Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 4

1 En Hij begon wederom te leren omtrent de zee; en er vergaderde een grote schare bij Hem, alzo dat Hij, in het schip gegaan zijnde, nederzat op de zee; en de gehele schare was op het land aan de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En Hij begonG756 wederomG3825 te lerenG1321 omtrent de zeeG2281; enG2532 er vergaderdeG4863 een grote schareG3793 bijG4314 Hem, alzo dat Hij, in het schipG4143 gegaanG1684 zijnde, nederzatG2521 op de zeeG2281; enG2532 de geheleG3956 schareG3793 wasG1510 op het landG1093 aanG4314 de zeeG2281. En Hij begon wederom te leren omtrent de zee; en er vergaderde een grote schare bij Hem, alzo dat Hij, in het schip gegaan zijnde, nederzat op de zee; en de gehele schare was op het land aan de zee.

KJV And1 he began3 again2 to teach4 by5 the sea side:7 and8 there was gathered9 unto10 him11 a great13 multitude,12 so that14 he15 entered16 into17 a ship,19 and sat20 in21 the sea;23 and24 the whole25 multitude27 was by28 the sea30 on31 the land.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 4 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 5 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θαλασσαν G2281 zee sea 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 συνηχθη G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 13 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εμβαντα G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 20 καθησθαι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θαλασση G2281 zee sea 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 26 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 28 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 29 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 θαλασσαν G2281 zee sea 31 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 32 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 34 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hij leerde hun veel dingen door gelijkenissen, en Hij zeide in Zijn lering tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 Hij leerdeG1321 hunG846 veelG4183 dingen doorG1722 gelijkenissenG3850, enG2532 Hij zeideG3004 inG1722 Zijn leringG1322 tot hen: En Hij leerde hun veel dingen door gelijkenissen, en Hij zeide in Zijn lering tot hen:

KJV And1 he taught2 them3 many things6 by4 parables,5 and7 said8 unto them9 in10 his13 doctrine,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 6 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hoort toe: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 HoortG191 toe: zietG3708, een zaaierG4687 ging uit om te zaaienG4687. Hoort toe: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.

KJV Hearken;1 Behold, there went out3 a sower5 to sow:

1 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σπειρων G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σπειραι G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het geschiedde in het zaaien, dat het ene deel zaads viel bij den weg; en de vogelen des hemels kwamen, en aten het op.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het geschieddeG1096 inG1722 het zaaienG4687, datG3739 het ene deel zaads vielG4098 bij den wegG3598; enG2532 de vogelenG4071 des hemelsG3772 kwamenG2064, enG2532 atenG2719 het op. En het geschiedde in het zaaien, dat het ene deel zaads viel bij den weg; en de vogelen des hemels kwamen, en aten het op.

KJV And1 it came to pass,2 as3 he sowed,5 some6 fell8 by9 the way side,11 and12 the fowls15 of the air17 came13 and18 devoured19 it20 up.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σπειρειν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 8 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 9 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 κατεφαγεν G2719 aten, eet, opeten devour 20 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het andere viel op het steenachtige, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het andere vielG4098 opG1909 het steenachtigeG4075, waar het niet veelG4183 aardeG1093 hadG2192; en het ging terstondG2112 op, omdat het geen diepteG899 van aardeG1093 hadG2192. En het andere viel op het steenachtige, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.

KJV And2 some1 fell3 on4 stony ground,6 where7 it had9 not8 much11 earth;10 and12 immediately13 it sprang up,14 because15 it had18 no17 depth19 of earth:

1 αλλο G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πετρωδες G4075 steenachtige stony 7 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 11 πολλην G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 14 εξανετειλεν G1816 spring up 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 βαθος G899 diepte, diepten deep(-ness, things), depth 20 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 als de zonG2246 opgegaanG393 was, zo is het verbrandG2739 geworden, en omdat het geenG3361 wortelG4491 hadG2192, zo is het verdordG3583. Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord.

KJV But2 when3 the sun1 was up, it was scorched;4 and5 because6 it had9 no8 root,10 it withered away.

1 ηλιου G2246 zon + east, sun 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανατειλαντος G393 opgegaan, opgaan, gesproten (a-, make to) rise, at the rising of, spring (up), be up 4 εκαυματισθη G2739 verbrand, verhit, verhitten scorch 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 ριζαν G4491 wortel, Wortel, wortelen root 11 εξηρανθη G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het andere viel in de doornen, en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve, en het gaf geen vrucht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En het andere vielG4098 inG1519 de doornenG173, enG2532 de doornenG173 wiesenG305 op, enG2532 verstiktenG4846 hetzelveG846, enG2532 het gafG1325 geenG3756 vruchtG2590. En het andere viel in de doornen, en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve, en het gaf geen vrucht.

KJV And1 some2 fell3 among4 thorns,6 and7 the thorns10 grew up,8 and11 choked12 it,13 and14 it yielded17 no16 fruit.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αλλο G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ακανθας G173 doornen thorn 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανεβησαν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 9 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ακανθαι G173 doornen thorn 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 συνεπνιξαν G4846 verstikt, verdrongen, verstikken choke, throng 13 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En het andere vielG4098 inG1519 de goedeG2570 aardeG1093, enG2532 gafG1325 vruchtG2590, die opgingG305 enG2532 wiesG837; enG2532 het eneG1520 droegG5342 dertigG5144 voud, enG2532 het andere zestigG1835 voud, enG2532 het andere honderdG1540 voud. En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.

KJV And1 other2 fell3 on4 good8 ground,6 and9 did yield10 fruit11 that sprang up12 and13 increased;14 and15 brought forth,16 some17 thirty,18 and19 some20 sixty,21 and22 some23 an hundred.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αλλο G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καλην G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 11 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 12 αναβαινοντα G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αυξανοντα G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εφερεν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 17 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 τριακοντα G5144 dertig thirty 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 21 εξηκοντα G1835 zestig, zestig- sixty(-fold), threescore 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 24 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 Hij zeideG3004 tot hen: Wie orenG3775 heeftG2192 om te horenG191, die horeG191. En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore.

KJV And1 he said2 unto them,3 He that hath5 ears6 to hear,7 let him hear.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 ωτα G3775 oren, oor ear 7 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 ακουετω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En als Hij nu alleen wasG1096, vraagdenG2065 HemG846 degenen, die omtrentG4012 HemG846 waren, met de twaalvenG1427, naar de gelijkenisG3850. En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis.

KJV And2 when1 he was3 alone,4 they that were about8 him6 with10 the twelve12 asked5 of him9 the parable.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 καταμονας G2651 alone 5 ηρωτησαν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 συν G4862 met, samen met beside, with 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Hij zeideG3004 tot henG846: Het is uG4771 gegevenG1325 te verstaanG1097 de verborgenheidG3466 van het KoninkrijkG932 GodsG2316; maarG1161 dengenen, dieG1565 buitenG1854 zijn, geschiedenG1096 alG3956 deze dingen doorG1722 gelijkenissenG3850; En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen;

KJV And1 he said2 unto them,3 Unto you it is given5 to know6 the mystery8 of the kingdom10 of God:12 but14 unto them13 that are without,16 all these things20 are done21 in17 parables:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 δεδοται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 γνωναι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μυστηριον G3466 verborgenheid, verborgenheden, Verborgenheid mystery 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 εκεινοις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 21 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 OpdatG2443 zij ziendeG991 zienG991, enG2532 nietG3361 bemerkenG1492, enG2532 horendeG191 horenG191, enG2532 nietG3361 verstaanG4920; opdat zij zich niet te eniger tijdG3379, bekerenG1994 enG2532 hunG846 de zondenG265 vergevenG863 worden. Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden.

KJV That1 seeing2 they may see,3 and4 not5 perceive; and7 hearing8 they may hear,9 and10 not11 understand;12 lest at any time13 they should be converted,14 and15 their sins19 should be forgiven16 them.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 βλεποντες G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 3 βλεπωσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 ιδωσιν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 ακουωσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 συνιωσιν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 13 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 14 επιστρεψωσιν G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αφεθη G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 17 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αμαρτηματα G265 zonden, zonde sin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij zeide tot hen: Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: WeetG1492 gij dezeG3778 gelijkenisG3850 nietG3756, enG2532 hoeG4459 zult gij alG3956 de gelijkenissenG3850 verstaanG1097? En Hij zeide tot hen: Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan?

KJV And1 he said2 unto them,3 Know ye5 not4 this parable?7 and9 how then10 will ye know14 all11 parables?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 8 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 11 πασας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παραβολας G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 14 γνωσεσθε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De zaaier is, die het Woord zaait.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De zaaierG4687 is, die het WoordG3056 zaaitG4687. De zaaier is, die het Woord zaait.

