“… ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.”—Filippenzen 4:11
Deze woorden laten ons zien dat tevredenheid niet van nature in de mens zit. Onkruid groeit snel. Hebzucht, ontevredenheid en gemopper horen bij de mens zoals doornen bij de aarde. We hoeven geen distels en braamstruiken te zaaien: ze komen vanzelf op, omdat ze van nature op aarde thuishoren. Zo hoeven we mensen ook niet te leren klagen. Ze klagen snel genoeg zonder enige opvoeding. Maar de kostbare dingen van de aarde moeten gekweekt worden. Willen we tarwe, dan moeten we ploegen en zaaien. Willen we bloemen, dan is er een tuin nodig en alle zorg van de tuinman. Welnu, tevredenheid is een van de bloemen van de hemel. Willen we die hebben, dan moet ze gekweekt worden. Ze groeit niet vanzelf in ons. Alleen de nieuwe natuur kan haar voortbrengen. En zelfs dan moeten we bijzonder zorgvuldig en waakzaam zijn om de genade te behouden en te kweken die God in ons gezaaid heeft. Paulus zegt: “Ik heb geleerd … vergenoegd te zijn”, alsof hij wil zeggen dat hij het vroeger niet kon. Het heeft hem moeite gekost om het geheim van deze grote waarheid te leren kennen. Ongetwijfeld dacht hij soms dat hij het geleerd had, en dan viel hij weer terug. En toen hij het eindelijk bereikt had en kon zeggen: “Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben”, was hij een oude man met grijs haar, vlak bij de rand van het graf. Hij was een arme gevangene, opgesloten in de kerker van Nero in Rome. We zouden graag Paulus’ zwakheden dragen en de koude kerker met hem delen, als we maar op de een of andere manier ook zo ver konden komen als hij. Denk niet dat je tevreden kunt zijn zonder te leren, of kunt leren zonder tucht. Het is geen kracht die je van nature kunt gebruiken, maar een kunst die je stap voor stap leert. Dat weten we uit ervaring. Broeder, breng dat gemopper tot zwijgen, hoe natuurlijk het ook is, en blijf een trouwe leerling op de school van de tevredenheid.

