De regels van de wedloop

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 5 augustus 1888, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington.

Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God. Hebr. 12:1-2

Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

De apostel zegt: “Laten wij de wedloop lopen.” Hij denkt daarbij aan de Olympische Spelen, waar alle verschillende stammen van Griekenland bijeenkwamen in een algemene vergadering om de moed van het volk te tonen. Tot de atletiekwedstrijden behoorden onder meer hardloopwedstrijden. De apostel gebruikt deze hardloopwedstrijd als een illustratie van het christelijke leven. Wij moeten de wedloop die voor ons ligt met volharding lopen, willen wij de prijs van onze hoge roeping winnen.

Hij staat met ons aan de startlijn en spreekt geen bevelend “Loop!”, maar een bemoedigend: “Laten wij lopen.” De apostel zelf bevindt zich aan onze zijde, als mededeelnemer in de wedloop. Zijn aanwezigheid is een buitengewone bron van inspiratie. Het is goed om samen met anderen het goede te doen. “Laten wij”, zegt hij, “met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt.” Wie zou zich willen terugtrekken uit een wedstrijd waarin zo’n grote heilige zijn plaats naast ons inneemt? O u die verlangt om verbonden te zijn met de voortreffelijken van de aarde, ga voorwaarts, schouder aan schouder met een apostel! Want als Paulus zegt: “Laten wij lopen”, dan geeft dat onze ziel vleugels. Voordat we beginnen, wijst de apostel naar de toeschouwers die langs de zijkanten van de baan staan. Bij die wedstrijden waren er altijd zulke toeschouwers: elke stad en elke staat stuurde een eigen delegatie, en de verzamelde menigte keek vol aandacht toe terwijl degenen die om de overwinning streden alles gaven wat ze in zich hadden. Degenen die vanuit de hemel op ons neerkijken, worden beschreven als zo’n grote wolk van getuigen. Zij omringen ons.

Duizenden en duizenden mensen die deze wedloop vóór ons hebben gelopen en hun kroon hebben ontvangen, zitten nu op hun hemelse tronen en kijken naar ons, om te zien hoe wij ons gedragen. Deze wedloop is het in elk geval waard om gelopen te worden, want de ogen van de naties die zalig zijn geworden zijn op ons gericht. Dit streven naar de grote prijs vindt niet in het verborgene plaats. Engelen, overheden, machten en talloze mensen die door het bloed zijn verlost, hebben zich verzameld om dit glorieuze schouwspel te aanschouwen: mensen die ijverig naar heiligheid streven en hun uiterste best doen om de Heere Jezus te volgen. U, mannen, rent er nu voor! Als er enig geestelijk leven en genadige kracht in u werkzaam is, geef daar dan vandaag uiting aan; want aartsvaders en profeten, heiligen, martelaren en apostelen kijken vanuit de hemel op u neer.

Onze apostel, die erop uit is dat wij zo lopen dat wij het doel bereiken, wijst op bepaalde lasten en hindernissen waarvan hij voorziet dat zij ons zullen belemmeren, en zegt: “Laten wij alle last en zonde afleggen.“ Merk op hoe hij zichzelf hierin meeneemt, opdat zijn waarschuwing niet als een verwijt zou klinken. Wij kunnen de prijs niet winnen als wij gebukt gaan onder lasten; het tempo moet immers zeer hoog zijn. Wij kunnen dit tempo niet bereiken, en nog minder volhouden, zolang wij zware lasten meedragen. Zelfs zonder dergelijke ballast zullen we merken dat de wedloop al onze krachten op de proef stelt. Maar wanneer we bovendien nog een last te dragen hebben, zal het ons zeker niet lukken.

Ach, dat wij alle beklemmende zorgen, irritaties, eerzucht, woede, hebzucht en egoïstische verlangens terzijde konden leggen! Deze dingen zijn de moeite die ze ons hebben gekost nooit waard geweest; maar nu we als hardlopers zijn ingeschreven, mogen we er een definitief einde aan maken. Weg moeten ze, totdat de laatste gram ervan op de grond ligt. Net als de oude Griekse hardloper zouden wij ons moeten ontdoen van alles wat hinderlijk is. In plaats van gewicht toe te voegen, zouden wij eerder onze eigen belasting moeten verminderen, opdat wij lichtvoetig over het parcours kunnen snellen.

De apostel blijft ons nauwlettend gadeslaan en merkt op dat er, zelfs nadat we onze lasten hebben afgelegd, nog steeds een kleed om ons heen hangt dat ongetwijfeld onze voeten zal verstrikken en ons zal doen struikelen. Zowel zonde als bezorgdheid moeten worden afgelegd. Ze belemmeren ons, en daarom moeten we des te zorgvuldiger zijn om ons ervan te ontdoen. Onze erfzonde, onze natuurlijke neigingen, onze aangeboren zwakheden, moeten worden afgelegd als kleding die ongeschikt is voor degenen die de hemelse wedloop lopen. We kunnen de hemel niet bereiken als we belast zijn met zonde.

De hemel is voor heiligen: “Al wat onrein is, zal er niet inkomen.” Beminde zonden moeten als eerste verdwijnen, want juist omdat ze het meest geliefd zijn, vormen ze het grootste obstakel. We moeten op onze hoede zijn voor elke vorm van zonde, ertegen strijden en erover zegevieren. “Want de zonde zal over u niet heersen.” We hopen dat al onze neigingen tot zonde zullen worden gedood en begraven, zo diep begraven dat er zelfs geen enkel botje van de zonde boven de grond uitsteekt. Dat zal voor ons de hemel zijn.

