BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 4 juli
4 juli — Avond
“Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;”—Psalm 24:4
Praktische heiligheid die je aan de buitenkant ziet, is een heel kostbaar kenmerk van genade. Het is te vrezen dat veel belijders de leer van de rechtvaardiging door het geloof zo hebben verdraaid dat ze goede werken minachten. Als dat zo is, zullen zij op de grote laatste dag eeuwige minachting ontvangen. Als onze handen niet schoon zijn, laten we ze dan wassen in het kostbare bloed van Jezus, en zo reine handen opheffen tot God. Maar “rein van handen” is niet genoeg, tenzij het verbonden is met “zuiver van hart”. Ware godsdienst is werk van het hart. We kunnen de buitenkant van de beker en de schotel wassen zo lang als we willen. Maar als de binnenkant vuil is, zijn we helemaal vuil in Gods ogen. Want ons hart is meer onszelf dan onze handen zijn. De kern van ons bestaan zit in ons binnenste, en daarom is zuiverheid van binnen dringend nodig. De reinen van hart zullen God zien. Alle anderen zijn blinde vleermuizen.
De mens die voor de hemel is geboren, is iemand “die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid”. Alle mensen hebben hun vreugden, waardoor hun ziel wordt opgeheven. De wereldse mens heft zijn ziel op in vleselijk genot, dat niets dan lege ijdelheid is. Maar de heilige houdt van meer waardevolle dingen. Net als Josafat wordt zijn hart verheven op de wegen van de Heere. Wie tevreden is met de schillen, wordt gerekend bij de varkens. Stelt de wereld jou tevreden? Dan heb je je loon en je deel in dit leven. Maak er veel van, want je zult geen andere vreugde kennen. “En die niet bedriegelijk zweert.” De heiligen zijn nog steeds mensen van eer. Het woord van de christen is zijn enige eed. Maar dat is evenveel waard als twintig eden van andere mensen. Liegen sluit iedereen uit van de hemel, want een leugenaar zal Gods huis niet binnengaan, wat zijn belijdenis of daden ook zijn. Lezer, veroordeelt de tekst die voor ons ligt jou, of hoop je op te stijgen naar de berg van de Heere?

