Vaten van de genade

Er wordt van Gods uitverkorenen gesproken als van ’’vaten van de eer”. Wij weten, dat een vat slechts kan ontvangen. Een vat is geen fontein, maar kan slechts bewaren, wat men er in stort. Zo ook Gods verlosten; van nature zijn zij geen bronnen, waaruit iets goeds voortkomen kan, zij kunnen slechts ontvangen. Eens waren zij vol van zichzelf, maar de genade ledigde ze en plaatste ze vervolgens als lege vaten in de weg van Gods goedheid. God vult ze tot de rand met Zijn barmhartigheid en zo zijn zij vaten van Zijn genade geworden. Later mogen zij van het hunne aan anderen meedelen, maar zij kunnen alleen meedelen, wat God hun gegeven heeft; zij kunnen hun eigen zaligheid met vrees en beven werken, maar niet anders dan wanneer God in hen het willen en het werken naar Zijn welbehagen werkt. Zij kunnen overvloeien van dankbaarheid, maar alleen omdat God hen met genade heeft vervuld. Zij kunnen stromen van heiligheid voortbrengen, maar alleen omdat God hen overvloedig voorziet. Zij kunnen slechts ontvangen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content