Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 9

1 En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 er sommigenG5100 zijnG1510 van degenen, die hier staanG2476, die den doodG2288 niet zullen smakenG1089, totdat zij zullen hebben gezienG3708, dat het KoninkrijkG932 GodsG2316 metG1722 krachtG1411 gekomenG2064 is. En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.

KJV And1 he said2 unto them,3 Verily4 I say5 unto you, That7 there be some9 of them that stand12 here,11 which13 shall16 not taste of death,17 till18 they have seen the kingdom22 of God24 come25 with26 power.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 5 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 12 εστηκοτων G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 13 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 γευσωνται G1089 smaken, gesmaakt, eten eat, taste 17 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 18 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 19 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 20 ιδωσιν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 25 εληλυθυιαν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En na zesG1803 dagenG2250 namG3880 JezusG2424 met Zich PetrusG4074, enG2532 JakobusG2385, enG2532 JohannesG2491, enG2532 brachtG399 henG846 opG1519 een hogenG5308 bergG3735 bezijdenG2596 alleen; enG2532 Hij werd voor hen van gedaante veranderdG3339. En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.

KJV And1 after2 six4 days3 Jesus7 taketh5 with him Peter,9 and10 James,12 and13 John,15 and16 leadeth17 them18 up into19 an high21 mountain20 apart22 by themselves:24 and25 he was transfigured26 before27 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 εξ G1803 zes, Zes six 5 παραλαμβανει G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιωαννην G2491 Johannes John 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αναφερει G399 bracht, offeren, gedragen bear, bring (carry, lead) up, offer (up) 18 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 21 υψηλον G5308 hogen, hoge, hoger high(-er, -ly) (esteemed) 22 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 23 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 24 μονους G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 μετεμορφωθη G3339 gedaante veranderd, veranderd, veranderd gedaante change, transfigure, transform 27 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 28 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 Zijn klederenG2440 werdenG1096 blinkendeG4744, zeer wit alsG5613 sneeuwG5510, hoedanigeG3634 geenG3756 vollerG1102 opG1909 aardeG1093 zo wit maken kanG1410. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.

Ook in dit vers witG3021 witG3022

KJV And1 his4 raiment3 became5 shining,6 exceeding8 white7 as9 snow;10 so as11 no16 fuller12 on13 earth15 can17 white

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 στιλβοντα G4744 blinkende shining 7 λευκα G3022 witte, wit, witten white 8 λιαν G3029 zeer, uitermate exceeding, great(-ly), sore, very (+ chiefest) 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 χιων G5510 sneeuw snow 11 οια G3634 hoedanige, hoedanigen, Hoedanig so (as), such as, what (manner of), which 12 γναφευς G1102 voller fuller 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 18 λευκαναι G3021 wit make white, whiten
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En van henG846 werd gezienG3708 EliasG2243 met MozesG3475, enG2532 zij sprakenG2258 met JezusG2424. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus.

KJV And1 there appeared unto them3 Elias4 with5 Moses:6 and7 they were talking9 with Jesus.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 5 συν G4862 met, samen met beside, with 6 μωσει G3475 Mozes Moses 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 συλλαλουντες G4814 gesproken, samensprekende, sprak commune (confer, talk) with, speak among 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 PetrusG4074, antwoordendeG611, zeideG3004 tot JezusG2424: RabbiG4461, het is goedG2570, dat wij hier zijnG1510, enG2532 laat ons drieG5140 tabernakelenG4633 makenG4160, voor UG4771 eenG1520, enG2532 voor MozesG3475 eenG1520, enG2532 voor EliasG2243 eenG1520. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een.

KJV And1 Peter4 answered2 and said5 to Jesus,7 Master,8 it is good9 for us to be here:12 and14 let us make15 three17 tabernacles;16 one for thee, and20 one for Moses,21 and23 one for Elias.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 9 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ημας G1473 mij, ik I, me 12 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 13 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ποιησωμεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 16 σκηνας G4633 tabernakel, tabernakelen, tabernakels habitation, tabernacle 17 τρεις G5140 drie, Drie three 18 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 19 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 μωσει G3475 Mozes Moses 22 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ηλια G2243 Elias, Elia Elias 25 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Want hij wistG1492 nietG3756, watG5101 hij zeideG2980; wantG1063 zijG1510 waren zeer bevreesdG1630. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.

KJV For2 he wist3 not1 what4 to say;5 for7 they were sore afraid.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 λαληση G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 εκφοβοι G1630 bevreesd sore afraid, exceedingly fear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En er kwam een wolkG3507, die henG846 overschaduwdeG1982, enG2532 een stemG5456 kwamG2064 uitG1537 de wolkG3507, zeggendeG3004: DezeG3778 isG1510 Mijn geliefdeG27 ZoonG5207, hoortG191 HemG846! En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!

KJV And1 there was2 a cloud3 that overshadowed4 them:5 and6 a voice8 came7 out of9 the cloud,11 saying,12 This13 is my beloved19 Son:16 hear21 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 νεφελη G3507 wolk, wolken cloud 4 επισκιαζουσα G1982 overschaduwde, beschaduwen, overschaduwd overshadow 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νεφελης G3507 wolk, wolken cloud 12 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 μου G1473 mij, ik I, me 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αγαπητος G27 geliefden, geliefde, Geliefden (dearly, well) beloved, dear 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 haastelijkG1819 rondom ziendeG4017, zagenG1492 zij niemandG3762 meer, dan JezusG2424 alleen bij zichG1438. En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.

KJV And1 suddenly,2 when they had looked round about,3 they saw no man5 any more,4 save7 Jesus9 only with11 themselves.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξαπινα G1819 haastelijk suddenly 3 περιβλεψαμενοι G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 4 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 5 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 6 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 11 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG1161 als zij vanG575 den bergG3735 afkwamenG2597, geboodG1291 Hij hun, dat zij niemandG3367 verhalenG1334 zouden, hetgeenG3739 zij gezienG3708 hadden, dan wanneer de ZoonG5207 des mensenG444 uitG1537 de dodenG3498 zou opgestaanG450 zijn. En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn.

KJV And2 as they3 came down1 from4 the mountain,6 he charged7 them8 that9 they should tell11 no man10 what things12 they had seen, till16 the Son18 of man20 were risen23 from21 the dead.

1 καταβαινοντων G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορους G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 7 διεστειλατο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 11 διηγησωνται G1334 verhalen, verhaalde, verhaalden declare, shew, tell 12 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 22 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 23 αναστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 zij behieldenG2902 dit woordG3056 bijG4314 zichzelvenG1438, vragendeG4802 onder elkander, watG5101 het wasG1510, uitG1537 de dodenG3498 opstaanG450. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.

KJV And1 they kept4 that saying3 with5 themselves,6 questioning one with another7 what8 the rising13 from11 the dead12 should mean.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 4 εκρατησαν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 συζητουντες G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 13 αναστηναι G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 zij vraagdenG1905 HemG846, zeggendeG3004: Waarom zeggenG3004 de SchriftgeleerdenG1122, datG3754 EliasG2243 eerstG4412 komenG2064 moetG1163? En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet?

KJV And1 they asked2 him,3 saying,4 Why5 say6 the scribes8 that9 Elias10 must11 first13 come?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτων G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 ηλιαν G2243 Elias, Elia Elias 11 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 12 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 totG1909 henG846: EliasG2243 zal wel eerstG4412 komenG2064, en allesG3956 wederoprichtenG600; en het zal geschieden, gelijk geschrevenG1125 is van den ZoonG5207 des mensenG444, datG2443 Hij veelG4183 lijdenG3958 zal en verachtG1847 worden. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden.

KJV And2 he answered3 and told them,5 Elias6 verily7 cometh8 first,9 and restoreth10 all things;11 and12 how13 it is written14 of15 the Son17 of man,19 that20 he must suffer22 many things,21 and23 be set at nought.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 7 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 8 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 10 αποκαθιστα G600 hersteld, oprichten, wedergegeven restore (again) 11 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 14 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 20 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 21 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 22 παθη G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εξουδενωθη G1847 veracht set at nought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 MaarG235 Ik zegG3004 uG4771, datG3754 ookG2532 EliasG2243 gekomenG2064 is, enG2532 zij hebben hem gedaanG4160 al wat zij gewildG2309 hebben, gelijk van hemG846 geschrevenG1125 is. Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.

KJV But1 I say2 unto you, That4 Elias6 is7 indeed5 come, and8 they have done9 unto him10 whatsoever11 they listed,12 as13 it is written14 of15 him.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 7 εληλυθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 12 ηθελησαν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 13 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 14 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 15 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En als Hij bijG4314 de discipelenG3101 gekomenG2064 was, zagG1492 Hij een grote schareG3793 rondomG4012 henG846, enG2532 enige SchriftgeleerdenG1122 met henG846 twistendeG4802. En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende.

KJV And1 when he came2 to3 his disciples,5 he saw a great8 multitude7 about9 them,10 and11 the scribes12 questioning13 with them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 πολυν G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 13 συζητουντας G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 terstondG2112 de geheleG3956 schareG3793 HemG846 ziendeG1492, werd verbaasdG1568, enG2532 toelopendeG4370 groettenG782 zij Hem. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.

KJV And1 straightway2 all3 the people,5 when they beheld him,7 were greatly amazed,8 and9 running to10 him saluted11 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εξεθαμβηθη G1568 verbaasd affright, greatly (sore) amaze 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 προστρεχοντες G4370 liep, toelopende run (thither to, to) 11 ησπαζοντο G782 Groet, groeten, groet embrace, greet, salute, take leave 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 Hij vraagdeG1905 den SchriftgeleerdenG1122: WatG5101 twistG4802 gij met dezenG846? En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 he asked2 the scribes,4 What5 question ye6 with7 them?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτησεν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 συζητειτε G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 eenG1520 uitG1537 de schareG3793, antwoordendeG611, zeideG2036: MeesterG1320, ikG1473 heb mijn zoonG5207 totG4314 UG4771 gebrachtG5342, die een stommenG216 geestG4151 heeft. En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft.

KJV And1 one3 of4 the multitude6 answered2 and said, Master,8 I have brought9 unto13 thee my son,11 which hath15 a dumb17 spirit;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 9 ηνεγκα G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 15 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 16 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 17 αλαλον G216 stommen, stomme dumb

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En waar hij hem ookG2532 aangrijptG2638, zo scheurtG4486 hijG846 hem, enG2532 schuimtG875, enG2532 knerstG5149 met zijn tandenG3599, enG2532 verdortG3583; enG2532 ik heb Uw discipelenG3101 gezegdG2036 datG2443 zij hem zouden uitwerpenG1544, enG2532 zij hebben nietG3756 gekundG2480. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund.

