Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 er sommigenG5100 zijnG1510 van degenen, die hier staanG2476, die den doodG2288 niet zullen smakenG1089, totdat zij zullen hebben gezienG3708, dat het KoninkrijkG932 GodsG2316 metG1722 krachtG1411 gekomenG2064 is.
En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.
KJV
And1
he said2
unto them,3
Verily4
I say5
unto you,
That7
there be
some9
of them that stand12
here,11
which13
shall16
not
taste
of death,17
till18
they have seen
the kingdom22
of God24
come25
with26
power.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En na zesG1803 dagenG2250 namG3880 JezusG2424 met Zich PetrusG4074, enG2532 JakobusG2385, enG2532 JohannesG2491, enG2532 brachtG399 henG846 opG1519 een hogenG5308 bergG3735 bezijdenG2596 alleen; enG2532 Hij werd voor hen van gedaante veranderdG3339.
En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.
KJV
And1
after2
six4
days3
Jesus7
taketh5
with him Peter,9
and10
James,12
and13
John,15
and16
leadeth17
them18
up
into19
an high21
mountain20
apart22
by themselves:24
and25
he was transfigured26
before27
them.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
EnG2532 Zijn klederenG2440 werdenG1096 blinkendeG4744, zeer wit alsG5613 sneeuwG5510, hoedanigeG3634 geenG3756 vollerG1102 opG1909 aardeG1093 zo wit maken kanG1410.
En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.
Ook in dit vers
witG3021
witG3022
KJV
And1
his4
raiment3
became5
shining,6
exceeding8
white7
as9
snow;10
so as11
no16
fuller12
on13
earth15
can17
white
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En van henG846 werd gezienG3708 EliasG2243 met MozesG3475, enG2532 zij sprakenG2258 met JezusG2424.
En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus.
KJV
And1
there appeared
unto them3
Elias4
with5
Moses:6
and7
they were
talking9
with Jesus.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
EnG2532 PetrusG4074, antwoordendeG611, zeideG3004 tot JezusG2424: RabbiG4461, het is goedG2570, dat wij hier zijnG1510, enG2532 laat ons drieG5140 tabernakelenG4633 makenG4160, voor UG4771 eenG1520, enG2532 voor MozesG3475 eenG1520, enG2532 voor EliasG2243 eenG1520.
En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een.
KJV
And1
Peter4
answered2
and said5
to Jesus,7
Master,8
it is
good9
for us
to be
here:12
and14
let us make15
three17
tabernacles;16
one
for thee,
and20
one
for Moses,21
and23
one
for Elias.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Want hij wistG1492 nietG3756, watG5101 hij zeideG2980; wantG1063 zijG1510 waren zeer bevreesdG1630.
Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.
KJV
For2
he wist3
not1
what4
to say;5
for7
they were sore
afraid.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En er kwam een wolkG3507, die henG846 overschaduwdeG1982, enG2532 een stemG5456 kwamG2064 uitG1537 de wolkG3507, zeggendeG3004: DezeG3778 isG1510 Mijn geliefdeG27 ZoonG5207, hoortG191 HemG846!
En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!
KJV
And1
there was2
a cloud3
that overshadowed4
them:5
and6
a voice8
came7
out of9
the cloud,11
saying,12
This13
is
my
beloved19
Son:16
hear21
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
EnG2532 haastelijkG1819 rondom ziendeG4017, zagenG1492 zij niemandG3762 meer, dan JezusG2424 alleen bij zichG1438.
En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.
KJV
And1
suddenly,2
when they had looked round about,3
they saw
no man5
any more,4
save7
Jesus9
only
with11
themselves.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
EnG1161 als zij vanG575 den bergG3735 afkwamenG2597, geboodG1291 Hij hun, dat zij niemandG3367 verhalenG1334 zouden, hetgeenG3739 zij gezienG3708 hadden, dan wanneer de ZoonG5207 des mensenG444 uitG1537 de dodenG3498 zou opgestaanG450 zijn.
En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn.
KJV
And2
as they3
came down1
from4
the mountain,6
he charged7
them8
that9
they should tell11
no man10
what things12
they had seen,
till16
the Son18
of man20
were risen23
from21
the dead.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
EnG2532 zij behieldenG2902 dit woordG3056 bijG4314 zichzelvenG1438, vragendeG4802 onder elkander, watG5101 het wasG1510, uitG1537 de dodenG3498 opstaanG450.
En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.
KJV
And1
they kept4
that saying3
with5
themselves,6
questioning one with another7
what8
the rising13
from11
the dead12
should mean.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
EnG2532 zij vraagdenG1905 HemG846, zeggendeG3004: Waarom zeggenG3004 de SchriftgeleerdenG1122, datG3754 EliasG2243 eerstG4412 komenG2064 moetG1163?
En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet?
KJV
And1
they asked2
him,3
saying,4
Why5
say6
the scribes8
that9
Elias10
must11
first13
come?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 totG1909 henG846: EliasG2243 zal wel eerstG4412 komenG2064, en allesG3956 wederoprichtenG600; en het zal geschieden, gelijk geschrevenG1125 is van den ZoonG5207 des mensenG444, datG2443 Hij veelG4183 lijdenG3958 zal en verachtG1847 worden.
En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden.
KJV
And2
he answered3
and told
them,5
Elias6
verily7
cometh8
first,9
and restoreth10
all things;11
and12
how13
it is written14
of15
the Son17
of man,19
that20
he must suffer22
many things,21
and23
be set at nought.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
MaarG235 Ik zegG3004 uG4771, datG3754 ookG2532 EliasG2243 gekomenG2064 is, enG2532 zij hebben hem gedaanG4160 al wat zij gewildG2309 hebben, gelijk van hemG846 geschrevenG1125 is.
Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.
KJV
But1
I say2
unto you,
That4
Elias6
is7
indeed5
come,
and8
they have done9
unto him10
whatsoever11
they listed,12
as13
it is written14
of15
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En als Hij bijG4314 de discipelenG3101 gekomenG2064 was, zagG1492 Hij een grote schareG3793 rondomG4012 henG846, enG2532 enige SchriftgeleerdenG1122 met henG846 twistendeG4802.
En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende.
KJV
And1
when he came2
to3
his disciples,5
he saw
a great8
multitude7
about9
them,10
and11
the scribes12
questioning13
with them.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
EnG2532 terstondG2112 de geheleG3956 schareG3793 HemG846 ziendeG1492, werd verbaasdG1568, enG2532 toelopendeG4370 groettenG782 zij Hem.
En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.
KJV
And1
straightway2
all3
the people,5
when they beheld
him,7
were greatly amazed,8
and9
running to10
him saluted11
him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
EnG2532 Hij vraagdeG1905 den SchriftgeleerdenG1122: WatG5101 twistG4802 gij met dezenG846?
En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?
Ook in dit vers
totG4314
KJV
And1
he asked2
the scribes,4
What5
question ye6
with7
them?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
EnG2532 eenG1520 uitG1537 de schareG3793, antwoordendeG611, zeideG2036: MeesterG1320, ikG1473 heb mijn zoonG5207 totG4314 UG4771 gebrachtG5342, die een stommenG216 geestG4151 heeft.
En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft.
KJV
And1
one3
of4
the multitude6
answered2
and said,
Master,8
I have brought9
unto13
thee
my
son,11
which hath15
a dumb17
spirit;
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En waar hij hem ookG2532 aangrijptG2638, zo scheurtG4486 hijG846 hem, enG2532 schuimtG875, enG2532 knerstG5149 met zijn tandenG3599, enG2532 verdortG3583; enG2532 ik heb Uw discipelenG3101 gezegdG2036 datG2443 zij hem zouden uitwerpenG1544, enG2532 zij hebben nietG3756 gekundG2480.
En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund.
KJV
And1
wheresoever2
he taketh5
him,4
he teareth6
him:7
and8
he foameth,9
and10
gnasheth11
with his14
teeth,13
and15
pineth away:16
and17
I spake
to thy
disciples20
that22
they should cast24
him23
out;
and25
they could27
not.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En Hij antwoorddenG611 hemG846, en zeideG3004: O ongelovigG571 geslachtG1074, hoeG2193 langG4219 zal Ik nog bij ulieden zijnG1510, hoeG2193 langG4219 zal Ik uG4771 nog verdragenG430? BrengtG5342 hemG846 totG4314 Mij.
En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.
Ook in dit vers
totG4314
KJV
He answereth3
him,4
and2
saith,5
O6
faithless8
generation,7
how long9
shall I be
with11
you?
how long14
shall I suffer16
you?
bring18
him19
unto20
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En zij brachtenG5342 denzelvenG846 totG4314 Hem; enG2532 als hij Hem zagG1492, scheurdeG4682 hemG846 terstondG2112 de geestG4151; enG2532 hij vallendeG4098 opG1909 de aardeG1093, wenteldeG2947 zich al schuimendeG875.
En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.
KJV
And1
they brought2
him3
unto4
him:5
and6
when he saw
him,8
straightway9
the spirit11
tare12
him;13
and14
he fell15
on16
the ground,18
and wallowed19
foaming.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En Hij vraagdeG1905 zijn vaderG3962: Hoe langenG4214 tijdG5550 isG1510 het, dat hem ditG3778 overkomenG1096 is? En hij zeideG2036: Van zijn kindsheidG3812 af.
En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af.
KJV
And1
he asked2
his5
father,4
How long6
is it
ago7
since9
this
came11
unto him?12
And14
he said,
Of a child.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
EnG2532 menigmaalG4178 heeft hij hem ookG2532 inG1519 het vuurG4442 enG2532 in het waterG5204 geworpenG906, om hemG846 te verdervenG622; maarG235 zoG1487 Gij ietsG5101 kuntG1410, wees met innerlijke ontferming overG1909 ons bewogenG4697, en helpG997 ons.
En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.
KJV
And1
ofttimes2
it hath cast7
him3
into4
the fire,6
and8
into5
the waters,10
to11
destroy12
him:13
but14
if
thou canst17
do any thing,
have compassion20
on21
us,
and help18
us.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
EnG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: ZoG1487 gij kuntG1410 gelovenG4100, alleG3956 dingen zijn mogelijkG1415 dengene, die gelooftG4100.
En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.
KJV
Jesus3
said
unto him,5
If7
thou canst8
believe,9
all things10
are possible11
to him
that believeth.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
EnG2532 terstondG2112 de vaderG3962 des kindsG3813, roependeG2896 metG3326 tranenG1144, zeideG3004: IkG1473 geloofG4100, HeereG2962! komG997 mijn ongelovigheidG570 te hulpG997.
En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
KJV
And1
straightway2
the father5
of the child7
cried out,3
and said10
with8
tears,9
Lord,12
I believe;11
help thou13
mine
unbelief.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En JezusG2424 ziendeG1492, datG3754 de schareG3793 gezamenlijk toeliepG1998, bestrafteG2008 den onreinenG169 geestG4151, zeggendeG3004 tot hemG846: Gij stommeG216 en doveG2974 geestG4151! IkG1473 beveelG2004 u, ga uitG1537 van hemG846, en komG1525 niet meer inG1519 hemG846.
En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem.
KJV
When2
Jesus4
saw
that5
the people7
came running together,6
he rebuked8
the foul12
spirit,10
saying13
unto him,14
Thou dumb18
and19
deaf20
spirit,16
I21
charge23
thee,
come24
out of25
him,26
and27
enter29
no more28
into30
him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En hij, roependeG2896 en hem zeer scheurendeG4682, ging uit; enG2532 het kindG1096 werd als doodG3498, alzo dat velenG4183 zeidenG3004, datG3754 het gestorvenG599 was.
En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.
KJV
And1
the spirit cried,2
and3
rent5
him6
sore,4
and came out of him:7
and8
he was9
as10
one dead;11
insomuch12
that15
many13
said,14
He is dead.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En JezusG2424, hem bij de handG5495 grijpendeG2902, richtteG1453 hemG846 op; en hij stondG450 op.
En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.
KJV
But2
Jesus3
took4
him5
by the hand,7
and lifted8
him9
up;
and10
he arose.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
EnG2532 als Hij inG1519 huisG3624 gegaanG1525 was, vraagdenG1905 HemG846 Zijn discipelenG3101 alleen: Waarom hebben wij hemG846 nietG3756 kunnen uitwerpenG1544?
En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
KJV
And1
when he3
was come2
into4
the house,5
his8
disciples7
asked9
him10
privately,11
Why13
could16
not15
we
cast17
him18
out?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
En Hij zeideG2036 tot hen: DitG3778 geslachtG1085 kanG1410 nergensG3762 door uitgaanG1831, dan doorG1722 biddenG4335 enG2532 vastenG3521.
En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.
KJV
And1
he said
unto them,3
This
kind6
can9
come forth10
by7
nothing,8
but
by13
prayer14
and15
fasting.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En van daar weggaandeG1831, reisdenG3899 zij doorG1223 GalileaG1056; enG2532 Hij wildeG2309 nietG3756, datG2443 het iemandG5100 wistG1097.
En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist.
KJV
And1
they departed3
thence,2
and passed4
through5
Galilee;7
and8
he would10
not9
that11
any man12
should know
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
Want Hij leerdeG1321 Zijn discipelenG3101, enG2532 zeideG3004 tot henG846: De ZoonG5207 des mensenG444 zal overgeleverdG3860 worden inG1519 de handenG5495 der mensenG444, en zij zullen Hem dodenG615, enG2532 gedoodG615 zijnde, zal Hij ten derdenG5154 dageG2250 wederopstaanG450.
Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.
KJV
For2
he taught1
his5
disciples,4
and6
said7
unto them,8
The Son11
of man13
is delivered14
into15
the hands16
of men,17
and18
they shall kill19
him;20
and21
after that he is killed,22
he shall rise26
the third24
day.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
MaarG1161 zij verstondenG50 dat woordG4487 niet, en zij vreesdenG5399 HemG846 te vragenG1905.
Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.
KJV
But2
they understood not3
that saying,5
and6
were afraid7
to ask9
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
En Hij kwam te KapernaumG2584, enG2532 in het huisG3614 gekomen zijndeG1096, vraagdeG1905 Hij hun: Waarvan hadt gij woordenG1260 onderG1722 elkander op den wegG3598?
En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?
Ook in dit vers
totG4314
KJV
And1
he came2
to3
Capernaum:4
and5
being9
in6
the house8
he asked10
them,11
What12
was it that ye disputed18
among16
yourselves17
by13
the way?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
DochG1161 zij zwegenG4623; wantG1063 zij waren onder elkanderG240 in woordenG1256 geweest op den wegG3598, wieG5101 de meesteG3187 zou zijn.
Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.
Ook in dit vers
totG4314
KJV
But2
they held their peace:3
for6
by8
the way10
they had disputed7
among4
themselves,5
who11
should be the greatest.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
EnG2532 nedergezetenG2523 zijnde, riepG5455 Hij de twaalvenG1427, enG2532 zeideG3004 tot henG846: IndienG1487 iemandG1536 wilG2309 de eersteG4413 zijn, die zal de laatsteG2078 van allen zijnG1510, enG2532 allerG3956 dienaarG1249.
En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.
KJV
And1
he sat down,2
and called3
the twelve,5
and6
saith7
unto them,8
If any man
desire11
to be
first,12
the same shall be
last16
of all,15
and17
servant19
of all.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
EnG2532 nemendeG2983 een kindekenG3813, steldeG2476 HijG846 dat middenG1722 onder henG846, enG2532 omvingG1723 het met Zijn armenG1723, en zeideG2036 tot henG846:
En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:
KJV
And1
he took2
a child,3
and set4
him5
in6
the midst7
of them:8
and9
when he had taken10
him11
in his arms,
he said
unto them,
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
ZoG1437 wieG3739 eenG1520 van zodanigeG5108 kinderkensG3813 zal ontvangenG1209 in Mijn NaamG3686, die ontvangtG1209 Mij; enG2532 zoG1437 wieG3739 MijG1473 zal ontvangenG1209, die ontvangtG1209 MijG1473 nietG3756, maarG235 Dien, Die MijG1473 gezondenG649 heeft.
Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.
KJV
Whosoever1
shall receive7
one3
of such5
children6
in8
my
name,10
receiveth13
me:
and14
whosoever15
shall receive18
me,
receiveth21
not19
me,
but22
him that sent24
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
En JohannesG2491 antwoorddeG611 HemG846, zeggendeG3004: MeesterG1320! wij hebben een gezienG3708, die de duivelenG1140 uitwierpG1544 inG1722 Uw NaamG3686, welke ons nietG3756 volgtG190; en wij hebben het hem verbodenG2967, omdatG3754 hij ons nietG3756 volgtG190.
En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
KJV
And2
John5
answered1
him,3
saying,6
Master,7
we saw
one9
casting out17
devils18
in thy
name,15
and19
he followeth21
not20
us:
and23
we forbad24
him,25
because26
he followeth28
not27
us.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
DochG1161 JezusG2424 zeideG2036: VerbiedtG2967 hemG846 nietG3361; wantG1063 er isG1510 niemandG3762, dieG3739 een krachtG1411 doenG4160 zal in Mijn NaamG3686, en haastelijkG5035 van MijG1473 zal kunnen kwalijk sprekenG2551.
Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken.
KJV
But2
Jesus3
said,
Forbid6
him7
not:5
for9
there is
no man8
which11
shall do12
a miracle13
in14
my
name,16
that18
can19
lightly20
speak evil21
of me.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
WantG1063 wie tegenG2596 ons nietG3756 is, die is voor ons.
Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.
KJV
For2
he that1
is
not3
against5
us
is
on8
our
part.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
Want zo wieG3739 ulieden een bekerG4221 waterG5204 zal te drinkenG4222 geven inG1722 Mijn NaamG3686, omdatG3754 gij discipelen van ChristusG5547 zijtG1510, voorwaarG281 zegG3004 IkG1473 uG4771, hijG846 zal zijn loonG3408 geenszinsG3364 verliezenG622.
Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.
KJV
For2
whosoever1
shall give4
you
a cup6
of water7
to drink
in8
my
name,10
because12
ye belong
to Christ,13
verily15
I say16
unto you,
he shall20
not
lose
his23
reward.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
En zoG1487 wieG3739 een vanG4012 dezeG3778 kleinenG3398, die in MijG1473 gelovenG4100, ergertG4624, het ware hemG846 beterG2570, dat een molensteenG3037 om zijn halsG5137 gedaan ware, enG2532 dat hijG846 inG1519 de zeeG2281 geworpenG906 ware.
En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in de zee geworpen ware.
Ook in dit vers
wareG4029
KJV
And1
whosoever2
shall offend4
one5
of these little ones7
that believe13
in14
me,
it is
better16
for him18
that20
a millstone22
were hanged21
about24
his27
neck,26
and28
he were cast29
into30
the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
EnG2532 indienG1437 uw handG5495 uG4771 ergertG4624, houwtG609 ze af; het isG1510 uG4771 beterG2570 verminktG2948 totG1519 het levenG2222 in te gaan, danG2228 de tweeG1417 handenG5495 hebbendeG2192, heen te gaanG565 in de helG1067, inG1519 het onuitblusselijkG762 vuurG4442;
En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
KJV
And1
if2
thy
hand6
offend3
thee,
cut8
it9
off:
it is
better10
for thee
to enter17
into14
life16
maimed,13
than18
having22
two20
hands21
to go23
into24
hell,26
into27
the fire29
that never shall be quenched:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44
Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt.
Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
KJV
Where1
their4
worm3
dieth6
not,5
and7
the fire9
is11
not10
quenched.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45
EnG2532 indienG1437 uw voetG4228 uG4771 ergertG4624, houwtG609 hemG846 af; het isG1510 uG4771 beterG2570 kreupelG5560 totG1519 het levenG2222 in te gaan, danG2228 de tweeG1417 voetenG4228 hebbendeG2192, geworpenG906 te worden in de helG1067, inG1519 het onuitblusselijkG762 vuurG4442;
En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
KJV
And1
if2
thy
foot4
offend6
thee,
cut8
it9
off:
it is
better10
for thee
to enter13
halt17
into14
life,16
than18
having22
two20
feet21
to be cast23
into24
hell,26
into27
the fire29
that never shall be quenched:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46
Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt.
Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
KJV
Where1
their4
worm3
dieth6
not,5
and7
the fire9
is11
not10
quenched.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47
EnG2532 indienG1437 uw oog u ergertG4624, werptG1544 het uit; het isG1510 uG4771 beterG2570 maar een oog hebbende inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 in te gaan, danG2228 tweeG1417 ogenG3788 hebbendeG2192, inG1519 het helseG1067 vuurG4442 geworpenG906 te worden;
En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;
Ook in dit vers
oogG3442
oogG3788
KJV
And1
if2
thine
eye4
offend6
thee,
pluck8
it9
out:
it is
better10
for thee
to enter14
into15
the kingdom17
of God19
with one eye,13
than20
having23
two21
eyes22
to be cast24
into25
hell27
fire:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48
Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt.
Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
KJV
Where1
their4
worm3
dieth6
not,5
and7
the fire9
is11
not10
quenched.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49
WantG1063 een ieder zal met vuurG4442 gezoutenG233 worden, enG2532 iedereG3956 offerandeG2378 zal met zoutG251 gezoutenG233 worden.
Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.
KJV
For2
every one1
shall be salted4
with fire,3
and5
every6
sacrifice7
shall be salted9
with salt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50
Het zoutG217 is goedG2570; maarG1161 indienG1437 het zoutG217 onzoutG358 wordtG1096, waarmede zult gij dat smakelijkG741 maken? HebtG2192 zoutG217 inG1722 uzelven, en houdt vredeG1514 onderG1722 elkanderG240.
Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.
KJV
Salt3
is good:1
but5
if4
the salt7
have lost9
his saltness,8
wherewith10
will ye season13
it?12
Have14
salt17
in15
yourselves,16
and18
have peace19
one21
with20
another.
Voorwaar,
Zie hiervan de aantekeningen Matt. 16:28 .
Hertaald:
Voorwaar,
Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 16:28.
staan,
Dat is, tegenwoordig zijn.
Hertaald:
staan,
Dat is: aanwezig zijn.
met kracht gekomen is
Grieks, in kracht; dat is krachtiglijk, alzo dat zulks niemand zal kunnen tegenstaan.
Hertaald:
met kracht gekomen is
Grieks: in kracht; dat is: krachtig, zo dat niemand het zal kunnen weerstaan.
na zes dagen
Zie hiervan, alsook van de gehele verandering van Christus, de aantekeningen Matt. 17:1 , enz.
Hertaald:
na zes dagen
Zie hierover, en over de hele verheerlijking van Christus, de aantekeningen bij Matth. 17:1, enzovoort.
spraken met Jezus
Waarvan zij spraken; zie Luc. 9:31 .
Hertaald:
spraken met Jezus
Waarover zij spraken, zie Luk. 9:31.
tabernakelen maken,
Of, hutten.
Hertaald:
tabernakelen maken,
Of: hutten.
wat hij zeide;
Of, wat hij zeggen zou.
Hertaald:
wat hij zeide;
Of: wat hij zeggen zou.
bevreesd
Het Griekse woord betekent door vrees als buiten zichzelven worden, of bovenmate zeer bevreesd zijn.
Hertaald:
bevreesd
Het Griekse woord betekent: door vrees als buiten zichzelf raken, of bovenmate bevreesd zijn.
dit woord bij zichzelven,
Dat is, deze zaak. Een Hebreeuwse manier van spreken.
Hertaald:
dit woord bij zichzelven,
Dat is: deze zaak. Een Hebreeuwse manier van spreken.
wat het was, uit de doden opstaan
Dit wordt van hen gevraagd, niet dat zij twijfelden aan de algemene opstanding uit de doden, want die was bij de Joden wel bekend, Joh. 11:24 ; Hand. 23:8 ; maar omdat zij niet verstonden hoe de Messias zou sterven en opstaan eer hij zijn rijk zou oprichten.
Hertaald:
wat het was, uit de doden opstaan
Dit vragen zij niet omdat zij twijfelden aan de algemene opstanding uit de doden — die was bij de Joden goed bekend, Joh. 11:24; Hand. 23:8 — maar omdat zij niet begrepen hoe de Messias zou sterven en opstaan vóórdat Hij Zijn rijk zou oprichten.
gelijk geschreven is
Grieks, hoe.
Hertaald:
gelijk geschreven is
Grieks: hoe.
veracht worden
Grieks, vernietigd, of als niet geacht; dat is, ten uiterste versmaad worden.
Hertaald:
veracht worden
Grieks: vernietigd, of als niets geacht; dat is: uiterst versmaad worden.
de discipelen gekomen was,
Namelijk de andere negen, die met Christus op den berg niet waren geweest.
Hertaald:
de discipelen gekomen was,
Namelijk de andere negen, die niet met Christus op de berg geweest waren.
twistende
Dat is, twistende.
Hertaald:
twistende
Dat is: in twist gewikkeld.
werd verbaasd,
Het schijnt hieruit dat er nog enige glinstering in het aangezicht van Christus zou overgebleven zijn, gelijk in Mozes' aangezicht was, Ex. 34:29-30 , waardoor zij verbaasd zijn geworden.
Hertaald:
werd verbaasd,
Hieruit lijkt het erop dat er nog enige glans op het aangezicht van Christus was achtergebleven, zoals op het aangezicht van Mozes, Ex. 34:29-30, waardoor zij verbaasd raakten.
met dezen?
Anders, onder elkander.
Hertaald:
met dezen?
Anders: onder elkaar.
stommen geest heeft
Grieks, sprakelozen; dat is, die hem zijne spraak benomen had of verhinderde.
Hertaald:
stommen geest heeft
Grieks: sprakeloze; dat is: een geest die hem zijn spraak ontnomen had of belette.
waar hij hem ook aangrijpt,
Of, zo wanneer.
Hertaald:
waar hij hem ook aangrijpt,
Of: wanneer ook maar.
verdort;
Dat is, verdwijnt of vergaat door deze kwelling.
Hertaald:
verdort;
Dat is: hij vermagert of gaat achteruit door deze kwelling.
gezegd dat zij hem zouden uitwerpen,
Dat is, van hen verzocht.
Hertaald:
gezegd dat zij hem zouden uitwerpen,
Dat is: hen daarom gevraagd.
scheurde hem terstond de geest;
Van dit woord zie Marc. 1:26 . De duivel toont hier nog te meer zijne wreedheid, omdat hij wist dat hij zich verwijderen moest. Zie Openb. 12:12 .
Hertaald:
scheurde hem terstond de geest;
Zie over dit woord Mark. 1:26. De duivel toont hier des te meer zijn wreedheid, omdat hij wist dat hij weg moest. Zie Openb. 12:12.
te verderven;
Dat is om te brengen.
Hertaald:
te verderven;
Dat is: om te brengen.
hij, roepende en hem zeer scheurende,
Namelijk de onreine geest.
Hertaald:
hij, roepende en hem zeer scheurende,
Namelijk de onreine geest.
Hij in huis gegaan was,
Namelijk Jezus.
Hertaald:
Hij in huis gegaan was,
Namelijk Jezus.
Dit geslacht kan nergens door uitgaan,
Namelijk der duivelen.
Hertaald:
Dit geslacht kan nergens door uitgaan,
Namelijk van de duivelen.
door bidden en vasten
Of, door het gebed en het vasten. Zie Matt. 17:21 .
Hertaald:
door bidden en vasten
Of: door het gebed en het vasten. Zie Matth. 17:21.
zal overgeleverd worden
Grieks, wordt overgeleverd.
Hertaald:
zal overgeleverd worden
Grieks: wordt overgeleverd.
dat woord niet,
Dat is, die zaak. Want zij verstonden wel enigszins de woorden, maar begrepen en namen niet ter harte de zaak zelve, overmits zij zich altijd een werelds koninkrijk onder Christus inbeeldden, Matt. 17:23 .
Hertaald:
dat woord niet,
Dat is: die zaak. Want zij begrepen de woorden wel enigszins, maar zij vatten de zaak zelf niet en namen die niet ter harte, omdat zij zich altijd een werelds koninkrijk onder Christus voorstelden, Matth. 17:23.
het huis gekomen zijnde,
Namelijk waar hij gewoon was te huis te zijn. Zie Matt. 4:13 .
Hertaald:
het huis gekomen zijnde,
Namelijk het huis waar Hij gewoonlijk thuis was. Zie Matth. 4:13.
die zal de laatste van allen zijn,
Of, die zij; dat is, die behoort zich alzo te gedragen, alsof hij de laatste en aller dienaar ware; Matt. 20:26 .
Hertaald:
die zal de laatste van allen zijn,
Of: die zij; dat is: die behoort zich zo te gedragen alsof hij de laatste en de dienaar van allen was; Matth. 20:26.
Mij niet,
Dat is, niet zozeer mij, of niet alleen mij.
Hertaald:
Mij niet,
Dat is: niet zozeer Mij, of: niet alleen Mij.
kracht doen zal in Mijn Naam,
Dat is, krachtig werk of wonderteken.
Hertaald:
kracht doen zal in Mijn Naam,
Dat is: een krachtig werk of wonderteken.
kwalijk spreken
Dat is, lasteren of vloeken, dewijl hij bekent met deze zijne daad dat de kracht uit mij komt.
Hertaald:
kwalijk spreken
Dat is: lasteren of vloeken, aangezien hij met deze daad erkent dat de kracht van Mij komt.
tegen ons niet is,
Dat is, die zich niet alleen tegen ons niet stelt, maar ook zulks doet, waarmede de eer mijns naams bevorderd wordt, al volgt hij ons gezelschap niet. Zodat hij hier niet spreekt van degenen, die zich in de zaak van Christus onzijdig houden, die elders bestraft worden; Matt. 12:30 . Anders, tegen u en voor u.
Hertaald:
tegen ons niet is,
Dat is: wie zich niet alleen niet tegen ons keert, maar ook iets doet waarmee de eer van Mijn naam bevorderd wordt, ook al sluit hij zich niet bij ons gezelschap aan. Hij spreekt hier dus niet over hen die zich in de zaak van Christus onzijdig houden; die worden elders bestraft, Matth. 12:30. Anders: tegen u en voor u.
Want zo wie ulieden een beker water
Hier vervolgt Christus wederom de rede, die Hij had afgebroken, vs.37, gelijk blijkt uit Matt. 10:42 .
Hertaald:
Want zo wie ulieden een beker water
Hier vervolgt Christus weer de rede die Hij in vers 37 afgebroken had, zoals blijkt uit Matth. 10:42.
kleinen,
Dat is, die niet alleen klein zijn van ouderdom, maar ook van gemoed, of die klein van zichzelven gevoelen.
Hertaald:
kleinen,
Dat is: zij die niet alleen klein zijn van leeftijd, maar ook van gemoed, of die klein van zichzelf denken.
beter,
Grieks, meer goed.
Hertaald:
beter,
Grieks: meer goed.
gedaan ware,
Grieks, gelegd.
Hertaald:
gedaan ware,
Grieks: gelegd.
en dat hij in de zee geworpen ware
Namelijk dan dat hij ergernis zou geven.
Hertaald:
en dat hij in de zee geworpen ware
Namelijk beter dan dat hij aanstoot zou geven.
verminkt tot het leven in te gaan,
Dat is, maar ene hand hebbende, gelijk ook de volgende woorden medebrengen.
Hertaald:
verminkt tot het leven in te gaan,
Dat is: terwijl hij maar één hand heeft, zoals ook uit de volgende woorden blijkt.
heen te gaan in de hel,
Zie hiervan de verklaring op Matt. 5:22 .
