, dan zal ik desnoods tegen de hele wereld ingaan. Ik vraag niemand om zijn goedkeuring, zijn toestemming of zijn instemming. Laat God waarachtig zijn en ieder mens een leugenaar” (Rom. 3:4).

O, wij hebben behoefte aan zulke krachtige geesten: mensen die geen menselijke goedkeuring nodig hebben, die door de kracht van hun overtuiging een menigte kunnen weerstaan en overwinnen met het sterke, brede zwaard van een door God geschonken vertrouwen. Wanneer zulke onbevreesde mensen opstaan, die alleen met God rekening houden, dan zal de aarde opnieuw beven onder de voetstappen van Gods boodschappers, en zal God ons land bezoeken zoals Hij dat in vroegere tijden heeft gedaan.

4. Nogmaals, geliefden, “Mijn ziel, wacht alleen op God” betekent ook: maak God tot uw enige Gids en Raadgever.

Wanneer wij in moeilijkheden verkeren, is het vaak onze eerste neiging om naar een medemens te gaan. We zeggen: “Hebt u gehoord van mijn probleem? Kunt u mij raad geven?” Als die persoon werkelijk wijs was, zou hij antwoorden: “Mijn broeder, bent u eerst naar God gegaan? Ik wil u geen raad geven voordat God u Zijn raad heeft gegeven.”

Sommigen lachen om het idee dat mensen hun leiding van God zouden ontvangen. “Ach,” zeggen zij, “het is bijgeloof om te denken dat God Zijn volk leiding geeft in hun dagelijkse of wereldse zaken.” Voor hen mag dat misschien zo lijken, maar voor David was dat niet zo, en evenmin voor enig waar kind van God. Daarom zegt hij: “Mijn ziel, wacht alleen op God.”

Christen, als u de weg van uw plicht wilt kennen, neem dan God tot uw kompas. Als u wilt weten hoe u uw schip door de donkere golven van het leven moet sturen, leg dan het roer in de hand van de Almachtige. Menige rots zou vermeden kunnen worden als wij God het roer lieten vasthouden. Veel ondiepten en verraderlijke zandbanken zouden wij ontlopen als wij het aan Zijn soevereine wil overlieten om te kiezen, te leiden en te bevelen.

De oude puriteinen zeiden: “Zolang een christen uit eigen initiatief het mes hanteert, zal hij zich ongetwijfeld in de vingers snijden.” Dat is een diepe waarheid. Een andere oude godgeleerde zei: “Wie vóór de wolk van Gods voorzienigheid uitloopt, is op een dwaze missie.” Ook dat is waar. Wij moeten eerst zien hoe Gods voorzienigheid ons voorgaat, en daarna volgen. Wie echter vooruitloopt op Gods leiding, zal vaak genoodzaakt zijn terug te keren.

Breng daarom uw moeilijkheden, wat ze ook zijn, tot de troon van de Allerhoogste en bid op uw knieën: “Heere, leid mij.” Dan zult u de verkeerde weg niet inslaan.

Maar doe niet wat velen doen. Regelmatig komt iemand naar mij toe en zegt: “Ik wil graag uw advies, dominee. Misschien kunt u mij vertellen wat ik moet doen.” Vaak gaat het dan bijvoorbeeld over een voorgenomen huwelijk. Maar meestal hebben zulke mensen hun besluit al genomen voordat zij advies vragen. Dan zeggen zij: “Denkt u dat dit verstandig is? Denkt u dat ik deze verandering in mijn leven moet doorvoeren?”

Mijn eerste vraag zou dan willen zijn: “Hebt u uw beslissing eigenlijk al genomen?” En in de meeste gevallen is het antwoord: ja.

Ik vrees dat velen God op dezelfde manier behandelen. Wij besluiten eerst wat wij willen doen, vervolgens gaan wij op onze knieën en bidden: “Heere, laat mij zien wat ik moet doen,” en daarna voeren wij eenvoudig ons eigen plan uit. Vervolgens zeggen wij: “Ik heb God om leiding gevraagd.”