Ik hoor u zeggen: “Moge God ons dan bijstaan. Dit moet wel een zeer zware wedloop zijn, een die zo’n zelfontlediging vereist. Als elke last van zorg terzijde moet worden geschoven, en elk sprankje zonde, wie is dan tot dit alles in staat? Hoe kunnen wij, arme, wankelende stervelingen, zo’n wedloop lopen? Zelfs de start gaat ons vermogen te boven: hoeveel te meer moet het volharden daarin onze kracht te boven gaan!” Zie, mijn broeders, hoe wij gedreven worden tot de vrije genade, hoe wij gedreven worden tot de kracht van de Heilige Geest! De wedloop die voor ons ligt, openbaart zonder goddelijke genade, heel duidelijk onze hulpeloosheid en onze hopeloosheid. De wedloop van heiligheid en geduld, hoewel deze onze kracht vereist, openbaart onze zwakheid. Wij worden gedwongen, nog voordat wij ook maar één stap in de wedloop zetten, de knie te buigen en de Almachtige om kracht te smeken. We durven ons niet terug te trekken uit de strijd; maar hoe kunnen we een strijd beginnen waarvoor we zo ongeschikt zijn? Wie zal ons helpen? Tot wie zullen we ons wenden? Leidt dit alles niet op bewonderenswaardige wijze naar het vers dat specifiek mijn tekst is: “Terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof”?

Maar de apostel is nog niet helemaal klaar met ons, want hij maant ons met de volgende woorden de regels van de loop te gedenken: “Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt.“ U moet niet zomaar ergens heen rennen: u moet de vastgestelde koers aanhouden, anders kunt u net zo goed stil blijven staan. De weg van Gods geboden, de weg van gehoorzaamheid, de weg van nederig vertrouwen, de geestelijke weg, de weg van het leven dat van boven is gegeven – deze weg, en geen andere, is de juiste, want dit is de wedloop die voor u ligt! Deinst u terug? Lijkt de weg te moeilijk, te tegenstrijdig met het vlees, te zwaar? Dit alles maakt het voorschrift – “het oog gericht houden op Jezus” – des te krachtiger.

Omdat de weg zelf en de regels van deze wedloop in strijd zijn met uw natuur, moet u des te ernstiger opzien naar de grote Leidsman van uw zaligheid. Tijdens een hardloopwedstrijd is het van groot belang waar u uw blik op richt. Wie met zijn ogen voortdurend alle kanten op kijkt, kan niet rechtdoor lopen. Recht vooruit lopen is het beste; maar wie zijn blik overal laat afdwalen, zal onregelmatig lopen en energie verspillen. Kijk naar de finishlijn en ren dan in een rechte lijn. Ik las over een wedstrijd tussen verschillende jonge ploegers die tegen elkaar moesten ploegen voor een prijs.

De meesten van hen maakten er een erg ongelijkmatig ploegwerk van. Nadat ze klaar waren, zei een van de juryleden: “Jongeman, waar keek u naar terwijl u aan het ploegen was?” “Ik hield mijn ogen gericht op de handvatten van de ploeg, meneer, zodat ik kon zien wat ik moest vasthouden.” “Ja,” zei de jurylid, “en uw ploeg ging heen en weer, waardoor de voren helemaal scheef liepen.
Hij vroeg aan de volgende ploeger: “En waar keek u naar?” “Nou, meneer,” antwoordde hij, “ik keek naar mijn voren; ik hield mijn ogen gericht op de voren die ik aan het maken was. Ik dacht dat ik hem zo recht kon houden. “Maar dat is niet gelukt,” antwoordde de scheidsrechter, “u ging alle kanten op.”
Tegen de volgende zei hij: “Waar keek u naar?” “Nou, meneer,” zei hij, “ik keek langs de twee paarden naar een boom die in de heg aan de andere kant van het veld stond, recht voor mij.”

Deze man ging rechtdoor omdat hij een vast punt had om zich op te oriënteren. Dit helpt ons de wijsheid van de tekst te begrijpen: “Zie op Jezus.” Ren: loop rechtdoor: u kunt niet rechtdoor lopen tenzij u uw ogen gericht houdt op Iemand die altijd dezelfde is. Zie op Jezus, de Leidsman en Voleinder van uw geloof, dan zult u een zeker middel hebben om niet af te dwalen. Geestelijke ploegers, zorg ervoor dat u niet achterom kijkt, maar ploeg een rechte voren in de richting van Jezus op de troon! Geestelijke lopers, sluit een verbond met uw ogen dat u alleen naar Hem zult zien, Die het grote doel is van al uw rennen! Naar Jezus zien betekent leven, licht, leiding, bemoediging en vreugde. Kijk altijd naar Hem, Die ook altijd naar u kijkt.

Om ons hierbij te helpen, beschrijft de apostel op vier manieren het doel waarnaar wij moeten kijken. Zie op Jezus, de Verlosser – dat is de kern en de essentie van dit alles; maar Hij wordt ons in vier verschillende hoedanigheden voorgesteld: ten eerste als de Leidsman van het geloof; ten tweede als Voleinder van het geloof; ten derde als het voorbeeld van het geloof; en ten slotte als het doel of het eindpunt van het geloof. Wij moeten in elk van deze vier opzichten naar Jezus Christus kijken. O, moge de Heilige Geest mij bijstaan terwijl ik hierover spreek!

I. Allereerst moeten we onze blik richten op Jezus als DE LEIDSMAN VAN HET GELOOF.

De apostel wil dat wij de Heere Jezus zien als degene die het startsignaal voor de race geeft. Wanneer een hardloopwedstrijd begon, stelden de mannen zich op en wachtten ze op een signaal. De deelnemers aan de race moesten naar de degene kijken die het startsignaal gaf; want de loper die als eerste finishte vanwege een valse start, zou niet winnen, omdat hij niet volgens de regels van de race had gelopen. Niemand wordt gekroond tenzij hij op legitieme wijze meedoet. De scheidsrechter stond op zijn plaats, en de mannen wachtten allemaal en keken toe. Uiteindelijk liet hij zijn handschoen of een sjaal vallen, en daar gingen ze. Ons motto aan het begin van het christelijke leven is: “Zie op Jezus.” We moeten onze ogen richten op de Leidsman en Voleinder van ons geloof; want als we niet beginnen met naar Hem te kijken, zullen we, hoe snel we ook gaan, tevergeefs rennen en tevergeefs zwoegen. Wat heeft uw rennen voor zin als de scheidsrechter vaststelt dat u onjuist bent gestart?

Het begin van het geloof is ‘naar Jezus zien’. Laten we even stilstaan bij deze gedachte. Allereerst moeten we naar Jezus zien door te vertrouwen op wat Hij voor ons heeft volbracht. Dit wordt als volgt beschreven: ‘Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht.’ Jezus heeft het lijden en de schande verdragen die voor ons bestemd waren. O ziel, u kunt nooit de weg naar de hemel inslaan tenzij u kijkt naar Hem die ‘het kruis heeft verdragen’ voor u! Uw zonde zal ervoor zorgen dat u voor eeuwig onder Gods toorn zult moeten lijden, tenzij u naar Hem ziet die onze zonden in Zijn eigen lichaam aan het kruis heeft gedragen.

Zie met de ogen van het geloof op het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt; want als u dat nog niet hebt gedaan bent u niet eens begonnen aan de wedloop naar de hemel. Kijkt u met voldoening naar uw eigen gerechtigheid? Dat is een slecht begin voor u; u keert de prijs de rug toe. “Want allen die uit de werken van de wet zijn, zijn onder de vloek.” Kijkt u naar uw gemoedstoestand en uw gevoelens? Ook dat is een slecht begin, want zij zullen u in een mist leiden waar u de weg kwijtraakt. Richt uw blik op Jezus, de lijdende Verlosser. Door het kruis te dragen heeft Hij uw zwaarste lasten weggenomen, en door Zijn dood heeft Hij uw verstrikkende zonde vernietigd. Hij kan uw natuur vernieuwen door de kracht van Zijn opstanding en u redden van de heerschappij van de zonde door Zijn heerlijk Koningschap. Als u alleen naar Hem uitziet, bent u goed begonnen; anders is dat nog niet het geval.

Het Griekse woord voor ‘kijken’ is veel veelomvattender dan wat wij in het Nederlands kunnen vinden. Het bevat een voornaamwoord dat de blik van al het andere afwendt. U moet uw ogen van alles wat naast Jezus bestaat afwenden en op Hem richten. Richt uw blik niet op de wolk van getuigen; zij zullen uw aandacht afleiden als zij uw ogen van Jezus afwenden. Kijk niet naar de lasten en de hardnekkige zonde – deze hebt u terzijde gelegd; wend uw blik ervan af. Kijk zelfs niet naar de renbaan of de concurrenten, maar kijk naar Jezus en begin zo aan de race. Op wat anders dan Zijn bloed en gerechtigheid kunt u vertrouwen? Pas op dat u niets anders tot uw vertrouwen stelt. Kijk weg van alles waarop u in het verleden ooit hebt vertrouwd, en zeg tegen uw ziel: ‘Niemand dan Jezus alleen. ’ U moet één oog en één hoop hebben. “Christus is alles en in allen”, Hij moet alles voor u zijn, anders ligt u volledig uit de wedloop.

De oorspronkelijke tekst bevat het woord “eis“, dat vertaald wordt met “naar“, maar ook de betekenis van “in“ heeft. Het is goed dat wij naar Jezus zien, maar het is nog beter als wij “in Jezus zien“. Ik wil dat u, nu u aan uw nieuwe leven begint, ervoor zorgt dat u zo intens naar Jezus kijkt dat uw “naar“ uitgroeit tot een “in“. Kijk niet alleen naar de buitenkant van het boek van Zijn leven, maar verbreek de zegels en lees Zijn hart. Duik in de betekenis van wat Hij voor u heeft gedaan. Kijk naar het dragen van het kruis, begrijp wat het betekent, en treed binnen in de gemeenschap van Zijn lijden. Bestudeer goed het dragen van zonden, het dragen van de vloek, de verlatenheid en het verdriet tot de dood toe. Overdenk hoe de Heere Jezus ter wille van u te schande werd gemaakt, en zie hoe Hij boven dit alles uitstak.

Kijk naar Hem totdat u vertrouwd bent met de verschillende aspecten van het ene grote Offer. Onder de wet bracht een arme man zijn twee jonge duiven, die in tweeën werden gesneden en zo werden geofferd. Een rijkere man bracht een lam of een stier; dit werd zorgvuldig in tweeën gedeeld en al zijn ingewanden werden blootgelegd. Dit moest met het been gebeuren, en dat met de schouder; er was ook een voorschrift betreffende het vet en de inwendige organen. Zo zijn sommige gelovigen vertrouwd met de details van het offer, en wij willen dat u, beste vrienden, tot deze beter geïnformeerde groep behoort.

Moge u leren het lichaam van de Heere te onderscheiden en de verborgenheden van Zijn ziel te doorgronden, zodat u uw christelijk leven kunt beginnen met een weloverwogen en goed gefundeerd geloof. Dit zal u in staat stellen de rest van de weg doeltreffender te lopen. Maar u moet alleen naar Jezus kijken, of u nu veel of weinig weet. Niet uw kennis, maar Hijzelf moet uw enige grond voor vertrouwen zijn. U moet Jezus beschouwen als zowel de Alfa als de Omega. Voor u staat Zijn Naam aan het begin van het boek, en het is ook het Amen waarmee het eindigt. Voor uw ervaring geldt wat de Schrift zegt: “In het begin was het Woord.” U zult uw weg beginnen te lopen wanneer u naar Jezus kijkt.

Maar laten wij dan, geliefde vrienden, onze blik ook op Jezus richten, vanwege wat Hij in ons heeft volbracht. Ik wil u eraan herinneren, u die al een eind op weg bent en die de eerste enthousiaste stappen hebt gezet waarmee u uw reis naar de hemel bent begonnen. Bent u niet begonnen met uw ogen op Jezus te richten? Net zoals u Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, zo moet u ook in Hem blijven. De Heere Jezus heeft ons eerst uit de duisternis geroepen tot Zijn wonderbaarlijke licht. Hij heeft ons liefdevol ertoe geneigd Hem te beschouwen als de Weg, en heeft ons ernaar doen verlangen  hemelse pelgrims te worden. Hij was het die ons tot leven bracht, net zoals Hij in het verleden de doden heeft opgewekt.

De Vader geeft leven aan wie Hij wil, en Jezus doet dat eveneens. Zelfs nu lijkt het alsof ik Zijn stem hoor roepen: “Lazarus, kom uit! We herinneren ons nog goed hoe plechtige gedachten, een smachtend verlangen, diepe berouw, standvastige hoop en een bevend geloof onze ziel binnendrongen door naar Jezus te zien. Heeft Hij ons geen vergeving geschonken toen we vertrokken? Door naar Hem te kijken, viel de zware last van de zonde van ons geweten. Met de vergeving van zonden kwam een grote afkeer van de zonde: gewassen in het kostbare bloed konden we die smetten niet zomaar opnieuw maken. Onze eerste berouw en de vruchten daarvan kwamen voort uit het kijken naar Jezus. Onze harten van steen waren verhard door elders te kijken, maar het aanschouwen van het heilige hoofd, gekroond met doornen, volbracht het verzachtende werk. Wij keken en werden verlicht, tot leven gewekt, verontwaardigd over de zonde, en gingen Jezus liefhebben.

Onze aanneming door God kwam voort uit een gelovig zien op Jezus. We ontdekten dat we aangenomen waren in de Geliefde. O mijn vriend, herinnert u zich nog dat heerlijke moment waarop u besefte dat het kleed der gerechtigheid u van top tot teen had bedekt en dat uw bevuilde kleren waren weggenomen? U kunt dat moment van liefde niet vergeten. Op dat moment voelde u de liefde van God in uw geest als een verterend vuur, dat uw zonde wegbrandde. U was ook vervuld van liefde voor de Heere, uw God. U vroeg zich af hoe dat kon, totdat u besefte dat u Hem liefhad omdat Hij u eerst had liefgehad.

Toen werd elk kwaad door uw ziel verafschuwd; toen was u gereed voor elke heilige dienst; toen werd zelfverloochening een vreugde voor u; toen verliet u het gezelschap van de goddelozen en zocht u gemeenschap met de heiligen. De liefde van Jezus had u op een pad gezet dat u anders niet zou hebben gekozen: u was bekeerd, omgekeerd, volledig omgekeerd. U besefte dat u vanaf dat moment niet langer aan uzelf toebehoorde en niet langer naar uzelf kon rennen: u was gekocht en betaald, en moest daarom naar uw Verlosser rennen. Eén blik op de Gekruisigde was genoeg. Zo, geliefde vrienden, is Jezus de Leidsman van ons geloofsleven door wat Hij voor ons heeft gedaan en door wat Hij in ons heeft gedaan.

Zijn er hier vanmorgen onder u mensen die op het punt staan de weg naar de hemel af te leggen? Zorg ervoor dat u op de juiste manier van start gaat. Ik smeek u, laat u niet misleiden. Denk niet dat uw leven u iets zal baten, hoe goed en deugdzaam het ook geweest mag zijn, tenzij u begint met uw ogen op Jezus te richten. De heer Bunyan spreekt in zijn “Christenreis” vaak over degenen die over de muur tuimelden of op andere onregelmatige manieren binnenkwamen; maar zij misten allemaal het doel. Net zoals zij zonder Christus binnenkwamen, zo vertrokken zij zonder hoop. Iedereen die dicht bij de Hemelse Stad kwam maar niet door de poort was binnengegaan, moest beseffen dat er zelfs vanaf de poort van de hemel een achterweg naar de hel is. U moet beginnen met uw blik op Jezus te richten, anders eindigt u met een angstaanjagend vooruitzicht op het oordeel. Zegt Jezus niet: “Ik ben de Alfa”? Wilt u op een andere manier beginnen? Hij moet de eerste letter van uw hoop zijn; anders zult u zelfs het alfabet van de verlossing niet kennen.

II. In de tweede plaats moeten wij onze blik op Jezus richten als DE VOLEINDER VAN ONS GELOOF.

Net zoals Jezus aan het begin van de wedloop staat om de lopers op weg te sturen, zo staat Hij ook aan het einde van de race, als de Beloner van hen die volharden tot het einde. Wie de grote wedloop wil winnen, moet zijn ogen gedurende de hele race op Hem gericht houden, totdat hij de finish bereikt. U zult geholpen worden om naar Hem te kijken wanneer u zich herinnert dat Hij de Voleinder van uw geloof is vanwege wat Hij voor u heeft gedaan; want de tekst zegt: “Hij heeft het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.” Ook u zult de hemel beërven, want Hij bezit die; u zult op de troon zitten, want Hij zit daar. Begin met te kijken naar Zijn lijden aan het kruis; kijk naar Zijn plaats op de troon, opdat u tot het einde toe volhardt. Kijk naar Jezus terwijl Hij sterft voor de vergeving van uw zonden, terwijl Hij leeft voor de rechtvaardiging van uw ziel. De Menswording en de dood hebben geleid tot voorbede en eeuwig leven.

Jezus heeft Zijn plaats ingenomen. Hij rust omdat Hij Zijn werk heeft volbracht. Hier op aarde was Hij met schande bekleed, maar daar is Hij gekleed in heerlijkheid en eer, want Hij is aan de rechterhand van God gezet. Hier was Hij gebonden en gevangen; daar is Hij Koning der koningen en Heer der heren, want Hij zit aan de rechterhand van Gods troon. Hier op aarde zien wij Zijn menselijkheid: geboren in een kribbe, levend in armoede, gestorven aan een schandelijke dood aan het kruis; daar aanbidden wij Zijn Goddelijke heerlijkheid, want Hij zit aan de rechterhand van Gods troon.

Beschouw uw Verlosser als uw God, bekleed met alle macht en heerschappij. Dit zou u zeker moeten aansporen om uw pas te versnellen en nooit vermoeid of ontmoedigd te raken. U hebt in het begin naar Hem gezien als Iemand die lijdt; volhard door naar Hem te zien als een Overwinnaar. “Heb goede moed” zei Hij, “Ik heb de wereld overwonnen.” Daarmee geeft Hij u de zekerheid van uw eigen overwinning. Het zaad van de vrouw heeft de kop van de slang vermorzeld, en daarom zal de Heere spoedig satan onder uw voeten verpletteren. De dood van Christus is onze dood voor de zonde; maar het leven van Christus is ons leven tot heiligheid. De schande van Christus was onze schande, en de zege van Christus is onze zege. Laten wij daarom onze ogen op Jezus gericht houden, en onze weg vervolgen.

Wij zijn in staat om door te blijven rennen tot het allerlaatste moment, niet alleen vanwege wat Jezus voor ons heeft gedaan, maar ook vanwege wat Jezus in ons doet. Geliefden, u die midden in de wedstrijd zit: onthoud dat Jezus u ondersteunt. Elke greintje kracht om te rennen komt van uw Heere. Kijk naar Hem voor kracht. Zet geen enkele stap uit eigen beweging; zoek ook geen gerechtigheid, groei of vooruitgang los van Zijn leven en genade. Hij zegt: “Door Mij is bij u vrucht te vinden.” Hij doet al het werk in ons, en omdat Hij naar Zijn welbehagen in ons werkt, zowel het willen als het werken, brengen wij onze eigen zaligheid tot stand met vreze en beven.

Wij worden niet alleen gesterkt door naar Jezus te zien, maar ook door Hem geïnspireerd. Wanneer wij een glimp van Hem opvangen, worden onze zwakke knieën gesterkt. Wij houden even onze adem in terwijl wij Hem op de troon aanschouwen, en dan haasten wij ons weer voorwaarts. Zijn kostbare ogen zijn voor ons wat sterren zijn voor de zeeman. Jezus zegt tegen ons: “Kom op, Ik ben de Overwinnaar, en dat zult u ook zijn.” Een blik op de verhoogde Leidsman wekt de ijver van elke gelovige en doet hem rennen als een gazelle of een jong hert.
Wanneer u naar Jezus ziet, zult u vele aanwijzingen ontvangen; want terwijl Hij aan de finishlijn staat, wijst Zijn aanwezigheid zelf de weg.

Als onze ogen op Hem gericht zijn, zoals de ogen van een dienstmaagd op haar meesteres, zullen wij goed rennen. “Wees niet als een paard, als een muildier, dat geen verstand heeft. Zijn bek houdt men in toom met bit en toom”; maar zeg met David: “U geeft mij raad, Uw oog is op mij.” Voor een gelovige is één enkele blik van Jezus genoeg; en als u, mijn toehoorder, werkelijk naar Jezus ziet, zult u omwegen vermijden en de kortste weg naar heiligheid en eeuwige heerlijkheid nemen. Denk aan Hem die zoveel tegenstand van zondaars tegen Zichzelf heeft doorstaan, en u zult niet vermoeid raken, noch zult u de weg kwijtraken.

Zie op Jezus, want wanneer u naar Hem kijkt, trekt Hij u tot Zich. De grote magneet daarboven trekt ons tot Zich. De banden van Christus’ liefde stuwen ons vooruit. Hoe meer u, in de kracht van de Heilige Geest, nadenkt over het lijden van onze Heere aan het kruis en Zijn heerschappij op de troon, hoe meer u tot Hem aangetrokken zult worden en hoe sneller u verder zult gaan. “Trek mij mee, wij zullen achter U aan snellen” is de roep van de kerk uit het Oude Testament, en het is ook de onze. Heere, wij willen naar U zien, opdat U ons tot U mag trekken. Terwijl wij rennen, kijken wij naar onze Heere als de Leidsman en Voleinder van ons geloof. Wij zien Hem voorovergebogen, terwijl Hij de kroon naar ons uitstrekt.

“Het is Zijn bemoedigende stem
die vanuit de hoogte tot ons spreekt;
het is Zijn eigen hand die de beloning schenkt
aan onze verlangende blikken.”

De aanblik van de kroon neemt alle last van onze kruisen weg. De wedloop is niet langer zwaar wanneer wij Jezus op de troon zien zitten. Vandaag zie ik Hem aan het einde van de baan, terwijl Hij mij de krans voorhoudt en zegt: “Wie volhardt tot het einde, zal behouden worden.” O, dat u Hem allen mocht zien en beseffen dat ‘de kroon der heerlijkheid die nooit verwelkt’ het waard is om een leven lang voor te lopen. Zo zal Jezus, door de beloning voor te houden, de Voleinder van ons geloof worden.

Wanneer de wedloop voorbij is, zal Jezus verschijnen als de Voleinder van ons geloof door naar voren te treden om u met Zijn eigen rechterhand te kronen. Ja, Zijn hand zal de prijs overhandigen, en Zijn lippen zullen zeggen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienstknecht. ” Jezus Zelf zal de getrouwen toelaten tot de plaats die Hij voor hen heeft bereid. Wees daarom moedig en ren! Aan het einde van de wedloop zal Jezus ons bij Zichzelf op de troon plaatsen: “Laten wij rennen.”

Ik nodig u uit om over deze zaken na te denken, in de betekenis van het woord ‘kijken’ waarnaar ik al heb verwezen. Kijk weg van alle zelfverloochening, moeilijkheden, worstelingen, lijden, verleidingen en vervolgingen; en kijk evenzeer weg van alle genoegens, voordelen en voorrechten, en richt uw blik op Jezus, die Zelf de wedloop heeft gewonnen, en u nu bijstaat in de wedloop, en aan het einde de kroon voor u in het vooruitzicht stelt. Kijk totdat u Hem begint te zien en een glimp opvangt van Zijn majesteit en de uitstorting daarvan over Zijn verlosten. Zeg tegen uzelf: ‘Alle dingen in Hem zijn voor mij. God schenkt mij alle geestelijke zegeningen naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid door Christus Jezus.

Zal de Vader mij zegenen in mijn gekroonde Heere? Dan zullen mijn voeten niet vermoeid raken op de weg naar de hemel. Leunt Jezus voorover alsof Hij mij al wil kronen? Dan zal ik mijn pas versnellen om tot Hem te komen. Helpt de Heilige Geest mij in mijn zwakheden? Dan zal ik harder gaan lopen door Zijn kracht. Op deze manier, op mijn eigen zwakke wijze, heb ik geprobeerd Jezus aan u voor te stellen als de Leidsman en Voleinder van het geloof: kijk naar Hem en ren.

III. Laten wij nu onze Heere Jezus beschouwen als HET VOORBEELD VAN ONS GELOOF. Ren zoals Jezus rende, en kijk naar Hem terwijl u rent, opdat u net als Hij kunt rennen. Hoe heeft onze Heere Zijn weg doorlopen?

U zult dit begrijpen als u eerst Zijn doel in ogenschouw neemt: „Hij die, omwille van de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld.“ Jezus had bij alles wat Hij deed een doel voor ogen. Mensen bereiken niet veel als zij louter op emotie handelen en geen doel voor ogen hebben. Een leven zonder doel moet inderdaad een lichtzinnig, zinloos leven zijn. Jezus had de grote vreugde voor ogen om de Vader te verheerlijken in de verlossing van Zijn uitverkorenen. Hiervoor leefde Hij, hiervoor stierf Hij: het was een vreugde voor Hem om aan dit doel te denken. Geliefden, als u uw wedloop op de juiste manier wilt lopen, moet dit gebeuren ter ere van God en in de hoop op de verlossing van uw medemensen. Deze twee dingen, samengesmolten tot één, moeten uw vreugde zijn.

O, dat dit motief ons hele wezen zou inspireren! Het hoogste doel van de mens is God te verheerlijken: laat het mijn hoogste doel zijn, net zoals het dat van mijn Heere was. O, dat ik U zou mogen verheerlijken, mijn Schepper, mijn Onderhouder, mijn Verlosser! Hiervoor ben ik geboren, en daarom zal ik bij elke stap in mijn leven ernaar streven om zo te leven. Broeders, wij kunnen de wedloop die voor ons ligt niet lopen, tenzij wij op deze manier denken. Wij moeten, net als de Verlosser, de eer van God zoeken door onze medemensen tot behoud te brengen. Leef hiervoor.

Leef om de verdwaalde mensenkinderen op te sporen, en wees zo een herder onder de Grote Herder. Leer van Hem om de lammeren in uw schoot te dragen. Er is geen weg naar de hemel tenzij dienst aan God een vreugde voor ons is. Wij wandelen op wettige wijze wanneer wij ons toewijden en ons volledig inzetten om God te verheerlijken. Moge u zich door de eeuwigheid heen verheugen dat u niet vruchteloos bent geweest! O, moge niemand van u worden opgetekend om een smet, een leegte in de schepping te zijn; maar moge u allen de vreugde hebben om God op aarde te verheerlijken en het werk te volbrengen dat Hij u heeft toevertrouwd!

Op welke manieren moeten wij Jezus navolgen? Ten eerste moeten wij Zijn volharding navolgen. Hij heeft het kruis verdragen. Ons kruis is een kleinigheid vergeleken met wat op Hem drukte; toch droeg Hij het. Hij nam het vrijwillig op Zich en droeg het geduldig. Hij kwam er nooit tegen in opstand en liet het nooit los. Hij droeg het kruis totdat het kruis Hem droeg. En op het kruis droeg Hij de dood. Hij kon zeggen: “Het is volbracht.“ Broeders, laten wij hetzelfde doen. Wordt u vervolgd, bent u arm, bent u ziek? Neem dan het kruis op u dat voor u bestemd is. Christus wandelde met een kruis op Zijn schouders, en zo moeten ook wij wandelen.

Probeer niet aan moeilijkheden te ontkomen: de volgelingen van de Gekruisigde moeten vertrouwd zijn met het kruis. Draag het geduldig, vreugdevol, in de kracht van God. Zie naar Jezus. Als u onder uw eigen kruis begint te wankelen, richt dan uw blik op Zijn kruis. Denk aan het bloederige zweet, de geseling, de wonden, de godslasteringen van het volk, het verlaten worden door God! Mediteer hierover en vraag uzelf af of er ooit een verdriet was zoals Zijn verdriet, of een volharding zoals Zijn volharding. Neem uw kruis op en ren naar de Gekruisigde.

Volg uw Heere in Zijn grootmoedigheid. Hij droeg het kruis en heeft schande veracht. Schande is voor velen een wrede zaak. Onze Heere toont ons hoe wij ermee moeten omgaan. Zie, Hij legt Zijn schouder onder het kruis, maar Hij zet Zijn voet op de schande. Het ene draagt Hij, het andere veracht Hij. Wat! Zullen Zijn discipelen dan grote waarde hechten aan datgene wat Hij verachtte? Bent u zulke edele zielen dat niemand tussen de wind en uw edelmoedigheid mag komen? Ik ben verbaasd wanneer ik sommige mensen hoor zeggen: “Ik kan er niet tegen om uitgelachen te worden.” Breekt gelach botten? “Maar spot is erg scherp!” Is dat zo? Bloeden de wonden? ‘Wel,’ roept iemand, ‘het scherpe sarcasme van een scherpzinnig persoon prikt!’ Is dat zo? Hebt u geen tegengif voor zulke steken? Sommigen van ons zijn in onze gedachten geweest als Marcus Arethusa, die door wespen werd doodgestoken; en toch zijn we er niet slechter van geworden, maar juist beter, want er is geen plek meer waar een nieuwe steek kan toeslaan.

Ach, konden sommigen van u, die zo gevoelig zijn, toch maar iets minder snel aanstoot nemen! Onlangs hoorde ik een gebed dat mij aanvankelijk niet beviel, maar dat niettemin iets waardevols bevat. De goede man zei: “Heere, als onze harten verhard zijn, maak ze dan zacht; maar als onze harten te zacht zijn, maak ze dan harder. Ik begrijp wat hij bedoelde, en ik denk dat ik dat laatste gebed kan bidden voor sommige van mijn vrienden die zo gevoelig zijn, dat een spottende opmerking de doodsteek voor hen zou betekenen. Moge de Heere hen verharden totdat zij schande kunnen verachten! Reageer op schande door te laten zien dat u zich schaamt voor de spotter. Lach om het gelach van dwazen; veracht hun minachting. Jezus bleef met roemrijke grootmoedigheid onverstoorbaar te midden van de wrede spot van goddeloze mensen. Ren door de schunnige menigte heen. Sluit uw oren en ren, terwijl u de schande veracht.

Wij moeten onze Verlosser navolgen in Zijn volharding. Omwille van de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, heeft Hij het kruis verdragen, de schande veracht en Zijn plaats ingenomen. Hij is nooit gestopt met lopen totdat Hij Zijn plaats aan de rechterhand van Gods troon kon innemen; en dat is de enige plaats waar u plaats mag nemen. Mijn broeder, satan zet een comfortabele leunstoel voor u neer en zegt: “Maak het u gemakkelijk.” Nee, nee; blijf rennen totdat u aan de rechterhand van Gods troon kunt zitten. Langs het Pad der Beproevingen staan vele elegante prieeltjes met bankjes en tafels; de mensen die daar gaan zitten, vallen al snel in slaap en verliezen hun roeping door een sussende gedachte: loop daarom langs deze prieeltjes.

Het lichaam van onze Heere draagt vijf wonden, en deze zullen u helpen de vijf deugden te gedenken waarin u uw Heere moet navolgen. De wond aan Zijn rechterhand herinnert ons aan Zijn geloof. Hij geloofde in God, zelfs in het diepste van Zijn lijden, en vertrouwde erop dat God Hem zou verlossen. Och, had ik maar meer geloof! De wond aan Zijn linkerhand is Zijn geduld. Hij “bleef standvastig, als zag Hij de Onzichtbare”; Hij reageerde niet op de beledigingen; Hij zei: “Uw wil geschiede.” De wond aan Zijn voet herinnert mij aan Zijn nederigheid, en hoe Hij gehoorzaam was tot in de dood, ja, zelfs tot in de dood aan het kruis. De andere wond aan Zijn voet herinnert mij aan Zijn volharding. Zijn voeten waren aan het hout genageld: Zijn ziel was verbonden met Zijn werk. Het mooiste van alles is dat ik in die grote wond in Zijn zijde Zijn liefde zie. De speer opende een doorgang naar Zijn hart. Heb lief zoals Jezus liefhad, heb God lief en heb uw naaste lief; dan zult u zegevieren zoals Hij zegevierde, en Hij zal u kronen zoals Hij Zelf gekroond werd. Moge God u helpen om op deze weg te lopen.

IV. Als laatste laat onze tekst Jezus zien als HET DOEL VAN HET GELOOF.

Terwijl wij onze reis voortzetten, moeten wij onze blik op Jezus gericht houden als het uiteindelijke doel waarnaar wij moeten streven. Met elke stap die wij zetten, komen wij dichter bij onze Heere. Het ware geloof keert zich niet van Jezus Christus af, maakt geen omweg naar Jezus en overweegt zelfs niet om verder te gaan dan Jezus. Tegenwoordig zijn er filosofen onder ons die ver voorbij het evangelie afdwalen. Het oude geloof dat de apostelen inspireerde, het roemrijke leger dat martelaren ertoe bracht hun leven te geven, en dat in vroegere tijden de edelste menselijke karakters voortbracht, is niet goed genoeg voor de hoogdravende filosofen van deze tijd. Deze hooghartige negentiende eeuw eist een nieuwe God, een nieuwe Christus, een nieuwe hemel, een nieuwe hel, een nieuw evangelie. Alles moet nieuw zijn, met uitzondering van een nieuw hart. Maar wij, broeders, zullen die richting niet opgaan.

Wij lopen naar Christus toe, en dat is de oude, beproefde weg, de weg die de heilige profeten hebben bewandeld. Wij zijn niet van plan om verder te gaan dan de leer van onze Heere Jezus, noch in dit leven, noch in het komende leven. De conclusie van onze verhandeling luidt: “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.“

We moeten naar Hem toe lopen en onze ogen op Hem gericht houden. Op Jezus zien en naar Hem toe lopen gaan hand in hand. De ogen wijzen de weg, en dat is goed, want zo worden de voeten aangespoord om sneller te gaan. Zorg ervoor dat u meer van Jezus ziet. Ik heb u al verteld over de verschillen in de manier waarop mensen Christus waarnemen: nu wil ik dat u blijft kijken en rennen, zodat u tot de best onderwezen mensen mag behoren, die het meeste van Hem en in Hem zien. Zij die het meeste van Jezus hebben gezien, hebben slechts een slokje genomen uit de grote oceaan van Zijn volheid.

Wij die in dit land van duisternis en mist leven, denken dat we de zon al hebben gezien als die af en toe door een sluier van mist gluurt; maar vraag het eens aan een Italiaan die onder de helderblauwe hemel leeft, waar de zon zich thuis voelt en zonder sluier door de lucht wandelt, en hij zal u vertellen dat een Engelsman de zon niet ziet. Voor mij lijkt de zon in die streken mijn gestel te verlichten en mijn geest te verhelderen: wanneer de Heere des daags tot mijn hart spreekt, doet Hij het dansen van vreugde. Menig gelovige leeft in een mistige sfeer van twijfels en angsten; hij ziet zijn Heere af en toe, maar dat is nog niet de helft van wat er te zien valt. O, dat wij allen zouden mogen wonen onder de wolkenloze hemel van volmaakte zekerheid, en Jezus van dichterbij zouden zien! Ik dring er bij u op aan om in uw wandel steeds dichter bij Jezus te komen, zodat u Hem steeds duidelijker zult zien.

Laten wij naar Jezus rennen, opdat wij meer op Hem gaan lijken. Een van de prachtige eigenschappen van Jezus is dat Hij degenen die naar Hem zien, naar Zijn beeld vernieuwt. Hij drukt Zijn stempel op alle ontvankelijke harten. Ik ken geen spiegels die degene die erin kijkt mooier maakt, maar deze spiegel van God verlicht uw ogen en verfraait uw karakter wanneer u erin kijkt. Wanneer u Christus ziet, wordt u een christen. O geliefden, ons leven zou niet zo gebrekkig, zo vervormd, zo lelijk zijn, als onze ogen meer volledig zouden zijn verzonken in het aanschouwen van de hemelse schoonheid van de volmaakt Lieflijke! Het zou ons heerlijk maken als we meer van de heerlijkheid van Jezus zouden zien.

Ren, opdat u dichter bij Jezus mag komen. Streef naar een nog inniger en dierbaarder gemeenschap met Hem. Hij is niet ver van ons verwijderd. Hoewel Hij lichamelijk afwezig is, is Hij in geest bij ons. Soms komt Hij heel dicht bij ons wanneer Hij vindt dat we toe zijn aan vreugde. Wij gedenken Hem vanaf de berg Hermon en de heuvel van Mizar. Wij kunnen nooit de gouden momenten en de heilige plaatsen vergeten waar Hij Zich aan ons openbaarde op een wijze die Hij de wereld niet toont.

Er zijn uren waarin ons hoofd op de borst van Christus rust. Er zijn momenten waarop wij aan Zijn voeten zitten en naar Zijn woorden luisteren, en wanneer wij opkijken, aanschouwen wij Zijn schoonheid en worden wij erdoor betoverd. Ren naar Hem toe totdat u, in gemeenschap, dichter bij Hem bent dan u ooit tevoren bent geweest. Dit is het waard om naartoe te rennen; maar u zult het niet bereiken zonder te rennen. Bedenk hoe de bruid in het Hooglied haar bruidegom niet kon vinden, totdat zij huilend de straten van de stad had doorkruist, en Hem omhelsde.

Blijf zoeken en rennen totdat u bij Hem bent. Oh, ik spreek nu tot u over het bij Hem zijn, maar hoe snel kan dit in de meest letterlijke zin werkelijkheid worden! Tijdens mijn bediening hier zijn er twee of drie gelegenheden geweest waarbij dierbare vrienden, nadat de dienst was afgelopen, naar huis wilden gaan, maar in dit Huis van Gebed zijn gestorven. Hoe moet het zijn om vanuit deze gemeente naar de vergadering daarboven te gaan? Wat een verandering van de nederige woorden van de predikant naar de stem van de Geliefde! We weten niet hoe dicht we nu bij Jezus op de troon zijn. De zeemist omhult ons schip. Als we vooruit konden kijken, zouden de witte kliffen van onze geboortekust bijna binnen handbereik zijn. Denk niet dat we ver op zee zijn. Misschien zullen sommigen van ons in de komende week de Koning in Zijn schoonheid mogen aanschouwen.

Misschien brengen we aanstaande zondag wel in de hemel door! Is er iemand die voor zo’n vooruitzicht zou terugdeinzen? Nee: elke erfgenaam van de hemel zegt: “Amen; zo zij het.“ Dan zal het zweet van de wedloop worden weggeveegd en zal de vreugde over de overwinning aanbreken. Dan zullen vermoeidheid en ellende voorbij zijn, en zullen rust en heerlijkheid zijn aangebroken. Ik wil u bemoedigen met de gedachte dat u veel dichter bij de finish bent dan u denkt. Hoe snel zou u zich wel niet te midden van de met bloed gewassen menigte kunnen bevinden! U, oudere broeders en zusters, zult er spoedig zijn, volgens de gang van de natuur: verheug u daarover. Spreek niet over het feit dat u de zeventig gepasseerd bent: u bevindt zich aan de goede kant, want u bent zo veel dichter bij de hemel. In het verleden, toen grote schepen naar India voeren, proostten de passagiers een tijdje op de vrienden die zij achterlieten. Maar zodra zij zich in de Indische Oceaan bevonden, begonnen zij te drinken op de gezondheid van de vrienden op wie zij afstevenden.

Hoewel ik nog relatief jong ben, heb ik veel vrienden die zich in het toekomstige land bevinden, waar ik nu naartoe op weg ben. Ik groet de verheerlijkten. Enkele van de dierbaarste en voortreffelijkste mensen die ooit hebben geleefd, behoorden tot deze kerk, maar zij zijn nu veilig aangekomen aan de hemelse oever. Zij kijken naar ons uit om ons te verwelkomen. Wij komen eraan, broeders! Wij zullen spoedig bij u zijn. Het allerbeste is dat onze Heere daar is. Eens gekroond met doornen, straalt Zijn hoofd nu met de kroon van alomvattende macht en heerlijkheid. Hij zal ons op die gezegende oever verwelkomen. Haast u, o tijd! Wees als een serafijn met zes vleugels en draag ons haastig naar die gouden kust, waar wij het aangezicht mogen aanschouwen van Hem, die wij beminnen, om voor eeuwig bij Hem te zijn.

“Ver weg van deze wereld, van zonde en pijn,
Om voor eeuwig bij God te zijn.”

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content