Hertaald:
heen te gaan in de hel,
Zie hierover de verklaring bij Matth. 5:22.
worm niet sterft,
Dat is, hun wroegende conscientie, die als een worm hen altijd zal knagen; Rom. 2:5 , Rom. 2:9 .
Hertaald:
worm niet sterft,
Dat is: hun knagende geweten, dat hen als een worm altijd zal blijven kwellen; Rom. 2:5, Rom. 2:9.
vuur niet uitgeblust wordt
Dat is, de straf van Gods toorn, die hier een onuitblusselijk vuur genoemd wordt, omdat de pijn van het vuur onverdragelijk is, en deze straf nimmermeer ophoudt; Jer. 7:20 ; Openb. 20:10 .
Hertaald:
vuur niet uitgeblust wordt
Dat is: de straf van Gods toorn, die hier een onuitblusbaar vuur genoemd wordt, omdat de pijn van het vuur ondraaglijk is en deze straf nooit ophoudt; Jer. 7:20; Openb. 20:10.
hel,
Of, gehenne des vuurs; zie Matt. 5:22 .
Hertaald:
hel,
Of: gehenna van het vuur; zie Matth. 5:22.
een ieder zal
Grieks, alle.
Hertaald:
een ieder zal
Grieks: alle.
vuur gezouten worden,
Bij vuur wordt vergeleken het woord Gods, Jer. 23:29 ; de krachtige werking des Heiligen Geestes, Matt. 3:11 ; kruis en vervolging; 1 Petr. 1:7 ; door welke drie zaken een iegelijk bereid en gezuiverd wordt, die het helse vuur ontgaat, en worden geestelijke offeranden, die Gode aangenaam zijn, gelijk de uiterlijke offeranden met zout moesten bereid worden en door vuur geofferd; Lev. 2:13 .
Hertaald:
vuur gezouten worden,
Met vuur worden vergeleken: het Woord van God, Jer. 23:29; de krachtige werking van de Heilige Geest, Matth. 3:11; en kruis en vervolging, 1 Petr. 1:7. Door deze drie zaken wordt ieder bereid en gezuiverd die het helse vuur ontgaat, en worden zij geestelijke offeranden die God aangenaam zijn — zoals de uiterlijke offeranden met zout bereid moesten worden en door vuur geofferd; Lev. 2:13.
iedere offerande
Grieks, alle.
Hertaald:
iedere offerande
Grieks: alle.
Het zout is goed;
Hiervan zie de verklaring Matt. 5:13 .
Hertaald:
Het zout is goed;
Zie hierover de verklaring bij Matth. 5:13.
zout in uzelven,
Dat is, wijshied en voorzichtigheid uit en naar Gods Woord, Kol. 4:6 .
Hertaald:
zout in uzelven,
Dat is: wijsheid en voorzichtigheid uit en naar Gods Woord, Kol. 4:6. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het eerste wonder dat Markus verhaalt is een uitdrijving, en het gebeurt in de synagoge te Kapernaüm. De onreine geest roept het uit voordat iemand anders het zegt: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods." Jezus bestraft hem met twee woorden: zwijg stil, en ga uit van hem. De omstanders verbazen zich niet over een genezing maar over gezag: Hij gebiedt de onreine geesten en zij zijn Hem gehoorzaam (Mark. 1:23-27). Markus verhaalt daarna nog meer van deze geschiedenissen dan de andere Evangelisten. Hij vertelt van de bezetene in het land der Gadarenen die "Legio" heet omdat de geesten met velen waren (Mark. 5:1-20), de dochter van de Syro-Fenicische vrouw (Mark. 7:24-30) en de jongen die de discipelen niet konden helpen (Mark. 9:14-29). Hij geeft ook macht tot uitdrijving aan de twaalf (Mark. 3:14-15; 6:7). Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen in Markus op. De geesten weten precies wie Hij is, terwijl de mensen om Hem heen het niet weten — en juist die belijdenis wordt hun verboden. Verder is er nergens een bezweringsformule of een ritueel: Hij spreekt en het geschiedt, en dat is voor de omstanders de eigenlijke schok. En de geschiedenissen worden zonder opsmuk verteld, met de ellende erin: de man in het land der Gadarenen woonde in de graven en sloeg zichzelf met stenen (Mark. 5:5). Bij de jongen in Mark. 9 wijst Christus daarnaast op gebed, en op het geloof van de vader die bidt: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mark. 9:24,29). Typologie: Christus legt Zelf uit wat er in deze uitdrijvingen te zien is: niemand kan het huis van een sterke ingaan en zijn vaten ontroven, tenzij hij eerst die sterke bindt (Mark. 3:27). De uitdrijvingen zijn dus geen losse wonderen maar tekenen dat de Sterkere gekomen is. Johannes vat het samen: hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). En Paulus zegt dat Hij de overheden en machten uitgetogen en openlijk ten toon gesteld heeft, over hen getriomfeerd hebbende in het kruis (Kol. 2:15). Daarom is de strijd van de gelovige niet tegen vlees en bloed, en zijn de wapenen geestelijk (Ef. 6:11-12). Mark. 1:23-27; Mark. 3:14-15,27; Mark. 5:1-20; Mark. 6:7; Mark. 7:24-30; Mark. 9:14-29; Ef. 6:11-12; Kol. 2:15; 1 Joh. 3:8 Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9). Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou. Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15). Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8 De vader had gezegd dat de discipelen niet konden helpen, en hij vraagt met een voorbehoud: indien Gij iets kunt. Christus neemt dat woord op en keert het om: "Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft" (Mark. 9:23). Daarop volgt het antwoord dat de vader meteen en met tranen uitroept: "Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp" (Mark. 9:24). Het kind wordt genezen. Achteraf vragen de discipelen waarom zij het niet konden, en het antwoord wijst naar gebed en vasten (Mark. 9:28-29). Bijbelse betekenis: Deze ene zin is het eerlijkste gebed van het Evangelie. De man zegt niet dat hij gelooft en ook niet dat hij niet gelooft; hij zegt allebei, en hij vraagt hulp voor het gedeelte dat ontbreekt. Twee dingen liggen daarin. Het eerste is dat het geloof waarop Christus antwoordt niet volmaakt is. Het kind wordt genezen op een geloof dat zichzelf ongelovig noemt. Het tweede is dat de man zijn ongeloof niet zelf oplost maar bij Christus brengt, en juist dat is de daad van het geloof. Voor wie zijn eigen geloof wantrouwt, is dit de plaats waar de Schrift hem opzoekt. Typologie: De discipelen bidden op een andere plaats hetzelfde in andere woorden: vermeerder ons het geloof (Luk. 17:5). En Paulus zegt waar het geloof vandaan komt en waar het bij blijft: het is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Rom. 10:17). Dat is geen vermaning om harder te geloven, maar een aanwijzing waar het gehaald wordt. Mark. 9:23-24; Mark. 9:28-29; Luk. 17:5; Rom. 10:17 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe Zes dagen eerder heeft Hij voor het eerst gezegd dat Hij lijden en gedood worden moet, en Petrus heeft Hem daarover bestraft. Nu neemt Hij drie van hen mee een hoge berg op, alleen. Hij verandert van gedaante voor hun ogen, en uit de wolk komt een stem met een gebod erin. **Wat zij zien.** “Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.” Markus grijpt naar het beeld van zijn eigen tijd: geen wolwasser krijgt het zo. Wat zij zien komt niet van buiten en is niet te maken. **Wie erbij staan.** Mozes en Elia — de wet en de profeten, en de enige twee mannen die op een berg met God gesproken hebben. De één werd door God Zelf begraven, de ander is niet gestorven. **Wat Petrus zegt.** Hij stelt drie tabernakelen voor, één voor elk. En Markus voegt eraan toe wat een ander misschien had weggelaten: “Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.” Drie hutten, alsof de drie gelijk waren. Het antwoord komt van boven. **De wolk.** “En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk.” Dat is de wolk van de uittocht en van de tabernakel: de plaats waar God Zich toont door Zich te bedekken. Bij Sinaï bleef het volk eronder staan; hier gaan drie vissers erin. **Wat de stem zegt.** “Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!” Twee dingen. Eerst wie Hij is, en dan een gebod — en dat gebod komt uit Deuteronomium, waar Mozes een Profeet beloofde naar Wie men horen moest. De twee mannen die naast Hem stonden worden er niet bij genoemd; als zij weer opzien, zien zij niemand meer dan Jezus alleen. **En dan de berg af.** Beneden staat een vader met een zoon die niemand helpen kon, en hij zegt het voorzichtig: zo Gij iets kunt. Het antwoord legt de zaak bij hem terug, en dan komt de eerlijkste zin van het hele evangelie: “Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.” Zo staat dit hoofdstuk in twee helften naast elkaar. Boven de heerlijkheid die geen mens maken kan, beneden een man die zijn geloof niet rond krijgt. En de weg loopt van boven naar beneden, niet andersom. In het Nieuwe Testament: Exodus 24:15-16; Deuteronomium 18:15; Exodus 40:34; Maleachi 4:5; 2 Petrus 1:17; Mattheüs 3:17 Hoever dit reikt: De stem uit de wolk haalt de belofte van Deuteronomium 18 op met het woord hoort. Petrus bevestigt dat verband in zijn tweede brief, waar hij zich op dit ogenblik beroept. Waarom juist Mozes en Elia verschijnen, wordt in de tekst niet uitgelegd.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas En iemand uit de menigte antwoordde: Meester, ik heb mijn zoon, die een geest heeft die maakt dat hij niet kan spreken, bij U gebracht. En waar hij… Immers is Hij Mijn Rotssteen en mijn Heil. Psalm 62:3 Verder lezen: Markus 9:1-8 Als alleen God onze rots is, en wij weten dat dit zo is, zijn we… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Breng hem bij Mij. Markus 9 vers 19 Wanhopig keerde de teleurgestelde vader zich van de discipelen om naar hun Meester.… Schijngelovige, ik moet u eerlijk zeggen wat u bent. U bent een lijk, keurig gewassen en fatsoenlijk opgebaard. U bent mooi aangekleed in een keurig pak en overvloedig… Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! Markus 9:7 Als de Vader zegt: ‘Deze is Mijn Zoon’, let dan eens op de goedgunstigheid van onze aanneming! Met zo’n Zoon… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Jezus zei tot hem: zo gij kunt geloven. Markus 9:23 Een zeker man had een zoon, die door een boze geest… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem. Markus 9:15 Hoe groot is het verschil niet… Jezus zei tot hem: zo u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk degene die gelooft. Markus 9:23 Ik geloof dat onze gewone vertaling de zin van de woorden van… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Markus 9
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem — 9:2-8, 22-24
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Zondaren bij de Zaligmaker brengen
God alleen de Zaligheid van Zijn volk
Breng hem bij Mij
Beschrijving van de schijngelovige
Mijn geliefde Zoon
Alle dingen zijn mogelijk diegene die gelooft
En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem
Waar het bezwaar ligt


Markus 9
Markus 9:2-6.KruisverwijzingenLukas 9:28→Mattheüs 28:3→Mattheüs 17:1→Markus 5:37→Exodus 24:13→Exodus 34:29→Jesaja 33:17→Markus 14:33→
— En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.
“En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.”
U en ik hebben wel eens gewenst dat wij Christus in Zijn aardse heerlijkheid konden zien. Dat hoeven wij niet te wensen. Werd zo’n gezicht ons vergund, dan zouden wij naar alle waarschijnlijkheid meer vol vrees dan vol vreugde zijn.
Deze drie mannen waren de uitverkorenen uit de uitverkorenen, de allerbesten van de apostelen. En toch hadden zij op dat ogenblik weinig genot van wat zij zagen, want de heerlijkheid was te helder voor hun overweldigde natuur. De dichter zegt het zo: bij het al te verrukkelijke licht stort de duisternis zich over mijn ogen.
Broeders, wij zijn evenmin als deze discipelen al geschikt om met een blik op Zijn heerlijkheid begunstigd te worden. Zoals wij nu zijn, zouden wij het niet kunnen dragen.
Deze drie apostelen waren te verbijsterd om te weten wat zij zeggen moesten; zij waren geheel de kluts kwijt. Ik vermoed dat, als wij naar de hemel konden gaan zoals wij nu zijn, onze verbijstering onze zaligheid zelfs zou overtreffen. Maar wij mogen er gerust op zijn dat God ons zal toebereiden voor wat Hij voor ons heeft toebereid.
Wij kunnen beter een tijdje wachten. Wacht tot deze ogen gereinigd zijn en heel ons gestel geschikt is voor zo’n gewicht van heerlijkheid als het zien van onze verhoogde Heere zijn zal.
Markus 9:7-8.KruisverwijzingenMattheüs 3:17→2 Petrus 1:17→Markus 1:11→Psalmen 2:7→Johannes 1:49→Handelingen 1:9→Johannes 5:22→Daniël 7:13→
— En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.
“En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.”
En al was dit geen zo verrukkelijk of zo verbazend gezicht, het was voor hen toch bemoedigender. Het was iets dat zij met blijdschap en vrede gemakkelijker verdragen konden: zij zagen niemand meer dan Jezus alleen bij zich.
Ongelukkig waren zij inderdaad geweest als zij rondgekeken hadden en alleen Mozes gezien hadden, want Mozes kon hun weinig troost brengen. Of als zij, rondkijkend, alleen Elia gezien hadden, want de strenge profeet van het vuur zou hun in hun levensstrijd maar een schrale vertroosting geweest zijn.
Maar Mozes mag heengaan en Elia mag heengaan. Wetgever en profeet mogen verdwijnen; zolang Jezus Christus blijft, is het genoeg. Jezus alleen is genoeg voor al onze noden en voor al onze begeerten.
God geve ons, zolang wij hier beneden zijn, dat Jezus nooit van ons afwezig is, ook al zou geen Mozes of Elia ons ooit bezoeken! Moge onze gemeenschap met Hem ongebroken zijn.
Markus 9:9-10.KruisverwijzingenMattheüs 17:9→Markus 5:43→Lukas 24:46→Markus 9:30→Mattheüs 27:63→Mattheüs 16:21→Markus 8:29→Markus 10:32→
— En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.
“En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.”
Zij verstonden de woorden van de Meester niet, zelfs deze apostelen niet, want de Geest van God was nog niet ten volle gegeven.
Gelukkig is hij op wie de Geest van God rust en in wie Hij woont. Want Johannes zegt: “Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” En deze mannen wisten zonder die mate van zalving op dat ogenblik zelfs zo’n eenvoudig woord niet: dat de Zoon des mensen uit de doden opstaan zou.
Broeders, wij moeten door de Heilige Geest onderwezen worden, of wij zullen nooit iets grondig weten. Wij zouden bij Christus Zélf ter school kunnen gaan en toch niets leren. Let op dat woord. Wij leren niets totdat de Heilige Geest over ons komt om de waarheid op ons hart te schrijven die Christus tot ons oor gesproken heeft.
Dit waren Petrus en Jakobus en Johannes, de drie meest bevoorrechte discipelen van Christus, waarschijnlijk de beste leerlingen van die klas die de Heere Jezus Zelf tot Leraar had. En toch was Zijn eenvoudige taal voor hen zonder betekenis.
Wanneer onze Heere ten tweeden male komt, ontdekken wij misschien dat de profetieën over Zijn komst wonderlijk helder waren. En dat wij ze toch niet konden verstaan totdat Hij kwam. Hoe duidelijk Zijn onderwijs over Zijn opstanding ook was, Zijn discipelen konden het niet verstaan voordat die grote gebeurtenis werkelijk plaatsgevonden had.
Markus 9:11-13.KruisverwijzingenMaleachi 4:5→Maleachi 3:1→Lukas 23:11→Jesaja 53:1→Mattheüs 11:14→Mattheüs 3:1→Zacharia 13:7→Jesaja 49:7→
— En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden. Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.
