De vrede van satan, en de vrede van God

 Een preek uitgesproken op zondagochtend 3 augustus 1890, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington.

Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

Wanneer een sterke gewapende man zijn woning bewaakt, is alles wat hij heeft veilig. Luk. 11:21
De HEERE zal Zijn volk kracht geven, de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede. Ps. 29:11

Vrede is een toestand die boven alles te verkiezen is. Niet bang te hoeven zijn voor onrust van buitenaf of innerlijke onrust – wie zou er niet naar zo’n toestand verlangen? Vrede wordt wel een parel genoemd, en terecht; want zij is kostbaar en straalt met een zachte, milde glans die het hart siert van degene die haar draagt. Zij is werkelijk een parel van grote waarde: wie haar bezit, bezit meer dan rijkdom. En als die vrede inderdaad de ware parel is, dan behoort degene die haar in zijn hart draagt tot de meest bevoorrechte kinderen van God.

Er zijn misschien mensen in deze wereld die niet van vrede houden, maar wij kunnen ons niet vinden in hun manier van denken. Sommige onstuimige naturen scheppen behagen in storm en onweer en bewegen zich, als zeevogels, over de toppen van woeste golven. Mensen van het type Byron¹ zijn rusteloos; een sfeer van rust past niet bij hen. Hun gedachten razen voort als bliksemschichten en ze vinden voldoening in de kracht waarmee ze koppig hun eigen weg banen. Ik doe geen moeite voor zulke mensen, want het heeft geen zin om te spreken tegen wie niet wil luisteren.

¹Noot van de vertaler: Lord Byron, de Engelse romantische dichter George Gordon Byron (1788–1824), hier gebruikt als aanduiding van een rusteloos, onstuimig en eigenzinnig temperament.

De meesten van ons zijn echter anders van aard. Wij zijn geen raven die eindeloos door de lucht kunnen zwerven; maar wij zijn als de duif van Noach, die rust zoekt voor haar voeten en heen en weer vliegt totdat zij de olijftak van de vrede heeft gevonden. Hoe vaak hebben wij, temidden van de onrust van deze woelige wereld, niet uitgeroepen: „O, had ik maar vleugels als een duif! Dan zou ik wegvliegen en rust vinden.“

Wij zijn niet opgegroeid als jonge adelaars op ruige rotsen, onder de dreiging van bliksem; wij luisteren liever naar de stem van de tortelduif en houden van de beekjes die hun zachte lied zingen. Ik weet dat velen van u naar die vrede verlangen; u streeft ernaar die te vinden. En wanneer u de vrede hebt gevonden die Jezus schenkt, zal uw hart ongetwijfeld zingen:

“Hier vind ik voor eeuwig rust en vrede,
dicht bij Uw bloedende zij;
dit is mijn vreugde mijn lust en bede
dat mijn Heiland stierf voor mij.”

Rust en vrede zijn twee namen voor een bloem die op aarde ontluikt, maar pas in de hemel tot volle bloei komt. Toch wekt zelfs de vage geur van die nog gesloten bloesem een diep verlangen in ons op. Zachtjes trekt de Verlosser ons tot Zich met die liefdevolle uitnodiging: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

Alles wat kostbaar is in deze wereld wordt vroeg of laat nagebootst. Wanneer de staatsmunt goud- en zilvergeld uitgeeft, zijn er altijd bedriegers die valse munten vervaardigen. Hoe meer iets wordt geprezen, des te groter is de noodzaak tot voorzichtigheid, opdat men niet misleid wordt door waardeloze namaak. Satan is de sluwe aap van God: wat God doet, probeert hij op zijn eigen bedrieglijke wijze na te bootsen. Daarom bestaat er, naast een vrede die kostbaarder is dan het goud van Ofir, ook een andere vrede die erger is dan waardeloos. Wanneer een ziel wordt meegevoerd op de wateren van een valse vrede, is haar toestand hopeloos totdat die vrede opdroogt en de ziel strandt in verwarring en zelfbedrog.

Ik dacht vanmorgen dat ik u misschien van dienst kon zijn door deze twee soorten vrede tegenover elkaar te stellen: de vrede van de duivel en de vrede van God. Moge God de Heilige Geest u allen een onderscheidend hart schenken, zodat u niet misleid wordt door deze giftige nabootsing van ware vrede. Moge u het bedrog herkennen en het met afkeer verwerpen, en moge u de ware vrede vinden aan de voeten van de Vredevorst. O, die “vrede van God, die alle verstand te boven gaat”!

Wat mij betreft: ik zou ervoor terugdeinzen iemand vrede te schenken ten koste van de waarheid, welk onderwerp het ook betreft. Een tijdelijke geruststelling die eindigt in bittere teleurstelling is duur betaald. Er was eens een arme vrouw die een enige zoon had, van wie zij innig hield. Hij was haar alles. Toen hij ernstig ziek werd — ja, stervensziek — kon zij die gedachte nauwelijks verdragen. Met moeite bracht zij het geld bijeen om een arts te laten komen. En wat voelde zij een opluchting toen de vertrouwde man de trap af kwam en zei: “Uw zoon zal herstellen. Er is geen reden tot ernstige zorg. Verzorg hem goed, en spoedig zal hij zijn werk weer kunnen hervatten.”

