“Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels; en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot. Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.”—Mattheüs 4:5-7
Lees verder: 2 Petrus 2:9-22.
Het is kostbaar dat de heiligen veilig zijn, maar het is verderfelijk als wij daardoor gaan leven zoals we zelf willen. Het is een heerlijke waarheid dat God Zijn volk zal bewaren, maar het is een afschuwelijke leugen dat de zonde hun geen kwaad zal doen. Vergeet niet dat God ons vrijheid geeft, geen toestemming. Hij geeft ons bescherming, geen vrijbrief voor arrogantie. Toen ik klein was, kende ik iemand die naar een feest ging in het dorpje waar ik woonde. Ik weet het nog goed. Hij zei dat hij een christen was, maar hij bracht de avond drinkend door met anderen in de danstent. Toen ik hem in mijn warme ijver vroeg wat hij daar deed, antwoordde hij: “Ik ben een kind van God, ik kan gaan waar ik wil en toch bewaard worden.” Hoewel ik op dat moment niet wist welke tekst ik moest aanhalen, kwam mijn ziel achteraf tegen die man in opstand. Ik voelde dat geen kind van God ooit zo slecht kon zijn dat hij gif zou innemen in het vertrouwen dat zijn Vader hem wel het tegengif zou geven. Een kind van God gooit zichzelf niet in het vuur in de hoop dat hij niet verbrandt. Als God mij moeilijkheden geeft, zal Hij ook verlossing geven. Maar als ik mijzelf in de problemen breng, moet ik het zelf dragen. Zelfs als de voorzienigheid toelaat dat de duivel mij op een toren zet, zal God mij helpen. Maar als ik mijzelf naar beneden werp, de tanden van de voorzienigheid in, dan wacht mij pijn. Daarmee bewijs ik dat de genade van God helemaal niet in mij is. En toch is deze verleiding niet ongewoon.
Ter overdenking
Hoe zou u deze man hebben geantwoord, die zich geen zorgen maakte om zijn ziel? Christelijke vrijheid is geen maas in de wet voor het vlees (Romeinen 13:13-14; Galaten 5:13), en ook geen vrijbrief om anderen te laten struikelen (Romeinen 14:13).
Preek 689, 6 mei 1866

