Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Zo is er dan nu geen verdoemenisG2631 voor degenen, die inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 zijn, die nietG3361 naarG2596 het vleesG4561 wandelenG4043, maarG235 naarG2596 den GeestG4151.
Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
KJV
There is therefore2
now3
no1
condemnation4
to them which are in6
Christ7
Jesus,8
who walk12
not9
after10
the flesh,11
but13
after14
the Spirit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
WantG1063 de wetG3551 des GeestesG4151 des levensG2222 inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 heeft mijG1473 vrijgemaaktG1659 vanG575 de wetG3551 der zondeG266 enG2532 des doodsG2288.
Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
KJV
For2
the law3
of the Spirit5
of life7
in8
Christ9
Jesus10
hath made11
me
free
from13
the law15
of sin17
and18
death.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantG1063 hetgeen der wetG3551 onmogelijkG102 was, dewijl zij door het vleesG4561 krachteloosG770 was, heeft GodG2316, Zijn ZoonG5207 zendendeG3992 inG1722 gelijkheidG3667 des zondigenG266 vlesesG4561, enG2532 dat voor de zondeG266, de zondeG266 veroordeeldG2632 inG1722 het vleesG4561.
Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.
KJV
For2
what the law5
could not do,3
in6
that7
it was weak8
through9
the flesh,11
God13
sending17
his own15
Son16
in18
the likeness19
of sinful21
flesh,20
and22
for23
sin,24
condemned25
sin27
in28
the flesh:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
OpdatG2443 het rechtG1345 der wetG3551 vervuldG4137 zou worden inG1722 ons, die nietG3361 naarG2596 het vleesG4561 wandelenG4043, maarG235 naarG2596 den GeestG4151.
Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
KJV
That1
the righteousness3
of the law5
might be fulfilled6
in7
us,
who walk13
not10
after11
the flesh,12
but14
after15
the Spirit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WantG1063 die naarG2596 het vleesG4561 zijnG1510, bedenkenG5426, dat des vlesesG4561 is; maarG1161 die naarG2596 den GeestG4151 zijn, bedenken, dat des GeestesG4151 is.
Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is.
KJV
For2
they that are
after3
the flesh4
do mind9
the things1
of the flesh;8
but11
they that are after12
the Spirit13
the things6
of the Spirit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantG1063 het bedenkenG5427 des vlesesG4561 is de doodG2288; maarG1161 het bedenkenG5427 des GeestesG4151 is het levenG2222 en vredeG1515;
Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;
KJV
For2
to be3
carnally5
minded9
is death;6
but8
to be
spiritually11
minded
is life12
and13
peace.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Daarom dat het bedenkenG5427 des vlesesG4561 vijandschapG2189 is tegen GodG2316; want het onderwerptG5293 zich der wetG3551 GodsG2316 niet; wantG1063 het kanG1410 ook niet.
Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
KJV
Because1
the carnal5
mind3
is enmity6
against7
God:8
for10
it is15
not14
subject
to the law11
of God,13
neither16
indeed17
can be.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
EnG1161 die inG1722 het vleesG4561 zijnG1510, kunnen GodeG2316 nietG3756 behagenG700.
En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
KJV
So then2
they that are
in3
the flesh4
cannot8
please7
God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Doch gijlieden zijtG1510 nietG3756 in het vleesG4561, maar inG1722 den GeestG4151, zo andersG1512 de GeestG4151 GodsG2316 inG1722 uG4771 woontG3611. Maar zoG1487 iemandG1536 den GeestG4151 van ChristusG5547 nietG3756 heeftG2192, dieG3778 komtG2076 HemG846 nietG3756 toe.
Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
KJV
But2
ye
are
not3
in5
the flesh,6
but7
in8
the Spirit,9
if so be10
that the Spirit11
of God12
dwell13
in14
you.
Now17
if any man
have22
not21
the Spirit19
of Christ,20
he23
is
none24
of his.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En indien ChristusG5547 inG1722 ulieden is, zo is wel het lichaamG4983 doodG3498 omG1223 der zondenG266 wilG1161; maar de geestG4151 is levenG2222 omG1223 der gerechtigheidG1343 wil.
En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.
KJV
And2
if1
Christ3
be in4
you,
the body8
is dead9
because10
of sin;11
but13
the Spirit14
is life15
because16
of righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En indienG1487 de GeestG4151 Desgenen, Die JezusG2424 uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft, inG1722 uG4771 woont, zo zal HijG846, Die ChristusG5547 uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft, ookG2532 uw sterfelijkeG2349 lichamenG4983 levendG2227 maken, door Zijn GeestG4151, Die inG1722 uG4771 woont.
En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.
Ook in dit vers
woontG1774
woontG3611
KJV
But2
if1
the Spirit4
of him that raised up6
Jesus7
from8
the dead9
dwell10
in11
you,
he that raised up14
Christ16
from17
the dead18
shall19
also20
quicken
your
mortal22
bodies23
by25
his29
Spirit30
that dwelleth28
in37
you.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Zo dan, broedersG80, wij zijnG1510 schuldenaarsG3781 nietG3756 aan het vleesG4561, om naarG2596 het vleesG4561 te levenG2198.
Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
KJV
Therefore,1
brethren,3
we are
debtors,4
not6
to the flesh,8
to live12
after10
the flesh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantG1063 indien gij naarG2596 het vleesG4561 leeftG2198, zo zult gij stervenG599; maarG1161 indienG1487 gij door den GeestG4151 de werkingenG4234 des lichaamsG4983 doodtG2289, zo zult gij levenG2198.
Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
KJV
For2
if1
ye live5
after3
the flesh,4
ye shall6
die:7
but9
if8
ye15
through the Spirit10
do mortify
the deeds12
of the body,14
ye shall live.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantG1063 zovelenG3745 als er door den GeestG4151 GodsG2316 geleidG71 worden, dieG3778 zijnG1510 kinderenG5207 GodsG2316.
Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
KJV
For2
as many as1
are led5
by the Spirit3
of God,4
they6
are
the sons8
of God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
WantG1063 gij hebt nietG3756 ontvangenG2983 den GeestG4151 der dienstbaarheidG1397 wederomG3825 totG1519 vrezeG5401; maarG235 gij hebt ontvangenG2983 den GeestG4151 der aanneming tot kinderenG5206, doorG1722 WelkenG3739 wij roepenG2896: AbbaG5, VaderG3962!
Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
KJV
For2
ye have3
not1
received10
the spirit4
of bondage5
again6
to7
fear;8
but9
ye have received
the Spirit11
of adoption,12
whereby13
we cry,15
Abba,16
Father.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
DezelveG846 GeestG4151 getuigtG4828 met onzen geestG4151, datG3754 wij kinderenG5043 GodsG2316 zijnG1510.
Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
KJV
The Spirit3
itself1
beareth witness4
with our
spirit,6
that8
we are
the children10
of God:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En indien wij kinderenG5043 zijn, zo zijn wij ookG2532 erfgenamenG2818, erfgenamenG2818 van GodG2316, en medeerfgenamenG4789 van ChristusG5547; zo wij andersG1512 met Hem lijdenG4841, opdatG2443 wij ookG2532 met Hem verheerlijktG4888 worden.
En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
KJV
And2
if1
children,3
then4
heirs;5
heirs6
of God,7
and10
joint-heirs9
with Christ;11
if so be12
that we suffer with13
him, that14
we may be16
also15
glorified together.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Want ikG1473 houdeG3049 het daarvoor, datG3754 het lijdenG3804 dezes tegenwoordigenG3568 tijdsG2540 nietG3756 is te waarderenG514 tegen de heerlijkheidG1391, die aanG1519 ons zal geopenbaardG601 worden.
Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Ook in dit vers
totG4314
KJV
For2
I reckon1
that3
the sufferings7
of this present9
time10
are not4
worthy5
to be compared with11
the glory14
which shall13
be revealed15
in16
us.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
WantG1063 het schepselG2937, als met opgestoken hoofdeG603, verwachtG553 de openbaringG602 der kinderenG5207 GodsG2316.
Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
KJV
For2
the earnest expectation3
of the creature5
waiteth12
for the manifestation7
of the sons9
of God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
WantG1063 het schepselG2937 is der ijdelheidG3153 onderworpenG5293, nietG3756 gewilligG1635, maarG235 om diens wilG1223, die het der ijdelheid onderworpenG5293 heeft;
Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft;
KJV
For2
the creature5
was made subject6
to vanity,3
not7
willingly,8
but9
by reason10
of him who hath subjected12
the same in13
hope,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Op hoopG1680, datG3754 ookG2532 het schepselG2937 zelfG846 zal vrijgemaaktG1659 worden vanG575 de dienstbaarheidG1397 der verderfenisG5356, totG1519 de vrijheidG1657 der heerlijkheidG1391 der kinderenG5043 GodsG2316.
Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
KJV
Because1
the creature5
itself3
also2
shall be delivered6
from7
the bondage9
of corruption11
into12
the glorious16
liberty14
of the children18
of God.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Want wij wetenG1492, datG3754 het ganseG3956 schepselG2937 te zamen zucht, enG2532 te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Ook in dit vers
tezamen barensnoodG4944
tezamen zuchtG4959
KJV
For2
we know1
that3
the whole4
creation6
groaneth7
and8
travaileth in pain together9
until10
now.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En nietG3756 alleen dit, maar ookG2532 wij zelvenG846, die de eerstelingenG536 des GeestesG4151 hebbenG2192, wij ookG2532 zelvenG846, zeg ikG1473, zuchtenG4727 inG1722 onszelvenG1438, verwachtendeG553 de aanneming tot kinderenG5206, namelijk de verlossingG629 onzes lichaamsG4983.
En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
KJV
And3
not1
only2
they, but4
ourselves6
also,5
which have11
the firstfruits8
of the Spirit,10
even12
we
ourselves14
groan17
within15
ourselves,16
waiting19
for the adoption,18
to wit, the redemption21
of our
body.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
WantG1063 wij zijn in hopeG1680 zaligG4982 geworden. De hoopG1680 nuG1161, die gezien wordt, isG1510 geenG3756 hoopG1680; wantG1063 hetgeenG3739 iemandG5100 ziet, waaromG5101 zal hij het ookG2532 hopenG1679?
Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?
KJV
For2
we are saved4
by hope:3
but6
hope5
that is seen7
is
not8
hope:10
for12
what11
a man14
seeth,13
why15
doth he17
yet16
hope for?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
MaarG1161 indien wij hopenG1679, hetgeenG3739 wij nietG3756 zienG991, zoG1487 verwachtenG553 wij het met lijdzaamheidG5281.
Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.
KJV
But2
if1
we hope6
for that3
we see5
not,4
then do we9
with7
patience8
wait for
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En desgelijks komtG4878 ook de GeestG4151 onze zwakhedenG769 mede te hulp; wantG1063 wij wetenG1492 nietG3756, watG5101 wij biddenG4336 zullen, gelijk het behoortG1163, maar de GeestG4151 ZelfG846 bidtG5241 voor ons met onuitsprekelijkeG215 zuchtingenG4726.
En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
KJV
Likewise1
the Spirit5
also3
helpeth6
our
infirmities:8
for11
we know17
not16
what12
we should pray for13
as14
we ought:15
but18
the Spirit21
itself19
maketh intercession22
for23
us
with groanings25
which cannot be uttered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
EnG1161 Die de hartenG2588 doorzoektG2045, weetG1492, welkeG5101 de meningG5427 des GeestesG4151 zij, dewijlG3754 Hij naarG2596 GodG2316 voor de heiligenG40 bidtG1793.
En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.
KJV
And2
he that searcheth3
the hearts5
knoweth6
what7
is the mind9
of the Spirit,11
because12
he maketh intercession15
for16
the saints17
according13
to the will of God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
EnG1161 wij wetenG1492, datG3754 dengenen, die GodG2316 liefhebbenG25, alleG3956 dingen medewerkenG4903 ten goedeG18, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemenG4286 geroepenG2822 zijn.
En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
KJV
And2
we know1
that all things8
work together10
for11
good12
to them that3
love5
God,7
to them who are
the called16
according14
to his purpose.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
WantG3754 die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ookG2532 te voren verordineerd, den beeldeG1504 Zijns ZoonsG5207 gelijkvormigG4832 te zijnG1510, opdat HijG846 de EerstgeboreneG4416 zij onderG1722 veleG4183 broederenG80.
Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
Ook in dit vers
tevoren gekendG4267
tevoren verordineerdG4309
KJV
For1
whom2
he did foreknow,3
he5
also4
did predestinate
to be conformed6
to the image8
of his11
Son,10
that12
he15
might be
the firstborn16
among17
many18
brethren.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En die Hij te voren verordineerd heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 geroepenG2564; en die Hij geroepenG2564 heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 gerechtvaardigdG1344; en die Hij gerechtvaardigdG1344 heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 verheerlijktG1392.
En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Ook in dit vers
tevoren verordineerdG4309
KJV
Moreover2
whom1
he did predestinate,3
them
he6
also5
called:9
and7
whom8
he called,
them
he12
also11
justified:15
and14
whom13
he justified,
them
he18
also17
glorified.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
Wat zullen wij danG3767 totG4314 dezeG3778 dingen zeggenG2046? Zo GodG2316 voor ons is, wie zal tegenG2596 ons zijn?
Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
KJV
What1
shall we3
then2
say
to4
these things?
If6
God8
be for9
us,
who11
can be against12
us?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
DieG3739 ook Zijn eigenG2398 ZoonG5207 nietG3756 gespaardG5339 heeft, maarG235 heeft Hem voor ons allenG3956 overgegevenG3860, hoeG4459 zal Hij ons ookG2532 met HemG846 niet alleG3956 dingen schenkenG5483?
Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
KJV
He that1
spared7
not6
his own4
Son,5
but8
delivered12
him13
up
for9
us
all,11
how14
shall he22
not15
with17
him18
also16
freely give
us
all things?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
WieG5101 zal beschuldigingG1458 inbrengen tegenG2596 de uitverkorenenG1588 GodsG2316? GodG2316 is het, Die rechtvaardig maaktG1344.
Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.
KJV
Who1
shall lay any thing2
to the charge3
of God's5
elect?4
It is God6
that justifieth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Wie is het, die verdoemtG2632? ChristusG5547 is het, Die gestorvenG599 is; ja, wat meer is, Die ookG2532 opgewektG1453 is, Die ookG2532 ter rechterG1188 hand GodsG2316 is, DieG3739 ookG2532 voor ons bidtG1793.
Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.
KJV
Who1
is he that condemneth?3
It is Christ4
that died,6
yea8
rather,7
that is risen again,10
who11
is
even9
at14
the right hand15
of God,17
who18
also12
maketh intercession20
for21
us.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
WieG5101 zal ons scheidenG5563 vanG575 de liefdeG26 van ChristusG5547? VerdrukkingG2347, ofG2228 benauwdheidG4730, ofG2228 vervolgingG1375, ofG2228 hongerG3042, naaktheidG1132, ofG2228 gevaarG2794, ofG2228 zwaardG3162?
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?
KJV
Who1
shall separate3
us
from4
the love6
of Christ?8
shall tribulation,9
or10
distress,11
or12
persecution,13
or14
famine,15
or16
nakedness,17
or18
peril,19
or20
sword?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
(Gelijk geschrevenG1125 is: WantG3754 om Uwentwil worden wij den gansenG3650 dagG2250 gedoodG2289; wij zijn geachtG3049 alsG5613 schapenG4263 ter slachtingG4967.)
(Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)
KJV
As1
it is written,2
For thy
sake4
we are killed6
all7
the day long;9
we are accounted10
as11
sheep12
for the slaughter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
MaarG235 inG1722 ditG3778 allesG3956 zijn wij meer dan overwinnaarsG5245, door Hem, Die ons liefgehadG25 heeft.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
KJV
Nay,1
in2
all4
these things
we are more than conquerors5
through6
him that loved8
us.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
Want ik ben verzekerdG3982, datG3754 noch doodG2288, noch levenG2222, noch engelenG32, noch overhedenG746, noch machtenG1411, noch tegenwoordigeG1764, noch toekomendeG3195 dingen,
Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,
KJV
For2
I am persuaded,1
that3
neither4
death,5
nor6
life,7
nor8
angels,9
nor10
principalities,11
nor12
powers,13
nor14
things present,15
nor16
things to come,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
Noch hoogteG5313, noch diepteG899, noch enigG5100 anderG2087 schepselG2937 ons zal kunnen scheidenG5563 vanG575 de liefdeG26 GodsG2316, welke is inG1722 ChristusG5547 JezusG2424, onzen HeereG2962.
Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
KJV
Nor1
height,2
nor3
depth,4
nor5
any6
other8
creature,7
shall be able9
to separate11
us
from12
the love14
of God,16
which is in18
Christ19
Jesus20
our
Lord.
dan nu geen
Dit woord dan, ziet op hetgeen van den apostel tot hiertoe in dezen brief is geleerd, namelijk dat de mens niet uit de wet, maar door het geloof in Christus rechtvaardig is; en dat hij door den Geest van Christus van de heerschappij der zonde is verlost, al is er nog strijd in hem overig.
Hertaald:
dan nu geen
Dit woordje dan ziet op wat de apostel tot hiertoe in deze brief geleerd heeft, namelijk dat de mens niet uit de wet maar door het geloof in Christus rechtvaardig is, en dat hij door de Geest van Christus verlost is van de heerschappij van de zonde, ook al blijft er nog strijd in hem over.
verdoemenis voor degenen,
Hij zegt niet: niets verdoemelijks, want de zonde is in zichzelve altijd verdoemelijk, Rom. 3:19 ; maar zij strekt den gelovige niet tot verdoemenis, omdat de zonde den gelovige om Christus' wil wordt vergeven, en daarom voegt hij daarbij, voor degenen, die in Christus Jezus zijn, dat is, die door het waar geloof met Hem zijn verenigd; Ef. 3:17 .
Hertaald:
verdoemenis voor degenen,
Hij zegt niet: er is niets verdoemelijks, want de zonde is op zichzelf altijd verdoemelijk, Rom. 3:19. Maar zij strekt de gelovige niet tot verdoemenis, omdat de zonde de gelovige om Christus' wil vergeven wordt. Daarom voegt hij eraan toe: voor hen die in Christus Jezus zijn, dat is: die door het ware geloof met Hem verenigd zijn; Ef. 3:17.
die niet naar het vlees wandelen,
Dat is, die de begeerlijkheden des vleesches niet volgen, of naar dezelve niet leven. Dit stelt de apostel tegen de mond-Christenen, als een merkteken dergenen, die door het geloof met Christus waarlijk verenigd en dienvolgens van alle verdoemenis zijn verlost; Joh. 15:2-3 .
Hertaald:
die niet naar het vlees wandelen,
Dat is: die de begeerlijkheden van het vlees niet volgen of daarnaar niet leven. Dit stelt de apostel tegenover de naamchristenen, als een kenmerk van hen die door het geloof werkelijk met Christus verenigd en dus van alle verdoemenis verlost zijn; Joh. 15:2-3.
de wet des Geestes des levens
Dat is, de levendmakende Geest, die in Christus Jezus is.
Hertaald:
de wet des Geestes des levens
Dat is: de levendmakende Geest, Die in Christus Jezus is.
de wet der zonde en des doods
Dat is, de kracht der zonde, die in ons tevoren heeft geheerst. En dit is een krachtig bewijs van het laatste deel van vs.1, dat de gelovigen niet naar het vlees, maar naar den Geest wandelen.
Hertaald:
de wet der zonde en des doods
Dat is: de kracht van de zonde, die tevoren in ons geheerst heeft. En dit is een krachtig bewijs voor het laatste deel van vers 1, dat de gelovigen niet naar het vlees maar naar de Geest wandelen.
Want
In deze twee verzen bewijst hij het eerste deel van vs.1, namelijk dat er gene verdoemenis voor de gelovigen is.
Hertaald:
Want
In deze twee verzen bewijst hij het eerste deel van vers 1, namelijk dat er geen verdoemenis is voor de gelovigen.
hetgeen der wet onmogelijk was,
Grieks het onmogelijke der wet; dat is, omdat het de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen, of den mens voor God te rechtvaardigen.
Hertaald:
hetgeen der wet onmogelijk was,
Grieks: het onmogelijke van de wet; dat is: omdat het voor de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen of de mens voor God te rechtvaardigen.
krachteloos was,
Of, onmachtig; namelijk door de verdorvenheid onzer natuur om ons te rechtvaardigen en het leven te geven.