De moeder werd gerustgesteld, want zij geloofde de dokter. Maar nog geen dag later stierf haar zoon. De uren van valse vrede die zij had gekend, maakten haar verdriet des te bitterder. Het was een pijnlijke teleurstelling dat haar hoop was gewekt, want zij riep uit: “Ach, als ik had geweten dat hij zou sterven, dan zou zijn verlies mij niet zozeer hebben gekwetst. Maar nu ben ik zo diep teleurgesteld. Hoe kon de dokter mij zeggen dat hij zou blijven leven?”

De arts had zich óf ernstig vergist, óf hij had geprobeerd het verdriet van de moeder te verzachten. Maar als dat laatste het geval was, dan was zijn onwaarachtigheid onverstandig. Ik kan een dergelijke weg niet volgen. Het is verkeerd een vrede te scheppen die geen vaste grond heeft. Het bedroeft mij wanneer iemand in schijnbare vrede voortsluimert, terwijl er een groot gevaar dreigt dat die vrede op een dag als een droom zal verdwijnen zodra men ontwaakt. Vermijd daarom die vrede die nu bedrieglijk lijkt en later rampzalig zal blijken te zijn. Verlang liever naar die vrede die hart en gedachten bewaart, vandaag én tot in eeuwigheid. Laten we eens kijken naar de twee vormen van vrede die in mijn beide teksten tegenover elkaar worden geplaatst.

I. Ten eerste, DE VREDE VAN SATAN. De boze geest bewaart de vrede in het hart dat hij bezit: “Wanneer een sterke, gewapende man zijn paleis bewaakt, zijn zijn bezittingen veilig.“ Het hart van de mens is van nature niet satans paleis; maar hij heeft het tot zijn paleis gemaakt door het te veroveren. In zijn hoogmoed vindt hij er behagen in zich te vestigen in dit veroverde bolwerk, opdat hij kan opscheppen tegenover de Allerhoogste, van wie hij het hart van Zijn schepsel heeft afgenomen. Satan beschouwt een menselijk hart dat hij heeft veroverd als een paleis: hij vindt er genoegen in om te heersen over de ziel die hij met geweld van God heeft losgerukt. Om zijn veiligheid te waarborgen, trekt hij een harnas aan en houdt hij voortdurend de wacht. Daarom lijkt het huis vredig, want zijn waakzame macht onderdrukt elk teken van verzet tegen zijn tirannie.

De psalmist beschrijft de afschuwelijke vrede van de goddelozen in Psalm 73: “Tot aan hun dood zijn er immers geen boeien, en hun kracht is fris. Zij verkeren niet in moeiten, zoals andere stervelingen, en worden niet gekweld met andere mensen.” Alles lijkt soepel te verlopen voor de mens die in deze fatale toestand is achtergelaten: “Hun ogen puilen uit van vet, zij hebben de inbeeldingen van hun hart overtroffen.” Hoewel het lijkt alsof zij werkelijk voorspoedig zijn, is dat niet het geval: zij staan op gladde grond en zullen ten val worden gebracht en ten onder gaan. Er is werkelijk niets benijdenswaardigs aan de toestand van de goddelozen; alles is erbarmelijk. Zij roepen: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is. Welke vrede kan er zijn voor hen wier opstanden zo talrijk zijn? Satan legt het geweten het zwijgen op, zodat zijn macht over de harten van de goddelozen gewaarborgd blijft.

Misschien richt ik mij hier tot sommigen die in goede gezondheid verkeren, een bloeiend bedrijf hebben en door hun buren hoog in aanzien staan, en die daarom van aardse vrede genieten zonder ook maar een gedachte te wijden aan de vrede met God. Het is mijn bedoeling die vrede te verstoren; want als het de vrede van de duivel is, geldt: hoe eerder die wordt verbroken, hoe beter het voor de ziel is.

Deze vrede is vaak niet meer dan een illusie. Mensen doen alsof ze vrede hebben, ook al voelen ze die niet in hun hart. U zult vaak ongelovigen tegenkomen die beweren volkomen gelukkig te zijn, waardoor u zich wellicht afvraagt: waar hebben zij Christus dan nog voor nodig? Ze voelen zich prima, dus waarom zouden ze wedergeboren moeten worden? Ze redden zich zo goed zonder Gods zegen dat ze er niet naar op zoek zijn. Hun gelach is luid, hun grappen eindeloos, en hun zorgen lijken hen niet te drukken. Ze lijken zich geen zorgen te maken over fouten uit het verleden, huidige verleidingen of toekomstige straf; en toch is deze vrede slechts oppervlakkig.

Het dunne ijs is nauwelijks sterk genoeg om een vlieg te dragen. Volg hen naar hun rustplaatsen en wees getuige van hun angst. Observeer hen tijdens een onweersbui, bekijk hen op zee tijdens een storm, en u zult ontdekken dat zij het slachtoffer zijn van een verschrikkelijke angst. Sommigen stralen een kalmte uit die niets anders is dan schijn. Zij willen gelukkig overkomen en zetten daarom het masker van de nar op. De landarbeider, die over het kerkhof loopt, fluit om moed te verzamelen; velen die door angst worden gekweld, proberen die te verbergen met vrolijke liedjes waarin ze opscheppen dat ze “hun zorgen wegjagen”. In het diepst van hun ziel zit echter dezelfde sombere zorg op de troon van hun hart, onverstoorbaar door ballades, viool of dans. Degenen die zich voordoen als vreugdevolle mensen, zijn vaak gevangenen van ellende.

