“… doe mij weten, waarover Gij met mij twist.”—Job 10:2
Misschien, o beproefde ziel, doet de Heere dit om je genadegaven te ontwikkelen. Sommige van je genadegaven zouden nooit ontdekt worden zonder je beproevingen. Weet je niet dat je geloof in de winter veel mooier is dan in de zomer? Liefde lijkt al te vaak op een glimworm: ze geeft maar weinig licht, behalve midden in de duisternis om haar heen. Ook de hoop is als een ster. In de zon van voorspoed is ze niet te zien. Je ontdekt haar pas in de nacht van tegenspoed. Moeiten zijn vaak de donkere ondergrond waarop God de juwelen van de genadegaven van Zijn kinderen zet, zodat ze nog mooier stralen. Nog maar kort geleden zei je op je knieën: “Heere, ik ben bang dat ik geen geloof heb. Laat mij weten dat ik geloof heb.” Was dat niet eigenlijk, misschien zonder het te beseffen, bidden om beproevingen? Want hoe kun je weten dat je geloof hebt, zolang je geloof niet geoefend wordt? Weet maar dat God ons vaak beproevingen stuurt, zodat onze genadegaven ontdekt worden en we zeker weten dat ze er zijn. Bovendien gaat het niet alleen om ontdekken. Echte groei in de genade is de vrucht van geheiligde beproevingen. God neemt vaak onze troost en onze voorrechten weg om ons betere christenen te maken. Hij traint Zijn soldaten niet in tenten vol gemak en luxe. Hij stuurt ze naar buiten en laat ze wennen aan dwangmarsen en harde dienst. Hij laat ze door beken waden, door rivieren zwemmen, bergen beklimmen en menige lange mijl lopen met een zware rugzak vol verdriet op hun rug. Welnu, christen, verklaart dit misschien de moeiten waar je nu doorheen gaat? Is de Heere niet bezig je genadegaven naar voren te brengen en te laten groeien? Is dit niet de reden waarom Hij met je twist?
“Beproevingen maken de belofte kostbaar;
beproevingen geven het gebed nieuw leven;
beproevingen brengen mij aan Zijn voeten,
maken mij nederig en houden mij daar.”