Hertaald:
krachteloos was,
Of: onmachtig; namelijk door de verdorvenheid van onze natuur, om ons te rechtvaardigen en het leven te geven.
in gelijkheid
Christus' mensheid is een ware menselijke natuur geweest, doch geen zondige natuur, maar heeft alleen de gelijkheid gehad ener zondige natuur, omdat Hij al onze zwakheden heeft gedragen, daar wij door de zonde in lagen; Fil. 2:7 .
Hertaald:
in gelijkheid
De menselijke natuur van Christus is een ware menselijke natuur geweest, maar geen zondige natuur. Zij had alleen de gelijkheid van een zondige natuur, omdat Hij al onze zwakheden gedragen heeft waarin wij door de zonde lagen; Filipp. 2:7.
des zondigen vleses,
Grieks des vleesches der zonde.
Hertaald:
des zondigen vleses,
Grieks: van het vlees van de zonde.
voor de zonde,
Dat is, als een offerande voor de zonde, Hebr. 10:6 . Of tot verzoening en vernietiging der zonde, Rom. 4:25 ; 1 Kor. 15:3 .
Hertaald:
voor de zonde,
Dat is: als een offerande voor de zonde, Hebr. 10:6. Of: tot verzoening en vernietiging van de zonde, Rom. 4:25; 1 Kor. 15:3.
veroordeeld
Dat is, gestraft, gedood en hun de kracht van beschuldigen benomen.
Hertaald:
veroordeeld
Dat is: gestraft, gedood, en haar de kracht van beschuldigen ontnomen.
in het vlees
Namelijk Christus; dat is, door de offerande van Christus, die in het vlees voor ons heeft geleden.
Hertaald:
in het vlees
Namelijk Christus; dat is: door de offerande van Christus, Die in het vlees voor ons geleden heeft.
het recht der wet
Dat is, hetgeen de wet eiste, die het leven beloofde aan degenen, die de wet volkomen hielden, welken eis Christus voor ons vervuld heeft; Gal. 3:13-14 , en Gal. 4:4-5 .
Hertaald:
het recht der wet
Dat is: wat de wet eiste, die het leven beloofde aan hen die de wet volkomen hielden. Die eis heeft Christus voor ons vervuld; Gal. 3:13-14 en Gal. 4:4-5.
die niet naar het vlees wandelen,
Dit herhaalt de apostel wederom uit vs.1, niet als ene oorzaak der rechtvaardigmaking, hetwelk hij zelfs van Abraham en David heeft ontkend, Rom 4 , maar als een merkteken, waaraan de gelovigen van de waarheid huns geloofs, en dus van hunne rechtvaardigmaking kunnen gekend en verzekerd zijn; en stelt dit merkteken als een grond om de volgende vermaning daarop te bouwen.
Hertaald:
die niet naar het vlees wandelen,
Dit herhaalt de apostel opnieuw uit vers 1 — niet als een oorzaak van de rechtvaardiging, wat hij zelfs van Abraham en David ontkend heeft in hoofdstuk 4, maar als een kenmerk waaraan de gelovigen de echtheid van hun geloof en dus hun rechtvaardiging kunnen kennen en waarvan zij daardoor verzekerd kunnen zijn. Hij stelt dit kenmerk als een grondslag waarop hij de volgende vermaning bouwt.
die naar het vlees zijn,
Dat is, in welke de natuurlijke verdorvenheid nog haar volle kracht heeft, gelijk voren.
Hertaald:
die naar het vlees zijn,
Dat is: in wie de natuurlijke verdorvenheid nog haar volle kracht heeft, zoals hiervoor.
bedenken dat des vleses is;
Of, verzinnen, bevroeden; dat is, met hun verstand en met al hunne zinnen naar vleselijke zaken trachten, waarvan de vruchten in het brede beschreven worden, Gal. 5:19-21 .
Hertaald:
bedenken dat des vleses is;
Of: bedenken, nastreven; dat is: met hun verstand en met al hun zinnen naar vleselijke zaken streven, waarvan de vruchten uitvoerig beschreven worden in Gal. 5:19-21.
die naar den Geest zijn
Dat is, die door den Geest Gods zijn wedergeboren.
Hertaald:
die naar den Geest zijn
Dat is: zij die door de Geest van God wedergeboren zijn.
bedenken, dat des Geestes is
Dat is, begeven zich en trachten naar geestelijke zaken, welke van den apostel ook in het brede beschreven worden; Gal. 5:22 .
Hertaald:
bedenken, dat des Geestes is
Dat is: zij begeven zich naar geestelijke zaken en streven ernaar; ook die worden door de apostel uitvoerig beschreven, Gal. 5:22.
is de dood;
Dat is, leidt en brengt den mens tot den dood.
Hertaald:
is de dood;
Dat is: leidt en brengt de mens tot de dood.
is het leven en vrede;
Dat is, is de weg tot het eeuwige leven en tot den eeuwigen vrede; Rom. 2:10 .
Hertaald:
is het leven en vrede;
Dat is: is de weg tot het eeuwige leven en tot de eeuwige vrede; Rom. 2:10.
vijandschap is tegen God;
Dat is, vijandelijk gezind tegen God; niet dat de vleselijke mens altijd voorheeft God te haten als een vijand, maar omdat hetgeen, waar hij een behagen in heeft, Gode vijandig en hatelijk is, en hij zichzelven daardoor hatelijk maakt voor God; Deut. 5:9 ; Rom. 1:30 .
Hertaald:
vijandschap is tegen God;
Dat is: vijandig gezind tegen God. Niet dat de vleselijke mens zich altijd voorneemt God als een vijand te haten, maar omdat datgene waarin hij behagen heeft God vijandig en hatelijk is, en hij zichzelf daardoor hatelijk maakt voor God; Deut. 5:9; Rom. 1:30.
het kan ook niet
Namelijk zichzelven Gods wet onderwerpen en die van harte gehoorzamen, namelijk vanwege de verdorvenheid en verkeerdheid, die daarin en in de wereld is, waar het een behagen in heeft; 1 Joh. 2:15-16 .
Hertaald:
het kan ook niet
Namelijk zichzelf aan Gods wet onderwerpen en die van harte gehoorzamen — vanwege de verdorvenheid en verkeerdheid die in hem en in de wereld is, waarin hij behagen heeft; 1 Joh. 2:15-16.
kunnen Gode niet behagen
Namelijk zolang zij door Christus' Geest daaruit niet zijn verlost.
Hertaald:
kunnen Gode niet behagen
Namelijk zolang zij daaruit niet door de Geest van Christus verlost zijn.
gijlieden
Namelijk die in Christus geloofd hebt; want hij schrijft aan hen eigenlijk; Rom. 1:7 .
Hertaald:
gijlieden
Namelijk u die in Christus geloofd hebt; want hij schrijft eigenlijk aan hen; Rom. 1:7.
in het vlees,
Dat is, naar het vlees, gelijk vs.5 verklaard wordt.
Hertaald:
in het vlees,
Dat is: naar het vlees, zoals in vers 5 verklaard wordt.
in den Geest,
Dat is, naar den Geest, vs.5.
Hertaald:
in den Geest,
Dat is: naar de Geest, vers 5.
zo anders de Geest Gods
Of, dewijl, overmits. Alzo ook vs.17.
Hertaald:
zo anders de Geest Gods
Of: aangezien, omdat. Zo ook vers 17.
u woont
Namelijk door Zijn genadige werkingen, als daar zijn verlichting des verstands, versterking des geloofs, verzekering van de zaligheid, opwekking tot het gebed, beweging tot geestelijke begeerten, vertroosting in kruis en aanvechting, enz. Want een mens, waar hij als een heer woont, daar heeft hij zijn gebied, en daar doet hij zijn gewoon werk; Joh. 14:16-17 ; 1 Kor. 3:16 .
Hertaald:
u woont
Namelijk door Zijn genadige werkingen, zoals de verlichting van het verstand, de versterking van het geloof, de verzekering van de zaligheid, de opwekking tot het gebed, de beweging tot geestelijke begeerten, de vertroosting in kruis en aanvechting, enzovoort. Want waar een mens als heer woont, daar heeft hij zijn gebied en doet hij zijn gewone werk; Joh. 14:16-17; 1 Kor. 3:16.
den Geest van Christus niet heeft,
Dat is, dezelfde Geest, die in het voorgaande de Geest Gods, namelijk des Vaders, genaamd wordt, wordt hier ook Christus' Geest genaamd, omdat Hij ook van Christus voortkomt, en ons van Christus is verworven; Joh. 14:26 , en Joh. 16:7 ; Gal. 4:6 .
Hertaald:
den Geest van Christus niet heeft,
Dat is: dezelfde Geest Die in het voorgaande de Geest van God, namelijk van de Vader, genoemd wordt, wordt hier ook de Geest van Christus genoemd, omdat Hij ook van Christus uitgaat en door Christus voor ons verworven is; Joh. 14:26 en Joh. 16:7; Gal. 4:6.
die komt Hem niet toe
Namelijk als een recht lid van Zijn lichaam, hetwelk door dezen Geest alleen leeft en Zijn geestelijke werking heeft.
Hertaald:
die komt Hem niet toe
Namelijk als een echt lid van Zijn lichaam, dat alleen door deze Geest leeft en Zijn geestelijke werking heeft.
het lichaam dood
Dat is, nog sterflijk, of den lichamelijken doop onderworpen, gelijk vs.11 verklaard wordt.
Hertaald:
het lichaam dood
Dat is: nog sterfelijk, of onderworpen aan de lichamelijke dood, zoals in vers 11 verklaard wordt.
om der zonden wil;
Dat is, om de overblijfselen der zonde, die nog in u zijn; 1 Kor. 15:56 .
Hertaald:
om der zonden wil;
Dat is: vanwege de overblijfselen van de zonde die nog in u zijn; 1 Kor. 15:56.
de geest
Dat is, uwe ziel, die door Gods Geest vernieuwd is, gelijk blijkt uit de tegenstelling des lichaams.
Hertaald:
de geest
Dat is: uw ziel, die door Gods Geest vernieuwd is, zoals blijkt uit de tegenstelling met het lichaam.
is leven
Dat is, des eeuwigen levens deelachtig, en zal altijd bij God in heerlijkheid zijn, als is het, dat het lichaam voor een tijd moet afgelegd worden; 2 Kor. 5:1 , 2 Kor. 5:8 .
Hertaald:
is leven
Dat is: deelgenoot van het eeuwige leven; zij zal altijd bij God in heerlijkheid zijn, ook al moet het lichaam voor een tijd afgelegd worden; 2 Kor. 5:1, 2 Kor. 5:8.
om der gerechtigheid wil
Namelijk waardoor gij gerechtvaardigd zijt, en waarop ook de heiligmaking volgt, die Christus hier in ons begint en hier namaals in ons zal volbrengen, alzo hij zijn begonnen werk niet zal laten steken.
Hertaald:
om der gerechtigheid wil
Namelijk de gerechtigheid waardoor u gerechtvaardigd bent, en waarop ook de heiligmaking volgt die Christus hier in ons begint en hierna in ons zal voltooien — want Hij zal Zijn begonnen werk niet laten steken.
levend maken,
Dat is, weder opwekken tot een eeuwig leven, waar geen zonde en dood meer plaats zal hebben.
Hertaald:
levend maken,
Dat is: weer opwekken tot een eeuwig leven, waar geen zonde en dood meer plaats zullen hebben.
door Zijn Geest,
Want gelijk de Vader de doden opwekt, alzo wekt ook de Zoon de doden op, Joh. 5:21 , en hier ook de Heilige Geest als eenzelfde God met Hem en van eenzelfde kracht.
Hertaald:
door Zijn Geest,
Want zoals de Vader de doden opwekt, zo wekt ook de Zoon de doden op, Joh. 5:21, en hier ook de Heilige Geest, als één en dezelfde God met Hem en van dezelfde kracht.
schuldenaars
Dat is, gehouden en verplicht door de weldaden, die wij alrede ontvangen hebben, en nog verwachten.
Hertaald:
schuldenaars
Dat is: gehouden en verplicht door de weldaden die wij al ontvangen hebben en nog verwachten.
zo zult gij sterven;
Namelijk den eeuwigen dood, gelijk uit het leven dat hier beloofd wordt blijkt. En dit zegt de apostel niet om de gelovigen aan hunne zaligheid te doen twijfelen, want het tegendeel zal hij van het volgende vs. tot het einde van het hfdst. krachtiglijk bewijzen; maar hij zegt dit om hen te meer tegen het vlees te wapenen en om de rechte gelovigen te onderscheiden van degenen, die zich voor gelovigen uitgeven en zulks inderdaad niet zijn, alzo zij met hun leven betuigen dat zij door Gods geest niet zijn wedergeboren, welke hij, door dit zware dreigement, tot nadenken en bekering wil brengen.
Hertaald:
zo zult gij sterven;
Namelijk de eeuwige dood, zoals blijkt uit het leven dat hier beloofd wordt. De apostel zegt dit niet om de gelovigen aan hun zaligheid te doen twijfelen, want het tegendeel zal hij vanaf het volgende vers tot het einde van het hoofdstuk krachtig bewijzen. Maar hij zegt het om hen des te meer tegen het vlees te wapenen, en om de echte gelovigen te onderscheiden van hen die zich voor gelovigen uitgeven maar dat in werkelijkheid niet zijn, aangezien zij met hun leven betuigen dat zij niet door Gods Geest wedergeboren zijn. Die wil hij door dit zware dreigement tot nadenken en bekering brengen.
door den Geest
Namelijk die in u woont en u alrede kracht daartoe heeft gegeven, zo gij maar door gebeden en andere oefeningen der godzaligheid dezelve behoorlijk verwekt; 1 Kor. 15:10 ; 2 Tim. 1:6 .
Hertaald:
door den Geest
Namelijk de Geest Die in u woont en u daartoe al kracht gegeven heeft, mits u die naar behoren opwekt door gebeden en andere oefeningen van de godzaligheid; 1 Kor. 15:10; 2 Tim. 1:6.
de werkingen des lichaams
Dat is, de begeerlijkheden en bewegingen der zonde, die nog in u overig zijn.
Hertaald:
de werkingen des lichaams
Dat is: de begeerlijkheden en bewegingen van de zonde die nog in u over zijn.
doodt, zo zult gij leven
Dat is, wederstaat, tenonder brengt, dat zij in u niet leven of heersen.
Hertaald:
doodt, zo zult gij leven
Dat is: weerstaat en onderwerpt, zodat zij niet in u leven of heersen.
geleid worden,
Of, gedreven; dat is, in hun verstand verlicht, en in hun wil en genegenheden geregeerd en gestuurd worden, om te doen wat God behaagt.
Hertaald:
geleid worden,
Of: gedreven; dat is: in hun verstand verlicht en in hun wil en genegenheden geregeerd en gestuurd worden om te doen wat God behaagt.
die zijn kinderen Gods
Dat is, die hebben de zekere kentekenen, dat zij van God door het geloof in Christus tot kinderen zijn aangenomen, Joh. 1:12 , Ef. 1:13 , hetwelk hij ook, door de eigen werking des Geestes, die de gelovigen ontvangen, in vs.15,16 bewijst.
Hertaald:
die zijn kinderen Gods
Dat is: zij hebben de zekere kentekenen dat zij door God, door het geloof in Christus, tot kinderen aangenomen zijn, Joh. 1:12; Ef. 1:13. Dat bewijst hij ook in vers 15 en 16 uit de eigen werking van de Geest die de gelovigen ontvangen.
den Geest der dienstbaarheid
Alzo noemt hij de werking des Geestes Gods door de wet, die de harten der mensen door de dreigementen tegen de overtreders verslaat en bevreesd maakt, gelijk daarvan een klaar voorbeeld is in de Israëlieten, als God de wet der tien geboden voor hen van den berg heeft uitgesproken; Ex. 20:19 . Waarop de apostel hier ziet, alsook Hebr. 12:18-19 .
Hertaald:
den Geest der dienstbaarheid
Zo noemt hij de werking van Gods Geest door de wet, die de harten van de mensen door de dreigementen tegen de overtreders verslaat en bevreesd maakt. Daarvan is een duidelijk voorbeeld te vinden bij de Israëlieten toen God de wet van de tien geboden voor hen van de berg uitsprak; Ex. 20:19. Daarop ziet de apostel hier, evenals in Hebr. 12:18-19.
den Geest der aanneming
Hierdoor wordt verstaan de genadige werking des Heiligen Geestes door de predikatie des heiligen Evangelies, die de harten der gelovigen verkwikt en van hunne aanneming tot kinderen verzekert; waartoe ook de volgende werkingen dienen. Zie Gal. 4:6 ; Ef. 4:30 .
Hertaald:
den Geest der aanneming
Hiermee wordt de genadige werking van de Heilige Geest door de prediking van het heilig Evangelie bedoeld, die de harten van de gelovigen verkwikt en hen verzekert van hun aanneming tot kinderen. Daartoe dienen ook de werkingen die volgen. Zie Gal. 4:6; Ef. 4:30.
Abba, Vader
Dat is, wij Hem vrijmoedig durven aanroepen als onzen Vader. Het woord Abba betekent in de Syrische taal Vader, hetwelk de apostel hier gehouden heeft, omdat het een woord is vol genegenheid, hetwelk de jonge kinderen bijna in alle talen behouden; en hij zet daarbij het woord Vader, niet alleen om hetzelve te verklaren, maar ook om de beweging en zonderlinge genegenheid der gelovigen in dit roepen tot God beter uit te drukken; gelijk ook Christus deze verdubbeling van het woord Vader tot dien einde heeft gebruikt in Zijn meeste benauwdheid, Marc. 14:36 , en aan het kruis de verdubbeling van het woord Mijn God, Mijn God, Marc. 15:34 . Ziet hierna vs.26.
Hertaald:
Abba, Vader
Dat is: dat wij Hem vrijmoedig durven aanroepen als onze Vader. Het woord Abba betekent in de Syrische taal Vader. De apostel heeft dat hier aangehouden omdat het een woord vol genegenheid is, dat de jonge kinderen in bijna alle talen behouden. En hij zet er het woord Vader bij, niet alleen om het te verklaren, maar ook om de ontroering en bijzondere genegenheid van de gelovigen bij dit roepen tot God beter uit te drukken. Zo heeft ook Christus deze verdubbeling van het woord Vader met dat doel gebruikt in Zijn grootste benauwdheid, Mark. 14:36, en aan het kruis de verdubbeling van het woord Mijn God, Mijn God, Mark. 15:34. Zie hierna vers 26.
getuigt met onzen geest,
Of, getuigt mede tot onzen geest. Dat is, de Heilige Geest beweegt niet alleen ons om God voor onzen Vader aan te roepen, maar getuigt ook inwendig tot onzen geest dat wij Gods kinderen zijn; of betuigt met onzen geest. Dat is, tezamen met onzen geest, die ons ook mede getuigt, door de aanmerking der kentekenen van het kindschap Gods, die onzen geest door Gods Geest in zichzelve bevindt; welke getuigenis, hoewel zij niet altijd even krachtig is in de gelovigen, zo openbaart zij nochtans zich menigmaal in hun meeste vernedering en benauwdheid.
Hertaald:
getuigt met onzen geest,
Of: getuigt mede tot onze geest. Dat is: de Heilige Geest beweegt ons niet alleen om God als onze Vader aan te roepen, maar getuigt ook innerlijk tot onze geest dat wij Gods kinderen zijn. Of: betuigt met onze geest, dat is: samen met onze geest, die ons ook mede getuigt doordat hij let op de kentekenen van het kindschap van God die hij door Gods Geest in zichzelf aantreft. Hoewel dat getuigenis in de gelovigen niet altijd even krachtig is, openbaart het zich toch vaak juist in hun diepste vernedering en benauwdheid.
van God,
Namelijk als van onzen Vader, die ons met zich deel geeft aan zijn hemelse goederen.
Hertaald:
van God,
Namelijk als van onze Vader, Die ons met Zich deel geeft aan Zijn hemelse goederen.
medeërfgenamen van Christus;
Namelijk als van onzen eerstgeboren broeder, dien dezelve van natuur toekomen, en die ons dezelve mede deelachtig maakt uit genade. Zie vs.29; Luc. 22:29 ; Hebr. 1:2 .