“En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden. Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.”
Johannes de Doper was die Elia. Hij was gekomen in de geest en de kracht van Elia. Hij had de dingen weer op orde gebracht en het volk voorbereid op de komst van de Zaligmaker, van Wie hij de heraut was.
Het is nogal opmerkelijk dat de discipelen naar de schriftgeleerden gingen vragen. Dat was als het ware een waarschuwingssignaal voor een strijd waarin zij op het punt stonden te belanden. Zij spraken over de schriftgeleerden, maar die waren beneden juist in gevecht met de overige apostelen. En terwijl zij over hen spreken, staan zij ineens voor hen.
Markus 9:14-15.KruisverwijzingenLukas 9:37→Mattheüs 17:14→Lukas 11:53→Markus 12:14→Hebreeën 12:3→Markus 2:6→Markus 11:28→Exodus 34:30→
— En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.
“En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.”
Waarschijnlijk blonk het gelaat van Jezus Christus zoals het gelaat van Mozes toen die van de berg afkwam. Het volk was ontzet, maar niet met dezelfde ontzetting die Israel greep toen zij het gelaat van Mozes zagen, want Mozes moest zijn gezicht met een deksel bedekken. Maar zíj liepen naar Hem toe en groetten Hem.
De heerlijkheid van Christus trekt aan, terwijl de heerlijkheid van Mozes afstoot. De heerlijkheid van de wet is verschrikkelijk, maar de heerlijkheid van het evangelie is opbeurend en aantrekkelijk.
Er lagen nog resten van de heerlijkheid op de berg op Zijn gelaat, en het volk stond verstomd. Zij waren zeer benieuwd naar de strijd tussen de schriftgeleerden en de discipelen. En toch lieten zij die staan en wendden zij zich om naar die geheimzinnige glans die om Zijn voorhoofd zweefde.
Markus 9:16.KruisverwijzingenLukas 5:30→Markus 8:11→
— En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?
“En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?”
De toestand van de discipelen leek op een slagveld waar de vijand de dag won en de trouwe troepen op het punt stonden verslagen te sterven. En dan verschijnt ineens de grote Veldheer Zelf om hen te ontzetten.
Zijn tegenwoordigheid is meer waard dan duizend bataljons. Als een groot bevelhebber die het veld instapt wanneer zijn ondergeschikten geslagen worden, komt Hij regelrecht naar het front en valt Hij de vijand onverschrokken aan.
Christus zei: “Wat twist gij met dezen?” Het was alsof Hij zei: waarom hebt u niet even gewacht en het Míj gevraagd? Ik had u kunnen antwoorden als zij dat niet kunnen.
Markus 9:17-19.KruisverwijzingenLukas 11:14→Markus 9:25→Handelingen 7:54→Johannes 20:27→Johannes 4:47→Mattheüs 17:15→Markus 5:23→Mattheüs 12:22→
— En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.
“En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.”
Wij weten niet of de schriftgeleerden op de vraag van Christus enig antwoord gaven, en dat doet er ook helemaal niet toe. Wat altijd toe doet, is een praktisch, levend en ernstig gebed. Wat de schriftgeleerden gezegd mogen hebben is niet opgetekend, maar het gebed van de arme vader wél.
Is iemand van u hier gekomen om te vitten, dan slaan wij daar geen acht op. Maar is er een ziel die gekomen is om te bidden, dan zal de engel die aantekent het in het eeuwige boek opschrijven.
Ik vermoed dat de bestraffing van onze Heere in het bijzonder Zijn discipelen gold. Het was iets als de uitspraak van een schoolmeester die zijn leerlingen dezelfde les vele malen geleerd heeft en jaar in jaar uit met hen gezwoegd heeft. En die hen dan toch ziet falen in de eerste beginselen.
Christus spreekt niet alsof Hij Zijn leven moe was en van Zijn discipelen weg wilde. Dit is Zijn manier om te zeggen hoe teleurgesteld Hij is dat deze leerlingen zo weinig geleerd hebben.
Hoe lang zal Ik u verdragen? Die woorden troffen mijn hart heel sterk toen ik ze las. Moet de Heere Jezus Christus niet heel wat van ieder van ons verdragen? Ik paste Zijn woorden op mijzelf toe, en ik meende Hem tot mij te horen zeggen: hoe lang zal Ik bij u zijn, hoe lang zal Ik u verdragen?
Dikwijls moet Hij meer pijn dan genoegen ontlenen aan de omgang met velen van Zijn volk. Hoe bedroefd moet Hij vaak zijn als Hij hun traagheid om te leren ziet, en hun bereidheid om te vergeten. En de moeite die het kost hen de lessen te doen leven die Hij hun zo zorgvuldig meedeelt.
Let dan op wat Hij doet met het arme kind: brengt hem tot Mij. Dat is een groots woord van raad en een gezegend woord van toelating. Er is geen geval zo erg of, brengt u het tot Jezus, Hij kan het aan.
Kom, goede vrouw, breng de zaak van uw dochter vanavond in het gebed tot Christus, terwijl u in de bank zit. Kom, broeder, breng de zaak van uw zoon die geheel aan de ondeugd overgegeven schijnt. Breng die zaak vanavond voor Christus. Wie zou zijn vriend niet brengen, of zijn vrouw? Wie zou haar man of haar kind niet tot Jezus Christus brengen?
Nee, het had geen zin naar de discipelen te gaan, en het baat evenmin tot heiligen en engelen te bidden. Ga tot de Meester Zelf. Recht op het doel af loopt het snelst. Er gaat niets boven het brengen van uw zaak naar het hoofdkwartier.
Markus 9:20.KruisverwijzingenMarkus 1:26→1 Petrus 5:8→Lukas 4:35→Lukas 9:42→Markus 9:26→Markus 5:3→Job 1:10→Job 2:6→
— En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.
“En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.”
Wat een vreselijk gezicht! Hij worstelde op de grond als iemand in een toeval van vallende ziekte.
Zodra Christus hem aanzag, scheurde de geest hem. Eén blik van Christus maakt de duivel wakker. Soms worden zondaars een tijdlang erger wanneer Christus hen aanziet. De duivel heeft altijd grote toorn wanneer hij weet dat zijn tijd kort is, en hij raast en scheurt het hevigst wanneer hij op het punt staat uitgeworpen te worden.
De Joden hebben een spreekwoord: wanneer het aantal tichelstenen verdubbeld wordt, verschijnt Mozes. En wij mogen er een schriftuurlijk spreekwoord van maken: wanneer de kwelling van het hart door de duivel verdubbeld wordt, dan verschijnt Jezus om hem uit te werpen.
Er kwamen mensen om de vader te helpen; waarschijnlijk was het brengen van de jongeman voor één man te zwaar. Twee of drie van u kunnen met vereend gebed doen wat het gebed van één man misschien niet doen kan. Kom, help elkaar; “draagt elkanders lasten” in het gebed.
Hebt u een goddeloze zoon die u verdriet doet? Spreek dan met enkele broeders en zusters in Christus af om deze zaak samen tot een voorwerp van gebed te maken, tot God u hoort. En dan moet u een zaak van hén opnemen, om beurten. Zie dan of God niet in antwoord op het gebed de een na de ander zegent die u zo tot Christus brengt.
Markus 9:21-22.KruisverwijzingenHandelingen 9:33→Mattheüs 9:28→Handelingen 4:22→Handelingen 14:8→Handelingen 3:2→Lukas 8:43→Job 14:1→Johannes 9:20→
— En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.
“En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.”
Een verschrikkelijk geval. En Jezus genas hem niet meteen, maar wijdde Zijn eerste aandacht aan de andere patiënt die voor Hem stond: de vader van het kind. Die leed aan een even erge ziekte, al waren de verschijnselen anders, en Jezus wilde hem evengoed genezen als zijn jongen.
“Wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons”: zo roept hij, terwijl hij zich met zijn kind vereenzelvigt. Hij stelde zich op één lijn met zijn kind, en dat is de beste manier om voor uw kinderen te bidden.
Vader, moeder, gebruik wanneer u bidt het meervoud, zoals deze man deed: help óns. Dát is de manier om te bidden voor elke zondaar die u voor Christus brengt. Verbind uzelf met die arme ziel voor wie u pleit. Het zal een ontferming over ú zijn, zowel als over uw zoon, als de HEERE hem behoudt.
Markus 9:23-24.KruisverwijzingenJohannes 11:40→Mattheüs 17:20→Markus 11:23→Hebreeën 11:6→Lukas 17:6→Mattheüs 21:21→2 Kronieken 20:20→Handelingen 14:9→
— En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
“En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”
Er waren als het ware twee mensen in hem, een gelovige en een ongelovige, en die twee streden om de meesterschap. Heere, ik geloof; maar er is zoveel ongeloof in mij, ik bid U het uit te drijven, opdat ik geheel in U geloven mag.
Markus 9:25-26.KruisverwijzingenHandelingen 16:18→Markus 9:15→Markus 9:20→Zacharia 3:2→Jesaja 35:5→Markus 5:7→Lukas 11:14→Mattheüs 12:22→
— En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.
“En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.”
De geest moet Christus gehoorzamen. De Meester gebiedt die hond van een duivel te gaan liggen, en hij moet het doen. Het laat zien wat een verachtelijk schepsel de vorst van de duisternis ten slotte is: hij moet de stem van Christus gehoorzamen. Heere, spreek op dit ogenblik tot hem, en drijf hem door Uw almachtig woord uit andere zielen!
Dat is ook een manier waarop Christus geneest. Wanneer Hij de duivel uit iemand drijft, voegt Hij eraan toe: kom niet meer in hem. Ik geloof in de volharding van de heiligen, omdat ik geloof in het almachtige uitwerpen van satan uit mensen wanneer Christus dat woord spreekt.
Het was geen geval van doden of genezen, maar het leek er eerder een van genezen én doden. Soms worden arme zondaars in hun worsteling met zonde en satan tot zo’n wanhoop gebracht dat zij vrezen te zullen sterven voordat zij een glimp van hoop krijgen. Velen zeiden dat hij dood was — maar hij was het niet.
Markus 9:27.KruisverwijzingenMarkus 1:31→Markus 5:41→Jesaja 41:13→Markus 1:41→Markus 8:23→Handelingen 9:41→Handelingen 3:7→
— En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.
“En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.”
Moge de HEERE zo komen en bij de hand nemen wie hier als dood van wanhoop schijnen! Eén aanraking van Zijn hand stelt hen in staat op te staan.
Markus 9:28-29.KruisverwijzingenJakobus 5:15→Markus 7:17→2 Korinthe 12:8→2 Korinthe 11:27→Daniël 9:3→Mattheüs 17:20→Mattheüs 15:15→Markus 4:34→
— En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.
“En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.”
Het wachtwoord voor de discipelen van Christus is: vurige ernst. Hier was de duivel in een uiterst verschrikkelijke gedaante, en hij kon alleen door een uiterste genade uitgedreven worden. Er moest gebed zijn en vasten. Zelfs Christus Zelf moest de grootheid van Zijn macht inspannen om in zo’n geval genezing te werken.
God geeft ons niet alles op één gebed. Voor sommige zegeningen kan het nodig zijn dat het gebed herhaald wordt, dat het dieper wordt, dat het tot een pijn uitgroeit. Het kan zelfs nodig zijn dat er bij het gebed gevast wordt, om de innige begerigheid en ernst van de bidder te tonen.
Het geloof alleen brengt niet alles tot stand. Het geloof moet door gebed vergezeld worden, en het gebed moet, althans soms in bijzondere gevallen, met vasten gepaard gaan.
Markus 9:30-32.KruisverwijzingenMattheüs 16:21→Lukas 2:50→Lukas 18:34→Markus 9:12→Markus 8:31→Lukas 9:45→Lukas 9:43→Mattheüs 17:22→
— En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist. Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan. Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.
“En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist. Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan. Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.”
Hier is de heersende hartstocht van Christus die heel Zijn leven op de voorgrond stond. Hoewel Hij zojuist een heerlijke overwinning op satan behaald heeft, blijft Hij niet staan om zichzelf ermee geluk te wensen. Zijn hart is nog altijd bij het kruis waar Hij lijden zal.
Hij denkt aan Zijn sterven voor Zijn volk, en Hij verwijlt daarbij tot Hij de losprijs voor hun verlossing betaald en hen vrijgemaakt zal hebben. Och, de hoogten en de diepten van de liefde van Christus!
Zie hoe onwrikbaar Hij Zijn aangezicht zet om naar Jeruzalem te gaan, waar Hij sterven moet. Laten wij Hem navolgen; laten wij evenveel denken aan Zijn lijden nu het voorbij is als Híj eraan dacht voordat het gekomen was.
Markus 9:33-34.KruisverwijzingenLukas 9:46→Mattheüs 17:24→Mattheüs 18:1→Psalmen 139:1→Hebreeën 4:13→Johannes 2:25→Markus 2:8→Johannes 21:17→
— En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.
“En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.”
Het was een vreselijke afdaling: van de omgang met Mozes en Elia op de berg van de verheerlijking naar de razende demon aan de voet van de heuvel. Maar dít lijkt een nog veel grotere afdaling: van de zelfopoffering van de goddelijke Meester naar de kleingeestige naijver en zelfzucht van Zijn uitverkoren dienstknechten.
Och, soms maakt het ons hart ziek. Wij zijn bijna verloren geweest in verrukte overdenking; wij zijn tot vlak bij de hemel opgevoerd in de gemeenschap met de HEERE. En dan moeten wij ons bezighouden met een armzalig gekibbel tussen twee broeders of twee zusters. Het lijkt zo’n vreselijke val.
En toch versmaadt onze Heere en Meester het niet zo af te dalen, want in tederheid gaat Hij met deze ziekten van de schapen om als een goede herder.
Markus 9:35-37.KruisverwijzingenMattheüs 18:3→Markus 10:42→Markus 10:16→Lukas 10:16→Lukas 22:26→Mattheüs 10:40→Johannes 10:30→Lukas 9:48→
— En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar. En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen: Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.
“En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar. En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen: Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.”
Misschien waren zij jaloers op Petrus; mogelijk waren zij nog jaloerser op Jakobus en Johannes. Zo brengt de HEERE hen zachtjes tot bedaren. Hij zegt niet ongeduldig: Ik kan Mij niet met uw geschillen inlaten, Ik kan Mij niet met u laten lastigvallen. Och nee! Hij gaat gewoon zitten en spreekt met hen.
Ik houd van dat tafereel; het is bijna even groots als de groep van Christus en Zijn discipelen aan de tafel in de opperzaal. Hij zat neer, en riep de twaalven, en zei tot hen: indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.
Dát is de manier om de eerste te worden: door bereid te zijn de laatste van allen en de dienaar van allen te zijn. Dat is de enige manier om in het leger van Christus vooraan te komen. Wie de voornaamste wil zijn, moet altijd naar de achterste gelederen streven. Hij moet bereid zijn de nederigste dienst te doen en de geringste knecht van zijn Meester te wezen.
Alleen zo kunnen wij stijgen. In het koninkrijk van Christus is de weg omhoog de weg omlaag. Zink weg in uzelf, en u zult zeker rijzen.
Markus 9:38.KruisverwijzingenLukas 9:49→Numeri 11:26→Lukas 11:19→
— En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
“En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.”
Johannes was in dit geval als heel wat mensen van vandaag. U ziet het wel. Zij konden de duivelen zelf niet uitwerpen, en toen zij iemand anders vonden die het wél deed, verboden zij het hem omdat hij hen niet volgde.
Ik heb geleerde, welsprekende, achtenswaardige dienaren gekend die geen zondaars konden behouden. En dan horen zij dat bepaalde arme, ongeletterde, onontwikkelde mannen zondaars als brandhout uit het vuur gerukt hebben, en dan verbieden zij hun te doen wat zij zelf niet kunnen.
