Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 10

1 En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En Zijn twaalfG1427 discipelenG3101 tot Zich geroepenG4341 hebbende, heeft Hij hun machtG1849 gegevenG1325 over de onreineG169 geestenG4151, om dezelve uit te werpenG1544, enG2532 om alleG3956 ziekteG3554 enG2532 alleG3956 kwaal te genezenG2323. En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.

Ook in dit vers kwaleG3119

KJV And1 when he had called2 unto him his6 twelve4 disciples,5 he gave7 them8 power9 against unclean11 spirits,10 to12 cast13 them14 out, and15 to heal16 all manner17 of sickness18 and19 all manner20 of disease.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 10 πνευματων G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 ακαθαρτων G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 12 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 13 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 14 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 θεραπευειν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 17 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 νοσον G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 21 μαλακιαν G3119 kwale disease
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De namenG3686 nuG1161 der twaalfG1427 apostelenG652 zijnG1510 dezeG3778: de eersteG4413, SimonG4613, gezegdG3004 PetrusG4074, en AndreasG406, zijn broederG80; JakobusG2385, de zoon van ZebedeusG2199, en JohannesG2491, zijn broederG80; De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder;

KJV Now2 the names6 of the twelve3 apostles4 are these; The first,9 Simon,10 who1 is called12 Peter,13 and14 Andrew15 his18 brother;17 James19 the son of5 Zebedee,22 and23 John24 his27 brother;

1 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 4 αποστολων G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ονοματα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 10 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λεγομενος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ανδρεας G406 Andreas Andrew 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ιακωβος G2385 Jakobus, Jakobi James 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ζεβεδαιου G2199 Zebedeus Zebedee 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ιωαννης G2491 Johannes John 25 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 27 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 FilippusG5376 enG2532 BartholomeusG918; ThomasG2381 enG2532 MattheusG3156, de tollenaarG5057; JakobusG2385, de zoon van AlfeusG256, enG2532 LebbeusG3002, toegenaamdG1941 ThaddeusG2280; Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;

KJV Philip,1 and2 Bartholomew;3 Thomas,4 and5 Matthew6 the publican;8 James9 the son of7 Alphaeus,12 and13 Lebbaeus,14 whose surname was16 Thaddaeus;

1 φιλιππος G5376 Filippus, Filippi Philip 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 βαρθολομαιος G918 Bartholomeus Bartholomeus 4 θωμας G2381 Thomas Thomas 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ματθαιος G3156 Mattheus Matthew 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τελωνης G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 9 ιακωβος G2385 Jakobus, Jakobi James 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αλφαιου G256 Alfeus Alpheus 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λεββαιος G3002 Lebbeus Lebbæus 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 επικληθεις G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 17 θαδδαιος G2280 Thaddeus Thaddæus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 SimonG4613 KananitesG2581, enG2532 JudasG2455 IskariotG2469, die HemG846 ookG2532 verradenG3860 heeft. Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

KJV Simon1 the Canaanite,3 and4 Judas5 Iscariot,6 who2 also8 betrayed9 him.

1 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κανανιτης G2581 Kananites Canaanite (by mistake for a derivative from G5477 (Χαναάν)) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 6 ισκαριωτης G2469 Iskariot Iscariot 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 παραδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 DezeG3778 twaalfG1427 heeft JezusG2424 uitgezondenG649, en hunG846 bevelG3853 gegeven, zeggendeG3004: Gij zult niet heengaanG565 opG1519 den wegG3598 der heidenenG1484, enG2532 gij zult nietG3361 ingaanG1525 inG1519 enige stadG4172 der SamaritanenG4541. Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen.

KJV These twelve3 Jesus6 sent forth,4 and commanded7 them,8 saying,9 Go14 not13 into10 the way11 of the Gentiles,12 and15 into16 any city17 of the Samaritans18 enter ye20 not:

1 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 4 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 παραγγειλας G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 12 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 απελθητε G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 πολιν G4172 stad, steden city 18 σαμαρειτων G4541 Samaritanen, Samaritaan Samaritan 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 gaat veelG3123 meer heen totG4314 de verlorenG622 schapenG4263 van het huisG3624 IsraelsG2474. Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

KJV But2 go1 rather3 to4 the lost8 sheep6 of the house9 of Israel.

1 πορευεσθε G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 απολωλοτα G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 9 οικου G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 10 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 heengaandeG4198 prediktG2784, zeggendeG3004: Het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 is nabijG1448 gekomen. En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

KJV And2 as ye go,1 preach,3 saying,4 The kingdom8 of heaven10 is at hand.

1 πορευομενοι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κηρυσσετε G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 GeneestG2323 de krankenG770; reinigtG2511 de melaatsenG3015; wektG1453 de dodenG3498 op; werptG1544 de duivelenG1140 uit. Gij hebt het om niet ontvangenG2983, geeftG1325 het om niet. Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.

KJV Heal2 the sick,1 cleanse4 the lepers,3 raise6 the dead,5 cast out8 devils:7 freely9 ye have received,10 freely11 give.

1 ασθενουντας G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 2 θεραπευετε G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 3 λεπρους G3015 melaatse, melaatsen leper 4 καθαριζετε G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 5 νεκρους G3498 doden, dood, dode dead 6 εγειρετε G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 7 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 8 εκβαλλετε G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 9 δωρεαν G1432 om niet, zonder oorzaak without a cause, freely, for naught, in vain 10 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 δωρεαν G1432 om niet, zonder oorzaak without a cause, freely, for naught, in vain 12 δοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verkrijgt u noch goud, noch zilver, noch koper geld in uw gordels;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VerkrijgtG2932 uG4771 noch goudG5557, noch zilverG696, noch koperG5475 geld inG1519 uw gordelsG2223; Verkrijgt u noch goud, noch zilver, noch koper geld in uw gordels;

KJV Provide2 neither1 gold,3 nor4 silver,5 nor6 brass7 in8 your purses,

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 κτησησθε G2932 verkregen, Bezit, Verkrijgt obtain, possess, provide, purchase 3 χρυσον G5557 goud gold 4 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 5 αργυρον G696 zilver silver 6 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 7 χαλκον G5475 geld, koper, metaal brass, money 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ζωνας G2223 gordel, gordels girdle, purse 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Noch maleG4082 totG1519 den wegG3598, noch tweeG1417 rokkenG5509, noch schoenenG5266, noch stafG4464; wantG1063 de arbeiderG2040 is zijn voedselG5160 waardigG514. Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.

KJV Nor1 scrip2 for3 your journey,4 neither5 two6 coats,7 neither8 shoes,9 nor10 yet staves:12 for17 the workman19 is worthy16 of his22 meat.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 πηραν G4082 male scrip 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 5 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 6 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 7 χιτωνας G5509 rok, rokken, klederen clothes, coat, garment 8 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 9 υποδηματα G5266 schoenen, schoenriem shoe 10 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 12 ραβδον G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 14 ραβδους G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 16 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εργατης G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τροφης G5160 spijze, voedsel, spijs food, meat 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En in wat stad of vlek gij zult inkomen, onderzoekt, wie daarin waardig is; en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG1161 in wat stadG4172 ofG2228 vlekG2968 gij zult inkomenG1525, onderzoektG1833, wie daarin waardigG514 isG1510; en blijftG3306 aldaar, totdat gij daar uitgaatG1831. En in wat stad of vlek gij zult inkomen, onderzoekt, wie daarin waardig is; en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat.

KJV And3 into1 whatsoever4 city5 or6 town7 ye shall enter,8 enquire9 who10 in11 it12 is worthy;13 and there15 abide16 till18 ye go thence.

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 πολιν G4172 stad, steden city 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 8 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 9 εξετασατε G1833 onderzoekt, vragen ask, enquire, search 10 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 κακει G2546 en daar and there, there (thither) also 16 μεινατε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 17 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 18 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 19 εξελθητε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 als gij inG1519 het huisG3614 gaat, zo groetG782 hetzelveG846. En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve.

KJV And2 when ye come1 into3 an house,5 salute6 it.

1 εισερχομενοι G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 6 ασπασασθε G782 Groet, groeten, groet embrace, greet, salute, take leave 7 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En indien dat huisG3614 waardigG514 isG1510, zo komeG2064 uw vredeG1515 overG1909 hetzelveG846, maarG1161 indienG1437 het nietG3361 waardigG514 isG1510, zo kereG1994 uw vredeG1515 weder totG4314 uG4771. En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.

KJV And1 if2 the house6 be worthy,7 let your peace10 come8 upon12 it:13 but15 if it be not worthy,18 let your peace20 return24 to22 you.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 7 αξια G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 8 ελθετω G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 αξια G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 21 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 22 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 23 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 24 επιστραφητω G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 zoG1437 iemandG3739 uG4771 nietG3361 zal ontvangenG1209, noch uw woordenG3056 horenG191, uitgaandeG1831 uit dat huisG3614 ofG2228 uit dezelve stadG4172, schudtG1621 het stofG2868 uwer voetenG4228 af. En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af.

KJV And1 whosoever2 shall5 not receive you, nor7 hear8 your words,10 when ye depart out12 of that18 house14 or15 city,17 shake off19 the dust21 of your feet.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 δεξηται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 8 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εξερχομενοι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πολεως G4172 stad, steden city 18 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 19 εκτιναξατε G1621 schudt, schudde, schudden shake (off) 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κονιορτον G2868 stof dust 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 24 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Het zal den landeG1093 van SodomG4670 enG2532 GomorraG1116 verdragelijkerG414 zijnG1510 inG1722 den dagG2250 des oordeelsG2920, danG2228 dezelve stadG4172. Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.

KJV Verily1 I say2 unto you, It shall be more tolerable4 for the land6 of Sodom7 and8 Gomorrha9 in10 the day11 of judgment,12 than13 for that16 city.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 ανεκτοτερον G414 verdragelijker more tolerable 5 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 σοδομων G4670 Sodom, Sodoma Sodom 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 γομορρων G1116 Gomorra Gomorrha 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 12 κρισεως G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πολει G4172 stad, steden city 16 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZietG3708, IkG1473 zendG649 uG4771 alsG5613 schapenG4263 inG1722 het middenG3319 der wolvenG3074; zijt danG3767 voorzichtigG5429 gelijkG5613 de slangenG3789, enG2532 oprechtG185 gelijkG5613 de duivenG4058. Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.

KJV Behold, I2 send3 you forth as5 sheep6 in7 the midst8 of wolves:9 be ye10 therefore11 wise12 as13 serpents,15 and16 harmless17 as18 doves.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 εγω G1473 mij, ik I, me 3 αποστελλω G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 9 λυκων G3074 wolven, wolf wolf 10 γινεσθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 12 φρονιμοι G5429 wijzen, wijs, voorzichtig wise(-r) 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οφεις G3789 slang, slangen, Slangen serpent 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ακεραιοι G185 oprecht, onnozel harmless, simple 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 περιστεραι G4058 duiven, duif, duive dove, pigeon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 MaarG1161 wachtG4337 u voor de mensenG444; wantG1063 zij zullen u overleverenG3860 in de raadsvergaderingenG4892, en in hun synagogenG4864 zullen zijG846 uG4771 geselenG3146. Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen.

