23 March Nieuws, preken, bijbelse dagboeken en videos

Pleiten op het Woord

Pleiten op het Woord

“Aanschouw het verbond” Psalm 74:20

Wie de kunst verstaat te pleiten bij God, zal voorspoedig zijn in het gebed. “Maakt Mij indachtig, laat ons tezamen richten,” is een goddelijk gebod. “Komt dan en laat ons samen richten,” is een heilige uitnodiging. “Brengt ulieder twistzaak voor, zegt de Heere,” is een aanwijzing, die de Heere ons in Zijn ontfermende goedheid geeft. Daardoor kunnen we overwinnen in het smeekgebed.

Pleiten is worstelen. Het ootmoedig vragen om wat we nodig hebben en het voorleggen van onze noden in het gebed, is niet zonder waarde. Maar juist ook het aan voeren van pleitgronden in het gebed en het aangeven van de redenen waarom wij verwachten dat God ons zal verhoren, maakt ons machtig in het gebed. Zo zullen we in het gebed de overwinning behalen.

Nu is er misschien wel geen krachtiger pleitgrond voor ons, dan die opgesloten ligt in deze woorden: ’’Aanschouw het verbond”. Hiervan kan, net als van het zwaard van Goliath, gezegd worden: ’’Zijns gelijke is er niet.” Als wij voor een bepaalde zaak bidden, waarover Gods Woord spreekt, dan mogen wij bidden: ”Doe gelijk U gesproken hebt.” Want zoals een eerlijk man slechts herinnerd hoeft te worden aan zijn gegeven woord, om zich daaraan te houden, zo is het ook met onze trouwe God. Wij hoeven Hem slechts Zijn beloften te noemen in het gebed, om ze vervuld te zien.

Als Hij ons nu nog meer dan Zijn Woord heeft gegeven, namelijk ook Zijn verbond, als een plechtige verbintenis, dan kunnen we met grote kalmte en rust tot Hem zeggen: ’’Aanschouw het verbond,” en dan kunnen we hopend en verwachtend uitzien naar Zijn heil.

Het zal u duidelijk zijn, dat het verbond waarover hier gesproken wordt, het genadeverbond is. Op het werkverbond zouden we niet kunnen pleiten in het gebed. Dit verbond doet ons omkomen, want we hebben het verbroken. Toen onze eerste vader zondigde, werd het werkverbond verbroken. Wij hebben volhard in zijn verdorvenheid, en het verbond veroordeelt ook ons. Door het werkverbond kan niemand van ons gerechtvaardigd worden, want wij verbreken het altijd maar door, terecht lig daarom Gods toom op ons.

De Heere heeft een nieuw verbond gemaakt met de tweede Adam, namelijk Jezus Christus, onze Heere. En dit verbond heeft alleen maar voorwaarden, die al door Christus zelf vervuld zijn. Het is een verbond dat in alles goed vastgesteld en zeker is en dat slechts uit beloften bestaat, zoals: ”Ik zal hun een God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.” “Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u.” “Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid.”

Van dit verbond, zeg ik u, werden alle voorwaarden door de Heere Jezus vervuld toen Hij de ongerechtigheid deed ophouden, een einde aan de zonde heeft gemaakt, en de eeuwige gerechtigheid voor ons mensen heeft verworven.

Voor ons heeft dit verbond nu enkel beloften, die voor eeuwig zeker zijn.

We zullen nu de tekst als volgt bespreken:

  1. Wat is de betekenis van deze pleitgrond: ’’Aanschouw het verbond”?
  2. Waaraan ontleent deze pleitgrond haar kracht?
  3. Hoe en wanneer mogen wij deze pleitgrond gebruiken?
  4. Welke praktische gevolgtrekkingen zijn hieruit af te leiden?

Allereerst, wat is de betekenis van dit gebed: ’’Aanschouw het verbond”?

Dat wil toch zeggen: ’’Handel overeenkomstig het verbond, o God, laat het verbond geen dode letter blijven. U hebt gesproken, doe dan nu wat U gezegd hebt. U hebt dit verbond met Uw volk bezegeld met een eed en met het bloed van Christus. Wilt u dan nu dit verbond uitvoeren?. Hebt U gesproken en zult U het niet doen? Wij zijn overtuigd van Uw trouw. Laat ons dan toch zien dat Uw verbond in werking treedt.”

Ook betekent de bede “Aanschouw het verbond” het volgende: “Vervul alle beloften van het verbond, want alle beloften zijn nu in het verbond opgenomen. In Christus Jezus zijn zij allen ‘ja en amen’, tot heerlijkheid van God.” Zonder onschriftuurlijk te spreken mag ik toch zeggen dat ieder woord van genade dat van de Allerhoogste tot ons is gekomen, in het verbond begrepen is. Deze genadewoorden kunnen door het spreken van profeten, apostelen of van Jezus Christus zelf tot ons gekomen zijn.

De betekenis van deze bede is hier dus: “Heere, houd Uw verbond met Uw volk. Wij zijn in nood, nu Heere, vervul dan Uw belofte dat U ons het goede niet zult onthouden. U hebt ook beloofd:’Wanneer gij zult gaan door het water. Ik zal bij u zijn.’ Wij bevinden ons nu in een zee van nood en ellende. Weest u dan met ons. Wilt u Uw woorden voor ons waar maken? Laat het niet zijn alsof deze beloften van U daar als het ware staan om ons te bespotten. Toon, dat het U ernst was met hetgeen U gezegd en beloofd hebt. Doe ons zien dat U machtig en bereidwillig bent om al Uw woorden waar te maken. Hebt U niet gezegd: ‘Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.’ Zie dan toch op de beloften van uw verbond.”

Als we op het tekstverband letten, moet de bedoeling van de bidder ook zijn: ”O  Heere, wilt U voorkomen dat er iets zou zijn waardoor Uw beloften niet vervuld zouden kunnen worden?”

De Kerk bevond zich in die tijd in een zeer treurige toestand. De tempel was verbrand en er werden geen samenkomsten voor de dienst van God meer gehouden. Op de heilige plaats, waar eens Gods heerlijkheid was verschenen, stonden nu afgodsbeelden.

Het gebed luidt dan: ’’Laat niet toe dat de macht van de vijand zo toeneemt, dat Uw plannen erdoor verijdeld zouden worden en Uw beloften onvervuld zouden blijven.”

Zo kunnen wij ook bidden: ’’O Heere, laat niet toe dat de verleidingen zo sterk worden, dat ik erin verstrikt zou raken. Laat niet toe dat de beproevingen zo sterk worden dat ik omkom. Hebt U niet beloofd dat we niet meer beproefd zouden worden dan we kunnen verdragen en dat met de beproeving ook de uitkomst gegeven zal worden? Aanschouw dan Uw verbond en bestuur door Uw voorzienigheid het zo dat er niets gebeurt wat Uw goddelijke raad hinderen zou.”

En ook betekent het: ’’Heere, regelt U alles wat ons omringt zo, dat het verbond wordt uitgevoerd. Als Uw kerk vervallen is, wilt U haar dan predikers geven die met kracht het Evangelie brengen en zo het middel zijn haar uit het verval op te heffen? Schepper van de mensen, Meester van het menselijk hart, U kunt de lippen van de mensen besnijden, zodat zij Uw Woord met kracht verkondigen. Doet u dit dan en laat uw verbond met Uw gemeente vervuld worden. U hebt toch beloofd dat U haar nooit zult verlaten. De koningen der aarde zijn in Uw hand. Alle gebeurtenissen worden door U beheerst. U regelt alle dingen van het kleinste tot het grootste. Niets is te klein om een rol te kunnen spelen in Uw plannen, niets is zo groot dat het niet onder Uw heerschappij zou vallen. Bestuurt U dan alles zo, dat iedere belofte van het verbond vervuld wordt aan Uw uitverkoren volk.”

Dit is, geloof ik, de betekenis van de bede: ’’Aanschouw het verbond.”: “Houd dit verbond en zorg dat het wordt uitgevoerd. Vervul Uw belofte en weerhoud Uw vijanden ervan leed te berokkenen aan Uw kinderen.”

Laten we er nu in de tweede plaats op letten waaraan deze bede haar kracht ontleent. “Aanschouw het verbond.”

Ten eerste ontleent zij haar kracht aan de geloofwaardigheid van God. Als er door mensen een verbond wordt gemaakt, dan verwachten wij dat die mensen dit zullen houden.

Iemand die een verbond is aangegaan en het dan verbreekt, wordt geminacht door zijn medemensen. Als iemand zijn woord heeft gegeven, dan is hij gebonden aan dat woord. Als een overeenkomst echter plechtig ondertekend en bezegeld wordt, dan wordt zij nog meer bindend. Wie zich aan zo’n overeenkomst niet zou houden, zou zijn eer en goede naam verspelen. God verhoede het dat ooit bij ons de gedachte zou opkomen dat de Allerhoogste ontrouw zou kunnen worden aan Zijn Woord. Dat is niet mogelijk. Hij kan alle dingen, maar het is onmogelijk dat Hij ooit ontrouw wordt aan Zijn woord, want God kan niet liegen. Hij kan zelfs niet veranderen: de genadegaven en de roepingen Gods zijn onberouwelijk. Hij zal niets veranderen van wat Hij gesproken heeft. Als wij dan tot God naderen om een genadegave van het verbond van Hem te vragen, dan worden wij hierin gesterkt door Zijn trouw en waarheid. “O God, U moet dit doen. U hebt een onbeperkte macht, U kunt doen wat U behaagt, maar hieraan hebt U zich verbonden. U hebt het gezegd en het is niet mogelijk dat U Uw Woord terugneemt.” Hoe sterk zou ons geloof moeten zijn, omdat wij Gods trouw hebben om op te steunen. Wat beledigen wij God toch door de zwakheid van ons geloof, want dit betekent in feite een twijfelen aan Gods trouw.

Gods heilige jaloersheid op zijn eer is een ander steunpunt voor ons bij dit gebed. Hij zelf heeft ons gezegd dat Hij een naijverig, een jaloers God is. Hij is zeer jaloers op Zijn eer onder de mensenkinderen. Zo heeft Mozes ook bij de Heere gepleit, door te zeggen: ”Wat zal de vijand zeggen?” Als er gesold zou kunnen worden met het Verbond van God en het zou bewezen kunnen worden dat Hij de beloften die Hij aan schepselen gaf, niet had gehouden, dan zou dat niet alleen vreselijk zijn voor ons, maar het zou ook oneer brengen over Zijn Naam. Dat kan in eeuwigheid niet gebeuren. God is te rein en heilig, te getrouw om ooit Zijn Woord dat Hij aan Zijn dienstknechten gaf, terug te trekken. Al zouden mijn voeten bijna bezwijken, toch zou ik er zeker van kunnen zijn dat Hij mij niet laat omkomen. Zijn eer is ermee gemoeid, want Hij heeft gezegd: ”Zij zullen niet verderven en niemand zal ze uit mijn hand rukken.” Als Hij let op wat ik verdiend heb, zou Hij me kunnen overgeven in de handen van mijn vijanden. Maar Hij heeft Zijn eer verpand om zelfs de geringsten van Zijn volk te behouden. “Ik geef hun het eeuwige leven,” heeft Hij gezegd. En daarom zal Hij, om de eer van Zijn Naam, nooit toelaten dat ik het slachtoffer van mijn vijanden word. Hij zal mij daarentegen bewaren tot de dag van Zijn verschijning. Dit is een vaste grond voor ons geloof.

Verder kunnen wij ook versterkt worden wanneer wij denken aan het belang van het verbond. Dit verbond bestaat niet slechts vanaf gisteren. Wanneer we over God spreken, passen woorden als “eerst” of “laatst” niet, maar toch is dit verbond, menselijk gesproken, Gods eerste gedachte geweest. Ook al noemen wij het werkverbond het eerste verbond, naar de volgorde van de openbaring, toch is het genadeverbond in werkelijkheid ouder dan het werkverbond. Gods kinderen zijn niet sinds gisteren uitverkoren, maar al van voor de grondlegging van de wereld. Niets is zo oud als het verbond. Het is een verbond dat door God in hoge eer wordt gehouden. Dit genadeverbond is niet zomaar een inval van God. Het is niet een van Zijn minder belangrijke ideeën, zoals een van de gedachten die Hem de morgendauw op de takken doet scheppen, die is verdwenen nog voor de dag ten einde is. Het is niet als de wolken die gekleurd worden door de avondzon, maar die spoedig hun gloed weer verliezen. Nee, het is een van de grote gedachten van God, ja, het is Zijn eeuwige gedachte, de gedachte uit het diepst van Zijn wezen.

En omdat dit verbond zo oud is, en door God als zo belangrijk wordt geacht, moeten wij ons met door ongeloof aan het wankelen laten brengen, wanneer wij met deze bede tot God gaan. Nee, wij kunnen onze mond wijd opendoen, want Hij zal hem vervullen. “Hier is Uw verbond, o God, dat U vrijwillig en in onbeperkte macht hebt ingesteld, een verbond waarin U Uw hart laat zien en Uw liefde openbaart. O God, aanschouw het, doe gelijk U gesproken hebt en vervul Uw beloften aan Uw volk.”