Mijn beste vriend, u hebt wel om leiding gevraagd, maar u hebt die niet werkelijk gezocht. U hebt uw eigen weg gevolgd. Gods leiding bevalt u zolang die overeenkomt met uw eigen plannen. Maar als Gods leiding u in een richting zou wijzen die ingaat tegen wat u als uw belang beschouwt, dan zou het wel eens lang kunnen duren voordat u bereid was die weg te gaan. Wanneer wij echter oprecht en eerlijk op God vertrouwen om ons te leiden, zullen wij niet ver afdwalen. Daar ben ik van overtuigd.

5. “Mijn ziel, wacht alleen op God” – dat betekent dat wij God tot onze enige bescherming en toevlucht moeten maken, vooral in tijden van gevaar.

Een marineofficier vertelde een opmerkelijk verhaal over de belegering van Kopenhagen onder leiding van Lord Nelson. Hij zei: “Ik was bijzonder onder de indruk van iets wat ik drie of vier dagen na het verschrikkelijke bombardement zag. Gedurende meerdere nachten voorafgaand aan de overgave weerklonk de duisternis van het gebul van kanonnen en mortieren, vergezeld van het suizen van de vernietigende buskruitraketten van Congreve. De gevolgen waren al snel zichtbaar in het schitterende licht van de brandende stad; huizen van rijk en arm verlichtten de hemel, en de vlammen weerspiegelden zich in het water. Temidden van dit verwoestende tafereel ontdekte ik echter een eenzaam huis, geheel onaangetast door het vuur – een monument van genade. Het bleek toe te behoren aan een Quaker, die noch wilde vechten, noch zijn huis verlaten, maar samen met zijn gezin in gebed bleef. Zeker, dacht ik, het gaat goed met de rechtvaardigen; God is een schild voor hen geweest en een muur van vuur rondom hen. Hij is een zeer nabije hulp in tijden van nood.”

Een soortgelijk verhaal deed zich voor kort na de overgave van Kopenhagen in 1807. Drie soldaten van een Hooglands regiment zochten voedsel in de omliggende dorpen en troffen de meeste boerderijen leeg en verlaten aan. Uiteindelijk kwamen ze bij een boerderij met een overvloedige appelboomgaard en een keurige woning. Toen ze binnenkwamen, vluchtten de vrouw en kinderen in paniek naar buiten. Binnen trof hen orde, comfort en een boek waarin de Naam van Jezus Christus op elke pagina stond. De eigenaar, standvastig en onverschrokken, weigerde te voldoen aan de eisen van de soldaten. Toen de soldaten hun geloof en eer lieten blijken, werd hij bevestigd in zijn vertrouwen op God en kon hij veilig zijn gezin en bezit behouden. Zelfs zijn buren, die waren gevlucht, werden niet geraakt, want zijn vertrouwen op God hield hem veilig. Hij wist dat geweld niet het antwoord was: “Wie het zwaard neemt, zal door het zwaard omkomen” (Matt. 26:52). Door trouw te blijven aan geweldloosheid en blind vertrouwen in God, bleef hij onaangetast .

Dit toont ons hoe krachtig het geloof is. In het verleden werden duizenden Quakers in Ierland gespaard door de woeste troepen omdat zij hun zwaarden in de schede lieten en op God vertrouwden; alleen de twee Quakers die zich niet aan hun principes hielden, werden gedood. Christus heeft ons geleerd: “Ik zeg u, dat gij den boze niet wederstaat; maar zo wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe. Hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken; doet wel dengenen die u haten; en bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen” (Matt. 5:44).

Helaas vinden wij dit moeilijk. Wij zijn bang om volledig op God te vertrouwen. Zolang wij dat niet doen, zullen wij de majesteit van het geloof en de bescherming van God niet volledig ervaren. Daarom zegt de psalmist: “Mijn ziel, wacht alleen op God; want mijn verwachting is van Hem.”

Geliefde broeders en zusters, ik kan niet al uw situaties afzonderlijk noemen, maar er zijn hier ongetwijfeld velen op wie deze tekst van toepassing is. Er is bijvoorbeeld een arme christen die niet weet waar zijn volgende maaltijd vandaan zal komen. Wees gerust: Hij die de raven voedt, zal u niet in de steek laten. In plaats van bij mensen troost te zoeken, richt uw verhaal tot God. Zo zeker als de Bijbel waar is, zal Hij u niet verlaten. Zou een vader zijn kinderen aan hun lot overlaten? Nee! De graanschuren van de aarde openen zich alleen door de wil van de Almachtige: “Het vee op duizend heuvels is van Hem” (Ps. 50:10). Als God al honger zou kunnen hebben, zou Hij niet van ons afhankelijk zijn om daarin te voorzien. Hoeveel te meer zal Hij dan in uw behoeften voorzien uit de rijkdom van Zijn goedheid?