KJV But2 beware1 of3 men:5 for7 they will deliver6 you up to9 the councils,10 and11 they will scourge16 you in12 their15 synagogues;

1 προσεχετε G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 παραδωσουσιν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 συνεδρια G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 μαστιγωσουσιν G3146 geselen, gegeseld, geselde scourge 17 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En gij zult ookG2532 voor stadhoudersG2232 en koningenG935 geleidG71 worden, omG1519 MijnentwilG1700, hunG846 en den heidenenG1484 tot getuigenisG3142. En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.

KJV And1 ye shall be brought7 before2 governors3 and5 kings6 for my8 sake, for10 a testimony11 against them12 and13 the Gentiles.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 3 ηγεμονας G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler 4 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 βασιλεις G935 koning, Koning, koningen king 7 αχθησεσθε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 8 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 9 εμου G1473 mij, ik I, me 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 μαρτυριον G3142 getuigenis, getuiging to be testified, testimony, witness 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DochG1161 wanneer zij u overleverenG3860, zo zult gij nietG3361 bezorgdG3309 zijn, hoeG4459 ofG2228 watG5101 gij sprekenG2980 zult; wantG1063 het zal u inG1722 dezelve ureG5610 gegevenG1325 worden, watG5101 gij sprekenG2980 zult. Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.

KJV But2 when1 they deliver3 you up, take6 no5 thought how7 or8 what9 ye shall speak:10 for12 it shall be given11 you in14 that same15 hour17 what18 ye shall speak.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραδιδωσιν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 μεριμνησητε G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 7 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 8 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 λαλησητε G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 11 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 16 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 18 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 19 λαλησετε G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 gijG4771 zijt het nietG3756, die spreektG2980, maarG235 het is de GeestG4151 uws VadersG3962, Die inG1722 uG4771 spreektG2980. Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.

KJV For2 it is not1 ye that speak,6 but7 the Spirit9 of your Father11 which5 speaketh14 in15 you.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαλουντες G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 λαλουν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de ene broederG80 zal den anderen broederG80 overleverenG3860 tot den doodG2288, en de vaderG3962 het kindG5043, en de kinderenG5043 zullen opstaanG1881 tegenG1909 de oudersG1118, en zullen henG846 dodenG2289. En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.

KJV And2 the brother3 shall deliver up1 the brother4 to5 death,6 and7 the father8 the child:9 and10 the children12 shall rise up11 against13 their parents,14 and15 cause16 them17 to be put to death.

1 παραδωσει G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 4 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 θανατον G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 τεκνον G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 επαναστησονται G1881 opstaan rise up against 12 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 γονεις G1118 ouders, ouderen parent 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 θανατωσουσιν G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En gij zult vanG5259 allenG3956 gehaatG3404 worden om Mijn NaamG3686; maarG1161 die volstandigG5278 zal blijven totG1519 het eindeG3778, die zal zaligG4982 worden. En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.

KJV And1 ye shall be hated3 of4 all5 men for6 my name's sake:8 but11 he that15 endureth12 to13 the end14 shall be saved.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εσεσθε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 μισουμενοι G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 4 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 5 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 υπομεινας G5278 verdraagt, verdragen, volharden abide, endure, (take) patient(-ly), suffer, tarry behind 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 σωθησεται G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Wanneer zij u danG1161 in dezeG3778 stadG4172 vervolgenG1377, vliedtG5343 in de andere; wantG1063 voorwaarG281 zegG3004 ik u: Gij zult uw reis doorG1722 de stedenG4172 IsraelsG2474 niet geeindigdG5055 hebben, of de ZoonG5207 des mensenG444 zal gekomenG2064 zijn. Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.

KJV But2 when1 they persecute3 you in5 this city,7 flee ye9 into10 another:12 for14 verily13 I say15 unto you, Ye shall19 not have gone over the cities21 of Israel,23 till24 the Son28 of man30 be25 come.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διωκωσιν G1377 vervolgd, vervolgen, vervolgt ensue, follow (after), given to, (suffer) persecute(-ion), press forward 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πολει G4172 stad, steden city 8 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 φευγετε G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 13 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 τελεσητε G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 20 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πολεις G4172 stad, steden city 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 24 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 25 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 26 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 27 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 29 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht boven zijn heer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 De discipelG3101 isG1510 nietG3756 boven den meesterG1320, noch de dienstknechtG1401 boven zijn heerG2962. De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht boven zijn heer.

KJV The disciple3 is not1 above4 his master,6 nor7 the servant8 above9 his12 lord.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 4 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διδασκαλον G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 7 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 8 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 9 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Het zij den discipelG3101 genoegG713, datG2443 hij wordeG1096 gelijkG5613 zijn meesterG1320, enG2532 de dienstknechtG1401 gelijkG5613 zijn heerG2962. IndienG1487 zijG846 den Heere des huizesG3617 BeelzebulG954 hebben gehetenG2564, hoeveelG4214 te meer Zijn huisgenotenG3615! Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!

KJV It is enough1 for the disciple3 that4 he be5 as6 his9 master,8 and10 the servant12 as13 his16 lord.15 If17 they have called25 the master of the house19 Beelzebub,24 how much26 more27 shall they call them of his30 household?

1 αρκετον G713 genoeg enough, suffice (-ient) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μαθητη G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οικοδεσποτην G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 21 βεελζεβουλ 23 βεελζεβουβ 25 εκαλεσαν G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 26 ποσω G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 27 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 οικιακους G3615 huisgenoten they (them) of (his own) household 30 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 VreestG5399 danG3767 henG846 niet; wantG1063 er isG1510 nietsG3762 bedektG2572, hetwelkG3739 niet zal ontdektG601 worden, enG2532 verborgenG2927, hetwelkG3739 niet zal gewetenG1097 worden. Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden.

KJV Fear3 them4 not1 therefore:2 for6 there is nothing5 covered,8 that9 shall11 not10 be revealed; and12 hid,13 that14 shall16 not15 be known.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 φοβηθητε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 6 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 κεκαλυμμενον G2572 bedekt, bedekken, Bedekt cover, hide 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 αποκαλυφθησεται G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 κρυπτον G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 γνωσθησεται G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 HetgeenG3739 Ik uG4771 zegG3004 in de duisternisG4653, zegtG2036 het in het lichtG5457; enG2532 hetgeenG3739 gij hoortG191 in het oorG3775, prediktG2784 dat op de dakenG1430. Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken.

KJV What1 I tell2 you in4 darkness,6 that speak ye in8 light:10 and11 what12 ye hear16 in13 the ear,15 that preach ye17 upon18 the housetops.

1 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 7 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 φωτι G5457 licht, Licht, lichts fire, light 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ους G3775 oren, oor ear 16 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 17 κηρυξατε G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δωματων G1430 dak, daken housetop

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En vreestG5399 nietG3361 voor degenen, die het lichaamG4983 dodenG615, en de zielG5590 nietG3361 kunnen dodenG615; maarG1161 vreestG5399 veelG3123 meer Hem, Die beide zielG5590 en lichaamG4983 kanG1410 verdervenG622 inG1722 de helG1067. En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.

KJV And1 fear3 not2 them which5 kill6 the body,8 but10 are13 not12 able19 to kill14 the soul:11 but16 rather17 fear15 him which7 is able to destroy24 both20 soul21 and22 body23 in25 hell.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 φοβηθητε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αποκτεινοντων G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 δυναμενων G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 14 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 15 φοβηθητε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δυναμενον G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 24 απολεσαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 γεεννη G1067 hel, helse, helle hell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Worden niet tweeG1417 musjesG4765 om een penningskenG787 verkochtG4453? EnG2532 niet eenG1520 vanG1537 deze zal opG1909 de aardeG1093 vallenG4098 zonder uw VaderG3962. Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.

KJV Are5 not1 two2 sparrows3 sold for a farthing?4 and6 one7 of8 them9 shall11 not10 fall on12 the ground14 without15 your Father.

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 3 στρουθια G4765 musjes sparrow 4 ασσαριου G787 penningsken, penningskens farthing 5 πωλειται G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 πεσειται G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 15 ανευ G427 without 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En ookG2532 uw harenG2359 des hoofdsG2776 zijnG1510 alleG3956 geteldG705. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.

KJV But2 the very3 hairs5 of your head7 are all8 numbered.

1 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τριχες G2359 haren, haars hair 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κεφαλης G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 8 πασαι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ηριθμημεναι G705 geteld, tellen number 10 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 VreestG5399 danG3767 nietG3361; gijG4771 gaat veleG4183 musjesG4765 te boven. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

KJV Fear ye3 not1 therefore,2 ye are of more value6 than many4 sparrows.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 φοβηθητε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 4 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 στρουθιων G4765 musjes sparrow 6 διαφερετε G1308 verschilt, verschillen, droeg be better, carry, differ from, drive up and down, be (more) excellent, make matter, publish, be of more value 7 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Een iegelijkG3956 danG3767, die Mij belijdenG3670 zal voor de mensenG444, dien zal Ik ook belijdenG3670 voor Mijn VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

KJV Whosoever1 therefore2 shall confess4 me before7 men,9 him13 will I confess10 also11 before14 my Father16 which8 is in5 heaven.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 4 ομολογησει G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 εμοι G1473 mij, ik I, me 7 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 ομολογησω G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 11 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 17 μου G1473 mij, ik I, me 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 MaarG1161 zo wie MijG1473 verloochendG302 zal hebben voor de mensenG444, dien zal IkG1473 ook verloochenenG720 voor Mijn VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

KJV But2 whosoever1 shall3 deny4 me before6 men,8 him10 will I also11 deny9 before12 my Father14 which7 is in17 heaven.

1 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 αρνησηται G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 5 με G1473 mij, ik I, me 6 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 αρνησομαι G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 12 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 MeentG3543 niet, datG3754 Ik gekomenG2064 ben, om vredeG1515 te brengenG906 opG1909 de aardeG1093; Ik ben niet gekomenG2064 om vredeG1515 te brengenG906, maarG235 het zwaardG3162. Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

KJV Think2 not1 that3 I am come4 to send5 peace6 on7 earth:9 I came11 not10 to send12 peace,13 but14 a sword.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 νομισητε G3543 menende, Meent, meende suppose, thing, be wont 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 βαλειν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 6 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 βαλειν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 13 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 14 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 WantG1063 Ik ben gekomenG2064, om den mensG444 tweedrachtigG1369 te maken tegenG2596 zijn vaderG3962, enG2532 de dochterG2364 tegenG2596 haar moederG3384, enG2532 de schoondochterG3565 tegenG2596 haarG846 schoonmoederG3994. Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.

KJV For2 I am come1 to set3 a man4 at variance against5 his8 father,7 and9 the daughter10 against11 her14 mother,13 and15 the daughter in law16 against17 her20 mother in law.

1 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 διχασαι G1369 tweedrachtig set at variance 4 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 θυγατερα G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 11 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μητρος G3384 moeder, moeders mother 14 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 νυμφην G3565 bruid, schoondochter, Bruid bride, daughter in law 17 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πενθερας G3994 schoonmoeder, vrouws moeder mother in law, wife's mother 20 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG2532 zijG846 zullen des mensenG444 vijandenG2190 worden, die zijn huisgenotenG3615 zijn. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.

KJV And1 a man's4 foes2 shall be they of his own7 household.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εχθροι G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικιακοι G3615 huisgenoten they (them) of (his own) household 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Die vaderG3962 ofG2228 moederG3384 liefheeftG5368 boven MijG1473, isG1510 Mijns nietG3756 waardigG514; enG2532 die zoonG5207 ofG2228 dochterG2364 liefheeftG5368 boven MijG1473, isG1510 Mijns nietG3756 waardigG514. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.

KJV He that loveth2 father3 or4 mother5 more than6 me is not8 worthy11 of me: and12 he that loveth14 son15 or16 daughter17 more than18 me is not20 worthy23 of me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 φιλων G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 3 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 4 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 5 μητερα G3384 moeder, moeders mother 6 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 7 εμε G1473 mij, ik I, me 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 φιλων G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 15 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 θυγατερα G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 18 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 19 εμε G1473 mij, ik I, me 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 EnG2532 dieG3739 zijn kruisG4716 niet op zich neemtG2983, enG2532 MijG1473 navolgtG3694, isG1510 Mijns nietG3756 waardigG514. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

KJV And1 he2 that taketh4 not3 his7 cross,6 and8 followeth9 after10 me, is not12 worthy15 of me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σταυρον G4716 kruis, kruises cross 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 10 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Die zijn zielG5590 vindtG2147, zal dezelveG846 verliezenG622; enG2532 die zijn zielG5590 zal verlorenG622 hebben om MijnentwilG1700, zal dezelve vindenG2147. Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.

KJV He that findeth2 his5 life4 shall lose6 it:7 and8 he that loseth10 his13 life12 for my sake14 shall find16 it.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ευρων G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 7 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 απολεσας G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 15 εμου G1473 mij, ik I, me 16 ευρησει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 17 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Die uG4771 ontvangtG1209, ontvangtG1209 Mij; enG2532 die MijG1473 ontvangtG1209, ontvangtG1209 Hem, Die MijG1473 gezondenG649 heeft. Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.

KJV He that receiveth2 you receiveth5 me, and6 he that receiveth9 me receiveth10 him that sent12 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δεχομενος G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 3 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εμε G1473 mij, ik I, me 5 δεχεται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εμε G1473 mij, ik I, me 9 δεχομενος G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 10 δεχεται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αποστειλαντα G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 13 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Die een profeetG4396 ontvangt inG1519 den naamG3686 eens profetenG4396, zal het loonG3408 eens profetenG4396 ontvangen; enG2532 die een rechtvaardigeG1342 ontvangt inG1519 den naamG3686 eens rechtvaardigenG1342, zal het loonG3408 eens rechtvaardigenG1342 ontvangen. Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen.

Ook in dit vers ontvangenG1209 ontvangenG2983 ontvangtG1209 ontvangtG2983

KJV He that receiveth2 a prophet3 in4 the name5 of a prophet6 shall receive9 a prophet's8 reward;7 and10 he that receiveth19 a righteous man13 in14 the name15 of a righteous man16 shall receive12 a righteous man's18 reward.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δεχομενος G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 3 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 6 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 7 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 8 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 ληψεται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δεχομενος G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 13 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 δικαιου G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 17 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 18 δικαιου G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 19 ληψεται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG2532 zoG1437 wieG3739 een van dezeG3778 kleinenG3398 te drinkenG302 geeftG4222 alleenlijk een bekerG4221 koudG5593 water, inG1519 den naamG3686 eens discipelsG3101, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771, hijG846 zal zijn loonG3408 geenszinsG3364 verliezenG622. En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

KJV And1 whosoever2 shall give to drink4 unto one5 of these little ones7 a cup9 of cold10 water only11 in12 the name13 of a disciple,14 verily15 I say16 unto you, he shall in no wise lose20 his23 reward.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 ποτιση G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 5 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μικρων G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 8 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 10 ψυχρου G5593 koud cold 11 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 μαθητου G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 16 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 απολεση G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 10:1 Markus 6:7 Lukas 9:1 Markus 3:13 Lukas 24:49 Handelingen 1:8 Johannes 3:27 Johannes 6:70 Lukas 21:15
Mattheüs 10:2 Mattheüs 4:18 Handelingen 1:13 Mattheüs 4:21 Mattheüs 26:37 Johannes 13:23 Johannes 21:20 Lukas 5:10 Lukas 11:49
Mattheüs 10:3 Handelingen 1:13 Markus 3:18 Mattheüs 9:9 Johannes 1:43 Johannes 11:16 Johannes 20:24 Johannes 12:21 Markus 2:14
Mattheüs 10:4 Mattheüs 26:14 Johannes 13:2 Johannes 6:71 Mattheüs 26:47 Lukas 22:3 Handelingen 1:13 Markus 3:18 Handelingen 1:16
Mattheüs 10:5 Johannes 4:9 Lukas 9:2 Handelingen 22:21 Handelingen 8:1 Handelingen 1:8 2 Koningen 17:24 Johannes 4:5 Johannes 4:22
Mattheüs 10:6 Jeremia 50:6 Psalmen 119:176 Jesaja 53:6 Handelingen 3:26 Handelingen 13:46 Ezechiël 34:6 Handelingen 28:25 Ezechiël 34:8
Mattheüs 10:7 Mattheüs 3:2 Jesaja 61:1 Lukas 9:60 Handelingen 28:31 Mattheüs 4:17 Mattheüs 11:11 Lukas 16:16 Handelingen 10:25
Mattheüs 10:8 Handelingen 3:6 Handelingen 4:30 Handelingen 20:33 Handelingen 5:12 Lukas 10:9 Markus 16:18 2 Koningen 5:15 Mattheüs 10:1
Mattheüs 10:9 Lukas 22:35 Lukas 9:3 Markus 6:8 Lukas 10:4 1 Korinthe 9:7
Mattheüs 10:10 Lukas 10:7 1 Timotheüs 5:17 1 Korinthe 9:4 Lukas 3:11 2 Timotheüs 4:13 Galaten 6:6 1 Samuël 9:7
Mattheüs 10:11 1 Koningen 17:9 Handelingen 16:15 Job 31:32 Genesis 19:1 Markus 6:10 Lukas 19:7 Lukas 9:4 Richteren 19:16
Mattheüs 10:12 Lukas 10:5 1 Samuël 25:6 2 Korinthe 5:20 Handelingen 10:36 3 Johannes 1:14
Mattheüs 10:13 Psalmen 35:13 Lukas 10:6 2 Korinthe 2:16
Mattheüs 10:14 Handelingen 13:51 Handelingen 18:6 Nehemia 5:13 Handelingen 20:26 Lukas 10:10 Lukas 9:5 Johannes 13:20 Lukas 9:48
Mattheüs 10:15 2 Petrus 2:9 1 Johannes 4:17 Mattheüs 12:36 2 Petrus 2:6 2 Petrus 3:7 Mattheüs 5:18 Johannes 15:22 Ezechiël 16:48
Mattheüs 10:16 Lukas 10:3 Handelingen 20:29 Filippenzen 2:15 1 Korinthe 14:20 2 Korinthe 11:3 Kolossenzen 4:5 Genesis 3:1 Efeze 5:15
Mattheüs 10:17 Markus 13:9 Mattheüs 23:34 Handelingen 26:11 Mattheüs 5:22 Lukas 12:11 Handelingen 22:19 Handelingen 23:1 Lukas 21:12
Mattheüs 10:18 Mattheüs 8:4 Psalmen 2:1 Handelingen 24:1 Openbaring 1:9 Handelingen 5:25 Handelingen 12:1 2 Timotheüs 1:8 Openbaring 6:9
Mattheüs 10:19 Markus 13:11 Mattheüs 6:25 Exodus 4:12 2 Timotheüs 4:17 Lukas 12:11 Jeremia 1:9 Mattheüs 6:34 Handelingen 6:10
Mattheüs 10:20 Handelingen 4:8 Lukas 21:15 2 Petrus 1:21 Handelingen 6:10 2 Samuël 23:2 2 Korinthe 13:3 Lukas 11:13 Markus 12:36
Mattheüs 10:21 Micha 7:5 Mattheüs 10:34 Lukas 21:16 Lukas 12:51 Markus 13:12 Zacharia 13:3 2 Samuël 17:1 Mattheüs 24:10
Mattheüs 10:22 Mattheüs 24:13 Markus 13:13 Mattheüs 10:39 Jakobus 1:12 Openbaring 2:10 1 Johannes 3:13 Hebreeën 6:11 Lukas 8:15
Mattheüs 10:23 Handelingen 17:10 Handelingen 8:1 Mattheüs 16:28 Mattheüs 4:12 Mattheüs 24:30 Mattheüs 2:13 Handelingen 17:14 Handelingen 14:6
Mattheüs 10:24 Johannes 15:20 Johannes 13:16 Lukas 6:40 2 Samuël 11:11 Hebreeën 12:2
Mattheüs 10:25 Markus 3:22 Lukas 11:15 Mattheüs 9:34 Mattheüs 12:24 Johannes 7:20 Johannes 8:52 Johannes 8:48 Johannes 10:20
Mattheüs 10:26 Lukas 8:17 Markus 4:22 1 Korinthe 4:5 Jesaja 43:1 Jesaja 41:14 Spreuken 29:25 Spreuken 28:1 Jesaja 41:10
Mattheüs 10:27 Handelingen 5:20 Johannes 16:29 Johannes 16:1 Johannes 16:13 Handelingen 5:28 Lukas 8:10 Handelingen 17:17 Mattheüs 13:1
Mattheüs 10:28 Jesaja 8:12 Lukas 12:4 2 Thessalonicenzen 1:8 Jesaja 51:12 Hebreeën 12:28 Hebreeën 10:31 Jeremia 5:22 Lukas 16:22
Mattheüs 10:29 Lukas 12:6 Psalmen 104:27
Mattheüs 10:30 1 Samuël 14:45 2 Samuël 14:11 Lukas 21:18 Handelingen 27:34 Lukas 12:7 1 Koningen 1:52
Mattheüs 10:31 Mattheüs 6:26 Lukas 12:24 Mattheüs 12:11 1 Korinthe 9:9 Psalmen 8:5
Mattheüs 10:32 Openbaring 3:5 2 Timotheüs 1:8 Romeinen 10:9 1 Johannes 4:15 Johannes 9:22 1 Samuël 2:30 Lukas 12:8 Mattheüs 25:34
Mattheüs 10:33 2 Timotheüs 2:12 1 Johannes 2:23 Markus 8:38 Lukas 9:26 2 Petrus 2:1 Lukas 12:9 Mattheüs 26:70 Markus 14:30
Mattheüs 10:34 Lukas 12:49 Handelingen 14:4 Handelingen 13:45 Handelingen 14:2 Johannes 7:40
Mattheüs 10:35 Mattheüs 10:21 Micha 7:5 Mattheüs 24:10 Markus 13:12 Lukas 21:16
Mattheüs 10:36 Micha 7:6 Psalmen 55:13 1 Samuël 17:28 Genesis 4:8 Genesis 37:17 Job 19:13 Jeremia 12:6 Jeremia 20:10
Mattheüs 10:37 Lukas 14:26 Mattheüs 22:37 Filippenzen 3:7 2 Korinthe 5:14 Johannes 21:15 Lukas 20:35 Deuteronomium 33:9 Johannes 5:23
Mattheüs 10:38 Lukas 14:27 Mattheüs 16:24 Markus 8:34 Lukas 9:23 Johannes 19:17 Mattheüs 27:32 Markus 10:21
Mattheüs 10:39 Lukas 17:33 Johannes 12:25 Markus 8:35 Mattheüs 16:25 Filippenzen 1:20 Openbaring 2:10 2 Timotheüs 4:6 Lukas 9:24
Mattheüs 10:40 Lukas 9:48 Johannes 13:20 Galaten 4:14 Lukas 10:16 Mattheüs 18:5 Mattheüs 25:40 2 Johannes 1:9 Johannes 20:21
Mattheüs 10:41 3 Johannes 1:5 2 Koningen 4:8 2 Johannes 1:8 2 Koningen 4:16 2 Koningen 4:32 2 Thessalonicenzen 1:6 Genesis 20:7 Lukas 14:13
Mattheüs 10:42 Mattheüs 25:40 Hebreeën 6:10 Mattheüs 18:10 Markus 9:41 Lukas 6:35 Markus 12:42 Filippenzen 4:15 Mattheüs 18:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 10 vers 1

macht gegeven Namelijk om in zijnen naam en door de krachts Gods, niet door hunne kracht wonderen te doen. Zie Hand. 3:12 , Hand. 3:16 .

Hertaald: macht gegeven Namelijk om in Zijn naam en door de kracht van God — niet door hun eigen kracht — wonderen te doen. Zie Hand. 3:12, Hand. 3:16.

over de onreine geesten, Of, tegen.

Hertaald: over de onreine geesten, Of: tegen.

Mattheüs 10 vers 2

eerste Simon gezegd Petrus, Petrus wordt hier eerst genaamd, niet omdat hij macht en gezag had over de anderen, hetwelk Gods Woord nergens leert, alzo de apostelen in deze elkander gelijk waren Joh. 20:22-23 , maar omdat hij zoals het schint, de oudste en van Christus tot het apostelschap het eerst geroepen was; Matt. 4:18 . anders wordt ook Jacobus eerst genaamd voor Petrus, Gal. 2:9 , of, omdat hij eerst met zijn broeder Andreas het eerste paar is, dat uitgezonden werd.

Hertaald: eerste Simon gezegd Petrus, Petrus wordt hier het eerst genoemd, niet omdat hij macht en gezag over de anderen had — wat Gods Woord nergens leert, aangezien de apostelen hierin aan elkaar gelijk waren, Joh. 20:22-23 — maar omdat hij, naar het schijnt, de oudste was en door Christus het eerst tot het apostelschap geroepen werd; Matth. 4:18. Elders wordt overigens ook Jakobus vóór Petrus genoemd, Gal. 2:9. Of het is omdat hij met zijn broer Andreas het eerste tweetal vormt dat uitgezonden werd.

Mattheüs 10 vers 3

tollenaar; Dat is, die tollenaar geweest was. Zie Matt. 9:9 . Hij wordt ook Levi genaamd. Marc. 2:14 , en Luc. 5:27 , Luc. 5:29 .

Hertaald: tollenaar; Dat is: hij die tollenaar geweest was. Zie Matth. 9:9. Hij wordt ook Levi genoemd, Mark. 2:14 en Luk. 5:27, Luk. 5:29.

Thaddeüs; Thaddai in het Syrisch, is Judas in het Hebreeuws, hetwelk zijn voornaam was. Zie Joh. 14:22 . Hoewel sommigen menen dat dit nog een derde naam is van dezen apostel, van een anderen oorsprong. Hij is ook toegenaamd Lebbeus.

Hertaald: Thaddeüs; Thaddai in het Syrisch is in het Hebreeuws Judas, wat zijn eigenlijke naam was. Zie Joh. 14:22. Hoewel sommigen menen dat dit nog een derde naam van deze apostel is, van een andere oorsprong. Hij is ook toegenaamd Lebbeüs.

Mattheüs 10 vers 4

Kananites, Dat is, ijveraar, Grieks, Zelotes. Gelijk de eerste Simon is toegenaamd Kananites, dat is ijveraar, om van de ander onderscheiden te worden. Zie Luc. 6:15 ; Hand. 1:13 .

Hertaald: Kananites, Dat is: ijveraar; Grieks Zelotes. De eerste Simon is toegenaamd Kananiet, dat is: ijveraar, om hem van de andere te onderscheiden. Zie Luk. 6:15; Hand. 1:13.

Iskarioth, Sommigen menen dat deze Judas zo genaamd wordt van de stad Keriothe, gelegen in de stam van Juda, Joz. 15:25 , anderen van Secarjuth, hetwelk een buidel betekent, omdat hij de beurs droeg, Joh. 12:6 .

Hertaald: Iskarioth, Sommigen menen dat deze Judas zo genoemd wordt naar de stad Kerioth, die in de stam van Juda lag, Joz. 15:25; anderen naar sekarjoth, wat een buidel betekent, omdat hij de beurs droeg, Joh. 12:6.

verraden heeft Grieks, overgeleverd heeft.

Hertaald: verraden heeft Grieks: overgeleverd heeft.

Mattheüs 10 vers 5

Samaritanen; De Samaritanen worden hier bij de heidenen gevoegd en onderscheiden omdat, hoewel zij van heidense afkomst waren, zij vele ceremoniën der Joden aangenomen hadden. Zie 2Ki 17 .

Hertaald: Samaritanen; De Samaritanen worden hier naast de heidenen genoemd en er toch van onderscheiden, omdat zij weliswaar van heidense afkomst waren maar veel ceremoniën van de Joden overgenomen hadden. Zie 2 Kon. 17.

Mattheüs 10 vers 6

Israëls Dat is, Joden, die als dwalende schapen zonder oprechtleraars waren. Deze moest het Evangelie eerst gepredikt worden; Matt. 15:24 ; Hand. 13:46 .

Hertaald: Israëls Dat is: de Joden, die als dwalende schapen zonder oprechte leraars waren. Aan hen moest het Evangelie het eerst gepredikt worden; Matth. 15:24; Hand. 13:46.

Mattheüs 10 vers 8

kranken, Grieks, krachteloos. In Grieks, staat het werkwoord \"krachteloos zijn\".

Hertaald: kranken, Grieks: krachteloos; in het Grieks staat het werkwoord krachteloos zijn.

Mattheüs 10 vers 9

verkrijgt u noch goud, Namelijk tot voorraad op uwe reis.

Hertaald: verkrijgt u noch goud, Namelijk als voorraad voor onderweg.

gordels; Of buidels; want de Joden hadden brede riemen of gordels om hun lange klederen er mee op te schorten, waarin zij ook hun geld droegen.

Hertaald: gordels; Of: buidels. Want de Joden hadden brede riemen of gordels om hun lange kleren mee op te schorten, waarin zij ook hun geld droegen.

Mattheüs 10 vers 10

twee rokken, Dat is, geen klederen dan die zij zouden aanhebben.

Hertaald: twee rokken, Dat is: geen andere kleren dan die zij aanhadden.

Mattheüs 10 vers 11

waardig is; Dat is, die het Evangelie gaarne willen aannemen, Hand. 2:41 , welke waardigheid niemand van zichzelven heeft, maar die de Heere door zijn Geest daartoe waardig en bekwaam maakt: Matt. 22:8-9 ; 2 Kor. 3:5 .

Hertaald: waardig is; Dat is: wie het Evangelie graag wil aannemen, Hand. 2:41. Die waardigheid heeft niemand uit zichzelf, maar de Heere maakt hem daartoe waardig en bekwaam door Zijn Geest: Matth. 22:8-9; 2 Kor. 3:5.

daar uitgaat Dat is, uit die stad.

Hertaald: daar uitgaat Dat is: uit die stad.

Mattheüs 10 vers 12

groet hetzelve Dat is, wens degenen die daarin wonen geluk en vrede, gelijk in het vs.13, blijkt. Anderen doen daarbij: zeggende: vrede zij dezen huize. Zie Luc. 10:5 .

Hertaald: groet hetzelve Dat is: wens hun die daarin wonen geluk en vrede toe, zoals uit vers 13 blijkt. Anderen voegen daaraan toe: zeggende: vrede zij dit huis. Zie Luk. 10:5.

Mattheüs 10 vers 14

stof uwer voeten af Om daarmede te beteken dat zij met hen voortaan gans geen gemeenschap begeerde te hebben. Zie Hand. 13:51 , en Hand. 18:6 .

Hertaald: stof uwer voeten af Om daarmee aan te duiden dat zij voortaan volstrekt geen gemeenschap meer met hen wilden hebben. Zie Hand. 13:51 en Hand. 18:6.

Mattheüs 10 vers 15

het land van Sódom en Gomórra Of, het land van die van Sodoma en Gomorra.

Hertaald: het land van Sódom en Gomórra Of: het land van hen van Sodom en Gomorra.

Mattheüs 10 vers 16

oprecht gelijk de duiven Of, eenvoudig. Het Grieks, is genomen bij gelijkenis van dingen, die onvermengd en onvervalst zijn.

Hertaald: oprecht gelijk de duiven Of: eenvoudig. Het Griekse woord is ontleend aan de vergelijking met dingen die onvermengd en onvervalst zijn.

Mattheüs 10 vers 17

raadsvergaderingen, Grieks, Synedria. Zie daarvan de verklaring Matt. 5:22 , en een voorbeeld Hand. 5:40 .

Hertaald: raadsvergaderingen, Grieks: synedria. Zie daarover de verklaring bij Matth. 5:22, en een voorbeeld in Hand. 5:40.

Mattheüs 10 vers 18

stadhouders en koningen Namelijk der provinciën, gelijk waren Festus en Felix, en dergelijken. Zie Hand. 24:10 en 1 Petr. 2:14 . Zie ook dergelijke Neh. 5:14 .

Hertaald: stadhouders en koningen Namelijk van de provincies, zoals Festus en Felix en dergelijken. Zie Hand. 24:10 en 1 Petr. 2:14. Zie ook iets dergelijks in Neh. 5:14.

Mattheüs 10 vers 19

bezorgd zijn Niet wij ons tevoren niet zouden mogen bedenken, of God om wijsheid bidden, maar dat wij daarover niet te zeer beangst of bekommerd moeten zijn. Zie Hand. 4:29 .

Hertaald: bezorgd zijn Niet dat wij ons niet van tevoren zouden mogen bedenken of God om wijsheid zouden mogen bidden, maar dat wij daarover niet al te angstig of bekommerd moeten zijn. Zie Hand. 4:29.

Mattheüs 10 vers 21

doden Of, ter dood brengen.

Hertaald: doden Of: ter dood brengen.

Mattheüs 10 vers 23

gekomen zijn Dat is, zal wederom bij u komen en u ontmoeten.

Hertaald: gekomen zijn Dat is: zal weer bij u komen en u ontmoeten.

Mattheüs 10 vers 25

Beëlzebul hebben geheten, Anderen lezen Beëzebub, welke was de opperste afgod der Ekronieten; 2 Kon. 1:2 . Met welken naam de Joden den overste der duivelen noemden, omdat de afgoden der heidenen duivelen waren. Zie 1 Kor. 10:20 .

Hertaald: Beëlzebul hebben geheten, Anderen lezen Beëlzebub, die de voornaamste afgod van de Ekronieten was; 2 Kon. 1:2. Met die naam noemden de Joden de overste van de duivelen, omdat de afgoden van de heidenen duivelen waren. Zie 1 Kor. 10:20.

Mattheüs 10 vers 27

in het oor, Dat is, wat gij van mij in het bijzonder hebt gehoord, verkondigt dat openbaar of overluid.

Hertaald: in het oor, Dat is: wat u onder vier ogen van Mij gehoord hebt, verkondig dat openlijk en hardop.

op de daken De daken van de Joodse huizen waren boven plat, met een leuning rondom, vanwaar men gemakkelijk de lieden op de straten kon aanspreken. Zie Deut. 22:8 .

Hertaald: op de daken De daken van de Joodse huizen waren van boven plat, met een leuning eromheen, vanwaar men de mensen op straat gemakkelijk kon toespreken. Zie Deut. 22:8.

Mattheüs 10 vers 29

musjes Anders, vogeltJes.

Hertaald: musjes Anders: vogeltjes.

een penningsken verkocht? Grieks, Assarion; hetwelk een penning was, wegende ontrent vier greinen of azen zilvers, doende omtrent een duit (ruim 1/2 cent).

Hertaald: een penningsken verkocht? Grieks: assarion, een penning die ongeveer vier grein zilver woog, en ongeveer een duit waard was.

Mattheüs 10 vers 32

belijden voor mijn Vader, Dat is, voor mijn ware discipelen erkennen; gelijk verlochenen is voor zijn ware discipelen niet erkennen. Zie Matt. 7:23 .

Hertaald: belijden voor mijn Vader, Dat is: voor Mijn ware discipelen erkennen; zoals verloochenen betekent: niet voor Zijn ware discipelen erkennen. Zie Matth. 7:23.

Mattheüs 10 vers 34

zwaard Dat is onenigheid en vervolging, die op de predikatie zou volgen; waarvan oorzaak is, niet eigenlijk Christus, die de vredevorst is, Jes. 9:5 , of zijn vredes is, Ef. 6:15 , maar de moedwil dergenen, die het verwerpen, en de gelovigen haten en vijandig vervolgen.

Hertaald: zwaard Dat is: onenigheid en vervolging, die op de prediking zouden volgen. De oorzaak daarvan is niet Christus Zelf, Die de Vredevorst is, Jes. 9:5, en Die onze vrede is, Ef. 6:15, maar de moedwil van hen die het Evangelie verwerpen en de gelovigen haten en vijandig vervolgen.

Mattheüs 10 vers 35

schoondochter tegen hare schoonmoeder Grieks, nieuwgehuwde, of bruid.

Hertaald: schoondochter tegen hare schoonmoeder Grieks: pas gehuwde, of bruid.

Mattheüs 10 vers 39

ziel vindt, Dat is, die zijn leven zal willen behouden met verlochening mijns naams, die zal het ware leven, namelijk de zaligheid, verliezen.

Hertaald: ziel vindt, Dat is: wie zijn leven zal willen behouden door Mijn naam te verloochenen, die zal het ware leven — namelijk de zaligheid — verliezen.

Mattheüs 10 vers 41

in den naam eens profeten, Dat is, om diens wil, dat hij een profeet of oprecht leraar is van het heilig Evangelie.

Hertaald: in den naam eens profeten, Dat is: om die reden, dat hij een profeet of een oprecht leraar van het heilig Evangelie is.

Mattheüs 10 vers 42

kleinen te drinken geeft Dat is, die hier klein geacht worden; of die voor de allerminsten zouden mogen gerekend worden.

Hertaald: kleinen te drinken geeft Dat is: zij die hier gering geacht worden, of die voor de allerminsten gehouden zouden kunnen worden.

een beker koud water, Dat is, ook de allerminste dienst of weldaad, omdat hij een oprecht discipel en lidmaat van Christus is.

Hertaald: een beker koud water, Dat is: ook de allerkleinste dienst of weldaad, omdat hij een oprecht discipel en lid van Christus is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Andreas  — manlijk

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Simon Petrus, met wie hij door Jezus geroepen werd om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden (Matth. 4:18-20).

Johannes (zoon van Zebedeüs)  — de HEERE is genadig

Zoon van Zebedeüs en broer van Jakobus; een visser, geroepen door Jezus om Hem te volgen (Matth. 4:21-22); niet dezelfde persoon als Johannes de Doper. Hij zou een van de twaalf apostelen worden en het naar hem genoemde Evangelie en andere boeken van het Nieuwe Testament schrijven.

Mattheüs  — gave des HEEREN

Een tollenaar (belastinginner), die door Jezus geroepen werd terwijl hij in het tolhuis zat; hij stond terstond op en volgde Hem, en gaf een maaltijd waarbij vele tollenaars en zondaars met Jezus aanzaten (Matth. 9:9-13). Hij werd een van de twaalf apostelen, en wordt van oudsher gezien als de schrijver van het naar hem genoemde Evangelie; elders ook Levi genoemd.

Filippus (apostel)  — liefhebber der paarden

Een van de twaalf apostelen van Jezus (Matth. 10:3); niet te verwarren met Filippus, de evangelist (Hand. 6, 8) of met andere personen die deze naam droegen.

Bartholomeüs  — zoon van Tolmai

Een van de twaalf apostelen van Jezus (Matth. 10:3); doorgaans geïdentificeerd met Nathanaël uit het Evangelie naar Johannes.

Thomas  — tweeling

Een van de twaalf apostelen van Jezus (Matth. 10:3); later bekend om zijn twijfel aan Jezus' opstanding, totdat hij Hem zelf zag (Joh. 20:24-29).

Jakobus (zoon van Alfeüs)  — hielhouder, bedrieger (Hebreeuwse vorm van Jakob)

Een van de twaalf apostelen van Jezus, zoon van Alfeüs (Matth. 10:3); niet dezelfde persoon als Jakobus, de zoon van Zebedeüs.

Lebbeüs (Thaddeüs)  — moedig, hartelijk (Lebbeüs); Thaddeüs: onzeker

Een van de twaalf apostelen van Jezus, ook Thaddeüs genoemd (Matth. 10:3); elders (Luk. 6:16) Judas, de zoon (of broeder) van Jakobus genoemd.

Simon (de Kananiet)  — hij heeft gehoord

Een van de twaalf apostelen van Jezus, aangeduid als "de Kananiet" (of Zeloot); niet dezelfde persoon als Simon Petrus (Matth. 10:4).

Judas Iskariot  — Judas: lof; Iskariot: man uit Kerioth

Een van de twaalf apostelen van Jezus, die Hem later voor dertig zilverlingen aan de overpriesters zou verraden (Matth. 10:4; 26:14-16, 47-50).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gehenna (de hel)  — Grieks: geenna, van het Hebreeuwse Ge-Hinnom, "dal van Hinnom" — het dal bij Jeruzalem waar kinderen aan Moloch geofferd waren en dat later een plaats van verbranding werd

Het woord komt in Mattheüs telkens uit de mond van Christus Zelf en steeds als waarschuwing. In de Bergrede staat het driemaal: wie tegen zijn broeder "gij dwaas" zegt, is strafbaar door het helse vuur, en het is beter een oog of hand te verliezen dan dat het gehele lichaam in de hel geworpen wordt (Matt. 5:22,29-30). Verder: vreest niet hen die het lichaam doden, maar Hem die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel (Matt. 10:28), en de scherpste toepassing van alle staat tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën (Matt. 23:33). De achtergrond is het dal van Hinnom, waar koningen van Juda kinderen door het vuur lieten gaan — een gruwel die Jeremia een gericht aankondigde (Jer. 7:31-32; 19:5-6; vgl. 2 Kon. 23:10).

Bijbelse betekenis: Het is van gewicht wie hier spreekt. Niet een profeet van het gericht maar de Zaligmaker Zelf gebruikt dit woord het meest, en Hij gebruikt het niet tegen buitenstaanders maar tegen hoorders en tegen godsdienstige mensen. De waarschuwing staat bovendien in het verband van de vreze Gods, niet in dat van willekeur: het gaat om Hem die beide ziel en lichaam kan verderven. Dat de aanduiding aan een dal met een geschiedenis van kinderoffers ontleend is, geeft het woord zijn gewicht — de plaats van de diepste gruwel werd het beeld van het uiterste gericht.

Typologie: Openbaring noemt het einde de tweede dood en de poel des vuurs (Op. 20:14-15; 21:8), en Paulus spreekt van eeuwig verderf van het aangezicht des Heeren (2 Thess. 1:9). Tegenover die ernst staat in hetzelfde Evangelie de enige uitweg die het kent: de Zoon des mensen is gekomen om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen (Matt. 20:28). En wie in Hem gelooft, komt niet in het oordeel maar is uit de dood overgegaan in het leven (Joh. 5:24). Wie over dit onderwerp spreekt zonder dat erbij te zeggen, spreekt niet zoals de Schrift spreekt.

Matt. 5:22,29-30; Matt. 10:28; Matt. 23:33; 2 Kon. 23:10; Jer. 7:31-32; Jer. 19:5-6; Joh. 5:24; 2 Thess. 1:9; Op. 20:14-15; Op. 21:8

Apostel (de twaalf discipelen)  — Grieks: apostolos, "afgezondene, gezant", van apostello, "uitzenden"; discipel is mathetes, "leerling"

Nadat Christus Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen heeft, geeft Hij hun macht over onreine geesten en om ziekten te genezen, en dan volgt de opsomming: "De namen nu der twaalf apostelen zijn deze" — hier heten zij voor het eerst zo (Matt. 10:1-4). De zending is aanvankelijk beperkt tot de verloren schapen van het huis Israëls (Matt. 10:5-6). De opdracht is aan het Evangelie gebonden en niet aan middelen: om niet ontvangen, om niet geven, en geen goud of zilver in de gordel (Matt. 10:8-10). Daarna volgt de waarschuwing dat de boodschapper het lot van zijn Zender deelt: de discipel is niet boven zijn meester (Matt. 10:24-25), en men zal hen overleveren en haten om Zijns Naams wil (Matt. 10:17-22). Ten slotte wordt hun getal en hun taak in het toekomende bevestigd: zij zullen zitten op twaalf tronen (Matt. 19:28).

Bijbelse betekenis: Het getal twaalf is geen toeval maar een aanspraak: zoveel als de stammen van Israël. Het ambt is bovendien geheel afgeleid — een apostel spreekt niet uit zichzelf maar namens Hem die hem zendt, en daarom geldt: wie u ontvangt, ontvangt Mij (Matt. 10:40). Opmerkelijk is dat de lijst met Judas Iskariot sluit, mét de vermelding wat hij doen zou: het ambt vrijwaart niemand.

Typologie: De grondslag van de gemeente wordt in het Nieuwe Testament aan hen gebonden: de gemeente is gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen (Ef. 2:20). En de muur van het nieuwe Jeruzalem heeft twaalf fundamenten met de namen van de twaalf apostelen (Op. 21:14). Daarmee is het ambt naar zijn aard onherhaalbaar: een fundament wordt eenmaal gelegd. Wel blijft de zending zelf: gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook ulieden (Joh. 20:21).

Matt. 10:1-25,40; Matt. 19:28; Joh. 20:21; Ef. 2:20; Op. 21:14

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Mattheüs 10

Mattheüs 10:1-4.KruisverwijzingenMarkus 6:7Markus 3:18Lukas 9:1Markus 3:13Mattheüs 4:18Handelingen 1:13Mattheüs 4:21Mattheüs 9:9
— En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus; Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
“En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.”

Zij waren eerst discipelen van Christus, en daarna zond Hij hen uit als Zijn apostelen, bekleed met macht en gezag die zeer op de Zijne leken. De twaalf apostelen verbonden het geestelijke Israel met de twaalf stammen van het letterlijke Israel dat er een voorafschaduwing van geweest was.

Het is niet moeilijk de verschillende plaatsen over het werk van Jezus in het leven van Petrus met elkaar te rijmen. Er waren namelijk dríe roepingen. De eerste was die welke Christus Petrus gaf toen Hij hem uit de duisternis riep tot het wonderbare licht van God. De tweede was de roeping waarmee de knecht — al bekeerd, al gewillig — gedaagd werd om in nauwere verhouding tot zijn Heere te komen. Hij moest niet langer een knecht zijn wiens trouw wel echt was maar niet openbaar; hij moest die trouw laten zien door zijn Meester te volgen. En de derde roeping is de roeping die de Zaligmaker alleen gaf aan enkelen die Hij uitgekozen had voor een bijzonder werk: uitgekozen om apostel te zijn.

De eerste les uit deze namen is dat deze mannen bij tweeën genoemd worden. Ik denk dat Gods knechten in de regel het best in paren werken. Ook in een andere zin dan die van het huwelijk is het niet goed dat de mens alleen zij. Mozes heeft Aäron nodig, Petrus heeft Andreas nodig, Jakobus heeft Johannes nodig. Het is goed van zo’n aard en zo’n inborst te zijn dat u eendrachtig met een andere knecht van uw Heere kunt werken. Kunt u dat niet, bid God dan of Hij u veranderen wil.

Let op die uitdrukking in het derde vers: “en Bartholomeüs”. Ik meen dat er in het hele Nieuwe Testament geen enkele plaats is waar Bartholomeüs genoemd wordt zonder het woord “en” ervoor of erna. Misschien was hij geen man die ooit zelf een werk begon, maar wel een prachtig man om mee te doen en het voort te helpen wanneer iemand anders begonnen was.

Bent u dus, geliefde vriend, niet geschikt om een leider in de gemeente van Christus te zijn, wees dan bereid om nummer twee te zijn. Maar dien de Meester, in de ene of de andere hoedanigheid, met al uw macht. Wees een broeder die overal waar hij komt een “en” met zich meedraagt.

De laatste les uit de namen staat aan het einde van het vierde vers: en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft. Hij predikte over Christus, hij deed wonderen in de naam van Christus, en hij werd tot een van de apostelen van Christus geordend. En toch was hij de zoon van het verderf.

Och, laat niemand van ons tevreden zijn met alleen onze ambtelijke plaats. Laten wij ook niet vertrouwen op het goede dat wij hopen gedaan te hebben, of op enige gaven die de Meester ons toevertrouwd heeft. Judas Iskariot had al deze onderscheidingstekenen, en toch verried hij zijn Heere. God geve dat niemand onder ons een Judas Iskariot blijkt te zijn!

Mattheüs 10:5-6.KruisverwijzingenJohannes 4:9Jeremia 50:6Lukas 9:2Psalmen 119:176Jesaja 53:6Handelingen 3:26Handelingen 13:46Handelingen 22:21
— Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen. Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen. Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.”

Het evangelie moet nu aan alle schepselen in de hele wereld gepredikt worden. Maar in die dagen moest het eerst aan de Joden verkondigd worden, daarna aan de Samaritanen, en pas daarna aan de heidenen in het algemeen. Dit was een zending van Israel tot Israel, bedoeld om het uitverkoren volk in het algemeen wakker te schudden. Ná de opstanding van onze Heere gaf Hij de ruimere opdracht: gaat heen in de gehele wereld, predikt het evangelie aan alle creaturen.

Onze opdracht om het evangelie aan alle creaturen te prediken is ruim. Maar die ruimte hoeft ons niet te beletten aanwijzingen van de voorzienigheid te volgen om het op de ene plaats eerder bekend te maken dan op de andere. Het is goed dat de knechten van Christus hun Meester altijd vragen wáár zij heen moeten gaan. U weet dat er in de Handelingen opgetekend staat dat Paulus en Silas naar Bithynië wilden gaan, maar dat de Geest het hun niet toeliet. Vraag de HEERE dus waar u werken zult, en ook wat uw werk zal zijn, want uw Meester weet hoe u Hem het best dienen kunt.

Mattheüs 10:7-8.KruisverwijzingenHandelingen 3:6Mattheüs 3:2Handelingen 4:30Jesaja 61:1Lukas 9:60Handelingen 28:31Mattheüs 4:17Handelingen 20:33
— En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.
Dat gezegende Koninkrijk is nu onder de mensen opgericht. Christus is er de Koning van, en ik hoop dat velen van ons de onderdanen zijn. Toen was dat Koninkrijk nog “nabij gekomen”.

Zij moesten geneesheren zijn zowel als zendelingen: het evangelie prediken en de zieken genezen, en dat alles moest “om niet” gebeuren. Oefen uw genezende kunsten zo vrij mogelijk uit. Zij hebben u niets gekost; laten zij dan ook niets kosten aan wie er het voordeel van ontvangen.

Mattheüs 10:9-10.KruisverwijzingenLukas 22:35Lukas 9:3Lukas 10:7Markus 6:8Lukas 10:41 Korinthe 9:71 Timotheüs 5:171 Korinthe 9:4
— Verkrijgt u noch goud, noch zilver, noch koper geld in uw gordels; Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.
Zij moesten zich, zoals wij zeggen, bij de vijand inkwartieren. Waar zij ook heen gingen, zij zouden van voedsel, kleding en onderdak voorzien worden, als zij de opdracht die hun Meester hun toevertrouwd had getrouw uitvoerden.

Het volk was in die tijd gunstig gezind tegenover onze Heere. Zijn apostelen mochten dus een ruimhartiger behandeling verwachten dan in deze tijden te verwachten valt. Sommige van deze voorschriften zijn bij een latere zending veranderd, toen het volk minder gunstig gezind was.

Mattheüs 10:11-13.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:9Handelingen 16:15Job 31:32Genesis 19:1Lukas 10:51 Samuël 25:6Psalmen 35:13Lukas 10:6
— En in wat stad of vlek gij zult inkomen, onderzoekt, wie daarin waardig is; en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat. En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve. En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.
Hoe staat het met uw huizen, geliefde vrienden? Zijn het “waardige” huizen in deze nieuwtestamentische zin? Kwam er een apostel, zou hij er dan vrede kunnen brengen? Of zou hij de vrede weer met zich mee moeten nemen naar een ander huis dat waardiger was om haar te ontvangen?

Mattheüs 10:14-15.KruisverwijzingenHandelingen 13:51Handelingen 18:6Nehemia 5:132 Petrus 2:91 Johannes 4:17Mattheüs 12:36Handelingen 20:26Lukas 10:10
— En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af. Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.
Verloochen alle gemeenschap met hen die geen gemeenschap met uw Heere willen hebben. Laat hen weten dat u hen verlaat omdat zij de boodschap van uw Meester weigeren te ontvangen. Blijven zij de Zaligmaker verwerpen, dan zal hun vonnis nog verschrikkelijker zijn dan dat van Sodom en Gomorra.

Verachte en verworpen voorrechten zijn de felste brandstof voor de vuren van de hel. Zij die het evangelie hadden kunnen horen en het niet wilden horen, zullen de hand van God zwaarder op zich vinden dan zelfs de vervloekte Sodomieten. Wee dan hun die in een grote stad wonen en toch het Woord van de HEERE niet willen horen — of die het, wanneer zij het horen, niet willen aannemen!

Mattheüs 10:16.KruisverwijzingenLukas 10:3Handelingen 20:29Filippenzen 2:151 Korinthe 14:202 Korinthe 11:3Kolossenzen 4:5Genesis 3:1Efeze 5:15
— Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.
“Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.”

Wat een kracht ligt er in het woord van de Koning der koningen! Ziet, Ík zend u. U bent als schapen, hulpeloos en weerloos. En toch: Ík zend u, en daarom is het goed dat u zelfs midden onder de wolven gaat.

Wij zouden ons kunnen voorstellen dat de wolven de schapen zouden verslinden. En toch zijn er tegenwoordig veel meer schapen in de wereld dan wolven. Schapen zijn altijd zwak en hulpeloos geweest, en toch hebben zij zich vermenigvuldigd. Wolven zijn altijd sterk en woest geweest, en toch zijn zij verminderd, tot er in dit land geen enkele meer over is.

Zo zullen de zwakken en de hulpelozen, die onder de zorg van onze Heere Jezus komen, die grote Herder der schapen, bewaard worden voor alle wolven die hen zouden verslinden. Ja, zelfs voor de duivel, die als een briesende leeuw omgaat, zoekende wie hij zou mogen verslinden.

U zegt misschien dat dit aan de herder te danken is. Ja — en aan Hém zal ook uw veiligheid en uw overwinning te danken zijn. Hij zal voor u zorgen. Maar tart de wolven daarom niet. Wees voorzichtig als de slangen; heb een heilige omzichtigheid. Wees oprecht als de duiven, maar niet zo onnozel als duiven.

Wees oprecht omdat u als schapen bent, maar wees voorzichtig als de slangen omdat u onder wolven moet wonen. Ook u, geliefden, behoort zeer wijs te zijn vanwege de wijsheid die u meegedeeld is door de Meester Die u uitgezonden heeft. En u behoort uw beste verstand in Zijn dienst te gebruiken. Maar gebruik die wijsheid nooit met een kwade bedoeling, want de Christus Die u zendt doet mensen geen kwaad maar alleen goed.

Mattheüs 10:17-18.KruisverwijzingenMarkus 13:9Mattheüs 23:34Handelingen 26:11Mattheüs 5:22Lukas 12:11Handelingen 22:19Mattheüs 8:4Handelingen 23:1
— Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen. En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.
Vertrouw uzelf niet aan hen toe. Probeer niet van de toejuiching van het volk te leven, maar wacht u voor de mensen. Verwacht van hen een slechte behandeling. Kunnen zij u met de gesel vervolgen, dan zullen zij het doen. En staat dat niet in hun macht, dan zullen zij u met hun tong vervolgen.

U zult verkeerd begrepen, verkeerd voorgesteld en belasterd worden. Verwacht zo’n behandeling, want Ík, uw Heere en Meester, heb haar vóór u gehad.

Mattheüs 10:19-20.KruisverwijzingenMarkus 13:11Mattheüs 6:25Exodus 4:12Handelingen 4:82 Timotheüs 4:17Lukas 12:11Lukas 21:152 Petrus 1:21
— Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult. Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.
“Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult. Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.”

Laat het u niet kwellen dat u geen redenaars bent en geen mensen van beschaving. Spreek wat God de Heilige Geest u leren zal te zeggen, en laat de uitkomst aan Hem over.

Het is zeer opmerkelijk wat een wijze antwoorden de martelaars vaak gegeven hebben. Ongeletterde mensen brachten de geleerden van de aarde volkomen in verwarring wanneer zij tegenover hen stonden. En zwakke vrouwen zetten hun aanvallers en rechters volslagen schaakmat.

Een opmerkelijk voorbeeld daarvan staat opgetekend in de geschiedenis van de dappere Anne Askew. Zij hadden haar op de pijnbank gemarteld en haar arme lichaam was vol pijn. En toen zat zij op de koude stenen van haar gevangenis en stelde zij de bisschoppen en inquisiteurs zulke vragen, dat zij er volkomen door van hun stuk gebracht werden. En Christus stelt Zijn getrouwe volgelingen door Zijn Heilige Geest nog altijd in staat over alle sluwheid en boosaardigheid van mensen te zegevieren.

Och, dat is heerlijk: wanneer iemand zo met God omgegaan heeft dat de Geest van de Vader Zelf in hem ingegaan is. Dan zal er een wonderlijke kracht in zijn spreken zijn. Mensen begrijpen misschien niet waar die vandaan kwam, maar zij zullen de kracht ervan wel moeten voelen.

Mattheüs 10:21-22.KruisverwijzingenMattheüs 24:13Markus 13:13Mattheüs 10:39Jakobus 1:12Openbaring 2:101 Johannes 3:13Hebreeën 6:11Lukas 8:15
— En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.
“En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.”

Lees de boeken over de martelaars, en zie of het niet precies zo gegaan is als onze Heere voorzegd had. In de tijden van de martelaars verbraken mensen vaak alle banden van de natuurlijke liefde en verraadden zij zelfs hun eigen vaders of kinderen ter dood. En toch deinsden de heiligen niet terug. Zij waren tevreden elke aardse band te laten breken, opdat de band van hun hemelse en eeuwige verwantschap bevestigd zou worden. Mocht het ook met ons zo zijn!

Dat is een vreemd venijn van de menselijke natuur. Zij wordt nergens zo toornig over als over Gods waarheid. Waarom is dat? Valse godsdiensten verdragen elkaar wel, maar zij verdragen de godsdienst van Christus niet. Wordt dit niet allemaal verklaard door dat oude donkere woord aan de poorten van Eden? “Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad.” Die vijandschap zal zeker opkomen zolang de wereld staat.

Geven wij onszelf aan Christus, dan moeten wij het zonder enig voorbehoud doen. En wij moeten bereid zijn Hem zo nodig tot het bittere einde te volgen. Zouden alle mensen ons verlaten, zou de dood ons deel zijn om onze trouw aan Christus, dan mogen wij niet terugdeinzen.

Mattheüs 10:23.KruisverwijzingenHandelingen 17:10Handelingen 8:1Mattheüs 16:28Mattheüs 4:12Mattheüs 24:30Mattheüs 2:13Handelingen 17:14Handelingen 14:6
— Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.
Ik veronderstel dat Christus hier zinspeelt op die wonderlijke komst van Hem in de verwoesting van Jeruzalem. Zij hadden maar korte tijd om dat land te evangeliseren. Dus moesten zij snel zijn in het uitvergaderen van de uitverkorenen van de HEERE, voordat Hij in dat verschrikkelijke oordeel kwam.

Diezelfde waarheid behoort vandaag de werkzaamheid van elke knecht van Christus te verhaasten. Wees snel met uw werk, want uw Meester is onderweg en zal spoedig hier zijn. Zij zijn nog niet door heel Palestina heen gekomen voordat Jeruzalem verwoest werd. Misschien zullen ook wij het evangelie nauwelijks in elk deel van de wereld gepredikt hebben voordat de haastige voetstappen van onze Meester gehoord worden.

Mattheüs 10:24-25.KruisverwijzingenJohannes 15:20Johannes 13:16Lukas 6:40Markus 3:22Lukas 11:15Mattheüs 9:34Mattheüs 12:24Johannes 7:20
— De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht boven zijn heer. Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!
“Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!”

Het is genoeg voor de discipel dat hij worde gelijk zijn meester. Ja, het is meer dan genoeg. De discipel zou kunnen verwachten dat het hem harder verging dan zijn Meester, en de knecht dat hij minder gemak had dan zijn heer. Maar onze Heere en Meester heeft zo’n gemeenschap met Zijn volk, dat Hij het niet zo stelt.

De naam Beëlzebul, die de god van het vuil of naar sommigen de god van de vliegen betekent, werd door de Joden op de allerergste van de boze geesten toegepast. Zij veronderstelden dat sommige duivelen erger waren dan andere, en het hoofd en de meester van allen noemden zij Beëlzebul. En nu gaven zij die titel aan onze Heere Jezus Zelf.

Welnu, geven mensen ons dan lelijke namen en slechte karakters, moeten wij ons daarover verwonderen? Zou Christus bespuwd en veracht worden, en zouden u en ik geëerd en verhoogd worden? Zij kunnen ons ook geen ergere namen geven. Zij hebben onze Meester de zwartste van alle scheldnamen gegeven, en elke harde en smadelijke titel die ooit op ons kan worden toegepast, moet bij die van Hem achterblijven. Wij behoren dus geen ogenblik ineen te krimpen.

U hebt gehoord van Godfried van Bouillon, de kruisvaarder, die in triomf Jeruzalem binnentrok maar weigerde zich een gouden kroon op het hoofd te laten zetten. Hij zei dat hij zich nooit met goud zou laten kronen waar Christus met doornen gekroond was. Verwacht u dan geëerd te worden in de wereld waar uw Heere gekruisigd is?

Mattheüs 10:26.KruisverwijzingenLukas 8:17Markus 4:221 Korinthe 4:5Jesaja 43:1Jesaja 41:14Spreuken 29:25Spreuken 28:1Jesaja 41:10
— Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden.
Wanneer mensen u belasteren, kunnen zij uw goede naam voor God niet wegnemen. Er zal een opstanding van de goede namen zijn, zoals er een opstanding van de lichamen is. En goede mensen, al liggen hun goede namen diep begraven, zullen zeker een opstanding hebben.

Denk aan Wycliffe. Hoe weinig is er, betrekkelijk gesproken, ooit gezegd over waarschijnlijk de grootste man sinds de tijd van de apostel Paulus. Maar zijn naam en zijn faam zullen nog opstaan, en de hele geschiedenis zal ervan gewagen.

Zij kunnen uw naam en karakter met tijdelijke oneer bedekken, maar die bedekking zal spoedig openbreken. Als vuur dat onder herfstbladeren verborgen ligt, zal het na verloop van tijd opvlammen. Reken erop dat niemand die zijn Zaligmaker getrouw gediend heeft, de eer zal missen die hij werkelijk verdiend heeft. Dan zullen de rechtvaardigen blinken als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Wees dus tevreden met wachten.

Mattheüs 10:27.KruisverwijzingenHandelingen 5:20Johannes 16:29Johannes 16:1Johannes 16:13Handelingen 5:28Lukas 8:10Handelingen 17:17Mattheüs 13:1
— Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken.
Er moet eerst dat stille, eenzame horen zijn — dat kalme zitten aan de voeten van de Meester om de les te leren. En daarna moet het moedige uitspreken ervan komen: spreken al zouden koningen het horen, en nooit tot zwijgen gebracht worden door een zondige schaamte.

Er is een verborgen leren, maar er moet ook een openbaar onderwijzen zijn. Christus neemt ons apart om Zichzelf te openbaren, opdat wij daarna stoutmoedig tot anderen uitgaan en hun vertellen wat wij in het verborgen geleerd hebben.

Och, kind van God, hebt u in de binnenkamer voor uzelf een zoete bete, wees dan niet zo zelfzuchtig die voor uzelf te houden. Hebt u honing gevonden? Eet die dan niet alleen zelf op. Simson vond honing in het lichaam van de leeuw, en ging ermee naar zijn vader en moeder. Ga zó naar vader en moeder en vrienden, met uw handen vol van de vondst, en laat hen er ook van eten.

En hier hoort u ook wáár wij moeten prediken: op de daken. Dat kunnen wij in dit land met onze schuine daken niet letterlijk doen. Maar in het oosten waren de daken de meest openbare plaatsen van de stad, en zij waren alle plat. Wie daar dus iets van de daken verkondigde, was verzekerd van een gehoor. Predik dan, knechten van God, op de meest openbare plaatsen van het land. Waar er mensen zijn om te horen, laat het daar niet aan tongen ontbreken om voor God te spreken.

Mattheüs 10:28.KruisverwijzingenJesaja 8:12Lukas 12:42 Thessalonicenzen 1:8Jesaja 51:12Hebreeën 12:28Hebreeën 10:31Jeremia 5:22Lukas 16:22
— En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.
“En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.”

Och, wat een verschrikkelijk verderf! Dít is wat wij wel vrezen mogen: dat lichaam en ziel beide een eeuwige ondergang ondergaan, aan stukken gebroken en verwoest wat betreft alle uitnemendheid, geluk en vrede.

Een geweldenaar had eens gedreigd een wijsgeer te doden. En die placht te zeggen: u kunt mij niet doden; u kunt dit lichaam vermorzelen, maar míj kunt u niet aanraken. Ook Seneca beweerde vaak dat het niet in de macht van enig mens lag een goed wijsgeer kwaad te doen, want zelfs de dood was voor zo iemand winst. En voor de christen is dat zeker zo: voor hem is het sterven werkelijk gewin.

Maar och, vrees díe God, Die de ziel verderven kan. Want dan wordt ook het lichaam verwoest met een verschrikkelijk en ontzaglijk verderf. Vrees Hém.

Mattheüs 10:29-31.KruisverwijzingenLukas 12:61 Samuël 14:45Psalmen 104:272 Samuël 14:11Lukas 21:18Handelingen 27:34Lukas 12:71 Koningen 1:52
— Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.
“Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.”

Ziet u de kracht van dit betoog niet? Deze kleine schepseltjes, die onder de mensen zo weinig tellen, worden door uw hemelse Vader bewaakt. Zij kunnen niet sterven, ja zij kunnen niet eens op de grond vallen, zonder dat uw Vader het opmerkt. Zou Hij u dan kunnen vergeten, die zoveel meer waard bent dan veel musjes?

Hij beschikt over alle dingen, over de kleinste zowel als over de grootste. Wij zien Zijn hand in de storm, en wij kijken naar de zwarte vleugel van het onweer en zien dat God erop rijdt. Maar de vleugel van het kleine musje, zo gering van waarde, wordt even goed door Zijn macht en wijsheid bestuurd.

God zorgt dus meer voor ons dan wij voor onszelf zorgen. U hebt nooit gehoord van iemand die de haren van zijn hoofd telde. Mensen tellen hun schapen en hun vee, maar de christen is in Gods achting zo kostbaar dat Hij zelfs de haren van zijn hoofd telt. Hoe klein is de voorzienigheid van God, die zelfs zorgt voor dat deel van uw persoon dat niet van levensbelang is en waarzonder u nog altijd verder kunt leven.

Mattheüs 10:32-33.KruisverwijzingenOpenbaring 3:52 Timotheüs 1:8Romeinen 10:92 Timotheüs 2:121 Johannes 4:15Johannes 9:221 Samuël 2:30Lukas 12:8
— Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
“Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”

Wat een heerlijke belofte is dit! Ik zal belijden dat hij met Mijn bloed gekocht is. Ik zal belijden dat hij Mijn getrouwe volgeling en vriend geweest is. Ik zal belijden dat hij Mijn broeder is, en zo zal Ik hem begunstigen met een deel in Mijn heerlijkheid.

Hebt u Christus voor de mensen beleden? Hebt u op Hem vertrouwd als uw Zaligmaker, maar hebt u uw geloof in Hem niet openlijk beleden? Hoe oprecht u ook bent, dan verwaarloost u een plicht die u kent. En dan kunt u niet verwachten dat deze belofte aan u vervuld wordt, als u de voorwaarde die eraan verbonden is niet houdt. De belofte van Christus is dat Hij belijdt wie Hém belijden.

Het is dus een vergeefse poging alle openbaarheid in de godsdienst te vermijden. Even vergeefs is het door de achterdeur de hemel binnen te sluipen, of op de een of andere manier een ondergrondse weg naar de zaligheid te vinden. Christus eist dat wij Hem erkennen, aangezien Hij ons zo genadig erkent. Hij stelt het als een plechtig gebod.

Waarom zou u terughouden? U zegt mij dat zij veel gebreken hebben. Hebben zij er meer dan u? Sluit u zich pas bij een gemeente aan wanneer u een volmaakte gevonden hebt, dan zult u zich aan deze zijde van de hemel nooit bij een gemeente aansluiten. En wás de gemeente volmaakt toen u zich aansloot, dan zou zij het daarna zeker niet meer zijn, want dan bracht ú uw tekortkomingen en onvolkomenheden erin.

Ik heb nu vele jaren onder het volk van God geleefd, en ik heb als voorganger van deze gemeente over menigeen om zijn gebreken moeten treuren. Maar toch is er geen volk als het volk van God. Van Zijn huis zeg ik met de dichter: hier wonen mijn beste vrienden en mijn verwanten, hier regeert God mijn Zaligmaker.

Christus niet belijden is Hem in de praktijk verloochenen; Hem niet volgen is van Hem weggaan; niet met Hem zijn is tegen Hem zijn.

Mattheüs 10:34.KruisverwijzingenLukas 12:49Handelingen 14:4Handelingen 13:45Handelingen 14:2Johannes 7:40
— Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
“Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Versta de woorden van de Zaligmaker niet verkeerd. Christus sprak gewoonlijk zeer duidelijk, en duidelijkheid gaat niet altijd samen met omzichtigheid. Christus is wél gekomen om vrede te maken; dat is het einddoel van Zijn zending. Maar voor het heden is Hij niet gekomen om vrede te brengen.

Het eerste gevolg van de komst van Christus zal niet zijn dat wij een gemakkelijk en behaaglijk leven leiden. Integendeel: Hij komt om ons in Zijn leger in te lijven en soldaten van ons te maken, en soldaten moeten veel ontberingen verdragen.

Waar het christendom komt, veroorzaakt het twist. Want het licht moet altijd twisten met de duisternis, en de zonde kan nooit bevriend zijn met de gerechtigheid. Het is niet mogelijk dat de eerlijkheid in vrede leeft met de diefstal. En het kan niet zo zijn dat er eendracht is tussen de knechten van God en de knechten van de duivel.

De uitkomst van de zending van Christus zal vrede zijn. Zwaarden zullen tot spaden gesmeed worden en de spiesen tot sikkelen. Maar op de weg naar de vrede zal er oorlog zijn. Komt de ware godsdienst in het hart van iemand, dan maakt zij hem meteen tot een strijder. Hij begint tegen het kwaad te strijden en tegen de twist te strijden. Hij strijdt vóór de vrede, hoe vreemd dat ook lijken mag.

Mattheüs 10:35-36.KruisverwijzingenMattheüs 10:21Micha 7:6Micha 7:5Psalmen 55:13Mattheüs 24:10Markus 13:12Lukas 21:161 Samuël 17:28
— Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.
Veel kinderen van God hebben dit tot hun grote smart waar bevonden. Geen vijanden kunnen ons zo diep verwonden als die van ons eigen huisgezin. Zij komen bij ons hart en snijden ons tot in het leven, terwijl anderen ons alleen vleeswonden kunnen geven.

Wel, het moet zo zijn. Waar het licht komt, zal de duisternis zich ertegen verzetten. De waarheid zal de dwaling altijd gereed vinden om haar te verslinden als zij kan. Verwacht dit, en de helft van de bitterheid ervan zal weg zijn wanneer het komt, juist omdat u het verwacht hebt.

Zij zullen ons terugdrijven zodra zij bemerken dat ons aangezicht naar de hemel gericht is. Ziet u een vis met de stroom mee zwemmen, dan is dat bijna altijd een dode vis. De levende vis gaat tegen de stroom in. En het ware kind van God moet tegen de stroom van de mensen in gaan. Vaak is de zwaarste worsteling in het leven de worsteling tegen vader, moeder, broer of zuster in, om Christus’ wil en om het evangelie.

Mattheüs 10:37-39.KruisverwijzingenLukas 14:26Lukas 14:27Mattheüs 16:24Lukas 17:33Johannes 12:25Mattheüs 22:37Markus 8:34Markus 8:35
— Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig. Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.
“En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig. Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.”

Wat een wonderlijk gezicht is de gemeente dan, terwijl zij door deze wereld trekt! Het Hoofd ervan is Christus, de Kruisdrager, en in de stoet daarachter volgen al Zijn getrouwe discipelen, allen nog altijd kruisen dragend. Dat is het beeld van een gemeente. U weet hoe Simon het kruis achter Christus droeg; hij is het zinnebeeld van al Zijn discipelen. Droeg Simon het kruis alleen, en gingen alle anderen vrijuit? Nee — er is een kruis voor ieder, en er is er ook een voor mij.

U wint het leven door voor Christus te sterven. Maar zou u uw leven redden door het geloof te verloochenen, dan zou u in de ergste zin alles verliezen wat het bestaan tot leven maakt. Er is een bestaan dat niets anders is dan de eeuwige dood, en dat is het lot van hen die van Christus afwijken.

In de dagen van de martelaars werd er iemand voor de rechters gebracht, en uit vrees voor de vlammen herriep hij en verloochende hij het geloof. Hij ging naar huis, en voordat het jaar om was vloog zijn eigen huis in brand en kwam hij er jammerlijk in om. Hij had evenveel pijn te verduren als hij om Christus’ wil had moeten verdragen, maar hij had er geen enkele troost bij. Hij vónd zijn leven, en toch verlóór hij het.

Zo lopen allen die het kruis van Christus mijden om zichzelf te redden, alleen maar het vuur in om aan de vonken te ontkomen. Zij zullen meer lijden dan zij anders gedaan zouden hebben. Maar wie bereid is alles voor Christus op te geven, zal leren dat niemand op de lange duur ooit werkelijk verliest bij Christus. Vroeg of laat, zo niet in dit leven dan zeker in het volgende, zal de HEERE aan ieder overvloedig vergoeden wat hij ooit om Zijnentwil geleden heeft.

Mattheüs 10:40.KruisverwijzingenLukas 9:48Johannes 13:20Galaten 4:14Lukas 10:16Mattheüs 18:5Mattheüs 25:402 Johannes 1:9Johannes 20:21
— Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.
Denk daaraan, u die Christus ontvangen hebt. U hebt God Zélf ontvangen, en Hij is gekomen om in uw ziel te wonen en te regeren.

Bent u vriendelijk voor de armen? Helpt u het volk van God in hun moeiten en noden? Dan helpt u werkelijk Chrístus, in de persoon van Zijn arme maar getrouwe volgelingen.

Mattheüs 10:41-42.KruisverwijzingenMattheüs 25:40Hebreeën 6:103 Johannes 1:5Mattheüs 18:102 Koningen 4:8Markus 9:41Lukas 6:352 Johannes 1:8
— Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.
“En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.”

Iemand in de naam van een profeet ontvangen betekent dit. Niet als een heer, en niet slechts als een mens, en ook niet als een begaafd persoon, maar als een profeet van God. Juist hetzelfde loon dat God aan profeten en aan rechtvaardigen geeft, zal Hij geven aan wie hén ontvangt in de naam van een profeet of van een rechtvaardige. Het loon van een profeet moet iets groots zijn, en zo zal het loon zijn van wie de knechten van God ruimhartig ontvangen.

Er zijn tijden geweest, zelfs in ons eigen land, waarin het geven van een beker koud water levensgevaarlijk was. In de donkere dagen van de vervolging werden sommigen die ketters genoemd werden midden in de winter het veld in gedreven, om van de kou om te komen. En het was de onderdanen van de koning op straffe van de dood verboden hun iets te eten of te drinken te geven.

In zo’n geval betekende het geven van een beker koud water veel meer dan wanneer u of ik eenvoudig een beker water geeft aan iemand die toevallig dorst heeft. Maar onze Heere Jezus belooft hier ieder te belonen die om Zijn knechten wil elk gevolg durft te riskeren dat hem daardoor treffen kan. Gods grote beloningen voor kleine diensten worden niet uit schuldigheid gegeven maar uit genade, naar Zijn rijkdom in heerlijkheid door Christus Jezus.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content