“Ik sterk u”—Jesaja 41:10
Als we geroepen worden om te dienen of te lijden, maken we de balans op van onze kracht. Dan blijkt die minder te zijn dan we dachten en minder dan we nodig hebben. Maar laten we de moed niet verliezen zolang we zo’n woord hebben om op terug te vallen, want het garandeert ons alles wat we maar nodig kunnen hebben. God heeft almachtige kracht. Die kracht kan Hij ons geven, en Hij belooft dat Hij dat doet. Hij zal het voedsel van onze ziel zijn en de gezondheid van ons hart, en zo geeft Hij ons kracht. Niemand kan zeggen hoeveel kracht God in een mens kan leggen. Als Gods kracht komt, is menselijke zwakheid geen belemmering meer.
Herinneren we ons niet tijden van zwaar werk en beproeving waarin we zo’n bijzondere kracht kregen dat we onszelf verbaasden? Midden in gevaar waren we kalm, bij het verlies van een dierbare berustten we, bij laster bleven we beheerst en in ziekte waren we geduldig. Het is nu eenmaal zo dat God onverwachte kracht geeft als er ongewone beproevingen op ons afkomen. We komen boven ons zwakke zelf uit. Lafaards worden dapper, dwazen krijgen wijsheid, en wie sprakeloos staat, krijgt in datzelfde uur te horen wat hij moet zeggen. Mijn eigen zwakheid doet me terugdeinzen, maar Gods belofte maakt me dapper. Heere, versterk mij “naar Uw woord”.

