“Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden”—Psalm 55:23
Zorg heeft, ook als ze rechtmatige dingen betreft, het karakter van zonde zodra ze te ver gaat. Onze Zaligmaker houdt ons steeds weer ernstig voor dat we niet angstig bezorgd moeten zijn. De apostelen herhalen het. Het is een gebod dat je niet kunt negeren zonder schuldig te worden. Want het wezen van angstige zorg is dat we denken wijzer te zijn dan God, en onszelf op Zijn plaats dringen om voor Hem te doen wat Hij voor ons op Zich genomen heeft. We proberen te bedenken wat Hij volgens ons zal vergeten. We sloven ons af om onze zware last zelf te dragen, alsof Hij die niet voor ons kon of wilde dragen. Deze ongehoorzaamheid aan Zijn duidelijke gebod, dit ongeloof in Zijn Woord, deze aanmatiging om Zijn terrein te betreden, is allemaal zonde. En nog meer: angstige zorg leidt vaak tot zondige daden. Wie zijn zaken niet rustig in Gods hand kan leggen, maar zijn eigen last wil dragen, wordt waarschijnlijk verleid om zichzelf met verkeerde middelen te helpen. Deze zonde leidt ertoe dat we God als onze Raadsman verlaten en in plaats daarvan naar menselijke wijsheid grijpen. Dat is naar de “gebroken bakken” gaan in plaats van naar de “Springader des levenden waters”, een zonde die Israël vroeger verweten werd. Angst laat ons twijfelen aan Gods goedertierenheid, en zo koelt onze liefde voor Hem af. We voelen wantrouwen, en zo bedroeven we de Geest van God. Daardoor worden onze gebeden belemmerd, wordt ons trouwe voorbeeld bedorven en wordt ons leven er een van eigenbelang. Zo brengt gebrek aan vertrouwen op God ons ertoe ver van Hem af te dwalen. Maar als we door eenvoudig geloof in Zijn belofte elke last, zodra die komt, op Hem werpen, en “in geen ding bezorgd” zijn omdat Hij op Zich neemt voor ons te zorgen, dan houdt dat ons dicht bij Hem en sterkt het ons tegen veel verzoeking. “Het is een bevestigd voornemen, Gij zult allerlei vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd.”