“Hij is het die alle levende wezens voedt,
Zijn voorzienige hand vervult wat elk behoeft.”

Zal Hij u vergeten, wanneer Hij de velden met gras bekleedt en de valleien doet juichen van overvloed? Of gaat juist uw zorg om uw reputatie? Heeft iemand u lasterlijk beschuldigd, en bent u bezorgd dat u uw goede naam zou verliezen? Als iemand u alle mogelijke namen geeft, ga dan niet naar de rechter. “Wacht alleen op God.” Zelfs als u door kranten wordt belasterd en onterecht beschuldigd, reageer niet—laat het rusten. “Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere(Rom. 12:19).

Oefen geweldloosheid niet alleen in daden, maar ook in woorden. Buig uw hoofd en laat de aanvallen over uw hoofd heen vliegen. Verzet u niet. Tegen laster strijden maakt het vaak erger. De enige manier om de scherpte van smaad te temperen is zwijgen: zolang wij stil zijn, kan het geen schade doen. Zoals een vuur zonder hout dooft, zo zal kwaad dat wij niet weerleggen vanzelf uitdoven. Laat het rusten. “Wacht alleen op God.”

En nu, wat is uw andere gevaar? Wat is uw andere zorg? Bent u bang uw dierbaarste kind te verliezen? Is uw echtgenoot ziek? Ligt uw vrouw op het ziekbed? Dit zijn harde beproevingen; ze snijden diep. Het is werkelijk hartverscheurend om te zien hoe dierbaren lijden terwijl wij daar niets aan kunnen doen. Dan vullen onze ogen zich met tranen en doet ons hart pijn, omdat degenen van wie we houden lijden. Maar “wacht alleen op God.”

Ga naar uw binnenkamer; vertel de Heere dat uw geliefde ziek is; stort uw hart voor Hem uit en zeg: “Heere, bespaar mij dit verdriet, indien het Uw wil is; neem mijn geliefde niet van mij weg. Maar weet dit, o God, mocht U hen wegnemen, dan zal ik nog steeds op U vertrouwen. Ja, zelfs als U hen allen wegneemt, zal ik niet klagen; want zij waren eerder van U, en nu laat ik het los: één blik van U zal alles goedmaken.”

O, hoe verlichtend is het om te kunnen zeggen: “Wij zullen alleen op God wachten.” O, opgejaagde christen, beschaamt uw geloof niet door voortdurend een bezorgde blik te tonen. Kom, werp uw last op de Heere. Ik zie u wankelen onder een gewicht dat Hij zelf niet zou voelen. Wat u als een verpletterende last ervaart, is voor Hem slechts stof in de weegschaal. Zie, de Almachtige buigt Zijn schouders en zegt: “Hier, leg uw zorgen hier. Wilt u dragen wat Mijn eeuwige schouders gereed zijn te dragen?” Nee.

Werp uw angst in de wind,
Hoop, wees moedig en onversaagd;
God hoort uw zuchten, telt elke traan,
Hij zal uw hoofd weer op doen gaan.

Geen betere uitdrukking van de kracht van religie dan het vertrouwen van een christen in tijden van nood. Moge God ons een dergelijk vertrouwen en standvastigheid schenken door Jezus Christus!

II. Ik wil nu afsluiten met HOOP & VERWACHTING; en ik zal hier heel kort over zijn. De psalmist spoort zijn ziel aan om alleen op God te vertrouwen, omdat hij nergens anders hoop vond dan daar.

Ik weet heel goed wat sommigen van u van plan zijn. U hebt een oude grootvader, grootmoeder of oudtante, en u bent buitengewoon vriendelijk voor hen — zelfs overdreven liefdevol. U omhelst hen zo vaak en zo hartelijk dat het bijna hinderlijk wordt. Als uw tante niet begrijpt waarom u zich zo gedraagt en graag de reden zou willen weten, laat haar mij dan schrijven; ik kan het haar uitleggen.

Zij bezit namelijk enkele duizenden ponden. Ik beweer niet dat u geen genegenheid voor haar hebt, maar het zou mij niet verbazen als u ook bepaalde verwachtingen koesterde. Dat is precies waarom u haar zo trouw gezelschap houdt. U zorgt voor haar omdat u heel goed weet uit welke richting de wind waait. U vertrouwt erop dat, als u uw zeilen maar goed zet, er op een dag een waardevolle lading uw haven zal binnenvaren. Natuurlijk niet door uw eigen toedoen; u zult diep bedroefd zijn over het overlijden van de oude dame. Maar tegelijk zult u het als een bijzondere troost ervaren dat u de erfgenaam van haar vermogen bent geworden.

Wereldse mensen wachten altijd daar waar hun verwachtingen liggen. David zegt: “Mijn ziel, doe hen daarin na; wacht alleen op God, want mijn verwachting is van Hem.” Van Hem verwacht ik alles wat ik ooit zal ontvangen. Daarom zal ik wachten bij de deur waarvan ik verwacht dat zij geopend zal worden door de hand van overvloedige genade.

Wat verwacht u eigenlijk van deze wereld, buiten God om? U zult het niet verkrijgen; en als u het wel verkrijgt, zal het uiteindelijk een vloek voor u zijn. De enige juiste verwachting is een verwachting die geheel op God gericht is. “Mijn verwachting is van Hem.”

U verwacht toch brood te eten en kleding te dragen zolang u leeft? Waar denkt u dat die vandaan zullen komen? Van de rente op uw beleggingen? Welnu, als dat uw verwachting is in plaats van God, dan zal Hij bitterheid mengen in dat inkomen, zodat het misschien voldoende is voor uw onderhoud, maar niet voor uw vreugde.

Misschien zegt u: “Maar ik heb een bloeiend bedrijf.” Toch kan de fabriek afbranden, de handel instorten en de stroom van voorspoed naar een ander vloeien. Dan kunt u, ondanks alles wat u bezit, als een bedelaar op straat terechtkomen. Als dat uw vertrouwen is, rust het op een wankele grond.

Nee, verwachtingen die op de wereld zijn gericht, zijn armzalige verwachtingen. Ik verwacht dat er voor mij gezorgd zal worden zolang ik leef, maar ik verwacht dat ik tot mijn laatste dag zal putten uit de bron van het geloof en alles wat ik nodig heb zal ontvangen uit de rijkdom van Gods goedertierenheid. En dit weet ik: ik heb liever God als mijn bankier dan enig mens die ooit heeft geleefd. Hij blijft altijd trouw aan Zijn beloften, en wanneer wij die in gebed voor Zijn troon brengen, stuurt Hij ze nooit onbeantwoord terug.

Ja, ook voor tijdelijke behoeften moet u op God vertrouwen. En hoe gering zijn die tijdelijke dingen uiteindelijk! Er wordt verteld van een koning die eens een stal binnenging en een stalknecht hoorde zingen. Hij vroeg hem: “John, wat krijg je eigenlijk voor je werk?” De man antwoordde: “Met uw toestemming, sire: ik krijg eten en kleding.” „Dat is precies wat ik ook krijg,” zei de koning. En eigenlijk is dat alles wat ieder mens werkelijk ontvangt. Al het overige bezit men slechts om ernaar te kijken, terwijl anderen dat net zo goed kunnen doen.

Als een man een groot landgoed bezit, kan ik er net zo goed doorheen wandelen als hij. Ik hoef mij bovendien niet druk te maken over het onderhoud; dat mag hij doen, en daar ben ik hem dankbaar voor. Dat doet denken aan een arme Chinees die telkens voor een mandarijn (chinees bestuurslid) boog. De mandarijn was overladen met juwelen, en de Chinees zei telkens: „Ik dank u voor uw juwelen.” De mandarijn begreep er niets van. Op een dag vroeg hij: „Waarom bedankt u mij daarvoor?” De Chinees antwoordde: „Omdat ik er iedere dag naar kijk, en dat is precies hetzelfde als wat u doet. Alleen moet u ze dragen en bewaken, terwijl ik er zonder enige zorg net zo goed van kan genieten als u.”

Zo is het ook met rijkdom. Als wij niet rijk zijn, kan tevredenheid ons toch rijk maken. Tevredenheid schenkt de arme man uitgestrekte landerijen; tevredenheid geeft hem grote rijkdom en voegt overvloedige vreugde toe aan het weinige dat hij bezit. “Mijn verwachting is van Hem.” Maar wij hebben nog veel hogere verwachtingen dan tijdelijke voorzieningen. Wij zullen immers spoedig sterven, en ook dan geldt: “Mijn verwachting is van Hem.”

Verwachten wij niet dat Hij, wanneer wij op ons sterfbed liggen, Zijn engelen zal zenden om ons thuis te brengen? Geloven wij niet dat, wanneer onze polsslag zwak wordt en ons hart zijn laatste slagen telt, een hemelse boodschapper, stralender dan de middagzon, de gordijnen van ons bed zal openen, ons liefdevol zal aankijken en zal zeggen: “Kom mee.”

Verwachten wij niet dat er dan een triomfwagen zal verschijnen, heerlijker dan ooit door aardse overwinnaars is aanschouwd? Dat wij daarin geplaatst zullen worden en langs de eeuwige heuvelen omhoog zullen worden gevoerd naar de poorten van heerlijkheid?

Dan zullen de paarlen poorten zich openen, en zal de Koning zeggen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.”

Wij verwachten kronen van heerlijkheid, gouden harpen en eeuwige vreugde. Wij geloven dat wij, zodra wij dit vergankelijke sterfelijke lichaam hebben afgelegd, zullen schitteren als de sterren voor Gods troon en zullen delen in de heerlijkheid en gelukzaligheid van allen die voor eeuwig bij Hem zijn, ver weg van deze wereld van verdriet en zonde, voor eeuwig bij God.

Daartoe: “Mijn ziel, wacht alleen op God”, als dat uw hoop is. En als uw hoop op God is gevestigd, leef dan ook voor God. Leef met slechts één verlangen: Hem te verheerlijken. Verheug u op een betere wereld, maar wees tegelijkertijd tevreden met deze wereld, zolang God daarin aanwezig is.

U kent wellicht het verhaal dat Luther vertelde over een vogeltje. Het zat op een tak en zong: “Mens, staak uw verdriet en zorgen; God zorgt voor de dag van morgen.” Het tjirpte en pikte een korreltje graan op, en zong opnieuw. Het had geen graanschuur, nergens had het ook maar een handvol tarwe opgeslagen; maar toch bleef het zingen — “Mens, staak uw verdriet en zorgen; God zorgt voor de dag van morgen.”

O, u die geen christenen bent, het is de moeite waard om christen te zijn, al was het maar vanwege de vrede en vreugde die het geloof schenkt. Zelfs als wij als beesten zouden sterven, zou deze godsdienst het nog steeds waard zijn, omdat zij ons leert hier als engelen te leven.

Zelfs als het graf werkelijk het einde van alles zou zijn, als de dood het laatste woord zou hebben en ons levenslicht voor altijd zou doven wanneer er gezegd wordt: “stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren,” dan nog zou het de moeite waard zijn een kind van God te zijn.

“Het is de godsdienst die ons vreugde schenkt zolang wij leven,
Het is de godsdienst die ons troost, wanneer wij ons nabij het einde begeven.

Onthoud daarom: wie in de Heere Jezus Christus gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden. Ook u zult behouden worden als u deze beide dingen ontvangt. Wie uitsluitend op Christus vertrouwt voor zijn redding en zich vervolgens laat dopen, zal behouden worden. Eerst komt het geloof; daarna de doop. Het geloof is het wezenlijke, de doop het teken ervan. Het geloof is het grote middel van genade; de doop is het uiterlijke en zichtbare teken van reiniging en toewijding aan God. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.” Moge God u de genade schenken om beide geboden te gehoorzamen en zo het eeuwige leven binnen te gaan. Maar vergeet ook het andere woord niet: “Die niet gelooft, is alrede veroordeeld.”

Wie het grote en wezenlijke verwaarloost, zal verloren gaan. Moge God geven dat niemand van u ooit de verschrikkelijke werkelijkheid van dat woord hoeft te ervaren.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content