Hertaald:
medeërfgenamen van Christus;
Namelijk als van onze eerstgeboren Broeder, Wie die van nature toekomen en Die ons daaraan uit genade eveneens deel geeft. Zie vers 29; Luk. 22:29; Hebr. 1:2.
met Hem lijden,
Dat is, gewillig zijn om te lijden, en in hetzelve lijdzaam, als het God belieft ons daartoe te roepen; Hand. 5:41 ; 2 Tim. 2:12 . En hier begint de apostel het tweede deel van dit hoofdstuk, stellende verscheidene grondige redenen van troost voor, om de gelovigen in dit lijden te versterken, en van de eindelijke overwinning, naar zijn voorbeeld, te verzekeren.
Hertaald:
met Hem lijden,
Dat is: bereid zijn om te lijden, en daarin lijdzaam te zijn wanneer het God behaagt ons daartoe te roepen; Hand. 5:41; 2 Tim. 2:12. Hier begint de apostel het tweede deel van dit hoofdstuk, waarin hij verscheidene grondige redenen tot troost aanvoert om de gelovigen in dit lijden te versterken en hen naar zijn voorbeeld van de uiteindelijke overwinning te verzekeren.
met Hem verheerlijkt worden
Namelijk Christus, Fil. 3:20-21 .
Hertaald:
met Hem verheerlijkt worden
Namelijk met Christus, Filipp. 3:20-21.
dezes tegenwoordigen tijds
Grieks des tijds van nu.
Hertaald:
dezes tegenwoordigen tijds
Grieks: van de tijd van nu.
niet is te waarderen
Of, niet waardig is der heerlijkheid; dat is, gene gelijkheid in waarde heeft met de heerlijkheid, namelijk zo ten aanzien van de grootte van deze heerlijkheid als ten aanzien van de eeuwigheid van die; daar het lijden hier kort is en ons niet wordt opgelegd boven ons vermogen; 2 Kor. 4:17 . Dit is de eerste reden om ons tot lijdzaamheid te bewegen.
Hertaald:
niet is te waarderen
Of: niet waardig is aan de heerlijkheid; dat is: in waarde geen gelijkheid vertoont met de heerlijkheid. Dat geldt zowel de grootte van die heerlijkheid als haar eeuwigheid, terwijl het lijden hier kort is en ons niet boven ons vermogen opgelegd wordt; 2 Kor. 4:17. Dit is de eerste reden om ons tot lijdzaamheid te bewegen.
Want
Grieks want het verlangen, of verbeiden des schepsels met opgestoken hoofd verwacht, enz. Zie ook Fil. 1:20 .
Hertaald:
Want
Grieks: want het verlangen of het uitzien van het schepsel verwacht met opgeheven hoofd, enzovoort. Zie ook Filipp. 1:20.
het schepsel,
Namelijk van hemel en aarde, dat nu tegen de eerste instelling Gods der ijdelheid is onderworpen; dat is de kwade mensen moet dienen, en ook ten groten dele der verderfenis om des mensen wil is onderworpen, vs.21, waarvan het ten uitersten dage wederom zal verlost worden; Hand. 3:21 ; 2 Petr. 3:12-13 . Want dat sommigen daardoor verstaan de mensen, gelijk Marc. 16:15 , kan niet bestaan, overmits de goddelozen daarnaar niet verlangen, en van de gelovigen bijzonder zal gehandeld worden, vs.23. En dit voorbeeld is de tweede reden om de gelovigen tot lijdzaamheid te bewegen.
Hertaald:
het schepsel,
Namelijk van hemel en aarde, dat nu tegen Gods oorspronkelijke instelling in aan de ijdelheid onderworpen is; dat is: de kwade mensen moet dienen, en dat ook grotendeels om de mens aan het verderf onderworpen is, vers 21, waarvan het op de laatste dag weer verlost zal worden; Hand. 3:21; 2 Petr. 3:12-13. Dat sommigen daarmee de mensen bedoeld achten, zoals Mark. 16:15, kan niet standhouden, omdat de goddelozen daarnaar niet verlangen en over de gelovigen afzonderlijk gesproken zal worden, vers 23. Dit voorbeeld is de tweede reden om de gelovigen tot lijdzaamheid te bewegen.
niet gewillig,
Dat is, niet vanzelf, of naar de orde, die God eerst in de schepping gesteld heeft; want geen schepsel zoekt zijn eigen verderf. Zie ook vs.38,39.
Hertaald:
niet gewillig,
Dat is: niet uit zichzelf, of niet volgens de orde die God bij de schepping eerst gesteld heeft; want geen schepsel zoekt zijn eigen verderf. Zie ook vers 38 en 39.
om diens wil,
Dat is, om de zonde des mensen wil, waardoor ook naar Gods rechtvaardig oordeel de vloek over het aardrijk is gekomen; Gen. 3:17 , en over alle andere creaturen die den mens in deze verdorvenheid moeten dienen. Matt. 5:45 , en het misbruik des mensen onderworpen zijn.
Hertaald:
om diens wil,
Dat is: vanwege de zonde van de mens, waardoor naar Gods rechtvaardig oordeel ook de vloek over de aarde gekomen is, Gen. 3:17, en over alle andere schepselen, die de mens in deze verdorvenheid moeten dienen, Matth. 5:45, en aan zijn misbruik onderworpen zijn.
Op hoop,
Tevoren heeft hij het verwachting genaamd; want hoop is een lijdzame verwachting van ene zaak; en wordt hier alzo genaamd, omdat God deze algemene verlossing des schepsels van het verderf en misbruik des mensen beloofd heeft, waar de engelen en heilige zielen naar verlangen, Openb. 6:10 , en de andere schepselen een natuurlijke genegenheid toe schijnen te hebben, hetwelk in vs.22 bij gelijkenis een zuchten en barensnood wordt genaamd, waar de verlossing op wordt verwacht. Sommigen voegen deze woorden, op hoop, bij het vs.20, en beginnen dit vers aldus: Want ook het schepsel, enz.
Hertaald:
Op hoop,
Tevoren heeft hij het verwachting genoemd; want hoop is een lijdzame verwachting van een zaak. Het wordt hier zo genoemd omdat God deze algemene verlossing van het schepsel uit het verderf en het misbruik van de mens beloofd heeft. Daarnaar verlangen de engelen en de heilige zielen, Openb. 6:10, en de andere schepselen lijken daarnaar een natuurlijke neiging te hebben — wat in vers 22 bij wijze van vergelijking een zuchten en een barensnood genoemd wordt, waarop de verlossing verwacht wordt. Sommigen voegen deze woorden, op hoop, bij vers 20 en beginnen dit vers als volgt: want ook het schepsel, enzovoort.
die de eerstelingen des Geestes hebben,
Alzo noemt hij de wedergeborenen omdat zij de eerste gaven des Heiligen Geestes hebben ontvangen en verwachten dat ook de overige, die ons beloofd zijn, zullen volgen, gelijk de eerste vruchten, die God opgeofferd zijnde, de gehele massa heiligden; Rom. 11:16 .
Hertaald:
die de eerstelingen des Geestes hebben,
Zo noemt hij de wedergeborenen, omdat zij de eerste gaven van de Heilige Geest ontvangen hebben en verwachten dat ook de overige die ons beloofd zijn zullen volgen — zoals de eerste vruchten, wanneer zij aan God geofferd waren, de hele massa heiligden; Rom. 11:16.
in onszelven,
Dat is, in het binnenste van onze harten. Zie Rom. 7:24 .
Hertaald:
in onszelven,
Dat is: in het binnenste van onze harten. Zie Rom. 7:24.
de aanneming tot kinderen,
Dat is, het volle bezit der erven, die ons in deze aanneming is beloofd.
Hertaald:
de aanneming tot kinderen,
Dat is: het volle bezit van de erfenis, die ons bij deze aanneming beloofd is.
de verlossing onzes lichaams
Namelijk van het verderf en de ijdelheid, 1 Kor. 15:43-44 , en dit is de derde reden van onzen troost in het kruis.
Hertaald:
de verlossing onzes lichaams
Namelijk van het verderf en de ijdelheid, 1 Kor. 15:43-44. En dit is de derde reden van onze troost in het kruis.
die gezien wordt,
Dat is, waar de gehoopte zaak tegenwoordig is, of alrede bezeten wordt.
Hertaald:
die gezien wordt,
Dat is: waarbij de gehoopte zaak al aanwezig is, of al bezeten wordt.
waarom zal hij het ook hopen?
Grieks waarom hoopt hij het ook?
Hertaald:
waarom zal hij het ook hopen?
Grieks: waarom hoopt hij het ook?
niet zien,
Dat is, nog niet ten volle bezitten, hoewel het ons van God beloofd is en te zijner tijd volgen zal; en dit behoort mede tot den derden grond van onzen troost.
Hertaald:
niet zien,
Dat is: nog niet ten volle bezitten, hoewel het ons door God beloofd is en te zijner tijd volgen zal. En ook dit hoort bij de derde grond van onze troost.
komt ook de Geest
Het Griekse woord synantilambanetai, betekent eigenlijk zulk ene hulp, wanneer iemand, die sterk is, een last tegen een ander opneemt, die te zwak is, en zet zijne schouders tegen den ander, om den last te lichten, en des anderen schouder te ondersteunen.
Hertaald:
komt ook de Geest
Het Griekse woord synantilambanetai betekent eigenlijk zo'n hulp waarbij iemand die sterk is een last opneemt tegenover een ander die te zwak is, en zijn schouder tegen die van de ander zet om de last te verlichten en de schouder van de ander te ondersteunen.
onze zwakheden mede te hulp;
Namelijk die wij in kruis en lijden nog onderworpen zijn, zo in onzen geest, die daartegen menigmaal mort, gelijk in Job en David te zien is, als in ons lichaam, hetwelk broos en zwak is.
Hertaald:
onze zwakheden mede te hulp;
Namelijk de zwakheden waaraan wij in kruis en lijden nog onderworpen zijn — zowel in onze geest, die daartegen vaak mort, zoals bij Job en David te zien is, als in ons lichaam, dat broos en zwak is.
wij weten niet,
Namelijk van onszelve, als wij in benauwdheid zijn en geen toevlucht kunnen hebben, dan tot God door het gebed.
Hertaald:
wij weten niet,
Namelijk uit onszelf, wanneer wij in benauwdheid zijn en nergens anders heen kunnen dan tot God door het gebed.
bidt voor ons
Het Griekse woord betekent voor iemand bidden, en wordt van Christus hierna vs.34 gezegd, die onze voorspraak is bij den Vader, en als Middelaar voor ons bidt, 1 Joh. 2:1 , hetwelk den Heiligen Geest in zulker voege niet kan toegeschreven worden, alzo Hij onze Middelaar eigenlijk niet is; maar het betekent hier dat de Heilige Geest ons tot bidden met onuitsprekelijk zuchten verwekt, en ons als voorspelt onze les, hoe wij in alle zwarigheden moeten bidden, Luc. 12:11-12 ; Joh. 16:13 ; Gal. 4:6 .
Hertaald:
bidt voor ons
Het Griekse woord betekent: voor iemand bidden. Het wordt hierna in vers 34 van Christus gezegd, Die onze Voorspraak bij de Vader is en als Middelaar voor ons bidt, 1 Joh. 2:1. Dat kan op die manier niet aan de Heilige Geest toegeschreven worden, aangezien Hij eigenlijk niet onze Middelaar is. Maar het betekent hier dat de Heilige Geest ons met onuitsprekelijke zuchtingen tot bidden opwekt en ons als het ware onze les voorzegt, hoe wij in alle zwarigheden moeten bidden; Luk. 12:11-12; Joh. 16:13; Gal. 4:6.
Die de harten doorzoekt,
Dat is, God, die alleen de harten der mensen kent, 1 Kon. 8:39 ; Openb. 2:23 .
Hertaald:
Die de harten doorzoekt,
Dat is: God, Die als enige de harten van de mensen kent, 1 Kon. 8:39; Openb. 2:23.
de mening des Geestes zij,
Of, bedenking, betrachting. Namelijk des gebeds, dat de Geest in ons werkt.
Hertaald:
de mening des Geestes zij,
Of: de bedoeling, de strekking; namelijk van het gebed dat de Geest in ons werkt.
naar God voor de heiligen bidt
Dat is, naar Gods wil, dewijl Hij weet wat God ons wil opleggen tot onze zaligheid, hoelang Hij wil dat het duren zal, hoe Hij ons daarvan wil verlossen, en of Hij door ons leven of dood wil verheerlijkt zijn, enz.; en is dit de vierde grond van onzen troost.
Hertaald:
naar God voor de heiligen bidt
Dat is: naar Gods wil, aangezien Hij weet wat God ons tot onze zaligheid wil opleggen, hoelang Hij wil dat het duurt, hoe Hij ons daarvan wil verlossen, en of Hij door ons leven of door onze dood verheerlijkt wil worden, enzovoort. En dit is de vierde grond van onze troost.
En wij weten,
Hier begint de laatste reden van vertroosting, die de gelovigen in al hunne zwarigheden stellen tegen alle aanvechtingen en verdrukkingen, genomen van Gods eeuwigen raad of vast voornemen, om ons dwars door alle zwarigheden, door de volgende middelen tot de zaligheid te brengen.
Hertaald:
En wij weten,
Hier begint de laatste reden tot vertroosting, die de gelovigen in al hun zwarigheden tegenover alle aanvechtingen en verdrukkingen stellen. Zij is ontleend aan Gods eeuwige raad of vaste voornemen om ons dwars door alle zwarigheden heen, langs de volgende middelen, tot de zaligheid te brengen.
alle dingen medewerken
Dat is, alle zwarigheden en verdrukkingen, waarvan hij tot nog toe heeft gesproken.
Hertaald:
alle dingen medewerken
Dat is: alle zwarigheden en verdrukkingen waarover hij tot nu toe gesproken heeft.
naar Zijn voornemen
Namelijk dat Hij in zichzelven voorgenomen heeft, om de mensen uit genade door Christus zalig te maken. Zie Ef. 1:9 , Ef. 1:11 , enz.
Hertaald:
naar Zijn voornemen
Namelijk het voornemen dat Hij in Zichzelf opgevat heeft om de mensen uit genade door Christus zalig te maken. Zie Ef. 1:9, Ef. 1:11, enzovoort.
geroepen zijn
Namelijk tot het ware geloof, dat door de liefde krachtig is, niet alleen door een uitwendige, maar ook door een inwendige en krachtige roeping, waar de gehoorzaamheid zekerlijk op volgt; Joh. 6:44 , Joh. 6:65 ; 1 Kor. 1:24 , 1 Kor. 1:26 .
Hertaald:
geroepen zijn
Namelijk tot het ware geloof, dat door de liefde werkzaam is; niet alleen door een uiterlijke, maar ook door een innerlijke en krachtige roeping, waarop de gehoorzaamheid zeker volgt; Joh. 6:44, Joh. 6:65; 1 Kor. 1:24, 1 Kor. 1:26.
te voren gekend heeft,
Namelijk voor de Zijnen, gelijk Joh. 10:14 , Joh. 10:27 . Dat is, die Hij van eeuwigheid in Christus heeft verkoren ten eeuwigen leven; Rom. 11:2 ; Ef. 1:4 ; 1 Petr. 1:2 , en hierna vs.33.
Hertaald:
te voren gekend heeft,
Namelijk erkend heeft als de Zijnen, zoals Joh. 10:14, Joh. 10:27. Dat is: die Hij van eeuwigheid in Christus tot het eeuwige leven verkoren heeft; Rom. 11:2; Ef. 1:4; 1 Petr. 1:2, en hierna vers 33.
den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn,
Namelijk niet alleen in het lijden, maar ook inzonderheid in de heiligmaking en verheerlijking, die daarna zal volgen; 1 Kor. 13:12 , en 1 Kor. 15:48 , en 2 Kor. 3:18 .
Hertaald:
den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn,
Namelijk niet alleen in het lijden, maar vooral ook in de heiligmaking en in de verheerlijking die daarna volgen zal; 1 Kor. 13:12, 1 Kor. 15:48 en 2 Kor. 3:18.
geroepen;
Namelijk tot het geloof en de gehoorzaamheid des geloofs door een krachtige roeping, vs.28.
Hertaald:
geroepen;
Namelijk tot het geloof en de gehoorzaamheid van het geloof, door een krachtige roeping, vers 28.
gerechtvaardigd; en die
Namelijk voor hem, door het geloof; gelijk dit woord in dezen gehelen brief in deze stof wordt genomen, en het oogmerk des apostels medebrengt. Want deze rechtvaardigmaking is de naaste trap tot de verheerlijking.
Hertaald:
gerechtvaardigd; en die
Namelijk voor Hem, door het geloof — zoals dit woord in deze hele brief bij dit onderwerp gebruikt wordt, en zoals het doel van de apostel meebrengt. Want deze rechtvaardiging is de naaste trede naar de verheerlijking.
verheerlijkt
Namelijk hier, in de beginselen door de heiligmaking en aanneming tot kinderen, en hiernamaals, door de volle bezitting van deze heerlijkheid, vs.17, 21; 2 Kor. 3:18 .
Hertaald:
verheerlijkt
Namelijk hier in de beginselen, door de heiligmaking en de aanneming tot kinderen, en hierna door het volle bezit van deze heerlijkheid, vers 17 en 21; 2 Kor. 3:18.
Wat zullen wij dan
Hier besluit de apostel de handeling van de voorgaande leer dezes briefs tot hiertoe, met een heiligen trots en roem in Christus tegen alle beschuldigingen en verdrukkingen, die de duivel en de wereld hun zouden mogen aandoen.
Hertaald:
Wat zullen wij dan
Hier besluit de apostel de behandeling van de voorgaande leer van deze brief tot hiertoe, met een heilige trots en roem in Christus tegenover alle beschuldigingen en verdrukkingen die de duivel en de wereld hun zouden kunnen aandoen.
tot deze dingen zeggen?
Namelijk die dus verre tevoren geleerd en verklaard zijn.
Hertaald:
tot deze dingen zeggen?
Namelijk de dingen die tot zover geleerd en verklaard zijn.
voor ons is,
Dat is, met ons door Christus verzoend is, ons heeft verkoren, geroepen, gerechtvaardigd, en ons zal verheerlijken, vs.29,30.
Hertaald:
voor ons is,
Dat is: met ons door Christus verzoend is, ons verkoren, geroepen en gerechtvaardigd heeft, en ons zal verheerlijken, vers 29 en 30.
tegen ons zijn?
Namelijk die ons zou kunnen beschuldigen, of beschadigen; Ps. 56:12 , en Ps. 118:6 .
Hertaald:
tegen ons zijn?
Namelijk die ons zou kunnen beschuldigen of schaden; Ps. 56:12 en Ps. 118:6.
niet gespaard heeft,
Namelijk en daarmede, als een ontwijfelijke getuigenis, getoond heeft dat Hij met ons is; Rom. 5:8 .
Hertaald:
niet gespaard heeft,
Namelijk en daarmee als een onbetwijfelbaar getuigenis getoond heeft dat Hij met ons is; Rom. 5:8.
ons allen
Namelijk die in Hem geloven, die Hem liefhebben en naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Hertaald:
ons allen
Namelijk allen die in Hem geloven, Hem liefhebben en naar Zijn voornemen geroepen zijn.
overgegeven,
Namelijk in den dood; Rom. 4:25 .
Hertaald:
overgegeven,
Namelijk in de dood; Rom. 4:25.
met Hem
Namelijk Christus Jezus, die de allerkostelijkste gave is, in welke alle schatten der wijsheid en wetenschap verborgen zijn, Kol. 2:3 , zodat degene, die Hem heeft, alles heeft wat hem tot zaligheid nodig is.
Hertaald:
met Hem
Namelijk Christus Jezus, Die de allerkostbaarste gave is, in Wie alle schatten van de wijsheid en de kennis verborgen zijn, Kol. 2:3, zodat wie Hem heeft alles heeft wat hij tot zaligheid nodig heeft.
alle dingen
Dat is, al wat ons tot onze eeuwige zaligheid nodig is.
Hertaald:
alle dingen
Dat is: alles wat wij voor onze eeuwige zaligheid nodig hebben.
schenken?