KJV The sower2 soweth5 the word.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 σπειρων G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 σπειρει G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En dezenG3778 zijnG1510, die bij den weg bezaaid worden, waarin het WoordG3056 gezaaidG4687 wordt; en als zij het gehoordG191 hebben, zo komtG2064 de satanG4567 terstondG2112, en neemtG142 het WoordG3056 weg, hetwelk inG1722 hunG846 hartenG2588 gezaaidG4687 was. En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.

Ook in dit vers wegG3598 [bezaaid]G3699

KJV And2 these1 are they by5 the way side,7 where8 the word11 is sown;9 but12 when13 they have heard,14 Satan18 cometh16 immediately,15 and19 taketh away20 the word22 that was sown24 in25 their28 hearts.

1 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 8 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 9 σπειρεται G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 14 ακουσωσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 15 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 16 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 αιρει G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εσπαρμενον G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 καρδιαις G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 28 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 dezenG3778 zijnG1510 desgelijks, die opG1909 de steenachtigeG4075 plaatsen bezaaidG4687 worden; welkeG3739, als zij het WoordG3056 gehoordG191 hebben, terstondG2112 hetzelveG846 metG3326 vreugdeG5479 ontvangenG2983; En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen;

KJV And1 these2 are they likewise4 which are sown9 on6 stony ground;8 who,10 when11 they have heard12 the word,14 immediately15 receive18 it19 with16 gladness;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πετρωδη G4075 steenachtige stony 9 σπειρομενοι G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 10 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 12 ακουσωσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 15 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 16 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 χαρας G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 18 λαμβανουσιν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd; daarna, als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo worden zij terstond geergerd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 hebbenG2192 geenG3756 wortelG4491 inG1722 zichzelvenG1438, maarG235 zijn voor een tijdG4340; daarna, als verdrukkingG2347 ofG2228 vervolgingG1375 komtG1096 omG1223 des WoordsG3056 wil, zo worden zij terstondG2112 geergerdG4624. En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd; daarna, als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo worden zij terstond geergerd.

KJV And1 have3 no2 root4 in5 themselves,6 and7 so endure but for a time:8 afterward,10 when affliction12 or13 persecution14 ariseth11 for15 the word's sake,17 immediately18 they are offended.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 ριζαν G4491 wortel, Wortel, wortelen root 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 προσκαιροι G4340 tijd, tijdelijk dur-(eth) for awhile, endure for a time, for a season, temporal 9 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ειτα G1534 daarna, vervolgens after that(-ward), furthermore, then 11 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 θλιψεως G2347 verdrukking, verdrukkingen, Verdrukking afflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 διωγμου G1375 vervolging, vervolgingen persecution 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 18 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 19 σκανδαλιζονται G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 dezenG3778 zijnG1510, die inG1519 de doornenG173 bezaaidG4687 worden, namelijk degenen, die het WoordG3056 horenG191; En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen;

KJV And1 these2 are they which are sown8 among5 thorns;7 such as10 hear17 the word,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ακανθας G173 doornen thorn 8 σπειρομενοι G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 10 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 17 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de zorgvuldighedenG3308 dezer wereldG165, enG2532 de verleidingG539 des rijkdomsG4149 enG2532 de begeerlijkhedenG1939 omtrentG4012 de andereG3062 dingen, inkomendeG1531, verstikkenG4846 het WoordG3056, enG2532 het wordtG1096 onvruchtbaarG175. En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar.

KJV And1 the cares3 of this world,5 and7 the deceitfulness9 of riches,11 and12 the lusts17 of14 other things16 entering in,18 choke19 the word,21 and22 it becometh24 unfruitful.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μεριμναι G3308 zorgvuldigheden, bekommernis, zorg care 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 6 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 απατη G539 verleiding, bedriegerijen deceit(-ful, -fulness), deceivableness(-ving) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλουτου G4149 rijkdom, rijkdoms riches 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 λοιπα G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 17 επιθυμιαι G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 18 εισπορευομεναι G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 19 συμπνιγουσιν G4846 verstikt, verdrongen, verstikken choke, throng 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ακαρπος G175 onvruchtbaar, onvruchtbare, vruchteloos without fruit, unfruitful 24 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 dezenG3778 zijnG1510, die in de goedeG2570 aardeG1093 bezaaidG4687 zijn, welke het WoordG3056 horenG191 enG2532 aannemenG3858, enG2532 dragen vruchtenG2592, het eneG1520 dertigG5144 voud, enG2532 het andere zestigG1835 voud, enG2532 het andere honderdG1540 voud. En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.

KJV And1 these2 are they which are sown10 on5 good9 ground;7 such as11 hear12 the word,14 and15 receive16 it, and17 bring forth fruit,18 some19 thirtyfold,20 some21 sixty,23 and24 some22 an hundred.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καλην G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 10 σπαρεντες G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 11 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 12 ακουουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 παραδεχονται G3858 aannemen, aanneemt, nemen receive 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 καρποφορουσιν G2592 vruchten dragen, brengt, vrucht draagt be (bear, bring forth) fruit(-ful) 19 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 20 τριακοντα G5144 dertig thirty 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 23 εξηκοντα G1835 zestig, zestig- sixty(-fold), threescore 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 26 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Hij zeideG3004 tot henG846: KomtG2064 ook de kaarsG3088, opdatG2443 zij onderG5259 de koornmaatG3426 ofG2228 onderG5259 het bedG2825 gezet worde? Is het nietG3756, opdatG2443 zij opG1909 den kandelaarG3087 gezet worde? En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?

Ook in dit vers gezetG2007 gezetG5087

KJV And1 he said2 unto them,3 Is4 a candle6 brought7 to8 be put12 under9 a bushel,11 or13 under14 a bed?16 and not17 to18 be set22 on19 a candlestick?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λυχνος G3088 kaars, Kaars, kaarsen candle, light 7 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 9 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μοδιον G3426 koornmaat bushel 12 τεθη G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κλινην G2825 bed, bedden bed, table 17 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 λυχνιαν G3087 kandelaar, kandelaren candlestick 22 επιτεθη G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantG1063 er is niets verborgen, dat nietG3361 geopenbaardG5319 zal worden; en er is niets geschiedG1096, om verborgen te zijn, maarG235 opdatG2443 het in het openbaarG1519 zou komenG2064. Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen.

Ook in dit vers verborgenG614 verborgenG2927 nietsG3756 nietsG3761

KJV For2 there is nothing1 hid,5 which6 shall9 not be manifested; neither10 was any thing kept11 secret,12 but13 that14 it should come17 abroad.15

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 κρυπτον G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 φανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 10 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 11 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 αποκρυφον G614 verborgen, heimelijk hid, kept secret 13 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 17 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 ZoG1487 iemandG1536 orenG3775 heeftG2192 om te horenG191, die horeG191. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.

KJV If any man have3 ears4 to hear,5 let him hear.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 ωτα G3775 oren, oor ear 5 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 ακουετω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: Ziet, wat gij hoortG191. MetG1722 wat maatG3358 gij meetG3354, zal u gemetenG3354 worden, enG2532 uG4771, dieG3739 hoortG191, zal meer toegelegdG4369 worden. En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden.

KJV And1 he said2 unto them,3 Take heed4 what5 ye hear:6 with7 what8 measure9 ye mete,10 it shall be measured11 to you: and13 unto you that hear17 shall more be given.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 μετρω G3358 maat, mate measure 10 μετρειτε G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 11 μετρηθησεται G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προστεθησεται G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ακουουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WantG1063 zo wie heeft, dien zal gegevenG1325 worden; enG2532 wieG3739 nietG3756 heeftG2192, vanG575 dienG3739 zal genomenG142 worden, ookG2532 dat hijG846 heeft. Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.

KJV For2 he that1 hath,4 to him6 shall be given:5 and7 he that8 hath10 not,9 from15 him16 shall be taken14 even11 that which12 he hath.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 5 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 αρθησεται G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 15 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk of een mens het zaad in de aarde wierp;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 Hij zeideG3004: AlzoG3779 isG1510 het KoninkrijkG932 GodsG2316, gelijkG5613 of een mensG444 het zaadG4703 in de aardeG1093 wierpG906; En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk of een mens het zaad in de aarde wierp;

KJV And1 he said,2 So3 is the kingdom6 of God,8 as9 if10 a man11 should cast12 seed14 into15 the ground;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 βαλη G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σπορον G4703 zaad, gezaaisel seed (X sown) 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En voorts sliep, en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist, hoe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En voorts sliepG2518, enG2532 opstondG1453, nachtG3571 enG2532 dagG2250; enG2532 het zaadG4703 uitsprootG985 enG2532 langG3373 werd, dat hij zelfG846 nietG3756 wistG1492, hoeG5613. En voorts sliep, en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist, hoe.

