“Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?”—Mattheüs 6:30
Kleren zijn duur, en arme gelovigen kunnen in zorgen raken over waar hun volgende pak vandaan moet komen. De zolen zijn dun. Hoe komen we aan nieuwe schoenen? Kijk hoe onze zorgzame Heere hiervoor al gezorgd heeft. Onze hemelse Vader kleedt het gras van het veld met een pracht die Salomo niet kon evenaren. Zou Hij dan Zijn eigen kinderen niet kleden? We zijn zeker dat Hij dat doet. Er zal misschien heel wat gelapt en gestopt moeten worden, maar kleding zullen we hebben.
Een arme predikant merkte dat zijn kleren bijna versleten waren, zo ver heen dat ze nauwelijks nog bij elkaar hielden. Maar als dienaar van de Heere verwachtte hij dat zijn Meester hem zijn dienstkleding zou geven. Het gebeurde dat de schrijver van dit boekje bij een bezoek aan een vriend de kansel van die goede man mocht lenen. Hij kreeg het idee een collecte voor hem te houden, en zo had de predikant zijn pak. Wij hebben nog veel andere gevallen gezien waarin mensen die de Heere gediend hadden, merkten dat Hij oog had voor hun kleding. Hij Die de mens gemaakt heeft, voorzag er uit barmhartigheid zelf in toen de mens kleren nodig had omdat hij gezondigd had. Wat de Heere onze eerste ouders gaf, was veel beter dan wat zij zelf maakten.