Het is waanzin iemand te willen tegenhouden in wat God hem in staat stelt te doen. Wij behoren juist de laatsten te zijn om het anderen te verbieden.
Johannes deed het, denk ik, uit liefde tót zijn Meester, maar niet in de liefde ván zijn Meester. Hij deed het ongetwijfeld met de wens zijn Meester te eren, maar hij eerde zijn Meester niet met wat hij deed.
Markus 9:39-40.KruisverwijzingenMattheüs 12:30→Lukas 11:23→1 Korinthe 12:3→1 Korinthe 9:27→Filippenzen 1:18→Mattheüs 7:22→Markus 10:13→1 Korinthe 13:1→
— Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.
“Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.”
Deze mensen waren, zouden wij zeggen, buitenstaanders. En Johannes zet heel de macht van zijn apostolisch gezag in om hen de mond te snoeren. En dan zet Jezus Christus heel de macht van Zijn goddelijk gezag in om hun de vrijheid te geven door te gaan.
Zo moest de Meester met Zijn arme discipelen spreken nadat Hij met Mozes en Elia gesproken had. Opnieuw zeg ik: wat een val was het! Eerst de omgang met de grote wetgever van Israel en met de machtige profeet van het vuur. En daarna het gesprek met deze kinderachtige mannen die met elkaar en met anderen overhoop lagen.
O gezegende Meester, wij mogen toch hopen dat U met óns omgaan zult zoals U met hén omging. En wij mogen ook vertrouwen dat een arme zondaar, al is de duivel in hem, Uw oog van medelijden en liefde mag vangen, en dat U hem genezen zult.
Markus 9:43.KruisverwijzingenMattheüs 5:29→Mattheüs 25:41→Mattheüs 3:12→Mattheüs 5:22→Mattheüs 18:8→1 Petrus 2:1→Titus 2:12→Kolossenzen 3:5→
— En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
“En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;”
Alles is beter dan het verlies van uw ziel. Het is beter de grootste vreugde, vaardigheid, troost of eer te verliezen die u ooit gehad hebt, dan uw ziel voor eeuwig te verliezen.
Markus 9:44-46.KruisverwijzingenMarkus 9:43→Mattheüs 18:8→Mattheüs 5:22→
— Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
“Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”
Dat is de tweede keer dat Hij deze woorden zegt. Onze Heere was niet verzot op vreselijke beeldspraak en verschrikkelijke taal. Maar Hij wist dat zij gebruikt moet worden, ook al deinzen sommigen van Zijn dienstknechten daarvoor terug.
Hebben zij meer liefde dan Hij? Is het ten slotte een groter liefde voor zielen die mensen ertoe brengt verschrikkelijke waarheden achter te houden? Is het niet eerlijker en liefdevoller de hele waarheid te zeggen, welke die ook zij? Het is moeilijker te zeggen, maar getuigt het niet van een tederder hart dat men zó spreken kan dat men mensen voor hun gevaar waarschuwt?
Schijnt iets u even noodzakelijk als uw voet, zodat u zonder dat in het leven niet vooruit kunt, geef het dan toch op als het u uw ziel kosten zou. Zoals het beter is zonder voet te leven dan te sterven, zo is het beter zonder zelfs de eerste levensbehoeften onderweg naar de hemel te gaan dan eeuwig te vergaan.
Markus 9:47-48.KruisverwijzingenJesaja 66:24→Mattheüs 18:9→Markus 9:43→Mattheüs 5:22→Mattheüs 25:41→Lukas 14:26→Galaten 4:15→Filippenzen 3:7→
— En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
“En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”
Let op hoe streng onze Zaligmaker is, hoe diep Hij gaat. Hij zegt niet: doe het dicht, dek het af met een groen schermpje. Hij zegt: werp het uit.
Dat is de derde keer dat Hij die verschrikkelijke woorden uitspreekt. Dan moeten zij toch iets betekenen — wat betekenen zij? Kunnen zij iets minder betekenen dan het eeuwig verderf van het aangezicht van de HEERE?
Och, dat wij bereid mochten zijn alles op te offeren liever dan voor eeuwig verloren te gaan! Lieve harten, bent u behouden of niet? Bent u niet behouden, zie dan eerst naar deze allerbelangrijkste zaak om. Laat al het andere eerder los dan dat u zich in de eeuwigheid opgesloten vindt waar de hoop nooit komen kan.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
En Hij, met deze aankondiging van Zijn zichtbare toekomst in heerlijkheid, die van Zijn onzichtbare komst over Jeruzalem en het Joodse volk verbindend, zei tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die de dood niet zullen meemaken, totdat zij gezien zullen hebben dat het koninkrijk van God met kracht gekomen is, door het onschadelijk maken van hen die het nu tegenwerken en het zoeken te vernietigen; zij zullen een van Israel afgezonderde Nieuw Testamentische gemeente aanschouwen.
GESCHIEDENIS VAN JEZUS VERHEERLIJKING EN VAN DE MAANZIEKE ZOON. ONDERWIJZING OVER OOTMOED EN ERGERNIS
VIII. Vers 2-13KruisverwijzingenLukas 9:28→Mattheüs 28:3→Mattheüs 3:17→2 Petrus 1:17→Maleachi 4:5→Mattheüs 17:1→Markus 5:37→Maleachi 3:1→
— En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd. En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich. En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan. En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet?
Zes dagen zijn voorbijgegaan sinds de dag op welke Jezus Zich met bijzonder gebed heeft voorbereid (Luk. 9: 18) en waarop Hij vervolgens het gesprek met de discipelen heeft gehad, zonder dat iets was voorgevallen wat de Heilige Evangelisten in hun voorstelling van Zijn leven vermeldden. Toch blijkt uit hetgeen wij in vs. 14 vv. zullen lezen dat Hij gedurende deze tijd Zich geheel aan het volk heeft gegeven en Zich ook ontfermd heeft over de ongelukkigen in het bovenste, het noordelijk gedeelte van het land. Zo was Hij langzaam, nauwelijks merkbaar voor de discipelen, bij de berg gekomen op welke, zoals Hij wist, een hemelse gebeurtenis plaats zou hebben. Toen de daartoe bestemde dag was aangebroken ging Hij de avond daarvoor in gezelschap van de drie getuigen, die Hij uit de kring van apostelen had verkoren, de berg op. Daar verheerlijkt Hij Zichzelf na de nacht in gebed te hebben doorgebracht, in de vroegte van de volgende morgen voor hun ogen. “Evenals bij de doop in de Jordaan de Vader in de hemel voor de ogen van de laatste Oud-testamentische profeet, deze ten dood bestemde Jezus voor Zijn Zoon verklaard had, zo gebeurde het hier voor de wetgever en de eerste van de profeten, dus voor de hoofden van het Oude Verbond zelf. Wet en profeten komen zelf persoonlijk; het verbond van het verlangen begroette het nieuwe als zijn vervulling en God sprak voor de tweede maal over Jezus Zijn welgevallen uit”.
En na zes dagen, toen Zondag 25 september in het jaar 29 aangebroken was, nam Jezus met Petrus, Jakobus en diens jongeren broeder Johannes met Zich en bracht hen, terwijl Hij van de plaats van Zijn werkzaamheid Zich opmaakte en daar de andere discipelen achterliet, op een hoge berg terzijde, zodat verder niemand bij Hem was; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.
Ongeveer twee uur ten noordoosten van Cesarea Filippi ligt de plaats Kefr Dawar en dicht achter deze de zuidelijkste van de drie toppen, in welke de grote Hermon naar het zuiden heen uitloopt; want de verhevenheid die zich tot het noordeinde van het meer Genesareth naar het zuidoosten uitstrekt is slechts een lager deel, dat van het oosten af gezien nauwelijks een hoogte lijkt. Omdat van een hoge berg sprake is kan niet de berg Paneas bij Cesarea Filippi bedoeld zijn, zoals veel uitleggers hebben aangenomen, maar alleen het Hermongebergte zelf. Toch hoeven wij ook niet te denken aan de hoogste sneeuwstreek van de noordelijke hoofdrug, waarvan de beide toppen nog door niemand van de latere reizigers zijn beklommen, maar alleen aan een gedeelte dat tot dat gebergte behoorde dat voor de eenzaamheid geschikt was en met de verhevenheid van de gebeurtenis overeenkwam, zodat de boven aangewezen top van de enigszins dieper gelegen zuidelijke rug wel passen zou.
En Zijn kleren werden bij die verheerlijking die met Zijn lichaam plaats had, ten gevolge van die glans blinkend, zeer wit als sneeuw, zoals geen stoffenmaker op aarde zo wit maken kan.
En door de discipelen werd verder gezien Elias met Mozes en zij spraken met Jezus zo, dat de inhoud daarvan, wat de hoofdzaak aangaat, kon worden verstaan. (Luk. 9: 31)
Wanneer de verheerlijking van Jezus zelf betekent dat Hij een hemelse heerlijkheid aanneemt die Zijn lichaam verhoogt en het einde van Zijn leven zal vormen, het einde van Hem, die toch volgens Hoofdstuk 8: 31 de dood tegemoet gaat, dan kan de verschijning van Mozes en Elia slechts betekenen dat Hij sterven zal als Mozes, maar om als Elia levend naar de hemel te varen en dat Hij, om dit te kunnen, als Mozes in de dood voor verrotting beschermd zal blijven.
Wij begrijpen waarom de Heere de discipelen oplegde daarover te zwijgen totdat Hij zou zijn opgestaan (vs. 9). Zij moesten geen aanleiding geven dat de hoop van anderen en hun eigene valse verwachtingen voedsel ontvingen; zij moesten het dierbaar geheim niet voor de tijd van hun inwendige versterking aan spot en twijfelzucht prijsgeven. “Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de zwijnen. ” Alle wortels moeten in het verborgen werken, voordat de kiem aan het licht komt. Tevens ligt voor ons juist in dat verbod de sleutel van deze gebeurtenis. Tot aan Pasen moesten zij wachten, Pasen moest hen de opheldering geven; op Pasen zouden zij het leven van de verheerlijking aanschouwen, waarvan die gebeurtenis op de berg een voorsmaak was. Staat ons Pasen vast, dan bevreemdt ons ook het station niet meer dat reeds vooraf op Pasen doelde. Het is een lid in de rij van die gebeurtenissen, terwijl de verheerlijkte levensorde begon door te breken waarin de heerlijkheid van Zijn hemelse Vader uit Zijn aardse gedaante te voorschijn kwam, alsof Hij al tot een hogere wereld van het licht behoorde. Het hoort tot de verheerlijking bij de doop en bij dat wonderbare wandelen op de zee, als uitzondering, niet als regel. Wij hebben slechts van ver een afschijnsel daarvan in de uitdrukking van zalige heerlijkheid die ons tegenstraalt uit een menselijk aangezicht, dat door heilige liefde is verhelderd, of in hemelse vrede, die zich over het aangezicht van een stervende kan verbreiden.
En Petrus antwoorde en zei tot Jezus, toen die beiden weer begonnen te verdwijnen, alsof de Heere er zelf belang in moest stellen die verschijning langer te doen blijven: Rabbi! het is goed, dat wij hier zijn, wij met ons drie?nen laat ons drie tabernakelen maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elias een.
Want hij wist niet wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.
En er kwam, om hen die door het hemellicht in verwarring waren weer tot zichzelf te brengen en voor het volgende vatbaar te maken, een wolk die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: a) Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem en erkent Hem voor de profeet, die (Deut. 18: 15 vv. ) beloofd is.
Jes. 42: 1. MATTHEUS. 3: 17. Mark. 1: 11. Luk. 3: 22. Kol. 1: 13. 2 Petrus . 1: 17.
Door de schrik die deze hemelstem veroorzaakte, vielen zij ter aarde. En toen zij weer tot zichzelf waren gekomen en snel rondom zich keken, zagen zij niemand meer dan Jezus alleen bij zich, die tot hen kwam en hen wegleidde.
Er zijn plechtige uren in dit armzalig leven, die door Gods genade de mens tot versterking van zijn geloof worden gegeven, uren en ogenblikken hetzij in Gods huis, in de vergadering van de gemeente, of in de werkzaamheid, of in vertrouwelijk gesprek met vrienden, wanneer zich de hemelse waarheden in wonderbare helderheid voor de ziel ontvouwen. Wij zien de genadige hand die ons leven bestuurt, wij worden gewaar dat Gods oog over ons open is. Wij kunnen alles uit Zijn handen aannemen, want wij weten dat alles tot onze zegen moet dienen. De Geest van het gebed is over de ziel uitgestort, wij kunnen de Onzichtbare in geloof aangrijpen en vasthouden, de hogere wereld is voor het geopend geloofsoog ontsloten, onze lieve doden zijn uit de graven levend geworden; wij zien ze in het hemels vaderhuis, wij weten het, daar wacht ons de eeuwige sabbat. In zulke uren ligt de wereld zo diep, diep beneden onze voeten. Hoe nietig komt ons haar glans, hoe laag haar begeerlijkheid voor! Wij hebben een inwendige vreugde om het gebod van onze God te vervullen; de zwaarste plicht wordt ons gemakkelijk en zalig. Het is niet anders dan alsof alle zonde en alle ellende van dit arme leven overwonnen zouden zijn, alsof de vrede, die ons hart vervult, nooit weer van ons weggenomen zou kunnen worden. En dan?, – nu dan gaat het langzaam van de hoogte van de verheerlijking in het diepe dal van de arme werkelijkheid. Het leven komt weer tot ons met de ernst van de verloochening; in het hart rijzen weer de oude zonden op; de schitterende beelden zijn verbleekt, de gezichten zijn verdwenen en nood, zorgen, zonde en ellende, die ons nog kort geleden als vluchtige schaduwbeelden, als enkel begoocheling voorkwamen, drukken weer met hun hele zwaarte op de ziel en houden neer in het stof. Deze hoogten en diepten die het inwendige leven van de Christen moet doorgaan berusten, evenals in de natuur de afwisseling van dag en nacht, van zonneschijn en storm, op eeuwige wetten die in de behoeften van de menselijke ziel gezocht moeten worden. – Zij zijn even nodig als berg en dal op aarde, die toch ook voor de reiziger niet alleen geheel tegenovergestelde eisen hebben, maar hem ook geheel tegenovergestelde gewaarwordingen afdwingen, die hem buigen, wanneer hij, versmachtend onder de gloed van de zonnestraal met wankelende knieen steile hoogten moet beklimmen, die hem, wanneer hij boven is, door een heerlijk vergezicht uit de hoogte belonen, die vervolgens het aanschouwde doel van zijn weg opnieuw aan zijn oog onttrekken wanneer hij zich gereed maakt van de berghoogten in het diepe dal neer te dalen en hem weer doen hopen, wanneer hij de volgende hoogte heeft beklommen, het in dichtere nabijheid opnieuw voor zich te kunnen zien. Zo’n wandelaar doet het goed wanneer hij van de moeiten van zijn reis een tijd lang uitrust om zich te verkwikken aan het liefelijk beeld, aan het helder vergezicht; het doel van zijn reis is echter niet de begeerde stad van ver te aanschouwen, maar binnen haar muren te wonen. De stad komt niet tot hem, dus moet hij tot haar gaan en nog menig dal moet doorwandeld, nog menige berghoogte moet beklommen worden, voordat hij kan zeggen: “Ik ben thuis. ” In die heilige uren van ons leven, die ons op de hoogte van het uitzien brengen en ons de Heere van de heerlijkheid tonen, hoe Hij ons alle zonde ontneemt, allen twijfel bant, alle raadselen in ons leven oplost en ons met een vrede vervult, die alle verstand te boven gaat, in die uren zien wij wel verder dan in het gewone leven, maar wij zijn daarom niet verder. In die gezichten zijn wij onszelf steeds ver vooruit, ten minste ver verheven boven hetgeen wij in werkelijkheid zijn. En evenals het oog en de gedachte eerder bij het doel komen dan de voet, zo is het ook veel gemakkelijker de waarheid te erkennen dan ze te beoefenen. Zoals oog en gedachte over de aarde zweven en over hoogten en dalen kunnen gaan zonder de grond aan te raken, maar de voet juist op de aarde geplaatst is om ieder stuk grond te bemachtigen, zo kan ook wel een mens in gedachten en bevindingen gemakkelijk goed zijn omdat zij zich boven de werkelijkheid kan verheffen zonder haar aan te raken; maar de zedelijke daad van gehoorzaamheid en van zelfverloochening heeft altijd de voet op de aarde geplaatst, heeft altijd de zwaarte van de werkelijkheid te dragen en te overwinnen. Daar kan het slechts stap voor stap gaan, evenals bij de krijgsman op vijandelijken bodem, die ieder stuk grond moet veroveren en aan de macht van de vijand moet ontwringen. Tot deze gedachte wil ons ook het woord brengen: “Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem; ” het horen van Zijn woord, de ootmoedige gehoorzaamheid, is de zekerste weg tot het doel.
En toen zij van de berg afkwamen gebood Hij hen dat zij niemand zouden vertellen over hetgeen zij gezien hadden voordat de Zoon des mensen uit de doden opgestaan zou zijn, wanneer zij Zijn getuigen zouden zijn tot aan het einde van de wereld (2 Petrus . 1: 16 vv. ).
En zij hielden dit woord voor zichzelf, zodat zij werkelijk tegen niemand iets daarvan zeiden (volgens andere verklaring: uit deze rede van de Heere bleef vooral het laatste woord in hun gedachten hangen), zich onder elkaarafvragende wat het was, uit de doden opstaan, dat Hij van Zich als de Mensenzoon had gezegd.
Het woord van de grondtekst toont aan dat de discipelen niet zonder moeite en zonder zich geweld aan te doen dit geheim zo lang verzwegen hebben gehouden (Luk. 9: 36). Het is toch waarschijnlijk dat de andere discipelen navraag zullen hebben gedaan wat op de berg gebeurd was en wat Hij daar met hen besproken had. Andere uitleggers willen liever zo vertalen: de discipelen vatten meteen deze rede van de Heere en hielden die vast, terwijl zij er zich aan stoorden en het hen ongelooflijk voorkwam wat Hij hen van Zijn opstanding zei.
Het tweede volgt uit het eerste: terwijl zij het zegel van stilzwijgen streng bewaarden tot op de dag van Zijn opstanding, moesten zij vragen wanneer en hoe dat zou plaats hebben.
En zij vroegen Hem, omdat zij dit na het zo even voorgevallene het allerminst konden bevatten, zeggende: Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elias eerst komen moet voordat de Messias Zich kan openbaren?
Deze vraag staat niet buiten samenhang met de inhoud van hun gesprek onder elkaar; want is Jezus de Christus en moet Elia voor Hem heengaan, dan kan Jezus niet sterven, noch opstaan, tenzij Elias eerst gekomen was. Komt echter Elias, de grote profeet, die zij juist aan de zijde van de verheerlijkte Jezus met Mozes in een gedaante van het licht hebben gezien, hoe zal dan nog dood en opstanding van Jezus mogelijk zijn?
En Hij antwoordde en zei tot hen: Elias zal wel, zoals de Schrift zegt (Mal. 4: 5 vv. ), eerst komen en alles weer oprichten; de schriftgeleerden hebben daarin volkomen gelijk; en toch moet ook het andere vervuld worden; het zal gebeuren zoals geschreven is a) van de Zoon desmensen op vele plaatsen in het Oude Testament, dat Hij veel lijden zal en veracht worden.
Ps. 22: 7. Jes. 53: 4. Dan. 9: 26.
Dit nu wilt u niet geloven; u wilt zich op alle denkbare manieren onttrekken aan de gedachte van die noodzakelijkheid. Maar Ik zeg u, ook Elias is gekomen in de persoon van Johannes de Doper en zij, de ongelovige Joden, hebben in de personen van Herodes en Herodias met hem gedaan wat zij gewild hebben, a)zoals van hem geschreven is in de geschiedenis, die een voorbeeld is van deze, namelijk die van Achab en Izebel; daaruit kunt u afleiden dat het lijden van de Zoon des mensen eveneens vervuld zal worden.
a)Mal. 4: 5, 6.
De Heere schrijft niet alleen aan Herodes toe wat zij naar veler lust en in veler naam deden; Hij erkent ook daarbij het gehele gedrag van het volk over hem, alles wat uit het niet erkennen volgde, waarvan natuurlijk de marteldood van de boetprediker, die door het volk in den steek was gelaten, het einde was; zo verwacht ook de Mensenzoon van hen te lijden. Wij durven niet met zekerheid te bepalen waar het lot van Johannes geprofeteerd is. Ook de levensgeschiedenis van de Thisbiet, die een voorbeeld is (1 Kon. 19) is niet voldoende, omdat juist Elia’s dood niet overeenkomt.
IX. Vs. 14-32.KruisverwijzingenJohannes 11:40→Mattheüs 17:20→Markus 11:23→Hebreeën 11:6→Lukas 17:6→Mattheüs 21:21→2 Kronieken 20:20→Handelingen 14:9→
— En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem. En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen? En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij. En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende. En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons. En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.
Al de beelden van de toekomst met al hun schrik en al hun glans, die de discipelen zo even hebben ontvangen, wijken plotseling voor het onmiddellijke recht van het tegenwoordige. Bij de plaats, waar de negen zijn achtergebleven, bemerken de vier, die van de berg terugkeren, in die kring een onrust, een woordenstrijd tussen hen en de schriftgeleerden. Op de vraag van Jezus komt meteen de oorzaak, de persoon, die er aanleiding toe was, voor de dag. Een vader heeft zijn zoon, die door een boze geest bezeten was, tot de discipelen gebracht, die hem niet hebben kunnen genezen; toen ontstond er een woordenstrijd of Jezus en de Zijnen het onbeperkt vermogen hadden om de demonen uit te bannen, zoals men Hem had willen toeschrijven. De Heere trekt Zich nu Zijn discipelen aan tegenover de schriftgeleerden, wekt de vader tot geloof op en betoont Zijn macht aan de knaap. Daarop toont Hij ook de discipelen waarin zij verkeerd hadden gehandeld en komt met hen terug naar Galilea.
En toen Hij beneden in het dal met de drie bij de overige discipelen gekomen is, die daar de vorigen avond waren achtergelaten, zag Hij een grote schare rondom hen, een teken dat er iets bijzonders was voorgevallen en enigeschriftgeleerden die met hen twistten.
En meteen zag de hele menigte hem, werd verbaasd en liep op Hem toe, om Hem als de juiste Helper in de nood welkom te heten, groette Hem en betoonden Hem hun eerbied.
Hoe groot is het verschil niet tussen Mozes en Jezus! Toen de profeet van Horeb veertig dagen op de berg was geweest, onderging hij een soort van verheerlijking, zodat zijn aangezicht blonk van de grote heerlijkheid en hij een deksel op zijn aangezicht moest leggen, omdat het volk de glans van zijn heerlijkheid niet kon verdragen. Niet zo onze Heiland: Hij was verheerlijkt geweest met een grotere heerlijkheid dan die van Mozes en toch staat er niet geschreven dat het volk verblind werd door de glans van Zijn aangezicht, maar wel dat zij verbaasd waren, op Hem toeliepen en Hem groetten. De heerlijkheid van de wet stoot af, maar de heerlijkheid van de genade trekt aan. Hoewel Jezus heilig is en rechtvaardig, vloeit er toch met Zijn reinheid zo veel genade en waarheid samen dat zondaars, verbaasd over Zijn goedertierenheid en betoverd door Zijn liefde, tot Hem lopen; zij groeten Hem, worden Zijn discipelen en nemen Hem aan tot hun Heer en Meester. Lezer! het zou mogelijk zijn dat u juist op dit ogenblik verblind wordt door de schitterende glans van Gods wet. Wij voelen haar eisen, maar kunnen haar niet onderhouden in ons leven. Niet dat wij de wet tot zonde maken, integendeel, zij staat bij ons in grote eer, maar door haar worden wij niet tot God getrokken, wij worden veeleer verhard in ons hart en tot de rand van de wanhoop gedreven. U arm hart, wendt van Mozes met al zijn terugstotende glans uw ogen af en zie op Jezus, schitterend met zoveel zachtere heerlijkheid. Zie op Zijn bloedende wonden en op Zijn met doornen gekroond hoofd! Hij is de Zoon van God en daardoor is Hij groter dan Mozes, maar Hij is ook de liefdevolle Heiland en daardoor is Hij tederder dan de Wetgever. Hij verdroeg de toorn van God en openbaarde in Zijn dood meer van Gods gerechtigheid dan de vlammen van Sinai; maar de gerechtigheid is nu voldaan en is geworden tot bescherming van degenen die in Jezus geloven. Zondaar! zie op de bloedende Zaligmaker en waar u de trekken van Zijn liefde voelt, vlucht in Zijn armen en u zult behouden worden.
En Hij lette niet verder op de menigte en vroeg de schriftgeleerden: Waarom twist u met dezen, met Mijn discipelen en waarom valt u hen aan?
En een uit de schare bekende dadelijk dat hij de oorzaak van dat alles was. Hij antwoordde: Meester! ik heb mijn zoon tot U ter genezing gebracht, die een stomme geest heeft, die tegelijk doof was (vs. 25).
En wanneer de tijd van het periodieke lijden met de verandering van de maan terugkeert, is de ellende boven mate groot. Waar hij hem ook aangrijpt, daar scheurt hij hem en de knaap schuimt uit zijn mond en knerst met zijn tanden enverdort, vermagert van ellende. En ik heb, omdat ik U niet aantrof, Uw discipelen gezegd dat zij hem, de boze geest, zouden uitwerpen en zij hebben niet gekund.
En Hij antwoordde hem, de vader die zo over de onbekwaamheid van Zijn discipelen klaagde, terwijl Hij Zich bestraffend tot deze wendde en zei: O ongelovig geslacht! hoe lang zal Ik nog bij u zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? breng hem tot Mij.
Markus vertelt alles zoals het zich voordeed aan degenen die van de berg kwamen en hen meer en meer bekend werd. Wij hebben dus de oorsprong van die schildering, die tot in bijzonderheden zich uitstrekte, in de kring van de drie discipelen te zoeken, die met Jezus van de berg kwamen, d. i. zijn zegsman was Petrus. Wat daarentegen de overige discipelen gedurende de tijd van hun scheiding van Jezus is overkomen, wordt niet bericht. Wij vernemen alleen hoe het hen op dat ogenblik ging en hoe de terugkomst van de Heere voor hen een verlossing uit een moeilijke toestand was. De nadere omstandigheden, zoals men die uit de verschillende mededelingen kan opmaken, zijn al bij MATTHEUS. 17: 16 uitvoerig meegedeeld. Voor de praktische toepassing hier nog slechts de dubbele opmerking van Canstein:
1) wanneer de wereld denkt dat Christus Zich aan de Zijnen heeft onttrokken, denkt zij de goede gelegenheid te hebben gevonden, om hen te beproeven en hen in hun geloof te doen wankelen; 2) wanneer het Evangelie weinig vruchten draagt dan moeten de boden zich zorgvuldig beproeven of de schuld niet aan hen ligt. Daarbij nog een derde van Rieger. Men wil niet graag de arme discipel te hulp komen wanneer zijn zaak in moeite komt, maar wanneer men de Heere ziet komen en zo de zegerijke uitslag voor de goede zaak vermoedt, dan zal men zich ook weer willen omkeren.
En zij, de vader en de discipelen, brachten die knaap tot Hem. a) En toen hij Hem, de sterkere die in Jezus hier tegenover de sterk gewapende stond (Luk. 11: 21 vv. ), zag, scheurde meteen de geest in de jongen hem; en hij viel op de aarde in hevige kramptrekkingen en wentelde zich al schuimend (Openbaring . 12: 12).
Mark. 1: 26.
En Hij, in alle kalmte en met wijze bedoeling een onderzoek beginnende, vroeg aan zijn vader: Hoe lang geleden is dit hem overkomen? En hij zei: Van zijn kindsheid af.
En vaak heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen om hem te verderven; maar als Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen en help ons. Ik vertrouw er wel op dat Gij medelijden met ons hebt, maar de hulp zal afhangen van Uw vermogen.
En Jezus zei tot hem: Als u kunt geloven, kunt u de zegen ontvangen, die u bereid is; a)alle dingen zijn mogelijk voor degene die gelooft.
Luk. 17: 6.
Wij zien vaak, zoals bij deze man, dat er een “indien” is, maar wij begaan een misstap door het niet op de juiste plaats te zetten. Indien Jezus mij kan helpen, indien Hij mij genade kan geven om de verzoeking te weerstaan, indien Hij mij vergiffenis kan schenken, indien Hij mij voorspoedig kan maken. Voorwaar, Hij kan en wil, indien u slechts geloven kunt. U hebt u “indien” verkeerd geplaatst. Indien u gelovig vertrouwt zullen alle dingen, zoals zij mogelijk zijn voor Christus ook mogelijk zijn voor u. Het geloof bestaat in de kracht van God en is bekleed met Gods majesteit; het draagt het koninklijk gewaad en rijdt op het koninklijk paard, want de Koning heeft er een welbehagen aan. Zich omgordend met de kracht van de Geest wordt het door Gods almacht in staat gesteld te werken, te strijden en te lijden.
En meteen riep de vader van het kind met tranen: Ik geloof Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp. Help mij, al is het dat mijn geloof, voor zoverre het aanwezig is, om zijn zwakheid U nog altijd als ongeloof voorkomt.
Wij moeten over bovenstaande geschiedenis twee algemene opmerkingen vooraf laten gaan: 1) Over het leven van het kind had de boze geest ondanks zijn boosheid geen macht. Ook latere voorbeelden bewijzen dat, wanneer bezetenen of magnetischen zelfs van een aanmerkelijke hoogte in de diepte storten, of in vuur of water, zolang zij hierbij in de toestand zijn van hun natuurlijke extasen of paroxismen, zij niet gedood, meestal niet eens bijzonder bezeerd worden. – 2) De macht van de demonen heeft zijn wortel in de machteloosheid van de mensen; wanneer bij deze de kracht van het geloof onder de almacht van de genade van Christus ontwaakt, zinken zij in onmacht.
In de opwekking bij MATTHEUS. 17: 8 hebben wij de genezing van de Heere aan het hart van de vader tot Markus uitgesteld te beschouwen; wij laten nu enige opmerkingen volgen: “Van alle gevallen dat de menselijke ellende voor de ogen van Jezus trad, was het voor ons liggende misschien dat waarin Zijn ontferming het minst levendig was. Het was Hem niet z? te moede, dat Hem in de smart van het medelijden de ogen overliepen en het innige, dat de neergebogen vader in zijn klagend smeken legt, heeft zeker op Hem evenmin, ja nog minder indruk gemaakt dan het dringende “help mij” van de Kananese vrouw. In plaats daarvan zien wij Hem Zijn verhevenheid ontvouwen en tonen; daartoe had Hij de meest bepaalde reden ontvangen, doordat de biddende gezegd had: “Als Gij iets kunt. ” Daar tegenover verklaart Hij dat er hier nog andere factoren nodig waren dan die van Zijn macht en van Zijn ontferming, van een factor die hij, de behoeftige, geheel voorbij zag, namelijk de juiste stemming van zijn eigen hart. De gewone lezing van onze tekst is: to ei dhnu pisteusai. Volgens de meest betrouwbare handschriften moeten wij echter het laatste woord pisteusaiweglaten en dan is de zin deze: “U spreekt van de macht, van Mijn macht – maar u vergeet de macht die u hebt en wier aanwending de onmisbare voorwaarde tot goed resultaat is. De Heere had in het toneel dat voor Zijn ogen was, het gebrek aan geloof, de zwakheid van het geloof, die overal bestond, waargenomen. Nu Hij van den berg van de verheerlijking neerdaalde, moest Hij dit gebrek met verhoogde droefheid opmerken; door middel toch van hun geloof wilde Hij de wereld redden, de mensen tot geloof dringen. Daarom beveelt Hij de wachtende niet om naar de mate van macht en naar de diepte van medelijden bij de Meester te vragen, maar een onderzoekende blik te werpen op de graad van zijn eigen geloof. Alleen de gelovige gebeurt naar zijn wens, maar hem is ook alles mogelijk. Maken wij hier een leerzame vergelijking! Evenals de Heere hier tot de biddenden vader spreekt, spreekt Hij onmiddellijk daarop (MATTHEUS. 17: 20) ook tot de discipelen: “Als u geloof hebt, zal niets onmogelijk zijn; ” maar de bedoeling is in beide gevallen niet geheel gelijk. Tot de eerste had Hij gezegd: door het geloof kunt u alles verkrijgen, niets zal voor u onbereikbaar zijn; aan deze daarentegen geeft Hij de verzekering: door het geloof kunt u alles verrichten, niets zal voor u te moeilijk zijn. Daar wordt gezegd: met de hand van het geloof kunt u alles grijpen, ook het ver afliggende goed van de hemel tot u naar beneden trekken; maar hier: uw geloofshand kan alle vijandige machten overwinnen, alle geweld ten onder brengen. Daar het wachtende, biddende geloof in zijn overwinning; hier het handelend, werkend geloof in zijn gevolg. Wij gaan nog verder. In beide gevallen is het dezelfde waarheid: de gelovige is niets onmogelijk; maar is in beide gevallen ook het omgekeerde: “alleen de gelovige is het mogelijk” even waar? En zo niet, in welke van beide is het absoluut, in welke slechts relatief waar? Het antwoord is het volgende: ook het zwakkere geloof is voldoende om te nemen, want het heeft met een barmhartige Heer te doen; een sterker geloof is daarentegen nodig tot werken, want dan staat het tegenover de machten van de duisternis die zich willen laten gelden. Het weerwoord van de Heere bracht de ontroering van de vader in het proces van de sterkste beweging; de uitslag was eigenlijk geheel in zijn hand gelegd, nu was hij er dan zelf voor verantwoordelijk. Hij voelt die last zeer zeker. Wij willen wel op het “meteen” geen al te groot gewicht leggen; het betekent bij Markus vaak alleen de eenvoudige voortgang, zonder juist op haast en spoed te doelen, maar het “roepende” geeft meer te kennen dan een luid uitgesproken antwoord; het geeft te kennen dat diepe aandoening aanwezig is: Wat mij aangaat, ik wil graag alle voorwaarden vervullen; wat Gij verlangt, ik zal het doen. Gij begeert geloof: nu ik geloof, wil geloven; en voldoet U mijn geloof niet, doe zelf mijn ongeloof te niet. ” Wij van ons standpunt mogen nu een welgevallen in deze belijdenis hebben, maar het is meer dan twijfelachtig of het de Heere bevredigend is voorgekomen. Die geweldige verheffing van het gevoel, die kunstmatige opwinding, verklaard en gemotiveerd door de gestelde voorwaarde – hoe ver staat zij beneden het “grote” geloof van de Kananese vrouw, en het “zo’n” geloof van de hoofdman te Kapernaum! Maar er was toch duidelijk een kiem van het geloof aanwezig en Hij, die het gekrakte riet niet verbreekt, veracht die niet. Misschien zou Hij onder andere omstandigheden het gesprek nog hebben voortgezet, maar daartoe was geen gelegenheid; de Heere gaat dadelijk over tot de genezing, omdat Hij Zich genoodzaakt ziet door het volk, dat zich verzamelt, af te zien van verdere pogingen tot verzorging van de ziel.
De man had gesproken alsof het alleen aan Jezus macht of onmacht lag dat zijn zoon geholpen zou worden en hij had zijn twijfel daarbij niet verborgen. Jezus zegt omgekeerd wat het kunnen aangaat, wanneer u zegt “als gij kunt” dan geldt die voorwaarde u, alles is mogelijk voor degene die gelooft. De vader begrijpt ook het antwoord van Jezus: ik heb wel geloof, zegt hij, maar ik voel hoe weinig het voldoende is om hier te verrichten wat nodig is; ontferm U echter ondanks dat over mij, help mij, al moet ik mijn geloof zelf ongelovig noemen. De gedachte van de man is niet, zoals men vaak verklaart, dat de Heere eerst zijn geloof zou sterken (Luk. 17: 5), opdat hij daarna daardoor hulp zou kunnen verkrijgen, maar dat hij ook nu, in die toestand, die betrekkelijk ongeloof was, toch zou helpen; dat het geloof daardoor zou toenemen is de noodzakelijke vrucht en het gevolg.
Ook het beangstigde vaderhart kan het geloof leiden, evenals het beangstigde moederhart bij de Kanaanitische.
Hier is nog deze moeilijkheid dat het lijkt alsof het geloof van de vader de zoon hielp (vgl. MATTHEUS. 8: 5 vv. ; 15: 22 vv. ). Het ligt zeer voor de hand aan een besloten zijn van de nakomelingen in de ouders te denken, zoals dat in Hebr. 7: 5 is uitgesproken en ook in Rom. 5: 12 vv. aan de hele voorstelling van de verhouding van Adam en Christus tot de mensheid te grondslag ligt.
Er bestaat zeker tussen ouders en kinderen een diepe, innige verwantschap en samenstemming. Zeer gewichtig is juist deze plaats voor het wezen van het geloof. Jezus leert niets; het is niet te doen om mededeling en aanneming van een waarheid uit het gebied van de kennis, maar slechts om de inwendige stemming en vatbaarheid voor het goddelijke, om met God in de nauwste gemeenschap te zijn. Het is dus niet zozeer het bewustzijn van een waarheid, maar het aanwezig zijn van een werkelijkheid, een wezenlijke gemeenschap met God. Deze is niet alleen van gewicht voor hem die daarin staat, maar rijk in zegen voor allen die hem toebehoren, te rijker in zegen naarmate zij hem nader zijn; daarom dringt ook Jezus zo aan op het geloof van de vader, omdat hij zo zichzelf en zijn zoon het best zou helpen.
Intussen werd het woeden van de bezeten knaap steeds heviger en Jezus, die zag dat de menigte gezamenlijk toeliep, wilde de zaak snel ten einde brengen, bestrafte de onreine geest en zei tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik, de Meester, beveel u, die Mijn discipelen niet wilde gehoorzamen, ga uit van hem en kom niet meer in hem.
En de roepende onreine geest scheurde de knaap erg en ging uit, voor het laatst op die manier zijn woede tonend; en het kind leek dood, zodat velen zeiden dat het gestorven was.
En Jezus greep hem bij de hand, richtte hem op en hij stond op.
Christus kan in onze geschiedenis vergeleken worden met een veldheer, die een bijna verloren slag van zijn legermacht weer herstelt.
Hij spreekt de bozen geest uitvoerig aan; Hij stelt een: “Ik beveel u!” tegenover het gebod van de discipelen, dat zo machteloos was geweest en daardoor de duivel zo stout had gemaakt. Hij voegt er verder tot volkomen geruststelling voor vader en zoon en alle hoorders het bevel bij, dat alleen hier voorkomt, dat hij voor altijd moest uitvaren en niet weer in hem komen mocht; nu moet de dove horen wat hem geboden is, nu wijkt de boze met een laatste woede.
En toen Hij in het huis gegaan was waar Hij Zijn verblijf in die landstreek hield, vroegen Zijn discipelen Hem, zonder dat zij nu door de volkshoop of andere getuigen omringd waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? Lag het aan bijzondere omstandigheden of is dit een soortvan bezetene, over welke Gij ons in Hoofdst. 3: 15 nog geen macht hebt gegeven?
En Hij zei tot hen: Dit geslacht van de duivels kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten. Daartoe is een gewone mate van geloof niet voldoende, maar er behoort de volste geloofs-energie toe, die alleen door de nauwste vereniging met God en de meest besliste losmaking van de wereld verkregen wordt.
De kracht van het geloof is op de almacht van God gegrond, die de gelovigen haar diensten niet weigert. Het mag echter geen tasten en proberen of beproeven zijn, maar moet een ontwijfelbare zekerheid van het begeren wezen, zoals die alleen mogelijk is bij volle zekerheid van roeping en opdracht, waarin wij handelen en van op Gods woord gegrond vertrouwen van de geest. Niet iedereen bezit en niet overal bezit hij die mate en die zekerheid van vertrouwen; zij is een genadegift en wordt verleend wanneer en aan wie de Heere wil (1 Kor. 12: 9 v. ). Er wordt echter niet verlangd de voldoende graad van geloofs-energie en vastheid, zoals de overmeestering van die boze geesten vereist, maar een terugtrekken van het gemoed uit de afleiding van de vele indrukken uit deze wereld, die verslappend zijn en de krachten verteren. Zoals Petrus op die zee zich onafgewend moest houden aan het woord van de Heere, ondanks wind en golven die rondom hem bruisten, zo moet de ziel door vasten en bidden zich geschikt maken om alles te plaatsen onder het woord van de Heere en onder de kracht van Zijn macht en genade. Dan is zij ook werkelijk tegen alle aanvallen bestand; ontbreekt het daarentegen de ziel aan die oefening, dan bestaat het gevaar dat zij bezwijkt, zoals het nu de discipelen was gegaan, terwijl zij vroeger al duivelen hadden uitgeworpen.
a) En van daar gingen zij uit de landstreek van Cesarea Filippi weg en reisden zij door Galilea op de bij Matth. 17: 22 en 24 genoemde weg en Hij hield Zich nergens op. Hij vermeed bij Zijn aankomst te Kapernaum alle opzien, want Hij wilde niet dat iemand wist, dat Hij weer daar was. Hij wilde al de tijd tot Zijn heengaan uit Galilea met de discipelen alleen doorbrengen.
MATTHEUS. 16: 21; 20: 18. Mark. 8: 31; 10: 33. Luk. 18: 31; 24: 7.
Want Hij kwam regelmatig weer terug op het thema van Hoofdstuk 8: 31 en leerde Zijn discipelen en zei tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van de mensen en zij zullen Hem doden en, gedood zijnde, zal Hij op de derde dag weer opstaan.
Ziedaar de grootheid van deze koning. Ziedaar Zijn hoogste eer. Hij kan schitteren: Hij wil zegenen. Hij kan heersen: Hij komt behouden. Een kroon, die allen zou hebben verblind, legt Hij af voor een kruis, dat allen tot zich trekken zal. . . Welaan! indien dit de eer van de Koning is, waarin moeten dan de onderdanen van deze Koning de hun stellen waarin de ware grootheid zoeken? Als het voor hen in een weg van navolging geschieden moet, waar is hij dan hier?
Maar zij verstonden dat woord niet, omdat zij de duidelijke zin daarvan niet konden geloven en zij vreesden Hem te vragen om niet aan gedachten plaats te geven, die met hun eigen meningen en wensen geheel in strijd waren.
Het woord van Zijn geweldige dood sprak hun verwachtingen zozeer tegen, dat zij die niet wilden of konden denken; daarom vroegen zij niet om nadere verklaring. De plaats is een Christelijk psychologisch voorbeeld, dat ons toont hoe moeilijk het is tot een overtuiging te komen, die tegen onze vorige mening en onze wil is gekant, hoe moeilijk de wereld met haar mening omtrent Christus en de Christenen zelf met hun wereldbeschouwing tot een juist inzien in het geheim van het kruis komen.
Zoveel begrepen zij ervan, dat zij er niet graag meer van hoorden. Ook deze verloochening werd van die koninklijke liefde gevergd en zij bracht haar zonder murmureren of tegenspreken. De weg naar het kruis, waar Zijn vijanden Hem wachtten, bewandelde de Zoon des mensen alleen, ofschoon door dierbare vrienden omringd; alleen en niet begrepen.
X. Vs. 33-50.KruisverwijzingenMattheüs 18:3→Mattheüs 12:30→Lukas 11:23→Mattheüs 18:6→Lukas 9:49→Mattheüs 10:42→Markus 10:42→Markus 10:16→
— En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn. En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar. En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen: Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft. En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt. Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons. Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen. En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in de zee geworpen ware.
Met voorbijgaan van de geschiedenis van de tempelschatting, die voor Christelijke gemeenten uit de heidenen geen nader belang had 17: 24) bericht onze Evangelist nog het een en ander uit de laatste gesprekken, die Jezus met Zijn discipelen in Galilea heeft gehouden. Ook hier treedt Petrus op de achtergrond, zoals dat menigmaal en opzettelijk in het voor ons liggend Evangelie het geval is.
En Hij kwam te Kapernaum en in het huis van Petrus, waar Hij Zijn woning had genomen, gekomen zijnde, vroeg Hij hen: Waarover had u woorden onder elkaar op de weg hierheen (vs. 30)?
Zij zwegen echter, omdat zij zich schaamden het juiste antwoord te geven; want zij waren op de weg onder elkaar in woorden geweest over de vraag wie de meeste zou zijn.
En Hij ging zitten als een rechter, die de vraag zal beslissen en riep de twaalf, opdat Zijn woord, dat Hij nu zou spreken, hen niet zou voorkomen als een woord dat als terloops was geuit, maar zij al het gewicht daarvan zouden voelen. En Hij zei tot hen: a) Als iemand de eerste wil zijn, die zal de laatste van allen zijn en dienaar van allen, anders zal hij zijn wens niet vervuld zien.
MATTHEUS. 20: 27. Mark. 10: 43.
En hij nam een kind, dat misschien tot de familie van Petrus behoorde en plaatste dat midden onder hen, a) omving het met Zijn armen en zei tot hen:
Mark. 10: 16.
a)Wie een van zulke kinderen zal ontvangen in Mijn naam, zodat Zijn persoonlijke betrekking tot Mij hem daartoe dwingt en beweegt, die ontvangt Mij; en wie Mij zal ontvangen, die ontvangt niet Mij niet, maar Degene die Mij gezonden heeft.
Joh. 13: 20.
Jezus kent Zichzelf zo geheel als de persoonlijke uitdrukking van de wil van God, dat wat men Hem doet, onmiddellijk aan God gedaan wordt. En weer zo omvattend is Zijn liefde voor God en mensen, dat ook de zaak van het kleinste lid Gods en Zijn eigen zaak is. In plaats van dus te vragen, wie de grootste was en wie meer, wie minder betekende, moesten zij vragen, wie zij het meest konden dienen, wie het behoeftigste was; want hoe geringer en behoeftiger iemand is, des te meer treedt Hij in hem, die de allergrootste is, Jezus en God zelf, als hulpeisend ons tegen.
Moet dit: Als iemand de eerste wil zijn, die zal de laatste van allen zijn en dienaar van allen, zoveel betekenen als: wie brandt van begeerte om de eerste te zijn (zo als Gregorius de Grote zich servus servorum noemde, om de eerste te worden)? Maar zou zo’n ootmoed enige waarde hebben? Onmogelijk kan de Heere willen zeggen dat het klein worden een middel zou zijn om groot te worden. Zijn woord wil de weg wijzen op welke men in het rijk van God groot wordt zonder het te willen worden en deze weg is de zelfverloochening. Omdat de Heere van de hemel in de gedaante van een dienstknecht rondwandelde, moet ook Zijn kerk deze gedaante hebben.