KJV And1 should sleep,2 and3 rise4 night5 and6 day,7 and8 the seed10 should spring11 and12 grow up,13 he17 knoweth16 not15 how.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καθευδη G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εγειρηται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 5 νυκτα G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σπορος G4703 zaad, gezaaisel seed (X sown) 11 βλαστανη G985 bracht, gebloeid, opgeschoten bring forth, bud, spring (up) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 μηκυνηται G3373 lang grow up 14 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 17 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want de aarde brengt van zelve vruchten voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WantG1063 de aardeG1093 brengtG2592 van zelveG844 vruchten voortG2592: eerstG4412 het kruidG5528, daarna de aarG4719, daarna het volleG4134 korenG4621 inG1722 de aarG4719. Want de aarde brengt van zelve vruchten voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.

KJV For2 the earth4 bringeth forth fruit5 of herself;1 first6 the blade,7 then8 the ear,9 after that10 the full11 corn12 in13 the ear.

1 αυτοματη G844 zelve of own accord, of self 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 5 καρποφορει G2592 vruchten dragen, brengt, vrucht draagt be (bear, bring forth) fruit(-ful) 6 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 7 χορτον G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 8 ειτα G1534 daarna, vervolgens after that(-ward), furthermore, then 9 σταχυν G4719 aren, aar ear (of corn) 10 ειτα G1534 daarna, vervolgens after that(-ward), furthermore, then 11 πληρη G4134 vol, volle full 12 σιτον G4621 tarwe, koren corn, wheat 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σταχυι G4719 aren, aar ear (of corn)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG1161 als de vruchtG2590 zich voordoetG3860, terstondG2112 zendtG649 hij de sikkelG1407 daarin, omdatG3754 de oogstG2326 daar is. En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is.

KJV But2 when1 the fruit5 is brought forth,3 immediately6 he putteth in7 the sickle,9 because10 the harvest13 is come.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρπος G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 6 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 7 αποστελλει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δρεπανον G1407 sikkel sickle 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 παρεστηκεν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θερισμος G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Hij zeide: Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken, of met wat gelijkenis zullen wij hetzelve vergelijken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 Hij zeideG3004: WaarbijG5101 zullen wij het KoninkrijkG932 GodsG2316 vergelijken, ofG2228 metG1722 wat gelijkenisG3850 zullen wij hetzelveG846 vergelijken? En Hij zeide: Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken, of met wat gelijkenis zullen wij hetzelve vergelijken?

Ook in dit vers vergelijkenG3666 vergelijkenG3846

KJV And1 he said,2 Whereunto3 shall we liken4 the kingdom6 of God?8 or9 with10 what11 comparison12 shall we compare13 it?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ομοιωσωμεν G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 12 παραβολη G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 13 παραβαλωμεν G3846 legden, vergelijken arrive, compare 14 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Namelijk bij een mosterdzaad, hetwelk, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het minste is van al de zaden, die op de aarde zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Namelijk bij een mosterdzaadG2848, hetwelkG3739, wanneer het in de aardeG1093 gezaaidG4687 wordt, het minsteG3398 is van alG3956 de zadenG4690, die opG1909 de aardeG1093 zijn. Namelijk bij een mosterdzaad, hetwelk, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het minste is van al de zaden, die op de aarde zijn.

KJV It is like1 a grain2 of mustard seed,3 which,4 when5 it is sown6 in7 the earth,9 is less10 than all11 the seeds13 that be in16 the earth:

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 κοκκω G2848 mosterdzaad, mostaardzaad, graan corn, grain 3 σιναπεως G4615 mustard 4 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 6 σπαρη G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 10 μικροτερος G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 11 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σπερματων G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En wanneer het gezaaid is, gaat het op, en wordt het meeste van al de moeskruiden, en maakt grote takken, alzo dat de vogelen des hemels onder zijn schaduw kunnen nestelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En wanneer het gezaaidG4687 is, gaat het op, enG2532 wordtG1096 het meesteG3187 van alG3956 de moeskruidenG3001, enG2532 maaktG4160 groteG3173 takkenG2798, alzo dat de vogelenG4071 des hemelsG3772 onderG5259 zijn schaduwG4639 kunnen nestelenG2681. En wanneer het gezaaid is, gaat het op, en wordt het meeste van al de moeskruiden, en maakt grote takken, alzo dat de vogelen des hemels onder zijn schaduw kunnen nestelen.

KJV But1 when2 it is sown,3 it groweth up,4 and5 becometh6 greater than all7 herbs,9 and11 shooteth out12 great10 branches;13 so that15 the fowls22 of the air24 may16 lodge25 under17 the shadow19 of it.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 3 σπαρη G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 4 αναβαινει G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 7 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λαχανων G3001 moeskruiden, moeskruid herb 10 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 κλαδους G2798 takken, tak branch 14 μεγαλους G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 15 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 16 δυνασθαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 17 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 σκιαν G4639 schaduw, schaduwe shadow 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 25 κατασκηνουν G2681 nestelen, nestelden, rusten lodge, rest

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En door vele zulke gelijkenissen sprak Hij tot hen het Woord, naardat zij het horen konden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532 door veleG4183 zulke gelijkenissenG3850 sprakG2980 Hij tot hen het WoordG3056, naardatG2531 zij het horenG191 kondenG1410. En door vele zulke gelijkenissen sprak Hij tot hen het Woord, naardat zij het horen konden.

KJV And1 with many4 such2 parables3 spake he5 the word8 unto them,6 as9 they were able10 to hear

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τοιαυταις G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 3 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 4 πολλαις G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 9 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 10 ηδυναντο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet; maar Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En zonder gelijkenisG3850 sprakG2980 Hij tot hen nietG3756; maar HijG846 verklaardeG1956 allesG3956 Zijn discipelenG3101 in het bijzonderG2398. En zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet; maar Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder.

KJV But2 without1 a parable3 spake5 he not4 unto them:6 and9 when they were alone,8 he expounded13 all things14 to his12 disciples.

1 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραβολης G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 8 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 επελυεν G1956 beslecht, verklaarde determine, expound 14 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 EnG2532 op denzelfdenG1565 dagG2250, als het nu avondG3798 geworden was, zeideG3004 Hij tot hen: Laat ons overvarenG1330 aanG1519 de andere zijde. En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde.

KJV And1 the4 same5 day,7 when the even8 was come,9 he saith2 unto them,3 Let us pass over10 unto11 the other side.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 8 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 9 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 διελθωμεν G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En zij, de schareG3793 gelatenG863 hebbende, namenG3880 HemG846 medeG3880, gelijkG5613 Hij inG1722 het schipG4143 was; en er waren nog andere scheepjesG4142 met HemG846. En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem.

KJV And1 when they had sent away2 the multitude,4 they took5 him6 even as7 he was in9 the ship.11 And14 there were also12 with17 him18 other13 little ships.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 παραλαμβανουσιν G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 πλοιαρια G4142 scheepje, scheepjes boat, little (small) ship 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En er werdG1096 een groteG3173 stormG2978 van windG417, en de barenG2949 sloegenG1911 over inG1519 het schipG4143, alzo dat het nuG1161 volG1072 werd. En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.

KJV And1 there arose2 a great5 storm3 of wind,4 and7 the waves8 beat9 into10 the ship,12 so that13 it14 was16 now15 full.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 λαιλαψ G2978 storm, draaiwind storm, tempest 4 ανεμου G417 wind, winden wind 5 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 κυματα G2949 baren, golven wave 9 επεβαλλεν G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 13 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 14 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 16 γεμιζεσθαι G1072 vol, vulde, vulden fill (be) full
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En Hij wasG1510 in het achterschipG4403, slapendeG2518 opG1909 een oorkussenG4344; enG2532 zij wektenG1326 HemG846 op, enG2532 zeidenG3004 tot HemG846: MeesterG1320, bekommertG3199 het UG4771 nietG3756, datG3754 wij vergaanG622? En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?

KJV And1 he3 was in4 the hinder part of the ship,6 asleep10 on7 a pillow:9 and11 they awake12 him,13 and14 say15 unto him,16 Master,17 carest19 thou not18 that21 we perish?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πρυμνη G4403 achterschip hinder part, stern 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 προσκεφαλαιον G4344 oorkussen pillow 10 καθευδων G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 διεγειρουσιν G1326 opgewekt, opwekke, wekten arise, awake, raise, stir up 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 μελει G3199 Zorgt, bekommeren, bekommert (take) care 20 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 απολλυμεθα G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 Hij opgewektG1326 zijnde, bestrafteG2008 den windG417, enG2532 zeideG2036 tot de zeeG2281: ZwijgG4623, wees stilG5392! EnG2532 de windG417 ging liggenG2869, enG2532 er werdG1096 groteG3173 stilteG1055. En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.

KJV And1 he arose,2 and rebuked3 the wind,5 and6 said unto the sea,9 Peace,10 be still.11 And12 the wind15 ceased,13 and16 there was17 a great19 calm.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διεγερθεις G1326 opgewekt, opwekke, wekten arise, awake, raise, stir up 3 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανεμω G417 wind, winden wind 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θαλασση G2281 zee sea 10 σιωπα G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 11 πεφιμωσο G5392 Zwijg stil, muilbanden, mond gestopt muzzle 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εκοπασεν G2869 stilde, liggen cease 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανεμος G417 wind, winden wind 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 18 γαληνη G1055 stilte calm 19 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG2532 Hij zeideG2036 tot hen: WatG5101 zijtG1510 gij zoG3779 vreesachtigG1169? Hoe hebtG2192 gij geenG3756 geloofG4102? En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof?

KJV And1 he said unto them,3 Why4 are ye so7 fearful?5 how is it8 that ye have10 no9 faith?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 δειλοι G1169 vreesachtig, vreesachtigen fearful 6 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 8 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En zij vreesdenG5399 met groteG3173 vrezeG5401, enG2532 zeidenG3004 totG4314 elkanderG240: WieG5101 isG1510 toch DezeG3778, dat ookG2532 de windG417 enG2532 de zeeG2281 HemG846 gehoorzaamG5219 zijn? En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?

KJV And1 they feared2 exceedingly,3 and5 said6 one8 to7 another, What9 manner of man is this,11 that13 even14 the wind16 and17 the sea19 obey20 him?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 3 φοβον G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 4 μεγαν G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 9 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 αρα G687 of soms therefore 11 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανεμος G417 wind, winden wind 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θαλασσα G2281 zee sea 20 υπακουουσιν G5219 gehoorzaam, gehoorzaamt, gehoorzamen hearken, be obedient to, obey 21 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 4:1 Markus 2:13 Lukas 5:1 Lukas 8:4 Mattheüs 13:1 Markus 3:7
Markus 4:2 Markus 3:23 Mattheüs 13:34 Markus 4:11 Mattheüs 13:10 Mattheüs 13:3 Markus 4:33 Psalmen 49:4 Johannes 7:16
Markus 4:3 1 Korinthe 3:6 Lukas 8:5 Johannes 4:35 Markus 4:26 Mattheüs 13:26 Deuteronomium 4:1 Spreuken 8:32 Psalmen 45:10
Markus 4:4 Mattheüs 13:19 Genesis 15:11 Mattheüs 13:4 Lukas 8:12 Lukas 8:5 Markus 4:15
Markus 4:5 Amos 6:12 Ezechiël 36:26 Lukas 8:13 Hosea 10:12 Ezechiël 11:19 Lukas 8:6 Mattheüs 13:20 Mattheüs 13:5
Markus 4:6 Jakobus 1:11 Jona 4:8 Psalmen 1:3 Jeremia 17:5 Jesaja 25:4 2 Thessalonicenzen 2:10 Hooglied 1:6 Kolossenzen 2:7
Markus 4:7 Jeremia 4:3 Genesis 3:17 Lukas 12:15 1 Timotheüs 6:9 Markus 4:18 Lukas 8:14 1 Johannes 2:15 Mattheüs 13:7
Markus 4:8 Johannes 15:5 Kolossenzen 1:6 Genesis 26:12 Markus 4:20 Jeremia 23:29 Handelingen 17:11 1 Petrus 2:1 Mattheüs 13:8
Markus 4:9 Mattheüs 11:15 Markus 4:23 Mattheüs 13:9 Openbaring 3:6 Openbaring 3:13 Mattheüs 15:10 Markus 7:14 Lukas 8:18
Markus 4:10 Mattheüs 13:10 Markus 4:34 Lukas 8:9 Mattheüs 13:36 Spreuken 13:20 Markus 7:17
Markus 4:11 1 Timotheüs 3:7 Mattheüs 11:25 Kolossenzen 4:5 1 Thessalonicenzen 4:12 1 Korinthe 5:12 Jakobus 1:16 Efeze 1:9 1 Johannes 5:20
Markus 4:12 Jesaja 6:9 Jeremia 5:21 Jesaja 44:18 Deuteronomium 29:4 Mattheüs 13:14 2 Timotheüs 2:25 Lukas 8:10 Hebreeën 6:6
Markus 4:13 Openbaring 3:19 Mattheüs 16:8 1 Korinthe 3:1 Markus 7:17 Mattheüs 13:51 Lukas 8:11 Lukas 24:25 Mattheüs 15:15
Markus 4:14 Mattheüs 13:37 Markus 2:2 Lukas 1:2 Jesaja 32:20 Handelingen 8:4 Mattheüs 13:19 Markus 4:3 Kolossenzen 1:5
Markus 4:15 Openbaring 20:10 Openbaring 20:2 1 Petrus 5:8 Openbaring 20:7 Job 1:6 Openbaring 12:9 Genesis 19:14 Handelingen 5:3
Markus 4:16 Markus 6:20 Lukas 8:13 Johannes 5:35 Mattheüs 13:20 Ezechiël 33:31 Handelingen 8:13 Markus 10:17 Handelingen 8:18
Markus 4:17 1 Thessalonicenzen 3:3 Mattheüs 11:6 Mattheüs 12:31 2 Timotheüs 1:15 Johannes 15:2 Markus 4:5 Lukas 12:10 Mattheüs 24:9
Markus 4:18 Mattheüs 13:22 Jeremia 4:3 Lukas 8:14 Markus 4:7
Markus 4:19 1 Timotheüs 6:17 1 Timotheüs 6:9 1 Johannes 2:15 1 Petrus 4:2 2 Timotheüs 4:10 Prediker 4:8 Mattheüs 19:23 Lukas 21:34
Markus 4:20 Markus 4:8 Romeinen 7:4 Johannes 15:4 Genesis 26:12 Filippenzen 1:11 Mattheüs 13:23 Kolossenzen 1:10 Lukas 8:15
Markus 4:21 Mattheüs 5:15 Lukas 11:33 Lukas 8:16 1 Korinthe 12:7 Efeze 5:3 Jesaja 60:1 Filippenzen 2:15
Markus 4:22 Lukas 8:17 Handelingen 4:20 Handelingen 20:27 Prediker 12:14 Psalmen 40:9 1 Korinthe 4:5 Mattheüs 10:26 Psalmen 78:2
Markus 4:23 Markus 4:9 Mattheüs 11:15 Openbaring 2:11 Openbaring 2:7 Openbaring 2:29 Openbaring 2:17
Markus 4:24 Mattheüs 7:2 2 Petrus 2:1 Lukas 8:18 Lukas 6:37 2 Korinthe 9:6 Handelingen 17:11 Johannes 10:16 1 Johannes 4:1
Markus 4:25 Mattheüs 13:12 Lukas 8:18 Mattheüs 25:28 Lukas 16:9 Lukas 19:24 Johannes 15:2
Markus 4:26 Mattheüs 13:24 Prediker 11:6 1 Petrus 1:23 Johannes 4:36 Mattheüs 13:33 Spreuken 11:18 Jakobus 3:18 Mattheüs 13:3
Markus 4:27 Prediker 11:5 Johannes 3:7 Prediker 8:17 1 Korinthe 15:37 2 Petrus 3:18 2 Thessalonicenzen 1:3
Markus 4:28 Markus 4:31 Filippenzen 1:6 Filippenzen 1:9 Jesaja 61:11 Genesis 4:11 Spreuken 4:18 1 Thessalonicenzen 3:12 Psalmen 92:13
Markus 4:29 Joël 3:13 Job 5:26 Jesaja 57:1 Mattheüs 13:30 2 Timotheüs 4:7 Openbaring 14:13 Mattheüs 13:40
Markus 4:30 Klaagliederen 2:13 Lukas 13:18 Mattheüs 11:16 Mattheüs 13:24 Mattheüs 13:31
Markus 4:31 Micha 4:1 Jesaja 53:2 Jesaja 9:7 Daniël 2:44 Zacharia 8:20 Genesis 22:17 Jesaja 60:22 Maleachi 1:11
Markus 4:32 Ezechiël 31:3 Jesaja 32:2 Jesaja 11:9 Psalmen 91:1 Daniël 4:10 Spreuken 4:18 Hooglied 2:3 Klaagliederen 4:20
Markus 4:33 Johannes 16:12 1 Korinthe 3:1 Mattheüs 13:34 Hebreeën 5:11
Markus 4:34 Johannes 16:25 Markus 4:10 Lukas 24:27 Mattheüs 13:36 Mattheüs 15:15 Markus 7:17 Lukas 8:9 Lukas 24:44
Markus 4:35 Mattheüs 8:18 Lukas 8:22 Mattheüs 8:23 Johannes 6:1 Markus 8:13 Markus 5:21 Johannes 6:17 Markus 6:45
Markus 4:36 Markus 3:9 Markus 4:1 Markus 5:2 Markus 5:21
Markus 4:37 Job 1:19 Mattheüs 8:23 2 Korinthe 11:25 Lukas 8:22 Job 1:12 Psalmen 107:23 Handelingen 27:14 Handelingen 27:41
Markus 4:38 1 Petrus 5:7 Hebreeën 4:15 Psalmen 77:7 1 Koningen 18:27 Jesaja 64:12 Jesaja 54:6 Jesaja 63:15 Psalmen 44:23
Markus 4:39 Psalmen 107:29 Psalmen 29:10 Psalmen 89:9 Psalmen 65:7 Job 38:11 Spreuken 8:29 Psalmen 93:3 Nahum 1:4
Markus 4:40 Jesaja 43:2 Mattheüs 16:8 Mattheüs 14:31 Lukas 8:25 Johannes 6:19 Mattheüs 8:26 Mattheüs 6:30 Jesaja 42:3
Markus 4:41 Lukas 8:25 1 Samuël 12:24 Psalmen 89:7 Mattheüs 14:32 Mattheüs 8:27 1 Samuël 12:18 Job 38:11 Maleachi 2:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 4 vers 1

de zee; Dat is, het meer van Galilea of Gennesareth, waaraan Kapernaüm lag, aan hetwelk Christus dikwijls ging, omdat daar gemeenlijk veel volks was en daarom geschiktheid om te leren; Matt. 13:1 ; Marc. 2:13 .

Hertaald: de zee; Dat is: het meer van Galilea of Gennesareth, waaraan Kapernaüm lag. Christus ging daar vaak heen omdat er gewoonlijk veel volk was en het dus een geschikte plaats was om te onderwijzen; Matth. 13:1; Mark. 2:13.

Markus 4 vers 2

gelijkenissen, Grieks, parabolen. Zie Matt. 13:3 .

Hertaald: gelijkenissen, Grieks: parabelen. Zie Matth. 13:3.

in Zijn lering tot hen Dat is, in het leren, of als Hij leerde.

Hertaald: in Zijn lering tot hen Dat is: in het onderwijzen, of terwijl Hij onderwees.

Markus 4 vers 5

niet veel aarde had; Want weinig aarde wordt spoedig van de zon verwarmd en van den regen bevochtigd. Doch als de hitte blijft duren, zo wordt zij ook haastig uitgedroogd.

Hertaald: niet veel aarde had; Want weinig aarde wordt snel door de zon verwarmd en door de regen bevochtigd. Maar als de hitte aanhoudt, droogt zij ook snel uit.

Markus 4 vers 6

geen wortel had, Dat is, geen genoegzamen of vasten wortel.

Hertaald: geen wortel had, Dat is: geen voldoende of vaste wortel.

Markus 4 vers 8

het andere viel in de goede aarde, Namelijk graan, of deel des zaads.

Hertaald: het andere viel in de goede aarde, Namelijk graan, of een deel van het zaad.

en het andere Grieks, het ene.

Hertaald: en het andere Grieks: het ene.

het andere honderd- voud. Grieks, het ene.

Hertaald: het andere honderd- voud. Grieks: het ene.

Markus 4 vers 9

Wie oren heeft om te horen, Zie de verklaring Matt. 13:9 .

Hertaald: Wie oren heeft om te horen, Zie de verklaring in Matth. 13:9.

Markus 4 vers 10

die omtrent Hem waren, Gelijk daar waren degenen, uit dewelken hij zijne zeventig discipelen genomen heeft.

Hertaald: die omtrent Hem waren, Zoals zij uit wie Hij Zijn zeventig discipelen genomen heeft.

Markus 4 vers 11

te verstaan Namelijk klaarlijk en duidelijk.

Hertaald: te verstaan Namelijk helder en duidelijk.

die buiten zijn, Namelijk die buiten het getal van mijne schapen zijn, of die geen rechte leden der gemeente zijn;; Joh. 10:26 ; Rom. 9:6-8 .

Hertaald: die buiten zijn, Namelijk zij die buiten het getal van Mijn schapen zijn, of die geen echte leden van de gemeente zijn; Joh. 10:26; Rom. 9:6-8.

Markus 4 vers 12

Opdat zij ziende zien, Met deze woorden, genomen uit Jes. 6:9 , wordt verklaard het oordeel Gods over degenen, die het Evangelie ongehoorzaam zijn. Zie Matt. 13:14 , en 2 Thess. 2:11-12 .

Hertaald: Opdat zij ziende zien, Met deze woorden, ontleend aan Jes. 6:9, wordt het oordeel van God verklaard over hen die het Evangelie ongehoorzaam zijn. Zie Matth. 13:14 en 2 Thess. 2:11-12.

Markus 4 vers 14

het Woord zaait Dat is die de leer des Evangelies predikt.

Hertaald: het Woord zaait Dat is: hij die de leer van het Evangelie predikt.

Markus 4 vers 15

zijn, die bij den weg bezaaid worden, Dat is, door dezen, die bij den weg bezaaid zijn, worden betekend degenen, enz.

Hertaald: zijn, die bij den weg bezaaid worden, Dat is: met hen die bij de weg bezaaid zijn worden diegenen bedoeld, enzovoort.

waarin het Woord gezaaid wordt; Grieks alwaar; dat is, in welken. Zie voorts de verklaring van deze gehele gelijkenis in de aantekeningen Matt. 13:18 , enz.

Hertaald: waarin het Woord gezaaid wordt; Grieks: waar; dat is: in wie. Zie verder de verklaring van deze hele gelijkenis in de aantekeningen bij Matth. 13:18, enzovoort.

Markus 4 vers 17

terstond geërgerd Dat is, zij stoten zich daaraan, dat zij met de belijders des Evangelies aan vervolging onderworpen zijn en vallen daarna af.

Hertaald: terstond geërgerd Dat is: zij nemen er aanstoot aan dat zij met de belijders van het Evangelie aan vervolging onderworpen zijn, en vallen daarna af.

Markus 4 vers 19

wereld, Grieks, eeuw; dat is, van dingen, die tot dit leven behoren.

Hertaald: wereld, Grieks: eeuw; dat is: van de dingen die bij dit leven horen.

de andere dingen, Namelijk als van eer, wellusten, wraak en dergelijke.

Hertaald: de andere dingen, Namelijk zoals eer, genot, wraak en dergelijke.

Markus 4 vers 21

Komt ook de kaars, Dat is, wordt ook ene kaars ontstoken en gebracht.

Hertaald: Komt ook de kaars, Dat is: wordt er ook een kaars aangestoken en gebracht.

bed gezet worde? Of, bedstede.

Hertaald: bed gezet worde? Of: bedstede.

Markus 4 vers 22

niets verborgen, Namelijk door Christus zijne discipelen geleerd om verborgen te blijven, maar opdat zij tot zijnen tijd hetzelve voor allen openlijk zouden leren.

Hertaald: niets verborgen, Namelijk dat Christus Zijn discipelen leerde om verborgen te blijven; maar juist opdat zij het te Zijner tijd voor allen openlijk zouden onderwijzen.

Markus 4 vers 23

hore Dat is, die merke daarop.

Hertaald: hore Dat is: hij moet daarop letten.

Markus 4 vers 24

maat gij meet, Dat is, naardat gij uwe gaven van kennis anderen getrouw zult mededelen, zal de Heere u die ook vermeerderen. Zie Matt. 25:21 , Matt. 25:29 .

Hertaald: maat gij meet, Dat is: naarmate u uw gaven van kennis trouw aan anderen zult meedelen, zal de Heere die ook in u vermeerderen. Zie Matth. 25:21, Matth. 25:29.

Markus 4 vers 26

Koninkrijk Gods, Dat is, de voortgang van de predikatie des Evangelies. Zie Matt. 21:43 .

Hertaald: Koninkrijk Gods, Dat is: de voortgang van de prediking van het Evangelie. Zie Matth. 21:43.

Markus 4 vers 27

sliep, Dat is, daarna gerust op en neder ging, gelijk Ps. 3:6 .

Hertaald: sliep, Dat is: daarna gerust op en neer ging, zoals Ps. 3:6.

lang werd, Dat is, groot of hoog opgeschoten.

Hertaald: lang werd, Dat is: groot of hoog opgeschoten.

Markus 4 vers 28

van zelve vruchten voort Dat is, brengt door haar ingeschapen kracht en natuur vrucht voort van hetgeen daarin gezaaid is; Gen. 1:11 . Met deze gelijkenis leert Christus dat het goddelijke woord, gepredikt zijnde, zijn wasdom krijgt in de harten der mensen, niet eigenlijk door des leraars arbeid en zorg, maar door de verborgen werking des Geestes Gods, welke uit het voortkomen van de vruchten allengskens daar bespeurd wordt, 1 Kor. 3:7 .

Hertaald: van zelve vruchten voort Dat is: zij brengt door haar ingeschapen kracht en natuur vrucht voort van wat erin gezaaid is; Gen. 1:11. Met deze gelijkenis leert Christus dat het goddelijke Woord, wanneer het gepredikt is, zijn groei krijgt in de harten van de mensen — niet eigenlijk door de arbeid en zorg van de leraar, maar door de verborgen werking van de Geest van God, die daar geleidelijk aan de vruchten bespeurd wordt; 1 Kor. 3:7.

Markus 4 vers 29

daar is Grieks, daar staat.

Hertaald: daar is Grieks: daar staat.

Markus 4 vers 31

bij een mosterdzaad, Wat deze gelijkenis beduidt, zie Matt. 13:31 .

Hertaald: bij een mosterdzaad, Zie wat deze gelijkenis betekent bij Matth. 13:31.

het minste is van al de zaden, Grieks, het mindere.

Hertaald: het minste is van al de zaden, Grieks: het mindere.

Markus 4 vers 32

het meeste van al de moeskruiden, Grieks, het meerdere, of grotere.

Hertaald: het meeste van al de moeskruiden, Grieks: het meerdere, of grotere.

Markus 4 vers 33

het Woord, Namelijk des Evangelies.

Hertaald: het Woord, Namelijk van het Evangelie.

naardat zij het horen konden Dat is, naardat zij deze algemene aardse dingen verstonden, hoewel zij het geestelijke, dat daarmede afgebeeld wordt, niet begrepen.

Hertaald: naardat zij het horen konden Dat is: naarmate zij deze algemene aardse dingen begrepen, hoewel zij het geestelijke dat daarmee afgebeeld wordt niet vatten.

Markus 4 vers 35

aan de andere zijde Namelijk van de Galilese zee, tegenover Kapernaüm, naar het land der Gadarenen, gelijk blijkt uit Marc. 5:1 .

Hertaald: aan de andere zijde Namelijk van de zee van Galilea, tegenover Kapernaüm, naar het land van de Gadarenen, zoals blijkt uit Mark. 5:1.

Markus 4 vers 38

Meester, Grieks, leraar.

Hertaald: Meester, Grieks: leraar.

bekommert het U niet, Of, gaat het u niet aan?

Hertaald: bekommert het U niet, Of: gaat het U niet aan?

Markus 4 vers 40

geen geloof? Dat is, geen vast vertrouwen. Want zij waren niet geheel zonder geloof, maar kleingelovigen; Matt. 8:26 ; Luc. 8:25 .

Hertaald: geen geloof? Dat is: geen vast vertrouwen. Want zij waren niet geheel zonder geloof, maar kleingelovig; Matth. 8:26; Luk. 8:25.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zaaier en de vier soorten grond  — De gelijkenis waarmee Christus verklaart waarom hetzelfde Woord zo verschillend uitwerkt (Mark. 4:3-20)

Het zaad valt op vier soorten grond: bij de weg, op het steenachtige, in de doornen en in de goede aarde (Mark. 4:4-8). Christus legt de gelijkenis daarna Zelf uit, en dat maakt haar tot de sleutel van de andere gelijkenissen. De zaaier is die het Woord zaait (Mark. 4:14). Bij de weg wordt het weggenomen zodra het gehoord is (Mark. 4:15). Op het steenachtige wordt het meteen met vreugde ontvangen, maar er is geen wortel, en bij verdrukking of vervolging om des Woords wil valt het weg (Mark. 4:16-17). In de doornen komen de zorgvuldigheden van deze wereld, de verleiding van de rijkdom en de begeerten naar andere dingen, en die verstikken het Woord (Mark. 4:18-19). In de goede aarde wordt het gehoord en aangenomen, en het draagt vrucht: dertig-, zestig- en honderdvoud (Mark. 4:20).

Bijbelse betekenis: De gelijkenis verklaart een ervaring die iedere prediker en iedere hoorder kent: dezelfde boodschap, en zo verschillende uitkomst. Drie dingen zijn van belang. Het eerste is dat het zaad overal hetzelfde is; het verschil ligt niet in het Woord maar in de grond. Het tweede is de tweede grond, want die is de meest verontrustende: daar is vreugde, en toch geen wortel. Blijdschap bij het horen is dus op zichzelf nog geen bewijs. Het derde is dat de vrucht in verschillende maten komt. Dertigvoud is niet minder echt dan honderdvoud; de gelijkenis onderscheidt tussen wél en geen vrucht, niet tussen veel en weinig.

Typologie: Jesaja moest prediken tot een volk dat horende niet zou verstaan (Jes. 6:9-10), en Christus haalt juist dat woord aan bij deze gelijkenis (Mark. 4:12). Jakobus wijst op wat de goede aarde kenmerkt: wees daders des Woords en niet alleen hoorders, waarmee gij uzelven bedriegt (Jak. 1:22).

Mark. 4:3-20; Jes. 6:9-10; Mark. 4:12; Jak. 1:22

Wie is toch Deze (de storm gestild)  — De discipelen worden van de storm verlost en schrikken daarna erger dan tevoren (Mark. 4:39-41)

Er komt een grote stormwind, en de baren slaan zo over in het schip dat het volloopt (Mark. 4:37). Christus slaapt in het achterschip op een oorkussen, en zij wekken Hem met een verwijt: "Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?" (Mark. 4:38). Hij staat op, bestraft de wind en zegt tot de zee: "Zwijg, wees stil!" (Mark. 4:39). Er komt grote stilte. Dan volgt de vraag aan hen: waarom zijn zij zo vreesachtig, hoe hebben zij geen geloof (Mark. 4:40)? En het slot vertelt hun reactie: "zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?" (Mark. 4:41).

Bijbelse betekenis: De opbouw is de betekenis. Zij zijn bang voor de storm; als de storm weg is, zijn zij banger dan daarvoor. Die tweede vrees is van een andere soort: het is de schrik van wie merkt met Wie hij in het schip zit. Twee dingen horen erbij. Het eerste is hun verwijt. Zij vragen niet om hulp maar of het Hem niets kan schelen, en dat verwijt wordt niet weggepoetst; de Schrift laat het staan zoals het gezegd is. Het tweede is Zijn vraag naar hun geloof, die komt ná de redding en niet ervoor. De vraag die zij zelf stellen, blijft in dit hoofdstuk onbeantwoord, en het Evangelie beantwoordt haar in het vervolg.

Typologie: In de Psalmen doet God precies wat hier gebeurt: Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven zwijgen, en Hij voert hen tot de haven van hun begeerte (Ps. 107:29-30). Dat een mens dit doet, verklaart de schrik van de discipelen. En de vraag wie Hij toch is, krijgt haar antwoord bij de belijdenis van Petrus (Mark. 8:29, reeds behandeld).

Mark. 4:37-41; Ps. 107:29-30; Mark. 8:29

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Wie is toch Deze? — 4:35-41

Het is avond geworden na een dag van onderwijzen bij de zee. Hij zegt: laat ons overvaren naar de andere zijde. Zij nemen Hem mee zoals Hij was, en er waren nog andere scheepjes bij Hem.

Op het meer wordt de vraag gesteld waarop het hele evangelie van Markus antwoord geeft — en de discipelen stellen haar zelf.

De storm komt met woorden die de nood laten voelen: er werd een grote storm van wind, en de golven sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.

En dan het beeld dat blijft hangen: “En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen.” Van alle bijzonderheden die Markus had kunnen noemen, noemt hij dat kussen.

Hun verwijt is dat van mannen die aan het einde zijn: “Meester, bekommert het U niet dat wij vergaan?” Zij vragen niet om hulp maar om aandacht.

Wat Hij doet, doet Hij met woorden. Hij bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil. Dat zijn dezelfde twee woorden waarmee Hij elders een onreine geest tot zwijgen brengt. De zee wordt aangesproken als iets dat gehoorzamen moet.

En dan: de wind ging liggen, en er werd grote stilte. Niet een afnemende storm maar stilte, ineens.

Zijn vraag daarna is even scherp als hun verwijt: wat zijt gij zo vreesachtig? “Hoe hebt gij geen geloof?”

En dan komt het merkwaardigste van het hele stuk. Zij vreesden met grote vreze — niet tijdens de storm maar erna. En zij zeggen tegen elkaar: wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?

Die vraag is niet retorisch, en het antwoord staat in de Psalmen. Daar is het de HEERE Die de stormwind doet stilstaan en de golven doet zwijgen: Hij verandert den storm in stilte, zo dat hun golven stilzwijgen. Wie op het meer met twee woorden doet wat daar van God gezegd wordt, kan niet enkel een leraar zijn.

Het antwoord op hun vraag komt in Markus pas veel later, en dan uit de mond van een heidense hoofdman bij het kruis: waarlijk, deze Mens was Gods Zoon.

  1. Psalm 107:29 — Hij verandert den storm in stilte, zodat hun golven stilzwijgen.
  2. Markus 4:38 — Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen.
  3. Markus 4:39 — Hij zegt tot de zee: Zwijg, wees stil.
  4. Markus 4:40 — Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof?
  5. Markus 4:41 — Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
  6. Markus 15:39 — Het antwoord komt van een heidense hoofdman: deze Mens was Gods Zoon.

In het Nieuwe Testament: Psalm 107:23-30; Psalm 89:10; Markus 15:39; Jona 1:4-16

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 4

Markus 4:1.KruisverwijzingenMarkus 2:13Lukas 5:1Lukas 8:4Mattheüs 13:1Markus 3:7
— En Hij begon wederom te leren omtrent de zee; en er vergaderde een grote schare bij Hem, alzo dat Hij, in het schip gegaan zijnde, nederzat op de zee; en de gehele schare was op het land aan de zee.
“En Hij begon wederom te leren omtrent de zee; en er vergaderde een grote schare bij Hem, alzo dat Hij, in het schip gegaan zijnde, nederzat op de zee; en de gehele schare was op het land aan de zee.”

U kunt zich dat toneel gemakkelijk voorstellen. De Meester zit neer in het schip, met een kleine ademruimte water tussen Hemzelf en de schare. En dan de menigte op de oplopende oever, de een boven de ander, allen starend naar de Leraar Die neerzat en hen onderwees.

Moet u hier in het gedrang stáán? Bedenk dan dat in die dagen de hoorders allen stonden en alleen de prediker zat; dat verzoent u misschien met uw plaats.

Markus 4:2-3.KruisverwijzingenMarkus 3:23Mattheüs 13:34Markus 4:11Mattheüs 13:10Mattheüs 13:31 Korinthe 3:6Lukas 8:5Johannes 4:35
— En Hij leerde hun veel dingen door gelijkenissen, en Hij zeide in Zijn lering tot hen: Hoort toe: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.
“En Hij leerde hun veel dingen door gelijkenissen, en Hij zeide in Zijn lering tot hen: Hoort toe: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.”

Hij ging niet uit om zichzelf te vertonen, of om de mensen te laten zien hoe behendig hij was in de kunst van het zaaien. Hij ging uit om te zááien.

En zo behoort elke ware prediker uit te gaan met dit ene doel: het goede zaad van het Koninkrijk breeduit te strooien. Hij moet proberen het toegang te verschaffen tot de harten van zijn hoorders.

Markus 4:4.KruisverwijzingenMattheüs 13:19Genesis 15:11Mattheüs 13:4Lukas 8:12Lukas 8:5Markus 4:15
— En het geschiedde in het zaaien, dat het ene deel zaads viel bij den weg; en de vogelen des hemels kwamen, en aten het op.
“En het geschiedde in het zaaien, dat het ene deel zaads viel bij den weg; en de vogelen des hemels kwamen, en aten het op.”

Daar kon hij niets aan doen. Het was niet zijn schuld, maar de schuld van de weg en van de vogels.

Zo is het ook wanneer het Woord van God de toegang tot het hart van de mensen geweigerd wordt. De prediker zal door zijn Meester niet gelaakt worden, als hij het maar getrouw gepredikt heeft. De schuld ligt tussen het harde hart dat het zaad niet binnen wil laten, en de duivel die kwam en het wegnam.

Markus 4:5.KruisverwijzingenAmos 6:12Ezechiël 36:26Lukas 8:13Hosea 10:12Ezechiël 11:19Lukas 8:6Mattheüs 13:20Mattheüs 13:5
— En het andere viel op het steenachtige, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.
“En het andere viel op het steenachtige, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.”

Mensen met een oppervlakkig karakter zijn dikwijls heel snel in het ontvangen van godsdienstige indrukken. Maar zij verliezen ze even snel weer. Wie haastig en opvliegend zijn, laten zich even gemakkelijk de verkeerde kant op keren als de goede.

Markus 4:6-8.KruisverwijzingenJohannes 15:5Jeremia 4:3Jakobus 1:11Genesis 3:17Kolossenzen 1:6Genesis 26:12Markus 4:20Jona 4:8
— Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord. En het andere viel in de doornen, en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve, en het gaf geen vrucht. En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
“Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord. En het andere viel in de doornen, en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve, en het gaf geen vrucht. En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.”

God zij daarvoor gedankt! Er waren drie mislukkingen, maar er was één succes. Of misschien mogen wij juister zeggen: drie successen.

Er waren drie soorten grond die niets opleverden. Maar ten slotte kwam de zaaier bij een stuk bodem dat goed toebereid was en daarom goede aarde was, en dat vrucht droeg. Al wisselde de hoeveelheid ook daar: het een dertig, en het een zestig, en het een honderd.

Markus 4:9.KruisverwijzingenMattheüs 11:15Markus 4:23Mattheüs 13:9Openbaring 3:6Openbaring 3:13Mattheüs 15:10Markus 7:14Lukas 8:18
— En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore.
“En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore.”

Sommige mensen hebben oren, maar zij hebben geen oren om te horen. Zij hebben oren, maar zij sluiten die voor wat zij horen moesten. Is iemand werkelijk bereid naar de waarheid te luisteren, dan helpe God hem luisteren met heel zijn hart, en geestelijk.

Markus 4:10-12.KruisverwijzingenJesaja 6:9Jeremia 5:21Jesaja 44:18Deuteronomium 29:4Mattheüs 13:141 Timotheüs 3:7Mattheüs 11:252 Timotheüs 2:25
— En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen; Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden.
“En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen; Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden.”

Deze verblinding was als een oordeel over de Joden gekomen. Zij hadden hun ogen zo lang voor het licht gesloten dat God ze ten slotte sloot, en zij verblind waren.

Zij hadden geweigerd acht te geven op zoveel boodschappen die de grote God hun gezonden had. Ten slotte werd dit vonnis over hen uitgesproken als straf voor hun zonde: dat zij in hun zonden zouden sterven. Zelfs de prediking van het Woord door de mond van de Heere Jezus Zelf zou hun niet baten.

Dat is een van de vreselijkste oordelen die iemand ooit kunnen treffen. Het gebeurt wanneer God zelfs een vloek legt op iemands zegeningen, en wanneer het evangelie een “reuk des doods ten dode” wordt, terwijl het een “reuk des levens ten leven” moest zijn.

Markus 4:13.KruisverwijzingenOpenbaring 3:19Mattheüs 16:81 Korinthe 3:1Markus 7:17Mattheüs 13:51Lukas 8:11Lukas 24:25Mattheüs 15:15
— En Hij zeide tot hen: Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan?
“En Hij zeide tot hen: Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan?”

Het is alsof Hij zegt: dit is een van de eenvoudigste gelijkenissen van alle. Verstaat u deze gelijkenis niet, wat zult u dan wel verstaan?

Markus 4:14-15.KruisverwijzingenMattheüs 13:37Markus 2:2Openbaring 20:10Openbaring 20:21 Petrus 5:8Openbaring 20:7Lukas 1:2Jesaja 32:20
— De zaaier is, die het Woord zaait. En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.
“De zaaier is, die het Woord zaait. En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.”

Er is altijd een vogel waar een zaadje op de weg ligt, en er is altijd een duivel waar een preek gehoord maar niet in het hart opgenomen wordt.

“Zo komt de satan terstond”, staat er. Hij is heel voortvarend. Wij mogen uitstellen, maar de duivel doet dat nooit.

Markus 4:16-17.KruisverwijzingenMarkus 6:201 Thessalonicenzen 3:3Mattheüs 11:6Mattheüs 12:31Lukas 8:13Johannes 5:35Mattheüs 13:20Ezechiël 33:31
— En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen; En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd; daarna, als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo worden zij terstond geergerd.
“En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen; En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd; daarna, als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo worden zij terstond geergerd.”

Dit zijn de mensen die het hart van ernstige dienaren verontrusten en bedroeven. Er zijn opwekkingspredikers die nooit ergens komen zonder dat er heel wat mensen naar voren komen om te zeggen dat zij bekeerd zijn.

Ik ken een stad waar volgens de berichten van sommige predikers elke avond zoveel belijdende bekeerlingen waren, dat alle inwoners van die stad bekeerd moesten zijn. En nog een flink aantal uit de omliggende dorpen erbij. Maar niemand kan hen nu terugvinden. Wáren zij bekeerd? Ik geloof het niet.

Toch zit er ook in zulk werk iets goeds. De zaaier in de gelijkenis wordt niet gelaakt omdat zijn werk zo vluchtig bleek; hoe kon hij dat voorkomen? Omdat de bodem zo ondiep was, kwam de schijnbare uitkomst heel snel, en de teleurstelling kwam even snel.

Ik vertrouw, lieve vrienden, dat u nooit tevreden zult zijn met een tijdelijke godsvrucht, met lichte indrukken die snel ontvangen en snel weer verloren zijn. Er moet een openbreken komen van de ijzeren korst van het hart, en een uitrukken van de rotsen die onder de bodem liggen. Anders komt er geen oogst voor God.

Markus 4:18-19.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 6:171 Timotheüs 6:91 Johannes 2:151 Petrus 4:22 Timotheüs 4:10Mattheüs 13:22Jeremia 4:3Lukas 8:14
— En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen; En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar.
“En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen; En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar.”

Het zaad kan in zo’n bodem niet groeien. De ene mens heeft het te druk, de ander gaat geheel op in het vermaak; sommigen zijn te trots op zichzelf, of zelfs op de kleren die hen bedekken. Hoe kan er plaats voor Christus in de herberg zijn wanneer die vol andere gasten zit?

Markus 4:20.KruisverwijzingenMarkus 4:8Romeinen 7:4Johannes 15:4Genesis 26:12Filippenzen 1:11Mattheüs 13:23Kolossenzen 1:10Lukas 8:15
— En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
“En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.”

Alle bekeerlingen zijn niet even goed. Ik vrees dat er in onze gemeenten een groot aantal dertigvoudige mensen is. Wij zijn blij dat wij hen hebben, maar het zijn geen blinkende christenen.

Och, dat wij zestigvoudige bekeerlingen kregen, mensen die geschikt zijn om leiders in de gemeente van God te zijn! En komen wij aan honderdvoudig toe, dan verheugen wij ons pas werkelijk.

Dit honderdvoudige zaad draagt in zich het vermogen tot een bijna onbegrensde vermenigvuldiging. Bij de eerste zaaiing krijgen wij een honderdvoudige opbrengst; maar wat komt er van de volgende, en de volgende, en de volgende? God zende ons dit slag koren, en moge het rijkelijk zijn!

Markus 4:21.KruisverwijzingenMattheüs 5:15Lukas 11:33Lukas 8:161 Korinthe 12:7Efeze 5:3Jesaja 60:1Filippenzen 2:15
— En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?
“En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?”

Dit koren is dus bedoeld om gezaaid te worden; het Woord van God is bedoeld om verbreid te worden. Wordt een kaars gebracht om onder een korenmaat of onder een bed gezet te worden?

Werd zij onder een bed gezet, dan zou zij het bed in brand steken. En zo is er, als u ware genade in uw hart hebt, niets dat haar licht smoren kan. Het vuur en het licht samen zullen zich een weg naar buiten banen.

Markus 4:22-23.KruisverwijzingenLukas 8:17Handelingen 4:20Markus 4:9Mattheüs 11:15Handelingen 20:27Prediker 12:14Psalmen 40:91 Korinthe 4:5
— Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.
“Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.”

Vertel dan uit wat God u verteld heeft, en laat iedereen van u de waarheid horen zoals u die zelf gehoord hebt. Zie eens wat een samengestelde rente er ligt in deze gezegende handel voor Christus.

Markus 4:24-25.KruisverwijzingenMattheüs 7:2Mattheüs 13:122 Petrus 2:1Lukas 8:18Lukas 6:372 Korinthe 9:6Handelingen 17:11Johannes 10:16
— En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden. Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
“En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden. Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.”

Wordt het evangelie niet aangenomen, weigert iemand het, dan wordt het voor hem een werkelijk verlies. Er is een manier waarop het zo werkt dat wat iemand meende te hebben verdwijnt. Sommigen zijn slechter geworden door de prediking van dat Woord dat hen beter had moeten maken. Moge het met niemand van ons zo gaan!

Markus 4:35-36.KruisverwijzingenMattheüs 8:18Lukas 8:22Markus 3:9Markus 4:1Mattheüs 8:23Johannes 6:1Markus 5:2Markus 8:13
— En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde. En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem.
“En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde. En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem.”

Zij lieten de schare weten dat Christus hun die dag geen onderwijs meer geven zou en dat zij beter naar huis konden gaan. Er zijn predikers met grote gaven van verstrooiing; die hebben niet veel tijd nodig om een gemeente uiteen te doen gaan. Maar ik verwacht dat de discipelen van Christus het geen lichte taak vonden de scharen weg te zenden die naar de wonderlijke woorden van hun Meester geluisterd hadden.

Christus was die avond de opperbevelhebber van het meer van Galilea, en Hij had een heel vlootje schepen om Zijn vlaggenschip heen.

Markus 4:37.KruisverwijzingenJob 1:19Mattheüs 8:232 Korinthe 11:25Lukas 8:22Job 1:12Psalmen 107:23Handelingen 27:14Handelingen 27:41
— En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.
“En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.”

Het meer is onderhevig aan heel plotselinge en hevige stormen. Het ligt in een diepe holte. Uit de omringende kloven en dalen komt de lucht met een geweldige vaart naar beneden, zoals men die zelfs op een echte zee zelden ondervindt.

Mij is verteld dat op sommige meren de wind soms uit drie of vier hoeken tegelijk komt, waarbij de boot in haar geheel uit het water getild wordt. Soms lijkt het wel of het water zelf omhooggeheven wordt, met de boot en alles wat erin is.

Zij zullen de boot ongetwijfeld uit alle macht leeggehoosd hebben en hun best gedaan hebben om te voorkomen dat zij zonk. En toch liep het schip vol. Maar waar was hun Heere en Meester, en wat deed Hij terwijl de storm woedde?

Markus 4:38.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:7Hebreeën 4:15Psalmen 77:71 Koningen 18:27Jesaja 64:12Jesaja 54:6Jesaja 63:15Psalmen 44:23
— En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?
“En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?”

Hij was volkomen thuis op de wilde golven, als iemand die gewiegd wordt in de wieg van de diepte. Want wind en golven waren niet meer dan de knechten van Zijn Vader, die Zijn bevelen gehoorzaamden.

Hij lag in het achterschip te slapen op een oorkussen, ongetwijfeld vermoeid en versleten van de arbeid van die dag. Wij denken niet altijd genoeg aan de vermoeidheid van het menselijk lichaam van Christus.

Er was niet alleen de inspanning van het prediken. Zijn prediking was zo vol verheven gedachten, en de uitdrukkingen die Hij gebruikte waren zo zwanger van betekenis. Het moet Hem veel gekost hebben zo uit het hart te preken, met een innige zielsangst en met Zijn verstand voortdurend in de weer.

Bedenk dat Hij waarlijk mens was zowel als de Zoon van God. Wat Hij deed was van zo’n hoge orde dat niemand van ons het bereiken kan, en het moet Hem uitgeput hebben. Daarom had Hij slaap nodig om Zich te verkwikken. En daar nam Hij die wijselijk, en diende Hij God door vast te slapen en Zich zo voor te bereiden op de arbeid van de volgende dag.

Markus 4:39.KruisverwijzingenPsalmen 107:29Psalmen 29:10Psalmen 89:9Psalmen 65:7Job 38:11Spreuken 8:29Psalmen 93:3Nahum 1:4
— En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.
“En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.”

De wind was onstuimig en luidruchtig, en Hij gebood die de wil van zijn Meester te gehoorzamen. Kunt u zich niet bijna verbeelden dat u die gebiedende stem hoort, gericht tot de razende, brullende, oproerige winden en golven?

Niet alleen werd de wind tot rust gebracht en de zee in slaap gesust, maar een diepe, dode, geheimzinnige stilte veranderde het meer in een gesmolten spiegel.

Wanneer Christus wind en golven stilt, is het een grote stilte. Hebt u ooit een grote stilte gevoeld? Het is veel meer dan gewone gemoedsrust. Het is voor uw hart alsof er geen mogelijkheid tot vrees meer bestaat. Uw moeiten zijn zo volkomen weg dat u zich ze nauwelijks herinneren kunt. Er is niemand dan de HEERE Zelf Die zo spreken kan dat er een grote stilte komt.

Markus 4:40-41.KruisverwijzingenJesaja 43:2Mattheüs 16:8Mattheüs 14:31Lukas 8:251 Samuël 12:24Psalmen 89:7Mattheüs 14:32Johannes 6:19
— En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof? En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
“En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof? En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?”

Toen Hij de winden en de golven tot bedaren gebracht had, moest Hij nog tot een ander wispelturig gezelschap spreken, wispelturiger dan wind of golven.

Zij gingen van de ene vrees over in de andere. Maar deze keer was het de vrees van het ontzag: een gewijde huivering over wat er gebeuren kon met een schip dat zo’n geheimzinnige Persoon aan boord had.

Waarschijnlijk was er in hun gemoed geen vrees voor de dood. Maar het scheen hun een ontzagwekkende zaak in de tegenwoordigheid te leven van Iemand Die zo’n macht had over de razende elementen. Gezegende God en mens, wij aanbidden U!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content