Voor allen die niet tot Christus zijn gekomen om vrede te vinden door Zijn kostbare bloed, geldt dat hun vrede een valse vrede is. Wat zij ook mogen beweren, deze vrede mist elke grond of geloofwaardigheid. Zij hebben geen vrede met God, want er staat geschreven: “Er is geen vrede, zegt mijn God, voor de goddelozen.“ De grote God is de hoogste partij met wie vrede gesloten moet worden; als Hij die weigert, is elke schijn van vrede tevergeefs. Een zondaar kan zeggen: “Ik heb vrede met God”; maar als dit voortkomt uit het vergeten of negeren van Hem, is het slechts een trieste schijn.

Als iemand God moet vergeten om vrede te vinden, duidt dat op een dodelijk gevaar. Wanneer hij zich God herinnert en daardoor in onrust raakt, is zijn vrede niets meer dan een woord dat in het zand is geschreven. Zulke vrede is valse vrede; en welk oprecht mens zal troost vinden in wat vals is? Het is beter te beseffen dat wij in oorlog zijn dan te verlangen naar een vrede die niets meer is dan een denkbeeldig paradijs, die alleen in de verbeelding bestaat. Ik word liever gewond in duizend geestelijke veldslagen dan dat ik in slaap word gesust door valse vrede, die tot eeuwige vernietiging leidt. Laat mijn hoop liever door het zwaard van de waarheid worden gedood dan dat zij wordt gevoed met het brood der leugens. Moge God ons vergeven dat wij onszelf mooie dingen voorhouden, terwijl de pen van de gerechtigheid ons doodvonnis ondertekent!

Er is één gebed dat ik vaak uitspreek: “Heere, laat mij het ergste van mijn toestand zien”; en hoewel een dergelijk verzoek niet bepaald aangenaam is, dring ik er bij u allen op aan om dit gebed te bidden. Het kan u geen kwaad doen. Bid met de psalmist: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of er bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg.” Zorg ervoor dat u geen leugenaars bent tegenover uw eigen ziel.

Voor velen komt deze vrede voort uit onwetendheid. Zij kennen de vreselijke waarheden niet die vrede onmogelijk maken. Zij weten niet dat de zonde een dodelijke adder is en spelen ermee alsof het een vogeltje is. Zij beseffen nauwelijks dat zij noemenswaardige zonden hebben begaan; maar als Gods wet op hen zou schijnen, zouden zij hun schuld voor God zien. Laat de Heilige Geest in een mens een besef van zonde en een verwachting van het komende oordeel teweegbrengen, en hij zal geen vrede meer hebben totdat hij zijn toevlucht zoekt in de hoop van het evangelie.

Als iemand gehuld is in een vrede die geweven is uit onwetendheid, bid ik dat God die aan flarden zal scheuren. Sommigen zeggen: “Waar onwetendheid vrede brengt, zou wijsheid dwaasheid zijn.“ Nee! Als vrede gebaseerd is op onwetendheid, is het dwaasheid die nog meer dwaasheid voortbrengt. Wees wijs en drink niet uit de beker van de dwaas! Ken uw ware toestand, zelfs als die kennis u uw vrede kost. Mensen in onwetendheid houden is een van satans listen; hij vreest het evangelie dat u zou doen ontwaken.

Voor velen is het geen onwetendheid, maar onachtzaamheid. Zij kennen de waarheid, maar slagen er niet in hun kennis in praktijk te brengen. Wat een tragedie om voor altijd verloren te gaan, louter en alleen door een gebrek aan bezinning! Voor velen is de Bijbel een ongeopende brief van God; helaas lezen maar weinig mensen de Schrift grondig of staan zij stil bij de waarschuwingen die erin staan. Onnadenkendheid is een van satans valstrikken: wie er niet over nadenkt, zal niet geloven. Satan leidt mensen graag af met ijdelheid, politiek of wetenschap, zolang hun aandacht maar weggehouden wordt van God en de ziel.

Oh, kon ik maar een machtige boog spannen en een doordringende pijl over de muur van de valse vrede schieten! Wat zou ik graag de betovering van de vader der leugens verbreken en u bevrijden van zijn dodelijke betovering!

Deze zelfgenoegzaamheid komt vaak voort uit een vals gevoel van veiligheid. Mensen zeggen: “We hebben tot nu toe niet veel te lijden gehad, dus waarom zouden we ons zorgen maken? We hebben in zonde geleefd en toch voorspoed gekend.“ Sinds mensenheugenis zeggen mensen: “Alles gaat net zo door als in de dagen van onze vaderen“; ze zeggen: “Er zal geen rampspoed over ons komen. Geen tekenen aan de hemel, het oordeel zal niet komen. Alles verloopt voorspoedig, waarom zouden we ons zorgen maken?” Zo vragen zij, net als de luiaard in Spreuken, om nog iets langer te mogen slapen.