Namelijk uit genade, gelijk het Griekse woord medebrengt; hetwelk dan gesteld wordt tegen al de verdiensten der mensen.
Hertaald:
schenken?
Namelijk uit genade, zoals het Griekse woord meebrengt; dat wordt dus gesteld tegenover alle verdiensten van de mensen.
beschuldiging inbrengen
Namelijk van zonde, of schuld der zonde. Want dat is het waarmede wij door de wet, Joh. 5:45 , door onze eigen conscientie, Rom. 2:15 , of ook door den Satan, Openb. 12:10 , voor God zouden kunnen beschuldigd worden.
Hertaald:
beschuldiging inbrengen
Namelijk van zonde, of van schuld van de zonde. Want daarmee zouden wij voor God beschuldigd kunnen worden: door de wet, Joh. 5:45, door ons eigen geweten, Rom. 2:15, of ook door de satan, Openb. 12:10.
rechtvaardig maakt
Dat is, die ons van de zonde en straf der zonde vrijspreekt, en volgens dien de beschuldigingen door Zijne vrijstelling voorkomt.
Hertaald:
rechtvaardig maakt
Dat is: Die ons van de zonde en van de straf op de zonde vrijspreekt, en zo met Zijn vrijspraak de beschuldigingen vóór is.
die verdoemt?
Dat is, die den vloek en de straf der zonde tegen ons zou uitvoeren.
Hertaald:
die verdoemt?
Dat is: wie zou de vloek en de straf van de zonde tegen ons voltrekken?
Die gestorven is;
Namelijk om ons van den vloek en de straf der zonde te bevrijden; Gal. 3:13 .
Hertaald:
Die gestorven is;
Namelijk om ons van de vloek en de straf van de zonde te bevrijden; Gal. 3:13.
opgewekt is,
Namelijk om ons de rechtvaardigheid toe te brengen; Rom. 4:25 .
Hertaald:
opgewekt is,
Namelijk om ons de gerechtigheid toe te brengen; Rom. 4:25.
ter rechter- hand Gods is,
Namelijk om ons van alle vijanden te verlossen, en den Heiligen Geest tot verzekering hiervan te geven; Joh. 16:7 ; Hand. 2:33 .
Hertaald:
ter rechter- hand Gods is,
Namelijk om ons van alle vijanden te verlossen en de Heilige Geest tot verzekering hiervan te geven; Joh. 16:7; Hand. 2:33.
Die ook voor ons bidt
Namelijk om ons Zijne gerechtigheid door Zijn voorbidden toe te eigenen, Joh. 17:20 ; in deze vier zaken bestaat onze ganse verzoening met God.
Hertaald:
Die ook voor ons bidt
Namelijk om ons Zijn gerechtigheid door Zijn voorbede toe te eigenen, Joh. 17:20. In deze vier zaken bestaat onze hele verzoening met God.
Wie zal ons scheiden
De voorgaande roem is geweest tegen de zonde en straf der zonde; deze is tegen het geweld der vervolgingen en verdrukkingen der wereld en alles wat hun nog zou mogen overkomen.
Hertaald:
Wie zal ons scheiden
De voorgaande roem was gericht tegen de zonde en de straf op de zonde; deze is gericht tegen het geweld van de vervolgingen en verdrukkingen van de wereld en tegen alles wat hun nog zou kunnen overkomen.
van de liefde van Christus?
Namelijk met welken Hij ons liefheeft, gelijk vs.37, 39.
Hertaald:
van de liefde van Christus?
Namelijk de liefde waarmee Hij ons liefheeft, zoals vers 37 en 39.
den gansen dag
Dat is, gedurig, zonder ophouden.
Hertaald:
den gansen dag
Dat is: voortdurend, zonder ophouden.
gedood;
Dat is, ten dood toe vervolgd; of nu de een dan de ander omgebracht.
Hertaald:
gedood;
Dat is: tot de dood toe vervolgd; of: nu eens de een en dan weer de ander omgebracht.
Hem, Die ons liefgehad heeft
Namelijk Christus; of God in Christus. Want beide wordt hier uitgedrukt, het ene vs.35, en het andere vs.39.
Hertaald:
Hem, Die ons liefgehad heeft
Namelijk Christus, of God in Christus. Want beide wordt hier uitgedrukt: het ene in vers 35 en het andere in vers 39.
ik ben verzekerd,
Of, ik ben overreed; namelijk door de belofte des heiligen Evangelies aan alle gelovigen, Joh. 5:24 , en door de getuigenis des Heiligen Geestes in het hart, vs.16.
Hertaald:
ik ben verzekerd,
Of: ik ben overtuigd; namelijk door de belofte van het heilig Evangelie aan alle gelovigen, Joh. 5:24, en door het getuigenis van de Heilige Geest in het hart, vers 16.
engelen,
Namelijk kwade engelen; want de goede zoeken ons van Christus niet te scheiden; tenware men het voor een onmogelijke voorwaarde wilde nemen, gelijk Gal. 1:8-9 .
Hertaald:
engelen,
Namelijk kwade engelen; want de goede proberen ons niet van Christus te scheiden — tenzij men het zou willen opvatten als een onmogelijke voorwaarde, zoals Gal. 1:8-9.
noch overheden,
Sommigen nemen dit ook voor namen van engelen, gelijk Kol. 1:16 , hoewel het hier bekwamelijk van de tirannen en geweldigen dezer wereld kan verstaan worden.
Hertaald:
noch overheden,
Sommigen vatten ook dit op als een naam voor engelen, zoals Kol. 1:16, hoewel het hier heel goed van de tirannen en machthebbers van deze wereld verstaan kan worden.
de liefde Gods,
Namelijk waarmede Hij ons liefheeft, wanneer wij met Christus door het geloof verenigd zijn, gelijk vs.35.
Hertaald:
de liefde Gods,
Namelijk de liefde waarmee Hij ons liefheeft wanneer wij door het geloof met Christus verenigd zijn, zoals vers 35. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!" (Rom. 8:15). Deze Geest getuigt zelf, samen met de geest van de gelovige, dat hij een kind van God is (Rom. 8:16), en aan het kindschap is het erfgenaamschap verbonden: "erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus" (Rom. 8:17). Bijbelse betekenis: Adoptie is een afzonderlijke weldaad naast rechtvaardiging (die de schuld wegneemt) en wedergeboorte (die het leven geeft). Zij geeft de gelovige een nieuwe rechtspositie en een nieuwe naam: niet langer slaaf maar zoon, met de intieme aanspraak "Abba, Vader" die een kind eigen is. Het Aramese Abba, door Paulus zelf onvertaald gelaten en met het Griekse Pater ernaast gezet, benadrukt de vertrouwelijkheid van deze nieuwe verhouding. Typologie: Paulus verbindt de aanneming uitdrukkelijk aan de vleeswording: "wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet" (Gal. 4:4), en het doel: "opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden" (Gal. 4:4-5); Johannes verwondert zich over dezelfde weldaad: "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden" (1 Joh. 3:1). Rom. 8:15-17; Gal. 4:4-5; 1 Joh. 3:1 Na de troostrijke belofte dat alle dingen medewerken ten goede voor wie God liefhebben, "namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn" (Rom. 8:28), tekent Paulus de vaste keten die aan die roeping voorafgaat en erop volgt: "die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen" (Rom. 8:29). De keten zelf staat in het vers erna: "die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt" (Rom. 8:29-30). Elke schakel in de keten wordt genoemd in de voltooid verleden tijd, ook de verheerlijking, die voor de gelovige op aarde nog toekomstig is — zo zeker staat zij vast in Gods raad. Bijbelse betekenis: Deze verzen trekken alle voorgaande, elders al behandelde begrippen samen tot één doorlopende lijn: Verkiezing (Deut. 7), Roeping (Gen. 12), Rechtvaardiging (Luk. 18), en wijst vooruit naar de uiteindelijke Verheerlijking. Geen schakel valt weg tussen de eeuwige raad Gods en de uiteindelijke heerlijkheid van de gelovige — vandaar de bijnaam gouden keten, omdat elke schakel de vorige onlosmakelijk draagt. Typologie: Rom. 8:32 trekt de praktische conclusie: "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?" — de zekerheid van de keten wordt de grond van de troost. Rom. 8:28-30,32 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe Paulus heeft in het vorige hoofdstuk de innerlijke strijd beschreven en geëindigd met een schreeuw: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Hoofdstuk 8 begint met het antwoord. De wet kon niet wat zij eiste, niet door haar eigen gebrek maar door het onze — en wat zij niet kon, deed God door Zijn Zoon te zenden. Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn. De kanttekening merkt op dat de verzen die volgen juist dát bewijzen. Hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was. Let op waar het aan lag. De kanttekening geeft het Grieks: het onmogelijke van de wet — omdat het voor de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen of de mens te rechtvaardigen. En bij krachteloos: onmachtig, namelijk door de verdorvenheid van onze natuur. De wet is dus niet het probleem. Een spiegel is niet stuk omdat men er vuil in ziet. Wat God deed staat er zorgvuldig: Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses. Niet ín zondig vlees, maar in de gelijkheid daarvan — waarachtig mens, en zonder zonde. En: heeft de zonde veroordeeld in het vlees. Het vonnis viel, maar het viel op Hem. Het slot van het hoofdstuk is één lange bemoediging in vragen. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft — daar staat Genesis 22 weer, waar de vader zijn zoon niet onthield. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? En dan het antwoord in vier trappen: Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt. En ten slotte de lijst van alles wat scheiden zou kunnen — dood noch leven, engelen noch overheden, tegenwoordige noch toekomende dingen — met de vaststelling dat geen ervan het kan. In het Nieuwe Testament: Genesis 22:12; Hebreeën 7:25; 2 Korinthe 5:21; Galaten 4:4-5
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Romeinen 8:28 Er zijn momenten waarop een gelovige volkomen zeker is. Hij weet dat… Hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd. Romeinen 8:30 Ik wil je iets kostbaars meegeven. Misschien voel je je arm, misschien leef je met pijn,… Als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen. Romeinen 8:17 De grenzeloze uitgestrektheid van het universum van de Vader behoort Christus toe, want dat is Zijn eeuwig… Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:37 We gaan vaak naar Christus voor vergeving, maar als het gaat… Die ook aan de rechterhand van God is. Romeinen 8:34 Hij, die ooit werd veracht en door mensen werd afgewezen, staat nu op de hoogste plaats: als geliefde… Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel… Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander… En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit. Romeinen 8:27 De… De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Romeinen 8:26 Omdat Gods troon een troon van genade is, worden daar zelfs onze onuitgesproken verlangens begrepen. Als… Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen:… Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:3 Als ik aan iemand denk die echt gelukkig is, zie ik… Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. Romeinen 8:25 Denk eens aan die hoop waar wij naar uitzien, die nog niet… En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Romeinen 8:28 Herinner jij je… Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:33 Het is iets wonderlijks om gerechtvaardigd te worden of om rechtvaardig te… Mede-erfgenamen met Christus Romeinen 8:17 De apostel heeft een eenvoudige maar uitzonderlijk krachtige redeneertrant gebruikt voordat hij dit heerlijke punt bewijst: ‘Mede-erfgenamen met Christus.’ Hij begint zo: ‘Gij hebt… Een preek uitgesproken op zondagmorgen 7 oktober 1860, door C. H. Spurgeon, in Exeter Hall, Strand. Dezelve Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn. En… Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars. Romeinen 8:12 Let erop met welke benaming Paulus de kerk in Rome aanspreekt: ‘Broeders.’ Het was het Evangelie dat hem leerde dit… Het vleselijke denken is vijandschap tegen God. Romeinen 8:7, Engelse vertaling Het is een zeer ernstige aanklacht die de apostel Paulus tegen het vleselijke denken indient. Hij verklaart dat… En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met hem lijden, opdat wij ook met hem verheerlijkt… En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, zijn woord hoorde. Luk. 10:38 Het gezin te Bethanië genoot het hoge voorrecht… Tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons aangenomen heeft in de Geliefde. (Efeze 1:6, EV) Lees verder Romeinen 3:21—4:8. Als ik het goed begrijp,… Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? (Romeinen 8:31) Lees verder Psalm 118:1—14. God is voor ons. Maar, o mijn broeders, het is onmogelijk om de… Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal… Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.' Hebreeën 7:25 Verder lezen: Romeinen… Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor… Wie is het die verdoemt? Christus is het, die gestorven is... Romeinen 8:34a Hier worden door de apostel Paulus twee uitdagende vragen in het strijdperk geworpen. In de eerste plaats… Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. (John 8:36) Lees verder Romeinen 8:12—17. Als je vrij bent, vergeet dan niet dat je van… Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagt hebben, zal ik uit mijn… Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 Hij was voor ons, anders zou Hij nooit Zijn Zoon voor ons overgegeven hebben. Hij was… Ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben." Romeinen 8:23. Maar de eerste vruchten zijn niet de gehele oogst, en de werken van de Geest in ons op… Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 God is voor ons. Maar, o mijn broeders,… Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor… Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?’ Wat een gezegende uitdaging! Wat… En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor… En niet alleen dit, maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf, zeg ik, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk… Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Ben ik een kind van God? Ja? Dan word ik door de… En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem… Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 De Geest van God zou de kinderen Gods altijd willen leiden, maar… Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn. Romeinen 8:1 Kom, mijn ziel, denk daaraan. Als u in Jezus gelooft, bent u… Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Door de Geest Gods geleid worden’ is een opmerkelijke manier van zeggen.… Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 De Heilige Geest leidt Gods kinderen in de heiligheid. Ik zal de… Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Van kinderen nemen we aan dat ze een beetje op hun ouders… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Romeinen 8 vers 28 Elke gelovige heeft… Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt. Romeinen 8:30 Wat is dit een wonderlijke waarheid. Misschien ben jij… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" …mede-erfgenamen van Christus… Romeinen 8:17 De grenzeloze gebieden van het heelal van de Vader zijn van Christus. Hij heeft hier een… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:37 Wij gaan naar Christus… Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. ROMEINEN 8:37 Ben je hulpeloos? Dit is de dag waarop God zal komen… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Welnu broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven. Romeinen 8 vers 12 Omdat wij… Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Wij ook zelf zuchten in ons zelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van onze lichaam. Romeinen 8:23 Dit zuchten is algemeen… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben. Romeinen 8:23 Het tegenwoordig bezit wordt hier uitgedrukt. Op dit ogenblik bezitten… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods. Romeinen 8:33 Gezegende uitdaging! Hoe onaannemelijk is zij! Elke zonde van de uitverkorenen is… Een preek uitgesproken op 17 Juli 1864, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 De waarheid… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Verwachtende de aanneming tot kinderen. Romeinen 8:23 Reeds in deze wereld zijn de heiligen kinderen Gods; maar men kan ze niet… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Die ook ter rechterhand Gods is. Romeinen 8:34 Hij, Die door de mensen veracht en verworpen werd, bekleedt nu de ereplaats… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Zo is er dan nu geen verdoemenis. Romeinen 8:1 Kom mijn ziel, denk daaraan. Door het geloof in Jezus wordt u… U weet dat in onze rechtbanken het vonnis ‘niet schuldig’ betekent dat een gedaagde wordt vrijgesproken en een gevangene onmiddellijk in vrijheid wordt gesteld. Zo is het ook… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Romeinen 8
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Wat der wet onmogelijk was — 8:1-4, 31-39
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Alle dingen werken mee ten goede
Een woord ter bemoediging
Mede-erfgenamen van Christus
Meer dan overwinnaars
De rechterhand van God
Niets kan ons scheiden van de liefde van God
Niets kan ons scheiden van de liefde van God
Het doen van Gods wil
Onze gebeden vertaald
Abba, Vader
Meer dan overwinnaars
Een belofte van hoop
Een droevig verhaal?
God is het Die rechtvaardig maakt
Mede-erfgenamen en hun goddelijke erfenis
De kinderen van God
De christen, een schuldenaar
Het vleselijke denken, vijandschap tegen God
Rom. 8:17 - Erfgenamen Gods
Luk. 10:38 - De liefde thuis
Niets kan mij van Zijn liefde scheiden
God is voor ons
Jezus wil je hele hart
Volkomen zaligheid
De uitdaging van de gelovige
Een uitdaging en een schild
De grote Bevrijder
Ik weet dat mijn Verlosser leeft
Wie zal tegen ons zijn?
De eerstelingen van de Geest
God is voor ons
De grote zaak ligt vast
Vrijgesproken
Door de Geest Gods geleid
Zuchten én zingen
Ga voort als een kind Gods
Met Christus lijden
Vertrouw u toe aan Gods geleide
Vrij van schuld verklaard
Door de Geest Gods geleid
Heiligheid
Kinderen Gods
Alles werkt mee ten goede
Zijn liefde is groter!
Gerechtvaardigd en verheerlijkt
Mede erfgenamen van Christus
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars
Overwinning door Jezus
Wij zijn het vlees niet verplicht naar het vlees te leven
Slechts één betaling vereist
Het zuchten van de gelovige
Maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben
Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods
God is met ons
Verwachtende de aanneming tot kinderen
Die ook ter rechterhand Gods is
Zo is er dan nu geen verdoemenis
De vrijspraak


Romeinen 8
Romeinen 8:1
Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:17→Galaten 3:13→Johannes 3:18→Romeinen 5:1→1 Korinthe 1:30→Filippenzen 3:9→Johannes 5:24→Romeinen 8:34→— Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Sommigen spreken erover “uit het zevende hoofdstuk te komen, in het achtste.” Maar wie heeft hier een achtste hoofdstuk van gemaakt? De Heilige Geest zeker niet. Er zijn geen hoofdstukken in de brief zoals hij Paulus inspireerde te schrijven; het geheel loopt zonder onderbreking door: “zo is er dan nu geen verdoemenis” — te midden van worstelen, strijden, kampen.
Wij zijn allen van nature onder de verdoemenis van God. Wij zijn niet slechts vatbaar voor veroordeling, wij zijn reeds veroordeeld; en om de zonde staat er in Gods boek een oordeel opgetekend tegen ieder van ons, in onze gevallen staat beschouwd. Maar zijn wij “in Christus Jezus,” zijn wij deelgenoten van Jezus gemaakt, hebben wij ons verborgen in de kloof van de Rotssteen, Christus, en is ons vertrouwen alleen op Hem, dan geldt de kostbare gedachte: “er is dan nu geen verdoemenis” voor ons. Zij is uitgewist. Het oude vonnis dat tegen ons opgetekend stond, is nu doorgehaald; en in Gods gedenkboek staat geen enkele veroordelende lettergreep, geen enkel woord van toorn geschreven tegen enige gelovige in Christus Jezus. Heerlijke vrijheid van veroordeling! Hoe kan ik weten of ik zo vrijgemaakt ben? Dat is de vraag die in ieders hart moet opkomen. Het antwoord luidt: “die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Naar welke van deze twee wandelt u? Volgt u het vlees? Zoekt u uzelf te believen, uw lichaam te verwennen, uw begeerten te bevredigen, uw eigen neigingen te voldoen? Zo ja, dan bent u niet in Christus Jezus; want wie in Christus Jezus zijn, wandelen niet naar het vlees, maar naar de Geest, en ieder van u die vleselijk is, is niet in Christus, maar staat nog onder veroordeling.
“Geen verdoemenis” — dat is de eerste toon van het hoofdstuk. In het laatste vers is het “geen scheiding.” Wat een heerlijke muziek klinkt hier — geen veroordeling voor wie in Christus zijn, geen scheiding van hen van Christus! Gelukkig zijn zij die deel hebben aan deze dubbele zegen. Er is veel beschuldiging, en nog veel meer verdrukking, maar er is geen veroordeling, geen zweem ervan. Er is geen verdoemenis voor hen; die is weg, en voor altijd weg. Niet alleen een deel ervan is weggenomen, maar het geheel ervan is weg. Dit is hun wettelijke status voor God: in Christus Jezus, zonder veroordeling. En dit is hun karakter: hun dagelijkse wandel is naar hun nieuwe geestelijke natuur, en naar de leiding van de Heilige Geest. Niet naar hun vleselijke natuur, en de leiding van zichzelf en de satan.
