Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een onderwijzingH4905, voor AsafH623. O GodH430! waaromH4100 verstootH2186 Gij in eeuwigheidH5331? Waarom zou Uw toornH639 rokenH6225 tegen de schapenH6629 Uwer weideH4830?
Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
KJV
[[Maschil1
of Asaph.]]2
O God,4
why hast thou cast us off5
for ever?6
why doth thine anger8
smoke7
against the sheep9
of thy pasture?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
GedenkH2142 aan Uw vergaderingH5712, die Gij van oudsH6924 verworvenH7069 hebt; de roedeH7626 Uwer erfenisH5159, die Gij verlostH1350 hebt; den bergH2022 SionH6726, waarop Gij gewoondH7931 hebt.
Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.
KJV
Remember1
thy congregation,2
which thou hast purchased3
of old;4
the rod6
of thine inheritance,7
which thou hast redeemed;5
this mount8
Zion,9
wherein thou hast dwelt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
HefH7311 Uw voetenH6471 op tot de eeuwigeH5331 verwoestingenH4876; de vijandH341 heeft allesH3605 in het heiligdomH6944 verdorvenH7489.
Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.
KJV
Lift up1
thy feet2
unto the perpetual4
desolations;3
even all that the enemy7
hath done wickedly6
in the sanctuary.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Uw wederpartijdersH6887 hebben in het middenH7130 van Uw vergaderplaatsenH4150 gebruldH7580; zij hebben hun tekenenH226 tot tekenenH226 gesteldH7760.
Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.
KJV
Thine enemies2
roar1
in the midst3
of thy congregations;4
they set up5
their ensigns6
for signs.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Een ieder werd er bekendH3045 als een, die de bijlenH7134 omhoogH4605 aanbrengtH935 in de dichtigheidH5442 van een geboomteH6086.
Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte.
KJV
A man was famous1
according as he had lifted up2
axes6
upon the thick4
trees.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Alzo hebben zij nuH6258 derzelver graveerselenH6603 samenH3162 met houwelenH3781 en beukhamersH3597 in stukken geslagenH1986.
Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.
KJV
But now they break down6
the carved work2
thereof at once3
with axes4
and hammers.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zij hebben Uw heiligdommenH4720 in het vuurH784 gezetH7971; ter aardeH776 toe hebben zij de woningH4908 Uws NaamsH8034 ontheiligdH2490.
Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.
KJV
They have cast1
fire2
into thy sanctuary,3
they have defiled5
by casting down the dwelling place6
of thy name7
to the ground.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Zij hebben in hun hartH3820 gezegdH559: Laat ze ons te zamenH3162 uitplunderenH3238; zij hebben alleH3605 GodsH410 vergaderplaatsenH4150 in het landH776 verbrandH8313.
Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.
KJV
They said1
in their hearts,2
Let us destroy3
them together:4
they have burned up5
all the synagogues7
of God8
in the land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Wij zienH7200 onze tekenenH226 niet; er is geen profeetH5030 meerH5750, nochH3808 iemandH3045 bijH854 ons, die weet, hoeH4100 langH5704.
Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.
KJV
We see3
not our signs:1
there is no more any prophet:6
neither is there among us any that knoweth9
how long.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Hoe langH4970, o GodH430! zal de wederpartijderH6862 smadenH2778? Zal de vijandH341 Uw NaamH8034 in eeuwigheidH5331 lasterenH5006?
Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?
KJV
O God,3
how long shall the adversary5
reproach?4
shall the enemy7
blaspheme6
thy name8
for ever?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WaaromH4100 trektH7725 Gij Uw handH3027, ja, Uw rechterhandH3225 af? Trek haar uit het middenH7130 van Uw boezemH2436; maak een eindeH3615.
Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.
KJV
Why withdrawest2
thou thy hand,3
even thy right hand?4
pluck7
it out of5
thy bosom.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Evenwel is GodH430 mijn KoningH4428 van oudsH6924 af, Die verlossingenH3444 werktH6466 in het middenH7130 der aardeH776.
Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.
KJV
For God1
is my King2
of old,3
working4
salvation5
in the midst6
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Gij hebt door Uw sterkteH5797 de zeeH3220 gespletenH6565; GijH859 hebt de koppenH7218 der drakenH8577 in de waterenH4325 verbrokenH7665.
Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken.
KJV
Thou didst divide2
the sea4
by thy strength:3
thou brakest5
the heads6
of the dragons7
in the waters.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Gij hebt de koppenH7218 des LeviathansH3882 verpletterdH7533; GijH859 hebt hem tot spijsH3978 gegevenH5414 aan het volkH5971 in dorre plaatsenH6728.
Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen.
KJV
Thou brakest2
the heads3
of leviathan4
in pieces, and gavest5
him to be meat6
to the people7
inhabiting the wilderness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
GijH859 hebt een fonteinH4599 en beekH5158 gekliefdH1234; GijH859 hebt sterkeH386 rivierenH5104 uitgedroogdH3001.
Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.
KJV
Thou didst cleave2
the fountain3
and the flood:4
thou driedst up6
mighty8
rivers.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
De dagH3117 is Uwe, ook is de nachtH3915 Uwe; GijH859 hebt het lichtH3974 en de zonH8121 bereidH3559.
De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.
KJV
The day2
is thine, the night5
also is thine: thou hast prepared7
the light8
and the sun.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Gij hebt alH3605 de palenH1367 der aardeH776 gesteldH5324; zomerH7019 en winterH2779, die hebt GijH859 geformeerdH3335.
Gij hebt al de palen der aarde gesteld; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd.
KJV
Thou hast set2
all the borders4
of the earth:5
thou hast made9
summer6
and winter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
GedenkH2142 hieraan; de vijandH341 heeft den HEEREH3068 gesmaadH2778, en een dwaasH5036 volkH5971 heeft Uw NaamH8034 gelasterdH5006.
Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.
KJV
Remember1
this, that the enemy3
hath reproached,4
O LORD,5
and that the foolish7
people6
have blasphemed8
thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
GeefH5414 aan het wild gedierteH2416 de zielH5315 Uwer tortelduifH8449 niet over; vergeetH7911 den hoopH2416 Uwer ellendigenH6041 niet in eeuwigheidH5331.
Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid.
KJV
O deliver2
not the soul4
of thy turtledove5
unto the multitude3
of the wicked: forget9
not the congregation6
of thy poor7
for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
AanschouwH5027 het verbondH1285; wantH3588 de duistereH4285 plaatsen des landsH776 zijn volH4390 woningenH4999 van geweldH2555.
Aanschouw het verbond; want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.
KJV
Have respect1
unto the covenant:2
for the dark5
places of the earth6
are full4
of the habitations7
of cruelty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Laat den verdrukteH1790 nietH408 beschaamdH3637 wederkerenH7725; laat den ellendigeH6041 en nooddruftigeH34 Uw NaamH8034 prijzenH1984.
Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.
KJV
O let not the oppressed3
return2
ashamed:4
let the poor5
and needy6
praise7
thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
StaH6965 op, o GodH430! twistH7378 Uw twistzaakH7379; gedenkH2142 der smaadheidH2781, die U vanH4480 den dwazeH5036 wedervaart den gansenH3605 dagH3117.
Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.
KJV
Arise,1
O God,2
plead3
thine own cause:4
remember5
how the foolish man8
reproacheth6
thee daily.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
VergeetH7911 nietH408 het geroepH6963 Uwer wederpartijdersH6887; het getierH7588 dergenen, die tegen U opstaanH6965, klimtH5927 geduriglijkH8548 op.
Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.
KJV
Forget2
not the voice3
of thine enemies:4
the tumult5
of those that rise up6
against thee increaseth7
continually.
onderwijzing,
Zie Ps. 32:1 .
Hertaald:
onderwijzing,
Zie Ps. 32:1.
voor
Of, Asafs, hetwelk men kan verstaan van Asaf zelf, of zijne nakomelingen. Zie Ps. 50:1 . Sommigen menen dat Asaf zelf door den profetischen Geest deze psalm gemaakt heeft van toekomende tijden, om gebruikt te worden als deze zwarigheden Gods volk zouden overkomen.
Hertaald:
voor
Of: van Asaf; dat kan men opvatten van Asaf zelf of van zijn nakomelingen. Zie Ps. 50:1. Sommigen menen dat Asaf zelf deze psalm door de profetische Geest gemaakt heeft over toekomende tijden, om gebruikt te worden wanneer deze zwarigheden Gods volk zouden overkomen.
eeuwigheid?
Of, voor altoos, ganselijk, ten enenmale. Zie van het Hebr. woord Ps. 13:2 .
Hertaald:
eeuwigheid?
Of: voor altijd, geheel en al, volkomen. Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 13:2.
toorn
Of, uw neus. Verg. 2 Sam. 22:16 . Anders, is rokende toorn zoveel als brandende toorn, gelijk Gods toorn dikwijls bij vuur vergeleken wordt, waarvan de rook opgaat. Zie Deut. 29:20 ; Ps. 80:5 .
Hertaald:
toorn
Of: Uw neus. Vergelijk 2 Sam. 22:16. Anders: rokende toorn betekent zoveel als brandende toorn, omdat Gods toorn vaak met vuur vergeleken wordt, waarvan de rook opstijgt. Zie Deut. 29:20; Ps. 80:5.
schapen
Zie Ps. 100:3 .
Hertaald:
schapen
Zie Ps. 100:3.
vergadering,
Uwe gemeente, uw volk Israël.
Hertaald:
vergadering,
Uw gemeente, Uw volk Israël.
roede
Dat is, Israël, dat uw erfdeel is, dat gij Uzelven als met roeden hebt toegemeten. Alzo Jer. 10:16 . Verg. Deut. 32:9 , en Ps. 16:5-6 .
Hertaald:
roede
Dat is: Israël, dat Uw erfdeel is en dat U Uzelf als met een meetsnoer hebt toegemeten. Zo ook Jer. 10:16. Vergelijk Deut. 32:9, en Ps. 16:5-6.
voeten
Of, gangen, treden; dat is, haast U, treed hard aan, om deze langdurige verwoestingen te aanschouwen en daarin te voorzien; menselijk van God gesproken.
Hertaald:
voeten
Of: gangen, treden; dat is: haast U, kom snel aan om deze langdurige verwoestingen te zien en er iets aan te doen; op menselijke wijze van God gesproken.
eeuwige
Hebr. verwoestingen der eeuwigheid; dat is, langdurig.
Hertaald:
eeuwige
Hebreeuws: verwoestingen van de eeuwigheid; dat is: langdurige.
verdorven
Of, geschonden. Hebr. eigenlijk kwaad gemaakt.
Hertaald:
verdorven
Of: geschonden. Hebreeuws letterlijk: kwaad gemaakt.
vergaderplaatsen
Waar men op gezette tijden vergadert, om den godsdienst te verrichten en het woord des Heeren te horen; gelijk te dien tijde waren de tempel en de synagogen, van welke onder vs.8.
Hertaald:
vergaderplaatsen
Waar men op vaste tijden samenkomt om de godsdienst te houden en het woord van de Heere te horen; zoals in die tijd de tempel en de synagogen, waarover hieronder vers 8.
gebruld;
Gelijk leeuwen.
Hertaald:
gebruld;
Als leeuwen.
hun
Met hun afgodische tekenen of krijgsbanieren hebben zij het overal vervuld, tot een teken dat zij meester over ons zijn.
Hertaald:
hun
Met hun afgodische tekens of krijgsbanieren hebben zij alles gevuld, als teken dat zij meester over ons zijn.
bekend
Hebr. hij werd bekend; dat is, een ieder van de vijanden werd bekend, dat is, vermaard en beroemd, als hebbende een mannelijk feit bedreven. Verg. Spr. 31:23 , en boven Ps. 9:17 .
Hertaald:
bekend
Hebreeuws: hij werd bekend; dat is: ieder van de vijanden werd bekend, dat is: vermaard en beroemd, alsof hij een mannelijke daad verricht had. Vergelijk Spr. 31:23, en hierboven Ps. 9:17.
als
Dat is, zij hebben niet anders gehouwen en gekerfd, dan of ze in een bos doende waren met hout houwen.
Hertaald:
als
Dat is: zij hebben niet anders gehouwen en gekerfd dan wanneer zij in een bos hout stonden te hakken.
geboomte
Of, hout. Want men kan het ook nemen van het dichtgewrochte houtwerk van het heiligdom, den zin op hetzelfde uitkomende. Dan zou de overzetting aldus staan: als de bijlen omhoog, of boven aanbrengende, of als die de bijlen omhoog aanbracht, aandreef, aanvoerde; dat is, een ieder werd bekend als op zulke wijze te werk gaande, of daardoor, dat hij zo deed; omdat als, of gelijk, niet altoos ziet op enige gelijkheid, maar ook somtijds op de daad en waarheid. Zie Gen. 27:12en Neh. 7:2 .
Hertaald:
geboomte
Of: hout; want men kan het ook opvatten van het dicht bewerkte houtwerk van het heiligdom, waarbij de betekenis op hetzelfde neerkomt. Dan zou de vertaling luiden: als de bijlen omhoog aanbrengend, of: als iemand die de bijlen omhoog aanbracht, aandreef of aanvoerde; dat is: ieder werd bekend doordat hij zo te werk ging. Want als of gelijk ziet niet altijd op een vergelijking, maar soms ook op de daad en de werkelijkheid. Zie Gen. 27:12 en Neh. 7:2.
zijne
Dat is, het gegraveerde of gesneden werk van het heiligdom, [waarvan vs.3] waar de gemeente plaagt te vergaderen, op welke het woord hunne schijnt te zien. Hebr. hunne openingen. Zie van ditzelfde woord Ex. 28:11 .