O, mensen van deze generatie, wees op uw hoede, opdat u niet door een plotselinge ondergang wordt overvallen voordat u uw toevlucht zoekt bij Christus, die de enige Ark der zielen is! De dingen zullen niet altijd blijven zoals ze nu zijn. Uw lichaam en uw leven veranderen; de nacht kan uw ziel opeisen. O mensen, zal mijn stem uw goddeloze sluimer verstoren, of zult u doorslapen totdat de bazuin u wekt – niet tot hoop, maar tot oordeel? Hij die nu verlossing biedt, maar daarna zal oordelen, komt spoedig. O Heere, heb genade met hen die betoverd zijn door vleselijke zekerheid! Breek de bezweringen van de bedrieger.

Anderen vinden weer rust in bijgeloof. “Wel,” zeggen ze, „we weten dat wat er gezegd is waar is, maar het geldt niet voor ons.” “Met ons zit het wel goed: door onze kinderdoop zijn wij leden van Christus geworden, kinderen van God en erfgenamen van het koninkrijk der hemelen; wij zijn bevestigd als kerkleden, hebben deelgenomen aan het Heilig Avondmaal en zijn trouw naar onze kerk gegaan; wij hebben ons kerkgebouw met grote regelmaat bezocht. Daarom weten wij dat er voor ons een zekere hoop weggelegd is.”

O zielen, wees op uw hoede dat u niet zegt: “De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!” Op de dag dat Salomo Gods wraak over hem bracht, zocht Joab, in plaats van zijn schuld te erkennen en om genade te smeken, zijn toevlucht in het heiligdom en klampte zich daarom met zijn handen vast aan de hoorns van het altaar. Het bericht bereikte de koning: “Hij bevindt zich bij het altaar”; maar het harde vonnis werd uitgesproken: “Ga, steek hem dood.” Zo kwam hij om in de heilige plaats waar gewoonlijk Gods offer werd gebracht.

Zo zult ook u sterven als u niet op de Heere Jezus vertrouwt, ook al rust uw hand op uw doopsel en uw avondmaal. Geen enkele uiterlijke handeling kan innerlijke bekering en geloof vervangen. Als uw hart niet recht is voor God, zult u omkomen met het sacramentele brood in uw mond en van het doopwater naar het vuur van de hel gaan. Pas op voor de vrede die geput wordt uit de stilstaande poel van bijgeloof: zij zal de dood in uw ziel brengen.

Helaas! Er bestaat een vrede die niet voortkomt uit te veel geloven, maar uit te weinig geloven. Ongeloof creëert duizenden valse beelden van vrede. Als satan u ervan kan overtuigen dat deze dingen uiteindelijk toch niet waar zijn; als hij u ertoe kan brengen uw Bijbel niet te geloven; als hij u kan laten denken dat er geen God is, of dat, als er een God is, Hij geen rekenschap vraagt aan mensen en hen nooit ter verantwoording zal roepen; dan zal de aartsbedrieger u zeker in zijn macht krijgen en zijn prooi in vrede houden. Ik waarschuw u: pas op voor die vrede die is gegrondvest op de ontkenning van de waarheden die uw eigen geweten u leert. Zonde moet worden bestraft, en als uw vrede is gebouwd op de veronderstelling dat dit niet zo zal zijn, is uw fundament nog minder betrouwbaar dan zand. Breng uw ziel niet in gevaar voor een leugen.

Ik vrees dat velen hun vrede vinden in het gezelschap waarin zij verkeren. Zij gaan hand in hand: de man voelt zich misschien verontrust, maar dan ontmoet hij zijn oude vriend, een scepticus, die zijn angsten weg lacht. De vrouw komt thuis en praat met wat zij ‘haar vriendinnen’ noemt, die net zo goddeloos zijn als zij, en hun geklets sterkt haar in haar onverschilligheid. O mijne heren, uw vrienden kunnen u niet redden als u door hun invloed uw ziel verliest. Kies liever vrienden die u op een directe manier de harde waarheid vertellen, in plaats van degenen die u met overdreven vriendelijkheid vleien en u zo naar uw eeuwige ondergang leiden.

Beste vrienden, ik zeg het nogmaals – en moge God het bij sommigen diep in het hart laten doordringen –: de vrede die de duivel brengt, is vaak de angstaanjagende voorbode van de laatste, verschrikkelijke storm. Iemand die mij de aardbeving in Zuid-Frankrijk beschreef, zei: „Toen we die ochtend opstonden, had ik nog nooit zulk prachtig weer gezien. Alles straalde boven de blauwe Middellandse Zee, en er was geen wolkje te zien aan de azuurblauwe hemel. Plotseling, zonder enige waarschuwing, werd de aarde door een schok getroffen, en klonk er een luide kreet van angstige mannen en vrouwen.”

Een ontzagwekkende natuurkracht wordt meestal voorafgegaan door een onheilspellende stilte. U hebt waarschijnlijk wel eens gemerkt hoe griezelig stil alles wordt enkele minuten voor een storm. De lucht is stil, de vogels zitten roerloos op de takken, geen enkel blad beweegt – alles straalt een stille verwachting uit. Maak uzelf niets wijs; de storm raast op vleugels van vuur op u af, en terwijl u nog aan het spreken bent, zal hij over u heen razen en alles in chaos en ontzetting storten.

