Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Romeinen 8

1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Zo is er dan nu geen verdoemenisG2631 voor degenen, die inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 zijn, die nietG3361 naarG2596 het vleesG4561 wandelenG4043, maarG235 naarG2596 den GeestG4151. Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

KJV There is therefore2 now3 no1 condemnation4 to them which are in6 Christ7 Jesus,8 who walk12 not9 after10 the flesh,11 but13 after14 the Spirit.

1 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 3 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 4 κατακριμα G2631 verdoemenis condemnation 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 8 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 12 περιπατουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 15 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantG1063 de wetG3551 des GeestesG4151 des levensG2222 inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 heeft mijG1473 vrijgemaaktG1659 vanG575 de wetG3551 der zondeG266 enG2532 des doodsG2288. Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

KJV For2 the law3 of the Spirit5 of life7 in8 Christ9 Jesus10 hath made11 me free from13 the law15 of sin17 and18 death.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 10 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 ηλευθερωσεν G1659 vrijgemaakt, vrijmaken deliver, make free 12 με G1473 mij, ik I, me 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 hetgeen der wetG3551 onmogelijkG102 was, dewijl zij door het vleesG4561 krachteloosG770 was, heeft GodG2316, Zijn ZoonG5207 zendendeG3992 inG1722 gelijkheidG3667 des zondigenG266 vlesesG4561, enG2532 dat voor de zondeG266, de zondeG266 veroordeeldG2632 inG1722 het vleesG4561. Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.

KJV For2 what the law5 could not do,3 in6 that7 it was weak8 through9 the flesh,11 God13 sending17 his own15 Son16 in18 the likeness19 of sinful21 flesh,20 and22 for23 sin,24 condemned25 sin27 in28 the flesh:

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αδυνατον G102 onmogelijk, onmachtig, onsterken could not do, impossible, impotent, not possible, weak 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 ησθενει G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 16 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 πεμψας G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ομοιωματι G3667 gelijkheid, gedaanten, gelijkenis made like to, likeness, shape, similitude 20 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 21 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 24 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 25 κατεκρινεν G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OpdatG2443 het rechtG1345 der wetG3551 vervuldG4137 zou worden inG1722 ons, die nietG3361 naarG2596 het vleesG4561 wandelenG4043, maarG235 naarG2596 den GeestG4151. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

KJV That1 the righteousness3 of the law5 might be fulfilled6 in7 us, who walk13 not10 after11 the flesh,12 but14 after15 the Spirit.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 δικαιωμα G1345 rechten, recht, rechtvaardigmakingen judgment, justification, ordinance, righteousness 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 6 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ημιν G1473 mij, ik I, me 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 13 περιπατουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 14 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 16 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 die naarG2596 het vleesG4561 zijnG1510, bedenkenG5426, dat des vlesesG4561 is; maarG1161 die naarG2596 den GeestG4151 zijn, bedenken, dat des GeestesG4151 is. Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is.

KJV For2 they that are after3 the flesh4 do mind9 the things1 of the flesh;8 but11 they that are after12 the Spirit13 the things6 of the Spirit.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 5 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 9 φρονουσιν G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 13 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantG1063 het bedenkenG5427 des vlesesG4561 is de doodG2288; maarG1161 het bedenkenG5427 des GeestesG4151 is het levenG2222 en vredeG1515; Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;

KJV For2 to be3 carnally5 minded9 is death;6 but8 to be spiritually11 minded is life12 and13 peace.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 φρονημα G5427 bedenken, mening (be, + be carnally, + be spiritually) mind(-ed) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 θανατος G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 φρονημα G5427 bedenken, mening (be, + be carnally, + be spiritually) mind(-ed) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom dat het bedenkenG5427 des vlesesG4561 vijandschapG2189 is tegen GodG2316; want het onderwerptG5293 zich der wetG3551 GodsG2316 niet; wantG1063 het kanG1410 ook niet. Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

KJV Because1 the carnal5 mind3 is enmity6 against7 God:8 for10 it is15 not14 subject to the law11 of God,13 neither16 indeed17 can be.

1 διοτι G1360 Overmits, overmits because (that), for, therefore 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φρονημα G5427 bedenken, mening (be, + be carnally, + be spiritually) mind(-ed) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 εχθρα G2189 vijandschap, vijandschappen enmity, hatred 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 υποτασσεται G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 16 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG1161 die inG1722 het vleesG4561 zijnG1510, kunnen GodeG2316 nietG3756 behagenG700. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

KJV So then2 they that are in3 the flesh4 cannot8 please7 God.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 5 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 αρεσαι G700 behagen, behaagde, behaag please 8 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 δυνανται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch gijlieden zijtG1510 nietG3756 in het vleesG4561, maar inG1722 den GeestG4151, zo andersG1512 de GeestG4151 GodsG2316 inG1722 uG4771 woontG3611. Maar zoG1487 iemandG1536 den GeestG4151 van ChristusG5547 nietG3756 heeftG2192, dieG3778 komtG2076 HemG846 nietG3756 toe. Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

KJV But2 ye are not3 in5 the flesh,6 but7 in8 the Spirit,9 if so be10 that the Spirit11 of God12 dwell13 in14 you. Now17 if any man have22 not21 the Spirit19 of Christ,20 he23 is none24 of his.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 10 ειπερ G1512 anders, hoewel if so be (that), seeing, though 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 οικει G3611 woont, wonen, bewoont dwell 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 19 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 20 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En indien ChristusG5547 inG1722 ulieden is, zo is wel het lichaamG4983 doodG3498 omG1223 der zondenG266 wilG1161; maar de geestG4151 is levenG2222 omG1223 der gerechtigheidG1343 wil. En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.

KJV And2 if1 Christ3 be in4 you, the body8 is dead9 because10 of sin;11 but13 the Spirit14 is life15 because16 of righteousness.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 8 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 9 νεκρον G3498 doden, dood, dode dead 10 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 15 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 16 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En indienG1487 de GeestG4151 Desgenen, Die JezusG2424 uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft, inG1722 uG4771 woont, zo zal HijG846, Die ChristusG5547 uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft, ookG2532 uw sterfelijkeG2349 lichamenG4983 levendG2227 maken, door Zijn GeestG4151, Die inG1722 uG4771 woont. En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.

Ook in dit vers woontG1774 woontG3611

KJV But2 if1 the Spirit4 of him that raised up6 Jesus7 from8 the dead9 dwell10 in11 you, he that raised up14 Christ16 from17 the dead18 shall19 also20 quicken your mortal22 bodies23 by25 his29 Spirit30 that dwelleth28 in37 you.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εγειραντος G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 10 οικει G3611 woont, wonen, bewoont dwell 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εγειρας G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 19 ζωοποιησει G2227 levend, levend maakt, levendmakenden make alive, give life, quicken 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 θνητα G2349 sterfelijke, sterfelijk mortal(-ity) 23 σωματα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 24 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 25 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 27 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ενοικουν G1774 woont, gewoond, wone dwell in 29 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 30 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 32 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 ενοικουντος G1774 woont, gewoond, wone dwell in 34 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 35 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 37 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 38 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zo dan, broedersG80, wij zijnG1510 schuldenaarsG3781 nietG3756 aan het vleesG4561, om naarG2596 het vleesG4561 te levenG2198. Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.

KJV Therefore,1 brethren,3 we are debtors,4 not6 to the flesh,8 to live12 after10 the flesh.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 4 οφειλεται G3781 schuldenaars, schuldenaar, schuldenaren debtor, which owed, sinner 5 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 12 ζην G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantG1063 indien gij naarG2596 het vleesG4561 leeftG2198, zo zult gij stervenG599; maarG1161 indienG1487 gij door den GeestG4151 de werkingenG4234 des lichaamsG4983 doodtG2289, zo zult gij levenG2198. Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.

KJV For2 if1 ye live5 after3 the flesh,4 ye shall6 die:7 but9 if8 ye15 through the Spirit10 do mortify the deeds12 of the body,14 ye shall live.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 5 ζητε G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 6 μελλετε G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 7 αποθνησκειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πραξεις G4234 daden, handel, werken deed, office, work 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 15 θανατουτε G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify 16 ζησεσθε G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantG1063 zovelenG3745 als er door den GeestG4151 GodsG2316 geleidG71 worden, dieG3778 zijnG1510 kinderenG5207 GodsG2316. Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

KJV For2 as many as1 are led5 by the Spirit3 of God,4 they6 are the sons8 of God.

1 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 4 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 5 αγονται G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 6 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantG1063 gij hebt nietG3756 ontvangenG2983 den GeestG4151 der dienstbaarheidG1397 wederomG3825 totG1519 vrezeG5401; maarG235 gij hebt ontvangenG2983 den GeestG4151 der aanneming tot kinderenG5206, doorG1722 WelkenG3739 wij roepenG2896: AbbaG5, VaderG3962! Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

KJV For2 ye have3 not1 received10 the spirit4 of bondage5 again6 to7 fear;8 but9 ye have received the Spirit11 of adoption,12 whereby13 we cry,15 Abba,16 Father.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 δουλειας G1397 dienstbaarheid bondage 6 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 φοβον G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 9 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 υιοθεσιας G5206 aanneming kinderen, kinderen adoption (of children, of sons) 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 κραζομεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 16 αββα G5 Abba Abba 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DezelveG846 GeestG4151 getuigtG4828 met onzen geestG4151, datG3754 wij kinderenG5043 GodsG2316 zijnG1510. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

KJV The Spirit3 itself1 beareth witness4 with our spirit,6 that8 we are the children10 of God:

1 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 4 συμμαρτυρει G4828 betuig, getuigt, medegetuigende testify unto, (also) bear witness (with) 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 7 ημων G1473 mij, ik I, me 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En indien wij kinderenG5043 zijn, zo zijn wij ookG2532 erfgenamenG2818, erfgenamenG2818 van GodG2316, en medeerfgenamenG4789 van ChristusG5547; zo wij andersG1512 met Hem lijdenG4841, opdatG2443 wij ookG2532 met Hem verheerlijktG4888 worden. En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

KJV And2 if1 children,3 then4 heirs;5 heirs6 of God,7 and10 joint-heirs9 with Christ;11 if so be12 that we suffer with13 him, that14 we may be16 also15 glorified together.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 κληρονομοι G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 6 κληρονομοι G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 7 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 συγκληρονομοι G4789 medeerfgenamen, mede-erfgenamen fellow (joint)-heir, heir together, heir with 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 12 ειπερ G1512 anders, hoewel if so be (that), seeing, though 13 συμπασχομεν G4841 lijden, mede suffer with 14 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 συνδοξασθωμεν G4888 verheerlijkt glorify together
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Want ikG1473 houdeG3049 het daarvoor, datG3754 het lijdenG3804 dezes tegenwoordigenG3568 tijdsG2540 nietG3756 is te waarderenG514 tegen de heerlijkheidG1391, die aanG1519 ons zal geopenbaardG601 worden. Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.

Ook in dit vers totG4314

KJV For2 I reckon1 that3 the sufferings7 of this present9 time10 are not4 worthy5 to be compared with11 the glory14 which shall13 be revealed15 in16 us.

1 λογιζομαι G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 αξια G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παθηματα G3804 lijden, lijdens, bewegingen affection, affliction, motion, suffering 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 10 καιρου G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μελλουσαν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 14 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 15 αποκαλυφθηναι G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantG1063 het schepselG2937, als met opgestoken hoofdeG603, verwachtG553 de openbaringG602 der kinderenG5207 GodsG2316. Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

KJV For2 the earnest expectation3 of the creature5 waiteth12 for the manifestation7 of the sons9 of God.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αποκαραδοκια G603 ernstige, opgestoken hoofde earnest expectation 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κτισεως G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αποκαλυψιν G602 openbaring, openbaringen, verlichting appearing, coming, lighten, manifestation, be revealed, revelation 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υιων G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 απεκδεχεται G553 verwachten, verwachtende, verwacht look (wait) for
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 het schepselG2937 is der ijdelheidG3153 onderworpenG5293, nietG3756 gewilligG1635, maarG235 om diens wilG1223, die het der ijdelheid onderworpenG5293 heeft; Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft;

KJV For2 the creature5 was made subject6 to vanity,3 not7 willingly,8 but9 by reason10 of him who hath subjected12 the same in13 hope,

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ματαιοτητι G3153 ijdelheid vanity 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κτισις G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 6 υπεταγη G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 7 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 εκουσα G1635 gewillig willingly 9 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υποταξαντα G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 13 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 ελπιδι G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Op hoopG1680, datG3754 ookG2532 het schepselG2937 zelfG846 zal vrijgemaaktG1659 worden vanG575 de dienstbaarheidG1397 der verderfenisG5356, totG1519 de vrijheidG1657 der heerlijkheidG1391 der kinderenG5043 GodsG2316. Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.

KJV Because1 the creature5 itself3 also2 shall be delivered6 from7 the bondage9 of corruption11 into12 the glorious16 liberty14 of the children18 of God.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κτισις G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 6 ελευθερωθησεται G1659 vrijgemaakt, vrijmaken deliver, make free 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δουλειας G1397 dienstbaarheid bondage 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 φθορας G5356 verderfelijkheid, verderfenis, verdorvenheid corruption, destroy, perish 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ελευθεριαν G1657 vrijheid liberty 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δοξης G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 τεκνων G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Want wij wetenG1492, datG3754 het ganseG3956 schepselG2937 te zamen zucht, enG2532 te zamen als in barensnood is tot nu toe. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

Ook in dit vers tezamen barensnoodG4944 tezamen zuchtG4959

KJV For2 we know1 that3 the whole4 creation6 groaneth7 and8 travaileth in pain together9 until10 now.

1 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κτισις G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 7 συστεναζει G4959 tezamen zucht groan together 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 συνωδινει G4944 tezamen barensnood travail in pain together 10 αχρι G891 tot, totdat, zolang als as far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En nietG3756 alleen dit, maar ookG2532 wij zelvenG846, die de eerstelingenG536 des GeestesG4151 hebbenG2192, wij ookG2532 zelvenG846, zeg ikG1473, zuchtenG4727 inG1722 onszelvenG1438, verwachtendeG553 de aanneming tot kinderenG5206, namelijk de verlossingG629 onzes lichaamsG4983. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.

KJV And3 not1 only2 they, but4 ourselves6 also,5 which have11 the firstfruits8 of the Spirit,10 even12 we ourselves14 groan17 within15 ourselves,16 waiting19 for the adoption,18 to wit, the redemption21 of our body.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 απαρχην G536 eerstelingen, eersteling, Eersteling first-fruits 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ημεις G1473 mij, ik I, me 14 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 17 στεναζομεν G4727 zuchten, Zucht, zuchtende with grief, groan, grudge, sigh 18 υιοθεσιαν G5206 aanneming kinderen, kinderen adoption (of children, of sons) 19 απεκδεχομενοι G553 verwachten, verwachtende, verwacht look (wait) for 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 απολυτρωσιν G629 verlossing, verzoening deliverance, redemption 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 24 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 WantG1063 wij zijn in hopeG1680 zaligG4982 geworden. De hoopG1680 nuG1161, die gezien wordt, isG1510 geenG3756 hoopG1680; wantG1063 hetgeenG3739 iemandG5100 ziet, waaromG5101 zal hij het ookG2532 hopenG1679? Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?

KJV For2 we are saved4 by hope:3 but6 hope5 that is seen7 is not8 hope:10 for12 what11 a man14 seeth,13 why15 doth he17 yet16 hope for?

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ελπιδι G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope 4 εσωθημεν G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 5 ελπις G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 βλεπομενη G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ελπις G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 βλεπει G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 14 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ελπιζει G1679 hoop, hoopt, hopen (have, thing) hope(-d) (for), trust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 MaarG1161 indien wij hopenG1679, hetgeenG3739 wij nietG3756 zienG991, zoG1487 verwachtenG553 wij het met lijdzaamheidG5281. Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.

KJV But2 if1 we hope6 for that3 we see5 not,4 then do we9 with7 patience8 wait for

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 βλεπομεν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 6 ελπιζομεν G1679 hoop, hoopt, hopen (have, thing) hope(-d) (for), trust 7 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 υπομονης G5281 lijdzaamheid, verdraagzaamheid, geduld enduring, patience, patient continuance (waiting) 9 απεκδεχομεθα G553 verwachten, verwachtende, verwacht look (wait) for
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En desgelijks komtG4878 ook de GeestG4151 onze zwakhedenG769 mede te hulp; wantG1063 wij wetenG1492 nietG3756, watG5101 wij biddenG4336 zullen, gelijk het behoortG1163, maar de GeestG4151 ZelfG846 bidtG5241 voor ons met onuitsprekelijkeG215 zuchtingenG4726. En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

KJV Likewise1 the Spirit5 also3 helpeth6 our infirmities:8 for11 we know17 not16 what12 we should pray for13 as14 we ought:15 but18 the Spirit21 itself19 maketh intercession22 for23 us with groanings25 which cannot be uttered.

1 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 συναντιλαμβανεται G4878 helpe, komt, mede hulp help 7 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ασθενειαις G769 zwakheid, zwakheden, krankheden disease, infirmity, sickness, weakness 9 ημων G1473 mij, ik I, me 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 προσευξωμεθα G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 14 καθο G2526 according to that, (inasmuch) as 15 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 18 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 19 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 22 υπερεντυγχανει G5241 bidt make intercession for 23 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 24 ημων G1473 mij, ik I, me 25 στεναγμοις G4726 zuchten, zuchtingen groaning 26 αλαλητοις G215 onuitsprekelijke unutterable, which cannot be uttered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG1161 Die de hartenG2588 doorzoektG2045, weetG1492, welkeG5101 de meningG5427 des GeestesG4151 zij, dewijlG3754 Hij naarG2596 GodG2316 voor de heiligenG40 bidtG1793. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.

KJV And2 he that searcheth3 the hearts5 knoweth6 what7 is the mind9 of the Spirit,11 because12 he maketh intercession15 for16 the saints17 according13 to the will of God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ερευνων G2045 Onderzoek, Onderzoekt, geschiedOnderzoekende search 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 6 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φρονημα G5427 bedenken, mening (be, + be carnally, + be spiritually) mind(-ed) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 εντυγχανει G1793 bidt, aangesproken, aanspreekt deal with, make intercession 16 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 17 αγιων G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG1161 wij wetenG1492, datG3754 dengenen, die GodG2316 liefhebbenG25, alleG3956 dingen medewerkenG4903 ten goedeG18, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemenG4286 geroepenG2822 zijn. En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

KJV And2 we know1 that all things8 work together10 for11 good12 to them that3 love5 God,7 to them who are the called16 according14 to his purpose.

1 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγαπωσιν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 συνεργει G4903 mede gewrocht, medearbeidende, medewerken help (work) with, work(-er) together 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 15 προθεσιν G4286 voornemen, toonbroden purpose, shew(-bread) 16 κλητοις G2822 geroepen, geroepenen called 17 ουσιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WantG3754 die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ookG2532 te voren verordineerd, den beeldeG1504 Zijns ZoonsG5207 gelijkvormigG4832 te zijnG1510, opdat HijG846 de EerstgeboreneG4416 zij onderG1722 veleG4183 broederenG80. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

Ook in dit vers tevoren gekendG4267 tevoren verordineerdG4309

KJV For1 whom2 he did foreknow,3 he5 also4 did predestinate to be conformed6 to the image8 of his11 Son,10 that12 he15 might be the firstborn16 among17 many18 brethren.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 προεγνω G4267 tevoren gekend, tevoren wetende, voorgekend foreknow (ordain), know (before) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 προωρισεν G4309 tevoren verordineerd, tevoren bepaald determine before, ordain, predestinate 6 συμμορφους G4832 gelijkvormig conformed to, fashioned like unto 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εικονος G1504 beeld, Beeld, beelde image 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 πρωτοτοκον G4416 Eerstgeborene, eerstgeboren, eerstgeborenen firstbegotten(-born) 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 πολλοις G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 19 αδελφοις G80 broeders, broeder, broederen brother
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En die Hij te voren verordineerd heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 geroepenG2564; en die Hij geroepenG2564 heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 gerechtvaardigdG1344; en die Hij gerechtvaardigdG1344 heeft, dezenG5128 heeft Hij ookG2532 verheerlijktG1392. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Ook in dit vers tevoren verordineerdG4309

KJV Moreover2 whom1 he did predestinate,3 them he6 also5 called:9 and7 whom8 he called, them he12 also11 justified:15 and14 whom13 he justified, them he18 also17 glorified.

1 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προωρισεν G4309 tevoren verordineerd, tevoren bepaald determine before, ordain, predestinate 4 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εκαλεσεν G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εκαλεσεν G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 10 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εδικαιωσεν G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 13 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 εδικαιωσεν G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 16 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εδοξασεν G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Wat zullen wij danG3767 totG4314 dezeG3778 dingen zeggenG2046? Zo GodG2316 voor ons is, wie zal tegenG2596 ons zijn? Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

KJV What1 shall we3 then2 say to4 these things? If6 God8 be for9 us, who11 can be against12 us?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ερουμεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 10 ημων G1473 mij, ik I, me 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 13 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 DieG3739 ook Zijn eigenG2398 ZoonG5207 nietG3756 gespaardG5339 heeft, maarG235 heeft Hem voor ons allenG3956 overgegevenG3860, hoeG4459 zal Hij ons ookG2532 met HemG846 niet alleG3956 dingen schenkenG5483? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

KJV He that1 spared7 not6 his own4 Son,5 but8 delivered12 him13 up for9 us all,11 how14 shall he22 not15 with17 him18 also16 freely give us all things?

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γε G1065 toch, immers and besides, doubtless, at least, yet 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιδιου G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 5 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 εφεισατο G5339 gespaard, sparen, spare forbear, spare 8 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 10 ημων G1473 mij, ik I, me 11 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 παρεδωκεν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 15 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 συν G4862 met, samen met beside, with 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 21 ημιν G1473 mij, ik I, me 22 χαρισεται G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 WieG5101 zal beschuldigingG1458 inbrengen tegenG2596 de uitverkorenenG1588 GodsG2316? GodG2316 is het, Die rechtvaardig maaktG1344. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.

KJV Who1 shall lay any thing2 to the charge3 of God's5 elect?4 It is God6 that justifieth.

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 εγκαλεσει G1458 beschuldigd, beschuldigden, beschuldiging accuse, call in question, implead, lay to the charge 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 εκλεκτων G1588 uitverkorenen, uitverkoren, uitverkorene chosen, elect 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δικαιων G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Wie is het, die verdoemtG2632? ChristusG5547 is het, Die gestorvenG599 is; ja, wat meer is, Die ookG2532 opgewektG1453 is, Die ookG2532 ter rechterG1188 hand GodsG2316 is, DieG3739 ookG2532 voor ons bidtG1793. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.

KJV Who1 is he that condemneth?3 It is Christ4 that died,6 yea8 rather,7 that is risen again,10 who11 is even9 at14 the right hand15 of God,17 who18 also12 maketh intercession20 for21 us.

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κατακρινων G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 4 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αποθανων G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 7 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εγερθεις G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 δεξια G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εντυγχανει G1793 bidt, aangesproken, aanspreekt deal with, make intercession 21 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 22 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 WieG5101 zal ons scheidenG5563 vanG575 de liefdeG26 van ChristusG5547? VerdrukkingG2347, ofG2228 benauwdheidG4730, ofG2228 vervolgingG1375, ofG2228 hongerG3042, naaktheidG1132, ofG2228 gevaarG2794, ofG2228 zwaardG3162? Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?

KJV Who1 shall separate3 us from4 the love6 of Christ?8 shall tribulation,9 or10 distress,11 or12 persecution,13 or14 famine,15 or16 nakedness,17 or18 peril,19 or20 sword?

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ημας G1473 mij, ik I, me 3 χωρισει G5563 scheide, scheiden, scheidt depart, put asunder, separate 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγαπης G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 9 θλιψις G2347 verdrukking, verdrukkingen, Verdrukking afflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 στενοχωρια G4730 benauwdheden, benauwdheid anguish, distress 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 διωγμος G1375 vervolging, vervolgingen persecution 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 λιμος G3042 honger, hongersnood, hongersnoden dearth, famine, hunger 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 γυμνοτης G1132 naaktheid nakedness 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 κινδυνος G2794 gevaren, gevaar peril 20 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 21 μαχαιρα G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 (Gelijk geschrevenG1125 is: WantG3754 om Uwentwil worden wij den gansenG3650 dagG2250 gedoodG2289; wij zijn geachtG3049 alsG5613 schapenG4263 ter slachtingG4967.) (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)

KJV As1 it is written,2 For thy sake4 we are killed6 all7 the day long;9 we are accounted10 as11 sheep12 for the slaughter.

1 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 2 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ενεκα G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 θανατουμεθα G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify 7 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 10 ελογισθημεν G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 13 σφαγης G4967 slachting slaughter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 MaarG235 inG1722 ditG3778 allesG3956 zijn wij meer dan overwinnaarsG5245, door Hem, Die ons liefgehadG25 heeft. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

KJV Nay,1 in2 all4 these things we are more than conquerors5 through6 him that loved8 us.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τουτοις G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 υπερνικωμεν G5245 overwinnaars more than conquer 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αγαπησαντος G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 9 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Want ik ben verzekerdG3982, datG3754 noch doodG2288, noch levenG2222, noch engelenG32, noch overhedenG746, noch machtenG1411, noch tegenwoordigeG1764, noch toekomendeG3195 dingen, Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,

KJV For2 I am persuaded,1 that3 neither4 death,5 nor6 life,7 nor8 angels,9 nor10 principalities,11 nor12 powers,13 nor14 things present,15 nor16 things to come,

1 πεπεισμαι G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 5 θανατος G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 6 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 7 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 8 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 9 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 10 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 11 αρχαι G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 12 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 13 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 14 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 15 ενεστωτα G1764 tegenwoordige, aanstaande, aanstaanden come, be at hand, present 16 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 17 μελλοντα G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Noch hoogteG5313, noch diepteG899, noch enigG5100 anderG2087 schepselG2937 ons zal kunnen scheidenG5563 vanG575 de liefdeG26 GodsG2316, welke is inG1722 ChristusG5547 JezusG2424, onzen HeereG2962. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.

KJV Nor1 height,2 nor3 depth,4 nor5 any6 other8 creature,7 shall be able9 to separate11 us from12 the love14 of God,16 which is in18 Christ19 Jesus20 our Lord.

1 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 2 υψωμα G5313 hoogte height, high thing 3 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 4 βαθος G899 diepte, diepten deep(-ness, things), depth 5 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 6 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 κτισις G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 8 ετερα G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 9 δυνησεται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 ημας G1473 mij, ik I, me 11 χωρισαι G5563 scheide, scheiden, scheidt depart, put asunder, separate 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αγαπης G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 20 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 23 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Romeinen 8:1 2 Korinthe 5:17 Galaten 3:13 Johannes 3:18 Romeinen 5:1 1 Korinthe 1:30 Filippenzen 3:9 Johannes 5:24 Romeinen 8:34
Romeinen 8:2 Romeinen 6:18 Romeinen 6:14 Johannes 8:36 2 Korinthe 3:6 2 Korinthe 3:17 1 Korinthe 15:45 Johannes 8:32 Romeinen 8:10
Romeinen 8:3 Handelingen 13:39 2 Korinthe 5:21 Hebreeën 10:14 Hebreeën 7:18 Filippenzen 2:7 Hebreeën 10:1 Johannes 1:14 1 Petrus 4:1
Romeinen 8:4 Galaten 5:16 Hebreeën 12:23 Galaten 5:22 Kolossenzen 1:22 Romeinen 2:26 Efeze 5:26 Openbaring 14:5 Judas 1:24
Romeinen 8:5 Galaten 5:19 Johannes 3:6 1 Korinthe 2:14 Filippenzen 3:18 Kolossenzen 3:1 Markus 8:33 Efeze 5:9 Romeinen 8:9
Romeinen 8:6 Galaten 6:8 Romeinen 8:13 Romeinen 6:21 Romeinen 13:14 Romeinen 5:10 Romeinen 8:7 Galaten 5:22 Romeinen 6:23
Romeinen 8:7 1 Korinthe 2:14 Jakobus 4:4 1 Johannes 2:15 Efeze 4:18 2 Timotheüs 3:4 Romeinen 7:22 Hebreeën 8:10 Johannes 7:7
Romeinen 8:8 Johannes 3:5 Hebreeën 11:5 1 Thessalonicenzen 4:1 Filippenzen 4:18 Kolossenzen 1:10 Romeinen 7:5 Hebreeën 13:21 Mattheüs 3:17
Romeinen 8:9 Galaten 4:6 1 Korinthe 3:16 2 Timotheüs 1:14 Johannes 14:17 1 Korinthe 6:19 Efeze 1:13 Romeinen 8:11 Romeinen 8:2
Romeinen 8:10 Efeze 3:17 Kolossenzen 1:27 Johannes 17:23 Openbaring 14:13 Johannes 14:23 1 Thessalonicenzen 4:16 2 Korinthe 4:11 Hebreeën 9:27
Romeinen 8:11 Romeinen 8:9 2 Korinthe 4:11 Romeinen 8:2 2 Korinthe 4:14 Johannes 5:21 1 Korinthe 15:20 Efeze 2:5 Handelingen 2:24
Romeinen 8:12 Romeinen 6:2 1 Petrus 4:2 1 Korinthe 6:19 Psalmen 116:16
Romeinen 8:13 1 Korinthe 9:27 Galaten 5:24 Galaten 6:8 1 Petrus 2:11 Titus 2:12 Romeinen 8:4 Kolossenzen 3:5 1 Petrus 1:22
Romeinen 8:14 Galaten 5:18 Galaten 3:26 Psalmen 143:10 Jesaja 48:16 2 Korinthe 6:18 Galaten 5:22 Openbaring 21:7 Johannes 1:12
Romeinen 8:15 1 Korinthe 2:12 Hebreeën 2:15 2 Timotheüs 1:7 Efeze 1:5 Galaten 4:5 Romeinen 8:16 1 Johannes 4:18 Markus 14:36
Romeinen 8:16 2 Korinthe 1:22 2 Korinthe 5:5 1 Johannes 4:13 Efeze 1:13 1 Johannes 5:10 1 Johannes 3:19 Efeze 4:30 2 Korinthe 1:12
Romeinen 8:17 Galaten 4:7 Galaten 3:29 Titus 3:7 Efeze 3:6 Openbaring 21:7 1 Petrus 1:4 Romeinen 5:17 2 Timotheüs 2:10
Romeinen 8:18 1 Petrus 4:13 2 Korinthe 4:17 Handelingen 20:24 1 Petrus 1:5 Mattheüs 5:11 1 Petrus 1:13 Hebreeën 11:25 Kolossenzen 3:4
Romeinen 8:19 2 Petrus 3:11 Maleachi 3:17 Jesaja 65:17 Openbaring 21:1 Romeinen 8:23 1 Johannes 3:2 Filippenzen 1:20 Mattheüs 25:31
Romeinen 8:20 Genesis 3:17 Genesis 5:29 Genesis 6:13 Romeinen 8:22 Prediker 1:2 Hosea 4:3 Jeremia 14:5 Joël 1:18
Romeinen 8:21 2 Petrus 3:13 Handelingen 3:21 Openbaring 22:3 Romeinen 8:19 Openbaring 21:1
Romeinen 8:22 Jeremia 12:4 Jeremia 12:11 Markus 16:15 Kolossenzen 1:23 Romeinen 8:20 Psalmen 48:6 Johannes 16:21 Openbaring 12:2
Romeinen 8:23 Efeze 1:14 Romeinen 7:24 Romeinen 8:19 2 Korinthe 5:2 Lukas 21:28 Filippenzen 1:21 Galaten 5:5 Hebreeën 9:28
Romeinen 8:24 1 Thessalonicenzen 5:8 Hebreeën 11:1 2 Korinthe 5:7 2 Korinthe 4:18 Titus 2:11 Romeinen 5:2 2 Thessalonicenzen 2:16 Psalmen 33:18
Romeinen 8:25 1 Thessalonicenzen 1:3 Romeinen 12:12 Hebreeën 10:36 Kolossenzen 1:11 Lukas 21:19 Psalmen 130:5 2 Thessalonicenzen 3:5 Psalmen 27:14
Romeinen 8:26 Efeze 6:18 Mattheüs 10:20 Galaten 4:6 Zacharia 12:10 Judas 1:20 Efeze 2:18 Hebreeën 4:15 Romeinen 8:15
Romeinen 8:27 Romeinen 8:34 Jeremia 11:20 1 Kronieken 28:9 1 Johannes 5:14 Handelingen 1:24 Jeremia 17:10 Spreuken 17:3 1 Johannes 3:21
Romeinen 8:28 1 Petrus 5:10 Jakobus 1:12 Romeinen 8:35 Genesis 50:20 Romeinen 5:3 Jakobus 1:3 1 Korinthe 2:9 Romeinen 8:30
Romeinen 8:29 Efeze 1:4 Jeremia 1:5 Efeze 1:11 2 Timotheüs 1:9 1 Petrus 1:20 Openbaring 13:8 2 Timotheüs 2:19 1 Korinthe 2:7
Romeinen 8:30 1 Korinthe 6:11 Efeze 1:11 Johannes 17:22 Romeinen 9:23 1 Petrus 2:9 Hebreeën 9:15 Romeinen 5:8 Openbaring 17:14
Romeinen 8:31 Psalmen 118:6 Jeremia 1:19 Psalmen 56:11 1 Johannes 4:4 Jeremia 20:11 Jesaja 54:17 Psalmen 56:4 Numeri 14:9
Romeinen 8:32 Johannes 3:16 Romeinen 4:25 Romeinen 5:6 Psalmen 84:11 1 Korinthe 3:21 1 Johannes 4:10 2 Korinthe 5:21 Romeinen 11:21
Romeinen 8:33 Openbaring 12:10 Jesaja 50:8 Romeinen 8:1 Lukas 18:7 Titus 1:1 Mattheüs 24:24 Job 42:7 Zacharia 3:1
Romeinen 8:34 Hebreeën 7:25 Markus 16:19 Romeinen 8:27 Hebreeën 9:24 1 Johannes 2:1 Kolossenzen 3:1 Romeinen 8:1 Hebreeën 8:1
Romeinen 8:35 Johannes 16:33 1 Korinthe 4:11 Romeinen 5:3 1 Petrus 4:12 Psalmen 103:17 Johannes 10:28 Romeinen 8:39 2 Timotheüs 1:12
Romeinen 8:36 Psalmen 44:22 1 Korinthe 15:30 Jeremia 51:40 Jesaja 53:7 Handelingen 20:24 Johannes 16:2 Handelingen 8:32 Jeremia 12:3
Romeinen 8:37 1 Korinthe 15:57 1 Johannes 4:4 2 Korinthe 2:14 Galaten 2:20 2 Korinthe 12:9 Openbaring 17:14 Efeze 5:2 Openbaring 1:5
Romeinen 8:38 Johannes 10:28 1 Petrus 3:22 Efeze 1:21 Kolossenzen 1:16 1 Petrus 5:8 2 Korinthe 5:4 1 Korinthe 3:22 Kolossenzen 2:15
Romeinen 8:39 Romeinen 5:8 Johannes 10:28 Romeinen 8:35 Efeze 1:4 Johannes 16:27 Efeze 3:18 Jesaja 10:10 1 Johannes 4:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Romeinen 8 vers 1

dan nu geen Dit woord dan, ziet op hetgeen van den apostel tot hiertoe in dezen brief is geleerd, namelijk dat de mens niet uit de wet, maar door het geloof in Christus rechtvaardig is; en dat hij door den Geest van Christus van de heerschappij der zonde is verlost, al is er nog strijd in hem overig.

Hertaald: dan nu geen Dit woordje dan ziet op wat de apostel tot hiertoe in deze brief geleerd heeft, namelijk dat de mens niet uit de wet maar door het geloof in Christus rechtvaardig is, en dat hij door de Geest van Christus verlost is van de heerschappij van de zonde, ook al blijft er nog strijd in hem over.

verdoemenis voor degenen, Hij zegt niet: niets verdoemelijks, want de zonde is in zichzelve altijd verdoemelijk, Rom. 3:19 ; maar zij strekt den gelovige niet tot verdoemenis, omdat de zonde den gelovige om Christus' wil wordt vergeven, en daarom voegt hij daarbij, voor degenen, die in Christus Jezus zijn, dat is, die door het waar geloof met Hem zijn verenigd; Ef. 3:17 .

Hertaald: verdoemenis voor degenen, Hij zegt niet: er is niets verdoemelijks, want de zonde is op zichzelf altijd verdoemelijk, Rom. 3:19. Maar zij strekt de gelovige niet tot verdoemenis, omdat de zonde de gelovige om Christus' wil vergeven wordt. Daarom voegt hij eraan toe: voor hen die in Christus Jezus zijn, dat is: die door het ware geloof met Hem verenigd zijn; Ef. 3:17.

die niet naar het vlees wandelen, Dat is, die de begeerlijkheden des vleesches niet volgen, of naar dezelve niet leven. Dit stelt de apostel tegen de mond-Christenen, als een merkteken dergenen, die door het geloof met Christus waarlijk verenigd en dienvolgens van alle verdoemenis zijn verlost; Joh. 15:2-3 .

Hertaald: die niet naar het vlees wandelen, Dat is: die de begeerlijkheden van het vlees niet volgen of daarnaar niet leven. Dit stelt de apostel tegenover de naamchristenen, als een kenmerk van hen die door het geloof werkelijk met Christus verenigd en dus van alle verdoemenis verlost zijn; Joh. 15:2-3.

Romeinen 8 vers 2

de wet des Geestes des levens Dat is, de levendmakende Geest, die in Christus Jezus is.

Hertaald: de wet des Geestes des levens Dat is: de levendmakende Geest, Die in Christus Jezus is.

de wet der zonde en des doods Dat is, de kracht der zonde, die in ons tevoren heeft geheerst. En dit is een krachtig bewijs van het laatste deel van vs.1, dat de gelovigen niet naar het vlees, maar naar den Geest wandelen.

Hertaald: de wet der zonde en des doods Dat is: de kracht van de zonde, die tevoren in ons geheerst heeft. En dit is een krachtig bewijs voor het laatste deel van vers 1, dat de gelovigen niet naar het vlees maar naar de Geest wandelen.

Romeinen 8 vers 3

Want In deze twee verzen bewijst hij het eerste deel van vs.1, namelijk dat er gene verdoemenis voor de gelovigen is.

Hertaald: Want In deze twee verzen bewijst hij het eerste deel van vers 1, namelijk dat er geen verdoemenis is voor de gelovigen.

hetgeen der wet onmogelijk was, Grieks het onmogelijke der wet; dat is, omdat het de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen, of den mens voor God te rechtvaardigen.

Hertaald: hetgeen der wet onmogelijk was, Grieks: het onmogelijke van de wet; dat is: omdat het voor de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen of de mens voor God te rechtvaardigen.

krachteloos was, Of, onmachtig; namelijk door de verdorvenheid onzer natuur om ons te rechtvaardigen en het leven te geven.

Hertaald: krachteloos was, Of: onmachtig; namelijk door de verdorvenheid van onze natuur, om ons te rechtvaardigen en het leven te geven.

in gelijkheid Christus' mensheid is een ware menselijke natuur geweest, doch geen zondige natuur, maar heeft alleen de gelijkheid gehad ener zondige natuur, omdat Hij al onze zwakheden heeft gedragen, daar wij door de zonde in lagen; Fil. 2:7 .

Hertaald: in gelijkheid De menselijke natuur van Christus is een ware menselijke natuur geweest, maar geen zondige natuur. Zij had alleen de gelijkheid van een zondige natuur, omdat Hij al onze zwakheden gedragen heeft waarin wij door de zonde lagen; Filipp. 2:7.

des zondigen vleses, Grieks des vleesches der zonde.

Hertaald: des zondigen vleses, Grieks: van het vlees van de zonde.

voor de zonde, Dat is, als een offerande voor de zonde, Hebr. 10:6 . Of tot verzoening en vernietiging der zonde, Rom. 4:25 ; 1 Kor. 15:3 .

Hertaald: voor de zonde, Dat is: als een offerande voor de zonde, Hebr. 10:6. Of: tot verzoening en vernietiging van de zonde, Rom. 4:25; 1 Kor. 15:3.

veroordeeld Dat is, gestraft, gedood en hun de kracht van beschuldigen benomen.

Hertaald: veroordeeld Dat is: gestraft, gedood, en haar de kracht van beschuldigen ontnomen.

in het vlees Namelijk Christus; dat is, door de offerande van Christus, die in het vlees voor ons heeft geleden.

Hertaald: in het vlees Namelijk Christus; dat is: door de offerande van Christus, Die in het vlees voor ons geleden heeft.

Romeinen 8 vers 4

het recht der wet Dat is, hetgeen de wet eiste, die het leven beloofde aan degenen, die de wet volkomen hielden, welken eis Christus voor ons vervuld heeft; Gal. 3:13-14 , en Gal. 4:4-5 .

Hertaald: het recht der wet Dat is: wat de wet eiste, die het leven beloofde aan hen die de wet volkomen hielden. Die eis heeft Christus voor ons vervuld; Gal. 3:13-14 en Gal. 4:4-5.

die niet naar het vlees wandelen, Dit herhaalt de apostel wederom uit vs.1, niet als ene oorzaak der rechtvaardigmaking, hetwelk hij zelfs van Abraham en David heeft ontkend, Rom 4 , maar als een merkteken, waaraan de gelovigen van de waarheid huns geloofs, en dus van hunne rechtvaardigmaking kunnen gekend en verzekerd zijn; en stelt dit merkteken als een grond om de volgende vermaning daarop te bouwen.

Hertaald: die niet naar het vlees wandelen, Dit herhaalt de apostel opnieuw uit vers 1 — niet als een oorzaak van de rechtvaardiging, wat hij zelfs van Abraham en David ontkend heeft in hoofdstuk 4, maar als een kenmerk waaraan de gelovigen de echtheid van hun geloof en dus hun rechtvaardiging kunnen kennen en waarvan zij daardoor verzekerd kunnen zijn. Hij stelt dit kenmerk als een grondslag waarop hij de volgende vermaning bouwt.

Romeinen 8 vers 5

die naar het vlees zijn, Dat is, in welke de natuurlijke verdorvenheid nog haar volle kracht heeft, gelijk voren.

Hertaald: die naar het vlees zijn, Dat is: in wie de natuurlijke verdorvenheid nog haar volle kracht heeft, zoals hiervoor.

bedenken dat des vleses is; Of, verzinnen, bevroeden; dat is, met hun verstand en met al hunne zinnen naar vleselijke zaken trachten, waarvan de vruchten in het brede beschreven worden, Gal. 5:19-21 .

Hertaald: bedenken dat des vleses is; Of: bedenken, nastreven; dat is: met hun verstand en met al hun zinnen naar vleselijke zaken streven, waarvan de vruchten uitvoerig beschreven worden in Gal. 5:19-21.

die naar den Geest zijn Dat is, die door den Geest Gods zijn wedergeboren.

Hertaald: die naar den Geest zijn Dat is: zij die door de Geest van God wedergeboren zijn.

bedenken, dat des Geestes is Dat is, begeven zich en trachten naar geestelijke zaken, welke van den apostel ook in het brede beschreven worden; Gal. 5:22 .

Hertaald: bedenken, dat des Geestes is Dat is: zij begeven zich naar geestelijke zaken en streven ernaar; ook die worden door de apostel uitvoerig beschreven, Gal. 5:22.

Romeinen 8 vers 6

is de dood; Dat is, leidt en brengt den mens tot den dood.

Hertaald: is de dood; Dat is: leidt en brengt de mens tot de dood.

is het leven en vrede; Dat is, is de weg tot het eeuwige leven en tot den eeuwigen vrede; Rom. 2:10 .

Hertaald: is het leven en vrede; Dat is: is de weg tot het eeuwige leven en tot de eeuwige vrede; Rom. 2:10.

Romeinen 8 vers 7

vijandschap is tegen God; Dat is, vijandelijk gezind tegen God; niet dat de vleselijke mens altijd voorheeft God te haten als een vijand, maar omdat hetgeen, waar hij een behagen in heeft, Gode vijandig en hatelijk is, en hij zichzelven daardoor hatelijk maakt voor God; Deut. 5:9 ; Rom. 1:30 .

Hertaald: vijandschap is tegen God; Dat is: vijandig gezind tegen God. Niet dat de vleselijke mens zich altijd voorneemt God als een vijand te haten, maar omdat datgene waarin hij behagen heeft God vijandig en hatelijk is, en hij zichzelf daardoor hatelijk maakt voor God; Deut. 5:9; Rom. 1:30.

het kan ook niet Namelijk zichzelven Gods wet onderwerpen en die van harte gehoorzamen, namelijk vanwege de verdorvenheid en verkeerdheid, die daarin en in de wereld is, waar het een behagen in heeft; 1 Joh. 2:15-16 .

Hertaald: het kan ook niet Namelijk zichzelf aan Gods wet onderwerpen en die van harte gehoorzamen — vanwege de verdorvenheid en verkeerdheid die in hem en in de wereld is, waarin hij behagen heeft; 1 Joh. 2:15-16.

Romeinen 8 vers 8

kunnen Gode niet behagen Namelijk zolang zij door Christus' Geest daaruit niet zijn verlost.

Hertaald: kunnen Gode niet behagen Namelijk zolang zij daaruit niet door de Geest van Christus verlost zijn.

Romeinen 8 vers 9

gijlieden Namelijk die in Christus geloofd hebt; want hij schrijft aan hen eigenlijk; Rom. 1:7 .

Hertaald: gijlieden Namelijk u die in Christus geloofd hebt; want hij schrijft eigenlijk aan hen; Rom. 1:7.

in het vlees, Dat is, naar het vlees, gelijk vs.5 verklaard wordt.

Hertaald: in het vlees, Dat is: naar het vlees, zoals in vers 5 verklaard wordt.

in den Geest, Dat is, naar den Geest, vs.5.

Hertaald: in den Geest, Dat is: naar de Geest, vers 5.

zo anders de Geest Gods Of, dewijl, overmits. Alzo ook vs.17.

Hertaald: zo anders de Geest Gods Of: aangezien, omdat. Zo ook vers 17.

u woont Namelijk door Zijn genadige werkingen, als daar zijn verlichting des verstands, versterking des geloofs, verzekering van de zaligheid, opwekking tot het gebed, beweging tot geestelijke begeerten, vertroosting in kruis en aanvechting, enz. Want een mens, waar hij als een heer woont, daar heeft hij zijn gebied, en daar doet hij zijn gewoon werk; Joh. 14:16-17 ; 1 Kor. 3:16 .

Hertaald: u woont Namelijk door Zijn genadige werkingen, zoals de verlichting van het verstand, de versterking van het geloof, de verzekering van de zaligheid, de opwekking tot het gebed, de beweging tot geestelijke begeerten, de vertroosting in kruis en aanvechting, enzovoort. Want waar een mens als heer woont, daar heeft hij zijn gebied en doet hij zijn gewone werk; Joh. 14:16-17; 1 Kor. 3:16.

den Geest van Christus niet heeft, Dat is, dezelfde Geest, die in het voorgaande de Geest Gods, namelijk des Vaders, genaamd wordt, wordt hier ook Christus' Geest genaamd, omdat Hij ook van Christus voortkomt, en ons van Christus is verworven; Joh. 14:26 , en Joh. 16:7 ; Gal. 4:6 .

Hertaald: den Geest van Christus niet heeft, Dat is: dezelfde Geest Die in het voorgaande de Geest van God, namelijk van de Vader, genoemd wordt, wordt hier ook de Geest van Christus genoemd, omdat Hij ook van Christus uitgaat en door Christus voor ons verworven is; Joh. 14:26 en Joh. 16:7; Gal. 4:6.

die komt Hem niet toe Namelijk als een recht lid van Zijn lichaam, hetwelk door dezen Geest alleen leeft en Zijn geestelijke werking heeft.

Hertaald: die komt Hem niet toe Namelijk als een echt lid van Zijn lichaam, dat alleen door deze Geest leeft en Zijn geestelijke werking heeft.

Romeinen 8 vers 10

het lichaam dood Dat is, nog sterflijk, of den lichamelijken doop onderworpen, gelijk vs.11 verklaard wordt.

Hertaald: het lichaam dood Dat is: nog sterfelijk, of onderworpen aan de lichamelijke dood, zoals in vers 11 verklaard wordt.

om der zonden wil; Dat is, om de overblijfselen der zonde, die nog in u zijn; 1 Kor. 15:56 .

Hertaald: om der zonden wil; Dat is: vanwege de overblijfselen van de zonde die nog in u zijn; 1 Kor. 15:56.

de geest Dat is, uwe ziel, die door Gods Geest vernieuwd is, gelijk blijkt uit de tegenstelling des lichaams.

Hertaald: de geest Dat is: uw ziel, die door Gods Geest vernieuwd is, zoals blijkt uit de tegenstelling met het lichaam.

is leven Dat is, des eeuwigen levens deelachtig, en zal altijd bij God in heerlijkheid zijn, als is het, dat het lichaam voor een tijd moet afgelegd worden; 2 Kor. 5:1 , 2 Kor. 5:8 .

Hertaald: is leven Dat is: deelgenoot van het eeuwige leven; zij zal altijd bij God in heerlijkheid zijn, ook al moet het lichaam voor een tijd afgelegd worden; 2 Kor. 5:1, 2 Kor. 5:8.

om der gerechtigheid wil Namelijk waardoor gij gerechtvaardigd zijt, en waarop ook de heiligmaking volgt, die Christus hier in ons begint en hier namaals in ons zal volbrengen, alzo hij zijn begonnen werk niet zal laten steken.

Hertaald: om der gerechtigheid wil Namelijk de gerechtigheid waardoor u gerechtvaardigd bent, en waarop ook de heiligmaking volgt die Christus hier in ons begint en hierna in ons zal voltooien — want Hij zal Zijn begonnen werk niet laten steken.

Romeinen 8 vers 11

levend maken, Dat is, weder opwekken tot een eeuwig leven, waar geen zonde en dood meer plaats zal hebben.

Hertaald: levend maken, Dat is: weer opwekken tot een eeuwig leven, waar geen zonde en dood meer plaats zullen hebben.

door Zijn Geest, Want gelijk de Vader de doden opwekt, alzo wekt ook de Zoon de doden op, Joh. 5:21 , en hier ook de Heilige Geest als eenzelfde God met Hem en van eenzelfde kracht.

Hertaald: door Zijn Geest, Want zoals de Vader de doden opwekt, zo wekt ook de Zoon de doden op, Joh. 5:21, en hier ook de Heilige Geest, als één en dezelfde God met Hem en van dezelfde kracht.

Romeinen 8 vers 12

schuldenaars Dat is, gehouden en verplicht door de weldaden, die wij alrede ontvangen hebben, en nog verwachten.

Hertaald: schuldenaars Dat is: gehouden en verplicht door de weldaden die wij al ontvangen hebben en nog verwachten.

Romeinen 8 vers 13

zo zult gij sterven; Namelijk den eeuwigen dood, gelijk uit het leven dat hier beloofd wordt blijkt. En dit zegt de apostel niet om de gelovigen aan hunne zaligheid te doen twijfelen, want het tegendeel zal hij van het volgende vs. tot het einde van het hfdst. krachtiglijk bewijzen; maar hij zegt dit om hen te meer tegen het vlees te wapenen en om de rechte gelovigen te onderscheiden van degenen, die zich voor gelovigen uitgeven en zulks inderdaad niet zijn, alzo zij met hun leven betuigen dat zij door Gods geest niet zijn wedergeboren, welke hij, door dit zware dreigement, tot nadenken en bekering wil brengen.

Hertaald: zo zult gij sterven; Namelijk de eeuwige dood, zoals blijkt uit het leven dat hier beloofd wordt. De apostel zegt dit niet om de gelovigen aan hun zaligheid te doen twijfelen, want het tegendeel zal hij vanaf het volgende vers tot het einde van het hoofdstuk krachtig bewijzen. Maar hij zegt het om hen des te meer tegen het vlees te wapenen, en om de echte gelovigen te onderscheiden van hen die zich voor gelovigen uitgeven maar dat in werkelijkheid niet zijn, aangezien zij met hun leven betuigen dat zij niet door Gods Geest wedergeboren zijn. Die wil hij door dit zware dreigement tot nadenken en bekering brengen.

door den Geest Namelijk die in u woont en u alrede kracht daartoe heeft gegeven, zo gij maar door gebeden en andere oefeningen der godzaligheid dezelve behoorlijk verwekt; 1 Kor. 15:10 ; 2 Tim. 1:6 .

Hertaald: door den Geest Namelijk de Geest Die in u woont en u daartoe al kracht gegeven heeft, mits u die naar behoren opwekt door gebeden en andere oefeningen van de godzaligheid; 1 Kor. 15:10; 2 Tim. 1:6.

de werkingen des lichaams Dat is, de begeerlijkheden en bewegingen der zonde, die nog in u overig zijn.

Hertaald: de werkingen des lichaams Dat is: de begeerlijkheden en bewegingen van de zonde die nog in u over zijn.

doodt, zo zult gij leven Dat is, wederstaat, tenonder brengt, dat zij in u niet leven of heersen.

Hertaald: doodt, zo zult gij leven Dat is: weerstaat en onderwerpt, zodat zij niet in u leven of heersen.

Romeinen 8 vers 14

geleid worden, Of, gedreven; dat is, in hun verstand verlicht, en in hun wil en genegenheden geregeerd en gestuurd worden, om te doen wat God behaagt.

Hertaald: geleid worden, Of: gedreven; dat is: in hun verstand verlicht en in hun wil en genegenheden geregeerd en gestuurd worden om te doen wat God behaagt.

die zijn kinderen Gods Dat is, die hebben de zekere kentekenen, dat zij van God door het geloof in Christus tot kinderen zijn aangenomen, Joh. 1:12 , Ef. 1:13 , hetwelk hij ook, door de eigen werking des Geestes, die de gelovigen ontvangen, in vs.15,16 bewijst.

Hertaald: die zijn kinderen Gods Dat is: zij hebben de zekere kentekenen dat zij door God, door het geloof in Christus, tot kinderen aangenomen zijn, Joh. 1:12; Ef. 1:13. Dat bewijst hij ook in vers 15 en 16 uit de eigen werking van de Geest die de gelovigen ontvangen.

Romeinen 8 vers 15

den Geest der dienstbaarheid Alzo noemt hij de werking des Geestes Gods door de wet, die de harten der mensen door de dreigementen tegen de overtreders verslaat en bevreesd maakt, gelijk daarvan een klaar voorbeeld is in de Israëlieten, als God de wet der tien geboden voor hen van den berg heeft uitgesproken; Ex. 20:19 . Waarop de apostel hier ziet, alsook Hebr. 12:18-19 .

Hertaald: den Geest der dienstbaarheid Zo noemt hij de werking van Gods Geest door de wet, die de harten van de mensen door de dreigementen tegen de overtreders verslaat en bevreesd maakt. Daarvan is een duidelijk voorbeeld te vinden bij de Israëlieten toen God de wet van de tien geboden voor hen van de berg uitsprak; Ex. 20:19. Daarop ziet de apostel hier, evenals in Hebr. 12:18-19.

den Geest der aanneming Hierdoor wordt verstaan de genadige werking des Heiligen Geestes door de predikatie des heiligen Evangelies, die de harten der gelovigen verkwikt en van hunne aanneming tot kinderen verzekert; waartoe ook de volgende werkingen dienen. Zie Gal. 4:6 ; Ef. 4:30 .

Hertaald: den Geest der aanneming Hiermee wordt de genadige werking van de Heilige Geest door de prediking van het heilig Evangelie bedoeld, die de harten van de gelovigen verkwikt en hen verzekert van hun aanneming tot kinderen. Daartoe dienen ook de werkingen die volgen. Zie Gal. 4:6; Ef. 4:30.

Abba, Vader Dat is, wij Hem vrijmoedig durven aanroepen als onzen Vader. Het woord Abba betekent in de Syrische taal Vader, hetwelk de apostel hier gehouden heeft, omdat het een woord is vol genegenheid, hetwelk de jonge kinderen bijna in alle talen behouden; en hij zet daarbij het woord Vader, niet alleen om hetzelve te verklaren, maar ook om de beweging en zonderlinge genegenheid der gelovigen in dit roepen tot God beter uit te drukken; gelijk ook Christus deze verdubbeling van het woord Vader tot dien einde heeft gebruikt in Zijn meeste benauwdheid, Marc. 14:36 , en aan het kruis de verdubbeling van het woord Mijn God, Mijn God, Marc. 15:34 . Ziet hierna vs.26.

Hertaald: Abba, Vader Dat is: dat wij Hem vrijmoedig durven aanroepen als onze Vader. Het woord Abba betekent in de Syrische taal Vader. De apostel heeft dat hier aangehouden omdat het een woord vol genegenheid is, dat de jonge kinderen in bijna alle talen behouden. En hij zet er het woord Vader bij, niet alleen om het te verklaren, maar ook om de ontroering en bijzondere genegenheid van de gelovigen bij dit roepen tot God beter uit te drukken. Zo heeft ook Christus deze verdubbeling van het woord Vader met dat doel gebruikt in Zijn grootste benauwdheid, Mark. 14:36, en aan het kruis de verdubbeling van het woord Mijn God, Mijn God, Mark. 15:34. Zie hierna vers 26.

Romeinen 8 vers 16

getuigt met onzen geest, Of, getuigt mede tot onzen geest. Dat is, de Heilige Geest beweegt niet alleen ons om God voor onzen Vader aan te roepen, maar getuigt ook inwendig tot onzen geest dat wij Gods kinderen zijn; of betuigt met onzen geest. Dat is, tezamen met onzen geest, die ons ook mede getuigt, door de aanmerking der kentekenen van het kindschap Gods, die onzen geest door Gods Geest in zichzelve bevindt; welke getuigenis, hoewel zij niet altijd even krachtig is in de gelovigen, zo openbaart zij nochtans zich menigmaal in hun meeste vernedering en benauwdheid.

Hertaald: getuigt met onzen geest, Of: getuigt mede tot onze geest. Dat is: de Heilige Geest beweegt ons niet alleen om God als onze Vader aan te roepen, maar getuigt ook innerlijk tot onze geest dat wij Gods kinderen zijn. Of: betuigt met onze geest, dat is: samen met onze geest, die ons ook mede getuigt doordat hij let op de kentekenen van het kindschap van God die hij door Gods Geest in zichzelf aantreft. Hoewel dat getuigenis in de gelovigen niet altijd even krachtig is, openbaart het zich toch vaak juist in hun diepste vernedering en benauwdheid.

Romeinen 8 vers 17

van God, Namelijk als van onzen Vader, die ons met zich deel geeft aan zijn hemelse goederen.

Hertaald: van God, Namelijk als van onze Vader, Die ons met Zich deel geeft aan Zijn hemelse goederen.

medeërfgenamen van Christus; Namelijk als van onzen eerstgeboren broeder, dien dezelve van natuur toekomen, en die ons dezelve mede deelachtig maakt uit genade. Zie vs.29; Luc. 22:29 ; Hebr. 1:2 .

Hertaald: medeërfgenamen van Christus; Namelijk als van onze eerstgeboren Broeder, Wie die van nature toekomen en Die ons daaraan uit genade eveneens deel geeft. Zie vers 29; Luk. 22:29; Hebr. 1:2.

met Hem lijden, Dat is, gewillig zijn om te lijden, en in hetzelve lijdzaam, als het God belieft ons daartoe te roepen; Hand. 5:41 ; 2 Tim. 2:12 . En hier begint de apostel het tweede deel van dit hoofdstuk, stellende verscheidene grondige redenen van troost voor, om de gelovigen in dit lijden te versterken, en van de eindelijke overwinning, naar zijn voorbeeld, te verzekeren.

Hertaald: met Hem lijden, Dat is: bereid zijn om te lijden, en daarin lijdzaam te zijn wanneer het God behaagt ons daartoe te roepen; Hand. 5:41; 2 Tim. 2:12. Hier begint de apostel het tweede deel van dit hoofdstuk, waarin hij verscheidene grondige redenen tot troost aanvoert om de gelovigen in dit lijden te versterken en hen naar zijn voorbeeld van de uiteindelijke overwinning te verzekeren.

met Hem verheerlijkt worden Namelijk Christus, Fil. 3:20-21 .

Hertaald: met Hem verheerlijkt worden Namelijk met Christus, Filipp. 3:20-21.

Romeinen 8 vers 18

dezes tegenwoordigen tijds Grieks des tijds van nu.

Hertaald: dezes tegenwoordigen tijds Grieks: van de tijd van nu.

niet is te waarderen Of, niet waardig is der heerlijkheid; dat is, gene gelijkheid in waarde heeft met de heerlijkheid, namelijk zo ten aanzien van de grootte van deze heerlijkheid als ten aanzien van de eeuwigheid van die; daar het lijden hier kort is en ons niet wordt opgelegd boven ons vermogen; 2 Kor. 4:17 . Dit is de eerste reden om ons tot lijdzaamheid te bewegen.

Hertaald: niet is te waarderen Of: niet waardig is aan de heerlijkheid; dat is: in waarde geen gelijkheid vertoont met de heerlijkheid. Dat geldt zowel de grootte van die heerlijkheid als haar eeuwigheid, terwijl het lijden hier kort is en ons niet boven ons vermogen opgelegd wordt; 2 Kor. 4:17. Dit is de eerste reden om ons tot lijdzaamheid te bewegen.

Romeinen 8 vers 19

Want Grieks want het verlangen, of verbeiden des schepsels met opgestoken hoofd verwacht, enz. Zie ook Fil. 1:20 .

Hertaald: Want Grieks: want het verlangen of het uitzien van het schepsel verwacht met opgeheven hoofd, enzovoort. Zie ook Filipp. 1:20.

het schepsel, Namelijk van hemel en aarde, dat nu tegen de eerste instelling Gods der ijdelheid is onderworpen; dat is de kwade mensen moet dienen, en ook ten groten dele der verderfenis om des mensen wil is onderworpen, vs.21, waarvan het ten uitersten dage wederom zal verlost worden; Hand. 3:21 ; 2 Petr. 3:12-13 . Want dat sommigen daardoor verstaan de mensen, gelijk Marc. 16:15 , kan niet bestaan, overmits de goddelozen daarnaar niet verlangen, en van de gelovigen bijzonder zal gehandeld worden, vs.23. En dit voorbeeld is de tweede reden om de gelovigen tot lijdzaamheid te bewegen.

Hertaald: het schepsel, Namelijk van hemel en aarde, dat nu tegen Gods oorspronkelijke instelling in aan de ijdelheid onderworpen is; dat is: de kwade mensen moet dienen, en dat ook grotendeels om de mens aan het verderf onderworpen is, vers 21, waarvan het op de laatste dag weer verlost zal worden; Hand. 3:21; 2 Petr. 3:12-13. Dat sommigen daarmee de mensen bedoeld achten, zoals Mark. 16:15, kan niet standhouden, omdat de goddelozen daarnaar niet verlangen en over de gelovigen afzonderlijk gesproken zal worden, vers 23. Dit voorbeeld is de tweede reden om de gelovigen tot lijdzaamheid te bewegen.

Romeinen 8 vers 20

niet gewillig, Dat is, niet vanzelf, of naar de orde, die God eerst in de schepping gesteld heeft; want geen schepsel zoekt zijn eigen verderf. Zie ook vs.38,39.

Hertaald: niet gewillig, Dat is: niet uit zichzelf, of niet volgens de orde die God bij de schepping eerst gesteld heeft; want geen schepsel zoekt zijn eigen verderf. Zie ook vers 38 en 39.

om diens wil, Dat is, om de zonde des mensen wil, waardoor ook naar Gods rechtvaardig oordeel de vloek over het aardrijk is gekomen; Gen. 3:17 , en over alle andere creaturen die den mens in deze verdorvenheid moeten dienen. Matt. 5:45 , en het misbruik des mensen onderworpen zijn.

Hertaald: om diens wil, Dat is: vanwege de zonde van de mens, waardoor naar Gods rechtvaardig oordeel ook de vloek over de aarde gekomen is, Gen. 3:17, en over alle andere schepselen, die de mens in deze verdorvenheid moeten dienen, Matth. 5:45, en aan zijn misbruik onderworpen zijn.

Romeinen 8 vers 21

Op hoop, Tevoren heeft hij het verwachting genaamd; want hoop is een lijdzame verwachting van ene zaak; en wordt hier alzo genaamd, omdat God deze algemene verlossing des schepsels van het verderf en misbruik des mensen beloofd heeft, waar de engelen en heilige zielen naar verlangen, Openb. 6:10 , en de andere schepselen een natuurlijke genegenheid toe schijnen te hebben, hetwelk in vs.22 bij gelijkenis een zuchten en barensnood wordt genaamd, waar de verlossing op wordt verwacht. Sommigen voegen deze woorden, op hoop, bij het vs.20, en beginnen dit vers aldus: Want ook het schepsel, enz.

Hertaald: Op hoop, Tevoren heeft hij het verwachting genoemd; want hoop is een lijdzame verwachting van een zaak. Het wordt hier zo genoemd omdat God deze algemene verlossing van het schepsel uit het verderf en het misbruik van de mens beloofd heeft. Daarnaar verlangen de engelen en de heilige zielen, Openb. 6:10, en de andere schepselen lijken daarnaar een natuurlijke neiging te hebben — wat in vers 22 bij wijze van vergelijking een zuchten en een barensnood genoemd wordt, waarop de verlossing verwacht wordt. Sommigen voegen deze woorden, op hoop, bij vers 20 en beginnen dit vers als volgt: want ook het schepsel, enzovoort.

Romeinen 8 vers 23

die de eerstelingen des Geestes hebben, Alzo noemt hij de wedergeborenen omdat zij de eerste gaven des Heiligen Geestes hebben ontvangen en verwachten dat ook de overige, die ons beloofd zijn, zullen volgen, gelijk de eerste vruchten, die God opgeofferd zijnde, de gehele massa heiligden; Rom. 11:16 .

Hertaald: die de eerstelingen des Geestes hebben, Zo noemt hij de wedergeborenen, omdat zij de eerste gaven van de Heilige Geest ontvangen hebben en verwachten dat ook de overige die ons beloofd zijn zullen volgen — zoals de eerste vruchten, wanneer zij aan God geofferd waren, de hele massa heiligden; Rom. 11:16.

in onszelven, Dat is, in het binnenste van onze harten. Zie Rom. 7:24 .

Hertaald: in onszelven, Dat is: in het binnenste van onze harten. Zie Rom. 7:24.

de aanneming tot kinderen, Dat is, het volle bezit der erven, die ons in deze aanneming is beloofd.

Hertaald: de aanneming tot kinderen, Dat is: het volle bezit van de erfenis, die ons bij deze aanneming beloofd is.

de verlossing onzes lichaams Namelijk van het verderf en de ijdelheid, 1 Kor. 15:43-44 , en dit is de derde reden van onzen troost in het kruis.

Hertaald: de verlossing onzes lichaams Namelijk van het verderf en de ijdelheid, 1 Kor. 15:43-44. En dit is de derde reden van onze troost in het kruis.

Romeinen 8 vers 24

die gezien wordt, Dat is, waar de gehoopte zaak tegenwoordig is, of alrede bezeten wordt.

Hertaald: die gezien wordt, Dat is: waarbij de gehoopte zaak al aanwezig is, of al bezeten wordt.

waarom zal hij het ook hopen? Grieks waarom hoopt hij het ook?

Hertaald: waarom zal hij het ook hopen? Grieks: waarom hoopt hij het ook?

Romeinen 8 vers 25

niet zien, Dat is, nog niet ten volle bezitten, hoewel het ons van God beloofd is en te zijner tijd volgen zal; en dit behoort mede tot den derden grond van onzen troost.

Hertaald: niet zien, Dat is: nog niet ten volle bezitten, hoewel het ons door God beloofd is en te zijner tijd volgen zal. En ook dit hoort bij de derde grond van onze troost.

Romeinen 8 vers 26

komt ook de Geest Het Griekse woord synantilambanetai, betekent eigenlijk zulk ene hulp, wanneer iemand, die sterk is, een last tegen een ander opneemt, die te zwak is, en zet zijne schouders tegen den ander, om den last te lichten, en des anderen schouder te ondersteunen.

Hertaald: komt ook de Geest Het Griekse woord synantilambanetai betekent eigenlijk zo'n hulp waarbij iemand die sterk is een last opneemt tegenover een ander die te zwak is, en zijn schouder tegen die van de ander zet om de last te verlichten en de schouder van de ander te ondersteunen.

onze zwakheden mede te hulp; Namelijk die wij in kruis en lijden nog onderworpen zijn, zo in onzen geest, die daartegen menigmaal mort, gelijk in Job en David te zien is, als in ons lichaam, hetwelk broos en zwak is.

Hertaald: onze zwakheden mede te hulp; Namelijk de zwakheden waaraan wij in kruis en lijden nog onderworpen zijn — zowel in onze geest, die daartegen vaak mort, zoals bij Job en David te zien is, als in ons lichaam, dat broos en zwak is.

wij weten niet, Namelijk van onszelve, als wij in benauwdheid zijn en geen toevlucht kunnen hebben, dan tot God door het gebed.

Hertaald: wij weten niet, Namelijk uit onszelf, wanneer wij in benauwdheid zijn en nergens anders heen kunnen dan tot God door het gebed.

bidt voor ons Het Griekse woord betekent voor iemand bidden, en wordt van Christus hierna vs.34 gezegd, die onze voorspraak is bij den Vader, en als Middelaar voor ons bidt, 1 Joh. 2:1 , hetwelk den Heiligen Geest in zulker voege niet kan toegeschreven worden, alzo Hij onze Middelaar eigenlijk niet is; maar het betekent hier dat de Heilige Geest ons tot bidden met onuitsprekelijk zuchten verwekt, en ons als voorspelt onze les, hoe wij in alle zwarigheden moeten bidden, Luc. 12:11-12 ; Joh. 16:13 ; Gal. 4:6 .

Hertaald: bidt voor ons Het Griekse woord betekent: voor iemand bidden. Het wordt hierna in vers 34 van Christus gezegd, Die onze Voorspraak bij de Vader is en als Middelaar voor ons bidt, 1 Joh. 2:1. Dat kan op die manier niet aan de Heilige Geest toegeschreven worden, aangezien Hij eigenlijk niet onze Middelaar is. Maar het betekent hier dat de Heilige Geest ons met onuitsprekelijke zuchtingen tot bidden opwekt en ons als het ware onze les voorzegt, hoe wij in alle zwarigheden moeten bidden; Luk. 12:11-12; Joh. 16:13; Gal. 4:6.

Romeinen 8 vers 27

Die de harten doorzoekt, Dat is, God, die alleen de harten der mensen kent, 1 Kon. 8:39 ; Openb. 2:23 .

Hertaald: Die de harten doorzoekt, Dat is: God, Die als enige de harten van de mensen kent, 1 Kon. 8:39; Openb. 2:23.

de mening des Geestes zij, Of, bedenking, betrachting. Namelijk des gebeds, dat de Geest in ons werkt.

Hertaald: de mening des Geestes zij, Of: de bedoeling, de strekking; namelijk van het gebed dat de Geest in ons werkt.

naar God voor de heiligen bidt Dat is, naar Gods wil, dewijl Hij weet wat God ons wil opleggen tot onze zaligheid, hoelang Hij wil dat het duren zal, hoe Hij ons daarvan wil verlossen, en of Hij door ons leven of dood wil verheerlijkt zijn, enz.; en is dit de vierde grond van onzen troost.

Hertaald: naar God voor de heiligen bidt Dat is: naar Gods wil, aangezien Hij weet wat God ons tot onze zaligheid wil opleggen, hoelang Hij wil dat het duurt, hoe Hij ons daarvan wil verlossen, en of Hij door ons leven of door onze dood verheerlijkt wil worden, enzovoort. En dit is de vierde grond van onze troost.

Romeinen 8 vers 28

En wij weten, Hier begint de laatste reden van vertroosting, die de gelovigen in al hunne zwarigheden stellen tegen alle aanvechtingen en verdrukkingen, genomen van Gods eeuwigen raad of vast voornemen, om ons dwars door alle zwarigheden, door de volgende middelen tot de zaligheid te brengen.

Hertaald: En wij weten, Hier begint de laatste reden tot vertroosting, die de gelovigen in al hun zwarigheden tegenover alle aanvechtingen en verdrukkingen stellen. Zij is ontleend aan Gods eeuwige raad of vaste voornemen om ons dwars door alle zwarigheden heen, langs de volgende middelen, tot de zaligheid te brengen.

alle dingen medewerken Dat is, alle zwarigheden en verdrukkingen, waarvan hij tot nog toe heeft gesproken.

Hertaald: alle dingen medewerken Dat is: alle zwarigheden en verdrukkingen waarover hij tot nu toe gesproken heeft.

naar Zijn voornemen Namelijk dat Hij in zichzelven voorgenomen heeft, om de mensen uit genade door Christus zalig te maken. Zie Ef. 1:9 , Ef. 1:11 , enz.

Hertaald: naar Zijn voornemen Namelijk het voornemen dat Hij in Zichzelf opgevat heeft om de mensen uit genade door Christus zalig te maken. Zie Ef. 1:9, Ef. 1:11, enzovoort.

geroepen zijn Namelijk tot het ware geloof, dat door de liefde krachtig is, niet alleen door een uitwendige, maar ook door een inwendige en krachtige roeping, waar de gehoorzaamheid zekerlijk op volgt; Joh. 6:44 , Joh. 6:65 ; 1 Kor. 1:24 , 1 Kor. 1:26 .

Hertaald: geroepen zijn Namelijk tot het ware geloof, dat door de liefde werkzaam is; niet alleen door een uiterlijke, maar ook door een innerlijke en krachtige roeping, waarop de gehoorzaamheid zeker volgt; Joh. 6:44, Joh. 6:65; 1 Kor. 1:24, 1 Kor. 1:26.

Romeinen 8 vers 29

te voren gekend heeft, Namelijk voor de Zijnen, gelijk Joh. 10:14 , Joh. 10:27 . Dat is, die Hij van eeuwigheid in Christus heeft verkoren ten eeuwigen leven; Rom. 11:2 ; Ef. 1:4 ; 1 Petr. 1:2 , en hierna vs.33.

Hertaald: te voren gekend heeft, Namelijk erkend heeft als de Zijnen, zoals Joh. 10:14, Joh. 10:27. Dat is: die Hij van eeuwigheid in Christus tot het eeuwige leven verkoren heeft; Rom. 11:2; Ef. 1:4; 1 Petr. 1:2, en hierna vers 33.

den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, Namelijk niet alleen in het lijden, maar ook inzonderheid in de heiligmaking en verheerlijking, die daarna zal volgen; 1 Kor. 13:12 , en 1 Kor. 15:48 , en 2 Kor. 3:18 .

Hertaald: den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, Namelijk niet alleen in het lijden, maar vooral ook in de heiligmaking en in de verheerlijking die daarna volgen zal; 1 Kor. 13:12, 1 Kor. 15:48 en 2 Kor. 3:18.

Romeinen 8 vers 30

geroepen; Namelijk tot het geloof en de gehoorzaamheid des geloofs door een krachtige roeping, vs.28.

Hertaald: geroepen; Namelijk tot het geloof en de gehoorzaamheid van het geloof, door een krachtige roeping, vers 28.

gerechtvaardigd; en die Namelijk voor hem, door het geloof; gelijk dit woord in dezen gehelen brief in deze stof wordt genomen, en het oogmerk des apostels medebrengt. Want deze rechtvaardigmaking is de naaste trap tot de verheerlijking.

Hertaald: gerechtvaardigd; en die Namelijk voor Hem, door het geloof — zoals dit woord in deze hele brief bij dit onderwerp gebruikt wordt, en zoals het doel van de apostel meebrengt. Want deze rechtvaardiging is de naaste trede naar de verheerlijking.

verheerlijkt Namelijk hier, in de beginselen door de heiligmaking en aanneming tot kinderen, en hiernamaals, door de volle bezitting van deze heerlijkheid, vs.17, 21; 2 Kor. 3:18 .

Hertaald: verheerlijkt Namelijk hier in de beginselen, door de heiligmaking en de aanneming tot kinderen, en hierna door het volle bezit van deze heerlijkheid, vers 17 en 21; 2 Kor. 3:18.

Romeinen 8 vers 31

Wat zullen wij dan Hier besluit de apostel de handeling van de voorgaande leer dezes briefs tot hiertoe, met een heiligen trots en roem in Christus tegen alle beschuldigingen en verdrukkingen, die de duivel en de wereld hun zouden mogen aandoen.

Hertaald: Wat zullen wij dan Hier besluit de apostel de behandeling van de voorgaande leer van deze brief tot hiertoe, met een heilige trots en roem in Christus tegenover alle beschuldigingen en verdrukkingen die de duivel en de wereld hun zouden kunnen aandoen.

tot deze dingen zeggen? Namelijk die dus verre tevoren geleerd en verklaard zijn.

Hertaald: tot deze dingen zeggen? Namelijk de dingen die tot zover geleerd en verklaard zijn.

voor ons is, Dat is, met ons door Christus verzoend is, ons heeft verkoren, geroepen, gerechtvaardigd, en ons zal verheerlijken, vs.29,30.

Hertaald: voor ons is, Dat is: met ons door Christus verzoend is, ons verkoren, geroepen en gerechtvaardigd heeft, en ons zal verheerlijken, vers 29 en 30.

tegen ons zijn? Namelijk die ons zou kunnen beschuldigen, of beschadigen; Ps. 56:12 , en Ps. 118:6 .

Hertaald: tegen ons zijn? Namelijk die ons zou kunnen beschuldigen of schaden; Ps. 56:12 en Ps. 118:6.

Romeinen 8 vers 32

niet gespaard heeft, Namelijk en daarmede, als een ontwijfelijke getuigenis, getoond heeft dat Hij met ons is; Rom. 5:8 .

Hertaald: niet gespaard heeft, Namelijk en daarmee als een onbetwijfelbaar getuigenis getoond heeft dat Hij met ons is; Rom. 5:8.

ons allen Namelijk die in Hem geloven, die Hem liefhebben en naar Zijn voornemen geroepen zijn.

Hertaald: ons allen Namelijk allen die in Hem geloven, Hem liefhebben en naar Zijn voornemen geroepen zijn.

overgegeven, Namelijk in den dood; Rom. 4:25 .

Hertaald: overgegeven, Namelijk in de dood; Rom. 4:25.

met Hem Namelijk Christus Jezus, die de allerkostelijkste gave is, in welke alle schatten der wijsheid en wetenschap verborgen zijn, Kol. 2:3 , zodat degene, die Hem heeft, alles heeft wat hem tot zaligheid nodig is.

Hertaald: met Hem Namelijk Christus Jezus, Die de allerkostbaarste gave is, in Wie alle schatten van de wijsheid en de kennis verborgen zijn, Kol. 2:3, zodat wie Hem heeft alles heeft wat hij tot zaligheid nodig heeft.

alle dingen Dat is, al wat ons tot onze eeuwige zaligheid nodig is.

Hertaald: alle dingen Dat is: alles wat wij voor onze eeuwige zaligheid nodig hebben.

schenken? Namelijk uit genade, gelijk het Griekse woord medebrengt; hetwelk dan gesteld wordt tegen al de verdiensten der mensen.

Hertaald: schenken? Namelijk uit genade, zoals het Griekse woord meebrengt; dat wordt dus gesteld tegenover alle verdiensten van de mensen.

Romeinen 8 vers 33

beschuldiging inbrengen Namelijk van zonde, of schuld der zonde. Want dat is het waarmede wij door de wet, Joh. 5:45 , door onze eigen conscientie, Rom. 2:15 , of ook door den Satan, Openb. 12:10 , voor God zouden kunnen beschuldigd worden.

Hertaald: beschuldiging inbrengen Namelijk van zonde, of van schuld van de zonde. Want daarmee zouden wij voor God beschuldigd kunnen worden: door de wet, Joh. 5:45, door ons eigen geweten, Rom. 2:15, of ook door de satan, Openb. 12:10.

rechtvaardig maakt Dat is, die ons van de zonde en straf der zonde vrijspreekt, en volgens dien de beschuldigingen door Zijne vrijstelling voorkomt.

Hertaald: rechtvaardig maakt Dat is: Die ons van de zonde en van de straf op de zonde vrijspreekt, en zo met Zijn vrijspraak de beschuldigingen vóór is.

Romeinen 8 vers 34

die verdoemt? Dat is, die den vloek en de straf der zonde tegen ons zou uitvoeren.

Hertaald: die verdoemt? Dat is: wie zou de vloek en de straf van de zonde tegen ons voltrekken?

Die gestorven is; Namelijk om ons van den vloek en de straf der zonde te bevrijden; Gal. 3:13 .

Hertaald: Die gestorven is; Namelijk om ons van de vloek en de straf van de zonde te bevrijden; Gal. 3:13.

opgewekt is, Namelijk om ons de rechtvaardigheid toe te brengen; Rom. 4:25 .

Hertaald: opgewekt is, Namelijk om ons de gerechtigheid toe te brengen; Rom. 4:25.

ter rechter- hand Gods is, Namelijk om ons van alle vijanden te verlossen, en den Heiligen Geest tot verzekering hiervan te geven; Joh. 16:7 ; Hand. 2:33 .

Hertaald: ter rechter- hand Gods is, Namelijk om ons van alle vijanden te verlossen en de Heilige Geest tot verzekering hiervan te geven; Joh. 16:7; Hand. 2:33.

Die ook voor ons bidt Namelijk om ons Zijne gerechtigheid door Zijn voorbidden toe te eigenen, Joh. 17:20 ; in deze vier zaken bestaat onze ganse verzoening met God.

Hertaald: Die ook voor ons bidt Namelijk om ons Zijn gerechtigheid door Zijn voorbede toe te eigenen, Joh. 17:20. In deze vier zaken bestaat onze hele verzoening met God.

Romeinen 8 vers 35

Wie zal ons scheiden De voorgaande roem is geweest tegen de zonde en straf der zonde; deze is tegen het geweld der vervolgingen en verdrukkingen der wereld en alles wat hun nog zou mogen overkomen.

Hertaald: Wie zal ons scheiden De voorgaande roem was gericht tegen de zonde en de straf op de zonde; deze is gericht tegen het geweld van de vervolgingen en verdrukkingen van de wereld en tegen alles wat hun nog zou kunnen overkomen.

van de liefde van Christus? Namelijk met welken Hij ons liefheeft, gelijk vs.37, 39.

Hertaald: van de liefde van Christus? Namelijk de liefde waarmee Hij ons liefheeft, zoals vers 37 en 39.

Romeinen 8 vers 36

den gansen dag Dat is, gedurig, zonder ophouden.

Hertaald: den gansen dag Dat is: voortdurend, zonder ophouden.

gedood; Dat is, ten dood toe vervolgd; of nu de een dan de ander omgebracht.

Hertaald: gedood; Dat is: tot de dood toe vervolgd; of: nu eens de een en dan weer de ander omgebracht.

Romeinen 8 vers 37

Hem, Die ons liefgehad heeft Namelijk Christus; of God in Christus. Want beide wordt hier uitgedrukt, het ene vs.35, en het andere vs.39.

Hertaald: Hem, Die ons liefgehad heeft Namelijk Christus, of God in Christus. Want beide wordt hier uitgedrukt: het ene in vers 35 en het andere in vers 39.

Romeinen 8 vers 38

ik ben verzekerd, Of, ik ben overreed; namelijk door de belofte des heiligen Evangelies aan alle gelovigen, Joh. 5:24 , en door de getuigenis des Heiligen Geestes in het hart, vs.16.

Hertaald: ik ben verzekerd, Of: ik ben overtuigd; namelijk door de belofte van het heilig Evangelie aan alle gelovigen, Joh. 5:24, en door het getuigenis van de Heilige Geest in het hart, vers 16.

engelen, Namelijk kwade engelen; want de goede zoeken ons van Christus niet te scheiden; tenware men het voor een onmogelijke voorwaarde wilde nemen, gelijk Gal. 1:8-9 .

Hertaald: engelen, Namelijk kwade engelen; want de goede proberen ons niet van Christus te scheiden — tenzij men het zou willen opvatten als een onmogelijke voorwaarde, zoals Gal. 1:8-9.

noch overheden, Sommigen nemen dit ook voor namen van engelen, gelijk Kol. 1:16 , hoewel het hier bekwamelijk van de tirannen en geweldigen dezer wereld kan verstaan worden.

Hertaald: noch overheden, Sommigen vatten ook dit op als een naam voor engelen, zoals Kol. 1:16, hoewel het hier heel goed van de tirannen en machthebbers van deze wereld verstaan kan worden.

Romeinen 8 vers 39

de liefde Gods, Namelijk waarmede Hij ons liefheeft, wanneer wij met Christus door het geloof verenigd zijn, gelijk vs.35.

Hertaald: de liefde Gods, Namelijk de liefde waarmee Hij ons liefheeft wanneer wij door het geloof met Christus verenigd zijn, zoals vers 35.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Aanneming tot kinderen (adoptie)  — Grieks: huiothesia, "zoonstelling" — de rechtshandeling waarbij God de gelovige, die van nature een vreemdeling is, tot Zijn eigen kind aanneemt met alle rechten van een erfgenaam

"Gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!" (Rom. 8:15). Deze Geest getuigt zelf, samen met de geest van de gelovige, dat hij een kind van God is (Rom. 8:16), en aan het kindschap is het erfgenaamschap verbonden: "erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus" (Rom. 8:17).

Bijbelse betekenis: Adoptie is een afzonderlijke weldaad naast rechtvaardiging (die de schuld wegneemt) en wedergeboorte (die het leven geeft). Zij geeft de gelovige een nieuwe rechtspositie en een nieuwe naam: niet langer slaaf maar zoon, met de intieme aanspraak "Abba, Vader" die een kind eigen is. Het Aramese Abba, door Paulus zelf onvertaald gelaten en met het Griekse Pater ernaast gezet, benadrukt de vertrouwelijkheid van deze nieuwe verhouding.

Typologie: Paulus verbindt de aanneming uitdrukkelijk aan de vleeswording: "wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet" (Gal. 4:4), en het doel: "opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden" (Gal. 4:4-5); Johannes verwondert zich over dezelfde weldaad: "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden" (1 Joh. 3:1).

Rom. 8:15-17; Gal. 4:4-5; 1 Joh. 3:1

Heilsorde (de gouden keten)  — De onverbreekbare reeks in Rom. 8:29-30: voorkennis, verordinering (predestinatie), roeping, rechtvaardigmaking, verheerlijking

Na de troostrijke belofte dat alle dingen medewerken ten goede voor wie God liefhebben, "namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn" (Rom. 8:28), tekent Paulus de vaste keten die aan die roeping voorafgaat en erop volgt: "die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen" (Rom. 8:29). De keten zelf staat in het vers erna: "die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt" (Rom. 8:29-30). Elke schakel in de keten wordt genoemd in de voltooid verleden tijd, ook de verheerlijking, die voor de gelovige op aarde nog toekomstig is — zo zeker staat zij vast in Gods raad.

Bijbelse betekenis: Deze verzen trekken alle voorgaande, elders al behandelde begrippen samen tot één doorlopende lijn: Verkiezing (Deut. 7), Roeping (Gen. 12), Rechtvaardiging (Luk. 18), en wijst vooruit naar de uiteindelijke Verheerlijking. Geen schakel valt weg tussen de eeuwige raad Gods en de uiteindelijke heerlijkheid van de gelovige — vandaar de bijnaam gouden keten, omdat elke schakel de vorige onlosmakelijk draagt.

Typologie: Rom. 8:32 trekt de praktische conclusie: "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?" — de zekerheid van de keten wordt de grond van de troost.

Rom. 8:28-30,32

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Wat der wet onmogelijk was — 8:1-4, 31-39

Paulus heeft in het vorige hoofdstuk de innerlijke strijd beschreven en geëindigd met een schreeuw: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Hoofdstuk 8 begint met het antwoord.

De wet kon niet wat zij eiste, niet door haar eigen gebrek maar door het onze — en wat zij niet kon, deed God door Zijn Zoon te zenden.

Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn. De kanttekening merkt op dat de verzen die volgen juist dát bewijzen.

Hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was. Let op waar het aan lag. De kanttekening geeft het Grieks: het onmogelijke van de wet — omdat het voor de wet onmogelijk was de zonde teniet te doen of de mens te rechtvaardigen. En bij krachteloos: onmachtig, namelijk door de verdorvenheid van onze natuur.

De wet is dus niet het probleem. Een spiegel is niet stuk omdat men er vuil in ziet.

Wat God deed staat er zorgvuldig: Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses. Niet ín zondig vlees, maar in de gelijkheid daarvan — waarachtig mens, en zonder zonde. En: heeft de zonde veroordeeld in het vlees. Het vonnis viel, maar het viel op Hem.

Het slot van het hoofdstuk is één lange bemoediging in vragen. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft — daar staat Genesis 22 weer, waar de vader zijn zoon niet onthield.

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? En dan het antwoord in vier trappen: Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.

En ten slotte de lijst van alles wat scheiden zou kunnen — dood noch leven, engelen noch overheden, tegenwoordige noch toekomende dingen — met de vaststelling dat geen ervan het kan.

  1. Romeinen 7:24 — Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?
  2. Romeinen 8:3 — Wat der wet onmogelijk was, deed God door Zijn Zoon te zenden.
  3. Romeinen 8:3 — Hij heeft de zonde veroordeeld in het vlees — het vonnis viel op Hem.
  4. Genesis 22:12 — Gij hebt uw zoon, uw enige, van Mij niet onthouden.
  5. Romeinen 8:32 — Die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar overgegeven.
  6. Romeinen 8:34 — Gestorven, opgewekt, ter rechterhand, en biddende voor ons.

In het Nieuwe Testament: Genesis 22:12; Hebreeën 7:25; 2 Korinthe 5:21; Galaten 4:4-5

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Romeinen 8

Romeinen 8:1

Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:17Galaten 3:13Johannes 3:18Romeinen 5:11 Korinthe 1:30Filippenzen 3:9Johannes 5:24Romeinen 8:34
— Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

Sommigen spreken erover “uit het zevende hoofdstuk te komen, in het achtste.” Maar wie heeft hier een achtste hoofdstuk van gemaakt? De Heilige Geest zeker niet. Er zijn geen hoofdstukken in de brief zoals hij Paulus inspireerde te schrijven; het geheel loopt zonder onderbreking door: “zo is er dan nu geen verdoemenis” — te midden van worstelen, strijden, kampen.

Wij zijn allen van nature onder de verdoemenis van God. Wij zijn niet slechts vatbaar voor veroordeling, wij zijn reeds veroordeeld; en om de zonde staat er in Gods boek een oordeel opgetekend tegen ieder van ons, in onze gevallen staat beschouwd. Maar zijn wij “in Christus Jezus,” zijn wij deelgenoten van Jezus gemaakt, hebben wij ons verborgen in de kloof van de Rotssteen, Christus, en is ons vertrouwen alleen op Hem, dan geldt de kostbare gedachte: “er is dan nu geen verdoemenis” voor ons. Zij is uitgewist. Het oude vonnis dat tegen ons opgetekend stond, is nu doorgehaald; en in Gods gedenkboek staat geen enkele veroordelende lettergreep, geen enkel woord van toorn geschreven tegen enige gelovige in Christus Jezus. Heerlijke vrijheid van veroordeling! Hoe kan ik weten of ik zo vrijgemaakt ben? Dat is de vraag die in ieders hart moet opkomen. Het antwoord luidt: “die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Naar welke van deze twee wandelt u? Volgt u het vlees? Zoekt u uzelf te believen, uw lichaam te verwennen, uw begeerten te bevredigen, uw eigen neigingen te voldoen? Zo ja, dan bent u niet in Christus Jezus; want wie in Christus Jezus zijn, wandelen niet naar het vlees, maar naar de Geest, en ieder van u die vleselijk is, is niet in Christus, maar staat nog onder veroordeling.

“Geen verdoemenis” — dat is de eerste toon van het hoofdstuk. In het laatste vers is het “geen scheiding.” Wat een heerlijke muziek klinkt hier — geen veroordeling voor wie in Christus zijn, geen scheiding van hen van Christus! Gelukkig zijn zij die deel hebben aan deze dubbele zegen. Er is veel beschuldiging, en nog veel meer verdrukking, maar er is geen veroordeling, geen zweem ervan. Er is geen verdoemenis voor hen; die is weg, en voor altijd weg. Niet alleen een deel ervan is weggenomen, maar het geheel ervan is weg. Dit is hun wettelijke status voor God: in Christus Jezus, zonder veroordeling. En dit is hun karakter: hun dagelijkse wandel is naar hun nieuwe geestelijke natuur, en naar de leiding van de Heilige Geest. Niet naar hun vleselijke natuur, en de leiding van zichzelf en de satan.

Een van de zoetste woorden van dat vers is dat kleine woordje “nu.” Er is dan nu geen verdoemenis — op dit ogenblik. Wandelend onder de macht van de Geest van God in Christus Jezus, is er dan nu geen verdoemenis voor gelovigen. Het is ook een logisch gevolg van iets dat eraan voorafgaat. Wij zijn niet vrijgesproken van de zonde los van de waarheid, maar er staat een grote waarheid achter, die het noodzakelijk maakt.

Merk op dat Paulus schrijft “er is dan,” want hij spreekt een waarheid uit die gegrond is op een vast betoog. Onze voorvaderen lazen dit vers als: “er is dan nu geen verdoemenis.” Een van de martelaren, gebracht voor een pauselijke bisschop, kreeg te horen: “Sterft u in uw ketterij, dan zult u verdoemd worden.” “Dat zal ik nooit worden,” antwoordde de goede man, “er is dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.” Hij had juist de geest van de tekst gevonden, want er is niets dat de mens die in Christus Jezus is, kan veroordelen.

Dit is het onderscheidende kenmerk van een mens in Christus Jezus. Hij laat het vlees hem niet regeren, maar de Geest. De geestelijke natuur is naar voren gekomen, en het vlees moet naar achteren wijken. De Geest van de levende God is in hem binnengegaan, en de heersende kracht van zijn leven geworden. Hij wandelt niet naar het vlees, maar naar de Geest.

Sommige eenvoudigen hebben gezegd dat Paulus geen bekeerd man was, toen hij de slotverzen van het zevende hoofdstuk schreef. Ik durf te beweren dat niemand, behalve een gevorderde christen die de hoogste graad van heiligmaking geniet, dat ooit had kunnen schrijven. Het is geen mens die dood is in de zonde, die zichzelf “ellendig” noemt, omdat hij zonde in zich vindt; het is een mens, rein gemaakt door Gods genade. Juist om die reinheid voelt hij de betrekkelijk kleinere kracht van de zonde méér, dan hij zou gedaan hebben toen hij minder genade en meer zonde had. Ik geloof: hoe dichter wij de volstrekte volmaaktheid naderen, hoe geschikter voor de poorten van de hemel. Hoe verfoeilijker zal de zonde ons dan worden, en hoe meer strijd zal er in onze ziel zijn om de laatste vonk van zonde uit te treden. Loof God, geliefden: voelt u een strijd, loof Hem, en bid Hem dat die nog hardnekkiger moge woeden, want dat zal u een bewijs zijn dat u werkelijk buiten alle veroordeling staat, omdat u strijdt tegen het kwaad.

“Geen verdoemenis”: dat is het begin van het hoofdstuk. “Geen scheiding”: dat is het einde van het hoofdstuk. En alles daartussen is vol genade en waarheid. Wat een feestmaal heeft dit hoofdstuk vaak gebleken te zijn voor de zielen van Gods hongerige dienstknechten! Moge het nu ook zo zijn, terwijl wij het lezen. Geen veroordeling, zelfs nu. Veel twijfels, maar geen veroordeling. Veel kastijdingen, maar geen veroordeling. Zelfs schijnbare fronsen van het aangezicht van de Vader, maar geen veroordeling. En dit is geen kale bewering, maar een gevolgtrekking uit krachtige argumenten.

Romeinen 8:2

KruisverwijzingenRomeinen 6:18Romeinen 6:14Johannes 8:362 Korinthe 3:62 Korinthe 3:171 Korinthe 15:45Johannes 8:32Romeinen 8:10
— Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

“Heeft mij vrijgemaakt” — dat is het eigenlijke “ik” waarover hij kort tevoren schreef, de ware mens zelf. “De wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.” Ik heb haar boeien verbroken, ik ben een vrij man. Strijdend tegen haar overheersing, ben ik aan haar juk ontkomen, en ik zal de zonde nog onder mijn voeten treden, en God zal de satan zelf spoedig onder mijn voeten verpletteren.

Ik ben aan haar slavernij ontsnapt. De nieuwe wet, de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus, de wet van de genade, heeft mij vrijgemaakt van de heerschappij van de wet van de zonde en van de dood. Gelukkig is de vrije man die zo door Gods genade bevrijd is.

Zij kan mij niet langer regeren; en zij kan mij nu niet veroordelen. Ik ben ervan vrij, want ik sta nu onder de nieuwe en hogere wet van de Geest van het leven in Christus Jezus. Zonde en dood kunnen mij niet regeren, kunnen mij niet veroordelen, kunnen mij niet verderven. Een andere wet is binnengekomen. De Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij in een ander koninkrijk gebracht, waarin ik niet meer geraakt kan worden door de wet van de zonde en van de dood, zodat zij mij zou kunnen veroordelen.

En niets anders kan dat. Elk mens is van nature in slavernij aan wat Paulus beschrijft als “de wet der zonde en des doods.” Er is een wet in onze natuur, zo machtig, dat zelfs wanneer wij het goede zouden willen doen, het kwade bij ons aanwezig is. Wij kunnen aan die wet niet ontkomen, tenzij door een andere in te voeren, namelijk de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus. Ik ben niet haar slaaf; ik ben haar vijand; ik ben ervan vrij, ertegen strijdend, worstelend als een vrij man tegen wie hem in gevangenschap zou willen brengen. Maar ook al voel ik mij soms als een gevangene, ik weet dat ik het niet ben, ik ben vrij.

Romeinen 8:3-4

KruisverwijzingenHandelingen 13:392 Korinthe 5:21Hebreeën 10:14Hebreeën 7:18Filippenzen 2:7Hebreeën 10:1Johannes 1:14Galaten 5:16
— Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

Dat heeft Hij hoogst doeltreffend gedaan. Wat de wet niet kon doen, heeft God door Zijn genade gedaan: door een offerande voor de zonde, zoals de kanttekening het weergeeft. Onwedergeboren mensen, die blijven in de staat waarin zij geboren zijn, die hun lagere natuur laten overheersen: “die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is.” Dat is alles waar zij zich om bekommeren, alles waaraan zij denken, alles waarvoor zij zwoegen, alles wat zij werkelijk bedenken.

Zijn er mensen op aarde die de wet van God wél houden, dan zijn zij juist degenen die niet hopen daardoor behouden te worden. Zij hebben door het geloof gerechtigheid in Christus gevonden, en worden nu door liefde en dankbaarheid onder de macht gesteld van de wet van het geestelijke leven in Christus. Zo leven zij, door Gods genade, dat zij de heiligheid van de wet in hun leven openbaren.

De wet van God was een goede wet, rechtvaardig en heilig. Zij was zwak, niet in zichzelf — want, waarlijk, kon gerechtigheid door enige wet komen, dan zou het door de wet van God zijn — maar zij was zwak door ons vlees. Wij konden haar niet houden. Wij konden de voorwaarden voor het leven, daaronder vastgesteld, niet vervullen. Daarom heeft God nu voor ons gedaan, wat de wet niet kon doen. Hij heeft een weg gevonden om ons rechtvaardig te maken door de gerechtigheid van Zijn eigen dierbare Zoon, Die Hij gezonden heeft in de gelijkheid van het zondige vlees. Hij heeft een weg gevonden om de zonde te veroordelen, zonder ons te veroordelen. Hij veroordeelde de zonde in het vlees, maar wij ontkwamen. En Hij heeft een weg gevonden om ons praktisch rechtvaardig te maken, door de overvloed van Zijn genade, die ons in staat stelt niet langer naar het vlees te wandelen, maar naar de Geest. God zij daarvoor geloofd, want toen wij Zijn wet gebroken hadden, had Hij ons rechtvaardig aan de gevolgen kunnen overlaten. Maar Hij is terzijde getreden: Hij is verder gegaan dan alles wat van Hem verwacht had kunnen worden, en heeft een wet ingevoerd waardoor een geneesmiddel wordt toegepast op al onze kwalen. Ere zij Zijn Naam!

De wet heeft nooit iemand heilig gemaakt, en zal dat ook nooit doen. De wet zegt tot een mens dat hij dit moet doen, en dat hij veroordeeld zal worden als hij het niet doet. Dat is volkomen waar, maar de wet verschaft geen kracht om dit te kunnen doen. Zij zegt tot de kreupele: “u moet lopen,” en tot de blinde: “u moet zien” — maar zij stelt hen niet in staat te lopen of te zien. Integendeel, onze natuur is zo, dat, wanneer de wet haar geboden uitvaardigt, er meteen een neiging in ons is om ze te overtreden. Er zijn zonden die wij nooit gedacht zouden hebben te bedrijven, hadden wij niet het gebod gekregen ze niet te doen. Zo is de wet, niet vanwege haar eigen aard, maar vanwege de boosheid van onze natuur, zwak en ondoeltreffend om gerechtigheid voort te brengen. Maar de Heere Jezus Christus is gekomen, heeft geleefd, en is gestorven — gestorven voor ons, Zijn volk, en heeft onze zonden weggedaan. Nu hebben wij Hem lief. Verlost van alle veroordeling, hebben wij Hem lief Die ons verlost heeft. Dit wordt de smidse waarin wij tot heiligheid geneigd worden, en steeds verder geleid, niet slechts in zedelijkheid, maar in heiligheid voor God. Wat een gezegend stelsel is dit, dat de zondaar redt van de liefde tot de zonde, een mens bevrijdt van het zondigen, hem een nieuwe natuur geeft, en een rechte geest in zijn binnenste legt!

Dit is onze overwinning: laat het vlees begeren zoveel het wil, wij wandelen er niet naar; wij worden door Gods genade bewaard, zodat de neiging en de richting van ons leven naar de regel van de Geest van God is.

Wat een gezegende zaak is het, vrijelijk te wandelen, niet naar het vlees, maar naar de Geest, ook al is er, al die tijd, in de ziel deze strijd die de apostel beschreven heeft! Merk opnieuw op, hoe Paulus ons hiertoe brengt als het grote bewijs dat wij in Christus Jezus zijn — het niet wandelen naar het vlees. Elk mens die geboren wordt in de wereld, aan zichzelf overgelaten, wandelt naar het vlees. Alleen de mens die de Geest van God in zijn ziel gekregen heeft, die de hemelse gave van boven ontvangen heeft, zal naar de Geest wandelen. Het is niet het spreken naar het vlees, maar het wandelen ernaar, dat ons veroordeelt. En het is niet het spreken naar de Geest dat ons zal redden. Het is het wandelen naar de Geest dat het bewijs van de zaligheid is — niet spreken, maar wandelen. “Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Zaait u naar het vlees, dan zult u van het vlees verderfenis maaien; maar zaait u naar de Geest, dan zult u van de Geest het eeuwige leven maaien.

Romeinen 8:5-7

KruisverwijzingenGalaten 5:19Johannes 3:61 Korinthe 2:14Galaten 6:8Filippenzen 3:18Kolossenzen 3:1Romeinen 8:13Markus 8:33
— Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is. Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede; Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

Dat gemoed, waarmee wij allen geboren worden, is vijandschap tegen God. Hoe verfijnd of beschaafd een mens ook mag zijn, hoe beminnelijk of hoffelijk, hoe hij ook mag uitblinken onder zijn medeschepselen — heeft hij geen nieuw hart en een rechte geest gehad, dan is hij vijandschap tegen God. Hij kan de hemel niet binnengaan, voordat er een goddelijke verandering in hem gewerkt is. Sommigen van u menen, omdat u zich nooit aan enige ondeugd schuldig gemaakt hebt, omdat u zich niet aan enige grote overtreding overgegeven hebt, dat u daarom het werk van wedergeboorte in uw hart niet nodig hebt. U vergist zich, als u onder die begoocheling blijft tot de laatste grote dag. Het bedenken van het vlees is de dood, ook al is dat vleselijke gemoed gehuld in zijden en satijnen gewaden; het bedenken van het vlees is de dood, ook al is het witgekalkt zodat het op een geestelijk gemoed lijkt. Het bedenken van het vlees zal ten laatste niets dan verdoemenis voor u zijn. “Het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede. Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God.”

Wie een nieuw leven hebben, verwekt door de Heilige Geest, bedenken de dingen van de Geest. Elke natuur zoekt haar eigen zaken — het vlees zoekt de dingen van het vlees, de geest zoekt de dingen van de Geest. Oordeel zelf, mijn hoorders, aan de hand van deze toets, tot welke soort u behoort: waarvoor leeft u? Waarvoor u leeft, is de ware index van uw natuur. Zij bekommeren zich om niets anders: zij zijn tevreden, zolang hun begeerten bevredigd worden. Zij zijn van deze wereld, en de dingen van deze wereld vervullen hen tot de rand. Geestelijke vreugden, geestelijke hoop, geestelijke bezigheden — die behoren alleen aan wie geestelijk zijn. Zij leven om te eten en te drinken. Zij leven voor eigen verheffing. Zij leven alleen voor de wereld en haar genoegens. Dat is naar hun aard. Alles handelt naar zijn aard. De wolf verslindt; het schaap weidt geduldig.

Vlees zorgt voor vlees. De mens die geheel lichaam is, zorgt alleen voor het lichaam. De mens, wiens gemoed onder de heerschappij van zijn lichaam staat, bedenkt de dingen van het vlees. Maar wanneer een mens zorgt voor zijn onsterfelijke geest, en leeft voor goddelijke en geestelijke dingen, heeft hij het leven bereikt dat werkelijk leven is.

Alles naar zijn aard. Water zal stijgen tot de hoogte van zijn bron, maar niet vanzelf hoger vloeien. Het grote punt is dus, onder de heerschappij van de Heilige Geest gebracht te worden, en van die nieuwe natuur die het kind van de Geest is. Dan trachten wij op te stijgen tot onze bron, en wij stijgen veel hoger dan de menselijke natuur ooit kan, met welke kracht dan ook. De nieuwe natuur kan doen wat de oude natuur niet kan doen.

Wat een dood is het voor ons, wanneer het vlees ooit de overhand krijgt! En had het de overhand in ons, dan zouden wij weten dat wij nog in de dood waren. Maar wat een blijdschap, wat een leven, wat een vrede is het, de Geest in ons te laten heersen, zodat wij geestelijk gezind zijn. God geve ons dit ten volle!

De oude natuur zal nooit de wet van God gehoorzamen; zij kan het ook nooit. Wat moet er dan mee gedaan worden? Haar verbeteren? Nee, broeders, het enige wat ermee gedaan kan worden, is haar te laten sterven, en haar dan te begraven. In de doop hebt u een veelzeggend symbool van wat met het vlees gedaan moet worden: u moet het als een dood ding behandelen, en het dus begraven. Laat het oude leven met Christus gekruisigd en gedood worden, en laat het nieuwe leven zijn plaats innemen.

Zij is zo diep verdorven, zo grondig bedorven, dat, zolang het vleselijke gemoed bestaat, het in opstand zal zijn tegen God. “Gij moet wederom geboren worden,” want wat uit het vlees geboren is, is vlees, en alleen wat uit de Geest geboren is, is geest. Worden wij niet vernieuwd door de Geest van God, dan zullen wij nooit onderworpen zijn aan de wet van God; wij kunnen het ook niet.

Zolang een mens alleen leeft voor deze tegenwoordige boze wereld, voor zichzelf leeft, onder de heerschappij van het vlees leeft, kan hij God niet werkelijk kennen, of Hem waarlijk dienen. Zo’n gemoed “onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”

Voor de dood is het vlees uiteindelijk bestemd; na de dood, tot verderving. Leven wij naar die vleselijke manier, dan zal dit het einde van ons leven zijn: de dood. Maar de geest zal nooit sterven, en de geest heeft in zich wat hem volmaakte vrede zal geven. Het vlees moet sterven. Zijn neiging is verderving; maar de geest sterft nooit. Zijn neiging, zijn instinct, is groei, vooruitgang, onsterfelijkheid.

Romeinen 8:7-8

Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:14Jakobus 4:41 Johannes 2:15Efeze 4:18Johannes 3:5Hebreeën 11:52 Timotheüs 3:4Romeinen 7:22
— Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

Wie nooit wedergeboren zijn, zodat zij “in den Geest” zijn, blijven precies zoals zij geboren zijn, “in het vlees,” zodat zij God niet kunnen behagen. Doen zij wat zij ook mogen, er is een wezenlijke onreinheid in hun natuur, zodat zij God niet welbehaaglijk kunnen zijn. Wij moeten wederom geboren worden, wij moeten geestelijk worden door de wedergeboorte, gewerkt door de Heilige Geest, of het is voor ons onmogelijk God te behagen. U die uw best doet God te behagen, buiten de wedergeboorte en buiten Christus om, zie hoe deze ijzeren balk op uw weg gelegd is: die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Ga dan tot Hem, en vraag Hem u van Zijn Geest te geven, opdat u geestelijk mag worden, en niet langer vleselijk.

Wij moeten dus wederom geboren worden. Het heeft geen zin het vlees te verbeteren. Het wegnemen van de vuilheid van het vlees was de oude wet; maar het begraven van het vlees, dat is de nieuwe. Het onderdompelen ervan in de dood van Christus is juist het teken van het nieuwe verbond. Om ten volle de kracht te kennen van het leven van God tot de dood van het vlees!

Romeinen 8:8-9

KruisverwijzingenGalaten 4:61 Korinthe 3:162 Timotheüs 1:14Johannes 14:171 Korinthe 6:19Efeze 1:13Romeinen 8:11Romeinen 8:2
— En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

Geen mens “in het vlees” kan God behagen. Wat een zwaard is dit — een scherp tweesnijdend zwaard tegen velen van u, mijn vrienden! Sommigen van u, die trouw naar dit huis van gebed komen, en anderen van u, die ’s avonds hier binnen dwalen, u bent “in het vlees,” en u kunt God niet behagen. Misschien hebt u dat geprobeerd. U hebt gezegd: “ik zal trouw naar het huis des gebeds gaan.” Zo kunt u God niet behagen, zolang u in het vlees bent. U kunt zo zedig zijn als u wilt, en wij bidden u dat ook te zijn. Maar hebt u niet de Geest van God, en bent u niet werkelijk in het hart veranderd en tot nieuwe schepselen gemaakt in Christus Jezus, dan kan alles wat u doet, zolang u in het vlees bent, God niet behagen. Deugden, bij onwedergeboren mensen, zijn niets dan witgekalkte zonden. De beste prestatie van een onveranderd karakter is waardeloos in Gods oog. Zij mist de stempel van genade; en wat de stempel van genade niet draagt, is vals geld.

Sommigen wassen deze oude natuur, kleden haar, versieren haar, onderwijzen haar, maar er is geen ontwikkeling die genade uit de natuur kan voortbrengen. Het kind van de natuur mag prachtig gekleed zijn, maar het is een dood kind, hoe bont het ook uitgedost is. Er is een wezenlijk, eeuwig verschil tussen de oude en de nieuwe natuur.

Christus erkent niemand die niet door Zijn Geest bewoond wordt. Zij mogen de christelijke naam dragen; zij mogen enkele daden verrichten die op christelijke daden lijken; maar dit alles baat niets. U moet de Geest van God in u hebben, of anders bent u niets van Hem. “Voorwaar,” zegt Christus, “Ik heb u nooit gekend.” “Maar Heere, wij hebben met U gegeten en gedronken, U hebt op onze straten geleerd.” Maar Hij zegt: “Ik heb u nooit gekend.” Zij zijn niets van Hem.

Ook al woont Christus in een mens, dan mag hij toch niet menen dat hij vrij zal zijn van lijden, pijn en ziekte. Want het lichaam is nog niet opgestaan uit de doden, en voelt nog niet het volle gevolg van de wedergeboorte. De ziel is opgestaan uit de dood door de wedergeboorte, en is daarom “leven om der gerechtigheid wil”; en het lichaam zal, te zijner tijd, ook delen in de kracht van Christus’ Geest. De dag komt nader, wanneer wij verlost zullen worden “van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de heerlijke vrijheid der kinderen Gods.”

Romeinen 8:9-11

KruisverwijzingenGalaten 4:6Romeinen 8:91 Korinthe 3:162 Timotheüs 1:14Johannes 14:171 Korinthe 6:19Efeze 3:17Efeze 1:13
— Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil. En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.

O geliefden, wij hebben elk nodig onszelf op deze weegschaal te plaatsen! Kom, prediker, wees niet te zeker van uw eigen zaligheid. Kom, gemeentelid, wees niet te zeker van uw eigen wedergeboorte. Kom, christen, plaats uzelf op deze weegschaal: “zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Heeft hij niet werkelijk de Heilige Geest, in hem wonend, hem leidend, onderrichtend, vertroostend, ondersteunend, dan behoort hij Christus niet toe. En vertonen wij de Geest van Christus niet in ons karakter — hebben wij geen zachtmoedigheid, reinheid, heiligheid, welwillendheid — dan behoren wij Christus niet toe.

U heilige van Rome, aan wie Paulus schreef, en u die nu in Christus gelooft: “doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont.” Heeft de Geest van Christus u niet levend gemaakt, dan behoort u Christus niet toe. Sommige predikanten prediken een heel algemeen soort evangelie, waarin iedereen deelt; maar de Bijbel kent zo’n evangelie niet. “Zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Weet u wat het is de Geest van Christus te hebben? Zo niet, mijn hoorder, bedrieg uzelf niet: u behoort Hem niet toe.

Het maakt niet uit hoe hij zichzelf noemt; hij mag een prediker zijn, hij mag een bisschop zijn. Maar heeft hij de Geest van Christus niet, dan behoort hij Hem niet toe. En heeft hij de Geest van Christus wél, al is hij de meest onbeduidende persoon op aarde, dan behoort hij Christus toe.

Och, dit is een zeer wonderlijk feit, dat de Geest van God in ons zou wonen. Ik heb u vaak gezegd dat ik niet weet welk van twee mysteries ik het meest moet bewonderen: God vleesgeworden in Christus, of de Heilige Geest wonend in de mens; het zijn beide wonderbare dingen, wonderen boven wonderen.

Daarom hebben wij pijnen en kwalen en zwakheden, omdat het lichaam dood is. Dat wil zeggen: het is gedoemd te sterven, het moet sterven. Het moet verderving zien, tenzij de Heere kome, en zelfs dan moet het een wonderlijke verandering ondergaan. Zo beschouwen wij ons lichaam als dood. Geen wonder dan, dat al die pijnen en kwalen en lichamelijke moeiten over ons komen. De dag zal echter komen, wanneer zelfs het lichaam verlost zal worden van de macht van de dood; ondertussen, geloofd zij God, is de geest leven om de gerechtigheid.

De wedergeboorte van het lichaam, om zo te zeggen, wordt niet in dit leven volbracht; de opstanding staat daarmee gelijk. Het lichaam is nog onder de oude wet van de dood, en zo hebben wij pijn en zwakheid, en sterven wij; maar de geest, hoe triomfeert hij, zelfs te midden van pijn en zwakheid! De geest is leven, om de gerechtigheid. Die zal niet sterven.

Daarom lijdt het lichaam, is het lichaam ziek, vergaat het lichaam, staat het lichaam onder de heerschappij van de dood, om de zonde; maar de Geest is vol leven om de gerechtigheid. Gods genade heeft dat lichaam niet veranderd; het blijft aarde, stof, wormenspijs, en het moet sterven, tenzij Christus komt, en het door Zijn komst verandert. “Het lichaam is dood om der zonden wil”; en vandaar die pijnen en kwalen, die zwaarmoedigheid, die vermoeidheid, dat verval, die zwakheden van ouderdom, die wij ervaren, zolang wij dit lichaam van de dood met ons meedragen.

Er is een levende kracht in ons, die triomfeert over dit stervende, vergaande lichaam. Zo verblijden wij ons, ondanks al onze verdrukkingen, beproevingen en neerslachtigheden. Daarom lijdt het ziekte en pijn, want de ziel is wedergeboren, maar niet het lichaam. Als ik het zo mag zeggen, de wedergeboorte van het lichaam gebeurt bij de opstanding. Dan zal het zijn volle deel ontvangen van het gezegende werk van Christus. “Het lichaam is dood om der zonden wil.”

Er is dus een volledige verlossing voorzien voor lichaam, ziel en geest. Zoals Mozes tot Farao zei, toen hij ermee instemde het volk Israël te laten gaan, maar zei dat zij hun kudden achter moesten laten: “geen hoef zal achtergelaten worden” — zo zal geen enkel deel van onze werkelijke mensheid onder de slavernij van zonde en dood achtergelaten worden. De ziel is reeds vrijgemaakt, en het lichaam zal het worden, door de Geest die in u woont.

Romeinen 8:11

KruisverwijzingenRomeinen 8:92 Korinthe 4:11Romeinen 8:22 Korinthe 4:14Johannes 5:211 Korinthe 15:20Efeze 2:5Handelingen 2:24
— En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.

Gelovigen, u mag goede hoop koesteren omtrent uw lichamen: “Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, zal ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.” Wacht dus een tijdje: wat God voor uw ziel gedaan heeft, zal Hij te zijner tijd ook voor uw lichaam doen. Dit moet u doen verlangen naar de dag van Christus’ verschijning, zoals Paulus verderop in dit hoofdstuk zegt: “wachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam” — wanneer Christus verschijnt, en wij opgewekt worden, het lichaam zelf een tweede maal geboren, wedergeboren zoals de ziel.

Er komt een bevrijding, zelfs voor dit arme vlees, een verheerlijking voor dit vlees in Christus. De zegen van het leven komt ook tot het lichaam; het zal eens onsterfelijk zijn, verlost van alle zwakheden en smarten die de zonde en de dood eraan gebracht hebben.

Zo komt er een tijd, dat uw lichaam de aanneming zal ervaren, namelijk de verlossing van het lichaam. Hij zegt niet dat Hij u een nieuw lichaam zal geven. Geloof deze moderne leer niet. Maar Hij zal uw sterfelijke lichaam levend maken; dat wil zeggen, hetzelfde lichaam, dat nu aan de dood onderworpen, en dus sterfelijk is, zal bij de opstanding levend gemaakt worden.

Wij hebben op dit ogenblik niets goeds uit het vlees gehaald, want het is nog niet verlost van de dienstbaarheid van de verderfenis, al zal het verlost worden.

Romeinen 8:12-13

Kruisverwijzingen1 Korinthe 9:27Galaten 5:24Galaten 6:8Romeinen 6:21 Petrus 2:11Titus 2:12Romeinen 8:4Kolossenzen 3:5
— Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.

Wij zijn het vlees niets schuldig; ik bedoel de wet van de zonde in onze leden — daaraan zijn wij niets schuldig. Zij is voor ons een vloek en een plaag geweest; wij zijn geen schuldenaars aan het vlees, dus mogen wij niet naar het vlees leven. Wat zijn wij het vlees schuldig? Niets, zeker niet. Geef het een fatsoenlijke begrafenis. Laat het met Christus begraven worden in de doop. Laat de Geest van God komen en het vernieuwen. Maar wij zijn het niets schuldig, en wij zijn er geen schuldenaars van.

Leeft u eenvoudig om uw eerzucht te bevredigen, leeft u voor gewin, leeft u om uzelf te believen, leeft u voor enig aards doel dat onder de term “naar het vlees” valt, dan zult u zeker teleurgesteld worden, want u zult sterven, en uw hoop zal met u sterven. Zoekt u, door de kracht van de Heilige Geest, de zonde te doden, tracht u alle zondige begeerten te verpletteren, houdt u het kwaad aan een touw om de hals, doodt u het — dan zult u leven. Heiligheid is de weg van de christen tot leven; zonde is de weg van de zondaar tot de dood.

Zal een stervend lichaam dan mijn meester zijn? Zal de begeerte naar eten en drinken, of wat er verder uit het vlees voortkomt, over mijn geest heersen? Dat zij verre! Laat de dood ten dode gaan, en het vlees is dat; maar de nieuw gegeven Geest van God, de Geest Die ons met onsterfelijk leven levend gemaakt heeft, zal in ons heersen en regeren, voor altijd.

Romeinen 8:13-14

KruisverwijzingenGalaten 5:18Galaten 3:26Psalmen 143:10Jesaja 48:162 Korinthe 6:181 Korinthe 9:27Galaten 5:24Galaten 6:8
— Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven. Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

O, welke hoge waardigheid en gezegend voorrecht! Zodra wij aan de heerschappij van het vlees ontkomen, en ons door de Geest van God laten leiden, en zo geestelijke mensen worden, hebben wij het bewijs dat wij kinderen Gods zijn, want “God is een Geest,” dus moeten Zijn kinderen geestelijk zijn.

Zovelen als door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods, en niemand anders. Dat is het wezenlijke voor het kindschap: dat wij de Geest van God in ons hebben.

Romeinen 8:14

KruisverwijzingenGalaten 5:18Galaten 3:26Psalmen 143:10Jesaja 48:162 Korinthe 6:18Galaten 5:22Openbaring 21:7Johannes 1:12
— Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Er mogen vele zwakheden en gebreken bij hen zijn, maar volgen zij de goddelijke leiding van de Geest van God, dan zijn zij kinderen Gods. God heeft geen dood kind; heeft er nooit een gehad. God is niet de God van de doden, maar van de levenden.

U kunt uzelf, dierbare vriend, aan deze toets beproeven. Volgt u de leiding van de Geest? Verlangt u voortdurend dat Hij uw hoogste Gids en Leidsman zal zijn? Wordt u geleid door de Geest van God, dan hebt u dit hoogste van alle voorrechten: u bent een van de kinderen Gods. Niets kan die eer evenaren; een kind van God te zijn is meer dan alles waarop goddeloze koningen en keizers zich kunnen beroemen, met heel hun praal en rijkdom.

Niet zij die zeggen dat zij kinderen Gods zijn, maar zij die het ontwijfelbaar bewijzen, doordat zij door de Geest van God geleid, beïnvloed, zachtjes geleid worden. Leiden veronderstelt volgen; en wie in staat gesteld zijn de leiding van de Goddelijke Geest te volgen, zijn allerzekerst kinderen van God, want de Heere leidt altijd Zijn eigen kinderen. Volgt u dus de leiding van Gods Geest, dan hebt u een van de bewijzen van het kindschap.

Romeinen 8:15

Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:12Hebreeën 2:152 Timotheüs 1:7Efeze 1:5Galaten 4:5Romeinen 8:161 Johannes 4:18Markus 14:36
— Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

Wij hebben die eens gehad, en zij had een tijdlang een goede uitwerking op ons; toen wij onder de wet waren, voelden wij ons in slavernij, en dat dreef ons tot Christus om vrijheid.

O gezegende, gezegende gemoedstoestand, te voelen dat wij nu in het gezin van God geboren zijn, en dat het kostbare woord dat geen slaaf ooit mocht uitspreken, nu door ons uitgesproken mag worden: “Abba”! Het is een kinderwoord, zoals een klein kind uitspreekt wanneer het voor het eerst zijn mond opent om te spreken, en het luidt hetzelfde voor- en achterstevoren: AB-BA. Om zo’n kinderlijke geest te hebben, dat ik, in welke gemoedstoestand ik ook verkeer, altijd nog kan zeggen, zelfs met de klanken van geestelijke kindsheid: “Abba, Vader”!

Is dit waar van u? “Gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.” Dierbare vrienden, hoort u deze woorden, kunt u erop antwoorden? Zijn zij waar van u?

Eerst liefde, en dan het kindschap; hij stijgt in zijn betoog.

Wij hebben die eens ontvangen, en het was een grote zegen voor ons. Dat kwam van de wet. De wet bracht ons onder slavernij door een besef van zonde, en dat deed ons eerst roepen om vrijheid, en daarna de bevrijdende Zaligmaker aannemen. Maar wij hebben die geest van de dienstbaarheid niet weer ontvangen tot vrees.

Wij hebben eens de geest van de dienstbaarheid ontvangen. Wij voelden dat wij onder de wet waren, en dat de wet ons vervloekte. Wij voelden haar strenge eis, en dat wij eraan niet konden voldoen. Nu is die geest verdwenen, en wij hebben de geest van de vrijheid, de geest van kinderen, de geest van de aanneming. Ik veronderstel dat de apostel, toen hij zo sprak, zoveel van de geest van de aanneming in zijn eigen boezem voelde, dat hij er niet over kon spreken alsof zij alleen anderen toebehoorde. Hij moest het zo insluiten, en daarom zegt hij: “gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.” Hij wilde te kennen geven dat hij ook zelf een deelgenoot van deze gezegende Geest was. En wee de prediker die een aanneming kan preken die hij zelf nooit genoten heeft. Wee ons allen, als wij anderen kunnen onderwijzen over de geest van het kindschap, maar haar nooit in onze eigen ziel voelen roepen: “Abba, Vader.”

De geest van de dienstbaarheid is de geest van dienstknechten, niet van zonen; maar die dienstbaarheid is voor ons geëindigd, die vrijgemaakt zijn in Christus Jezus. Wij zijn niet langer bevreesd om kinderen Gods genoemd te worden. Wij zijn niet bang voor onze eigen Vader; wij hebben een kinderlijke vreze voor Hem, maar die is zo vermengd met liefde, dat er geen kwelling in is. Of wij nu Jood of heiden zijn, wij roepen: “Abba, Vader.”

U hebt die eens ontvangen. U had haar nodig. U was in de zonde, en het was goed voor u, toen de zonde u tot slavernij werd. Het was smartelijk, maar het was heilzaam; maar u hebt de geest van de dienstbaarheid niet weer ontvangen tot vrees.

Roept uw geest vanavond op die manier? Al bent u in het duister, toch, roept u om uw Vader, dan zult u spoedig in het licht zijn. Er is geen reden om verontrust te zijn door enige vorm van twijfel, zolang de Geest deze voortdurende zucht opwekt: “Abba, Vader, toon Uzelf aan mij. Doe met mij wat U wilt. Laat mij Uw liefde proeven. Laat mij tenminste buigen onder Uw hand.”

Romeinen 8:15-16

Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:12Hebreeën 2:152 Timotheüs 1:72 Korinthe 1:22Efeze 1:52 Korinthe 5:5Galaten 4:5Romeinen 8:16
— Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Dat wil zeggen, wanneer wij de Geest hebben, wanneer wij vernieuwd zijn in de geest van ons gemoed, wanneer wij het gebied van de Geest binnengaan, en de tirannie van het vlees verlaten. Dan getuigt de Geest met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Romeinen 8:16

Kruisverwijzingen2 Korinthe 1:222 Korinthe 5:51 Johannes 4:13Efeze 1:131 Johannes 5:101 Johannes 3:19Efeze 4:302 Korinthe 1:12
— Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Welke betere getuigenis kunnen wij hebben dan die van deze twee getuigen: eerst van onze eigen geest, en dan van de Heilige Geest Zelf, dat wij kinderen Gods zijn? Merk op dat dit niet van iedereen gezegd wordt. De leer van het algemene Vaderschap van God is een leer van het vlees, en niet van de Geest; zij wordt nergens in Gods Woord geleerd. Dit is een Vaderschap dat alleen betrekking heeft op wie geestelijk zijn; wij worden erin geboren door de wedergeboorte, en erin gebracht door een daad van genade in de aanneming. “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods”; dit is een bijzonder voorrecht dat alleen toekomt aan wie geestelijk zijn.

Velen van u belijden kinderen Gods te zijn. Kan uw eigen geest zeggen dat het waar is? En is er, naast de getuigenis van de Geest in u, dat het waar is? Zo niet, tenzij er een getuige is bij ons getuigenis, baat het niets. Onze Heere Jezus Christus zei: “Indien Ik van Mijzelven getuig, Mijn getuigenis is niet waarachtig”; en stelt Hij Zichzelf als het ware op gelijke voet met de rest van de mensheid in dat opzicht, dan kunnen wij niet verwachten dat ons getuigenis op zichzelf iets waard zal zijn. Nee, er moet de Geest Zelf zijn, Die met onze geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn.

Het is eerst een levendmakende Geest, en dan een getuigende Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn. Er zijn dan twee getuigen, en in de mond van deze twee getuigen zal heel de waarheid over onze aanneming vaststaan. Onze eigen geest is zo veranderd, dat hij met God verzoend is, en geleid wordt op wegen die hij vroeger nooit betrad. Die eigen geest getuigt dat wij zonen Gods zijn. En dan getuigt Gods eigen Geest ook, en zo worden wij dubbel zeker.

Het bevestigt de getuigenis van het geweten. Wij voelen dat wij kinderen Gods zijn; en de Geest van God treedt naar voren als een tweede, maar nog grotere en hogere getuige, om de getuigenis te bevestigen dat wij kinderen Gods zijn.

Romeinen 8:17-18

Kruisverwijzingen1 Petrus 4:132 Korinthe 4:17Galaten 4:7Galaten 3:29Titus 3:7Handelingen 20:241 Petrus 1:5Efeze 3:6
— En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.

Lijden wij nu? Laten wij dan wachten op iets beters dat nog komen moet. Ja, wij lijden, en daarin zijn wij één met heel Gods schepping, want heel de schepping is nu, als het ware, in barensweeën. Er komt iets beters; maar ondertussen is zij verontrust en verward, zuchtend en kermend.

Romeinen 8:17

KruisverwijzingenGalaten 4:7Galaten 3:29Titus 3:7Efeze 3:6Openbaring 21:71 Petrus 1:4Romeinen 5:172 Timotheüs 2:10
— En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

O, dat “indien” — “indien kinderen.” Er zijn er die daar overheen stappen. Zij geloven in een algemeen vaderschap, dat de woorden niet waard is waarin zij het beschrijven. Dit is een geheel ander vaderschap.

O, deze gezegende deelgenootschap, deze gemeenschap: mede-erfgenamen met Christus, deelnemend aan heel de erfenis — zowel de erfenis van het lijden als de erfenis van de heerlijkheid. “Datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.” Er zal een verzenen-vermorzelen zijn voor Christus, evenals voor ons; maar er zal ook een kop-verpletteren van de zonde en de satan zijn, voor Hem en voor ons.

O, wat een opgang is dit, van het zuchten onder: “o, ellendig mens, die ik ben, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” tot dit punt: “opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.”

Zo gaat het niet in menselijke gezinnen. Niet alle kinderen zijn erfgenamen; maar in het gezin van God is het wel zo. Wat een erfenis! God Zelf wordt onze erfenis. Wij zijn erfgenamen van al wat God heeft, en van al wat God is.

Want alle kinderen Gods zijn erfgenamen, en allen evenzeer erfgenamen. De eerstgeboren leden van Gods gezin, zoals Abraham en de overige aartsvaders, zijn niet meer erfgenamen van God dan wij, van deze latere dagen, die nog maar kort geleden tot Christus gekomen zijn. “Indien kinderen, dan ook erfgenamen.” Erfgenamen van wat? Niet alleen erfgenamen van wat God verkiest te geven, maar erfgenamen van Hemzelf. Er hoeft niets anders gezegd te worden, als dit waar is: “de HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel.” “Erfgenamen van God” —

Hebt u ooit in uw hart een verlangen naar de heerlijkheid van God? Voelt u zich terneergedrukt, wanneer u de overvloedige zonde ziet? Staan uw ogen klaar met tranen bij de gedachte aan de ondergang van de goddelozen? Dan hebt u medegevoel met Christus in Zijn lijden, en zult u zeker met Hem een erfgenaam zijn, te zijner tijd, in Zijn heerlijkheid.

Het is met Hem in alles: met Hem in het lijden; met Hem in de heerlijkheid; met Hem in de smaad van de mensen; met Hem in de eer aan de rechterhand van de Vader. Maar ontwijken wij het pad van de vernedering met Hem, dan mogen wij verwachten dat Hij ons zal verloochenen op de dag van Zijn heerlijkheid.

Dit zou niet noodzakelijk waar zijn van een mensengezin, want iemand mag kinderen hebben die niet zijn erfgenamen; maar in Gods gezin worden allen die erin geboren worden, geboren als erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus. Wij moeten ons deel nemen van Christus’ erfdeel — Zijn deel hier, en Zijn deel hierna; de regel voor ons die in Hem zijn, zal zijn: gelijk delen. Hij Zelf heeft gezegd: “waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn”; en al wat Hij heeft, zal Hij met ons delen. Bent u bereid, dierbare broeder, met Christus te delen? Zo niet, dan betwijfel ik of u wel terecht onder Zijn heiligen gerekend kunt worden.

Niet alleen erfgenamen tot God, maar erfgenamen van God. God Zelf is de erfenis van Zijn volk; Hij behoort hun nu toe, als een eeuwige gift.

Wij moeten het ruwe en het gladde, het bittere en het zoete, met Christus delen; en wie zal daar bezwaar tegen maken? Zijn wij erfgenamen met Christus, dan willen wij de erfenis niet in stukken verdelen. Nee! wij nemen het kruis evengoed als de kroon — de smaad evengoed als de eer.

Romeinen 8:18

Kruisverwijzingen1 Petrus 4:132 Korinthe 4:17Handelingen 20:241 Petrus 1:5Mattheüs 5:111 Petrus 1:13Hebreeën 11:25Kolossenzen 3:4
— Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.

Heerlijkheid in ons! Denk daar eens over na! U kent de openbaring die in het boek staat; maar hoe groots zal de openbaring zijn die in de mens is! “De heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.” Wij zullen vol van heerlijkheid zijn. En een deel van Gods heerlijkheid, dat anders verborgen had moeten blijven, zal in Zijn volk geopenbaard worden, tot Zijn eigen lof in alle eeuwigheid; maar ook tot onze eigen eeuwige vreugde.

Reken het na, tel het op, en bereken het. Deze lijden, hoe scherp ook, zijn kort, vergeleken met de eeuwige heerlijkheid — onbeduidend, niet waard om in rekening gebracht te worden; als een druppel die in een rivier valt en erin verloren gaat.

“Lichte verdrukking” staat tegenover “een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid.” Tijdelijke verdrukkingen, maar voor een ogenblik, zullen gevolgd worden door eeuwige kronen die niet verwelken. Wat een tegenstelling!

Hij had zojuist het lijden genoemd. Het is te weinig. Het zijn slechts vlekjes in de zon. Zij zijn te klein om gewogen te worden tegenover dat overweldigende eeuwige gewicht van heerlijkheid, dat God voor ons bereid heeft.

Paulus maakte van “het lijden dezes tegenwoordigen tijds” een eenvoudige rekensom, met zorgvuldige berekening. Hij telde alles bij elkaar op, en zag wat de uitkomst was. Hij scheen op het punt te staan een verhoudingssom te stellen, maar liet dat na. Hij zei dat het lijden niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden. Stond het in verhouding van één op duizend? Nee, anders zou het wel te waarderen zijn geweest. Stond het in verhouding van één op tienduizend, of één op een miljoen, of één op een miljoen miljoenen? Ook dan zou het nog te waarderen zijn geweest; maar Paulus zag dat er helemaal geen verhouding tussen beide bestond. Het lijden scheen slechts één druppel te zijn, en de heerlijkheid een grenzeloze oceaan. Die heerlijkheid is nog niet volledig geopenbaard; zij is aan ons geopenbaard, maar nog niet in ons. Wat moeten wij dan ondertussen doen? Wij moeten wachten met geduld, en onze opgelegde last dragen, totdat de tijd komt dat wij ervan verlost worden. Wachten echter met hoop, wachten ook, zoals wij moeten, stil de smarten en weeën dragend die aan zo’n heerlijke geboorte voorafgaan. Daarin staan wij niet alleen, zoals de apostel vervolgens zegt —

Romeinen 8:18-19

Kruisverwijzingen1 Petrus 4:132 Korinthe 4:17Handelingen 20:241 Petrus 1:52 Petrus 3:11Maleachi 3:17Mattheüs 5:11Jesaja 65:17
— Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

Het is niet slechts dat de Geest het lichaam zal zegenen, maar dat geestelijke mensen heel de schepping zullen zegenen. De stof, die is als het lichaam bewoond door de geesten van de heiligen, zal delen in de gelukzaligheid die Christus gekomen is te brengen.