Een van de zoetste woorden van dat vers is dat kleine woordje “nu.” Er is dan nu geen verdoemenis — op dit ogenblik. Wandelend onder de macht van de Geest van God in Christus Jezus, is er dan nu geen verdoemenis voor gelovigen. Het is ook een logisch gevolg van iets dat eraan voorafgaat. Wij zijn niet vrijgesproken van de zonde los van de waarheid, maar er staat een grote waarheid achter, die het noodzakelijk maakt.
Merk op dat Paulus schrijft “er is dan,” want hij spreekt een waarheid uit die gegrond is op een vast betoog. Onze voorvaderen lazen dit vers als: “er is dan nu geen verdoemenis.” Een van de martelaren, gebracht voor een pauselijke bisschop, kreeg te horen: “Sterft u in uw ketterij, dan zult u verdoemd worden.” “Dat zal ik nooit worden,” antwoordde de goede man, “er is dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.” Hij had juist de geest van de tekst gevonden, want er is niets dat de mens die in Christus Jezus is, kan veroordelen.
Dit is het onderscheidende kenmerk van een mens in Christus Jezus. Hij laat het vlees hem niet regeren, maar de Geest. De geestelijke natuur is naar voren gekomen, en het vlees moet naar achteren wijken. De Geest van de levende God is in hem binnengegaan, en de heersende kracht van zijn leven geworden. Hij wandelt niet naar het vlees, maar naar de Geest.
Sommige eenvoudigen hebben gezegd dat Paulus geen bekeerd man was, toen hij de slotverzen van het zevende hoofdstuk schreef. Ik durf te beweren dat niemand, behalve een gevorderde christen die de hoogste graad van heiligmaking geniet, dat ooit had kunnen schrijven. Het is geen mens die dood is in de zonde, die zichzelf “ellendig” noemt, omdat hij zonde in zich vindt; het is een mens, rein gemaakt door Gods genade. Juist om die reinheid voelt hij de betrekkelijk kleinere kracht van de zonde méér, dan hij zou gedaan hebben toen hij minder genade en meer zonde had. Ik geloof: hoe dichter wij de volstrekte volmaaktheid naderen, hoe geschikter voor de poorten van de hemel. Hoe verfoeilijker zal de zonde ons dan worden, en hoe meer strijd zal er in onze ziel zijn om de laatste vonk van zonde uit te treden. Loof God, geliefden: voelt u een strijd, loof Hem, en bid Hem dat die nog hardnekkiger moge woeden, want dat zal u een bewijs zijn dat u werkelijk buiten alle veroordeling staat, omdat u strijdt tegen het kwaad.
“Geen verdoemenis”: dat is het begin van het hoofdstuk. “Geen scheiding”: dat is het einde van het hoofdstuk. En alles daartussen is vol genade en waarheid. Wat een feestmaal heeft dit hoofdstuk vaak gebleken te zijn voor de zielen van Gods hongerige dienstknechten! Moge het nu ook zo zijn, terwijl wij het lezen. Geen veroordeling, zelfs nu. Veel twijfels, maar geen veroordeling. Veel kastijdingen, maar geen veroordeling. Zelfs schijnbare fronsen van het aangezicht van de Vader, maar geen veroordeling. En dit is geen kale bewering, maar een gevolgtrekking uit krachtige argumenten.
Romeinen 8:2
KruisverwijzingenRomeinen 6:18→Romeinen 6:14→Johannes 8:36→2 Korinthe 3:6→2 Korinthe 3:17→1 Korinthe 15:45→Johannes 8:32→Romeinen 8:10→— Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
“Heeft mij vrijgemaakt” — dat is het eigenlijke “ik” waarover hij kort tevoren schreef, de ware mens zelf. “De wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.” Ik heb haar boeien verbroken, ik ben een vrij man. Strijdend tegen haar overheersing, ben ik aan haar juk ontkomen, en ik zal de zonde nog onder mijn voeten treden, en God zal de satan zelf spoedig onder mijn voeten verpletteren.
Ik ben aan haar slavernij ontsnapt. De nieuwe wet, de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus, de wet van de genade, heeft mij vrijgemaakt van de heerschappij van de wet van de zonde en van de dood. Gelukkig is de vrije man die zo door Gods genade bevrijd is.
Zij kan mij niet langer regeren; en zij kan mij nu niet veroordelen. Ik ben ervan vrij, want ik sta nu onder de nieuwe en hogere wet van de Geest van het leven in Christus Jezus. Zonde en dood kunnen mij niet regeren, kunnen mij niet veroordelen, kunnen mij niet verderven. Een andere wet is binnengekomen. De Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij in een ander koninkrijk gebracht, waarin ik niet meer geraakt kan worden door de wet van de zonde en van de dood, zodat zij mij zou kunnen veroordelen.
En niets anders kan dat. Elk mens is van nature in slavernij aan wat Paulus beschrijft als “de wet der zonde en des doods.” Er is een wet in onze natuur, zo machtig, dat zelfs wanneer wij het goede zouden willen doen, het kwade bij ons aanwezig is. Wij kunnen aan die wet niet ontkomen, tenzij door een andere in te voeren, namelijk de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus. Ik ben niet haar slaaf; ik ben haar vijand; ik ben ervan vrij, ertegen strijdend, worstelend als een vrij man tegen wie hem in gevangenschap zou willen brengen. Maar ook al voel ik mij soms als een gevangene, ik weet dat ik het niet ben, ik ben vrij.
Romeinen 8:3-4
KruisverwijzingenHandelingen 13:39→2 Korinthe 5:21→Hebreeën 10:14→Hebreeën 7:18→Filippenzen 2:7→Hebreeën 10:1→Johannes 1:14→Galaten 5:16→— Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Dat heeft Hij hoogst doeltreffend gedaan. Wat de wet niet kon doen, heeft God door Zijn genade gedaan: door een offerande voor de zonde, zoals de kanttekening het weergeeft. Onwedergeboren mensen, die blijven in de staat waarin zij geboren zijn, die hun lagere natuur laten overheersen: “die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is.” Dat is alles waar zij zich om bekommeren, alles waaraan zij denken, alles waarvoor zij zwoegen, alles wat zij werkelijk bedenken.
Zijn er mensen op aarde die de wet van God wél houden, dan zijn zij juist degenen die niet hopen daardoor behouden te worden. Zij hebben door het geloof gerechtigheid in Christus gevonden, en worden nu door liefde en dankbaarheid onder de macht gesteld van de wet van het geestelijke leven in Christus. Zo leven zij, door Gods genade, dat zij de heiligheid van de wet in hun leven openbaren.
De wet van God was een goede wet, rechtvaardig en heilig. Zij was zwak, niet in zichzelf — want, waarlijk, kon gerechtigheid door enige wet komen, dan zou het door de wet van God zijn — maar zij was zwak door ons vlees. Wij konden haar niet houden. Wij konden de voorwaarden voor het leven, daaronder vastgesteld, niet vervullen. Daarom heeft God nu voor ons gedaan, wat de wet niet kon doen. Hij heeft een weg gevonden om ons rechtvaardig te maken door de gerechtigheid van Zijn eigen dierbare Zoon, Die Hij gezonden heeft in de gelijkheid van het zondige vlees. Hij heeft een weg gevonden om de zonde te veroordelen, zonder ons te veroordelen. Hij veroordeelde de zonde in het vlees, maar wij ontkwamen. En Hij heeft een weg gevonden om ons praktisch rechtvaardig te maken, door de overvloed van Zijn genade, die ons in staat stelt niet langer naar het vlees te wandelen, maar naar de Geest. God zij daarvoor geloofd, want toen wij Zijn wet gebroken hadden, had Hij ons rechtvaardig aan de gevolgen kunnen overlaten. Maar Hij is terzijde getreden: Hij is verder gegaan dan alles wat van Hem verwacht had kunnen worden, en heeft een wet ingevoerd waardoor een geneesmiddel wordt toegepast op al onze kwalen. Ere zij Zijn Naam!
De wet heeft nooit iemand heilig gemaakt, en zal dat ook nooit doen. De wet zegt tot een mens dat hij dit moet doen, en dat hij veroordeeld zal worden als hij het niet doet. Dat is volkomen waar, maar de wet verschaft geen kracht om dit te kunnen doen. Zij zegt tot de kreupele: “u moet lopen,” en tot de blinde: “u moet zien” — maar zij stelt hen niet in staat te lopen of te zien. Integendeel, onze natuur is zo, dat, wanneer de wet haar geboden uitvaardigt, er meteen een neiging in ons is om ze te overtreden. Er zijn zonden die wij nooit gedacht zouden hebben te bedrijven, hadden wij niet het gebod gekregen ze niet te doen. Zo is de wet, niet vanwege haar eigen aard, maar vanwege de boosheid van onze natuur, zwak en ondoeltreffend om gerechtigheid voort te brengen. Maar de Heere Jezus Christus is gekomen, heeft geleefd, en is gestorven — gestorven voor ons, Zijn volk, en heeft onze zonden weggedaan. Nu hebben wij Hem lief. Verlost van alle veroordeling, hebben wij Hem lief Die ons verlost heeft. Dit wordt de smidse waarin wij tot heiligheid geneigd worden, en steeds verder geleid, niet slechts in zedelijkheid, maar in heiligheid voor God. Wat een gezegend stelsel is dit, dat de zondaar redt van de liefde tot de zonde, een mens bevrijdt van het zondigen, hem een nieuwe natuur geeft, en een rechte geest in zijn binnenste legt!
Dit is onze overwinning: laat het vlees begeren zoveel het wil, wij wandelen er niet naar; wij worden door Gods genade bewaard, zodat de neiging en de richting van ons leven naar de regel van de Geest van God is.
Wat een gezegende zaak is het, vrijelijk te wandelen, niet naar het vlees, maar naar de Geest, ook al is er, al die tijd, in de ziel deze strijd die de apostel beschreven heeft! Merk opnieuw op, hoe Paulus ons hiertoe brengt als het grote bewijs dat wij in Christus Jezus zijn — het niet wandelen naar het vlees. Elk mens die geboren wordt in de wereld, aan zichzelf overgelaten, wandelt naar het vlees. Alleen de mens die de Geest van God in zijn ziel gekregen heeft, die de hemelse gave van boven ontvangen heeft, zal naar de Geest wandelen. Het is niet het spreken naar het vlees, maar het wandelen ernaar, dat ons veroordeelt. En het is niet het spreken naar de Geest dat ons zal redden. Het is het wandelen naar de Geest dat het bewijs van de zaligheid is — niet spreken, maar wandelen. “Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Zaait u naar het vlees, dan zult u van het vlees verderfenis maaien; maar zaait u naar de Geest, dan zult u van de Geest het eeuwige leven maaien.
Romeinen 8:5-7
KruisverwijzingenGalaten 5:19→Johannes 3:6→1 Korinthe 2:14→Galaten 6:8→Filippenzen 3:18→Kolossenzen 3:1→Romeinen 8:13→Markus 8:33→— Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is. Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede; Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
Dat gemoed, waarmee wij allen geboren worden, is vijandschap tegen God. Hoe verfijnd of beschaafd een mens ook mag zijn, hoe beminnelijk of hoffelijk, hoe hij ook mag uitblinken onder zijn medeschepselen — heeft hij geen nieuw hart en een rechte geest gehad, dan is hij vijandschap tegen God. Hij kan de hemel niet binnengaan, voordat er een goddelijke verandering in hem gewerkt is. Sommigen van u menen, omdat u zich nooit aan enige ondeugd schuldig gemaakt hebt, omdat u zich niet aan enige grote overtreding overgegeven hebt, dat u daarom het werk van wedergeboorte in uw hart niet nodig hebt. U vergist zich, als u onder die begoocheling blijft tot de laatste grote dag. Het bedenken van het vlees is de dood, ook al is dat vleselijke gemoed gehuld in zijden en satijnen gewaden; het bedenken van het vlees is de dood, ook al is het witgekalkt zodat het op een geestelijk gemoed lijkt. Het bedenken van het vlees zal ten laatste niets dan verdoemenis voor u zijn. “Het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede. Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God.”
Wie een nieuw leven hebben, verwekt door de Heilige Geest, bedenken de dingen van de Geest. Elke natuur zoekt haar eigen zaken — het vlees zoekt de dingen van het vlees, de geest zoekt de dingen van de Geest. Oordeel zelf, mijn hoorders, aan de hand van deze toets, tot welke soort u behoort: waarvoor leeft u? Waarvoor u leeft, is de ware index van uw natuur. Zij bekommeren zich om niets anders: zij zijn tevreden, zolang hun begeerten bevredigd worden. Zij zijn van deze wereld, en de dingen van deze wereld vervullen hen tot de rand. Geestelijke vreugden, geestelijke hoop, geestelijke bezigheden — die behoren alleen aan wie geestelijk zijn. Zij leven om te eten en te drinken. Zij leven voor eigen verheffing. Zij leven alleen voor de wereld en haar genoegens. Dat is naar hun aard. Alles handelt naar zijn aard. De wolf verslindt; het schaap weidt geduldig.
Vlees zorgt voor vlees. De mens die geheel lichaam is, zorgt alleen voor het lichaam. De mens, wiens gemoed onder de heerschappij van zijn lichaam staat, bedenkt de dingen van het vlees. Maar wanneer een mens zorgt voor zijn onsterfelijke geest, en leeft voor goddelijke en geestelijke dingen, heeft hij het leven bereikt dat werkelijk leven is.
Alles naar zijn aard. Water zal stijgen tot de hoogte van zijn bron, maar niet vanzelf hoger vloeien. Het grote punt is dus, onder de heerschappij van de Heilige Geest gebracht te worden, en van die nieuwe natuur die het kind van de Geest is. Dan trachten wij op te stijgen tot onze bron, en wij stijgen veel hoger dan de menselijke natuur ooit kan, met welke kracht dan ook. De nieuwe natuur kan doen wat de oude natuur niet kan doen.
Wat een dood is het voor ons, wanneer het vlees ooit de overhand krijgt! En had het de overhand in ons, dan zouden wij weten dat wij nog in de dood waren. Maar wat een blijdschap, wat een leven, wat een vrede is het, de Geest in ons te laten heersen, zodat wij geestelijk gezind zijn. God geve ons dit ten volle!
De oude natuur zal nooit de wet van God gehoorzamen; zij kan het ook nooit. Wat moet er dan mee gedaan worden? Haar verbeteren? Nee, broeders, het enige wat ermee gedaan kan worden, is haar te laten sterven, en haar dan te begraven. In de doop hebt u een veelzeggend symbool van wat met het vlees gedaan moet worden: u moet het als een dood ding behandelen, en het dus begraven. Laat het oude leven met Christus gekruisigd en gedood worden, en laat het nieuwe leven zijn plaats innemen.
Zij is zo diep verdorven, zo grondig bedorven, dat, zolang het vleselijke gemoed bestaat, het in opstand zal zijn tegen God. “Gij moet wederom geboren worden,” want wat uit het vlees geboren is, is vlees, en alleen wat uit de Geest geboren is, is geest. Worden wij niet vernieuwd door de Geest van God, dan zullen wij nooit onderworpen zijn aan de wet van God; wij kunnen het ook niet.
Zolang een mens alleen leeft voor deze tegenwoordige boze wereld, voor zichzelf leeft, onder de heerschappij van het vlees leeft, kan hij God niet werkelijk kennen, of Hem waarlijk dienen. Zo’n gemoed “onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
Voor de dood is het vlees uiteindelijk bestemd; na de dood, tot verderving. Leven wij naar die vleselijke manier, dan zal dit het einde van ons leven zijn: de dood. Maar de geest zal nooit sterven, en de geest heeft in zich wat hem volmaakte vrede zal geven. Het vlees moet sterven. Zijn neiging is verderving; maar de geest sterft nooit. Zijn neiging, zijn instinct, is groei, vooruitgang, onsterfelijkheid.
Romeinen 8:7-8
Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:14→Jakobus 4:4→1 Johannes 2:15→Efeze 4:18→Johannes 3:5→Hebreeën 11:5→2 Timotheüs 3:4→Romeinen 7:22→— Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
Wie nooit wedergeboren zijn, zodat zij “in den Geest” zijn, blijven precies zoals zij geboren zijn, “in het vlees,” zodat zij God niet kunnen behagen. Doen zij wat zij ook mogen, er is een wezenlijke onreinheid in hun natuur, zodat zij God niet welbehaaglijk kunnen zijn. Wij moeten wederom geboren worden, wij moeten geestelijk worden door de wedergeboorte, gewerkt door de Heilige Geest, of het is voor ons onmogelijk God te behagen. U die uw best doet God te behagen, buiten de wedergeboorte en buiten Christus om, zie hoe deze ijzeren balk op uw weg gelegd is: die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Ga dan tot Hem, en vraag Hem u van Zijn Geest te geven, opdat u geestelijk mag worden, en niet langer vleselijk.
Wij moeten dus wederom geboren worden. Het heeft geen zin het vlees te verbeteren. Het wegnemen van de vuilheid van het vlees was de oude wet; maar het begraven van het vlees, dat is de nieuwe. Het onderdompelen ervan in de dood van Christus is juist het teken van het nieuwe verbond. Om ten volle de kracht te kennen van het leven van God tot de dood van het vlees!
Romeinen 8:8-9
KruisverwijzingenGalaten 4:6→1 Korinthe 3:16→2 Timotheüs 1:14→Johannes 14:17→1 Korinthe 6:19→Efeze 1:13→Romeinen 8:11→Romeinen 8:2→— En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
Geen mens “in het vlees” kan God behagen. Wat een zwaard is dit — een scherp tweesnijdend zwaard tegen velen van u, mijn vrienden! Sommigen van u, die trouw naar dit huis van gebed komen, en anderen van u, die ’s avonds hier binnen dwalen, u bent “in het vlees,” en u kunt God niet behagen. Misschien hebt u dat geprobeerd. U hebt gezegd: “ik zal trouw naar het huis des gebeds gaan.” Zo kunt u God niet behagen, zolang u in het vlees bent. U kunt zo zedig zijn als u wilt, en wij bidden u dat ook te zijn. Maar hebt u niet de Geest van God, en bent u niet werkelijk in het hart veranderd en tot nieuwe schepselen gemaakt in Christus Jezus, dan kan alles wat u doet, zolang u in het vlees bent, God niet behagen. Deugden, bij onwedergeboren mensen, zijn niets dan witgekalkte zonden. De beste prestatie van een onveranderd karakter is waardeloos in Gods oog. Zij mist de stempel van genade; en wat de stempel van genade niet draagt, is vals geld.
Sommigen wassen deze oude natuur, kleden haar, versieren haar, onderwijzen haar, maar er is geen ontwikkeling die genade uit de natuur kan voortbrengen. Het kind van de natuur mag prachtig gekleed zijn, maar het is een dood kind, hoe bont het ook uitgedost is. Er is een wezenlijk, eeuwig verschil tussen de oude en de nieuwe natuur.
Christus erkent niemand die niet door Zijn Geest bewoond wordt. Zij mogen de christelijke naam dragen; zij mogen enkele daden verrichten die op christelijke daden lijken; maar dit alles baat niets. U moet de Geest van God in u hebben, of anders bent u niets van Hem. “Voorwaar,” zegt Christus, “Ik heb u nooit gekend.” “Maar Heere, wij hebben met U gegeten en gedronken, U hebt op onze straten geleerd.” Maar Hij zegt: “Ik heb u nooit gekend.” Zij zijn niets van Hem.
Ook al woont Christus in een mens, dan mag hij toch niet menen dat hij vrij zal zijn van lijden, pijn en ziekte. Want het lichaam is nog niet opgestaan uit de doden, en voelt nog niet het volle gevolg van de wedergeboorte. De ziel is opgestaan uit de dood door de wedergeboorte, en is daarom “leven om der gerechtigheid wil”; en het lichaam zal, te zijner tijd, ook delen in de kracht van Christus’ Geest. De dag komt nader, wanneer wij verlost zullen worden “van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de heerlijke vrijheid der kinderen Gods.”
Romeinen 8:9-11
KruisverwijzingenGalaten 4:6→Romeinen 8:9→1 Korinthe 3:16→2 Timotheüs 1:14→Johannes 14:17→1 Korinthe 6:19→Efeze 3:17→Efeze 1:13→— Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil. En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.