Vóór de laatste, verschrikkelijke, verwoestende orkaan kan een ziel in slaap vallen, en kan er een diepe stilte om haar heen hangen. Pas op voor die bedrieglijke rust! Pas op voor gevoelloosheid! Uw gevoelloze toestand zou u moeten waarschuwen dat u overgeleverd bent aan de vernietiging. In de hogere en koudere streken, wanneer mensen merken dat de slaperigheid hen overvalt, maken hun metgezellen hen wakker, wrijven hen in en laten hen niet in slaap vallen; want slapen betekent nooit meer ontwaken. De man smeekt: “Laat mij een half uur slapen, dan ben ik weer volledig uitgerust.” Helaas! Als hij slaapt, zal het slecht met hem aflopen, want de vorst zal hem doen doodvriezen.

Gaat door, wijze vrienden, en schud hem met mededogen wakker! Schud hem heen en weer; of wrijf hem krachtig totdat hij pijn voelt. Ik kan u nu niet lichamelijk aanraken, noch zou ik u heen en weer willen schudden; maar o, kon ik dit maar geestelijk doen, en u wakker maken! Ik kan u niet laten slapen totdat uw ziel ten onder gaat. Kom, vrouw, u moet in actie komen; u moet deze fatale gevoelloosheid, deze dodelijke vrede, achter u laten; want anders verlaat u de wereld van de hoop en ontwaakt u in de kerker van de wanhoop.

Ik heb nu alles gezegd wat ik verstandig acht over dit vreselijke onderwerp: moge de Heilige Geest u allen zegenen! Het zijn niet mijn woorden, maar uw bezinning die nu nodig is. Moge de Heere u tot heilige gedachten aanzetten!

II. Nu komen we bij het tweede deel van onze uiteenzetting, waarover wij met veel meer genoegen hopen te spreken. De psalmist zegt: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.“ Wij spreken over DE VREDE DES HEEREN.

Ik ben ervan overtuigd dat velen van u deze vrede mogen ervaren. Een kind van God bevond zich op zijn sterfbed, maar hij was zeer kalm; sterker nog – hij was buitengewoon gelukkig. Hij vulde het huis met vrolijkheid. Iedereen die hem kwam bezoeken, wetende dat hij op het punt stond te sterven – zoals hij zelf ook heel goed wist – keerde getroost en gesterkt naar huis terug na een gesprek met deze driemaal gezegende man. Iemand vroeg hem: “Vriend, hoe komt het dat u zo’n vrede hebt?” Hij antwoordde: “Ik zie geen andere reden of oorzaak dan deze: er staat geschreven: ‘Het is Uw vaste voornemen: U zult volkomen vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd.” Was dat geen bevredigend antwoord? Er zit een diepgaande logica in. Als uw gedachten op God gericht zijn, zal Hij u in volmaakte vrede bewaren.

Uzelf in volmaakte vrede bewaren in tijden van beproeving, zwakte of verval is onmogelijk; maar de Heere kan het wel. Wanneer uw hart en kracht u in de steek laten, zal God uw bron van overvloedige vreugde zijn. Dan zult u de erfenis van Christus ontvangen: “Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u.” Ik houd van deze passage vanwege het dubbele perspectief op de Vredevorst. Hier is een stervende Verlosser die Zijn testament opmaakt en zegt: “Vrede laat Ik u.” Hier is de levende Verlosser die Zijn hand uitstrekt en zegt: “Mijn vrede geef Ik u.” Hij heeft het niet alleen nagelaten in Zijn testament, maar het met Zijn hand gegeven.

Welnu, geliefden, de vrede die wij nastreven is in de eerste plaats een vrede die een zegen is: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” Valse vrede is een vloek; maar volledig in vrede zijn met God is een onvervalste zegen, zonder dat er ook maar enig verdriet in vermengd is. Om in de armen van de Vader te vallen en te zeggen: “Ik weet dat U van mij houdt, en ik weet dat ik van U houd”; om naar Jezus te zien en te zeggen: “Hij hield van mij en gaf Zichzelf voor mij”; om de bewegingen van de Heilige Geest te voelen en ons over te geven aan Zijn leiding – dat is onuitsprekelijke vrede.

Geen strijd met God hebben – sterker nog, geen enkel conflict voelen tussen Zijn wil en die van uzelf – dat is een prachtige ervaring. Mensen mogen mij dan wel haten, maar als mijn God van mij houdt, wat maakt dat dan uit? Ik voel misschien de pijn van scherpe, kwetsende woorden, maar als mijn God mij vrede toespreekt, wie kan mij dan nog in de weg staan? “Want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstelingen van vrede spreken.“ Dat is ware vreugde! Kent u die vreugde?

