“Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.”—Psalm 91:14
Zegt de Heere dit tegen mij? Ja, als ik Zijn Naam ken. Geprezen zij de Heere, ik ben geen vreemde voor Hem. Ik heb Hem beproefd, getoetst en leren kennen, en daarom vertrouw ik Hem. Ik ken Zijn Naam als een God Die de zonde haat, want door de overtuigende kracht van Zijn Geest is mij geleerd dat Hij nooit een oogje dichtknijpt voor het kwaad. Maar ik ken Hem ook als de God Die zonde vergeeft in Christus Jezus, want Hij heeft mij al mijn overtredingen vergeven. Zijn Naam is trouw, en dat weet ik, want Hij heeft mij nooit verlaten, ook al stapelden mijn moeilijkheden zich op.
Deze kennis is een genadegave, en de Heere maakt haar tot de reden waarom Hij nog een genadegave schenkt, namelijk dat Hij ons op een hoogte zet. Dit is genade op genade. Let erop: als wijzelf omhoogklimmen, kan de plek gevaarlijk zijn; maar als de Heere ons daar zet, is ze veilig. Hij kan ons verheffen tot grote bruikbaarheid in Zijn dienst, tot rijke ervaring, tot succes in het werk, tot leiderschap onder de werkers, tot de plaats van een vader onder de kleinen. Doet Hij dat niet, dan kan Hij ons op een hoogte zetten door nauwe gemeenschap, helder inzicht, heilige zegepraal en een genadige verwachting van de eeuwige heerlijkheid. Wanneer God ons op een hoogte zet, kan satan zelf ons er niet afhalen. Ach, mocht dit onze ervaring zijn, de hele dag door!