Ootmoed is eer. Dienen is groot zijn. In dienende liefde zich achter, zich beneden allen stellen; geen verloochening te groot, geen dienst te gering achten, in eigen oog en besef klein te zijn, graag de minste te wezen en het minste zowel als het grootste te doen en dat alles in nederige eenvoudigheid, zonder zelfs over meest of minst te denken, dat maakt, hetzij men Petrus heette of Johannes en in het openbaar tot grote dingen geroepen is, hetzij men een onbekende naam draagt en onopgemerkt voorbij gaat, tot een eerste en voornaamste in het rijk van Hem die gekomen is niet om gediend te worden, maar om te dienen. Ziedaar wat Hij ons zelf ons en diep wil doen voelen, zowel door het woord dat Hij spreekt, als door het stellen, door het omhelzen van een kind in het midden van de kring van hen, die Hij tot apostelen verkozen heeft.
En Johannes werd door het in Mijn naam met zijn gedachte op een zaak gebracht, die in verband scheen te staan met datgene waarover werd gesproken. Hij antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben iemand gezien die deduivelen uitwierp in Uw naam, door middel van het uitspreken van die en toch hij is een die ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt. Wij wilden hem het recht niet geven zich van Uw naam te bedienen.
Jezus zei echter: Verbiedt hem niet; want er is niemand die een kracht doen zal in Mijn naam en snel kwaad van Mij kunnen spreken. Dat men Mijn naam bezigt, komt voort uit een zekere mate van geloof en wanneer nu ook de ervaring van de kracht van Mijn naam daarbij komt, zal hij niet lichtvaardig ten opzichte van Mij zijn; zijn eigen daad moet hem dit onmogelijk maken (1 Kor. 12: 3).
Hier is het tegenovergestelde van het in MATTHEUS. 12: 30 uitgesproken woord van toepassing: want wie niet tegen ons is, die is voor ons.
Want wie u een beker water te drinken zal geven in Mijn naam, omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon niet verliezen (MATTHEUS. 10: 42).
Johannes verkreeg door het woord van Jezus aanleiding tot deze mededeling. Nu ontstond de vraag hij hem, hoe ver men daarin dan moest gaan, om het voorhanden zijn van Zijn naam ook in anderen buiten de discipelen te veronderstellen. Zo werd het voor hem een behoefte
van het hart om de Heere te laten beslissen over een geval waarin hij met zijn medegenoten de uiterste strengheid had gebruikt. Men had namelijk aangenomen dat wie zich niet openlijk bij de Heere aansloot en Hem volgde, ook geen recht had op Zijn naam. Jezus geeft nu de discipelen te overdenken dat de werking die in Zijn naam uitstroomde, niet groter kon zijn dan de inwendige erkenning van die, dat het dus verderfelijk is, de tedere kleine beginselen van zulk een erkennen door haastige eisen te vernietigen. Opdat zij hem in dit heilig gebied van tedere beginselen toch geen halmpje knakken, keert Hij Zijn koningswoord: “wie niet voor Mij is, die is tegen Mij, ” voor hen in het woord van de discipelen om: “Wie niet tegen ons is, die is voor ons. ” Zo moeten zij in alle mensen, die zich niet tegen hen hebben uitgesproken bevorderaars van hun zaak zien, omdat niet alleen alle beginselen, maar ook alle voorbereidingen van het geloof, ook de kleinste voor heilig moeten worden gehouden als bestanddelen van het goddelijk zaad van Christus, ook nog om reden dat zij die tegenstanders van Christus discipelen zijn, het overal snel genoeg bekend maken. Nog eens scherpt Hij hen dit in: wie u een beker water te drinken zal geven in Mijn naam, omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon niet verliezen; de achting en liefde, die u ook in geringe mate van de mensen in de wereld om Christus wil of in Zijn naam, zelfs in uitwendige betoning van liefde ten dele wordt, bewijst dat zij in enige geestelijke betrekking met Hem staan, die onder Zijn zegen toeneemt.
Johannes stelt door zijn mededeling de vraag, hoe ver dan de bepaling “in Mijn naam” zich uitstrekt en hoe ver de discipelen zich door kennis en gebruik van Jezus naam verbonden moeten verbonden iemand voor zo een te erkennen, in wie zij Jezus voor zich hebben. De Heere geeft, Zich aansluitend aan het voorgestelde geval, als regel dat men daarop moet letten of de werken die iemand verricht, die zich op Jezus naam beroept, met het wezen van die naam overeenkomen. In dat geval is bij hem een inwendige betrekking, een werkelijke opening voor Jezus aanwezig en het gebruiken van Jezus naam is meer dan een woord dat door onverschillige harten even gemakkelijk als het is aangeleerd, met het tegenovergestelde kan worden geruild; terwijl daarentegen de gelijkheid in het uitwendige leven, dat de discipelen van Jezus als zodanig leiden, geen absoluut vertrouwbaar middel is voor deze beslissing en juist daarom moeten zij de grenzen van deze gelijkheid in levensvorm niet voor dezelfde houden als de grenzen van het gebied dat tot Jezus behoort. Het laatste is zo ruim, dat zij ook daar waar zij geen onmiddellijk vijandige tegenstand ontmoeten, als een behoren tot en toegekeerd zijn tot Jezus en tot hen mogen veronderstellen. Daarom kunnen zij uit de kleinste dienst, uit een uitwendige beleefdheid die men hen bewijst, op hun titel dat zij dienaren van Christus zijn, afleiden dat men voor hen is; zo’n dienst is dan voor zo’n beslist teken te houden van gevoel voor Jezus, dat hem een onverliesbaar loon kan worden toegezegd.
De zaak van Jezus kan ook gediend worden door degenen die nog niet met volle beslistheid aan Zijn kant staan (Hand. 5: 34 vv. ): dit mag men terughouden noch verhinderen. Anders is het ten opzichte van de persoonlijke beslissing omtrent de persoonlijke gesteldheid van de harten tegenover Jezus. Dan is van toepassing MATTHEUS. 12: 30 en in dat opzicht moeten ook degenen op wie het woord van toepassing is: “die niet tegen ons is, is voor ons, ” nog een stap verder doen wanneer zij niet op het laatst zichzelf in gevaar willen brengen en uiteindelijk bij de tegenstanders gerekend willen worden (MATTHEUS. 7: 23). Toch is het billijk en gepast hen daartoe gelegenheid te laten.
Wij moeten bij anderen de draden opzoeken die hen aan Christus verbinden. Het geloof ontstaat in een mens niet opeens volledig; hij heeft zijn voorbereiding, die moet worden opgemerkt. Er is een inwendige, hoewel nog zwakke neiging tot de Verlosser zonder volkomen uitwendige gemeenschap.
Had Johannes wellicht met zijn medeapostelen en die belijder van Jezus, die in Zijn naam krachten deed en in wie hij gee andere misdaad had kunnen ontdekken, dan dat hij Hem niet volgde (zich niet openlijk aan Zijn, Hem overal volgende, discipelen aansloot) door gekwetste hoogmoed zo’n kind gekwetst als waarvan de Heere had gesproken? Dit bekruipt hem. En die Heere, die eenmaal het doen van vele krachten, ja het uitwerpen van boze geesten in Zijn naam geenszins voor een onfeilbaar bewijs van Hem toe te behoren heeft willen laten doorgaan, geeft een nieuw bewijs van naijverige zorg van Zijn liefde voor de rust en de eer van de kleinen, die in Hem geloven, Hij geeft het door liever allen die niet tegen Hem zijn, tegen het voorbarig oordeel of de liefdeloze vermoedens van Zijn discipelen in bescherming te nemen, dan een enkele daaraan bloot te stellen in wie echt de ootmoed en liefde van een echte discipel zou kunnen zijn, een eerste in het Koninkrijk der hemelen uit de kostelijken in Zijn oog.
En, om nu op Mijn boven (vs. 37) afgebroken rede terug te komen, wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het zou beter zijn als hem een molensteen om zijn hals werd gedaan en dat hij in de zee geworpen zou worden, dan dat hij vrij rondgaat en anderen ergert.
En indien uw hand u ergert, houw ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
Waar, zoals in Jes. 66: 24 staat, de worm van de verdoemden niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
En als uw voet u ergert, houw hem af; het is voor u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel te worden geworpen, in het onuitblusselijk vuur.
Waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
En indien uw oog u ergert, werp het uit; het is voor u beter met slechts een oog het koninkrijk Gods in te gaan, dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden.
Waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
Evenals men zich er voor behoeden moet anderen in het geloof twijfelend te maken, als voor een verwoesting van het hoogste, dat een menselijke ziel kan hebben, zo moet men er ook voor waken niet zelf van het geloof af te vallen, ook niet ter wille van dat, wat volgens de natuurlijke orde ons waardig schijnt om behouden en bewaard te blijven.
Wie zou nog aan hel en helse verdoemenis kunnen twijfelen, nu Christus de waarheid zo sterk bevestigd en verzekerd heeft?
Volgens de beste handschriften komen de woorden: “Waar hun worm enz. ” slechts een keer, namelijk in vs. 48 voor. Daardoor verkrijgt de rede een opmerkelijke opklimming, omdat het zwaarste wat gezegd kan worden haar eindelijk besluit.
Want eenieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.
a) Het zout is goed; maar als het zout onzout wordt waarmee zult u dat smakelijk maken? b) Heb zout in uzelf en houd vrede onder elkaar.
MATTHEUS. 5: 13. Luk. 14: 34. b)Rom. 12: 18. Hebr. 12: 14.
Onder het Oude Testament werd ieder offer gezouten en van ieder offer werd iets verbrand met vuur. Dat haalt Christus hier aan en Hij verklaart het geestelijk, namelijk de oude mens door het Evangelie als door een zout wordt gekruisigd en gezouten, want ons lichaam is het ware offer. (Rom. 12.
In vs. 48 is duidelijk de waarschuwing ten einde die in vs. 45 begon; dus kan geen verklaring van vs. 49 v. juist zijn, die niet in enig opzicht met die waarschuwing samenhangt, in plaats van met de zin, die aan de gehele voorstelling vs. 45-48 ten grondslag ligt, namelijk dat de discipel van Jezus bereid moet zijn in een conflict van zijn natuurlijk belang met zijn geloof, ook het dierbaarste over te geven om de schat van het geloof te behouden. Daarom verwacht men een zin met “want” die zegt dat zulke aanvechtingen noodzakelijk moeten komen en zo’n zin komt hier dan ook werkelijk voor, wanneer men maar geen verwarring in de rede daardoor brengt, dat men het “met vuur” in de eerste helft van vs. 49 als een onderscheidend teken van het eerste “gezouten worden” opvat tegenover het tweede, door het “met zout” nader bepaalde d. i. als een tweede middel om te kruiden naast het zout, maar de rede in dat opzicht juist verstaat, dat hier over een zouten, voor het vuur verteld wordt. Het offer is voor het vuur bestemd: door het louterende vuur komt het als welgevallige gave tot God en wordt het tot een liefelijke reuk. Maar opdat het tot God komt moet het vooraf worden gezouten. Als het ongezouten zou zijn en in het vuur komt zou het de verbranding voor God niet aangenaam zijn en het offer tevergeefs. Zo is de mens in zijn vleselijke natuur onbekwaam voor de gemeenschap met God; hij heeft het vuur nodig: d. i. het lijden en de verdrukking in het vlees, opdat zijn geest voor God vrij wordt en met dat doel worden zij door God gezonden. Maar alleen in dat geval komt hij uit dit vuur zoals de bedoeling is, als een voor God welgevallig offer te voorschijn, wanneer hij zout bij zich heeft en bij zich behoudt. Wat het zout betekent kan volgens de samenhang niet twijfelachtig zijn, het is het geloof in zijn zedelijk vernieuwende kracht, het geloof dat bewaard moet worden ook door het afhouwen van hand, voet en oog. Dus is de zin van vs. 49 volgens de samenhang deze: Geeft voor uw geloof ook het liefste over, houdt uw geloof vast dat van u zo’n zelfverloochening in het natuurlijke eist; want het Godsrijk wordt verwezenlijkt door een gericht over het vlees, omdat uw weg door het vuur van het lijden gaat. Voor God aangenaam kunt u daaruit alleen te voorschijn komen, wanneer u het geloof op die manier behoudt, dat u omwille van Hem het liefste overgeeft en verloochent. Zo is het dan zeker een goede zaak, het zout (vs. 50) d. i. het is een goed, dat werkelijk waarde heeft, het geloof te bezitten, maar alleen wanneer met dat in zijn zedelijk vernieuwende kracht tegenover het vlees stelt. Laat men het stomp worden, doordat men naar het vlees leeft evenals vroeger, voordat men geloofde, dan is het gedaan met het zegerijk blijven staan in de bestrijding, dan laat men het varen en men ergert zich. Het is een onherstelbaar verlies. Zo zeker als men zout door andere middelen niet weer zout kan maken, zo zeker is het onmogelijk de goddelijke kracht van het geloof door eigen middelen te vergoeden. De zin van het tweede gedeelte van het vers, die zich aan deze gedachte aansluit, besluit de gehele vermaning. In zichzelf moeten zij zout hebben, scherp moet men zijn tegen zichzelf, zoals het geloof dat tegen het natuurlijke leven strijdt eist; maar tegenover elkaar moet men de dienst van de vrede uitoefenen. Beide, het zelfverloochenend vasthouden aan het geloof en de zelfverloochende liefde omtrent de broeders had Jezus in deze hele vermanende rede aanbevolen. Aan de laatste herinnert Hij hier nog eens, omdat een ontevredenheid, uit zelfzucht voortgesproten, de aanleiding tot het gesprek had gegeven.
Het altaar-vuur vormt een tegenstelling tot het vuur van de hel. Het is het goddelijk vuur, waarin de mens vrijwillig met zijn offer ingaat om niet aan het gedwongen helse vuur te worden overgegeven; als wij onszelf oordelen worden wij niet geoordeeld. Die opoffering moet niet voortkomen uit vrees, maar uit liefdevolle gehoorzaamheid, niet als een daad van vrees, maar vrijwillig als een daad van de Geest, van de gehoorzaamheid en dat betekent het zout.
Niet alleen zij die verloren gaan, maar ook zij die behouden worden zullen door het vuur als met zout besprengd worden; de laatsten echter niet door het vuur van het oordeel, maar van de Heilige Geest. – Zoals de offerande voor God niet heilig was zonder met zout besprengd te zijn, zo ook de mens niet die niet gedoopt is met de Heilige Geest die hem voor het bederf van de zonde bewaart. Heb in uzelf wat uzelf van het bederf bevrijdt en anderen voor het bederf bewaart: de genade, de waarheid, de Heilige Geest.
Wij moeten onszelf voor de Heere en onze God tot levende offeranden stellen (Rom. 12: 1) en als zodanig met zout gezouten zijn; onze bedorven neigingen moeten onderdrukt en gedood worden en wij moeten in onze zielen een geur van genade hebben. Zij die dat zout van de genade bezitten moeten ook tonen dat zij het bezitten, dat zij zout in zichzelf hebben, een levend beginsel van de genade in hun harten, dat de bedorven neigingen uit de ziel uitbant, die onze God zouden beledigen, of onze eigen gewetens, zoals onrein voedsel onreine spijze doet. Ons woord moet altijd met zout zijn besprengd, van genade doortrokken, zodat geen onreine mededeling uit onze mond gaat, maar wij die haten. Laat ons, de schrik voor de Heere kennend, dit zo doen.
Gezegende Jezus, Gij brengt goede berichten. Wie van de profeten onder de wet heeft ooit de verschrikkingen van de Heere in zo’n ontzaglijk licht gesteld als waarin Gij ze geplaatst hebt? Mochten wij allen werkelijk de smart ontvluchten die komen zal en als wij niet op ene of andere dag met vuur gezouten willen worden, mogen dan nu onze harten van Uw genade worden doortrokken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel