BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 10 december
10 december — Avond
“Welker hart de Heere heeft geopend.”—Handelingen 16:14
Er zijn veel opvallende punten in de bekering van Lydia. Ze kwam tot stand door omstandigheden in Gods voorzienigheid. Ze was een purperverkoopster uit de stad Thyatira. Toch vinden we haar precies op het juiste moment om Paulus te horen in Filippi. De voorzienigheid, die de dienares van de genade is, bracht haar op de juiste plaats. Daarnaast bereidde de genade haar ziel voor op de zegen: genade die voorbereidt op genade. Ze kende de Zaligmaker niet, maar als Joodse vrouw kende ze veel waarheden die uitstekende opstapjes waren naar de kennis van Jezus. Haar bekering vond plaats bij het gebruik van de genademiddelen. Op de sabbat ging ze naar de plek waar gewoonlijk gebeden werd, en daar werd gebed verhoord. Verwaarloos de genademiddelen nooit. God kan ons zegenen als we niet in Zijn huis zijn, maar we hebben meer reden om te hopen dat Hij het doet als we in gemeenschap met Zijn heiligen zijn. Let op de woorden: “welker hart de Heere heeft geopend.” Ze opende haar eigen hart niet. Haar gebeden deden het niet. Paulus deed het niet. De Heere Zelf moet het hart openen om de dingen te ontvangen die tot onze vrede dienen. Hij alleen kan de sleutel in het slot steken, de deur openen en Zichzelf toegang verschaffen. Hij is de meester van het hart, zoals Hij ook de maker van het hart is. Het eerste uiterlijke bewijs van het geopende hart was gehoorzaamheid. Zodra Lydia in Jezus geloofde, werd ze gedoopt. Het is een mooi teken van een nederig en gebroken hart als het kind van God bereid is een gebod te gehoorzamen dat niet nodig is voor zijn zaligheid. Het wordt hem niet opgedrongen door een zelfzuchtige angst voor veroordeling, maar is een eenvoudige daad van gehoorzaamheid en van gemeenschap met zijn Meester. Het volgende bewijs was liefde, die zich toonde in dankbare vriendelijkheid voor de apostelen. Liefde voor de heiligen is altijd een kenmerk van een echte bekeerling geweest. Wie niets doet voor Christus of Zijn gemeente, geeft maar een armzalig bewijs van een “geopend” hart. Heere, geef mij altijd een geopend hart.

