“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.”—Handelingen 16:31
Dit evangelie voor een man met een zwaard op de keel is het evangelie voor mij. Dit zou genoeg voor mij zijn als ik op sterven lag, en het is alles wat ik nodig heb zolang ik leef. Ik kijk weg van mijzelf, van de zonde en van elke gedachte aan eigen verdienste, en ik vertrouw op de Heere Jezus als de Zaligmaker Die God gegeven heeft. Ik geloof in Hem, ik steun op Hem, ik neem Hem aan als mijn alles in allen. Heere, ik ben gered en ik zal in alle eeuwigheid gered zijn, want ik geloof in Jezus. Daarvoor prijs ik Uw Naam. Laat mij elke dag met mijn leven bewijzen dat ik gered ben van zelfzucht, van wereldsgezindheid en van elke vorm van kwaad.
Maar die laatste woorden over mijn “huis”: Heere, ik wil niet met een halve belofte weglopen als U een hele geeft. Ik smeek U, red mijn hele gezin. Red wie mij het naast en het dierbaarst zijn. Bekeer de kinderen en de kleinkinderen, als ik die heb. Wees mijn personeel genadig en iedereen die onder mijn dak woont of voor mij werkt. U geeft mij persoonlijk deze belofte als ik in de Heere Jezus geloof; ik smeek U te doen wat U gezegd hebt.
Elke dag zou ik in mijn gebed de namen willen langsgaan van al mijn broers en zussen, ouders, kinderen, vrienden, familieleden en personeel, en U geen rust willen geven totdat dit woord vervuld is: “gij en uw huis.”