En dit is niet alles. Het is slechts het begin. Dit verbond is plechtig bezegeld. God heeft er zijn eigen Naam, zijn eigen Woord op geplaatst en dat is genoeg. Hetzelfde Woord, waardoor het heelal werd geschapen, is ook het Woord, dat het verbond heeft geopenbaard. Maar, alsof dit niet genoeg zou zijn, heeft God vanwege ons ongeloof Zijn eed eraan toegevoegd. En daar Hij bij niemand zweren kan die groter is, heeft Hij gezworen bij zichzelf. Het zou lasterlijk zijn de gedachte aan meineed van God toe te laten. Zo heeft Hij het verbond dan met een eed bevestigd, opdat wij veel troost zouden putten uit twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is dat God liegen zou.

En meer nog, dat verbond, zo onder ede bevestigd, werd bezegeld door bloed. Jezus stierf om het te bekrachtigen. Het is nu een verbond dat God moet houden, omdat Hij rechtvaardig is. De verplichtingen van onze zijde zijn door Jezus vervuld. Hij heeft voldaan aan alle eisen die God de mens heeft kunnen stellen. Onze Borg en Plaatsbekleder heeft zowel de Wet gehouden als geleden voor alles waaraan Zijn volk schuldig was door die Wet te overtreden. Zou de Heere dan nu niet waarachtig zijn en zou de eeuwige Vader geen trouw houden aan Zijn eigen Zoon? Hoe kan Hij Zijn Zoon de vreugde weigeren die Hij Hem had voorgesteld en de beloning die Hij Hem had beloofd?

“Hij zal zaad zien: om de arbeid Zijner ziel zal Hij het zien en verzadigd worden.” Mijn ziel, de trouw van God aan Zijn verbond is niet zozeer een zaak tussen u en God, alswel een zaak tussen Christus en God. Christus is de vertegenwoordiger van allen, voor wie Hij Zijn bloed heeft gestort. Zo staat Hij voor de troon van de oneindige gerechtigheid en behartigt hun heil, want Hij moet ontvangen wat Hij heeft gekocht en verlost. Wat moet dit ons vertrouwen geven! De rechten van de Zoon, samen met de liefde en de betrouwbaarheid van de Vader, maakt het verbond in alles vast en zeker.

Herinnert u zichzelf er bovendien aan, dat er tot op de huidige dag nooit iets gefaald heeft in het verbond. Tienduizend maal tienduizenden van Zijn volk hebben het met de Heere gewaagd. Zij hebben zich in zeer kritieke omstandigheden en in zeer ernstige moeilijkheden bevonden, maar nooit is het binnen de poorten van Sion bekend geworden dat de belofte op niets uitgelopen was. Nooit ook is het verbond door iemand van nul en generlei waarde verklaard.

Vraag het hun die u voorgingen en in groter nood geweest zijn dan uzelf. Vraag het de martelaren, die hun leven hebben gegeven voor hun Meester: ”Is Hij tot het einde toe met u geweest?” De vredige glimlach op hun gelaat terwijl zij de wreedste dood stierven, was het klaarblijkelijk bewijs dat God getrouw is. Hun blijde psalmen terwijl ze op de brandstapel stonden, hun juichtonen terwijl ze op de folterbank lagen uitgestrekt of terwijl ze in een akelig kerkerhol lagen te versmachten -dit alles heeft bewezen dat God getrouw is.

En hebt u met uw eigen oren het getuigenis van de heiligen op hun sterfbed niet gehoord? Zij bevonden zich in een toestand waarin zij niet slechts door verbeeldingskracht gesterkt konden worden en toch waren zij zo blijmoedig alsof het hun huwelijksdag was. Het is onmogelijk voor de mens toneel te spelen in het aangezicht van de dood, daar is de situatie te ernstig naar. Maar wat zei uw echtgenote op haar sterfbed? Of uw moeder, die nu bij God is? Of uw kind, dat de liefde van de Zaligmaker had leren kennen? Kunt u zich niet nog steeds hun getuigenis voor de geest roepen? Mij dunkt dat ik sommigen van hen hoor. Onder de aardse dingen die als de hemelse blijdschap zijn, behoort, geloof ik, in de eerste plaats de vreugde van de gestorven heiligen toen ze de stem van de engelen al hoorden en zich tot ons wendden om ons in gebroken woorden en zinnen de vreugde mee te delen waarvan hun ziel vervuld was. Hun ogen werden als het ware verblind door de glans van de hemelse dingen die zij aanschouwden en hun hart werd verrukt door de zaligheid die hen overstroomde. O, het sterven van kinderen Gods is iets zeer lieflijks!

Van deze dingen spreek ik nu niet slechts om ze u weer in herinnering te brengen, maar om uw geloof in God te versterken. Hij heeft zich altijd getrouw betoond. Hij is nog nooit ontrouw bevonden en zal het ons dan nu moeilijk vallen om te steunen op Zijn verbond? Nee, laten we met het oog op al de jaren waarin de trouw van God op de proef werd gesteld en nooit heeft gefaald, vertrouwen dat Hij ons blijft aanzien. En laten we met vrijmoedigheid de bede tot Hem opzenden: ’’Aanschouw het verbond.” Want zoals het vanaf het begin geweest is, zo is het nu en zo zal het zijn tot in alle eeuwigheid. Met de laatsten van de heiligen zal het zo wezen als het met de eersten van de heiligen geweest is. Het getuigenis van de laatste soldaat van Gods legerscharen zal luiden: ’’Niet één woord van al de goede woorden die de Heere gesproken heeft is ter aarde gevallen.”

Nog een opmerking. Onze God heeft aan velen van ons geleerd om op Zijn Naam te betrouwen. Die les hebben wij slechts langzamerhand kunnen leren. Alleen de almacht van God was in staat om ons gewillig te maken om te wandelen door geloof en niet door aanschouwen. Met groot geduld heeft de Heere ons er uiteindelijk toe gebracht om op niemand of niets anders dan op Hem te betrouwen. Nu zijn wij geheel afhankelijk van Zijn waarheid en trouw. Is het zo met u, mijn broeder? Maar wat komt daarna? Gelooft u, dat God u dat geloof geschonken heeft om u te bespotten? Denkt u dat Hij u geleerd heeft om op Zijn Naam te betrouwen en u tot hiertoe heeft gebracht om u vervolgens beschaamd te doen staan? Heeft Zijn Heilige Geest u vertrouwen geschonken in een leugen? Heeft Hij geloof in een droombeeld in u gewerkt? Dat God het verhoede! Onze God is geen duivel, die zich zou verlustigen in de ellende die zeker gebracht zou worden door een hopen zonder goede grond, een vertrouwen zonder fundament.

Hebt u geloof? Hij heeft het u gegeven en Hij die het u schonk, kent Zijn eigen gave en zal haar in ere houden. Nog nooit is Hij ontrouw geweest, zelfs niet aan het zwakste geloof. En als uw geloof groot is, dan zult u bemerken dat Hij groter is, zelfs wanneer uw geloof op het grootst is. Heb dan goede moed. Het feit dat u gelooft, zou u de moed moeten geven om te zeggen: ’’Heere, ik ben ertoe gekomen om te betrouwen op u, kunt U mij dan nu loslaten? Ik, die slechts een arme worm ben, ken geen ander vertrouwen dan op Uw dierbare Naam. Zult U mij dan nu verlaten? Geen schuilplaats ken ik dan in Uw wonden. Jezus, ik heb geen hoop ik dan in Uw verzoenend sterven, geen licht dan Uw licht. Kunt U mij dan nu uitwerpen?”

Het is onmogelijk dat de Heere iemand uitwerpt die op Hem betrouwt. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet zou ontfermen over haar eigen zoon? Kan iemand van ons zijn kinderen vergeten, als zij op ons vertrouwen in hun zwakheid? Nee, de Heere is geen monster, Hij is teder en vol medelijden, waarachtig en getrouw, en Jezus is een Vriend die meer aan ons verbonden is dan een broeder. Juist het feit dat Hij ons geloof heeft geschonken in Zijn verbond, zou ons moeten helpen om te pleiten: ’’Aanschouw het verbond.”

Ten derde, nu we u zo aangetoond hebben wat deze bede betekent en waaraan zij haar kracht ontleent, zullen we nu nagaan hoe en wanneer er op dat verbond gepleit kan worden.

In de eerste plaats kunnen wij erop pleiten wanneer de ziel haar schuld beseft.

Laat mij u de woorden van de apostel lezen, waar hij in Hebreeën 8:10 op de volgende manier over het verbond spreekt: ’’Want dit is het verbond, dat ik met het huis Israelsmaken zal na die dagen, zegt de Heere: ‘Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en in hun harten zal Ik die inschrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet leren een ieder zijn naaste, en een ieder zijn broeder, zeggende: Ken de Heere, want zij zullen Mij allen kennen van de kleinen onder hen tot de groten onder hen. Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.” Wel, geachte toehoorder, veronderstel dat u uw zonden voelt, dat er iets is dat de herinnering aan schuld en ongerechtigheid in het verleden in u wakker maakt, of veronderstel dat u pas nog treurig gestruikeld bent en de satan u nu toefluistert: ”U zult zeker verloren gaan, want gij hebt gezondigd,” ga dan tot de grote Vader. Open uw Bijbel en leg uw vinger op de woorden van dit vers en zeg: ”0 Heere, in Uw oneindige, onbegrensde, onbegrijpelijke genade bent U in een verbond getreden met mij, arme zondaar, omdat ik geloof in de Naam van Jezus, en nu smeek ik U, aanschouw het verbond.” U hebt gezegd: ”Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn” O God, wees dan mijn ongerechtigheden genadig.

Hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken: ’’Heere, gedenk dan mijn zonden niet, vergeet mijn overtredingen.” Dat is de manier waarop wij het verbond moeten gebruiken. Als u uw zonden voelt, neem dan die tekst, want hij past bij uw toestand.

Maar stel, broeders en zusters, dat u ernaar streeft uw innerlijke slechtheid te overwinnen, met een sterk en smachtend verlangen naar in u gewerkte heiligheid. Dan moet u lezen over het verbond, zoals beschreven in Jeremia 31. Het is hetzelfde verbond, alleen vervat in andere woorden. “Dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis Israels maken zal,’ spreekt de Heere, ‘Ik zal mijn Wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven.” Wel, hierop kunt u pleiten en zeggen: ’’Heere, Uw geboden, geschreven op stenen tafelen, zijn heilig, maar ik vergeet en verbreek ze. Schrijft u ze dan echter op de vlezen tafelen van mijn hart. Kom tot mij en maak mij heilig. Verander, vernieuw mij. Schrijf Uw wil in het binnenste van mijn ziel, opdat ik leef volgens die wil en U dien vanuit de warme wens van mijn hart, zoals U ook gediend wilt zijn. Aanschouw Uw verbond en heilig Uw knecht.”

Of veronderstel dat u ondersteuning en versterking in verzoeking verlangt, om ervoor behoed te worden weer in uw vorige zonden te vervallen. Neem dan het verbond, zoals u het beschreven vindt in Jeremia 32:40. Let goed op die woorden, prent ze in uw geheugen, want ze zullen u wellicht spoedig bijzonder tot hulp zijn. “En ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe, en Ik zal mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.” Ga dan tot de Heere en zeg: ’’O Heere, ik ben bijna bezweken, en zij zeggen mij, dat ik tenslotte geheel ten val zal komen. Maar, mijn Heere en Meester, daar is uw Woord. Geef dat ik U mag vrezen in mijn hart. Vervul Uw belofte dat ik van U niet zal wijken.” Dit is de zekere en veilige weg tot volharding ten einde toe.

Op deze manier zou ik u alle noden en behoeften van Gods volk één voor één kunnen noemen en u aantonen dat het gepast is dat ze, om uitkomst te verkrijgen, tot God roepen en zeggen: ’’Aanschouw het verbond”. Stelt u zich bijvoorbeeld eens voor dat u diep bedroefd bent en vertroosting nodig hebt, dan kunt u met deze verbondsbelofte tot Hem gaan. “ Als een die zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten, ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden,” en zegt dan: ”Heere, vertroost Uw dienstknecht.” Of, als wij bedroefd zijn vanwege de gemeente Gods, hoe lieflijk is het dan niet, om tot de Heere te gaan en tot Hem te zeggen: ’’Heere, Uw verbond luidt: De poorten van de hel zullen Uw gemeente niet overweldigen. Heere, het is alsof de poorten der hel Uw gemeente wel zullen overweldigen. Betoon dan Uw sterkte en behoud Uw Kerk.”

Als u uitziet naar de bekering van goddelozen, als u behoudenis wenst voor zondaren, maar slechts duisternis ziet in de wereld rondom, zonder enig lichtpunt, zie dan weer op onze tekst.

Leest u dan in dit geval het hele vers: ’’Aanschouw het verbond: want de duistere plaatsen van hetlands zijn vol woningen van geweld.” Maar daar kunt u dan bijvoegen: ’’Maar u hebt gezegd, dat uw heerlijkheid de aarde zal bedekken en alle vlees de zaligheid Gods zal zien. Heere, aanschouw het verbond. Help uw zendelingen, maak dat uw Evangelie zich voorspoedig uitbreidt, gebied de machtige engel dat hij vliegt in het midden van de hemel om het eeuwig Evangelie te verkondigen aan hen die op de aarde wonen.” O, het is een heerlijk zendingsgebed: ’’Aanschouw het verbond.” Geliefden, het is een tweesnijdend zwaard, dat in iedere strijd gebruikt kan worden. Het is een heilige balsem van Gilead, die genezing zal brengen in elk lijden.

In de vierde plaats wil ik eindigen met deze laatste vraag: Wat zijn de praktische gevolgtrekkingen die wij uit dit alles kunnen afleiden?

“Aanschouw het verbond.” In elk geval wel dat als wij God vragen om het verbond te aanschouwen, wijzelf ook zeker acht moeten geven op dit verbond en wel op de volgende manier:

Aanschouw het verbond met dankbaarheid. Loof de Heere, omdat Hij een verbond met u wilde aangaan. Wat heeft Hij voor goeds of moois in u gezien waarom Hij u een belofte zou schenken, of zelfs een verbond met u zou aangaan? Geloofd zij Zijn dierbare Naam! Die lof bezingen wij in onze lofzangen op aarde, en zij zal ook het onderwerp blijven van onze lofliederen in de hemel.

Verder moet u het verbond met geloof aanschouwen. Als het Gods verbond is, onteer het dan niet. Het staat vast en onwankelbaar. Aanschouw het verbond ook met blijdschap. Stem in met Davids loflied: ’’Hoewel mijn huis alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld.” Dit is genoeg om de hemel in ons hart te brengen, terwijl wij nog op aarde zijn: de Heere is in een verbond van genade en vrede met ons getreden en Hij zal ons eeuwig zegenen.

Aanschouw het verbond ook met heilige jaloersheid. Duld het nooit dat een werkverbond zich ermee verbindt. Haat de prediking (een zwakkere uitdrukking wil ik niet gebruiken), haat de prediking die geen onderscheid weet te maken tussen het werkverbond en het genadeverbond, want dat is een prediking die naar het verderf voert. Duidelijk moet u altijd afbakenen wat uit de mens is en wat uit God is, want vervloekt is hij die op de mens zijn vertrouwen stelt. En als u onder dit verbond in de Geest begonnen bent, wil dan niet onder een ander verbond volmaakt worden in het vlees. Wees heilig naar de voorschriften van de hemelse Vader, maar wees niet wettisch onder de zweep van de drijver. Keert niet terug tot de slavenboeien van de Wet, want u bent niet onder de Wet, maar onder de genade.

Tenslotte, aanschouw het verbond op praktische wijze. Laat het door allen worden gezien dat u, terwijl u steunt en vertrouwt op dit verbond, u zich er ook zeer in verblijdt. Wees bereid om er met anderen over te spreken. Toon dat de werking van de genade in uw hart tot eer van God is, omdat zij een reinigende invloed op uw leven uitoefent. “Die deze hoop op hem heeft, die reinigt zichzelven, zoals Hij rein is.” Aanschouw het verbond, let op het verbond, door te leven zoals het degenen past, die kunnen zeggen dat God hun een God is en dat zij Hem een volk zijn. Het verbond zegt: ”Van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.” Bemin dan ook geen afgoden. Het verbond zegt: ”Ik zal rein water op u sprengen, en gij zult rein worden.”

Wees dan rein, verbondsvolk, en moge de Heere u bewaren en behoeden. Hij geve dat Zijn verbond uw roem mag zijn op de aarde en uw loflied in de hemel.

Het is mijn wens dat de Heere ons allen aan Zich zou binden door Zijn verbond. Hij geve ons een eenvoudig vertrouwen op Zijn dierbare Zoon, want dat is het kenmerk van de verbondskinderen.

Amen, ja Amen.

Comments
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Send this to a friend