Hertaald:
zijne
Dat is: het gegraveerde of gesneden werk van het heiligdom [waarover vers 3], waar de gemeente placht samen te komen; daarop lijkt het woord hun te zien. Hebreeuws: hun openingen. Zie over ditzelfde woord Ex. 28:11.
houwelen
Het Hebr. woord komt van aanstoten, vallen, nedervellen, betekenende alzo een instrument, waarmede men iets afscheurt of aftrekt om neder te vellen, gelijk houwelen, haken, hellebaarden.
Hertaald:
houwelen
Het Hebreeuwse woord komt van aanstoten, doen vallen, neervellen, en duidt zo een werktuig aan waarmee men iets afscheurt of aftrekt om het neer te vellen, zoals houwelen, haken en hellebaarden.
gezet;
Hebr. gezonden.
Hertaald:
gezet;
Hebreeuws: gezonden.
ter aarde
Dat is, tot den grond toe, of zij hebben haar ontheiligd, afbrekende en slechtende die ter aarde.
Hertaald:
ter aarde
Dat is: tot de grond toe; of: zij hebben haar ontheiligd door haar af te breken en met de grond gelijk te maken.
uitplunderen;
Of, onderdrukken. Van het Hebr. woord komt een ander, dat ene duif betekent, omdat zij als elks mans roof is. Anders, hunne kinderen zeggen in hun hart. Zij hebben allen, enz.
Hertaald:
uitplunderen;
Of: onderdrukken. Van het Hebreeuwse woord komt een ander woord dat een duif betekent, omdat zij als het ware ieders prooi is. Anders: hun kinderen zeggen in hun hart: zij hebben allen, enzovoort.
vergaderplaatsen
Dat is, alle synagogen en scholen der profeten, waar Gods woord gelezen en verklaard of geleerd werd.
Hertaald:
vergaderplaatsen
Dat is: alle synagogen en profetenscholen, waar Gods woord gelezen, verklaard of onderwezen werd.
tekenen
De gewone en buitengewone tekenen van Gods genadige tegenwoordigheid en gunst.
Hertaald:
tekenen
De gewone en de buitengewone tekenen van Gods genadige tegenwoordigheid en gunst.
profeet
Verg. Ezech. 7:26 ; dewijl nochtans de auteur van dezen psalm een man Gods en profeet geweest is, schijnt het gevoelen dergenen zo vreemd niet te zijn, die menen dat deze psalm van Asaf of enigen anderen profeet van dien naam [gelijk dergelijke profetische voorschriften elders in Gods woord gevonden worden] gemaakt is aleer deze zwarigheden Gods volk zijn overkomen en toen de openbare godsdienst nog in zwang was, gelijk afgenomen wordt uit vs.1, om Gods kerk te dienen in verscheidene volgende tijden; eensdeels in de Babylonische gevangenschap, nadat Ezechiël heeft opgehouden te profeteren; anderdeels onder de gruwelijke tirannie van Antiochus, waarvan sommigen dit bijzonderlijk verstaan; dewijl de tijd der verlossing uit de Babylonische gevangenschap door Jeremia uitdrukkelijk was geprofeteerd. Sommigen verstaan dat deze psalm [alsook dergelijk andere] ten tijde van Antiochus gemaakt is, door een man Gods of profeet; dat is, leraar, die wel door ingeven van den Heiligen Geest Gods volk geleerd en dezen psalm gedicht heeft, maar geen zulk profeet geweest is als de anderen, die bijzonderlijk alzo
Hertaald:
profeet
Vergelijk Ezech. 7:26. Omdat de dichter van deze psalm toch een man Gods en profeet geweest is, lijkt de mening van hen die menen dat deze psalm door Asaf of een andere profeet van die naam gemaakt is [zoals er elders in Gods woord meer van zulke profetische voorschriften te vinden zijn] nog zo vreemd niet: gemaakt vóórdat deze zwarigheden Gods volk overkwamen en toen de openbare godsdienst nog in gebruik was, zoals men uit vers 1 afleidt, om Gods kerk in verschillende latere tijden te dienen — deels in de Babylonische gevangenschap, nadat Ezechiël opgehouden was te profeteren, deels onder de gruwelijke tirannie van Antiochus, waarop sommigen dit in het bijzonder betrekken, aangezien de tijd van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap door Jeremia uitdrukkelijk geprofeteerd was. Sommigen verstaan dat deze psalm, evenals enkele soortgelijke, in de tijd van Antiochus gemaakt is door een man Gods of profeet, dat is: een leraar, die wel door ingeving van de Heilige Geest Gods volk onderwezen en deze psalm gedicht heeft, maar geen profeet geweest is zoals de anderen, die in het bijzonder zo
profeet
genoemd zijn, omdat zij goddelijke openbaringen van toekomende dingen gehad hebben,van welken Maleachi de laatste geweest is.
Hertaald:
profeet
genoemd zijn, omdat zij goddelijke openbaringen over toekomende dingen ontvangen hebben; van hen is Maleachi de laatste geweest.
hoe lang
Dat is, hoelang deze ellenden en verwoestingen zullen duren.
Hertaald:
hoe lang
Dat is: hoe lang deze ellenden en verwoestingen zullen duren.
in eeuwigheid
Dat is, altoos, steeds. Zie vs.1.
Hertaald:
in eeuwigheid
Dat is: altijd, steeds. Zie vers 1.
rechterhand
Met welke Gij ons zo krachtiglijk pleegt te beschutten en te verlossen; menselijk van God gesproken.
Hertaald:
rechterhand
Waarmee U ons zo krachtig pleegt te beschutten en te verlossen; op menselijke wijze van God gesproken.
boezem
Dat is, stelt ze te werk; het tegendeel wordt gezegd van dien, wien het verdriet te werken; Spr. 26:15 .
Hertaald:
boezem
Dat is: stel haar aan het werk; het tegendeel wordt gezegd van iemand die te lui is om te werken, Spr. 26:15.
maak een
Te weten van deze verwoestingen des vijands en onze ellenden. Anders, steek haar ten volle uit het midden uws boezems.
Hertaald:
maak een
Namelijk: van deze verwoestingen door de vijand en van onze ellenden. Anders: trek haar geheel uit het midden van Uw boezem.
zee
Versta, het Rode meer of de Schelfzee.
Hertaald:
zee
Versta: het Rode meer of de Schelfzee.
draken
Dat is, der trotse oversten van Farao.
Hertaald:
draken
Dat is: van de trotse legeraanvoerders van Farao.
koppen
Dat is, de grote kop, die inplaats van velen is; gelijk de olifant behemoth, dat is beesten genoemd wordt; omdat het een zeer groot beest is. Job 40:10 , enz. Of, versta door de koppen Farao's oversten.
Hertaald:
koppen
Dat is: de grote kop die er voor vele geldt, zoals de olifant behemoth, dat is: beesten, genoemd wordt omdat het een zeer groot dier is, Job 40:10, enzovoort. Of versta onder de koppen de aanvoerders van Farao.
leviathans
Dat is, van het grote vreeslijke zeegedierte, of den zeedraak, waarbij Farao hier vergeleken wordt en andere grote tirannen; Jes. 27:1 . Verg. ook Ezech. 29:3-5 , en Ezech. 32:2 . Zie van den Leviathan Job 40:20 , enz.
Hertaald:
leviathans
Dat is: van het grote, vreselijke zeedier of de zeedraak, waarmee Farao hier vergeleken wordt, en andere grote tirannen; Jes. 27:1. Vergelijk ook Ezech. 29:3-5, en Ezech. 32:2. Zie over de Leviathan Job 40:20, enzovoort.
aan het
Dat is de vogelen en wilde dieren, die de dode lichamen der verdronken Egyptenaars, aan land of aan den oever gedreven zijnde [ Ex. 14:30 ] hebben opgegeten. Alzo worden mieren, sprinkhanen, konijnen, enz, een volk en natie genoemd; Spr. 30:25-26 ; Joël 1:6 . Anders kan men het ook alzo verstaan dat God zijn volk der Egyptenaren roof in de woestijn tot hun onderhoud gegeven heeft. Verg. Deut. 31:17 , en Num. 14:9 , met de aantekeningen.
Hertaald:
aan het
Dat is: de vogels en wilde dieren die de dode lichamen van de verdronken Egyptenaren, aangespoeld op het land of aan de oever [Ex. 14:30], hebben opgegeten. Zo worden ook mieren, sprinkhanen, konijnen en dergelijke een volk en een natie genoemd; Spr. 30:25-26; Joël 1:6. Anders kan men het ook zo verstaan dat God Zijn volk de buit van de Egyptenaren in de woestijn tot onderhoud gegeven heeft. Vergelijk Deut. 31:17, en Num. 14:9, met de aantekeningen.
gekliefd;
Dat is, den rotssteen gekliefd, dat er een fontein en beek uit voortkwam.
Hertaald:
gekliefd;
Dat is: U hebt de rotssteen gekliefd, zodat er een bron en een beek uit voortkwam.
Sterke rivieren
Hebr. rivieren der sterkte.
Hertaald:
Sterke rivieren
Hebreeuws: rivieren van de sterkte.
rivieren
Gelijk de wateren der Jordaan, waar de kinderen Israëls op het droge zijn doorgegaan. Hij wil zeggen: Gij brengt water voort waar het niet is, en droogt het weg waar het is.
Hertaald:
rivieren
Zoals de wateren van de Jordaan, waar de kinderen van Israël droog zijn doorgegaan. Hij wil zeggen: U brengt water voort waar het niet is, en droogt het weg waar het wel is.
licht
Dat is, een lichtgevend lichaam, waardoor men hier de maan en sterren kan verstaan, om des nachts te lichten, gelijk de zon bij dag. Zie Gen. 1:16 ; Ps. 136:7-8 , en verg. Job 31:26 , alwaar door het licht de zon schijnt verstaan te worden, maar de maan uitdrukkelijk genoemd wordt.
Hertaald:
licht
Dat is: een lichtgevend lichaam; daaronder kan men hier de maan en de sterren verstaan, om 's nachts te schijnen, zoals de zon overdag. Zie Gen. 1:16; Ps. 136:7-8, en vergelijk Job 31:26, waar met het licht de zon lijkt te worden bedoeld terwijl de maan uitdrukkelijk genoemd wordt.
de vijand
Anders, de vijand heeft gesmaad, of gehoond, o HEERE, enz.
Hertaald:
de vijand
Anders: de vijand heeft gesmaad of gehoond, o HEERE, enzovoort.
aan het
Of, dezen wilden hoop. Zie van het Hebr. woord Ps. 68:11 .
Hertaald:
aan het
Of: aan deze wilde troep. Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 68:11.
ziel
Dat is, het leven uwer kerk; die zo machteloos en weerloos is om dezen wreden hoop tegen te staan, gelijk ene tortelduif is tegen het geweld van wild gedierte; behelpende zich voorts in stilte met wenen en klagen tot God, en blijvende geestelijk en inwendiglijk schoon, eenvoudig, zachtmoedig en haren God getrouw. In welk aanzien de gelijkenis van duiven dikwijls in de Heilige Schrift gebruikt wordt. Zie boven Ps. 55:7 , en Ps. 56:1 , en Ps. 68:14 ; Hoogl. 1:15 , en Hoogl. 2:14 , en Hoogl. 4:1 , en Hoogl. 5:12 , en Hoogl. 6:9 ; Jes. 38:14 , en Jes. 59:11 ; Ezech. 7:16 ; Hos. 11:11 ; Matt. 10:16 .
Hertaald:
ziel
Dat is: het leven van Uw kerk, die even machteloos en weerloos is om deze wrede troep te weerstaan als een tortelduif tegenover het geweld van wilde dieren; zij behelpt zich verder in stilte met wenen en klagen tot God en blijft geestelijk en innerlijk mooi, eenvoudig, zachtmoedig en haar God trouw. In dat opzicht wordt de vergelijking met duiven vaak in de Heilige Schrift gebruikt. Zie hierboven Ps. 55:7, en Ps. 56:1, en Ps. 68:14; Hoogl. 1:15, en Hoogl. 2:14, en Hoogl. 4:1, en Hoogl. 5:12, en Hoogl. 6:9; Jes. 38:14, en Jes. 59:11; Ezech. 7:16; Hos. 11:11; Matth. 10:16.
uwer ellendigen
Die U toebehoren en om uws naams wil lijden. Verg. Ps. 69:27 , Ps. 69:34 ; en Ps. 72:2 .
Hertaald:
uwer ellendigen
Die U toebehoren en om Uw Naam lijden. Vergelijk Ps. 69:27, Ps. 69:34; en Ps. 72:2.
in eeuwigheid
Dat is, voor altoos. Gelijk boven vs.1.
Hertaald:
in eeuwigheid
Dat is: voor altijd. Zoals hierboven vers 1.
verbond;
Dat Gij met Abraham en zijn zaad gemaakt hebt, gegrond in den Messias.
Hertaald:
verbond;
Dat U met Abraham en zijn zaad gemaakt hebt, gegrond in de Messias.
duistere
Dat is, alle hoeken des lands zijn gelijk moordkuilen, waar de vijand alle geweld uit bedrijft.
Hertaald:
duistere
Dat is: alle hoeken van het land zijn als moordkuilen, van waaruit de vijand allerlei geweld bedrijft.
twist
Zie Ps. 35:1 .
Hertaald:
twist
Zie Ps. 35:1.
smaadheid,
Hebr. uwer smaadheid van een dwaas.
Hertaald:
smaadheid,
Hebreeuws: van Uw smaad door een dwaas.
het geroep
Hebr. der stem.
Hertaald:
het geroep
Hebreeuws: van de stem.
klimt
Dat is, neemt steeds toe. Verg. 1 Kon. 22:35 . Of, klimt op naar den hemel tot U; gelijk Jona 1:2 .
Hertaald:
klimt
Dat is: neemt steeds toe. Vergelijk 1 Kon. 22:35. Of: klimt op naar de hemel tot U, zoals Jona 1:2. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Ook de nacht behoort U toe. Psalm 74:16 Heere, U verlaat Uw troon niet als de zon ondergaat, en U laat de wereld niet alleen tijdens die lange… Zomer en winter, Ú hebt ze geformeerd. Psalm 74:17 Begin deze winterse maand dicht bij God. De koude sneeuw en de snijdende wind herinneren je eraan dat Hij… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" …zomer en winter, U hebt ze geformeerd. Psalm 74 vers 17 Mijn ziel, begin deze wintermaand met God. De koude sneeuw… Aanschouw het verbond Psalm 74:20 Hebt u geloof? Hij heeft het u gegeven en Hij die het u schonk, kent Zijn eigen gave en zal haar in ere houden.… Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt. Psalm 74:2 In deze tijd wordt van de kerk verwacht ootmoedig met haar Heere te wandelen langs het… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Ook is de nacht Uw. Psalm 74:16 Ja, Heere, U doet geen afstand van Uw troon, wanneer de zon ondergaat; ook laat… 18 Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd. 19 Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over;… 9 Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang. 10 Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal… 1 Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide? 2 Gedenk aan Uw vergadering, die Gij… Aanschouw het verbond. Psalm 74:20 Wie de kunst verstaat te pleiten bij God, zal voorspoedig zijn in het gebed. “Maakt Mij indachtig, laat ons tezamen richten,” is een goddelijk… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 74
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Verdiepende artikelen
Eeuwig licht
God van de winter
Zomer en Winter heeft God gemaakt
Het verbond
Wat zullen wij Hem geven?
Ook is de nacht Uw
Psalm 74:18-23
Psalm 74:9-17
Psalm 74:1-8
Pleiten op het Woord


Psalmen 74
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Ene onderwijzing (Psalm 32: 1), voor (van) Asaf, doch niet door dezen zangmeester van David zelven (Psalm 73: 1), maar door enen uit de zangersfamilies waarvan hij het hoofd is, in den tijd der Babylonische ballingschap vervaardigd (1 Kronieken 25: 31 ). Wat dezen Psalm met den vorigen verbindt is het zeldzame, daar in vs. 18 en hier in vs. 3 voorkomende woord le maschuoth, door onze overzetters “verwoestingen” vertaald. Overigens wijst ons de Psalm veeleer op klaagliederen van Jeremia, waarmee vele punten van aanraking te vinden zijn (vgl. vs. 1, 4, 7 en 9 met Klaagt. 5: 20; 2: 7-9), en daarmee op den toestand van het Joodse land na de Chaldeeuwse catastrofe (2 Koningen 25: 22 ). Hij toont aan hoe de gemeente des Heren en elk gelovige in ‘t bijzonder zich te gedragen heeft in tijden, wanneer alles verloren schijnt te zijn. Wanneer een volkomen ondergang is aangevangen; vooral geeft hij ons aanleiding, hoe wij ons in zodanige omstandigheden hebben voor te stellen, dat het niet om onze, maar om Gods zaak en eer te doen is.”
I. Vs. 1-9.KruisverwijzingenPsalmen 95:7→Psalmen 79:13→Psalmen 100:3→Deuteronomium 29:20→Psalmen 44:9→Klaagliederen 2:7→1 Koningen 6:18→Psalmen 83:4→
— Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide? Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt. Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven. Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld. Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte. Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen. Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd. Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand. Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.
De Psalm begint met ene klacht over het grote ongeluk, dat Gods volk getroffen heeft en met de innige bede, dat de Heere dit toch niet ene verwerping voor altijd mocht willen laten zijn, maar Zich over de gemeente, die Hem toch als een eigendom behoort, weer mocht willen ontfermen (vs. 1 en 2). Terwijl de bede hierop meer bepaald tot ene bede wordt om goddelijke tussenkomst, wordt hetgeen aan het heiligdom, aan den tempel te Jeruzalem, door de vijanden geschied is, zo levendig geschilderd, als stond het voor de ogen. In ene somma wordt ten leste de gehele nood van dien tijd voorgesteld: er is geen godshuis meer, er zijn gene profeten. Niemand weet wanneer er een einde aan die ellende zal komen (vs. 3-9). O God! waarom 1) verstoot in eeuwigheid, zo geheel, alsof wij nu voor altijd door U verlaten waren? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide1), dat U hun heerlijk weiland, het vruchtbare Kanaän, zozeer verwoest hebt (Jer. 25: 36 vv.)?
Dit waarom is geen klacht des ongeloofs, geen aanklagen van God, geen onbekendheid voorwenden met Israël’s zonde, maar is een zich beroepen op de betrekking, die tussen God en Israël bestaat, op de betrekking des Verbonds. In plaats van ongeloof straalt in dit woord en in deze gehele uitdrukking veeleer geloof door, een erkennen van de trouwe Gods, een gelovig besef, dat Gods trouw door de trouweloosheid van Zijn volk niet wordt te niet gedaan. In vs. 12 komt dit duidelijk uit.
Wij moeten opmerken, dat de gelovigen, door heidense volken gekweld, toch de ogen tot God verheffen, alsof zij slechts door Zijne hand geslagen werden; want zij wisten, dat slechts door den toorn van God aan de heidense volken zoveel vrijheid tegen over hen toegestaan werd. In de overtuiging alzo, dat zij niet met vlees en bloed hadden te strijden, maar door het gericht van God gekastijd werden, beschouwen zij als de eigenlijke oorzaak en bron van alle kwaad, dat God, wiens genade hun vroeger zegen verleend had, hen nu verworpen had en hen niet verder waardig achtte, om Zijne kudde te zijn.
Gedenk aan Uwe vergadering, Uwe kerk, die gij van ouds door de zo heerlijke verlossing uit de slavernij van Egypte (Deuteronomium 9: 26, 29), verworven hebt; de roede 1), het deel Uwer erfenis, die Gij verlost hebt, den berg Zion, waarop Gij gewoond hebt.
Ene erfenis, die onder broederen verdeeld werd, werd met de meetroede afgepast er verdeeld; van daar heette ieders erfdeel, de roede zijner erfenis, gelijk het woord snoeren in dezelfden zin gebezigd wordt. In de verdeling van Kanaän had God ook Zijn erfdeel gekregen, dat had Hij in bezit genomen en daarop gewoond, te weten, den heiligen berg Zion. Deze twee: “het deel uwer erve” en Zions berg” behoren dus bij elkaar. De klacht gaat dan ook in een gebed over. Op grond van Gods trouw smeekt hij, dat de Heere het Zich herinnere moge, dat Israël Zijn volk is, dat Israël ‘s Heren erfdeel is, en dat het verwoeste Zion de plaats zijner woning is.
Hef Uwe voeten op tot de eeuwige verwoestingen, haast U om te gaan tot Uwe woonsteden, die puinhopen geworden zijn, opdat zij weer worden opgebouwd; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven, en dit tempelschennend vandalismus kunt Gij niet eeuwig laten blijven.
Uwe wederpartijders, de heidense Chaldeeën (Jes. 64: 2), hebben In het midden van Uwe vergaderplaatsen, in de verschillende afdelingen van Uwen tempel gebruld, in dronken overmoed op soldatenwijs als brullende leeuwen rondgelopen; zij hebben hun tekenen 1), de veldtekenen, tot tekenen gesteld, en zich daardoor voor de meesters van dat huis verklaard.
De Wette vertaalt “gebruiken”, en verklaart: “eigenlijk tekenen,” d.i. verbondstekenen. De Hebreeër denkt zich de godsdienst als een verbond, en de bijzondere gebruiken als verbondstekenen, als de besnijding (Genesis 17: 4) en de Sabbath (Exodus 31: 13, 17). Diezelfde voorstelling bracht de dichter ook op de gebruiken der heidenen over.
Kan hij niet ongevoelig zijn over de verwoesting der stad en van het ganse land, over de verliezen van het leven en bezittingen van zo vele kinderen zijns volks, over de wegvoering in ballingschap van de ontkomenen van het zwaard, niet dat is het wat zijne ziel op het gevoeligst heeft aangegrepen, de verachting van Gods huis treft en ontzet hem het meest. En juist dit kenmerkt onzen dichter als een waren Zioniet, voor wie niets boven ‘s Heren tempel, boven de aanspraakplaats des Heiligen Israël’s gaat. Met getrouwe historische trekken tekent hij de vreselijke verwoesting van den tempel, nadat de verwoesters dien van zijne heilige sieraden en schatten beroofd en geplunderd hadden. Het is gene dichterlijke overdrijving, helaas, het is historie, vergelijk 2 Kronieken 36: 17-19 en Jer. 52: 17-23.
Een ieder werd er bekend, het zag er uit, een ieder ging daar onbesuisd, zonder enigen eerbied te werk, als een, die de bijlen omhoog aanbrengt, omhoog heft en neer laat vallen in de dichtigheid van een geboomte, al het sieraad is verbrijzeld, zo koelbloedig alsof men een bos velt.
Alzo hebben zij nu hare, beter Uwe graveerselen, die Uwer vergaderplaatsen (1 Koningen 6: 29), al het beeldhouwwerkzamen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.
Zij hebben Uwe heiligdommen in het vuur gezet, in brand gestoken; ter aarde toe hebben zij de woning Uws naams ontheiligd, zij hebben Uwen tempel ten gronde toe geslecht.
Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen, de heiligdommen van Israël’s God; Zij hebben alle Gods vergaderplaatsen 1) in het land verbrand.
Dat met den tempel het een en alles van de vereerders van God verwoest was, moest de verwoesting voor Israël zeer smartelijk maken, en toonde hoezeer Gods eer in het spel en zijne belangen in gevaar waren.
Ongetwijfeld wordt hier beschreven de vervulling der profetie van Mozes, als hij profeteert: want de kinderen Israël’s zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning, en zonder vorst en zonder offers (Hos. 3: 4), maar ook zinspeelt de dichter op de verwoesting van de plaatsen van samenkomst, waar de gelovigen samenkwamen. Wij denken dan het allereerst aan de gebouwen of scholen, waar de profetenzonen samenkwamen, en waar de gelovigen Israël’s werden onderwezen in de Wet. Te denken aan synagogen, zoals anderen willen, is niet noodzakelijk, dewijl we er niet van lezen, dat deze reeds voor de ballingschap waren ingesteld.
Wij zien onze tekenen, waardoor Gij te voren bewezen hebt, dat Gij onze Heere zijt en te Zion Uwe woning hebt (Jes. 37: 33 vv.), niet; er is geen profeet meer 1), gelijk wij die te voren zo vele hadden, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang 2) beter wanneer, zodat hij ons zou kunnen troosten door ons uitzicht te geven op beteren tijd.
Wel overleefde Jeremia de verwoesting, maar zijne profetische werkzaamheid eindigde met de verwoesting; zijn verstommen moest gewis dienen, om de hier uitgesprokene smartelijke klacht te doen ontstaan. Deze nog staande ruïne der profetie getuigde luider voor het verlaten Gods, dan het niet aanwezig zijn van andere profeten. Met de overige tekenen van Gods heerschappij moest ook dit een tijd lang verdwijnen, opdat het volk mocht leren, wat het aan hen gehad had, en hoe misdadig zij tegen hen gehandeld hadden, en in tranen en met berouw het terugkeren van dezen zegen zou zoeken.
De grootste reden tot klagen voor den dichter is deze, dat God zich in dezen tijd des lijdens, niet zoals anders, aan Zijn volk openbaart. Onze tekenen is ene bepaalde tegenstelling van “hun tekenen” (vs. 4), wanneer men niet op grond van 86: 7 moet denken aan tekenen die God doet. Het suffix eist bovendien iets bestendigs, voortdurende, het zijn de godsdienstige instellingen, door middel van welke God met Zijn volk in gemeenschap wil staan, en die het nu niet meer ziet. omdat de vijanden ze afgeschaft hebben.
De 70 jaren door Jeremia genoemd, waren een raadsel voor degenen, die niet bijzonder waren ingewijd: Dan. 9: 1 vv.
10.
II. Vs. 10-17.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:3→Psalmen 44:4→Exodus 14:21→Numeri 20:11→Psalmen 136:7→Genesis 8:22→Handelingen 17:26→Deuteronomium 32:8→
— Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren? Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde. Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde. Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken. Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen. Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd. De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid. Gij hebt al de palen der aarde gesteld; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd.
Omdat, gelijk aan het slot der vorige afdeling gezegd is, niemand weet, hoe lang de tegenwoordige ellende zal duren, zo wendt de Psalm zich met deze vraag tot God zelven en worstelt hij met Hem in het geloof, om wat eindeloos schijnt, als iets tijdelijks te doen kennen, en het zo troosteloze “voor altijd” weg te nemen (vs. 10 en
. Hij laat vervolgens tot vertroosting der bekommerde gemeente, alle betoningen aan Goddelijke almacht uit de geschiedenis van vroegeren tijd, zelfs de gedenktekenen van Goddelijke almacht uit het rijk der natuur voor haar inwendig oog voorbijgaan (vs. 12-17 74.12-17).
Hoe lang, o God! zal de wederpartijder, de vijand, die ons nu in zijne macht heeft, smaden? zal de vijand Uwen naam in eeuwigheid lasteren, (Psalm 13: 2 ), zo lang, dat het einde niet te zien is?
Waarom trekt Gij Uwe hand, ja Uwe rechterhand af?Waarom toeft Gij ter hulpe te komen? Trek haar uit het midden van Uwen boezem, waarin Gij haar schijnt gestoken te hebben, gelijk men doet als er niet te arbeiden is; maak een einde 1) aan Uw zwijgen en stil zijn, en verdelg.
Waar de Heere God schijnt te zwijgen, waar Hij Zich aanstelt als een krijgsman in ruste, daar begint het geloof des dichters zich krachtiger te openbaren. De Heere God geeft hem deze genade, dat hij niet bezwijkt, dat zijn geloof niet bezwijkt. Integendeel, het geloof wordt te sterker openbaar. Dit blijkt genoegzaam uit het volgende vers.
. Hij laat vervolgens tot vertroosting der bekommerde gemeente, alle betoningen aan Goddelijke almacht uit de geschiedenis van vroegeren tijd, zelfs de gedenktekenen van Goddelijke almacht uit het rijk der natuur voor haar inwendig oog voorbijgaan (vs. 12-17 74.12-17).
Hoe lang, o God! zal de wederpartijder, de vijand, die ons nu in zijne macht heeft, smaden? zal de vijand Uwen naam in eeuwigheid lasteren, (Psalm 13: 2 ), zo lang, dat het einde niet te zien is?
Waarom trekt Gij Uwe hand, ja Uwe rechterhand af?Waarom toeft Gij ter hulpe te komen? Trek haar uit het midden van Uwen boezem, waarin Gij haar schijnt gestoken te hebben, gelijk men doet als er niet te arbeiden is; maak een einde 1) aan Uw zwijgen en stil zijn, en verdelg.
Waar de Heere God schijnt te zwijgen, waar Hij Zich aanstelt als een krijgsman in ruste, daar begint het geloof des dichters zich krachtiger te openbaren. De Heere God geeft hem deze genade, dat hij niet bezwijkt, dat zijn geloof niet bezwijkt. Integendeel, het geloof wordt te sterker openbaar. Dit blijkt genoegzaam uit het volgende vers.
Maar al schijnt het ook, dat Gij ons voor altijd verlaten hebt, evenwel is God mijn Koning van ouds af, zo vertrouwt de gehele gemeente des Heren, de God, die verlossingen werkt in het midden der aarde, voor het oog der gehele wereld; dat deed Gij dikwijls genoeg, voor de vaderen in ‘t land der slavernij, Gij hebt dat tot een land vol wonderen laten worden (Exodus 8: 22). Wij zien, wat wij ook elders dikwijls zien voorkomen, hoe de gelovigen beschouwingen opnemen in hun gebeden, om nieuwe geloofskracht te verzamelen en den gloed van hun gebed aan te wakkeren; want wij weten hoe zwaar het is, zich boven alle twijfelingen te verheffen, zodat ons gebed onbelemmerd zijnen loop heeft. Hier roepen zich derhalve de gelovigen de bewijzen van Gods barmhartigheid in het geheugen, waardoor God Zich door alle geslachten heen als den Koning van Zijn uitverkoren volk heeft doen kennen. Maar wij zien hierin, naardien het in het gebed niet genoegzaam is met de lippen onze wensen uit te spreken, wanneer wij niet bidden in het geloof, dat wij ons daarbij steeds de weldaden moeten voor ogen stellen, waardoor God Zijne Vaderlijke liefde jegens ons heeft bewezen, en die ons dus tot tekenen Zijner verkiezing moeten zijn. De naam “Koning” doelt niet alleen op de enkele heerschappij, maar geeft tevens te kennen, dat Hij de besturing van Zijn volk heeft op Zich genomen om het te redden en te bewaren.
Gij 1) hebt bij den uittocht uit dat land door Uwe sterkte de zee gespleten, zodat Uw volk doorging; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken; Uw Israël zag de lijken der Egyptenaren, die in wreedheid en kracht den zeegedrochten gelijk waren, liggende aan den oever der zee (Exodus 14: 13 vv.).
Tegenover de woede der vijanden en ja, ook tegenover het schijnbaar zwijgen van den Heere God voor dit ogenblik, wijst de dichter er op wat God vroeger heeft gedaan. Met nadruk zegt hij: Gij hebt door Uwe sterkte de zee gespleten. Gij enz. Tot zevenmaal toe wordt in vs. 13-17 op die wijze de Heere aangesproken, waarmee hij dan ook de grootheid Gods, Zijne almacht met den diepsten eerbied uitspreekt.
Gij hebt de koppen des Leviathans, de hoofden van het leger van Farao verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen, het wild gedierte der woestijn, dat bij Farao en zijn heir nog een volk zou kunnen genoemd worden.
a) Gij hebt ene fontein en beek gekliefd, bij het doortrekken door de woestijn (Psalm 78:
. Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd, den Jordaan, opdat Uw volk Kanaän zou ingaan (Jozua 3: 13).
Psalm 105: 41. Jes. 48: 21. Het volk der Egyptenaren noemt hij den draak en den Leviathan, even als ook Ezechiël. 29: 3. Jer.51: 9, omdat aan dit vraatzuchtige roofdier juist de nijd eigen was. Het vertrekkende leger van Farao verdronk in het water en de lijken worden door de golven op het strand geworpen, ten spijze voor de woestijnbewoners, voor de sjakals. Het is de almacht van diezelfden God, die voor Zijn volk niet op ene, neen, op de meest tegenovergestelde wijze gezorgd heeft, die nú uit harde rotsen beken deed voortkomen, dan grote stromen uitdroogde, die in den zomer nooit ledig zijn (Exodus 17: 6. Numeri 20: 8. Jes. 3: 14 vv.).
Zoudt Gij, o God! ons niet kunnen redden, Gij, die U in ‘t rijk der natuur als de Almachtige openbaart? De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe a); Gij hebt het licht en de zon bereid 1); Gij zijt de Schepper en de God der natuur.
Genesis 1: 14 vv.
Hij daalt af tot die goedertierenheid Gods, die tot het menselijk geslacht in het algemeen zich uitstrekt. Want nadat hij een aanvang heeft gemaakt met de bijzondere genade, waarin God Zich als Vader openbaart voor Zijn uitverkoren volk, vermeldt hij nu ter gelegener plaats, dat hij voor alle stervelingen goedertieren is. Waaruit de profeet dan kloek het besluit trekt, dat het niet minder past, om jegens Zijne kinderen en huisgenoten Zijn Vaderlijke plicht niet te verwaarlozen.
Gij hebt al de palen der aarde, alle grenzen, zowel van de zee als van elk gebied, gesteld; zomer en winter, al de jaargetijden,die hebt Gij geformeerd. De steeds wederkerende afwisseling van dag en nacht en het daaraan verbondene te voorschijn brengen van sterren en zon verkondigt enen almachtigen God, voor wie niets te wonderbaar is (Psalm 115: 3). De grenzen, waardoor het land gescheiden is van de zee en voor haar beveiligd (Jer. 8: 22. Job 38: 8 vv.), zijn een nieuw bewijs van Gods grootheid, even als de afwisseling van zomer en winter, die God in de natuur heeft gesteld.
18.
III. Vs. 18-23.KruisverwijzingenPsalmen 39:8→Psalmen 106:45→Hooglied 2:14→Genesis 17:7→Openbaring 16:19→Deuteronomium 32:6→Psalmen 68:10→Psalmen 74:18→
— Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd. Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid. Aanschouw het verbond; want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld. Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen. Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag. Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.
Nadat zo de gemeente van haren hopelozen nood op ene hoogte geplaatst is, die een vrij uitzicht verleent, verheft zij zich des te moediger en vol vertrouwen tot ene nieuwe bede; met bewonderingswaardige kunst brengt de Psalm alles daartoe, en vlecht hij het in elkaar, wat in staat is God op te wekken, aan de ene zijde tot ontferming over zijn volk, aan de andere zijde tot ijverzucht tegen de vijanden, die Zijne eer zoeken te roven en Zijnen naam lasteren. Terwijl Israël hier alle pijlen op Gods hart afschiet, om het voor zich te winnen, blijkt het, dat aan des Heren volk veel, ja alles, ook het liefste wat het heeft, zelfs zijn dierbaar heiligdom kan ontnomen worden, maar het toch één onaantastbaar heiligdom behoudt, het hart van zijnen God, Die is en Die was en Die komen zal (Openbaring 1: 4).
Gedenk hieraan, in plaats verder, gelijk Gij doet, ons onopgemerkt te laten gaan: de vijand heeft den HEERE gesmaad 1), door dat alles te doen, wat in vs. 3, 6-8 gezegd is, en een dwaas volk 2), dat van U niets weet en vreemde goden dient, heeft Uwen naam gelasterd.
De zaak van het volk Gods is Gods zaak. De vijand tast, wanneer zij het volk des Heren verdrukt, den Naam van hun God aan. Hij vervolgt hen, omdat zij Gods volk zijn, en naar Diens Naam genoemd zijn. Zo was het ten allen tijde, zo is het in onzen tijd; de diepste grond van de vijandschap der wereld tegen de belijders van ‘s Heren Naam is, dat zij den Naam van God en Christus belijden, als den enigen Naam onder den hemel gegeven.
De dichter noemt hier de vijanden Gods en van Zijn volk, een dwaas volk, dewijl het zich, ja, buigt voor stomme afgoden, maar ook ten onrechte meent, dat het tegen God het kan uithouden. Dit geldt voor alle eeuwen. Wie heeft zich tegen God verzet en vrede gehad?
Geef toch, gelijk het nu schijnt te zijn, aan het wild gedierte, aan dat rot van rovers, de ziel Uwer tortel duif 1), Uw volk, dat als ene tortelduif (Psalm 68: 14), reeds zo lang geroepen en naar Uwe hulp verlangd heeft (Jes. 38: 14),niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen, Uwer op aarde zo verdrukte Kerk, die zich als schapen onder de wolven bevindt (Psalm 68: 11; 44: 23) niet zo, alsof het in eeuwigheid zou zijn.
De Kerk herinnert haren Redder den dierbaren naam, met welken Hij haar in vorige tijden genoemd had. Deze tortelduif, eenvoudig en ongeschikt tot verdediging, afgezonderd, zacht, vreesachtig en treurig, was in gevaar van hare verouderde vijanden, die even als roofvogels, haar van alle zijden bezetten. Welk ene kracht gaven deze omstandigheden aan die woorden. Laat ons niet nalaten daarvan in het uur der verzoeking gebruik te maken.
Aanschouw het verbond; gedenk hoe Gij volgens Uw verbond ons niet geheel en al ton verderve kunt overgeven; en toch, die ondergang schijnt reeds nabij te zijn, want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld; als een moordspelonk: is dit land der duisternis, der afgoderij.
Laat den verdrukte, het zo hard geslagen en diep vernederd volk, niet beschaamd wederkeren, dat het te vergeefs tot U zou gebeden hebben; laat den ellendige en nooddruftige, die in den nood tot U roepen, hulpe vinden en daartoe komen, dat zij Uwen naam prijzen.
Sta op, o God 1) om ons te helpen (Psalm 3: 8; 7: 7; 9: 20 enz.), opdat die lof- en dankliederen der gemeente gehoord worden. Twist Uwe twistzaak, want in dezen strijd met de heidenen geldt het de eer van Uwen eigen naam (vs. 18).Gedenk der smaadheid, die U van den dwaze, van den goddelozen en waanwijzen heiden wedervaart den gansen dag.
Wederom vragen de gelovigen, dat God op Zijn rechterstoel zitting neme. Hij wordt gezegd op te staan, wanneer, na lang geduld, Hij door de daad zelf toont, dat Hij Zijn ambt niet heeft vergeten. Verder, opdat hij deze zaak te vuriger ter hand neme, roepen zij Hem als handhaver van Zijn recht aan, alsof zij willen zeggen: O Heere, dewijl hier Uw belang en Uwe zaak wordt behandeld, is er geen reden om te vertragen. Doch hoe deze zaak de eigen zaak Gods is, verklaren zij tegelijk, dewijl Hij dagelijks aan de ongerechtigheid en dwaasheid paal en perk stelt.
Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders, waarmee zij in lasterlijken overmoed U en Uw volk honen; het getier dergenen, die tegen U opstaan, en Uw rijk op aarde willen vernietigen, klimt geduriglijk op, zodat het ten hemel komt en U tot wrake dringt. Gezegende Verlosser! Gij zijt dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Overwin en vernietig al de macht des vijands en maak Uw volk meer dan overwinnaars door Uwe genade, die met hen is. Wees, Gij Heere! het “alles” voor Uw volk in elke toestand en in elke omstandigheid; want Uw arme en ellendige zal nooit beschaamd weggaan, maar zal Uwen naam luide lofzingen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel