“Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.”—Romeinen 1:17
Ik zal niet sterven. Ik kan in de Heere, mijn God, geloven, en dat doe ik ook; dit geloof houdt mij in leven. Ik wil graag gerekend worden onder hen die rechtvaardig leven. Maar zelfs als ik volmaakt was, zou ik niet proberen te leven uit mijn eigen gerechtigheid. Ik zou mij vastklampen aan het werk van de Heere Jezus en nog steeds leven door het geloof in Hem en door niets anders. Als ik mijn lichaam kon overgeven om verbrand te worden voor mijn Heere Jezus, zou ik toch niet vertrouwen op mijn eigen moed en standvastigheid, maar nog steeds leven door het geloof.
Stond ik als martelaar op de brandstapel,
dan pleitte ik op de Naam van mijn Zaligmaker;
ik smeekte om vergeving omwille van Hem,
en deed op geen enkele andere aanspraak een beroep.
Leven door geloof is veel zekerder en gelukkiger dan leven door gevoelens of door goede werken. De rank die in de wijnstok blijft, leeft een beter leven dan ze op zichzelf zou leven, ook al zou ze zonder de stam kunnen leven. Leven door je aan Jezus vast te klampen en alles van Hem te ontvangen is heerlijk en heilig. Als zelfs de meest rechtvaardige zo moet leven, hoeveel te meer ik dan, een arme zondaar! Heere, ik geloof. Ik moet U helemaal vertrouwen. Wat kan ik anders doen? U vertrouwen is mijn leven…