O geliefden, wij hebben elk nodig onszelf op deze weegschaal te plaatsen! Kom, prediker, wees niet te zeker van uw eigen zaligheid. Kom, gemeentelid, wees niet te zeker van uw eigen wedergeboorte. Kom, christen, plaats uzelf op deze weegschaal: “zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Heeft hij niet werkelijk de Heilige Geest, in hem wonend, hem leidend, onderrichtend, vertroostend, ondersteunend, dan behoort hij Christus niet toe. En vertonen wij de Geest van Christus niet in ons karakter — hebben wij geen zachtmoedigheid, reinheid, heiligheid, welwillendheid — dan behoren wij Christus niet toe.
U heilige van Rome, aan wie Paulus schreef, en u die nu in Christus gelooft: “doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont.” Heeft de Geest van Christus u niet levend gemaakt, dan behoort u Christus niet toe. Sommige predikanten prediken een heel algemeen soort evangelie, waarin iedereen deelt; maar de Bijbel kent zo’n evangelie niet. “Zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Weet u wat het is de Geest van Christus te hebben? Zo niet, mijn hoorder, bedrieg uzelf niet: u behoort Hem niet toe.
Het maakt niet uit hoe hij zichzelf noemt; hij mag een prediker zijn, hij mag een bisschop zijn. Maar heeft hij de Geest van Christus niet, dan behoort hij Hem niet toe. En heeft hij de Geest van Christus wél, al is hij de meest onbeduidende persoon op aarde, dan behoort hij Christus toe.
Och, dit is een zeer wonderlijk feit, dat de Geest van God in ons zou wonen. Ik heb u vaak gezegd dat ik niet weet welk van twee mysteries ik het meest moet bewonderen: God vleesgeworden in Christus, of de Heilige Geest wonend in de mens; het zijn beide wonderbare dingen, wonderen boven wonderen.
Daarom hebben wij pijnen en kwalen en zwakheden, omdat het lichaam dood is. Dat wil zeggen: het is gedoemd te sterven, het moet sterven. Het moet verderving zien, tenzij de Heere kome, en zelfs dan moet het een wonderlijke verandering ondergaan. Zo beschouwen wij ons lichaam als dood. Geen wonder dan, dat al die pijnen en kwalen en lichamelijke moeiten over ons komen. De dag zal echter komen, wanneer zelfs het lichaam verlost zal worden van de macht van de dood; ondertussen, geloofd zij God, is de geest leven om de gerechtigheid.
De wedergeboorte van het lichaam, om zo te zeggen, wordt niet in dit leven volbracht; de opstanding staat daarmee gelijk. Het lichaam is nog onder de oude wet van de dood, en zo hebben wij pijn en zwakheid, en sterven wij; maar de geest, hoe triomfeert hij, zelfs te midden van pijn en zwakheid! De geest is leven, om de gerechtigheid. Die zal niet sterven.
Daarom lijdt het lichaam, is het lichaam ziek, vergaat het lichaam, staat het lichaam onder de heerschappij van de dood, om de zonde; maar de Geest is vol leven om de gerechtigheid. Gods genade heeft dat lichaam niet veranderd; het blijft aarde, stof, wormenspijs, en het moet sterven, tenzij Christus komt, en het door Zijn komst verandert. “Het lichaam is dood om der zonden wil”; en vandaar die pijnen en kwalen, die zwaarmoedigheid, die vermoeidheid, dat verval, die zwakheden van ouderdom, die wij ervaren, zolang wij dit lichaam van de dood met ons meedragen.
Er is een levende kracht in ons, die triomfeert over dit stervende, vergaande lichaam. Zo verblijden wij ons, ondanks al onze verdrukkingen, beproevingen en neerslachtigheden. Daarom lijdt het ziekte en pijn, want de ziel is wedergeboren, maar niet het lichaam. Als ik het zo mag zeggen, de wedergeboorte van het lichaam gebeurt bij de opstanding. Dan zal het zijn volle deel ontvangen van het gezegende werk van Christus. “Het lichaam is dood om der zonden wil.”
Er is dus een volledige verlossing voorzien voor lichaam, ziel en geest. Zoals Mozes tot Farao zei, toen hij ermee instemde het volk Israël te laten gaan, maar zei dat zij hun kudden achter moesten laten: “geen hoef zal achtergelaten worden” — zo zal geen enkel deel van onze werkelijke mensheid onder de slavernij van zonde en dood achtergelaten worden. De ziel is reeds vrijgemaakt, en het lichaam zal het worden, door de Geest die in u woont.
Romeinen 8:11
KruisverwijzingenRomeinen 8:9→2 Korinthe 4:11→Romeinen 8:2→2 Korinthe 4:14→Johannes 5:21→1 Korinthe 15:20→Efeze 2:5→Handelingen 2:24→— En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.
Gelovigen, u mag goede hoop koesteren omtrent uw lichamen: “Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, zal ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.” Wacht dus een tijdje: wat God voor uw ziel gedaan heeft, zal Hij te zijner tijd ook voor uw lichaam doen. Dit moet u doen verlangen naar de dag van Christus’ verschijning, zoals Paulus verderop in dit hoofdstuk zegt: “wachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam” — wanneer Christus verschijnt, en wij opgewekt worden, het lichaam zelf een tweede maal geboren, wedergeboren zoals de ziel.
Er komt een bevrijding, zelfs voor dit arme vlees, een verheerlijking voor dit vlees in Christus. De zegen van het leven komt ook tot het lichaam; het zal eens onsterfelijk zijn, verlost van alle zwakheden en smarten die de zonde en de dood eraan gebracht hebben.
Zo komt er een tijd, dat uw lichaam de aanneming zal ervaren, namelijk de verlossing van het lichaam. Hij zegt niet dat Hij u een nieuw lichaam zal geven. Geloof deze moderne leer niet. Maar Hij zal uw sterfelijke lichaam levend maken; dat wil zeggen, hetzelfde lichaam, dat nu aan de dood onderworpen, en dus sterfelijk is, zal bij de opstanding levend gemaakt worden.
Wij hebben op dit ogenblik niets goeds uit het vlees gehaald, want het is nog niet verlost van de dienstbaarheid van de verderfenis, al zal het verlost worden.
Romeinen 8:12-13
Kruisverwijzingen1 Korinthe 9:27→Galaten 5:24→Galaten 6:8→Romeinen 6:2→1 Petrus 2:11→Titus 2:12→Romeinen 8:4→Kolossenzen 3:5→— Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
Wij zijn het vlees niets schuldig; ik bedoel de wet van de zonde in onze leden — daaraan zijn wij niets schuldig. Zij is voor ons een vloek en een plaag geweest; wij zijn geen schuldenaars aan het vlees, dus mogen wij niet naar het vlees leven. Wat zijn wij het vlees schuldig? Niets, zeker niet. Geef het een fatsoenlijke begrafenis. Laat het met Christus begraven worden in de doop. Laat de Geest van God komen en het vernieuwen. Maar wij zijn het niets schuldig, en wij zijn er geen schuldenaars van.
Leeft u eenvoudig om uw eerzucht te bevredigen, leeft u voor gewin, leeft u om uzelf te believen, leeft u voor enig aards doel dat onder de term “naar het vlees” valt, dan zult u zeker teleurgesteld worden, want u zult sterven, en uw hoop zal met u sterven. Zoekt u, door de kracht van de Heilige Geest, de zonde te doden, tracht u alle zondige begeerten te verpletteren, houdt u het kwaad aan een touw om de hals, doodt u het — dan zult u leven. Heiligheid is de weg van de christen tot leven; zonde is de weg van de zondaar tot de dood.
Zal een stervend lichaam dan mijn meester zijn? Zal de begeerte naar eten en drinken, of wat er verder uit het vlees voortkomt, over mijn geest heersen? Dat zij verre! Laat de dood ten dode gaan, en het vlees is dat; maar de nieuw gegeven Geest van God, de Geest Die ons met onsterfelijk leven levend gemaakt heeft, zal in ons heersen en regeren, voor altijd.
Romeinen 8:13-14
KruisverwijzingenGalaten 5:18→Galaten 3:26→Psalmen 143:10→Jesaja 48:16→2 Korinthe 6:18→1 Korinthe 9:27→Galaten 5:24→Galaten 6:8→— Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven. Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
O, welke hoge waardigheid en gezegend voorrecht! Zodra wij aan de heerschappij van het vlees ontkomen, en ons door de Geest van God laten leiden, en zo geestelijke mensen worden, hebben wij het bewijs dat wij kinderen Gods zijn, want “God is een Geest,” dus moeten Zijn kinderen geestelijk zijn.
Zovelen als door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods, en niemand anders. Dat is het wezenlijke voor het kindschap: dat wij de Geest van God in ons hebben.
Romeinen 8:14
KruisverwijzingenGalaten 5:18→Galaten 3:26→Psalmen 143:10→Jesaja 48:16→2 Korinthe 6:18→Galaten 5:22→Openbaring 21:7→Johannes 1:12→— Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
Er mogen vele zwakheden en gebreken bij hen zijn, maar volgen zij de goddelijke leiding van de Geest van God, dan zijn zij kinderen Gods. God heeft geen dood kind; heeft er nooit een gehad. God is niet de God van de doden, maar van de levenden.
U kunt uzelf, dierbare vriend, aan deze toets beproeven. Volgt u de leiding van de Geest? Verlangt u voortdurend dat Hij uw hoogste Gids en Leidsman zal zijn? Wordt u geleid door de Geest van God, dan hebt u dit hoogste van alle voorrechten: u bent een van de kinderen Gods. Niets kan die eer evenaren; een kind van God te zijn is meer dan alles waarop goddeloze koningen en keizers zich kunnen beroemen, met heel hun praal en rijkdom.
Niet zij die zeggen dat zij kinderen Gods zijn, maar zij die het ontwijfelbaar bewijzen, doordat zij door de Geest van God geleid, beïnvloed, zachtjes geleid worden. Leiden veronderstelt volgen; en wie in staat gesteld zijn de leiding van de Goddelijke Geest te volgen, zijn allerzekerst kinderen van God, want de Heere leidt altijd Zijn eigen kinderen. Volgt u dus de leiding van Gods Geest, dan hebt u een van de bewijzen van het kindschap.
Romeinen 8:15
Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:12→Hebreeën 2:15→2 Timotheüs 1:7→Efeze 1:5→Galaten 4:5→Romeinen 8:16→1 Johannes 4:18→Markus 14:36→— Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
Wij hebben die eens gehad, en zij had een tijdlang een goede uitwerking op ons; toen wij onder de wet waren, voelden wij ons in slavernij, en dat dreef ons tot Christus om vrijheid.
O gezegende, gezegende gemoedstoestand, te voelen dat wij nu in het gezin van God geboren zijn, en dat het kostbare woord dat geen slaaf ooit mocht uitspreken, nu door ons uitgesproken mag worden: “Abba”! Het is een kinderwoord, zoals een klein kind uitspreekt wanneer het voor het eerst zijn mond opent om te spreken, en het luidt hetzelfde voor- en achterstevoren: AB-BA. Om zo’n kinderlijke geest te hebben, dat ik, in welke gemoedstoestand ik ook verkeer, altijd nog kan zeggen, zelfs met de klanken van geestelijke kindsheid: “Abba, Vader”!
Is dit waar van u? “Gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.” Dierbare vrienden, hoort u deze woorden, kunt u erop antwoorden? Zijn zij waar van u?
Eerst liefde, en dan het kindschap; hij stijgt in zijn betoog.
Wij hebben die eens ontvangen, en het was een grote zegen voor ons. Dat kwam van de wet. De wet bracht ons onder slavernij door een besef van zonde, en dat deed ons eerst roepen om vrijheid, en daarna de bevrijdende Zaligmaker aannemen. Maar wij hebben die geest van de dienstbaarheid niet weer ontvangen tot vrees.
Wij hebben eens de geest van de dienstbaarheid ontvangen. Wij voelden dat wij onder de wet waren, en dat de wet ons vervloekte. Wij voelden haar strenge eis, en dat wij eraan niet konden voldoen. Nu is die geest verdwenen, en wij hebben de geest van de vrijheid, de geest van kinderen, de geest van de aanneming. Ik veronderstel dat de apostel, toen hij zo sprak, zoveel van de geest van de aanneming in zijn eigen boezem voelde, dat hij er niet over kon spreken alsof zij alleen anderen toebehoorde. Hij moest het zo insluiten, en daarom zegt hij: “gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.” Hij wilde te kennen geven dat hij ook zelf een deelgenoot van deze gezegende Geest was. En wee de prediker die een aanneming kan preken die hij zelf nooit genoten heeft. Wee ons allen, als wij anderen kunnen onderwijzen over de geest van het kindschap, maar haar nooit in onze eigen ziel voelen roepen: “Abba, Vader.”
De geest van de dienstbaarheid is de geest van dienstknechten, niet van zonen; maar die dienstbaarheid is voor ons geëindigd, die vrijgemaakt zijn in Christus Jezus. Wij zijn niet langer bevreesd om kinderen Gods genoemd te worden. Wij zijn niet bang voor onze eigen Vader; wij hebben een kinderlijke vreze voor Hem, maar die is zo vermengd met liefde, dat er geen kwelling in is. Of wij nu Jood of heiden zijn, wij roepen: “Abba, Vader.”
U hebt die eens ontvangen. U had haar nodig. U was in de zonde, en het was goed voor u, toen de zonde u tot slavernij werd. Het was smartelijk, maar het was heilzaam; maar u hebt de geest van de dienstbaarheid niet weer ontvangen tot vrees.
Roept uw geest vanavond op die manier? Al bent u in het duister, toch, roept u om uw Vader, dan zult u spoedig in het licht zijn. Er is geen reden om verontrust te zijn door enige vorm van twijfel, zolang de Geest deze voortdurende zucht opwekt: “Abba, Vader, toon Uzelf aan mij. Doe met mij wat U wilt. Laat mij Uw liefde proeven. Laat mij tenminste buigen onder Uw hand.”
Romeinen 8:15-16
Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:12→Hebreeën 2:15→2 Timotheüs 1:7→2 Korinthe 1:22→Efeze 1:5→2 Korinthe 5:5→Galaten 4:5→Romeinen 8:16→— Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Dat wil zeggen, wanneer wij de Geest hebben, wanneer wij vernieuwd zijn in de geest van ons gemoed, wanneer wij het gebied van de Geest binnengaan, en de tirannie van het vlees verlaten. Dan getuigt de Geest met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Romeinen 8:16
Kruisverwijzingen2 Korinthe 1:22→2 Korinthe 5:5→1 Johannes 4:13→Efeze 1:13→1 Johannes 5:10→1 Johannes 3:19→Efeze 4:30→2 Korinthe 1:12→— Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Welke betere getuigenis kunnen wij hebben dan die van deze twee getuigen: eerst van onze eigen geest, en dan van de Heilige Geest Zelf, dat wij kinderen Gods zijn? Merk op dat dit niet van iedereen gezegd wordt. De leer van het algemene Vaderschap van God is een leer van het vlees, en niet van de Geest; zij wordt nergens in Gods Woord geleerd. Dit is een Vaderschap dat alleen betrekking heeft op wie geestelijk zijn; wij worden erin geboren door de wedergeboorte, en erin gebracht door een daad van genade in de aanneming. “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods”; dit is een bijzonder voorrecht dat alleen toekomt aan wie geestelijk zijn.
Velen van u belijden kinderen Gods te zijn. Kan uw eigen geest zeggen dat het waar is? En is er, naast de getuigenis van de Geest in u, dat het waar is? Zo niet, tenzij er een getuige is bij ons getuigenis, baat het niets. Onze Heere Jezus Christus zei: “Indien Ik van Mijzelven getuig, Mijn getuigenis is niet waarachtig”; en stelt Hij Zichzelf als het ware op gelijke voet met de rest van de mensheid in dat opzicht, dan kunnen wij niet verwachten dat ons getuigenis op zichzelf iets waard zal zijn. Nee, er moet de Geest Zelf zijn, Die met onze geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn.
Het is eerst een levendmakende Geest, en dan een getuigende Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn. Er zijn dan twee getuigen, en in de mond van deze twee getuigen zal heel de waarheid over onze aanneming vaststaan. Onze eigen geest is zo veranderd, dat hij met God verzoend is, en geleid wordt op wegen die hij vroeger nooit betrad. Die eigen geest getuigt dat wij zonen Gods zijn. En dan getuigt Gods eigen Geest ook, en zo worden wij dubbel zeker.
Het bevestigt de getuigenis van het geweten. Wij voelen dat wij kinderen Gods zijn; en de Geest van God treedt naar voren als een tweede, maar nog grotere en hogere getuige, om de getuigenis te bevestigen dat wij kinderen Gods zijn.
Romeinen 8:17-18
Kruisverwijzingen1 Petrus 4:13→2 Korinthe 4:17→Galaten 4:7→Galaten 3:29→Titus 3:7→Handelingen 20:24→1 Petrus 1:5→Efeze 3:6→— En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Lijden wij nu? Laten wij dan wachten op iets beters dat nog komen moet. Ja, wij lijden, en daarin zijn wij één met heel Gods schepping, want heel de schepping is nu, als het ware, in barensweeën. Er komt iets beters; maar ondertussen is zij verontrust en verward, zuchtend en kermend.
Romeinen 8:17
KruisverwijzingenGalaten 4:7→Galaten 3:29→Titus 3:7→Efeze 3:6→Openbaring 21:7→1 Petrus 1:4→Romeinen 5:17→2 Timotheüs 2:10→— En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
O, dat “indien” — “indien kinderen.” Er zijn er die daar overheen stappen. Zij geloven in een algemeen vaderschap, dat de woorden niet waard is waarin zij het beschrijven. Dit is een geheel ander vaderschap.
O, deze gezegende deelgenootschap, deze gemeenschap: mede-erfgenamen met Christus, deelnemend aan heel de erfenis — zowel de erfenis van het lijden als de erfenis van de heerlijkheid. “Datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.” Er zal een verzenen-vermorzelen zijn voor Christus, evenals voor ons; maar er zal ook een kop-verpletteren van de zonde en de satan zijn, voor Hem en voor ons.
O, wat een opgang is dit, van het zuchten onder: “o, ellendig mens, die ik ben, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” tot dit punt: “opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.”
Zo gaat het niet in menselijke gezinnen. Niet alle kinderen zijn erfgenamen; maar in het gezin van God is het wel zo. Wat een erfenis! God Zelf wordt onze erfenis. Wij zijn erfgenamen van al wat God heeft, en van al wat God is.
Want alle kinderen Gods zijn erfgenamen, en allen evenzeer erfgenamen. De eerstgeboren leden van Gods gezin, zoals Abraham en de overige aartsvaders, zijn niet meer erfgenamen van God dan wij, van deze latere dagen, die nog maar kort geleden tot Christus gekomen zijn. “Indien kinderen, dan ook erfgenamen.” Erfgenamen van wat? Niet alleen erfgenamen van wat God verkiest te geven, maar erfgenamen van Hemzelf. Er hoeft niets anders gezegd te worden, als dit waar is: “de HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel.” “Erfgenamen van God” —
Hebt u ooit in uw hart een verlangen naar de heerlijkheid van God? Voelt u zich terneergedrukt, wanneer u de overvloedige zonde ziet? Staan uw ogen klaar met tranen bij de gedachte aan de ondergang van de goddelozen? Dan hebt u medegevoel met Christus in Zijn lijden, en zult u zeker met Hem een erfgenaam zijn, te zijner tijd, in Zijn heerlijkheid.
Het is met Hem in alles: met Hem in het lijden; met Hem in de heerlijkheid; met Hem in de smaad van de mensen; met Hem in de eer aan de rechterhand van de Vader. Maar ontwijken wij het pad van de vernedering met Hem, dan mogen wij verwachten dat Hij ons zal verloochenen op de dag van Zijn heerlijkheid.
Dit zou niet noodzakelijk waar zijn van een mensengezin, want iemand mag kinderen hebben die niet zijn erfgenamen; maar in Gods gezin worden allen die erin geboren worden, geboren als erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus. Wij moeten ons deel nemen van Christus’ erfdeel — Zijn deel hier, en Zijn deel hierna; de regel voor ons die in Hem zijn, zal zijn: gelijk delen. Hij Zelf heeft gezegd: “waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn”; en al wat Hij heeft, zal Hij met ons delen. Bent u bereid, dierbare broeder, met Christus te delen? Zo niet, dan betwijfel ik of u wel terecht onder Zijn heiligen gerekend kunt worden.
Niet alleen erfgenamen tot God, maar erfgenamen van God. God Zelf is de erfenis van Zijn volk; Hij behoort hun nu toe, als een eeuwige gift.
Wij moeten het ruwe en het gladde, het bittere en het zoete, met Christus delen; en wie zal daar bezwaar tegen maken? Zijn wij erfgenamen met Christus, dan willen wij de erfenis niet in stukken verdelen. Nee! wij nemen het kruis evengoed als de kroon — de smaad evengoed als de eer.
Romeinen 8:18
Kruisverwijzingen1 Petrus 4:13→2 Korinthe 4:17→Handelingen 20:24→1 Petrus 1:5→Mattheüs 5:11→1 Petrus 1:13→Hebreeën 11:25→Kolossenzen 3:4→— Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Heerlijkheid in ons! Denk daar eens over na! U kent de openbaring die in het boek staat; maar hoe groots zal de openbaring zijn die in de mens is! “De heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.” Wij zullen vol van heerlijkheid zijn. En een deel van Gods heerlijkheid, dat anders verborgen had moeten blijven, zal in Zijn volk geopenbaard worden, tot Zijn eigen lof in alle eeuwigheid; maar ook tot onze eigen eeuwige vreugde.
Reken het na, tel het op, en bereken het. Deze lijden, hoe scherp ook, zijn kort, vergeleken met de eeuwige heerlijkheid — onbeduidend, niet waard om in rekening gebracht te worden; als een druppel die in een rivier valt en erin verloren gaat.
“Lichte verdrukking” staat tegenover “een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid.” Tijdelijke verdrukkingen, maar voor een ogenblik, zullen gevolgd worden door eeuwige kronen die niet verwelken. Wat een tegenstelling!
Hij had zojuist het lijden genoemd. Het is te weinig. Het zijn slechts vlekjes in de zon. Zij zijn te klein om gewogen te worden tegenover dat overweldigende eeuwige gewicht van heerlijkheid, dat God voor ons bereid heeft.
Paulus maakte van “het lijden dezes tegenwoordigen tijds” een eenvoudige rekensom, met zorgvuldige berekening. Hij telde alles bij elkaar op, en zag wat de uitkomst was. Hij scheen op het punt te staan een verhoudingssom te stellen, maar liet dat na. Hij zei dat het lijden niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden. Stond het in verhouding van één op duizend? Nee, anders zou het wel te waarderen zijn geweest. Stond het in verhouding van één op tienduizend, of één op een miljoen, of één op een miljoen miljoenen? Ook dan zou het nog te waarderen zijn geweest; maar Paulus zag dat er helemaal geen verhouding tussen beide bestond. Het lijden scheen slechts één druppel te zijn, en de heerlijkheid een grenzeloze oceaan. Die heerlijkheid is nog niet volledig geopenbaard; zij is aan ons geopenbaard, maar nog niet in ons. Wat moeten wij dan ondertussen doen? Wij moeten wachten met geduld, en onze opgelegde last dragen, totdat de tijd komt dat wij ervan verlost worden. Wachten echter met hoop, wachten ook, zoals wij moeten, stil de smarten en weeën dragend die aan zo’n heerlijke geboorte voorafgaan. Daarin staan wij niet alleen, zoals de apostel vervolgens zegt —
Romeinen 8:18-19
Kruisverwijzingen1 Petrus 4:13→2 Korinthe 4:17→Handelingen 20:24→1 Petrus 1:5→2 Petrus 3:11→Maleachi 3:17→Mattheüs 5:11→Jesaja 65:17→— Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
Het is niet slechts dat de Geest het lichaam zal zegenen, maar dat geestelijke mensen heel de schepping zullen zegenen. De stof, die is als het lichaam bewoond door de geesten van de heiligen, zal delen in de gelukzaligheid die Christus gekomen is te brengen.
Romeinen 8:19-22
KruisverwijzingenGenesis 3:17→Genesis 5:29→2 Petrus 3:11→Maleachi 3:17→Jeremia 12:4→Jeremia 12:11→Jesaja 65:17→Openbaring 21:1→— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods. Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Zie hoe zij dikwijls weent in de overvloedige regen die op een kleine zondvloed lijkt. Merk op hoe soms de ingewanden van de schepping zelf gefolterd en verscheurd lijken door pijn en angst, door vulkanen en aardbevingen. Let op de stormen, wervelwinden, orkanen en allerlei rampen die over de aardbol razen, verwoesting achterlatend in hun spoor. De aardbol zelf is gehuld in mist als in windsels, en straalt niet uit zoals haar zustersterren in haar oorspronkelijke glans en pracht. Ook de dierenwereld draagt het juk van de slavernij. Hoe onnodig zwaar hebben mensen dat juk vaak gemaakt!
Wij leven in een wereld die onder een vloek ligt, een wereld die door de zonde van de mens aan de dienstbaarheid onderworpen is. Wat betekent deze kou? Wat betekenen deze mistbanken? Wat betekent het algemene rouwen en zuchten van de lucht, heel de winter door? Wat betekenen de verstoringen, de omwentelingen, de rampen waarvan wij van alle kanten horen? Het is de schepping die zucht, die in barensnood is, die wacht — wacht totdat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal zijn, omdat de vorige dingen voorbijgegaan zullen zijn.
Romeinen 8:19
Kruisverwijzingen2 Petrus 3:11→Maleachi 3:17→Jesaja 65:17→Openbaring 21:1→Romeinen 8:23→1 Johannes 3:2→Filippenzen 1:20→Mattheüs 25:31→— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
Er is iets waarop heel de schepping wacht, en het kan niet komen, voordat Gods kinderen openbaar worden, voordat de heerlijkheid in hen geopenbaard is.
Heel de schepping is, als het ware, op haar tenen aan het uitkijken en wachten op de dag waarop God Zijn zonen, die nu nog verborgen zijn, openbaar zal maken. Te zijner tijd zullen zij tevoorschijn komen, door God erkend, en dan zal heel de schepping zich verblijden.
Zo groot zal de heerlijkheid van Gods kinderen zijn, dat heel de wereld erop wacht. Elk schepsel staat op zijn tenen, uitziend naar de komst van Christus en de openbaring van de verlosten. Wat moet de grootheid zijn van deze zaak, die heel de schepping geleerd heeft te verwachten?
Heel de schepping bevindt zich in een wachtende houding, wachtend op de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden.
Romeinen 8:19-21
KruisverwijzingenGenesis 3:17→Genesis 5:29→2 Petrus 3:11→Maleachi 3:17→Jesaja 65:17→Openbaring 21:1→Romeinen 8:23→1 Johannes 3:2→— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods. Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
Er is zelfs een toekomst voor de stof. Die arme, duistere kluit waarin wij wonen, zal nog verlicht worden met het licht van God. Deze arme lichamen zijn verwant aan het stof van de aarde. Zij blijven nog alsof zij niet verlost waren, onderworpen aan pijn, zwakheid en dood. Toch zullen ook zij nog gebracht worden tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods.
Romeinen 8:20-22
KruisverwijzingenGenesis 3:17→Genesis 5:29→Jeremia 12:4→Jeremia 12:11→2 Petrus 3:13→Genesis 6:13→Romeinen 8:22→Prediker 1:2→— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Heel de wereld verkeert in haar weeën en barensnood. Er kan nooit een volledige verlossing komen tot de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, tenzij er ook een openbaring van de kinderen Gods komt, en hun verlossing van al wat nu het goddelijke leven in hen belemmert en hindert.
Zoals ons lichaam, om zo te zeggen, de wereld is, de aarde waarin onze geest woont, zo is deze grote aarde het lichaam waarin de Kerk woont. Zoals dit lichaam zijn pijnen heeft, zo heeft deze schepping haar pijnen. Maar zoals dit lichaam weer zal opstaan, zo zal ook deze schepping, hoewel zij zucht en in barensnood is, gebracht worden tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods. En wat een wereld zal het zijn, wanneer de vloek die er door de zonde van Eden op viel, weggenomen zal worden door de heerlijke Verzoening van Golgotha! Het bloed van Christus, dat op de grond viel, is nooit van de aarde weggegaan, zoals u zich zult herinneren; het is ergens nog. Heeft dat bloed de wereld volledig verlost, dan zal de hele wereld een trofee zijn van de macht van de Verlosser.
Romeinen 8:20-23
KruisverwijzingenGenesis 3:17→Genesis 5:29→Efeze 1:14→Jeremia 12:4→Jeremia 12:11→Romeinen 7:24→2 Petrus 3:13→2 Korinthe 5:2→— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Wij hebben reeds de zaligheid voor onze ziel verkregen, maar ons lichaam is nog onder slavernij, onderworpen aan vermoeidheid, aan pijn, aan zwakheid, aan de dood. Maar te zijner tijd, met de nieuwe schepping, zullen onze nieuw gevormde lichamen geschikt zijn om in de nieuwe wereld te leven, en geschikt voor onze wedergeboren zielen om te bewonen. Dit is de volledige verlossing waarop wij wachten.
Romeinen 8:20-21
KruisverwijzingenGenesis 3:17→Genesis 5:29→2 Petrus 3:13→Genesis 6:13→Romeinen 8:22→Prediker 1:2→Hosea 4:3→Jeremia 14:5→— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
Wij waren in slavernij, en wij zijn in zekere mate uitgekomen tot de vrijheid van de kinderen Gods. Nu is de wereld waarin wij leven met ons begaan, en gedeeltelijk onder slavernij door de zonde, maar dat is slechts tijdelijke slavernij. Er zal een dag komen, waarop heel de schepping verlost zal worden van de dienstbaarheid van de verderfenis tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods — een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.
Alles hier is verdord, en onderworpen aan storm, of verval, of plotselinge dood, of enige ramp. Het is een schone wereld, maar de schaduw van de vloek ligt over alles. “Het schepsel is der ijdelheid onderworpen,” maar het “zal ook zelf vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.”
Romeinen 8:22-23
KruisverwijzingenEfeze 1:14→Jeremia 12:4→Jeremia 12:11→Romeinen 7:24→Romeinen 8:19→2 Korinthe 5:2→Lukas 21:28→Filippenzen 1:21→— Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Wij zuchten in overeenstemming met een zuchtende schepping, en wij zullen onze pijnen en kwalen voorlopig niet helemaal kwijtraken.
De ziel heeft haar verlossing verkregen. Daarom is ons hart blij, en onze eer verheugd. Maar ons lichaam heeft zijn verlossing nog niet verkregen. Dat komt bij de opstanding. Dan zal de aanneming zijn. Al is het lichaam, samen met heel de schepping, nu aan slavernij onderworpen, toch zal het verlost worden. Wij, de hele mens, lichaam zowel als ziel en geest, zullen gebracht worden tot de vrijheid van de kinderen Gods.
Romeinen 8:22
KruisverwijzingenJeremia 12:4→Jeremia 12:11→Markus 16:15→Kolossenzen 1:23→Romeinen 8:20→Psalmen 48:6→Johannes 16:21→Openbaring 12:2→— Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Diepe zuchten klinken in de wereld. Hebt u niet van aardbevingen gehoord? Weet u niet hoe heel de wereld beeft? Er komt iets, en heel de wereld zucht ernaar. God maakt het heelal tot een instrument, bespeeld door de vingers van sterfelijke mensen. Zijn zij bedroefd, dan is de wereld bedroefd. Gaan zij met vreugde uit en worden zij met vrede voortgeleid, dan breken de bergen en de heuvelen voor hen uit in gejuich, en klappen al de bomen van het veld in de handen. “Wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”
De barensweeën van de schepping zijn over haar; het levende wezen daarbinnen beweegt zich om zijn schaal te breken, en tevoorschijn te komen.
Romeinen 8:23
KruisverwijzingenEfeze 1:14→Romeinen 7:24→Romeinen 8:19→2 Korinthe 5:2→Lukas 21:28→Filippenzen 1:21→Galaten 5:5→Hebreeën 9:28→— En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Dit is waarnaar wij uitzien. Onze mens-zijn is niet alleen ziel: het is ook lichaam. En hier ligt dit arme lichaam nog, als het ware, buiten de poort, zoals Lazarus, terwijl de ziel zich in God verblijdt. Maar de tijd van zijn verheerlijking komt. De bazuin van de aartsengel zal het aankondigen.
Wij zuchten inderdaad in onszelf. Wie zei dat wij het niet deden? En die broeders die zeggen dat zij nooit zuchten, ik wou dat zij het beter leerden. Het is een teken van genade en een kenmerk van een kind van God, dat hij niet volmaakt is, en dat ook niet meent te zijn, maar ernaar zucht, ernaar roept. “Wij zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.” Want dit arme lichaam ligt nog in zekere mate onder een vloek, nog met zijn pijnen, nog met zijn vleselijke lusten en begeerten die het belemmeren en verontrusten. Maar hiernaar zuchten wij: dat dit vlees van ons, en heel de schepping waarin wij wonen, nog een blijde verlossing zal hebben.
Voorlopig is het lichaam nog onder slavernij. Het lichaam is dood om de zonde: vandaar die hoofdpijnen, dat kloppen van het hart, die zwaarte van de dag die ons omgeeft. Maar te zijner tijd, zoals de stoffelijke wereld verlost zal worden van haar slavernij, zo zullen ook deze lichamen ontkomen aan alle last van zwakheid, ziekte en dood, tot een betere staat.
Onze ziel is verlost van de vloek. De verlossing van de ziel is volkomen, maar die van het lichaam nog niet. Dat moet nog pijn en vermoeidheid dragen, en zelfs in het graf neerdalen, maar zijn dag van openbaring komt zeker. Bij de verschijning van onze Heere uit de hemel, dan zal ook het lichaam zelf verlost worden, en heel de schepping zal ook verlost worden. Zo wachten wij in een staat van barensnood; en wij mogen best tevreden zijn te wachten, want deze weeën in ons en om ons heen wijzen allemaal op de heerlijke geboorte waarop wij in hoop mogen wachten.
Dat is wat wij verwachten: de verlossing van ons lichaam. Wij zullen daar niet tevergeefs op wachten, want Christus is de Zaligmaker van ons lichaam evenals van onze ziel, en de dag zal komen waarop zelfs onze lichamen vrij zullen zijn van pijn, zwakheid, vermoeidheid, zonde en dood. Gelukkige dag! Wij mogen er met de hoogste verwachting naar uitzien.
Romeinen 8:24
Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:8→Hebreeën 11:1→2 Korinthe 5:7→2 Korinthe 4:18→Titus 2:11→Romeinen 5:2→2 Thessalonicenzen 2:16→Psalmen 33:18→— Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?
“Wij zijn in hope zalig geworden.” De hoop bevat het grootste deel van onze zaligheid al in zichzelf.
Kon het allemaal zijn wat wij zouden willen zijn, dan zou er geen ruimte meer zijn voor de oefening van de hoop. Hadden wij alles wat wij zullen hebben, dan zou de hoop, een van de zoetste genadegaven, geen ruimte meer hebben om zich te oefenen. Het is een gezegende zaak, hoop te hebben. Wat een les is dat, en hoe zelden leren wij haar! In deze tegenwoordige staat is onze voornaamste plicht: wachten met lijdzaamheid. U wilt uw koek hebben én bewaren, maar u kunt hem niet opeten en tegelijk bewaren. Er zijn vruchten van de aarde die nog niet rijp zijn. U legt ze weg, en er zijn vele goede dingen die God heeft weggelegd voor Zijn volk. Dit is onze houding en toestand nu: wachten op de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden, en het lijden aanvaarden dat ons opgelegd is als een inleiding tot de vreugde die op geheimzinnige wijze tot ons zal komen. Maar terwijl wij wachten, zijn wij niet zonder tegenwoordige troost.
Romeinen 8:24-28
Kruisverwijzingen1 Petrus 5:10→Jakobus 1:12→Romeinen 8:35→Genesis 50:20→Romeinen 5:3→Jakobus 1:3→1 Korinthe 2:9→Romeinen 8:30→— Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid. En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt. En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
“Wij weten, dat alle dingen medewerken ten goede.” Dat is een wonderlijk stellige uitspraak, Paulus. Er zijn tegenwoordig mensen die zeggen dat wij niets weten; toch zeggen de apostelen voortdurend dat zij dit of dat weten. Lees de brieven van Johannes, en merk op hoe vaak hij zegt dat hij het weet, en hoe vaak hij toevoegt dat hij het gelooft, alsof geloven en weten hetzelfde waren. Merk op, broeders, hoe de apostel hier spreekt; hij zegt niet dat alle dingen zullen medewerken ten goede, nee, maar dat zij dat wérkelijk doen, dat zij nu al voor uw tegenwoordig welzijn werken. Dit is niet slechts iets wat eens goed zal uitpakken; het is nú al goed: “wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.” Nauwelijks noemt de apostel het woord “voornemen,” of hij moet er een heel betoog op bouwen. Hij was niet bang of beschaamd om te spreken over de voornemens van God, over Gods raadsbesluit.
Romeinen 8:26-27
KruisverwijzingenEfeze 6:18→Mattheüs 10:20→Galaten 4:6→Zacharia 12:10→Judas 1:20→Efeze 2:18→Hebreeën 4:15→Romeinen 8:15→— En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.
Vooral onze zwakheden in het gebed, want daar komen de zwakheden het meest aan het licht. Ik zou gedacht hebben dat er zou staan dat de Geest Zelf ons leert wat wij bidden zullen. Maar Hij doet meer dan dat. Hij gaat verder dan ons te leren wat wij moeten bidden. Hij bidt Zelf voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Weet u wat die zuchtingen zijn? Ik ben bang dat wie nooit onuitsprekelijke zuchtingen gekend heeft, ook nooit iets zal kennen van die heerlijkheid die niet uitgesproken kan worden, want dat is de weg ernaartoe. De zuchtingen die niet uitgesproken kunnen worden, leiden tot onuitsprekelijke vreugde.
Zie wat kleine wereldjes wij zijn. Microkosmossen, om een moeilijker woord te gebruiken; want zoals er in heel de schepping zuchtingen en barensweeën zijn, zo zijn die er ook in de kleine wereld van ons eigen hart. Alleen, de weeën van de natuur zijn maar natuurlijk; maar onze weeën zijn bovennatuurlijk. Het is de Geest Zelf Die zucht binnen in uitverkoren harten, met zuchtingen die niet uitgesproken kunnen worden.
U moet, daar ben ik zeker van, als kinderen van God, vaak die Geest in u hebben voelen zuchten in het gebed over wat u niet kon uitdrukken. Hoe vaak bent u niet van uw knieën opgestaan, voelend hoe volkomen ontoereikend woorden zijn om de verlangens van uw hart uit te drukken! En u hebt gevoeld dat u grotere verlangens had dan u onder woorden kon brengen. Er zijn machtige weeën in u geweest, die van de aanwezigheid van deze worstelende Geest getuigden.
Zuchtingen zijn dan gebeden, en gebeden die de Geest van God zeker verhoort. En die verlangens die de taal geheel te boven gaan, of die door de uitputting van ons verdriet niet in taal gebracht kunnen worden, die worden toch door God gehoord, want de Geest van God is erin.
Och, hoevele zijn er! Gebrek aan geheugen, gebrek aan geloof, gebrek aan ernst, onwetendheid, hoogmoed, doodsheid, koude van hart: dat zijn enkele van onze zwakheden. Maar, God zij dank, wij hebben de almachtige Geest van God om ons te helpen.
Deze zuchtingen zijn te diep, te vol van betekenis om in woorden uitgedrukt te worden. Er zijn dingen die de christen verlangt, waar hij niet om kan vragen; misschien weet hij zelf niet eens wat het is dat hij verlangt. Er is een leegte in zijn hart, maar hij weet niet wat haar zou vullen. Er is honger in zijn geest, maar hij weet niet wat het brood is, of waar het brood is, dat zijn behoeften kan bevredigen. Maar de Heilige Geest kan deze onuitgesproken zuchtingen verwoorden, en zo kunnen de diepste noden van onze ziel door Zijn eigen Geest voor God gebracht worden. Vindt u het moeilijk om te bidden, geef het bidden dan niet op. De duivel vertelt u dat zulke arme gebeden als de uwe nooit het oor van God kunnen bereiken. Geloof hem niet. De Geest komt uw zwakheden te hulp; en helpt Hij u, dan zult u, dan móet u, overwinnen.
Dat is de filosofie van het gebed. Wat Gods wil ook is, de Geest van God schrijft die op de harten van biddende heiligen, en zij bidden juist om datgene wat God voornemens is te geven. Zoals de barometer vaak het weer voorspelt dat komen gaat, zo is de geest van het gebed in de christen de barometer die aangeeft wanneer er buien van zegen komen. Het gaat goed met ons, wanneer wij kunnen bidden. Kunnen wij niets anders, voelen wij dat wij kunnen bidden, dan is het niet zo slecht met ons gesteld als wij misschien denken.
Wanneer wijzelf nauwelijks de zin van de Geest kennen, kent Hij Die alle harten doorzoekt, die wél. Voelen wij dat wij niet kunnen bidden? Toch doet de Geest van God voorbede in ons. De grote Vader leest de bedoeling van die voorbede, en zegent ons, niet naar onze kennis van ons eigen gebed, maar naar Zijn kennis van wat de Geest met die gebeden bedoelt.
Wanneer u uw eigen gemoed niet kent, kent God de zin van de Geest, en dat is juist het wezen van het gebed. Hij weet, wat de zin van de Geest is.
Wat de Geest van God ons ook aandringt te bidden, het is naar de zin van God, want het is onmogelijk dat de Heilige Geest ooit anders zou zijn dan in volkomen overeenstemming met de goddelijke Vader.
Dat is het hele proces van het gebed. De Geest van God kent de wil van de Vader, en Hij komt en schrijft die op onze harten. Een waar gebed is de openbaring van de Geest van God aan ons hart, waardoor Hij ons doet verlangen naar wat God besloten heeft ons te geven. Vandaar dat het welslagen van het gebed geen moeilijkheid is voor wie de voorbeschikking gelooft. Sommigen zeggen dwaas: “als God alles beschikt heeft, wat nut heeft dan het bidden?” Had God niet alles beschikt, dan zou bidden geen nut hebben. Maar het gebed is de schaduw van de komende genade die vooruit over de geest valt. Zo worden wij in het gebed enigszins begenadigd als de zieners van weleer.
Dit verklaart wat voor velen het mysterie van het gebed is. De Heilige Geest, Die Zelf God is, kent de geheime voornemens van de goddelijke wil, en drijft daarom de heiligen ertoe te bidden in overeenstemming met die wil, en maakt hun smekingen krachtig door Zijn eigen zegevierende voorbede.
Het kan niet verondersteld worden dat de Vader niet weet wat de zin van de Geest is, want zij zijn één God. En omdat de Geest van God nooit voor iets bidt dat niet naar Gods wil is, zijn wij zeker dat onze hemelse Vader elk door de Geest ingegeven gebed zal verhoren.
Romeinen 8:28-30
KruisverwijzingenEfeze 1:4→1 Petrus 5:10→Jeremia 1:5→Efeze 1:11→Jakobus 1:12→Romeinen 8:35→Genesis 50:20→2 Timotheüs 1:9→— En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Dit gedeelte is Spurgeons “gouden keten”: voorkennis, voorbeschikking, roeping, rechtvaardigmaking, verheerlijking. Dit is niet slechts een mening. Dit is nauwelijks een zaak van geloof. “Wij weten.” Wij zijn er zeker van. Wij hebben het bewezen gezien.
Ik houd er niet van deze tekst maar half aangehaald te horen, zoals ik vaak hoor, als mensen losjes zeggen dat alle dingen wel mee zullen werken ten goede. “O ja, op de een of andere manier komt er wel iets goeds uit.” Zo staat het hier niet. Er staat: alle dingen medewerken ten goede aan degenen, die God liefhebben, namelijk aan degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Een bijzonder voornemen en doel van God voor een bijzonder volk. En behoort u niet tot dit volk, dan werken de dingen niet mee tot uw goed; nee, maar u zult merken dat zij meewerken tot uw verbanning uit het leven en uit de tegenwoordigheid van God. Let daarop. De sterren in hun banen strijden tegen u, als u tegen God strijdt.
“Alle dingen.” Dat is een heel omvattende uitdrukking, is het niet? Het omvat uw tegenwoordige moeite, uw zeer hoofd, uw zwaar hart: alle dingen. Alle dingen werken. Er is niets werkeloos in Gods rijk. Alle dingen werken samen. Er is geen wanklank in Gods voorzienigheid.
Paulus was, evenals Johannes, geen agnost; hij zei niet eens: “wij denken, wij vermoeden, wij menen.” Nee, “wij weten” —
Hoe weten wij wie zij zijn die naar Gods eeuwig voornemen geroepen zijn? De vorige bijzin vertelt het ons, want beide hebben op dezelfde personen betrekking; degenen die God liefhebben zijn degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Wij kunnen niet in de bladzijden van het boek des levens van het Lam kijken, maar wij kunnen door deze eenvoudige toets weten of onze namen daarin staan: hebben wij de Heere werkelijk lief? Zo ja, dan werken alle dingen mee tot ons tegenwoordig en eeuwig welzijn, alle dingen zichtbaar en onzichtbaar, alle dingen vriendelijk en onvriendelijk, alle dingen in voorzienigheid en genade.
Nog niet “heel de mensheid,” maar zij die God liefhebben. Want zij zouden God nooit hebben liefgehad, had Hij hen daar niet toe geroepen, en Zich niet voorgenomen hen te roepen.
Bijna alles in deze wereld schijnt ons in verwarring toe, maar voor Gods oog is alles in orde. De ene golf slaat deze kant op, de andere die kant, maar zij werken allemaal samen, en allemaal met één groot doel. Zeg niet, christen: “al deze dingen zijn tegen mij.” Ach, arme ziel! Dat is het vonnis van uw ongeloof, maar u zult op een dag beter weten. Alle dingen werken vóór u, en niet één ervan werkt tegen u; wees dus niet ontmoedigd. Zij werken allemaal samen ten goede, aan hen die God liefhebben, aan hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Deze grote waarheden mogen nooit van elkaar gescheiden worden. Is een van deze dingen waar van u, dan staat het vast dat de rest ook waar is. Nu, beste broeder, u kunt Gods voorkennis niet lezen, u kunt evenmin doordringen in de geheimen van de voorbeschikking; maar u kunt weten of u geroepen bent, of niet; u kunt weten of u door het geloof gerechtvaardigd bent, of niet. Grijpt u die schakels vast, dan hebt u greep op die eindeloze keten. Zij zit stevig vast aan de granieten rots van de eeuwigheid die voorbij is, en ook aan de rots van de heerlijke eeuwigheid die nog geopenbaard moet worden.
Er is geen breuk tussen de schakels van deze keten. De voorkennis is vastgesmeed aan de voorbeschikking; de voorbeschikking is onfeilbaar verbonden aan de roeping, de roeping aan de rechtvaardigmaking, en de rechtvaardigmaking aan de verheerlijking. Er is geen aanwijzing dat er ergens in de reeks een gebrek of onderbreking zou kunnen zijn. Grijp één schakel, en u hebt het geheel. De geroepen mens is de voorbeschikte mens. Laat hem daar zeker van zijn. En de gerechtvaardigde mens zal een verheerlijkt mens zijn. Laat hem daar geen enkele twijfel over hebben.
Dit is hun karakter, dat zij zelf bemerken, en dat anderen in zekere mate ook kunnen bemerken. Wij zullen aan Hem gelijk zijn, gelijkvormig aan Zijn beeld; en zijn wij mede-erfgenamen met Hem, wat een vreugde is het dan, dat wij deelgenoten van Zijn natuur zullen zijn, aan Hem gelijkgemaakt! Christus zal weerspiegeld worden, en in zekere mate herhaald, in al Zijn volk. Dit zal juist de heerlijkheid van de hemel zijn: welke kant u ook op kijkt, u zult óf Christus Zelf, óf Zijn gelijkenis in Zijn volk zien. Hij heeft hen te voren verordineerd, gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon.
Wat een heerlijk voorrecht is het uwe en het mijne, als wij inderdaad kinderen van God zijn! Wij zijn, in zeker opzicht, kinderen van God in dezelfde zin als Christus Zelf dat is; Hij is de Eerstgeborene, en wij behoren tot Zijn vele broederen.
Er is geen breuk in deze schakels. Waar God een van deze zegeningen geeft, geeft Hij ook de rest. Er is nergens een aanwijzing van een tekortkoming ertussenin. Die te voren verordineerd zijn, worden geroepen; en die geroepen zijn, worden gerechtvaardigd; en die gerechtvaardigd zijn, worden verheerlijkt.
Er is geen scheiding tussen deze gouden schakels van liefde en genade. Die voorkennis, waarvoor alle toekomstige dingen open en tegenwoordig zijn, begint de daad van liefde. De voorbeschikking komt erbij, en kiest een volk voor God dat eeuwig het Zijne zal zijn. Hierop volgt, te zijner tijd, de krachtdadige roeping, waardoor de uitverkorenen uit de onreine massa van de mensheid gehaald en voor God apart gezet worden. Dan volgt de rechtvaardigmaking door het geloof, door het kostbare bloed en de gerechtigheid van Jezus Christus; en waar dit is, zal de heerlijkheid zeker komen, want “die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”
Romeinen 8:31-32
KruisverwijzingenPsalmen 118:6→Jeremia 1:19→Psalmen 56:11→1 Johannes 4:4→Jeremia 20:11→Jesaja 54:17→Psalmen 56:4→Numeri 14:9→— Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Zullen wij bezwijken onder het lijden van het lichaam? Zullen wij aan twijfel toegeven, vanwege al onze zware gevoelens, en de doffe traagheid die van het vlees komt? Volstrekt niet. Wij kunnen door al deze moeilijkheden heenkomen, als God met ons is.
O, hebt u niet vaak zo gezegd? Wanneer u het plan van de genade bestudeerd hebt, het verbond van God, hebt u dan niet tot uzelf gezegd: wat kan ik hierop zeggen? Het gaat mijn begrip te boven, vanwege de grootheid van deze heerlijkheid. Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Welnu, wij zullen iets praktisch zeggen dat onze harten verkwikt.
Die verdrukkingen waarvan wij zojuist gelezen hebben, die smaadheden die wij met Christus delen: wat betekenen die? Zij zijn het niet waard genoemd te worden. “Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”
Is God dat grote, werkende Wezen, Dat dit alles doet, wie kan dan tegen ons zijn? “Nu, heel wat,” zegt iemand. Maar zij zijn niets, en zelfs allemaal samen zijn zij niets vergeleken bij Hem Die aan onze kant staat.
Hebt u de wereld tegen u als christen? Wat is de tegenstand van de wereld, wanneer God aan uw kant staat? Is uw eigen hart tegen u? Wat dan? God is groter dan uw hart. Is de duivel tegen u? Ach, hij is machtig, maar God is almachtig, en Hij zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. Paulus was geen dweper; hij was een man van grote ervaring en gezond verstand; toch acht hij al onze vijanden voor niets, wanneer God aan onze kant staat.
Wat, inderdaad, kunnen wij zeggen? Wij verliezen ons in verwondering, liefde en lof. Toch kunnen wij dit zeggen, want het raakt onze strijd terwijl wij hier beneden zijn. Paulus voelt die schaduw nog steeds over zich, van de strijd tegen het vlees. Wat zullen wij zeggen, met het oog op deze gezegende dingen, over die strijd? Welnu, dit: “zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”
Merk op: er staat niet zomaar dat Hij ons alle dingen zal schenken, maar dat Hij ons “met Hem ook alle dingen” zal schenken. U zult alle dingen mét Christus krijgen; maar u zult niets zonder Christus krijgen, want alle andere gaven zitten in deze ene. God gaf ons eerst Zijn Zoon; en Hij geeft ons alles in Hem.
Na ons Zijn eigen Zoon gegeven te hebben, wat is er dat Hij ons zou kunnen onthouden, als het tot ons werkelijk welzijn is? Nee, Hij heeft ons eigenlijk al alle dingen gegeven, door Hem aan ons te geven.
Romeinen 8:33-34
KruisverwijzingenHebreeën 7:25→Openbaring 12:10→Markus 16:19→Romeinen 8:27→Jesaja 50:8→Hebreeën 9:24→Romeinen 8:1→Lukas 18:7→— Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Het kan ook gelezen worden als een vraag: is het God, Die rechtvaardig maakt? Wie zal? Wie mag? Wie durft?
Kan God ons iets ten laste leggen, na ons gerechtvaardigd te hebben? Zal Hij Zichzelf tegenspreken? Nee, dat is onmogelijk; en legt Hij hun niets ten laste, welke reden hebben zij dan om te vrezen?
Wie, inderdaad. Wanneer God ons Christus gaf, gaf Hij ons alles, want alle zegeningen van dit leven en van het leven dat komen zal, liggen verborgen in Christus, zoals de kern binnen de schaal van de noot. Wat een aanmoediging hebben wij hier voor het gelovige gebed! Christen, Christus is de gouden sleutel van Gods schatkamers; u hoeft Hem alleen maar op de juiste wijze te gebruiken, en wat u ook nodig hebt, zal het uwe zijn.
Even onmogelijk is het; en veroordelen noch God, noch Christus ons, welke rechter hebben wij dan te vrezen? De Rechter van heel de aarde, en de Rechter van de levenden en de doden: veroordeelt geen van beiden, dan mag wie wil ons veroordelen.
Terecht mocht de apostel deze vol vertrouwen klinkende uitdagingen de hemel, de aarde en de hel toewerpen. Aangezien God het is Die rechtvaardigt, wie kan dan enige aanklacht inbrengen tegen Zijn uitverkorenen? Wie kan hen veroordelen voor wie Christus gestorven is, voor wie Hij opgestaan is, en voor wie Hij nu voorbede doet aan de rechterhand van God? Niemand kan het, want —
Laat de uitdaging weerklinken in de hemel zelf; bazuin het door alle spelonken van de hel; laat heel het heelal het horen: “wie zal iets ten laste leggen van Gods uitverkorenen?” Niemand kan het, want God is het, Die rechtvaardig maakt, en Zijn rechtvaardiging blokkeert elke aanklacht die tegen Zijn volk ingebracht wordt.
Hier is ware vrijmoedigheid; Paulus, die zichzelf de voornaamste van de zondaren noemde, durft een ieder uit te dagen iets ten laste te leggen van Gods uitverkorenen. Kan God dat zeker? “Nee,” zegt Paulus —
Hij is zowel rechtvaardig als de Rechtvaardigmaker van allen die in Jezus geloven, en zij zijn Gods uitverkorenen.
Hij is de Rechter. Zal Hij, Die stierf, veroordelen? Hij alleen is Rechter. Heeft Hij dit alles gedaan, en zal Hij ons veroordelen?
Er is maar Eén Die het kan, want er is maar één Rechter, en die Rechter is Jezus. Zo stelt de apostel het opnieuw in de vorm van een vraag: zal Hij ons veroordelen? Dat is volstrekt onmogelijk.
Wat, sterven voor hen, en hen dan veroordelen? Niemand kan hen veroordelen dan de Rechter; en kan Hij hen niet veroordelen, vanwege wat Hij al voor hen gedaan heeft, dan kan niemand het. Maar dit is niet alles.
Zal Hij afwisselend heet en koud blazen, eerst voor hen bidden, en hen dan veroordelen? Dat kan niet.
Christen, aangezien Christus voor u voorbede doet, zal Hij u nooit veroordelen. Heeft Hij Zijn bloed voor u vergoten, en zal Hij u dan toch in de hel werpen? Is Hij voor u uit de doden opgestaan, en zal Hij u dan achterlaten onder de doden en de verlorenen? Denk zo vreemd niet over de Christus van God, Die dezelfde is gisteren, heden, en in eeuwigheid, en Die nooit zal veroordelen wie op Hem vertrouwen.
En zo onze zonden gedood. En zo ons gerechtvaardigd. En zo ons in de hemel gebracht, door ons daar te vertegenwoordigen. Zijn eeuwig pleidooi brengt daarom alle beschuldigingen van de duivel tot zwijgen.
Romeinen 8:35-37
Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:57→Psalmen 44:22→1 Johannes 4:4→2 Korinthe 2:14→Johannes 16:33→Galaten 2:20→1 Korinthe 4:11→Romeinen 5:3→— Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
O, deze gezegende vraag, deze aandoenlijke vraag! Zij schijnt aan het eind van alle andere te komen, een achterhoede die effectief verhindert dat onze schatten ons ontnomen worden. “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
Deze zijn eeuwenlang op de heiligen beproefd geweest. Zijn de heiligen niet als tarwe op de dorsvloer geslagen? Is vervolging niet een strenge toets van de echtheid van hun geloof geweest? Maar Christus heeft hen daarom niet minder liefgehad, om al het lijden dat Hij hun toeliet.
Wanneer zij in hongersnood of armoede waren, heeft Christus Zijn heiligen ooit verlaten? Ach, nee! Hij heeft hen des te meer liefgehad. Hebben deze dingen ons ooit gescheiden van onze Zaligmaker? Nee; maar zij hebben ons, naar ons eigen besef, nog nauwer aan onze Goddelijke Heere verbonden. Wrede mensen hebben elke vorm van vervolging tegen Gods heiligen beproefd; zij zijn vindingrijker geweest in de kwellingen die zij op christenen toepasten dan in bijna iets anders; toch heeft geen foltering, geen pijnbank, geen gevangenschap hen ooit van Christus gescheiden. Zij bleven Hem aanhangen, naar het voorbeeld van John Bunyan, die, toen men hem zei dat hij vrij zou zijn als hij beloofde niet meer te preken, zei: “ik zal in de gevangenis liggen tot het mos op mijn oogleden groeit, eer ik ooit zo’n belofte zou doen. Laat u mij vandaag uit de gevangenis, dan zal ik morgen prediken, door de genade van God.”
Wat een lange lijst van rampen! Zij lijken wel een rol vol smart, zoals bij Jeremia. Kunnen zij ons scheiden van de liefde van Christus? Zij zijn allemaal beproefd; zijn zij ooit geslaagd?
Zij hebben allemaal hun beurt gehad; maar heeft één ervan, of allemaal samen, ooit de heiligen van Christus gescheiden?
“Al deze dingen” hebben de heiligen slechts nog nauwer aan hun Heere doen vasthouden, in plaats van hen van Hem te scheiden. Hun vervolgers dachten dat zij over hen triomfeerden, maar het waren de martelaren die al die tijd de overwinnaars waren.
Romeinen 8:36-37
Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:57→Psalmen 44:22→1 Johannes 4:4→2 Korinthe 2:14→Galaten 2:20→2 Korinthe 12:9→Openbaring 17:14→Efeze 5:2→— (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Maar heeft dit hen van Christus gescheiden? Hoor hen allen, als met één stem antwoorden. Hebben zij de heiligen doen ophouden Christus lief te hebben, of Christus doen ophouden Zijn volk lief te hebben? Er is in dit geval geen triomf over de heiligen geweest.
Wat was het gevolg van deze vervolging? Werden de heiligen erdoor van Christus afgekeerd? “Wij zijn geacht als schapen ter slachting.” Toch zijn wij, in dit alles, meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Romeinen 8:38-39
KruisverwijzingenJohannes 10:28→1 Petrus 3:22→Romeinen 5:8→Efeze 1:21→Romeinen 8:35→Kolossenzen 1:16→1 Petrus 5:8→2 Korinthe 5:4→— Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
Goed of kwaad. Hard en drukkend, zoals zij ook mogen zijn. Onbekende, gevreesde mysteriën. Paulus had goede grond om ervan overtuigd te zijn dat er geen scheiding was voor hen voor wie er geen veroordeling was. “Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.” Mogen wij, door Gods genade, tot hen behoren! Amen.
Daarvoor zij de Naam van de aanbiddelijke Drie-eenheid geloofd, tot in eeuwigheid! Niet alles wat de mensen op aarde kunnen doen, noch de machten in de hoge, noch de machten beneden, zal Zijn barmhartigheid doen wijken, of onze harten van Christus, onze Liefde, aftrekken. Ere zij Zijn heilige Naam! Amen. Vertroost daarom elkander met deze woorden. Gezegend, voor eeuwig gezegend, zij Zijn heilige Naam! Amen. Halleluja! Geloofd zij Zijn Naam.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel