Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 10:32
Ik heb jullie net verteld over het overlijden van Spurgeon, van zijn moeder en van zijn vrouw. Laten we nu eens aan iets anders denken. We draaien de klok een stukje terug. Spurgeon en Susannah kregen een tweeling: Charles en Thomas. Ik wil jullie graag een paar verhalen over Thomas vertellen. Spurgeon was de oudste van zeventien kinderen. Helaas stierven negen van hen al toen zij nog jong waren. Daarom groeide hij op met één broer en zes zussen. Dat is een groot gezin! Zou jij dat leuk vinden? Kun jij uitrekenen hoeveel ooms en tantes Thomas had?
Ja, zeven! Hij had één oom en zes tantes. Eén van die tantes heette tante Louie. Zij geloofde in de Heere Jezus en vertrouwde op Hem als haar Verlosser en Heere. Maar zij was erg verlegen. Misschien schaamde zij zich een beetje om te vertellen dat zij christen was. Daarom vertelde zij alleen aan twee of drie goede vrienden dat zij zich had bekeerd.
Op een dag, toen Thomas nog klein was, kwam tante Louie op bezoek bij de familie Spurgeon. Thomas klom op haar schoot en sloeg zijn armen om haar heen. Kleine kinderen stellen vaak heel eerlijke en directe vragen. Thomas keek zijn tante aan en vroeg: “Tante Louie, houdt u van Jezus?”
Natuurlijk hield zij van Jezus. Daarom antwoordde zij: “Ja, Tommy!” Toen dacht tante Louie bij zichzelf: Als ik het wel aan de kleine Thomas durf te vertellen, waarom zou ik het dan niet ook aan andere mensen vertellen? Vanaf dat moment vertelde zij anderen openlijk over haar geloof. Zij liet zich ook dopen en werd lid van de Metropolitan Tabernacle.
Het is niet altijd gemakkelijk om te vertellen dat je op de Heere Jezus vertrouwt. Misschien lachen anderen je uit. Misschien maken ze grapjes over je of willen ze zelfs geen vriend meer van je zijn. Vraag de Heere of Hij je moed wil geven. Hij zal je helpen. En als iemand je vraagt of jij in Jezus gelooft, wees dan eerlijk. Schaam je niet, maar vertel dat je een christen bent. Jezus zegt: “Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 10:32)