KJV And1 wheresoever2 he taketh5 him,4 he teareth6 him:7 and8 he foameth,9 and10 gnasheth11 with his14 teeth,13 and15 pineth away:16 and17 I spake to thy disciples20 that22 they should cast24 him23 out; and25 they could27 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 καταλαβη G2638 gegrepen, aangrijpt, begrepen apprehend, attain, come upon, comprehend, find, obtain, perceive, (over-)take 6 ρησσει G4486 bersten, breek, scheurde break (forth), burst, rend, tear 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αφριζει G875 schuimende, schuimt foam 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τριζει G5149 knerst gnash 12 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οδοντας G3599 tanden, tand tooth 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ξηραινεται G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 εκβαλωσιν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 27 ισχυσαν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Hij antwoorddenG611 hemG846, en zeideG3004: O ongelovigG571 geslachtG1074, hoeG2193 langG4219 zal Ik nog bij ulieden zijnG1510, hoeG2193 langG4219 zal Ik uG4771 nog verdragenG430? BrengtG5342 hemG846 totG4314 Mij. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.

Ook in dit vers totG4314

KJV He answereth3 him,4 and2 saith,5 O6 faithless8 generation,7 how long9 shall I be with11 you? how long14 shall I suffer16 you? bring18 him19 unto20 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ω G5599 o (aanroep) O 7 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 8 απιστος G571 ongelovigen, ongelovige, ongelovig that believeth not, faithless, incredible thing, infidel, unbeliever(-ing) 9 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 10 ποτε G4219 wanneer?, hoe lang? + how long, when 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εσομαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 15 ποτε G4219 wanneer?, hoe lang? + how long, when 16 ανεξομαι G430 verdragen, verdraagt, verdroegt bear with, endure, forbear, suffer 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 φερετε G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 21 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij brachtenG5342 denzelvenG846 totG4314 Hem; enG2532 als hij Hem zagG1492, scheurdeG4682 hemG846 terstondG2112 de geestG4151; enG2532 hij vallendeG4098 opG1909 de aardeG1093, wenteldeG2947 zich al schuimendeG875. En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.

KJV And1 they brought2 him3 unto4 him:5 and6 when he saw him,8 straightway9 the spirit11 tare12 him;13 and14 he fell15 on16 the ground,18 and wallowed19 foaming.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηνεγκαν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 εσπαραξεν G4682 scheurende, scheurde, scheurt rend, tear 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 εκυλιετο G2947 wentelde wallow 20 αφριζων G875 schuimende, schuimt foam

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Hij vraagdeG1905 zijn vaderG3962: Hoe langenG4214 tijdG5550 isG1510 het, dat hem ditG3778 overkomenG1096 is? En hij zeideG2036: Van zijn kindsheidG3812 af. En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af.

KJV And1 he asked2 his5 father,4 How long6 is it ago7 since9 this came11 unto him?12 And14 he said, Of a child.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτησεν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ποσος G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 7 χρονος G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 παιδιοθεν G3812 kindsheid of a child

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 menigmaalG4178 heeft hij hem ookG2532 inG1519 het vuurG4442 enG2532 in het waterG5204 geworpenG906, om hemG846 te verdervenG622; maarG235 zoG1487 Gij ietsG5101 kuntG1410, wees met innerlijke ontferming overG1909 ons bewogenG4697, en helpG997 ons. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.

KJV And1 ofttimes2 it hath cast7 him3 into4 the fire,6 and8 into5 the waters,10 to11 destroy12 him:13 but14 if thou canst17 do any thing, have compassion20 on21 us, and help18 us.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πολλακις G4178 menigmaal, dikmaals, dikwijls oft(-en, -entimes, -times) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 7 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 υδατα G5204 water, wateren, waters water 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 απολεση G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 16 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 17 δυνασαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 18 βοηθησον G997 help, hulp, geholpen help, succor 19 ημιν G1473 mij, ik I, me 20 σπλαγχνισθεις G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 21 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 ημας G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: ZoG1487 gij kuntG1410 gelovenG4100, alleG3956 dingen zijn mogelijkG1415 dengene, die gelooftG4100. En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.

KJV Jesus3 said unto him,5 If7 thou canst8 believe,9 all things10 are possible11 to him that believeth.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 δυνασαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 9 πιστευσαι G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 10 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 δυνατα G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πιστευοντι G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 terstondG2112 de vaderG3962 des kindsG3813, roependeG2896 metG3326 tranenG1144, zeideG3004: IkG1473 geloofG4100, HeereG2962! komG997 mijn ongelovigheidG570 te hulpG997. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.

KJV And1 straightway2 the father5 of the child7 cried out,3 and said10 with8 tears,9 Lord,12 I believe;11 help thou13 mine unbelief.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 κραξας G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παιδιου G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 8 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 δακρυων G1144 tranen tear 10 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 πιστευω G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 12 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 βοηθει G997 help, hulp, geholpen help, succor 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 απιστια G570 ongeloof, ongelovigheid, ongeloofs unbelief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En JezusG2424 ziendeG1492, datG3754 de schareG3793 gezamenlijk toeliepG1998, bestrafteG2008 den onreinenG169 geestG4151, zeggendeG3004 tot hemG846: Gij stommeG216 en doveG2974 geestG4151! IkG1473 beveelG2004 u, ga uitG1537 van hemG846, en komG1525 niet meer inG1519 hemG846. En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem.

KJV When2 Jesus4 saw that5 the people7 came running together,6 he rebuked8 the foul12 spirit,10 saying13 unto him,14 Thou dumb18 and19 deaf20 spirit,16 I21 charge23 thee, come24 out of25 him,26 and27 enter29 no more28 into30 him.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 επισυντρεχει G1998 toeliep come running together 7 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ακαθαρτω G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 13 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αλαλον G216 stommen, stomme dumb 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 κωφον G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 21 εγω G1473 mij, ik I, me 22 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 23 επιτασσω G2004 gebiedt, gebood, beval charge, command, injoin 24 εξελθε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 25 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 29 εισελθης G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 30 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 31 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En hij, roependeG2896 en hem zeer scheurendeG4682, ging uit; enG2532 het kindG1096 werd als doodG3498, alzo dat velenG4183 zeidenG3004, datG3754 het gestorvenG599 was. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.

KJV And1 the spirit cried,2 and3 rent5 him6 sore,4 and came out of him:7 and8 he was9 as10 one dead;11 insomuch12 that15 many13 said,14 He is dead.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κραξαν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 σπαραξαν G4682 scheurende, scheurde, scheurt rend, tear 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 11 νεκρος G3498 doden, dood, dode dead 12 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 13 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En JezusG2424, hem bij de handG5495 grijpendeG2902, richtteG1453 hemG846 op; en hij stondG450 op. En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.

KJV But2 Jesus3 took4 him5 by the hand,7 and lifted8 him9 up; and10 he arose.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 κρατησας G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χειρος G5495 handen, hand hand 8 ηγειρεν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 als Hij inG1519 huisG3624 gegaanG1525 was, vraagdenG1905 HemG846 Zijn discipelenG3101 alleen: Waarom hebben wij hemG846 nietG3756 kunnen uitwerpenG1544? En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?

KJV And1 when he3 was come2 into4 the house,5 his8 disciples7 asked9 him10 privately,11 Why13 could16 not15 we cast17 him18 out?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθοντα G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 επηρωτων G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 ημεις G1473 mij, ik I, me 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ηδυνηθημεν G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 17 εκβαλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 18 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En Hij zeideG2036 tot hen: DitG3778 geslachtG1085 kanG1410 nergensG3762 door uitgaanG1831, dan doorG1722 biddenG4335 enG2532 vastenG3521. En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.

KJV And1 he said unto them,3 This kind6 can9 come forth10 by7 nothing,8 but by13 prayer14 and15 fasting.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γενος G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ουδενι G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 9 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 εξελθειν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 προσευχη G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 νηστεια G3521 vasten fast(-ing)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En van daar weggaandeG1831, reisdenG3899 zij doorG1223 GalileaG1056; enG2532 Hij wildeG2309 nietG3756, datG2443 het iemandG5100 wistG1097. En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist.

KJV And1 they departed3 thence,2 and passed4 through5 Galilee;7 and8 he would10 not9 that11 any man12 should know

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there 3 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 παρεπορευοντο G3899 voorbijgingen, reisden, voorbijgaande go, pass (by) 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 13 γνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Want Hij leerdeG1321 Zijn discipelenG3101, enG2532 zeideG3004 tot henG846: De ZoonG5207 des mensenG444 zal overgeleverdG3860 worden inG1519 de handenG5495 der mensenG444, en zij zullen Hem dodenG615, enG2532 gedoodG615 zijnde, zal Hij ten derdenG5154 dageG2250 wederopstaanG450. Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.

KJV For2 he taught1 his5 disciples,4 and6 said7 unto them,8 The Son11 of man13 is delivered14 into15 the hands16 of men,17 and18 they shall kill19 him;20 and21 after that he is killed,22 he shall rise26 the third24 day.

1 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 χειρας G5495 handen, hand hand 17 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αποκτενουσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 αποκτανθεις G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 25 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 26 αναστησεται G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 MaarG1161 zij verstondenG50 dat woordG4487 niet, en zij vreesdenG5399 HemG846 te vragenG1905. Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.

KJV But2 they understood not3 that saying,5 and6 were afraid7 to ask9 him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηγνοουν G50 onwetende, onbekend, kennende (be) ignorant(-ly), not know, not understand, unknown 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ρημα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 επερωτησαι G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En Hij kwam te KapernaumG2584, enG2532 in het huisG3614 gekomen zijndeG1096, vraagdeG1905 Hij hun: Waarvan hadt gij woordenG1260 onderG1722 elkander op den wegG3598? En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 he came2 to3 Capernaum:4 and5 being9 in6 the house8 he asked10 them,11 What12 was it that ye disputed18 among16 yourselves17 by13 the way?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 16 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 17 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 18 διελογιζεσθε G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 DochG1161 zij zwegenG4623; wantG1063 zij waren onder elkanderG240 in woordenG1256 geweest op den wegG3598, wieG5101 de meesteG3187 zou zijn. Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 they held their peace:3 for6 by8 the way10 they had disputed7 among4 themselves,5 who11 should be the greatest.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εσιωπων G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 6 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 7 διελεχθησαν G1256 handelde, handelende, sprak dispute, preach (unto), reason (with), speak 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 EnG2532 nedergezetenG2523 zijnde, riepG5455 Hij de twaalvenG1427, enG2532 zeideG3004 tot henG846: IndienG1487 iemandG1536 wilG2309 de eersteG4413 zijn, die zal de laatsteG2078 van allen zijnG1510, enG2532 allerG3956 dienaarG1249. En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

KJV And1 he sat down,2 and called3 the twelve,5 and6 saith7 unto them,8 If any man desire11 to be first,12 the same shall be last16 of all,15 and17 servant19 of all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καθισας G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 3 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 θελει G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 12 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 13 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 εσχατος G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 διακονος G1249 dienaar, dienaars, diakenen deacon, minister, servant

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG2532 nemendeG2983 een kindekenG3813, steldeG2476 HijG846 dat middenG1722 onder henG846, enG2532 omvingG1723 het met Zijn armenG1723, en zeideG2036 tot henG846: En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:

KJV And1 he took2 a child,3 and set4 him5 in6 the midst7 of them:8 and9 when he had taken10 him11 in his arms, he said unto them,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 4 εστησεν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 5 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εναγκαλισαμενος G1723 armen, omving take up in arms 11 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 ZoG1437 wieG3739 eenG1520 van zodanigeG5108 kinderkensG3813 zal ontvangenG1209 in Mijn NaamG3686, die ontvangtG1209 Mij; enG2532 zoG1437 wieG3739 MijG1473 zal ontvangenG1209, die ontvangtG1209 MijG1473 nietG3756, maarG235 Dien, Die MijG1473 gezondenG649 heeft. Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.

KJV Whosoever1 shall receive7 one3 of such5 children6 in8 my name,10 receiveth13 me: and14 whosoever15 shall receive18 me, receiveth21 not19 me, but22 him that sent24 me.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τοιουτων G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 6 παιδιων G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 7 δεξηται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 εμε G1473 mij, ik I, me 13 δεχεται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 17 εμε G1473 mij, ik I, me 18 δεξηται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 εμε G1473 mij, ik I, me 21 δεχεται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 22 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αποστειλαντα G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 25 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En JohannesG2491 antwoorddeG611 HemG846, zeggendeG3004: MeesterG1320! wij hebben een gezienG3708, die de duivelenG1140 uitwierpG1544 inG1722 Uw NaamG3686, welke ons nietG3756 volgtG190; en wij hebben het hem verbodenG2967, omdatG3754 hij ons nietG3756 volgtG190. En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.

KJV And2 John5 answered1 him,3 saying,6 Master,7 we saw one9 casting out17 devils18 in thy name,15 and19 he followeth21 not20 us: and23 we forbad24 him,25 because26 he followeth28 not27 us.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιωαννης G2491 Johannes John 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 8 ειδομεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εκβαλλοντα G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 18 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 19 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 22 ημιν G1473 mij, ik I, me 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εκωλυσαμεν G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 27 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 28 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 29 ημιν G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 DochG1161 JezusG2424 zeideG2036: VerbiedtG2967 hemG846 nietG3361; wantG1063 er isG1510 niemandG3762, dieG3739 een krachtG1411 doenG4160 zal in Mijn NaamG3686, en haastelijkG5035 van MijG1473 zal kunnen kwalijk sprekenG2551. Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken.

KJV But2 Jesus3 said, Forbid6 him7 not:5 for9 there is no man8 which11 shall do12 a miracle13 in14 my name,16 that18 can19 lightly20 speak evil21 of me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 κωλυετε G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 17 μου G1473 mij, ik I, me 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 δυνησεται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 20 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly 21 κακολογησαι G2551 vloekt, kwaadsprekende, kwalijk spreken curse, speak evil of 22 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 WantG1063 wie tegenG2596 ons nietG3756 is, die is voor ons. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.

KJV For2 he that1 is not3 against5 us is on8 our part.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 8 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ημων G1473 mij, ik I, me 12 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 13 ημων G1473 mij, ik I, me 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Want zo wieG3739 ulieden een bekerG4221 waterG5204 zal te drinkenG4222 geven inG1722 Mijn NaamG3686, omdatG3754 gij discipelen van ChristusG5547 zijtG1510, voorwaarG281 zegG3004 IkG1473 uG4771, hijG846 zal zijn loonG3408 geenszinsG3364 verliezenG622. Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

KJV For2 whosoever1 shall give4 you a cup6 of water7 to drink in8 my name,10 because12 ye belong to Christ,13 verily15 I say16 unto you, he shall20 not lose his23 reward.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 ποτιση G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 5 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 7 υδατος G5204 water, wateren, waters water 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 14 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 16 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 απολεση G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in de zee geworpen ware.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En zoG1487 wieG3739 een vanG4012 dezeG3778 kleinenG3398, die in MijG1473 gelovenG4100, ergertG4624, het ware hemG846 beterG2570, dat een molensteenG3037 om zijn halsG5137 gedaan ware, enG2532 dat hijG846 inG1519 de zeeG2281 geworpenG906 ware. En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in de zee geworpen ware.

Ook in dit vers wareG4029

KJV And1 whosoever2 shall offend4 one5 of these little ones7 that believe13 in14 me, it is better16 for him18 that20 a millstone22 were hanged21 about24 his27 neck,26 and28 he were cast29 into30 the sea.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 σκανδαλιση G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 5 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μικρων G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 10 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πιστευοντων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 εμε G1473 mij, ik I, me 16 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 20 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 21 περικειται G4029 omvangen, ware, liggende be bound (compassed) with, hang about 22 λιθος G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 23 μυλικος G3457 mill(-stone) 24 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 τραχηλον G5137 hals neck 27 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 βεβληται G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 30 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 31 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 θαλασσαν G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 indienG1437 uw handG5495 uG4771 ergertG4624, houwtG609 ze af; het isG1510 uG4771 beterG2570 verminktG2948 totG1519 het levenG2222 in te gaan, danG2228 de tweeG1417 handenG5495 hebbendeG2192, heen te gaanG565 in de helG1067, inG1519 het onuitblusselijkG762 vuurG4442; En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;

KJV And1 if2 thy hand6 offend3 thee, cut8 it9 off: it is better10 for thee to enter17 into14 life16 maimed,13 than18 having22 two20 hands21 to go23 into24 hell,26 into27 the fire29 that never shall be quenched:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 σκανδαλιζη G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 4 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χειρ G5495 handen, hand hand 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 αποκοψον G609 houwt, afgehouwen, afgesneden cut off 9 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 11 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 κυλλον G2948 lammen, verminkt maimed 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 17 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 21 χειρας G5495 handen, hand hand 22 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 γεενναν G1067 hel, helse, helle hell 27 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 30 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 ασβεστον G762 onuitblusselijk not to be quenched, unquenchable
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt. Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

KJV Where1 their4 worm3 dieth6 not,5 and7 the fire9 is11 not10 quenched.

1 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 σκωληξ G4663 worm worm 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 τελευτα G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 σβεννυται G4570 uitgeblust, uitblussen, Blust go out, quench
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 EnG2532 indienG1437 uw voetG4228 uG4771 ergertG4624, houwtG609 hemG846 af; het isG1510 uG4771 beterG2570 kreupelG5560 totG1519 het levenG2222 in te gaan, danG2228 de tweeG1417 voetenG4228 hebbendeG2192, geworpenG906 te worden in de helG1067, inG1519 het onuitblusselijkG762 vuurG4442; En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur;

KJV And1 if2 thy foot4 offend6 thee, cut8 it9 off: it is better10 for thee to enter13 halt17 into14 life,16 than18 having22 two20 feet21 to be cast23 into24 hell,26 into27 the fire29 that never shall be quenched:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πους G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 σκανδαλιζη G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 7 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 8 αποκοψον G609 houwt, afgehouwen, afgesneden cut off 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 17 χωλον G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 21 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 22 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 βληθηναι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 γεενναν G1067 hel, helse, helle hell 27 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 30 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 ασβεστον G762 onuitblusselijk not to be quenched, unquenchable
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt. Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

KJV Where1 their4 worm3 dieth6 not,5 and7 the fire9 is11 not10 quenched.

1 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 σκωληξ G4663 worm worm 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 τελευτα G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 σβεννυται G4570 uitgeblust, uitblussen, Blust go out, quench
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 EnG2532 indienG1437 uw oog u ergertG4624, werptG1544 het uit; het isG1510 uG4771 beterG2570 maar een oog hebbende inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 in te gaan, danG2228 tweeG1417 ogenG3788 hebbendeG2192, inG1519 het helseG1067 vuurG4442 geworpenG906 te worden; En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;

Ook in dit vers oogG3442 oogG3788

KJV And1 if2 thine eye4 offend6 thee, pluck8 it9 out: it is better10 for thee to enter14 into15 the kingdom17 of God19 with one eye,13 than20 having23 two21 eyes22 to be cast24 into25 hell27 fire:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 σκανδαλιζη G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 7 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εκβαλε G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 11 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 μονοφθαλμον G3442 oog with one eye 14 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 21 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 22 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 23 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 24 βληθηναι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 γεενναν G1067 hel, helse, helle hell 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Waar hunG846 wormG4663 nietG3756 sterftG5053, enG2532 het vuurG4442 nietG3756 uitgeblustG4570 wordt. Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

KJV Where1 their4 worm3 dieth6 not,5 and7 the fire9 is11 not10 quenched.

1 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 σκωληξ G4663 worm worm 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 τελευτα G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 σβεννυται G4570 uitgeblust, uitblussen, Blust go out, quench
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 WantG1063 een ieder zal met vuurG4442 gezoutenG233 worden, enG2532 iedereG3956 offerandeG2378 zal met zoutG251 gezoutenG233 worden. Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.

KJV For2 every one1 shall be salted4 with fire,3 and5 every6 sacrifice7 shall be salted9 with salt.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 πυρι G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 4 αλισθησεται G233 gezouten salt 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 θυσια G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice 8 αλι G251 zout salt 9 αλισθησεται G233 gezouten salt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 Het zoutG217 is goedG2570; maarG1161 indienG1437 het zoutG217 onzoutG358 wordtG1096, waarmede zult gij dat smakelijkG741 maken? HebtG2192 zoutG217 inG1722 uzelven, en houdt vredeG1514 onderG1722 elkanderG240. Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.

KJV Salt3 is good:1 but5 if4 the salt7 have lost9 his saltness,8 wherewith10 will ye season13 it?12 Have14 salt17 in15 yourselves,16 and18 have peace19 one21 with20 another.

1 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αλας G217 zout salt 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αλας G217 zout salt 8 αναλον G358 onzout X lose saltness 9 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αρτυσετε G741 smakelijk, besprengd season 14 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 17 αλας G217 zout salt 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ειρηνευετε G1514 vrede, vreedzaam be at (have, live in) peace, live peaceably 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 αλληλοις G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 9:1 Mattheüs 25:31 Johannes 8:51 Lukas 22:18 Lukas 9:27 Hebreeën 2:9 Mattheüs 16:28 Mattheüs 24:30 Lukas 22:30
Markus 9:2 Lukas 9:28 Mattheüs 17:1 Markus 5:37 Exodus 24:13 Exodus 34:29 Jesaja 33:17 Markus 14:33 2 Korinthe 3:7
Markus 9:3 Mattheüs 28:3 Daniël 7:9 Maleachi 3:2 Openbaring 19:18 Psalmen 68:14 Psalmen 104:1 Handelingen 10:30 Jesaja 1:18
Markus 9:4 Lukas 9:30 Handelingen 3:21 1 Petrus 1:10 Lukas 9:19 Mattheüs 17:3 Deuteronomium 34:5 Mattheüs 11:13 Johannes 5:45
Markus 9:5 Mattheüs 23:7 Psalmen 62:2 Johannes 14:8 Johannes 14:21 Openbaring 22:3 1 Johannes 3:2 Filippenzen 1:23 Exodus 33:17
Markus 9:6 Markus 16:5 Openbaring 1:17 Daniël 10:15
Markus 9:7 Mattheüs 3:17 2 Petrus 1:17 Markus 1:11 Psalmen 2:7 Johannes 1:49 Handelingen 1:9 Johannes 5:22 Daniël 7:13
Markus 9:8 Handelingen 8:39 Lukas 24:31 Handelingen 10:16 Lukas 9:36
Markus 9:9 Mattheüs 17:9 Markus 5:43 Lukas 24:46 Markus 9:30 Mattheüs 27:63 Mattheüs 16:21 Markus 8:29 Markus 10:32
Markus 9:10 Johannes 12:33 Johannes 16:17 Johannes 16:29 Genesis 37:11 Lukas 24:7 Mattheüs 16:22 Markus 9:32 Johannes 2:19
Markus 9:11 Maleachi 4:5 Maleachi 3:1 Mattheüs 11:14 Markus 9:4 Mattheüs 17:10
Markus 9:12 Lukas 23:11 Jesaja 53:1 Mattheüs 3:1 Zacharia 13:7 Jesaja 49:7 Psalmen 22:1 Jesaja 52:14 Psalmen 69:1
Markus 9:13 Mattheüs 11:14 Lukas 1:17 Mattheüs 17:12 Markus 6:14 Lukas 3:19 Mattheüs 14:3 Handelingen 7:52
Markus 9:14 Lukas 9:37 Mattheüs 17:14 Lukas 11:53 Markus 12:14 Hebreeën 12:3 Markus 2:6 Markus 11:28
Markus 9:15 Exodus 34:30 Markus 9:2
Markus 9:16 Lukas 5:30 Markus 8:11
Markus 9:17 Lukas 11:14 Markus 9:25 Johannes 4:47 Mattheüs 17:15 Markus 5:23 Mattheüs 12:22 Markus 10:13 Markus 7:26
Markus 9:18 Handelingen 7:54 Markus 9:26 Lukas 9:39 Judas 1:13 Job 16:9 2 Koningen 4:29 Mattheüs 17:19 Markus 9:28
Markus 9:19 Johannes 20:27 Deuteronomium 32:20 Mattheüs 17:17 Psalmen 78:22 Lukas 9:41 Markus 16:14 Lukas 24:25 Numeri 32:13
Markus 9:20 Markus 1:26 1 Petrus 5:8 Lukas 4:35 Lukas 9:42 Markus 9:26 Markus 5:3 Job 1:10 Job 2:6
Markus 9:21 Handelingen 9:33 Handelingen 4:22 Handelingen 14:8 Handelingen 3:2 Lukas 8:43 Job 14:1 Johannes 9:20 Job 5:7
Markus 9:22 Mattheüs 9:28 Mattheüs 14:31 Mattheüs 15:22 Mattheüs 20:34 Lukas 7:13 Mattheüs 8:2 Mattheüs 8:8 Markus 1:40
Markus 9:23 Johannes 11:40 Mattheüs 17:20 Markus 11:23 Hebreeën 11:6 Lukas 17:6 Mattheüs 21:21 2 Kronieken 20:20 Handelingen 14:9
Markus 9:24 2 Timotheüs 1:4 Efeze 2:8 Lukas 17:5 2 Thessalonicenzen 1:11 Filippenzen 1:29 2 Thessalonicenzen 1:3 Hebreeën 12:2 2 Korinthe 2:4
Markus 9:25 Handelingen 16:18 Markus 9:15 Zacharia 3:2 Jesaja 35:5 Markus 5:7 Lukas 11:14 Mattheüs 12:22 Mattheüs 9:32
Markus 9:26 Markus 9:20 Openbaring 12:12 Markus 9:18 Exodus 5:23 Markus 1:26
Markus 9:27 Markus 1:31 Markus 5:41 Jesaja 41:13 Markus 1:41 Markus 8:23 Handelingen 9:41 Handelingen 3:7
Markus 9:28 Markus 7:17 Mattheüs 15:15 Markus 4:34 Markus 4:10 Mattheüs 13:10 Mattheüs 17:19 Mattheüs 13:36
Markus 9:29 Jakobus 5:15 2 Korinthe 12:8 2 Korinthe 11:27 Daniël 9:3 Mattheüs 17:20 Handelingen 9:40 2 Koningen 4:33 2 Korinthe 6:5
Markus 9:30 Lukas 9:43 Mattheüs 17:22 Markus 6:31 Mattheüs 27:22
Markus 9:31 Mattheüs 16:21 Markus 9:12 Markus 8:31 Mattheüs 20:18 Lukas 24:44 Mattheüs 20:28 Lukas 24:26 Mattheüs 26:2
Markus 9:32 Lukas 2:50 Lukas 18:34 Lukas 9:45 Markus 9:10 Johannes 16:19 Johannes 12:16 Markus 8:33 Markus 16:14
Markus 9:33 Lukas 9:46 Mattheüs 17:24 Mattheüs 18:1 Psalmen 139:1 Hebreeën 4:13 Johannes 2:25 Markus 2:8 Johannes 21:17
Markus 9:34 Mattheüs 20:21 Lukas 9:46 3 Johannes 1:9 Filippenzen 2:3 Markus 9:50 Romeinen 12:10 Mattheüs 18:1 Lukas 22:24
Markus 9:35 Markus 10:42 Lukas 22:26 Spreuken 13:10 Mattheüs 20:25 Jeremia 45:5 Lukas 14:10 Lukas 18:14 Mattheüs 23:11
Markus 9:36 Markus 10:16 Mattheüs 18:2 Mattheüs 19:14
Markus 9:37 Mattheüs 18:3 Lukas 10:16 Mattheüs 10:40 Johannes 10:30 Lukas 9:48 Mattheüs 25:40 Johannes 5:23 Mattheüs 18:10
Markus 9:38 Lukas 9:49 Numeri 11:26 Lukas 11:19
Markus 9:39 1 Korinthe 12:3 1 Korinthe 9:27 Filippenzen 1:18 Mattheüs 7:22 Markus 10:13 1 Korinthe 13:1 Handelingen 19:13 Mattheüs 13:28
Markus 9:40 Mattheüs 12:30 Lukas 11:23
Markus 9:41 Mattheüs 10:42 Galaten 3:29 Mattheüs 25:40 Johannes 19:25 Galaten 5:24 Romeinen 8:9 1 Korinthe 3:23 2 Korinthe 10:7
Markus 9:42 Mattheüs 18:6 Mattheüs 18:10 Lukas 17:1 Openbaring 6:9 1 Korinthe 10:32 Openbaring 16:6 Filippenzen 1:10 2 Petrus 2:2
Markus 9:43 Mattheüs 5:29 Mattheüs 25:41 Mattheüs 3:12 Mattheüs 5:22 Mattheüs 18:8 1 Petrus 2:1 Titus 2:12 Kolossenzen 3:5
Markus 9:45 Markus 9:43 Mattheüs 18:8 Mattheüs 5:22
Markus 9:47 Mattheüs 18:9 Markus 9:43 Mattheüs 5:22 Lukas 14:26 Galaten 4:15 Filippenzen 3:7 Mattheüs 5:28 Psalmen 119:37
Markus 9:48 Jesaja 66:24 Markus 9:43 Mattheüs 25:41
Markus 9:49 Leviticus 2:13 Ezechiël 43:24
Markus 9:50 Kolossenzen 4:6 Romeinen 12:18 2 Korinthe 13:11 Mattheüs 5:13 Hebreeën 12:14 Efeze 4:29 Job 6:6 Lukas 14:34
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 9 vers 1

Voorwaar, Zie hiervan de aantekeningen Matt. 16:28 .

Hertaald: Voorwaar, Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 16:28.

staan, Dat is, tegenwoordig zijn.

Hertaald: staan, Dat is: aanwezig zijn.

met kracht gekomen is Grieks, in kracht; dat is krachtiglijk, alzo dat zulks niemand zal kunnen tegenstaan.

Hertaald: met kracht gekomen is Grieks: in kracht; dat is: krachtig, zo dat niemand het zal kunnen weerstaan.

Markus 9 vers 2

na zes dagen Zie hiervan, alsook van de gehele verandering van Christus, de aantekeningen Matt. 17:1 , enz.

Hertaald: na zes dagen Zie hierover, en over de hele verheerlijking van Christus, de aantekeningen bij Matth. 17:1, enzovoort.

Markus 9 vers 4

spraken met Jezus Waarvan zij spraken; zie Luc. 9:31 .

Hertaald: spraken met Jezus Waarover zij spraken, zie Luk. 9:31.

Markus 9 vers 5

tabernakelen maken, Of, hutten.

Hertaald: tabernakelen maken, Of: hutten.

Markus 9 vers 6

wat hij zeide; Of, wat hij zeggen zou.

Hertaald: wat hij zeide; Of: wat hij zeggen zou.

bevreesd Het Griekse woord betekent door vrees als buiten zichzelven worden, of bovenmate zeer bevreesd zijn.

Hertaald: bevreesd Het Griekse woord betekent: door vrees als buiten zichzelf raken, of bovenmate bevreesd zijn.

Markus 9 vers 10

dit woord bij zichzelven, Dat is, deze zaak. Een Hebreeuwse manier van spreken.

Hertaald: dit woord bij zichzelven, Dat is: deze zaak. Een Hebreeuwse manier van spreken.

wat het was, uit de doden opstaan Dit wordt van hen gevraagd, niet dat zij twijfelden aan de algemene opstanding uit de doden, want die was bij de Joden wel bekend, Joh. 11:24 ; Hand. 23:8 ; maar omdat zij niet verstonden hoe de Messias zou sterven en opstaan eer hij zijn rijk zou oprichten.

Hertaald: wat het was, uit de doden opstaan Dit vragen zij niet omdat zij twijfelden aan de algemene opstanding uit de doden — die was bij de Joden goed bekend, Joh. 11:24; Hand. 23:8 — maar omdat zij niet begrepen hoe de Messias zou sterven en opstaan vóórdat Hij Zijn rijk zou oprichten.

Markus 9 vers 12

gelijk geschreven is Grieks, hoe.

Hertaald: gelijk geschreven is Grieks: hoe.

veracht worden Grieks, vernietigd, of als niet geacht; dat is, ten uiterste versmaad worden.

Hertaald: veracht worden Grieks: vernietigd, of als niets geacht; dat is: uiterst versmaad worden.

Markus 9 vers 14

de discipelen gekomen was, Namelijk de andere negen, die met Christus op den berg niet waren geweest.

Hertaald: de discipelen gekomen was, Namelijk de andere negen, die niet met Christus op de berg geweest waren.

twistende Dat is, twistende.

Hertaald: twistende Dat is: in twist gewikkeld.

Markus 9 vers 15

werd verbaasd, Het schijnt hieruit dat er nog enige glinstering in het aangezicht van Christus zou overgebleven zijn, gelijk in Mozes' aangezicht was, Ex. 34:29-30 , waardoor zij verbaasd zijn geworden.

Hertaald: werd verbaasd, Hieruit lijkt het erop dat er nog enige glans op het aangezicht van Christus was achtergebleven, zoals op het aangezicht van Mozes, Ex. 34:29-30, waardoor zij verbaasd raakten.

Markus 9 vers 16

met dezen? Anders, onder elkander.

Hertaald: met dezen? Anders: onder elkaar.

Markus 9 vers 17

stommen geest heeft Grieks, sprakelozen; dat is, die hem zijne spraak benomen had of verhinderde.

Hertaald: stommen geest heeft Grieks: sprakeloze; dat is: een geest die hem zijn spraak ontnomen had of belette.

Markus 9 vers 18

waar hij hem ook aangrijpt, Of, zo wanneer.

Hertaald: waar hij hem ook aangrijpt, Of: wanneer ook maar.

verdort; Dat is, verdwijnt of vergaat door deze kwelling.

Hertaald: verdort; Dat is: hij vermagert of gaat achteruit door deze kwelling.

gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, Dat is, van hen verzocht.

Hertaald: gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, Dat is: hen daarom gevraagd.

Markus 9 vers 20

scheurde hem terstond de geest; Van dit woord zie Marc. 1:26 . De duivel toont hier nog te meer zijne wreedheid, omdat hij wist dat hij zich verwijderen moest. Zie Openb. 12:12 .

Hertaald: scheurde hem terstond de geest; Zie over dit woord Mark. 1:26. De duivel toont hier des te meer zijn wreedheid, omdat hij wist dat hij weg moest. Zie Openb. 12:12.

Markus 9 vers 22

te verderven; Dat is om te brengen.

Hertaald: te verderven; Dat is: om te brengen.

Markus 9 vers 26

hij, roepende en hem zeer scheurende, Namelijk de onreine geest.

Hertaald: hij, roepende en hem zeer scheurende, Namelijk de onreine geest.

Markus 9 vers 28

Hij in huis gegaan was, Namelijk Jezus.

Hertaald: Hij in huis gegaan was, Namelijk Jezus.

Markus 9 vers 29

Dit geslacht kan nergens door uitgaan, Namelijk der duivelen.

Hertaald: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, Namelijk van de duivelen.

door bidden en vasten Of, door het gebed en het vasten. Zie Matt. 17:21 .

Hertaald: door bidden en vasten Of: door het gebed en het vasten. Zie Matth. 17:21.

Markus 9 vers 31

zal overgeleverd worden Grieks, wordt overgeleverd.

Hertaald: zal overgeleverd worden Grieks: wordt overgeleverd.

Markus 9 vers 32

dat woord niet, Dat is, die zaak. Want zij verstonden wel enigszins de woorden, maar begrepen en namen niet ter harte de zaak zelve, overmits zij zich altijd een werelds koninkrijk onder Christus inbeeldden, Matt. 17:23 .

Hertaald: dat woord niet, Dat is: die zaak. Want zij begrepen de woorden wel enigszins, maar zij vatten de zaak zelf niet en namen die niet ter harte, omdat zij zich altijd een werelds koninkrijk onder Christus voorstelden, Matth. 17:23.

Markus 9 vers 33

het huis gekomen zijnde, Namelijk waar hij gewoon was te huis te zijn. Zie Matt. 4:13 .

Hertaald: het huis gekomen zijnde, Namelijk het huis waar Hij gewoonlijk thuis was. Zie Matth. 4:13.

Markus 9 vers 35

die zal de laatste van allen zijn, Of, die zij; dat is, die behoort zich alzo te gedragen, alsof hij de laatste en aller dienaar ware; Matt. 20:26 .

Hertaald: die zal de laatste van allen zijn, Of: die zij; dat is: die behoort zich zo te gedragen alsof hij de laatste en de dienaar van allen was; Matth. 20:26.

Markus 9 vers 37

Mij niet, Dat is, niet zozeer mij, of niet alleen mij.

Hertaald: Mij niet, Dat is: niet zozeer Mij, of: niet alleen Mij.

Markus 9 vers 39

kracht doen zal in Mijn Naam, Dat is, krachtig werk of wonderteken.

Hertaald: kracht doen zal in Mijn Naam, Dat is: een krachtig werk of wonderteken.

kwalijk spreken Dat is, lasteren of vloeken, dewijl hij bekent met deze zijne daad dat de kracht uit mij komt.

Hertaald: kwalijk spreken Dat is: lasteren of vloeken, aangezien hij met deze daad erkent dat de kracht van Mij komt.

Markus 9 vers 40

tegen ons niet is, Dat is, die zich niet alleen tegen ons niet stelt, maar ook zulks doet, waarmede de eer mijns naams bevorderd wordt, al volgt hij ons gezelschap niet. Zodat hij hier niet spreekt van degenen, die zich in de zaak van Christus onzijdig houden, die elders bestraft worden; Matt. 12:30 . Anders, tegen u en voor u.

Hertaald: tegen ons niet is, Dat is: wie zich niet alleen niet tegen ons keert, maar ook iets doet waarmee de eer van Mijn naam bevorderd wordt, ook al sluit hij zich niet bij ons gezelschap aan. Hij spreekt hier dus niet over hen die zich in de zaak van Christus onzijdig houden; die worden elders bestraft, Matth. 12:30. Anders: tegen u en voor u.

Markus 9 vers 41

Want zo wie ulieden een beker water Hier vervolgt Christus wederom de rede, die Hij had afgebroken, vs.37, gelijk blijkt uit Matt. 10:42 .

Hertaald: Want zo wie ulieden een beker water Hier vervolgt Christus weer de rede die Hij in vers 37 afgebroken had, zoals blijkt uit Matth. 10:42.

Markus 9 vers 42

kleinen, Dat is, die niet alleen klein zijn van ouderdom, maar ook van gemoed, of die klein van zichzelven gevoelen.

Hertaald: kleinen, Dat is: zij die niet alleen klein zijn van leeftijd, maar ook van gemoed, of die klein van zichzelf denken.

beter, Grieks, meer goed.

Hertaald: beter, Grieks: meer goed.

gedaan ware, Grieks, gelegd.

Hertaald: gedaan ware, Grieks: gelegd.

en dat hij in de zee geworpen ware Namelijk dan dat hij ergernis zou geven.

Hertaald: en dat hij in de zee geworpen ware Namelijk beter dan dat hij aanstoot zou geven.

Markus 9 vers 43

verminkt tot het leven in te gaan, Dat is, maar ene hand hebbende, gelijk ook de volgende woorden medebrengen.

Hertaald: verminkt tot het leven in te gaan, Dat is: terwijl hij maar één hand heeft, zoals ook uit de volgende woorden blijkt.

heen te gaan in de hel, Zie hiervan de verklaring op Matt. 5:22 .

Hertaald: heen te gaan in de hel, Zie hierover de verklaring bij Matth. 5:22.

Markus 9 vers 44

worm niet sterft, Dat is, hun wroegende conscientie, die als een worm hen altijd zal knagen; Rom. 2:5 , Rom. 2:9 .

Hertaald: worm niet sterft, Dat is: hun knagende geweten, dat hen als een worm altijd zal blijven kwellen; Rom. 2:5, Rom. 2:9.

vuur niet uitgeblust wordt Dat is, de straf van Gods toorn, die hier een onuitblusselijk vuur genoemd wordt, omdat de pijn van het vuur onverdragelijk is, en deze straf nimmermeer ophoudt; Jer. 7:20 ; Openb. 20:10 .

Hertaald: vuur niet uitgeblust wordt Dat is: de straf van Gods toorn, die hier een onuitblusbaar vuur genoemd wordt, omdat de pijn van het vuur ondraaglijk is en deze straf nooit ophoudt; Jer. 7:20; Openb. 20:10.

Markus 9 vers 45

hel, Of, gehenne des vuurs; zie Matt. 5:22 .

Hertaald: hel, Of: gehenna van het vuur; zie Matth. 5:22.

Markus 9 vers 49

een ieder zal Grieks, alle.

Hertaald: een ieder zal Grieks: alle.

vuur gezouten worden, Bij vuur wordt vergeleken het woord Gods, Jer. 23:29 ; de krachtige werking des Heiligen Geestes, Matt. 3:11 ; kruis en vervolging; 1 Petr. 1:7 ; door welke drie zaken een iegelijk bereid en gezuiverd wordt, die het helse vuur ontgaat, en worden geestelijke offeranden, die Gode aangenaam zijn, gelijk de uiterlijke offeranden met zout moesten bereid worden en door vuur geofferd; Lev. 2:13 .

Hertaald: vuur gezouten worden, Met vuur worden vergeleken: het Woord van God, Jer. 23:29; de krachtige werking van de Heilige Geest, Matth. 3:11; en kruis en vervolging, 1 Petr. 1:7. Door deze drie zaken wordt ieder bereid en gezuiverd die het helse vuur ontgaat, en worden zij geestelijke offeranden die God aangenaam zijn — zoals de uiterlijke offeranden met zout bereid moesten worden en door vuur geofferd; Lev. 2:13.

iedere offerande Grieks, alle.

Hertaald: iedere offerande Grieks: alle.

Markus 9 vers 50

Het zout is goed; Hiervan zie de verklaring Matt. 5:13 .

Hertaald: Het zout is goed; Zie hierover de verklaring bij Matth. 5:13.

zout in uzelven, Dat is, wijshied en voorzichtigheid uit en naar Gods Woord, Kol. 4:6 .

Hertaald: zout in uzelven, Dat is: wijsheid en voorzichtigheid uit en naar Gods Woord, Kol. 4:6.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onreine geest (bezetenheid en uitdrijving)  — Grieks: pneuma akatharton, "onreine geest"; daimonion, "boze geest, duivel" — in de Statenvertaling ook "bezeten" van daimonizomai

Het eerste wonder dat Markus verhaalt is een uitdrijving, en het gebeurt in de synagoge te Kapernaüm. De onreine geest roept het uit voordat iemand anders het zegt: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods." Jezus bestraft hem met twee woorden: zwijg stil, en ga uit van hem. De omstanders verbazen zich niet over een genezing maar over gezag: Hij gebiedt de onreine geesten en zij zijn Hem gehoorzaam (Mark. 1:23-27). Markus verhaalt daarna nog meer van deze geschiedenissen dan de andere Evangelisten. Hij vertelt van de bezetene in het land der Gadarenen die "Legio" heet omdat de geesten met velen waren (Mark. 5:1-20), de dochter van de Syro-Fenicische vrouw (Mark. 7:24-30) en de jongen die de discipelen niet konden helpen (Mark. 9:14-29). Hij geeft ook macht tot uitdrijving aan de twaalf (Mark. 3:14-15; 6:7).

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen in Markus op. De geesten weten precies wie Hij is, terwijl de mensen om Hem heen het niet weten — en juist die belijdenis wordt hun verboden. Verder is er nergens een bezweringsformule of een ritueel: Hij spreekt en het geschiedt, en dat is voor de omstanders de eigenlijke schok. En de geschiedenissen worden zonder opsmuk verteld, met de ellende erin: de man in het land der Gadarenen woonde in de graven en sloeg zichzelf met stenen (Mark. 5:5). Bij de jongen in Mark. 9 wijst Christus daarnaast op gebed, en op het geloof van de vader die bidt: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mark. 9:24,29).

Typologie: Christus legt Zelf uit wat er in deze uitdrijvingen te zien is: niemand kan het huis van een sterke ingaan en zijn vaten ontroven, tenzij hij eerst die sterke bindt (Mark. 3:27). De uitdrijvingen zijn dus geen losse wonderen maar tekenen dat de Sterkere gekomen is. Johannes vat het samen: hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). En Paulus zegt dat Hij de overheden en machten uitgetogen en openlijk ten toon gesteld heeft, over hen getriomfeerd hebbende in het kruis (Kol. 2:15). Daarom is de strijd van de gelovige niet tegen vlees en bloed, en zijn de wapenen geestelijk (Ef. 6:11-12).

Mark. 1:23-27; Mark. 3:14-15,27; Mark. 5:1-20; Mark. 6:7; Mark. 7:24-30; Mark. 9:14-29; Ef. 6:11-12; Kol. 2:15; 1 Joh. 3:8

Zwijggebod (de verborgenheid van Zijn Messiasschap)  — De herhaalde opdracht van Christus om over Zijn daden en over Wie Hij is te zwijgen — een trek die in Markus het sterkst uitkomt

Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9).

Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou.

Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15).

Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8

Kom mijn ongelovigheid te hulp  — De bede van de vader van een bezeten kind, waarin geloof en ongeloof in één zin naast elkaar staan (Mark. 9:24)

De vader had gezegd dat de discipelen niet konden helpen, en hij vraagt met een voorbehoud: indien Gij iets kunt. Christus neemt dat woord op en keert het om: "Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft" (Mark. 9:23). Daarop volgt het antwoord dat de vader meteen en met tranen uitroept: "Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp" (Mark. 9:24). Het kind wordt genezen. Achteraf vragen de discipelen waarom zij het niet konden, en het antwoord wijst naar gebed en vasten (Mark. 9:28-29).

Bijbelse betekenis: Deze ene zin is het eerlijkste gebed van het Evangelie. De man zegt niet dat hij gelooft en ook niet dat hij niet gelooft; hij zegt allebei, en hij vraagt hulp voor het gedeelte dat ontbreekt. Twee dingen liggen daarin. Het eerste is dat het geloof waarop Christus antwoordt niet volmaakt is. Het kind wordt genezen op een geloof dat zichzelf ongelovig noemt. Het tweede is dat de man zijn ongeloof niet zelf oplost maar bij Christus brengt, en juist dat is de daad van het geloof. Voor wie zijn eigen geloof wantrouwt, is dit de plaats waar de Schrift hem opzoekt.

Typologie: De discipelen bidden op een andere plaats hetzelfde in andere woorden: vermeerder ons het geloof (Luk. 17:5). En Paulus zegt waar het geloof vandaan komt en waar het bij blijft: het is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Rom. 10:17). Dat is geen vermaning om harder te geloven, maar een aanwijzing waar het gehaald wordt.

Mark. 9:23-24; Mark. 9:28-29; Luk. 17:5; Rom. 10:17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem — 9:2-8, 22-24

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Zes dagen eerder heeft Hij voor het eerst gezegd dat Hij lijden en gedood worden moet, en Petrus heeft Hem daarover bestraft. Nu neemt Hij drie van hen mee een hoge berg op, alleen.

Hij verandert van gedaante voor hun ogen, en uit de wolk komt een stem met een gebod erin.

**Wat zij zien.** “Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.”

Markus grijpt naar het beeld van zijn eigen tijd: geen wolwasser krijgt het zo. Wat zij zien komt niet van buiten en is niet te maken.

**Wie erbij staan.** Mozes en Elia — de wet en de profeten, en de enige twee mannen die op een berg met God gesproken hebben. De één werd door God Zelf begraven, de ander is niet gestorven.

**Wat Petrus zegt.** Hij stelt drie tabernakelen voor, één voor elk. En Markus voegt eraan toe wat een ander misschien had weggelaten: “Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.”

Drie hutten, alsof de drie gelijk waren. Het antwoord komt van boven.

**De wolk.** “En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk.”

Dat is de wolk van de uittocht en van de tabernakel: de plaats waar God Zich toont door Zich te bedekken. Bij Sinaï bleef het volk eronder staan; hier gaan drie vissers erin.

**Wat de stem zegt.** “Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!”

Twee dingen. Eerst wie Hij is, en dan een gebod — en dat gebod komt uit Deuteronomium, waar Mozes een Profeet beloofde naar Wie men horen moest. De twee mannen die naast Hem stonden worden er niet bij genoemd; als zij weer opzien, zien zij niemand meer dan Jezus alleen.

**En dan de berg af.** Beneden staat een vader met een zoon die niemand helpen kon, en hij zegt het voorzichtig: zo Gij iets kunt. Het antwoord legt de zaak bij hem terug, en dan komt de eerlijkste zin van het hele evangelie: “Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”

Zo staat dit hoofdstuk in twee helften naast elkaar. Boven de heerlijkheid die geen mens maken kan, beneden een man die zijn geloof niet rond krijgt. En de weg loopt van boven naar beneden, niet andersom.

  1. Exodus 24:16 — De wolk bedekt de berg, en God roept eruit.
  2. Exodus 40:34 — Dezelfde wolk vervult later de tabernakel.
  3. Deuteronomium 18:15 — Er komt een Profeet als Mozes: naar Hem zult gij horen.
  4. Markus 9:7 — Uit de wolk klinkt: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem.
  5. Markus 9:8 — En zij zien niemand meer dan Jezus alleen.
  6. 2 Petrus 1:17 — Petrus beroept zich later op wat hij op die berg hoorde.

In het Nieuwe Testament: Exodus 24:15-16; Deuteronomium 18:15; Exodus 40:34; Maleachi 4:5; 2 Petrus 1:17; Mattheüs 3:17

Hoever dit reikt: De stem uit de wolk haalt de belofte van Deuteronomium 18 op met het woord hoort. Petrus bevestigt dat verband in zijn tweede brief, waar hij zich op dit ogenblik beroept. Waarom juist Mozes en Elia verschijnen, wordt in de tekst niet uitgelegd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 9

Markus 9:2-6.KruisverwijzingenLukas 9:28Mattheüs 28:3Mattheüs 17:1Markus 5:37Exodus 24:13Exodus 34:29Jesaja 33:17Markus 14:33
— En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.
“En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan. En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus. En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een. Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.”

U en ik hebben wel eens gewenst dat wij Christus in Zijn aardse heerlijkheid konden zien. Dat hoeven wij niet te wensen. Werd zo’n gezicht ons vergund, dan zouden wij naar alle waarschijnlijkheid meer vol vrees dan vol vreugde zijn.

Deze drie mannen waren de uitverkorenen uit de uitverkorenen, de allerbesten van de apostelen. En toch hadden zij op dat ogenblik weinig genot van wat zij zagen, want de heerlijkheid was te helder voor hun overweldigde natuur. De dichter zegt het zo: bij het al te verrukkelijke licht stort de duisternis zich over mijn ogen.

Broeders, wij zijn evenmin als deze discipelen al geschikt om met een blik op Zijn heerlijkheid begunstigd te worden. Zoals wij nu zijn, zouden wij het niet kunnen dragen.

Deze drie apostelen waren te verbijsterd om te weten wat zij zeggen moesten; zij waren geheel de kluts kwijt. Ik vermoed dat, als wij naar de hemel konden gaan zoals wij nu zijn, onze verbijstering onze zaligheid zelfs zou overtreffen. Maar wij mogen er gerust op zijn dat God ons zal toebereiden voor wat Hij voor ons heeft toebereid.

Wij kunnen beter een tijdje wachten. Wacht tot deze ogen gereinigd zijn en heel ons gestel geschikt is voor zo’n gewicht van heerlijkheid als het zien van onze verhoogde Heere zijn zal.

Markus 9:7-8.KruisverwijzingenMattheüs 3:172 Petrus 1:17Markus 1:11Psalmen 2:7Johannes 1:49Handelingen 1:9Johannes 5:22Daniël 7:13
— En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.
“En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.”

En al was dit geen zo verrukkelijk of zo verbazend gezicht, het was voor hen toch bemoedigender. Het was iets dat zij met blijdschap en vrede gemakkelijker verdragen konden: zij zagen niemand meer dan Jezus alleen bij zich.

Ongelukkig waren zij inderdaad geweest als zij rondgekeken hadden en alleen Mozes gezien hadden, want Mozes kon hun weinig troost brengen. Of als zij, rondkijkend, alleen Elia gezien hadden, want de strenge profeet van het vuur zou hun in hun levensstrijd maar een schrale vertroosting geweest zijn.

Maar Mozes mag heengaan en Elia mag heengaan. Wetgever en profeet mogen verdwijnen; zolang Jezus Christus blijft, is het genoeg. Jezus alleen is genoeg voor al onze noden en voor al onze begeerten.

God geve ons, zolang wij hier beneden zijn, dat Jezus nooit van ons afwezig is, ook al zou geen Mozes of Elia ons ooit bezoeken! Moge onze gemeenschap met Hem ongebroken zijn.

Markus 9:9-10.KruisverwijzingenMattheüs 17:9Markus 5:43Lukas 24:46Markus 9:30Mattheüs 27:63Mattheüs 16:21Markus 8:29Markus 10:32
— En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.
“En als zij van den berg afkwamen, gebood Hij hun, dat zij niemand verhalen zouden, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. En zij behielden dit woord bij zichzelven, vragende onder elkander, wat het was, uit de doden opstaan.”

Zij verstonden de woorden van de Meester niet, zelfs deze apostelen niet, want de Geest van God was nog niet ten volle gegeven.

Gelukkig is hij op wie de Geest van God rust en in wie Hij woont. Want Johannes zegt: “Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” En deze mannen wisten zonder die mate van zalving op dat ogenblik zelfs zo’n eenvoudig woord niet: dat de Zoon des mensen uit de doden opstaan zou.

Broeders, wij moeten door de Heilige Geest onderwezen worden, of wij zullen nooit iets grondig weten. Wij zouden bij Christus Zélf ter school kunnen gaan en toch niets leren. Let op dat woord. Wij leren niets totdat de Heilige Geest over ons komt om de waarheid op ons hart te schrijven die Christus tot ons oor gesproken heeft.

Dit waren Petrus en Jakobus en Johannes, de drie meest bevoorrechte discipelen van Christus, waarschijnlijk de beste leerlingen van die klas die de Heere Jezus Zelf tot Leraar had. En toch was Zijn eenvoudige taal voor hen zonder betekenis.

Wanneer onze Heere ten tweeden male komt, ontdekken wij misschien dat de profetieën over Zijn komst wonderlijk helder waren. En dat wij ze toch niet konden verstaan totdat Hij kwam. Hoe duidelijk Zijn onderwijs over Zijn opstanding ook was, Zijn discipelen konden het niet verstaan voordat die grote gebeurtenis werkelijk plaatsgevonden had.

Markus 9:11-13.KruisverwijzingenMaleachi 4:5Maleachi 3:1Lukas 23:11Jesaja 53:1Mattheüs 11:14Mattheüs 3:1Zacharia 13:7Jesaja 49:7
— En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden. Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.
“En zij vraagden Hem, zeggende: Waarom zeggen de Schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles wederoprichten; en het zal geschieden, gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden. Maar Ik zeg u, dat ook Elias gekomen is, en zij hebben hem gedaan al wat zij gewild hebben, gelijk van hem geschreven is.”

Johannes de Doper was die Elia. Hij was gekomen in de geest en de kracht van Elia. Hij had de dingen weer op orde gebracht en het volk voorbereid op de komst van de Zaligmaker, van Wie hij de heraut was.

Het is nogal opmerkelijk dat de discipelen naar de schriftgeleerden gingen vragen. Dat was als het ware een waarschuwingssignaal voor een strijd waarin zij op het punt stonden te belanden. Zij spraken over de schriftgeleerden, maar die waren beneden juist in gevecht met de overige apostelen. En terwijl zij over hen spreken, staan zij ineens voor hen.

Markus 9:14-15.KruisverwijzingenLukas 9:37Mattheüs 17:14Lukas 11:53Markus 12:14Hebreeën 12:3Markus 2:6Markus 11:28Exodus 34:30
— En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.
“En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem.”

Waarschijnlijk blonk het gelaat van Jezus Christus zoals het gelaat van Mozes toen die van de berg afkwam. Het volk was ontzet, maar niet met dezelfde ontzetting die Israel greep toen zij het gelaat van Mozes zagen, want Mozes moest zijn gezicht met een deksel bedekken. Maar zíj liepen naar Hem toe en groetten Hem.

De heerlijkheid van Christus trekt aan, terwijl de heerlijkheid van Mozes afstoot. De heerlijkheid van de wet is verschrikkelijk, maar de heerlijkheid van het evangelie is opbeurend en aantrekkelijk.

Er lagen nog resten van de heerlijkheid op de berg op Zijn gelaat, en het volk stond verstomd. Zij waren zeer benieuwd naar de strijd tussen de schriftgeleerden en de discipelen. En toch lieten zij die staan en wendden zij zich om naar die geheimzinnige glans die om Zijn voorhoofd zweefde.

Markus 9:16.KruisverwijzingenLukas 5:30Markus 8:11
— En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?
“En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen?”

De toestand van de discipelen leek op een slagveld waar de vijand de dag won en de trouwe troepen op het punt stonden verslagen te sterven. En dan verschijnt ineens de grote Veldheer Zelf om hen te ontzetten.

Zijn tegenwoordigheid is meer waard dan duizend bataljons. Als een groot bevelhebber die het veld instapt wanneer zijn ondergeschikten geslagen worden, komt Hij regelrecht naar het front en valt Hij de vijand onverschrokken aan.

Christus zei: “Wat twist gij met dezen?” Het was alsof Hij zei: waarom hebt u niet even gewacht en het Míj gevraagd? Ik had u kunnen antwoorden als zij dat niet kunnen.

Markus 9:17-19.KruisverwijzingenLukas 11:14Markus 9:25Handelingen 7:54Johannes 20:27Johannes 4:47Mattheüs 17:15Markus 5:23Mattheüs 12:22
— En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.
“En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.”

Wij weten niet of de schriftgeleerden op de vraag van Christus enig antwoord gaven, en dat doet er ook helemaal niet toe. Wat altijd toe doet, is een praktisch, levend en ernstig gebed. Wat de schriftgeleerden gezegd mogen hebben is niet opgetekend, maar het gebed van de arme vader wél.

Is iemand van u hier gekomen om te vitten, dan slaan wij daar geen acht op. Maar is er een ziel die gekomen is om te bidden, dan zal de engel die aantekent het in het eeuwige boek opschrijven.

Ik vermoed dat de bestraffing van onze Heere in het bijzonder Zijn discipelen gold. Het was iets als de uitspraak van een schoolmeester die zijn leerlingen dezelfde les vele malen geleerd heeft en jaar in jaar uit met hen gezwoegd heeft. En die hen dan toch ziet falen in de eerste beginselen.

Christus spreekt niet alsof Hij Zijn leven moe was en van Zijn discipelen weg wilde. Dit is Zijn manier om te zeggen hoe teleurgesteld Hij is dat deze leerlingen zo weinig geleerd hebben.

Hoe lang zal Ik u verdragen? Die woorden troffen mijn hart heel sterk toen ik ze las. Moet de Heere Jezus Christus niet heel wat van ieder van ons verdragen? Ik paste Zijn woorden op mijzelf toe, en ik meende Hem tot mij te horen zeggen: hoe lang zal Ik bij u zijn, hoe lang zal Ik u verdragen?

Dikwijls moet Hij meer pijn dan genoegen ontlenen aan de omgang met velen van Zijn volk. Hoe bedroefd moet Hij vaak zijn als Hij hun traagheid om te leren ziet, en hun bereidheid om te vergeten. En de moeite die het kost hen de lessen te doen leven die Hij hun zo zorgvuldig meedeelt.

Let dan op wat Hij doet met het arme kind: brengt hem tot Mij. Dat is een groots woord van raad en een gezegend woord van toelating. Er is geen geval zo erg of, brengt u het tot Jezus, Hij kan het aan.

Kom, goede vrouw, breng de zaak van uw dochter vanavond in het gebed tot Christus, terwijl u in de bank zit. Kom, broeder, breng de zaak van uw zoon die geheel aan de ondeugd overgegeven schijnt. Breng die zaak vanavond voor Christus. Wie zou zijn vriend niet brengen, of zijn vrouw? Wie zou haar man of haar kind niet tot Jezus Christus brengen?

Nee, het had geen zin naar de discipelen te gaan, en het baat evenmin tot heiligen en engelen te bidden. Ga tot de Meester Zelf. Recht op het doel af loopt het snelst. Er gaat niets boven het brengen van uw zaak naar het hoofdkwartier.

Markus 9:20.KruisverwijzingenMarkus 1:261 Petrus 5:8Lukas 4:35Lukas 9:42Markus 9:26Markus 5:3Job 1:10Job 2:6
— En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.
“En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende.”

Wat een vreselijk gezicht! Hij worstelde op de grond als iemand in een toeval van vallende ziekte.

Zodra Christus hem aanzag, scheurde de geest hem. Eén blik van Christus maakt de duivel wakker. Soms worden zondaars een tijdlang erger wanneer Christus hen aanziet. De duivel heeft altijd grote toorn wanneer hij weet dat zijn tijd kort is, en hij raast en scheurt het hevigst wanneer hij op het punt staat uitgeworpen te worden.

De Joden hebben een spreekwoord: wanneer het aantal tichelstenen verdubbeld wordt, verschijnt Mozes. En wij mogen er een schriftuurlijk spreekwoord van maken: wanneer de kwelling van het hart door de duivel verdubbeld wordt, dan verschijnt Jezus om hem uit te werpen.

Er kwamen mensen om de vader te helpen; waarschijnlijk was het brengen van de jongeman voor één man te zwaar. Twee of drie van u kunnen met vereend gebed doen wat het gebed van één man misschien niet doen kan. Kom, help elkaar; “draagt elkanders lasten” in het gebed.

Hebt u een goddeloze zoon die u verdriet doet? Spreek dan met enkele broeders en zusters in Christus af om deze zaak samen tot een voorwerp van gebed te maken, tot God u hoort. En dan moet u een zaak van hén opnemen, om beurten. Zie dan of God niet in antwoord op het gebed de een na de ander zegent die u zo tot Christus brengt.

Markus 9:21-22.KruisverwijzingenHandelingen 9:33Mattheüs 9:28Handelingen 4:22Handelingen 14:8Handelingen 3:2Lukas 8:43Job 14:1Johannes 9:20
— En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.
“En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons.”

Een verschrikkelijk geval. En Jezus genas hem niet meteen, maar wijdde Zijn eerste aandacht aan de andere patiënt die voor Hem stond: de vader van het kind. Die leed aan een even erge ziekte, al waren de verschijnselen anders, en Jezus wilde hem evengoed genezen als zijn jongen.

“Wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons”: zo roept hij, terwijl hij zich met zijn kind vereenzelvigt. Hij stelde zich op één lijn met zijn kind, en dat is de beste manier om voor uw kinderen te bidden.

Vader, moeder, gebruik wanneer u bidt het meervoud, zoals deze man deed: help óns. Dát is de manier om te bidden voor elke zondaar die u voor Christus brengt. Verbind uzelf met die arme ziel voor wie u pleit. Het zal een ontferming over ú zijn, zowel als over uw zoon, als de HEERE hem behoudt.

Markus 9:23-24.KruisverwijzingenJohannes 11:40Mattheüs 17:20Markus 11:23Hebreeën 11:6Lukas 17:6Mattheüs 21:212 Kronieken 20:20Handelingen 14:9
— En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
“En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”

Er waren als het ware twee mensen in hem, een gelovige en een ongelovige, en die twee streden om de meesterschap. Heere, ik geloof; maar er is zoveel ongeloof in mij, ik bid U het uit te drijven, opdat ik geheel in U geloven mag.

Markus 9:25-26.KruisverwijzingenHandelingen 16:18Markus 9:15Markus 9:20Zacharia 3:2Jesaja 35:5Markus 5:7Lukas 11:14Mattheüs 12:22
— En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.
“En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.”

De geest moet Christus gehoorzamen. De Meester gebiedt die hond van een duivel te gaan liggen, en hij moet het doen. Het laat zien wat een verachtelijk schepsel de vorst van de duisternis ten slotte is: hij moet de stem van Christus gehoorzamen. Heere, spreek op dit ogenblik tot hem, en drijf hem door Uw almachtig woord uit andere zielen!

Dat is ook een manier waarop Christus geneest. Wanneer Hij de duivel uit iemand drijft, voegt Hij eraan toe: kom niet meer in hem. Ik geloof in de volharding van de heiligen, omdat ik geloof in het almachtige uitwerpen van satan uit mensen wanneer Christus dat woord spreekt.

Het was geen geval van doden of genezen, maar het leek er eerder een van genezen én doden. Soms worden arme zondaars in hun worsteling met zonde en satan tot zo’n wanhoop gebracht dat zij vrezen te zullen sterven voordat zij een glimp van hoop krijgen. Velen zeiden dat hij dood was — maar hij was het niet.

Markus 9:27.KruisverwijzingenMarkus 1:31Markus 5:41Jesaja 41:13Markus 1:41Markus 8:23Handelingen 9:41Handelingen 3:7
— En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.
“En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.”

Moge de HEERE zo komen en bij de hand nemen wie hier als dood van wanhoop schijnen! Eén aanraking van Zijn hand stelt hen in staat op te staan.

Markus 9:28-29.KruisverwijzingenJakobus 5:15Markus 7:172 Korinthe 12:82 Korinthe 11:27Daniël 9:3Mattheüs 17:20Mattheüs 15:15Markus 4:34
— En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.
“En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.”

Het wachtwoord voor de discipelen van Christus is: vurige ernst. Hier was de duivel in een uiterst verschrikkelijke gedaante, en hij kon alleen door een uiterste genade uitgedreven worden. Er moest gebed zijn en vasten. Zelfs Christus Zelf moest de grootheid van Zijn macht inspannen om in zo’n geval genezing te werken.

God geeft ons niet alles op één gebed. Voor sommige zegeningen kan het nodig zijn dat het gebed herhaald wordt, dat het dieper wordt, dat het tot een pijn uitgroeit. Het kan zelfs nodig zijn dat er bij het gebed gevast wordt, om de innige begerigheid en ernst van de bidder te tonen.

Het geloof alleen brengt niet alles tot stand. Het geloof moet door gebed vergezeld worden, en het gebed moet, althans soms in bijzondere gevallen, met vasten gepaard gaan.

Markus 9:30-32.KruisverwijzingenMattheüs 16:21Lukas 2:50Lukas 18:34Markus 9:12Markus 8:31Lukas 9:45Lukas 9:43Mattheüs 17:22
— En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist. Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan. Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.
“En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist. Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan. Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.”

Hier is de heersende hartstocht van Christus die heel Zijn leven op de voorgrond stond. Hoewel Hij zojuist een heerlijke overwinning op satan behaald heeft, blijft Hij niet staan om zichzelf ermee geluk te wensen. Zijn hart is nog altijd bij het kruis waar Hij lijden zal.

Hij denkt aan Zijn sterven voor Zijn volk, en Hij verwijlt daarbij tot Hij de losprijs voor hun verlossing betaald en hen vrijgemaakt zal hebben. Och, de hoogten en de diepten van de liefde van Christus!

Zie hoe onwrikbaar Hij Zijn aangezicht zet om naar Jeruzalem te gaan, waar Hij sterven moet. Laten wij Hem navolgen; laten wij evenveel denken aan Zijn lijden nu het voorbij is als Híj eraan dacht voordat het gekomen was.

Markus 9:33-34.KruisverwijzingenLukas 9:46Mattheüs 17:24Mattheüs 18:1Psalmen 139:1Hebreeën 4:13Johannes 2:25Markus 2:8Johannes 21:17
— En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.
“En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.”

Het was een vreselijke afdaling: van de omgang met Mozes en Elia op de berg van de verheerlijking naar de razende demon aan de voet van de heuvel. Maar dít lijkt een nog veel grotere afdaling: van de zelfopoffering van de goddelijke Meester naar de kleingeestige naijver en zelfzucht van Zijn uitverkoren dienstknechten.

Och, soms maakt het ons hart ziek. Wij zijn bijna verloren geweest in verrukte overdenking; wij zijn tot vlak bij de hemel opgevoerd in de gemeenschap met de HEERE. En dan moeten wij ons bezighouden met een armzalig gekibbel tussen twee broeders of twee zusters. Het lijkt zo’n vreselijke val.

En toch versmaadt onze Heere en Meester het niet zo af te dalen, want in tederheid gaat Hij met deze ziekten van de schapen om als een goede herder.

Markus 9:35-37.KruisverwijzingenMattheüs 18:3Markus 10:42Markus 10:16Lukas 10:16Lukas 22:26Mattheüs 10:40Johannes 10:30Lukas 9:48
— En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar. En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen: Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.
“En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar. En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen: Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.”

Misschien waren zij jaloers op Petrus; mogelijk waren zij nog jaloerser op Jakobus en Johannes. Zo brengt de HEERE hen zachtjes tot bedaren. Hij zegt niet ongeduldig: Ik kan Mij niet met uw geschillen inlaten, Ik kan Mij niet met u laten lastigvallen. Och nee! Hij gaat gewoon zitten en spreekt met hen.

Ik houd van dat tafereel; het is bijna even groots als de groep van Christus en Zijn discipelen aan de tafel in de opperzaal. Hij zat neer, en riep de twaalven, en zei tot hen: indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

Dát is de manier om de eerste te worden: door bereid te zijn de laatste van allen en de dienaar van allen te zijn. Dat is de enige manier om in het leger van Christus vooraan te komen. Wie de voornaamste wil zijn, moet altijd naar de achterste gelederen streven. Hij moet bereid zijn de nederigste dienst te doen en de geringste knecht van zijn Meester te wezen.

Alleen zo kunnen wij stijgen. In het koninkrijk van Christus is de weg omhoog de weg omlaag. Zink weg in uzelf, en u zult zeker rijzen.

Markus 9:38.KruisverwijzingenLukas 9:49Numeri 11:26Lukas 11:19
— En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
“En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.”

Johannes was in dit geval als heel wat mensen van vandaag. U ziet het wel. Zij konden de duivelen zelf niet uitwerpen, en toen zij iemand anders vonden die het wél deed, verboden zij het hem omdat hij hen niet volgde.

Ik heb geleerde, welsprekende, achtenswaardige dienaren gekend die geen zondaars konden behouden. En dan horen zij dat bepaalde arme, ongeletterde, onontwikkelde mannen zondaars als brandhout uit het vuur gerukt hebben, en dan verbieden zij hun te doen wat zij zelf niet kunnen.

Het is waanzin iemand te willen tegenhouden in wat God hem in staat stelt te doen. Wij behoren juist de laatsten te zijn om het anderen te verbieden.

Johannes deed het, denk ik, uit liefde tót zijn Meester, maar niet in de liefde ván zijn Meester. Hij deed het ongetwijfeld met de wens zijn Meester te eren, maar hij eerde zijn Meester niet met wat hij deed.

Markus 9:39-40.KruisverwijzingenMattheüs 12:30Lukas 11:231 Korinthe 12:31 Korinthe 9:27Filippenzen 1:18Mattheüs 7:22Markus 10:131 Korinthe 13:1
— Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.
“Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.”

Deze mensen waren, zouden wij zeggen, buitenstaanders. En Johannes zet heel de macht van zijn apostolisch gezag in om hen de mond te snoeren. En dan zet Jezus Christus heel de macht van Zijn goddelijk gezag in om hun de vrijheid te geven door te gaan.

Zo moest de Meester met Zijn arme discipelen spreken nadat Hij met Mozes en Elia gesproken had. Opnieuw zeg ik: wat een val was het! Eerst de omgang met de grote wetgever van Israel en met de machtige profeet van het vuur. En daarna het gesprek met deze kinderachtige mannen die met elkaar en met anderen overhoop lagen.

O gezegende Meester, wij mogen toch hopen dat U met óns omgaan zult zoals U met hén omging. En wij mogen ook vertrouwen dat een arme zondaar, al is de duivel in hem, Uw oog van medelijden en liefde mag vangen, en dat U hem genezen zult.

Markus 9:43.KruisverwijzingenMattheüs 5:29Mattheüs 25:41Mattheüs 3:12Mattheüs 5:22Mattheüs 18:81 Petrus 2:1Titus 2:12Kolossenzen 3:5
— En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
“En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;”

Alles is beter dan het verlies van uw ziel. Het is beter de grootste vreugde, vaardigheid, troost of eer te verliezen die u ooit gehad hebt, dan uw ziel voor eeuwig te verliezen.

Markus 9:44-46.KruisverwijzingenMarkus 9:43Mattheüs 18:8Mattheüs 5:22
— Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
“Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”

Dat is de tweede keer dat Hij deze woorden zegt. Onze Heere was niet verzot op vreselijke beeldspraak en verschrikkelijke taal. Maar Hij wist dat zij gebruikt moet worden, ook al deinzen sommigen van Zijn dienstknechten daarvoor terug.

Hebben zij meer liefde dan Hij? Is het ten slotte een groter liefde voor zielen die mensen ertoe brengt verschrikkelijke waarheden achter te houden? Is het niet eerlijker en liefdevoller de hele waarheid te zeggen, welke die ook zij? Het is moeilijker te zeggen, maar getuigt het niet van een tederder hart dat men zó spreken kan dat men mensen voor hun gevaar waarschuwt?

Schijnt iets u even noodzakelijk als uw voet, zodat u zonder dat in het leven niet vooruit kunt, geef het dan toch op als het u uw ziel kosten zou. Zoals het beter is zonder voet te leven dan te sterven, zo is het beter zonder zelfs de eerste levensbehoeften onderweg naar de hemel te gaan dan eeuwig te vergaan.

Markus 9:47-48.KruisverwijzingenJesaja 66:24Mattheüs 18:9Markus 9:43Mattheüs 5:22Mattheüs 25:41Lukas 14:26Galaten 4:15Filippenzen 3:7
— En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
“En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”

Let op hoe streng onze Zaligmaker is, hoe diep Hij gaat. Hij zegt niet: doe het dicht, dek het af met een groen schermpje. Hij zegt: werp het uit.

Dat is de derde keer dat Hij die verschrikkelijke woorden uitspreekt. Dan moeten zij toch iets betekenen — wat betekenen zij? Kunnen zij iets minder betekenen dan het eeuwig verderf van het aangezicht van de HEERE?

Och, dat wij bereid mochten zijn alles op te offeren liever dan voor eeuwig verloren te gaan! Lieve harten, bent u behouden of niet? Bent u niet behouden, zie dan eerst naar deze allerbelangrijkste zaak om. Laat al het andere eerder los dan dat u zich in de eeuwigheid opgesloten vindt waar de hoop nooit komen kan.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Zondaren bij de Zaligmaker brengen

Preken

En iemand uit de menigte antwoordde: Meester, ik heb mijn zoon, die een geest heeft die maakt dat hij niet kan spreken, bij U gebracht. En waar hij…

God alleen de Zaligheid van Zijn volk

Voor Iedere Dag

Immers is Hij Mijn Rotssteen en mijn Heil. Psalm 62:3 Verder lezen: Markus 9:1-8 Als alleen God onze rots is, en wij weten dat dit zo is, zijn we…

Breng hem bij Mij

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Breng hem bij Mij. Markus 9 vers 19 Wanhopig keerde de teleurgestelde vader zich van de discipelen om naar hun Meester.…

Beschrijving van de schijngelovige

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Schijngelovige, ik moet u eerlijk zeggen wat u bent. U bent een lijk, keurig gewassen en fatsoenlijk opgebaard. U bent mooi aangekleed in een keurig pak en overvloedig…

Mijn geliefde Zoon

Nabij De Zon

Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! Markus 9:7 Als de Vader zegt: ‘Deze is Mijn Zoon’, let dan eens op de goedgunstigheid van onze aanneming! Met zo’n Zoon…

Alle dingen zijn mogelijk diegene die gelooft

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond"  Jezus zei tot hem: zo gij kunt geloven. Markus 9:23 Een zeker man had een zoon, die door een boze geest…

En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem. Markus 9:15 Hoe groot is het verschil niet…

Waar het bezwaar ligt

Preken

Jezus zei tot hem: zo u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk degene die gelooft. Markus 9:23 Ik geloof dat onze gewone vertaling de zin van de woorden van…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content