Romeinen 8:19-22

KruisverwijzingenGenesis 3:17Genesis 5:292 Petrus 3:11Maleachi 3:17Jeremia 12:4Jeremia 12:11Jesaja 65:17Openbaring 21:1
— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods. Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

Zie hoe zij dikwijls weent in de overvloedige regen die op een kleine zondvloed lijkt. Merk op hoe soms de ingewanden van de schepping zelf gefolterd en verscheurd lijken door pijn en angst, door vulkanen en aardbevingen. Let op de stormen, wervelwinden, orkanen en allerlei rampen die over de aardbol razen, verwoesting achterlatend in hun spoor. De aardbol zelf is gehuld in mist als in windsels, en straalt niet uit zoals haar zusterster­ren in haar oorspronkelijke glans en pracht. Ook de dierenwereld draagt het juk van de slavernij. Hoe onnodig zwaar hebben mensen dat juk vaak gemaakt!

Wij leven in een wereld die onder een vloek ligt, een wereld die door de zonde van de mens aan de dienstbaarheid onderworpen is. Wat betekent deze kou? Wat betekenen deze mistbanken? Wat betekent het algemene rouwen en zuchten van de lucht, heel de winter door? Wat betekenen de verstoringen, de omwentelingen, de rampen waarvan wij van alle kanten horen? Het is de schepping die zucht, die in barensnood is, die wacht — wacht totdat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal zijn, omdat de vorige dingen voorbijgegaan zullen zijn.

Romeinen 8:19

Kruisverwijzingen2 Petrus 3:11Maleachi 3:17Jesaja 65:17Openbaring 21:1Romeinen 8:231 Johannes 3:2Filippenzen 1:20Mattheüs 25:31
— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

Er is iets waarop heel de schepping wacht, en het kan niet komen, voordat Gods kinderen openbaar worden, voordat de heerlijkheid in hen geopenbaard is.

Heel de schepping is, als het ware, op haar tenen aan het uitkijken en wachten op de dag waarop God Zijn zonen, die nu nog verborgen zijn, openbaar zal maken. Te zijner tijd zullen zij tevoorschijn komen, door God erkend, en dan zal heel de schepping zich verblijden.

Zo groot zal de heerlijkheid van Gods kinderen zijn, dat heel de wereld erop wacht. Elk schepsel staat op zijn tenen, uitziend naar de komst van Christus en de openbaring van de verlosten. Wat moet de grootheid zijn van deze zaak, die heel de schepping geleerd heeft te verwachten?

Heel de schepping bevindt zich in een wachtende houding, wachtend op de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden.

Romeinen 8:19-21

KruisverwijzingenGenesis 3:17Genesis 5:292 Petrus 3:11Maleachi 3:17Jesaja 65:17Openbaring 21:1Romeinen 8:231 Johannes 3:2
— Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods. Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.

Er is zelfs een toekomst voor de stof. Die arme, duistere kluit waarin wij wonen, zal nog verlicht worden met het licht van God. Deze arme lichamen zijn verwant aan het stof van de aarde. Zij blijven nog alsof zij niet verlost waren, onderworpen aan pijn, zwakheid en dood. Toch zullen ook zij nog gebracht worden tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods.

Romeinen 8:20-22

KruisverwijzingenGenesis 3:17Genesis 5:29Jeremia 12:4Jeremia 12:112 Petrus 3:13Genesis 6:13Romeinen 8:22Prediker 1:2
— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

Heel de wereld verkeert in haar weeën en barensnood. Er kan nooit een volledige verlossing komen tot de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, tenzij er ook een openbaring van de kinderen Gods komt, en hun verlossing van al wat nu het goddelijke leven in hen belemmert en hindert.

Zoals ons lichaam, om zo te zeggen, de wereld is, de aarde waarin onze geest woont, zo is deze grote aarde het lichaam waarin de Kerk woont. Zoals dit lichaam zijn pijnen heeft, zo heeft deze schepping haar pijnen. Maar zoals dit lichaam weer zal opstaan, zo zal ook deze schepping, hoewel zij zucht en in barensnood is, gebracht worden tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods. En wat een wereld zal het zijn, wanneer de vloek die er door de zonde van Eden op viel, weggenomen zal worden door de heerlijke Verzoening van Golgotha! Het bloed van Christus, dat op de grond viel, is nooit van de aarde weggegaan, zoals u zich zult herinneren; het is ergens nog. Heeft dat bloed de wereld volledig verlost, dan zal de hele wereld een trofee zijn van de macht van de Verlosser.

Romeinen 8:20-23

KruisverwijzingenGenesis 3:17Genesis 5:29Efeze 1:14Jeremia 12:4Jeremia 12:11Romeinen 7:242 Petrus 3:132 Korinthe 5:2
— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.

Wij hebben reeds de zaligheid voor onze ziel verkregen, maar ons lichaam is nog onder slavernij, onderworpen aan vermoeidheid, aan pijn, aan zwakheid, aan de dood. Maar te zijner tijd, met de nieuwe schepping, zullen onze nieuw gevormde lichamen geschikt zijn om in de nieuwe wereld te leven, en geschikt voor onze wedergeboren zielen om te bewonen. Dit is de volledige verlossing waarop wij wachten.

Romeinen 8:20-21

KruisverwijzingenGenesis 3:17Genesis 5:292 Petrus 3:13Genesis 6:13Romeinen 8:22Prediker 1:2Hosea 4:3Jeremia 14:5
— Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.

Wij waren in slavernij, en wij zijn in zekere mate uitgekomen tot de vrijheid van de kinderen Gods. Nu is de wereld waarin wij leven met ons begaan, en gedeeltelijk onder slavernij door de zonde, maar dat is slechts tijdelijke slavernij. Er zal een dag komen, waarop heel de schepping verlost zal worden van de dienstbaarheid van de verderfenis tot de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods — een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.

Alles hier is verdord, en onderworpen aan storm, of verval, of plotselinge dood, of enige ramp. Het is een schone wereld, maar de schaduw van de vloek ligt over alles. “Het schepsel is der ijdelheid onderworpen,” maar het “zal ook zelf vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.”

Romeinen 8:22-23

KruisverwijzingenEfeze 1:14Jeremia 12:4Jeremia 12:11Romeinen 7:24Romeinen 8:192 Korinthe 5:2Lukas 21:28Filippenzen 1:21
— Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.

Wij zuchten in overeenstemming met een zuchtende schepping, en wij zullen onze pijnen en kwalen voorlopig niet helemaal kwijtraken.

De ziel heeft haar verlossing verkregen. Daarom is ons hart blij, en onze eer verheugd. Maar ons lichaam heeft zijn verlossing nog niet verkregen. Dat komt bij de opstanding. Dan zal de aanneming zijn. Al is het lichaam, samen met heel de schepping, nu aan slavernij onderworpen, toch zal het verlost worden. Wij, de hele mens, lichaam zowel als ziel en geest, zullen gebracht worden tot de vrijheid van de kinderen Gods.

Romeinen 8:22

KruisverwijzingenJeremia 12:4Jeremia 12:11Markus 16:15Kolossenzen 1:23Romeinen 8:20Psalmen 48:6Johannes 16:21Openbaring 12:2
— Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

Diepe zuchten klinken in de wereld. Hebt u niet van aardbevingen gehoord? Weet u niet hoe heel de wereld beeft? Er komt iets, en heel de wereld zucht ernaar. God maakt het heelal tot een instrument, bespeeld door de vingers van sterfelijke mensen. Zijn zij bedroefd, dan is de wereld bedroefd. Gaan zij met vreugde uit en worden zij met vrede voortgeleid, dan breken de bergen en de heuvelen voor hen uit in gejuich, en klappen al de bomen van het veld in de handen. “Wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”

De barensweeën van de schepping zijn over haar; het levende wezen daarbinnen beweegt zich om zijn schaal te breken, en tevoorschijn te komen.

Romeinen 8:23

KruisverwijzingenEfeze 1:14Romeinen 7:24Romeinen 8:192 Korinthe 5:2Lukas 21:28Filippenzen 1:21Galaten 5:5Hebreeën 9:28
— En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.

Dit is waarnaar wij uitzien. Onze mens-zijn is niet alleen ziel: het is ook lichaam. En hier ligt dit arme lichaam nog, als het ware, buiten de poort, zoals Lazarus, terwijl de ziel zich in God verblijdt. Maar de tijd van zijn verheerlijking komt. De bazuin van de aartsengel zal het aankondigen.

Wij zuchten inderdaad in onszelf. Wie zei dat wij het niet deden? En die broeders die zeggen dat zij nooit zuchten, ik wou dat zij het beter leerden. Het is een teken van genade en een kenmerk van een kind van God, dat hij niet volmaakt is, en dat ook niet meent te zijn, maar ernaar zucht, ernaar roept. “Wij zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.” Want dit arme lichaam ligt nog in zekere mate onder een vloek, nog met zijn pijnen, nog met zijn vleselijke lusten en begeerten die het belemmeren en verontrusten. Maar hiernaar zuchten wij: dat dit vlees van ons, en heel de schepping waarin wij wonen, nog een blijde verlossing zal hebben.

Voorlopig is het lichaam nog onder slavernij. Het lichaam is dood om de zonde: vandaar die hoofdpijnen, dat kloppen van het hart, die zwaarte van de dag die ons omgeeft. Maar te zijner tijd, zoals de stoffelijke wereld verlost zal worden van haar slavernij, zo zullen ook deze lichamen ontkomen aan alle last van zwakheid, ziekte en dood, tot een betere staat.

Onze ziel is verlost van de vloek. De verlossing van de ziel is volkomen, maar die van het lichaam nog niet. Dat moet nog pijn en vermoeidheid dragen, en zelfs in het graf neerdalen, maar zijn dag van openbaring komt zeker. Bij de verschijning van onze Heere uit de hemel, dan zal ook het lichaam zelf verlost worden, en heel de schepping zal ook verlost worden. Zo wachten wij in een staat van barensnood; en wij mogen best tevreden zijn te wachten, want deze weeën in ons en om ons heen wijzen allemaal op de heerlijke geboorte waarop wij in hoop mogen wachten.

Dat is wat wij verwachten: de verlossing van ons lichaam. Wij zullen daar niet tevergeefs op wachten, want Christus is de Zaligmaker van ons lichaam evenals van onze ziel, en de dag zal komen waarop zelfs onze lichamen vrij zullen zijn van pijn, zwakheid, vermoeidheid, zonde en dood. Gelukkige dag! Wij mogen er met de hoogste verwachting naar uitzien.

Romeinen 8:24

Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:8Hebreeën 11:12 Korinthe 5:72 Korinthe 4:18Titus 2:11Romeinen 5:22 Thessalonicenzen 2:16Psalmen 33:18
— Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?

“Wij zijn in hope zalig geworden.” De hoop bevat het grootste deel van onze zaligheid al in zichzelf.

Kon het allemaal zijn wat wij zouden willen zijn, dan zou er geen ruimte meer zijn voor de oefening van de hoop. Hadden wij alles wat wij zullen hebben, dan zou de hoop, een van de zoetste genadegaven, geen ruimte meer hebben om zich te oefenen. Het is een gezegende zaak, hoop te hebben. Wat een les is dat, en hoe zelden leren wij haar! In deze tegenwoordige staat is onze voornaamste plicht: wachten met lijdzaamheid. U wilt uw koek hebben én bewaren, maar u kunt hem niet opeten en tegelijk bewaren. Er zijn vruchten van de aarde die nog niet rijp zijn. U legt ze weg, en er zijn vele goede dingen die God heeft weggelegd voor Zijn volk. Dit is onze houding en toestand nu: wachten op de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden, en het lijden aanvaarden dat ons opgelegd is als een inleiding tot de vreugde die op geheimzinnige wijze tot ons zal komen. Maar terwijl wij wachten, zijn wij niet zonder tegenwoordige troost.

Romeinen 8:24-28

Kruisverwijzingen1 Petrus 5:10Jakobus 1:12Romeinen 8:35Genesis 50:20Romeinen 5:3Jakobus 1:31 Korinthe 2:9Romeinen 8:30
— Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid. En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt. En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

“Wij weten, dat alle dingen medewerken ten goede.” Dat is een wonderlijk stellige uitspraak, Paulus. Er zijn tegenwoordig mensen die zeggen dat wij niets weten; toch zeggen de apostelen voortdurend dat zij dit of dat weten. Lees de brieven van Johannes, en merk op hoe vaak hij zegt dat hij het weet, en hoe vaak hij toevoegt dat hij het gelooft, alsof geloven en weten hetzelfde waren. Merk op, broeders, hoe de apostel hier spreekt; hij zegt niet dat alle dingen zullen medewerken ten goede, nee, maar dat zij dat wérkelijk doen, dat zij nu al voor uw tegenwoordig welzijn werken. Dit is niet slechts iets wat eens goed zal uitpakken; het is nú al goed: “wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.” Nauwelijks noemt de apostel het woord “voornemen,” of hij moet er een heel betoog op bouwen. Hij was niet bang of beschaamd om te spreken over de voornemens van God, over Gods raadsbesluit.

Romeinen 8:26-27

KruisverwijzingenEfeze 6:18Mattheüs 10:20Galaten 4:6Zacharia 12:10Judas 1:20Efeze 2:18Hebreeën 4:15Romeinen 8:15
— En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.

Vooral onze zwakheden in het gebed, want daar komen de zwakheden het meest aan het licht. Ik zou gedacht hebben dat er zou staan dat de Geest Zelf ons leert wat wij bidden zullen. Maar Hij doet meer dan dat. Hij gaat verder dan ons te leren wat wij moeten bidden. Hij bidt Zelf voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Weet u wat die zuchtingen zijn? Ik ben bang dat wie nooit onuitsprekelijke zuchtingen gekend heeft, ook nooit iets zal kennen van die heerlijkheid die niet uitgesproken kan worden, want dat is de weg ernaartoe. De zuchtingen die niet uitgesproken kunnen worden, leiden tot onuitsprekelijke vreugde.

Zie wat kleine wereldjes wij zijn. Microkosmossen, om een moeilijker woord te gebruiken; want zoals er in heel de schepping zuchtingen en barensweeën zijn, zo zijn die er ook in de kleine wereld van ons eigen hart. Alleen, de weeën van de natuur zijn maar natuurlijk; maar onze weeën zijn bovennatuurlijk. Het is de Geest Zelf Die zucht binnen in uitverkoren harten, met zuchtingen die niet uitgesproken kunnen worden.

U moet, daar ben ik zeker van, als kinderen van God, vaak die Geest in u hebben voelen zuchten in het gebed over wat u niet kon uitdrukken. Hoe vaak bent u niet van uw knieën opgestaan, voelend hoe volkomen ontoereikend woorden zijn om de verlangens van uw hart uit te drukken! En u hebt gevoeld dat u grotere verlangens had dan u onder woorden kon brengen. Er zijn machtige weeën in u geweest, die van de aanwezigheid van deze worstelende Geest getuigden.

Zuchtingen zijn dan gebeden, en gebeden die de Geest van God zeker verhoort. En die verlangens die de taal geheel te boven gaan, of die door de uitputting van ons verdriet niet in taal gebracht kunnen worden, die worden toch door God gehoord, want de Geest van God is erin.

Och, hoevele zijn er! Gebrek aan geheugen, gebrek aan geloof, gebrek aan ernst, onwetendheid, hoogmoed, doodsheid, koude van hart: dat zijn enkele van onze zwakheden. Maar, God zij dank, wij hebben de almachtige Geest van God om ons te helpen.

Deze zuchtingen zijn te diep, te vol van betekenis om in woorden uitgedrukt te worden. Er zijn dingen die de christen verlangt, waar hij niet om kan vragen; misschien weet hij zelf niet eens wat het is dat hij verlangt. Er is een leegte in zijn hart, maar hij weet niet wat haar zou vullen. Er is honger in zijn geest, maar hij weet niet wat het brood is, of waar het brood is, dat zijn behoeften kan bevredigen. Maar de Heilige Geest kan deze onuitgesproken zuchtingen verwoorden, en zo kunnen de diepste noden van onze ziel door Zijn eigen Geest voor God gebracht worden. Vindt u het moeilijk om te bidden, geef het bidden dan niet op. De duivel vertelt u dat zulke arme gebeden als de uwe nooit het oor van God kunnen bereiken. Geloof hem niet. De Geest komt uw zwakheden te hulp; en helpt Hij u, dan zult u, dan móet u, overwinnen.

Dat is de filosofie van het gebed. Wat Gods wil ook is, de Geest van God schrijft die op de harten van biddende heiligen, en zij bidden juist om datgene wat God voornemens is te geven. Zoals de barometer vaak het weer voorspelt dat komen gaat, zo is de geest van het gebed in de christen de barometer die aangeeft wanneer er buien van zegen komen. Het gaat goed met ons, wanneer wij kunnen bidden. Kunnen wij niets anders, voelen wij dat wij kunnen bidden, dan is het niet zo slecht met ons gesteld als wij misschien denken.

Wanneer wijzelf nauwelijks de zin van de Geest kennen, kent Hij Die alle harten doorzoekt, die wél. Voelen wij dat wij niet kunnen bidden? Toch doet de Geest van God voorbede in ons. De grote Vader leest de bedoeling van die voorbede, en zegent ons, niet naar onze kennis van ons eigen gebed, maar naar Zijn kennis van wat de Geest met die gebeden bedoelt.

Wanneer u uw eigen gemoed niet kent, kent God de zin van de Geest, en dat is juist het wezen van het gebed. Hij weet, wat de zin van de Geest is.

Wat de Geest van God ons ook aandringt te bidden, het is naar de zin van God, want het is onmogelijk dat de Heilige Geest ooit anders zou zijn dan in volkomen overeenstemming met de goddelijke Vader.

Dat is het hele proces van het gebed. De Geest van God kent de wil van de Vader, en Hij komt en schrijft die op onze harten. Een waar gebed is de openbaring van de Geest van God aan ons hart, waardoor Hij ons doet verlangen naar wat God besloten heeft ons te geven. Vandaar dat het welslagen van het gebed geen moeilijkheid is voor wie de voorbeschikking gelooft. Sommigen zeggen dwaas: “als God alles beschikt heeft, wat nut heeft dan het bidden?” Had God niet alles beschikt, dan zou bidden geen nut hebben. Maar het gebed is de schaduw van de komende genade die vooruit over de geest valt. Zo worden wij in het gebed enigszins begenadigd als de zieners van weleer.

Dit verklaart wat voor velen het mysterie van het gebed is. De Heilige Geest, Die Zelf God is, kent de geheime voornemens van de goddelijke wil, en drijft daarom de heiligen ertoe te bidden in overeenstemming met die wil, en maakt hun smekingen krachtig door Zijn eigen zegevierende voorbede.

Het kan niet verondersteld worden dat de Vader niet weet wat de zin van de Geest is, want zij zijn één God. En omdat de Geest van God nooit voor iets bidt dat niet naar Gods wil is, zijn wij zeker dat onze hemelse Vader elk door de Geest ingegeven gebed zal verhoren.

Romeinen 8:28-30

KruisverwijzingenEfeze 1:41 Petrus 5:10Jeremia 1:5Efeze 1:11Jakobus 1:12Romeinen 8:35Genesis 50:202 Timotheüs 1:9
— En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Dit gedeelte is Spurgeons “gouden keten”: voorkennis, voorbeschikking, roeping, rechtvaardigmaking, verheerlijking. Dit is niet slechts een mening. Dit is nauwelijks een zaak van geloof. “Wij weten.” Wij zijn er zeker van. Wij hebben het bewezen gezien.

Ik houd er niet van deze tekst maar half aangehaald te horen, zoals ik vaak hoor, als mensen losjes zeggen dat alle dingen wel mee zullen werken ten goede. “O ja, op de een of andere manier komt er wel iets goeds uit.” Zo staat het hier niet. Er staat: alle dingen medewerken ten goede aan degenen, die God liefhebben, namelijk aan degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Een bijzonder voornemen en doel van God voor een bijzonder volk. En behoort u niet tot dit volk, dan werken de dingen niet mee tot uw goed; nee, maar u zult merken dat zij meewerken tot uw verbanning uit het leven en uit de tegenwoordigheid van God. Let daarop. De sterren in hun banen strijden tegen u, als u tegen God strijdt.

“Alle dingen.” Dat is een heel omvattende uitdrukking, is het niet? Het omvat uw tegenwoordige moeite, uw zeer hoofd, uw zwaar hart: alle dingen. Alle dingen werken. Er is niets werkeloos in Gods rijk. Alle dingen werken samen. Er is geen wanklank in Gods voorzienigheid.

Paulus was, evenals Johannes, geen agnost; hij zei niet eens: “wij denken, wij vermoeden, wij menen.” Nee, “wij weten” —

Hoe weten wij wie zij zijn die naar Gods eeuwig voornemen geroepen zijn? De vorige bijzin vertelt het ons, want beide hebben op dezelfde personen betrekking; degenen die God liefhebben zijn degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Wij kunnen niet in de bladzijden van het boek des levens van het Lam kijken, maar wij kunnen door deze eenvoudige toets weten of onze namen daarin staan: hebben wij de Heere werkelijk lief? Zo ja, dan werken alle dingen mee tot ons tegenwoordig en eeuwig welzijn, alle dingen zichtbaar en onzichtbaar, alle dingen vriendelijk en onvriendelijk, alle dingen in voorzienigheid en genade.

Nog niet “heel de mensheid,” maar zij die God liefhebben. Want zij zouden God nooit hebben liefgehad, had Hij hen daar niet toe geroepen, en Zich niet voorgenomen hen te roepen.

Bijna alles in deze wereld schijnt ons in verwarring toe, maar voor Gods oog is alles in orde. De ene golf slaat deze kant op, de andere die kant, maar zij werken allemaal samen, en allemaal met één groot doel. Zeg niet, christen: “al deze dingen zijn tegen mij.” Ach, arme ziel! Dat is het vonnis van uw ongeloof, maar u zult op een dag beter weten. Alle dingen werken vóór u, en niet één ervan werkt tegen u; wees dus niet ontmoedigd. Zij werken allemaal samen ten goede, aan hen die God liefhebben, aan hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

Deze grote waarheden mogen nooit van elkaar gescheiden worden. Is een van deze dingen waar van u, dan staat het vast dat de rest ook waar is. Nu, beste broeder, u kunt Gods voorkennis niet lezen, u kunt evenmin doordringen in de geheimen van de voorbeschikking; maar u kunt weten of u geroepen bent, of niet; u kunt weten of u door het geloof gerechtvaardigd bent, of niet. Grijpt u die schakels vast, dan hebt u greep op die eindeloze keten. Zij zit stevig vast aan de granieten rots van de eeuwigheid die voorbij is, en ook aan de rots van de heerlijke eeuwigheid die nog geopenbaard moet worden.

Er is geen breuk tussen de schakels van deze keten. De voorkennis is vastgesmeed aan de voorbeschikking; de voorbeschikking is onfeilbaar verbonden aan de roeping, de roeping aan de rechtvaardigmaking, en de rechtvaardigmaking aan de verheerlijking. Er is geen aanwijzing dat er ergens in de reeks een gebrek of onderbreking zou kunnen zijn. Grijp één schakel, en u hebt het geheel. De geroepen mens is de voorbeschikte mens. Laat hem daar zeker van zijn. En de gerechtvaardigde mens zal een verheerlijkt mens zijn. Laat hem daar geen enkele twijfel over hebben.

Dit is hun karakter, dat zij zelf bemerken, en dat anderen in zekere mate ook kunnen bemerken. Wij zullen aan Hem gelijk zijn, gelijkvormig aan Zijn beeld; en zijn wij mede-erfgenamen met Hem, wat een vreugde is het dan, dat wij deelgenoten van Zijn natuur zullen zijn, aan Hem gelijkgemaakt! Christus zal weerspiegeld worden, en in zekere mate herhaald, in al Zijn volk. Dit zal juist de heerlijkheid van de hemel zijn: welke kant u ook op kijkt, u zult óf Christus Zelf, óf Zijn gelijkenis in Zijn volk zien. Hij heeft hen te voren verordineerd, gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon.

Wat een heerlijk voorrecht is het uwe en het mijne, als wij inderdaad kinderen van God zijn! Wij zijn, in zeker opzicht, kinderen van God in dezelfde zin als Christus Zelf dat is; Hij is de Eerstgeborene, en wij behoren tot Zijn vele broederen.

Er is geen breuk in deze schakels. Waar God een van deze zegeningen geeft, geeft Hij ook de rest. Er is nergens een aanwijzing van een tekortkoming ertussenin. Die te voren verordineerd zijn, worden geroepen; en die geroepen zijn, worden gerechtvaardigd; en die gerechtvaardigd zijn, worden verheerlijkt.

Er is geen scheiding tussen deze gouden schakels van liefde en genade. Die voorkennis, waarvoor alle toekomstige dingen open en tegenwoordig zijn, begint de daad van liefde. De voorbeschikking komt erbij, en kiest een volk voor God dat eeuwig het Zijne zal zijn. Hierop volgt, te zijner tijd, de krachtdadige roeping, waardoor de uitverkorenen uit de onreine massa van de mensheid gehaald en voor God apart gezet worden. Dan volgt de rechtvaardigmaking door het geloof, door het kostbare bloed en de gerechtigheid van Jezus Christus; en waar dit is, zal de heerlijkheid zeker komen, want “die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”

Romeinen 8:31-32

KruisverwijzingenPsalmen 118:6Jeremia 1:19Psalmen 56:111 Johannes 4:4Jeremia 20:11Jesaja 54:17Psalmen 56:4Numeri 14:9
— Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Zullen wij bezwijken onder het lijden van het lichaam? Zullen wij aan twijfel toegeven, vanwege al onze zware gevoelens, en de doffe traagheid die van het vlees komt? Volstrekt niet. Wij kunnen door al deze moeilijkheden heenkomen, als God met ons is.

O, hebt u niet vaak zo gezegd? Wanneer u het plan van de genade bestudeerd hebt, het verbond van God, hebt u dan niet tot uzelf gezegd: wat kan ik hierop zeggen? Het gaat mijn begrip te boven, vanwege de grootheid van deze heerlijkheid. Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Welnu, wij zullen iets praktisch zeggen dat onze harten verkwikt.

Die verdrukkingen waarvan wij zojuist gelezen hebben, die smaadheden die wij met Christus delen: wat betekenen die? Zij zijn het niet waard genoemd te worden. “Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”

Is God dat grote, werkende Wezen, Dat dit alles doet, wie kan dan tegen ons zijn? “Nu, heel wat,” zegt iemand. Maar zij zijn niets, en zelfs allemaal samen zijn zij niets vergeleken bij Hem Die aan onze kant staat.

Hebt u de wereld tegen u als christen? Wat is de tegenstand van de wereld, wanneer God aan uw kant staat? Is uw eigen hart tegen u? Wat dan? God is groter dan uw hart. Is de duivel tegen u? Ach, hij is machtig, maar God is almachtig, en Hij zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. Paulus was geen dweper; hij was een man van grote ervaring en gezond verstand; toch acht hij al onze vijanden voor niets, wanneer God aan onze kant staat.

Wat, inderdaad, kunnen wij zeggen? Wij verliezen ons in verwondering, liefde en lof. Toch kunnen wij dit zeggen, want het raakt onze strijd terwijl wij hier beneden zijn. Paulus voelt die schaduw nog steeds over zich, van de strijd tegen het vlees. Wat zullen wij zeggen, met het oog op deze gezegende dingen, over die strijd? Welnu, dit: “zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”

Merk op: er staat niet zomaar dat Hij ons alle dingen zal schenken, maar dat Hij ons “met Hem ook alle dingen” zal schenken. U zult alle dingen mét Christus krijgen; maar u zult niets zonder Christus krijgen, want alle andere gaven zitten in deze ene. God gaf ons eerst Zijn Zoon; en Hij geeft ons alles in Hem.

Na ons Zijn eigen Zoon gegeven te hebben, wat is er dat Hij ons zou kunnen onthouden, als het tot ons werkelijk welzijn is? Nee, Hij heeft ons eigenlijk al alle dingen gegeven, door Hem aan ons te geven.

Romeinen 8:33-34

KruisverwijzingenHebreeën 7:25Openbaring 12:10Markus 16:19Romeinen 8:27Jesaja 50:8Hebreeën 9:24Romeinen 8:1Lukas 18:7
— Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.

Het kan ook gelezen worden als een vraag: is het God, Die rechtvaardig maakt? Wie zal? Wie mag? Wie durft?

Kan God ons iets ten laste leggen, na ons gerechtvaardigd te hebben? Zal Hij Zichzelf tegenspreken? Nee, dat is onmogelijk; en legt Hij hun niets ten laste, welke reden hebben zij dan om te vrezen?

Wie, inderdaad. Wanneer God ons Christus gaf, gaf Hij ons alles, want alle zegeningen van dit leven en van het leven dat komen zal, liggen verborgen in Christus, zoals de kern binnen de schaal van de noot. Wat een aanmoediging hebben wij hier voor het gelovige gebed! Christen, Christus is de gouden sleutel van Gods schatkamers; u hoeft Hem alleen maar op de juiste wijze te gebruiken, en wat u ook nodig hebt, zal het uwe zijn.

Even onmogelijk is het; en veroordelen noch God, noch Christus ons, welke rechter hebben wij dan te vrezen? De Rechter van heel de aarde, en de Rechter van de levenden en de doden: veroordeelt geen van beiden, dan mag wie wil ons veroordelen.

Terecht mocht de apostel deze vol vertrouwen klinkende uitdagingen de hemel, de aarde en de hel toewerpen. Aangezien God het is Die rechtvaardigt, wie kan dan enige aanklacht inbrengen tegen Zijn uitverkorenen? Wie kan hen veroordelen voor wie Christus gestorven is, voor wie Hij opgestaan is, en voor wie Hij nu voorbede doet aan de rechterhand van God? Niemand kan het, want —

Laat de uitdaging weerklinken in de hemel zelf; bazuin het door alle spelonken van de hel; laat heel het heelal het horen: “wie zal iets ten laste leggen van Gods uitverkorenen?” Niemand kan het, want God is het, Die rechtvaardig maakt, en Zijn rechtvaardiging blokkeert elke aanklacht die tegen Zijn volk ingebracht wordt.

Hier is ware vrijmoedigheid; Paulus, die zichzelf de voornaamste van de zondaren noemde, durft een ieder uit te dagen iets ten laste te leggen van Gods uitverkorenen. Kan God dat zeker? “Nee,” zegt Paulus —

Hij is zowel rechtvaardig als de Rechtvaardigmaker van allen die in Jezus geloven, en zij zijn Gods uitverkorenen.

Hij is de Rechter. Zal Hij, Die stierf, veroordelen? Hij alleen is Rechter. Heeft Hij dit alles gedaan, en zal Hij ons veroordelen?

Er is maar Eén Die het kan, want er is maar één Rechter, en die Rechter is Jezus. Zo stelt de apostel het opnieuw in de vorm van een vraag: zal Hij ons veroordelen? Dat is volstrekt onmogelijk.

Wat, sterven voor hen, en hen dan veroordelen? Niemand kan hen veroordelen dan de Rechter; en kan Hij hen niet veroordelen, vanwege wat Hij al voor hen gedaan heeft, dan kan niemand het. Maar dit is niet alles.

Zal Hij afwisselend heet en koud blazen, eerst voor hen bidden, en hen dan veroordelen? Dat kan niet.

Christen, aangezien Christus voor u voorbede doet, zal Hij u nooit veroordelen. Heeft Hij Zijn bloed voor u vergoten, en zal Hij u dan toch in de hel werpen? Is Hij voor u uit de doden opgestaan, en zal Hij u dan achterlaten onder de doden en de verlorenen? Denk zo vreemd niet over de Christus van God, Die dezelfde is gisteren, heden, en in eeuwigheid, en Die nooit zal veroordelen wie op Hem vertrouwen.

En zo onze zonden gedood. En zo ons gerechtvaardigd. En zo ons in de hemel gebracht, door ons daar te vertegenwoordigen. Zijn eeuwig pleidooi brengt daarom alle beschuldigingen van de duivel tot zwijgen.

Romeinen 8:35-37

Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:57Psalmen 44:221 Johannes 4:42 Korinthe 2:14Johannes 16:33Galaten 2:201 Korinthe 4:11Romeinen 5:3
— Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

O, deze gezegende vraag, deze aandoenlijke vraag! Zij schijnt aan het eind van alle andere te komen, een achterhoede die effectief verhindert dat onze schatten ons ontnomen worden. “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”

Deze zijn eeuwenlang op de heiligen beproefd geweest. Zijn de heiligen niet als tarwe op de dorsvloer geslagen? Is vervolging niet een strenge toets van de echtheid van hun geloof geweest? Maar Christus heeft hen daarom niet minder liefgehad, om al het lijden dat Hij hun toeliet.

Wanneer zij in hongersnood of armoede waren, heeft Christus Zijn heiligen ooit verlaten? Ach, nee! Hij heeft hen des te meer liefgehad. Hebben deze dingen ons ooit gescheiden van onze Zaligmaker? Nee; maar zij hebben ons, naar ons eigen besef, nog nauwer aan onze Goddelijke Heere verbonden. Wrede mensen hebben elke vorm van vervolging tegen Gods heiligen beproefd; zij zijn vindingrijker geweest in de kwellingen die zij op christenen toepasten dan in bijna iets anders; toch heeft geen foltering, geen pijnbank, geen gevangenschap hen ooit van Christus gescheiden. Zij bleven Hem aanhangen, naar het voorbeeld van John Bunyan, die, toen men hem zei dat hij vrij zou zijn als hij beloofde niet meer te preken, zei: “ik zal in de gevangenis liggen tot het mos op mijn oogleden groeit, eer ik ooit zo’n belofte zou doen. Laat u mij vandaag uit de gevangenis, dan zal ik morgen prediken, door de genade van God.”

Wat een lange lijst van rampen! Zij lijken wel een rol vol smart, zoals bij Jeremia. Kunnen zij ons scheiden van de liefde van Christus? Zij zijn allemaal beproefd; zijn zij ooit geslaagd?

Zij hebben allemaal hun beurt gehad; maar heeft één ervan, of allemaal samen, ooit de heiligen van Christus gescheiden?

“Al deze dingen” hebben de heiligen slechts nog nauwer aan hun Heere doen vasthouden, in plaats van hen van Hem te scheiden. Hun vervolgers dachten dat zij over hen triomfeerden, maar het waren de martelaren die al die tijd de overwinnaars waren.

Romeinen 8:36-37

Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:57Psalmen 44:221 Johannes 4:42 Korinthe 2:14Galaten 2:202 Korinthe 12:9Openbaring 17:14Efeze 5:2
— (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

Maar heeft dit hen van Christus gescheiden? Hoor hen allen, als met één stem antwoorden. Hebben zij de heiligen doen ophouden Christus lief te hebben, of Christus doen ophouden Zijn volk lief te hebben? Er is in dit geval geen triomf over de heiligen geweest.

Wat was het gevolg van deze vervolging? Werden de heiligen erdoor van Christus afgekeerd? “Wij zijn geacht als schapen ter slachting.” Toch zijn wij, in dit alles, meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

Romeinen 8:38-39

KruisverwijzingenJohannes 10:281 Petrus 3:22Romeinen 5:8Efeze 1:21Romeinen 8:35Kolossenzen 1:161 Petrus 5:82 Korinthe 5:4
— Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.

Goed of kwaad. Hard en drukkend, zoals zij ook mogen zijn. Onbekende, gevreesde mysteriën. Paulus had goede grond om ervan overtuigd te zijn dat er geen scheiding was voor hen voor wie er geen veroordeling was. “Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.” Mogen wij, door Gods genade, tot hen behoren! Amen.

Daarvoor zij de Naam van de aanbiddelijke Drie-eenheid geloofd, tot in eeuwigheid! Niet alles wat de mensen op aarde kunnen doen, noch de machten in de hoge, noch de machten beneden, zal Zijn barmhartigheid doen wijken, of onze harten van Christus, onze Liefde, aftrekken. Ere zij Zijn heilige Naam! Amen. Vertroost daarom elkander met deze woorden. Gezegend, voor eeuwig gezegend, zij Zijn heilige Naam! Amen. Halleluja! Geloofd zij Zijn Naam.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Alle dingen werken mee ten goede

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Romeinen 8:28 Er zijn momenten waarop een gelovige volkomen zeker is. Hij weet dat…

Een woord ter bemoediging

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd. Romeinen 8:30 Ik wil je iets kostbaars meegeven. Misschien voel je je arm, misschien leef je met pijn,…

Mede-erfgenamen van Christus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen. Romeinen 8:17 De grenzeloze uitgestrektheid van het universum van de Vader behoort Christus toe, want dat is Zijn eeuwig…

Meer dan overwinnaars

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:37 We gaan vaak naar Christus voor vergeving, maar als het gaat…

De rechterhand van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Die ook aan de rechterhand van God is. Romeinen 8:34 Hij, die ooit werd veracht en door mensen werd afgewezen, staat nu op de hoogste plaats: als geliefde…

Niets kan ons scheiden van de liefde van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel…

Niets kan ons scheiden van de liefde van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander…

Het doen van Gods wil

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit. Romeinen 8:27 De…

Onze gebeden vertaald

Hij Verkwikt Mijn Ziel

De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Romeinen 8:26 Omdat Gods troon een troon van genade is, worden daar zelfs onze onuitgesproken verlangens begrepen. Als…

Abba, Vader

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen:…

Meer dan overwinnaars

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:3 Als ik aan iemand denk die echt gelukkig is, zie ik…

Een belofte van hoop

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. Romeinen 8:25 Denk eens aan die hoop waar wij naar uitzien, die nog niet…

Een droevig verhaal?

Voor kinderen

En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Romeinen 8:28 Herinner jij je…

God is het Die rechtvaardig maakt

Diversen

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:33 Het is iets wonderlijks om gerechtvaardigd te worden of om rechtvaardig te…

Mede-erfgenamen en hun goddelijke erfenis

Preken

Mede-erfgenamen met Christus Romeinen 8:17 De apostel heeft een eenvoudige maar uitzonderlijk krachtige redeneertrant gebruikt voordat hij dit heerlijke punt bewijst: ‘Mede-erfgenamen met Christus.’ Hij begint zo: ‘Gij hebt…

De kinderen van God

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 7 oktober 1860, door C. H. Spurgeon, in Exeter Hall, Strand. Dezelve Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn. En…

De christen, een schuldenaar

Preken

Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars. Romeinen 8:12 Let erop met welke benaming Paulus de kerk in Rome aanspreekt: ‘Broeders.’ Het was het Evangelie dat hem leerde dit…

Het vleselijke denken, vijandschap tegen God

Preken

Het vleselijke denken is vijandschap tegen God. Romeinen 8:7, Engelse vertaling Het is een zeer ernstige aanklacht die de apostel Paulus tegen het vleselijke denken indient. Hij verklaart dat…

Rom. 8:17‭ - Erfgenamen Gods

Preekaantekeningen

En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met hem lijden, opdat wij ook met hem verheerlijkt…

Luk. 10:38‭ - De liefde thuis

Preekaantekeningen

En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, zijn woord hoorde. Luk. 10:38 Het gezin te Bethanië genoot het hoge voorrecht…

Niets kan mij van Zijn liefde scheiden

Voor Iedere Dag

Tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons aangenomen heeft in de Geliefde. (Efeze 1:6, EV) Lees verder Romeinen 3:21—4:8. Als ik het goed begrijp,…

God is voor ons

Voor Iedere Dag

Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? (Romeinen 8:31) Lees verder Psalm 118:1—14. God is voor ons. Maar, o mijn broeders, het is onmogelijk om de…

Jezus wil je hele hart

Voor Iedere Dag

Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal…

Volkomen zaligheid

Voor Iedere Dag

Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.' Hebreeën 7:25 Verder lezen: Romeinen…

De uitdaging van de gelovige

Voor Iedere Dag

Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor…

Een uitdaging en een schild

Preken

Wie is het die verdoemt? Christus is het, die gestorven is... Romeinen 8:34a Hier worden door de apostel Paulus twee uitdagende vragen in het strijdperk geworpen. In de eerste plaats…

De grote Bevrijder

Voor Iedere Dag

Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. (John 8:36) Lees verder Romeinen 8:12—17. Als je vrij bent, vergeet dan niet dat je van…

Ik weet dat mijn Verlosser leeft

Voor Iedere Dag

Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagt hebben, zal ik uit mijn…

Wie zal tegen ons zijn?

Aan De Voeten Van De Meester

Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 Hij was voor ons, anders zou Hij nooit Zijn Zoon voor ons overgegeven hebben. Hij was…

De eerstelingen van de Geest

Dagelijkse Hulp

Ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben." Romeinen 8:23. Maar de eerste vruchten zijn niet de gehele oogst, en de werken van de Geest in ons op…

God is voor ons

Aan De Voeten Van De Meester

Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 God is voor ons. Maar, o mijn broeders,…

De grote zaak ligt vast

Nabij De Zon

Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor…

Vrijgesproken

Nabij De Zon

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?’ Wat een gezegende uitdaging! Wat…

Door de Geest Gods geleid

Nabij De Zon

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor…

Zuchten én zingen

Nabij De Zon

En niet alleen dit, maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf, zeg ik, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk…

Ga voort als een kind Gods

Met Spurgeon Het Jaar Door

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Ben ik een kind van God? Ja? Dan word ik door de…

Met Christus lijden

Nabij De Zon

En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem…

Vertrouw u toe aan Gods geleide

Met Spurgeon Het Jaar Door

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 De Geest van God zou de kinderen Gods altijd willen leiden, maar…

Vrij van schuld verklaard

Nabij De Zon

Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn. Romeinen 8:1 Kom, mijn ziel, denk daaraan. Als u in Jezus gelooft, bent u…

Door de Geest Gods geleid

Met Spurgeon Het Jaar Door

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Door de Geest Gods geleid worden’ is een opmerkelijke manier van zeggen.…

Heiligheid

Met Spurgeon Het Jaar Door

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 De Heilige Geest leidt Gods kinderen in de heiligheid. Ik zal de…

Kinderen Gods

Met Spurgeon Het Jaar Door

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Romeinen 8:14 Van kinderen nemen we aan dat ze een beetje op hun ouders…

Alles werkt mee ten goede

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Romeinen 8 vers 28 Elke gelovige heeft…

Zijn liefde is groter!

Aan De Voeten Van De Meester

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is,…

Gerechtvaardigd en verheerlijkt

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt. Romeinen 8:30 Wat is dit een wonderlijke waarheid. Misschien ben jij…

Mede erfgenamen van Christus

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …mede-erfgenamen van Christus… Romeinen 8:17 De grenzeloze gebieden van het heelal van de Vader zijn van Christus. Hij heeft hier een…

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Romeinen 8:37 Wij gaan naar Christus…

Overwinning door Jezus

Aan De Voeten Van De Meester

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. ROMEINEN 8:37 Ben je hulpeloos? Dit is de dag waarop God zal komen…

Wij zijn het vlees niet verplicht naar het vlees te leven

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Welnu broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven. Romeinen 8 vers 12 Omdat wij…

Slechts één betaling vereist

Aan De Voeten Van De Meester

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is…

Het zuchten van de gelovige

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Wij ook zelf zuchten in ons zelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van onze lichaam. Romeinen 8:23 Dit zuchten is algemeen…

Maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben. Romeinen 8:23 Het tegenwoordig bezit wordt hier uitgedrukt. Op dit ogenblik bezitten…

Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods. Romeinen 8:33 Gezegende uitdaging! Hoe onaannemelijk is zij! Elke zonde van de uitverkorenen is…

God is met ons

Preken

Een preek uitgesproken op 17 Juli 1864, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:31 De waarheid…

Verwachtende de aanneming tot kinderen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Verwachtende de aanneming tot kinderen. Romeinen 8:23 Reeds in deze wereld zijn de heiligen kinderen Gods; maar men kan ze niet…

Die ook ter rechterhand Gods is

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Die ook ter rechterhand Gods is. Romeinen 8:34 Hij, Die door de mensen veracht en verworpen werd, bekleedt nu de ereplaats…

Zo is er dan nu geen verdoemenis

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Zo is er dan nu geen verdoemenis. Romeinen 8:1 Kom mijn ziel, denk daaraan. Door het geloof in Jezus wordt u…

De vrijspraak

Geloof

U weet dat in onze rechtbanken het vonnis ‘niet schuldig’ betekent dat een gedaagde wordt vrijgesproken en een gevangene onmiddellijk in vrijheid wordt gesteld. Zo is het ook…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content