Vrede is niet alleen een zegen op zich, maar ook door haar gevolgen. Niemand is zo nederig als degene die in volmaakte vrede met God leeft: hij verwondert zich over de zegen die hij geniet. Niemand is zo dankbaar, zo moedig, zo weinig beïnvloedbaar door de wereld, zo geduldig in het lijden, of zo gereed voor de hemel als degene die in volmaakte vrede met God leeft en zich daarvan bewust is. De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, is een heilig schild voor de ziel; zij zal ons hart en onze gedachten bewaken door Jezus Christus. De waarde van vrede bij het bewaken van het hart en de geest is buitengewoon groot. Zij beschermt ons tegen alle soorten kwaad en bewaart ons tot de dag dat de Heere zal komen.

Hoe meer u de vrede met God geniet, hoe beter. Valse vrede is even verdovend en dodelijk als opium. Zelfs de kleinste druppel van dit slaapmiddel kan schadelijk zijn voor de geest; maar u kunt onbeperkt en zonder schade drinken van Gods eigen vrede. U kunt zo gelukkig zijn in de Heere als maar mogelijk is, en het zal u alleen maar ten goede komen. Verwerf een sterk geloof, ja, zelfs volle zekerheid, en het zal u nooit lui maken – het zal een zegen zijn, enkel en alleen maar zegen, gedurende uw hele leven. “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.”

Let goed op: deze vrede komt uitsluitend van God: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” U kunt die vrede niet verkrijgen zonder de Heere Zelf; het heeft geen zin om te proberen die op eigen kracht te verdienen. U zegt: “Ik zal een beter mens worden; ik zal de wet onderhouden; ik zal dit en dat doen” – maar u zult nooit in staat zijn om vrede uit de diepten van uw eigen werken op te graven. U kunt geen vrede uit uzelf spinnen, net zoals een spin zijn web spint. U moet naar de Heer gaan voor vrede, en er is maar één manier om tot Hem te komen: Jezus zegt: “Ik ben de weg.” Ga via Jezus Christus, door de kracht van de Heilige Geest, naar de Vader. Vertrouw op de Vader, rust in Christus, geef u over aan de Heilige Geest, en u zult de vrede ontvangen die God geeft. O beste toehoorders, zelfs als u met mij had gesproken en ik u had getroost, had dat wellicht geen betekenisvolle indruk op u gemaakt.

Zelfs als een zeer ervaren priester u verlossing aanbiedt, is dat niets meer dan een zeer duistere misleiding. Maar als u tot God gaat en Zijn vrede ontvangt, is die vrede vast en blijvend: zij is gegrondvest op de eeuwige waarheid; zij wordt gewaarborgd door de God der heiligheid; zij is door de Rechter der aarde als betrouwbaar bevonden. Hier hebben we een vrede die afkomstig is van lippen die niet kunnen liegen, vrede van een hart dat niet kan veranderen, vrede door het bloed dat volledige verzoening heeft gebracht. Ik smeek u, zoek deze vrede en maak haar tot de uwe.

Merk op dat dit geestelijk is; want u moet tot God komen, en u kunt alleen tot Hem komen in geest en in waarheid. U ziet hoe weinig het afhangt van uiterlijke zaken, zoals kerkbezoek of tempelbezoeken: het is door een geestelijke benadering van God dat deze zegen wordt verkregen. Kom tot de Heere, de Gever van vrede. Kom tot Jezus, die onze vrede is. O, moge de Heilige Geest u nu tot Jezus leiden; want wanneer u tot Hem komt, zult u werkelijk rust ontvangen! Maak nu aanspraak op deze belofte: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.”

Deze vrede komt alleen tot Zijn eigen volk: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” Hij zal nooit degenen met vrede zegenen die in opstand tegen Hem blijven. “Maar de goddelozen zijn als de woelige zee, want die kan niet tot rust komen, en zijn wateren werpen modder en slijk op.” Zeg mij, behoort u tot Zijn volk? Bent u trouw aan Prins Emmanuel? Zo ja, dan heeft de Heere u met Zijn kostbare bloed gekocht, en bent u Zijn eigendom. De Heere zal Zijn volk, dat met bloed gekocht is, zegenen en hen machtig maken door Zijn kracht en de prijs die Hij ervoor betaald heeft.

Rust u in Christus alleen? Is het verzoenend offer uw grote hoop? Zo ja, dan bent u wedergeboren tot die levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, en de Heere zal Zijn volk zegenen met vrede, nu zij zijn opgestaan met Zijn eigen geliefde Zoon. Als u het geloof van Gods uitverkorenen bezit, behoort u tot Zijn uitverkorenen. Als u uzelf, de wereld en de zonde als het belangrijkste in uw hart hebt afgezworen, behoort u tot Zijn volk. Als u zich aan God overgeeft om voor Hem te leven, bent u Zijn volk, dan zal de Heere u met vrede zegenen. Hoe dichter u zich aan de Heere Jezus vastklampt, des te duidelijker en des te vollediger zal uw vrede zijn.

Behoort u Hem toe, zodat Hij u Zijn volk kan noemen? “Nou,” zegt iemand, “ik behoor tot de kerk.” Dat is van ondergeschikt belang. Velen behoren tot de zichtbare kerk, maar niet tot God. „O, maar ik behoor tot die en die geloofsgemeenschap, die bekendstaat om haar geloofsleven. ” U kunt daar heel goed deel van uitmaken, en toch niet tot het volk van de Heere behoren; want onkruid groeit zelfs tussen de beste tarwe. Zeg mij, o hart, vertrouwt u alleen op Jezus, de Verlosser? Heeft u zich aan de Heere overgegeven, zodat u niet langer aan uzelf toebehoort? Bent u met Christus verbonden – bent u geheel van Hem, en bent u Zijn bruid? Dan zal de Heere u vrede in overvloed schenken. Hier is een praktisch voorstel; kijk of het niet waar is.

Merk ook op dat dit vrede is te midden van onweer, en vrede ná de storm. Lees de negenentwintigste psalm nog eens: het is de psalm van het onweer. Luister hoe Gods stem er van begin tot eind doorheen dondert. De grote ceders van Libanon worden verscheurd, de bergen worden bewogen, de woestijn van Kades wordt opgeschud, en bevende hinden laten hun jongen vallen van angst. De hele aarde siddert onder deze ontzagwekkende stem en wordt verlicht door de bliksems van de Heere. Toch eindigt de psalm met deze genadige woorden: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” Sommigen van ons ervaren onze diepste vrede juist wanneer de Heere onderweg is en de donder rolt als trommels in de opmars van de God der heerscharen.

Wij voelen vervoering wanneer wij merken dat onze Vader nabij is en spreekt, zodat wij Zijn stem horen. In geestelijke stormen is die stem onze troost; en nadat de stormen voorbij zijn, spreekt de Heere een zoete stilte tot de harten van Zijn kinderen. Hij neemt onze angsten weg en fluistert: “Ik ben het; wees niet bevreesd.” Broeders, u zult menig storm meemaken tussen hier en de hemel; maar vóór de storm, tijdens de storm en na de storm geldt: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.”

Toen ik gisteravond over deze tekst nadacht, drong het tot mij door dat het een bijzonder mooie passage is. Het is een terugkerende boodschap, als een geladen geweer dat voortdurend kan worden afgevuurd. Het is een stromende fontein die steeds weer nieuwe beekjes voortbrengt. “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” Wij hebben al veertig jaar vrede met God; ja, maar wij hebben ook een belofte van vrede voor vandaag. Stel dat we nog eens veertig jaar zouden leven, dan zouden we dezelfde belofte blijven hebben: “De HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.”

Ik zou dolgraag een eeuwigdurende cheque van een miljonair willen hebben, met de woorden: “Telkens wanneer deze cheque bij de bank wordt aangeboden, betaalt u de houder wat hij ook maar vraagt.“ Weinigen bezitten een dergelijk document, maar nog minder mensen zouden nalaten het bij de bank te presenteren. Wij zouden regelmatige bezoekers zijn. O kinderen van God, u hebt zo’n belofte in de tekst die voor u ligt! De Heere heeft oneindige, grenzeloze vrede in Zichzelf, en wanneer u al lang vrede met Hem hebt genoten, kunt u opnieuw tot Hem gaan en zeggen: “Heere, vernieuw mijn vrede. Ik ben verontrust, maar U blijft onverstoorbaar: zegen mij met Uw vrede.“

Wanneer u rijk bent en merkt dat uw rijkdom onrust met zich meebrengt, breng die dan voor God, die Zijn volk met vrede zal zegenen. Wanneer u arm bent, doe dan hetzelfde. Wanneer er kinderen worden geboren en dat zorgt voor zorgen binnen het gezin, breng deze nieuwe last dan voor de Heere, want Hij schenkt vrede. En als er kinderen sterven en u rouwt om uw kleintjes, wend u dan toch tot de Heere en geloof dat Hij u met vrede zal zegenen. Als u zelf ziek wordt en er tekenen van een dodelijke ziekte verschijnen, blijf dan kalm, want Hij zal u met vrede zegenen.

Wanneer uw laatste uur nadert en u op uw sterfbed ligt, zal de Heere u nog steeds zegenen met Zijn eeuwige vrede; en wanneer u ontwaakt bij het geluid van de laatste bazuin, zal Hij u in volmaakte vrede bewaren. “Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God.“ Dit is altijd het erfdeel van Zijn gelovigen: “Gerechtvaardigd door het geloof, hebben wij vrede met God.“ Wat er ook met onze generatie gebeurt overeenkomstig de duistere profetieën, welke verschrikkingen er ook mogen uitbreken in de komende jaren, de Heere zal Zijn volk met vrede zegenen. Neem deze waarheid ter harte en leef ernaar, en u zult voor eeuwig in de aanwezigheid van de Koning verblijven.

Zodra ik deze woorden heb uitgesproken, ben ik klaar. Maar voordat ik afsluit, moeten we eerst nagaan of wij op een vals of een waar fundament staan. Spreek ik tot een vreemdeling die vandaag voor het eerst in de Tabernakel is? Ik wens u het allerbeste, en toch moet ik tot aan het onderste fundament doordringen. Is uw hoop gebouwd op valse vrede? Dan wil ik die afbreken, zodat er geen enkele steen overeind blijft staan. Toevluchtsoorden van leugens moeten worden weggevaagd voordat toevluchtsoorden van genade kunnen worden gezocht. Als u zich verschuilt achter “een hellende wand en een instortende muur”, wil ik u helpen deze af te breken; want ze zullen spoedig vallen, en het is beter dat dit nu gebeurt, nu u nog een ander toevluchtsoord kunt zoeken.

U zult nooit op een stevig fundament staan zolang u het valse niet hebt opgegeven. Zolang uw geluk en vrede vals zijn – hoe mooi ze ook mogen lijken – zult u geen ware vrede zoeken; daarom moeten afgoden worden vernietigd. Wilt u even stilstaan bij deze gedachte? Wilt u niet langer de illusie koesteren dat u veilig bent? Mag ik u vragen geen troost te zoeken in hetgeen niet waar is? Vertrouw niet op zekerheden van tijdelijke waarde. Vertrouw op de eeuwige waarheid en zoek het eeuwige leven. Wikkel uzelf niet in een troost die u niet durft te beproeven. Als het de beproeving niet doorstaat, werp het dan terzijde. Als u niet durft na te denken over uw toestand, wees er dan zeker van dat er iets mis is. Wandel in Gods licht en neem geen deel aan vruchteloze hoop, want dit zijn de werken der duisternis.

Mag ik u dringend verzoeken om, nadat u deze dingen ter harte hebt genomen, onmiddellijk een hechte relatie met God te zoeken. Zeg niet: „Ik zal beginnen met het bestuderen van de Schrift.” Dat is goed, maar als u genoegen neemt met lezen zonder u tot God Zelf te wenden, kan de Bijbel een struikelblok worden. Zeg niet: “Ik ga vaker naar de kerk.” Ook dat kan goed zijn, maar kerkdiensten zullen u te gronde richten als u ze in de plaats stelt van persoonlijke omgang met God. Uw redding vereist persoonlijke omgang met de levende God. Kom vanmorgen tot Hem, als u dat nog nooit eerder hebt gedaan. Kom onmiddellijk. Stel het niet langer uit. Aarzelt u? Zoekt u een Advocaat? Heeft u een Vriend nodig om u naar het hooggerechtshof van de hemel te leiden? Zie, de Zoon van God wacht om uw Middelaar en Voorbidder te zijn. Kom tot de Vader via de Zoon, en u zult nooit worden verstoten.

Vind hoop, mijn toehoorder, die u tot het einde toe zal begeleiden. Vind hoop waarmee u kunt sterven. Ik verzoek u bij de levende God en bij Christus Jezus, die zeker zal komen om de levenden en de doden te oordelen: vind een vertrouwen dat de beproeving van de dood, het oordeel en de eeuwigheid zal doorstaan. Streef ernaar om “vrijmoedigheid te mogen hebben op de dag van het oordeel”. Dit is geen kleinigheid. Verzeker uzelf van uw zekerheid voor de dag van de beproeving. Hoe kunt u zeker zijn, tenzij uw vertrouwen is gebouwd op het fundament dat God Zelf heeft gelegd? Aanschouw het algenoegzame offer. Rust in de goddelijke verzoening, het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging der wereld.

“Maar kunnen we daar zeker van zijn?“ vraagt iemand. Er zijn duizenden die de zekerheid van een kinderlijk geloof bezitten. Zonder die zekerheid zouden we geen moment rust vinden. Ik zou geen genoegen nemen met een verlossing die geen zekerheid biedt: want de zonde is echt, en daarom móet ik echte vergeving ontvangen; mijn hartzeer is echt, en daarom móet ik echt vertrouwen hebben in de Verlosser; mijn innerlijke zondigheid is echt, en daarom móet ik echt wedergeboren worden tot heiligheid. Op de dag dat ik Jezus Christus, mijn Heere, aannam, vond ik ware vrede in Hem, en ik wist en was ervan overtuigd dat Hij in staat is om zalig te maken. Als iemand mij een dogmaticus noemt, pleit ik schuldig.

Ik moet dogmatisch zijn wanneer ik iets met zekerheid weet. Ik kan niet zonder zekerheid leven; in deze kwestie is twijfel de weg naar de dood. Ik geef mij over aan de verzoening van mijn Heere; daarin vind ik rust en vrede voor mijn ziel. “Als”, “maar”, “misschien” – dit zijn dolken in mijn hart. Waar is de troost voor een ziel in iets waarvan zij niet weet of het waar is? De essentie van troost ligt in de zekerheid van de waarheid waarin men gelooft. Als u niet zeker bent, rust dan nooit totdat u dat wel bent. Weet voor altijd dat God goed is voor Israël, en dat Hij Zijn volk met vrede zal zegenen, en geniet dan van die vrede zoveel als uw ziel kan bevatten. Zing dag en nacht: “Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.” Wat mij betreft: ik weet in wie ik geloof; en het doel van mijn ziel is om voor eeuwig en altoos mijn Heere te verheerlijken.

 “Van boven is de gezegende Duif in mijn hart neergedaald om getuige te zijn van Uw eeuwige liefde en om mijn geest rust te schenken. Mijn God, ik zal U loven zolang ik leef, U loven wanneer ik sterf, en U loven tot in alle eeuwigheid wanneer ik weer opsta.²” Amen.

²Noot van de vertaler: De regels hierboven zijn afkomstig uit een hymne van Joseph Hart (“Descend from heaven, celestial Dove”).

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content