Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands
Charles Haddon Spurgeon

Voor Iedere Dag 17 april

De grote Bevrijder

2 min. lezen

“Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.”—Johannes 8:36

Lees verder: Romeinen 8:12-17.

Als u vrij bent, vergeet dan niet dat u van kamer bent veranderd. De slaaf en de zoon leven niet in dezelfde kamer. Wat u tevredenstelde toen u slaaf was, stelt u nu niet meer tevreden. U draagt kleding die slaven nooit zullen dragen. U voelt een drang in uzelf die een slaaf nooit zou voelen. U roept: “Abba, Vader!” Eerst riep u dat niet, toch? Als u vrij bent, leeft u niet meer zoals voordat u bevrijd werd. U doet niet meer het werk van een slaaf. U hoeft niet meer te zwoegen en te zweten voor het loon van de zonde, dat is de dood. U werkt nu als een zoon die zijn vader dient, en u verwacht het loon dat een zoon ontvangt. Want de genadegave van God is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere. Eén ding weet ik: als u vrij bent, wilt u ook anderen bevrijden. Als u geen ijver hebt om anderen te bevrijden, bent u een slaaf van uzelf. Als u vrij bent, haat u alle soorten kettingen en alle zonden, en laat u zich nooit meer vrijwillig in boeien slaan. Als u vrij bent, roept u elke dag tot Hem Die u eerst bevrijd heeft, dat Hij u niet laat vallen in een valstrik. Als u vrij bent, is deze wereld niet voor u: dit is het land van de slaven, de wereld van de slavernij. Als u vrij bent, is uw hart al naar de hemel gegaan, het land van hen die vrij zijn. Als u vandaag vrij bent, verlangt uw geest naar de dag dat u uw grote Bevrijder zult ontmoeten en Hem in de ogen zult kijken. Als u vrij bent, wacht u tot Hij u roept. En als Hij u roept om hoger te komen, stijgt u onbevreesd op naar de hogere sferen, en de zonde zal uw komst in Zijn heerlijkheid niet in de weg staan.

Ter overdenking

De mens kan vrijheid beloven, maar het tegenovergestelde geven (2 Petrus 2:19). Christus kan ons werkelijk bevrijden van de zonde en van het zondigen (Romeinen 6:18,22; 8:2). De christen moet niet terugkeren naar de slavernij (Galaten 5:1), maar met de psalmist zeggen: “En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb” (Psalm 119:45).

Preek 565, 17 april 1864