“… indien gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden …”—1 Kronieken 28:9
Wij hebben onze God nodig. Hij is te vinden voor wie Hem zoekt, en Hij zal Zich aan niemand van ons onthouden als wij persoonlijk Zijn aangezicht zoeken. Het gaat er niet om of je Hem verdient of Zijn gunst koopt, maar alleen of je Hem “zoekt”. Zij die de Heere al kennen, moeten Zijn aangezicht blijven zoeken in gebed, in ijverige dienst en in heilige dankbaarheid: hun zal Hij Zijn gunst en gemeenschap niet weigeren. Zij die Hem nog niet hebben leren kennen tot rust voor hun ziel, moeten meteen beginnen Hem te zoeken en niet ophouden totdat zij Hem vinden als hun Zaligmaker, hun Vriend, hun Vader en hun God.
Wat een sterke zekerheid geeft deze belofte aan wie zoekt! “Die zoekt, die vindt.” Jij, ja jij, zult je God vinden als je Hem zoekt. Als je Hem vindt, heb je leven gevonden, vergeving, heiliging, bewaring en heerlijkheid. Zul je dan niet zoeken en blijven zoeken, nu je niet tevergeefs zult zoeken? Beste vriend, zoek de Heere nu meteen. Hier is de plaats en nu is de tijd. Buig die stijve knie; ja, buig die nog stijvere nek, en roep om God, om de levende God. Zoek in de Naam van Jezus reiniging en rechtvaardiging. Je zult niet worden afgewezen. Hier is het getuigenis van David aan zijn zoon Salomo, en het is ook het persoonlijke getuigenis van de schrijver aan de lezer. Geloof het en handel ernaar, om Christus’ wil.

