“Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.”—Mattheüs 5:9
Dit is de zevende van de zaligsprekingen, en zeven was bij de Hebreeën het getal van volmaaktheid. Misschien zette de Zaligmaker de vreedzame als zevende op de lijst omdat die het dichtst bij de volmaakte mens in Christus Jezus komt. Wie volmaakt gelukkig wil zijn, voor zover dat op aarde kan, moet deze zevende zaligspreking bereiken en vreedzaam worden. Ook de plaats van deze tekst is veelzeggend. Het vers ervoor spreekt over de zaligheid van “de reinen van hart; want zij zullen God zien.” Het is terecht dat we “ten eerste zuiver, daarna vreedzaam” moeten zijn. Onze vreedzaamheid mag nooit een verbond met de zonde zijn, en ook geen manier om het kwaad te gedogen. We moeten ons gezicht als een keisteen zetten tegen alles wat tegen God en Zijn heiligheid ingaat. Als zuiverheid in onze ziel een vaststaande zaak is, kunnen we doorgaan naar vreedzaamheid. Het vers dat volgt, lijkt er ook met opzet te staan. Hoe vreedzaam we in deze wereld ook zijn, we zullen toch verkeerd voorgesteld en verkeerd begrepen worden. Geen wonder, want zelfs de Vorst van de Vrede bracht door Zijn grote vreedzaamheid vuur op de aarde. Hijzelf, hoewel Hij de mensen liefhad en niemand kwaad deed, was “veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid.” Opdat de vreedzamen van hart dus niet zouden schrikken als ze vijanden ontmoeten, wordt in het volgende vers toegevoegd: “Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.” Zo worden de vreedzamen niet alleen zalig genoemd, maar ook met zegeningen omringd. Heere, geef ons genade om deze zevende zaligspreking te beklimmen! Zuiver onze gedachten, zodat wij “ten eerste zuiver, daarna vreedzaam” zijn. Maak onze zielen sterk, zodat onze vreedzaamheid ons niet tot lafheid en wanhoop brengt als wij om Uwentwil vervolgd worden.

