“Ziet, de HEERE, uw God, heeft dat land gegeven voor uw aangezicht; trekt op, bezit het erfelijk, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft; vreest niet, en ontzet u niet.”—Deuteronomium 1:21
Er is een erfdeel van genade, en we moeten stoutmoedig genoeg zijn om het als ons bezit te veroveren. Alles wat één gelovige gewonnen heeft, staat ook voor een ander open. We kunnen sterk zijn in geloof, vurig in liefde en overvloedig in arbeid. Niets houdt ons tegen; laten we optrekken en het in bezit nemen. De heerlijkste ervaring en de schitterendste genade zijn evenzeer voor ons als voor elk van onze broeders. Jehova heeft ze ons voorgelegd en niemand kan ons recht daarop betwisten; laten we optrekken en ze bezitten in Zijn Naam.
De wereld ligt ook voor ons om voor de Heere Jezus veroverd te worden. We mogen geen land of hoek ervan onbedwongen laten. Die achterbuurt vlakbij ons huis ligt voor ons, niet om onze pogingen te dwarsbomen, maar om eraan te zwichten. We hoeven alleen maar genoeg moed te verzamelen om vooruit te gaan, en we zullen donkere huizen en harde harten voor Jezus winnen. Laten we nooit mensen in een straat of steegje laten sterven omdat we te weinig geloof hebben in Jezus en Zijn evangelie om op te trekken en het land in bezit te nemen. Geen plek is te duister, geen mens zo goddeloos dat hij buiten het bereik van de genade ligt. Weg met de lafheid! Het geloof trekt op naar de verovering.

