BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 11 december
11 december — Avond
“…want gij dient de Heere Christus.”—Kolossenzen 3:24
Tot welke uitgelezen groep werd dit woord gesproken? Tot koningen die er trots op zijn dat zij hun macht van God Zelf hebben gekregen? Ach nee! Te vaak dienen zij zichzelf of Satan en vergeten zij de God, door Wiens toelating zij hun schijnmajesteit maar een korte tijd mogen dragen. Spreekt de apostel dan tot die zogenaamde “hoogeerwaarde vaders in God”, de bisschoppen, of tot “de eerwaarde aartsdiakens”? Nee, zeker niet! Paulus kende die menselijke verzinsels niet. Dit woord werd niet eens gesproken tot herders en leraars, of tot de rijken en gerespecteerden onder de gelovigen, maar tot dienstknechten, ja, tot slaven. Onder de hardwerkende menigten — de knechten, de dagloners, het huispersoneel, de keukenmeiden — vond de apostel, zoals wij ook nu nog vinden, enkelen van de uitverkorenen van de Heere. Tot hen zegt hij: “En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus.” Dit woord geeft adel aan het vermoeiende dagelijkse werk en legt een stralenkrans om het eenvoudigste beroep. Voeten wassen kan slaafs werk zijn, maar Zijn voeten wassen is koninklijk werk. Een schoenriem losmaken is een armzalig baantje, maar de schoen van de grote Meester losmaken is een voorrecht voor een prins. De winkel, de schuur, de bijkeuken en de smidse worden tempels wanneer mannen en vrouwen alles doen tot eer van God! Dan is “goddelijke dienst” niet iets voor een paar uur en een paar plaatsen, maar wordt heel het leven “HEILIGHEID DES HEEREN”, en is elke plaats en elk ding even gewijd als de tabernakel met zijn gouden kandelaar.
“Leer mij, mijn God en Koning, U in alle dingen te zien;
en wat ik ook doe, dat te doen alsof het voor U is.
Iedereen kan van U delen, niets is zo gewoon,
dat het met deze kleur, omwille van U, niet helder
en schoon zal worden.
Een dienaar maakt met deze regel slavenwerk goddelijk;
wie een kamer veegt zoals Uw wetten vragen, maakt die kamer en
het werk mooi.”

